Home | Publicaties | SERmagazine | 2009 | Artikelen januari 2009 | De comeback van het Rijnlandse model

De comeback van het Rijnlandse model

Sinds de kredietcrisis is de kritiek op het Angelsaksische model met zijn nadruk op aandeelhoudersbelangen flink toegenomen. Het oude Rijnlandse model – met zijn nadruk op overleg en consensus – wordt weer opgepoetst. Peter Elverding, commissaris namens de Staat bij ING, en Rients Abma, directeur van de belangenbehartiger van institutionele beleggers Eumedion, over de pro’s en contra’s van de twee modellen.

Ton Bennink
 

De laatste jaren gaf het Angelsaksische model de toon aan in de economie. De belangen van aandeelhouders gaven de doorslag bij vele ondernemersbeslissingen, ook als dat ten koste ging van bijvoorbeeld werknemersbelangen of het overleg met andere belanghebbenden. Winstdoelstellingen op korte termijn waren belangrijker dan doelstellingen op langere termijn.
Sinds de kredietcrisis gaan stemmen op om het Rijnlandse model nieuw leven in te blazen. Dit oude, Europese businessmodel streeft naar consensus tussen de belangen van werkgevers, werknemers, financiers en overheid en is gericht op continuïteit en langetermijndoelstellingen (zie kader: twee stromen). De Rijnlanders zien in de huidige crisis het bewijs dat de Angel-saksische benadering op de lange termijn alleen maar onheil brengt.
Elverding, oud-topman van DSM, is zijn hele werkzame leven al voorstander van het Rijnlandse model. “Ik ben voor een onderneming die het vizier op de lange termijn heeft en de belangen van werknemers, klanten, de maatschappij en de aandeelhouders behartigt. Ik ben tegenstander van het model waarbij iedereen zich tot de nek in de schulden steekt omdat dit goed zou zijn voor de aandeelhouders.
Ik heb geprobeerd om binnen DSM mijn visie te verwezenlijken, maar de druk vanuit de financiële wereld was wel erg groot. Het was een beetje schipperen.”
Volgens Elverding hebben de bestuurders van Nederlandse ondernemingen zelf een voorkeur voor het Rijnlandse model, maar worden ze door de praktijk naar de Angelsaksische kant gedrongen. “Aandeelhouders dienen veel plezier te hebben van wat het bedrijf doet. Dat dwingt bestuurders de kortetermijnwinst na te streven en veel schulden aan te gaan. De druk van de aandeelhouders is veel groter dan die van de overige stakeholders van een bedrijf. Zolang de resultaten goed zijn en je goed met de aandeelhouders communiceert, kun je je eigen beleid voeren, maar als er een kwart euro meer verdiend kan worden per aandeel, wordt de druk te groot en komt de boel onder spanning te staan. Dat zag je wel bij de verkoop van ABN Amro aan Fortis.”
Elverding had in 2007 het plan om trouwe aandeelhouders van DSM te registreren en een bonusdividend te geven. De Ondernemingskamer wees dit plan af om discriminatie tussen aandeelhouders te voorkomen.
“In cassatie hebben we toch gelijk gekregen. We konden het dus doen, maar DSM heeft het plan voorlopig in de kast laten liggen om geen onnodige spanningen op te roepen. Voordeel van dit plan is dat je in een bestel van aandelen-aan-toonder weet wie je aandeelhouders zijn. Dan kun je ook met ze communiceren. En het past in het streven naar langetermijndenken. Je mag ervan uitgaan dat aandeelhouders die zich laten registreren ook op lange termijn aandeelhouder willen zijn. Je kunt die loyaliteit bevorderendoor loyale aandeelhouders iets meer te geven dan alleen dividend. In Frankrijk is stemrecht bijvoorbeeld afhankelijk van de duur van iemands aandeelhouderschap.”
Het Rijnlandse of Angelsaksische model? Voor Elverding is het duidelijk. Hij omarmt het eerste, maar leeft met het tweede. “Door de recessie krijgen oude waarden meer aandacht dan in de tijd dat de bomen tot in de hemel groeiden. Maar de trend is en blijft het Angelsaksische model. We kunnen moeilijk met de rug naar de zee gaan staan en ons opsluiten achter de duinen. Er is geen wet mogelijk tegen de westenwind. Maar in het westen zien ze ook wel dat de focus op louter kortetermijngewin niet de beste weg is. De wind gaat wel wat draaien.”

Tegenaanval
Tot zover het Rijnlandse model. Tijd voor de tegenaanval door iemand die veel meer aandacht wil voor de belangen van de aandeelhouders, en de aandeelhouders ook meer zeggenschap wil geven.
Rients Abma, directeur van de belangenbehartiger van institutionele beleggers Eumedion, wil het verhaal van Elverding nuanceren. Hij is voorstander van een sterke rol voor de aandeelhouder, maar ziet dat niet als strijdig met de belangen van andere belanghebbenden. “Wij gaan als behartiger van beleggersbelangen ook uit van het stakeholdersmodel, waarbij de raad van bestuur en de raad van commissarissen het belang van álle bij de onderneming betrokken partijen dienen.
We onderschrijven ook de code van de commissie-Tabaksblat. Daar hebben we geen probleem mee. In de preambule van het rapport staat heel duidelijk dat ook de aandeelhouder op de lange termijn bediend moet worden.”
Abma beschouwt het debat tussen de aanhangers van het Rijnlandse en Angelsaksische model vooral als een semantische discussie. “Een onderneming is gebaat bij een goede relatie met alle stakeholders. Dus ook met de werknemers. Zonder hen wordt geen winst gemaakt. Zij creëren een deel van de aandeelhouderswaarde. Je kunt als onderneming niet louter op aandeelhouders varen. Ik zie die strijd tussen de twee modellen niet zo. Er is eerder sprake van convergentie.”
De directeur van Eumedion wil in tegenstelling tot Elverding wel meer invloed voor de belegger. “Als een bestuur en de raad van commissarissen over een langere termijn bekeken falen, moeten de aandeelhouders hen weg kunnen sturen. Dat vraagt van de belegger dat hij er meer tijd en energie in steekt om het bestuur en de raad van commissarissen op hun resultaten te beoordelen. Naast de rechten heeft de aandeelhouder dus ook plichten. Maar ik ben ervan overtuigd dat de institutionele beleggers, die voor het overgrote deel de aandelen van Nederlandse vennootschappen in handen hebben, verantwoord met hun verantwoordelijkheden omgaan.
We zien de tendens dat beloningsvoorstellen die op de korte termijn zijn gericht, verworpen worden. Er worden steeds vaker kritische vragen gesteld en er komt meer aandacht voor bijvoorbeeld risicomanagement.”

Vertrouwen
Abma vindt dat bestuurders en commissarissen de aandeelhouders moeten overtuigen van de juistheid van hun strategie voor de onderneming. “Als dat verhaal goed in elkaar steekt, krijgen zij het vertrouwen van aandeelhouders. Maar ze moeten op langere termijn wel kunnen waarmaken wat ze hebben beloofd. Als de resultaten achterblijven, moeten bestuur en raad van commissarissen verantwoordelijk worden gehouden. Kijk naar AkzoNobel. Daar zag ik een knap staaltje leiderschap. Die hebben de vrij dure overname van ICI ondanks protesten van sommige kortetermijnaandeelhouders er toch doorgekregen. Er lag een voor de langetermijnbelegger overtuigend verhaal. Je moet als bestuur niet te bang zijn voor activistische aandeelhouders.”
Zijn ideaal is een krachtig bestuur met een overtuigende visie en kritische, invloedrijke aandeelhouders. Hij baalt ervan dat aandeelhouders in de huidige financiële crisis de zwartepiet krijgen toegespeeld. “De suggestie is dat wij aandeelhouders onderdeel zijn van het probleem van de financiële crisis. Dat werpen wij verre van ons. De huidige crisis is ontstaan door fouten in de financiële wereld, door een gebrekkig toezicht en te lichte eisen van de publieke toezichthouders. In de andere bedrijven is niet veel aan de hand. Daar zijn geen grote ongelukken gebeurd. Je moet niet alle ondernemingen over één kam scheren.”
Voorstellen van politieke partijen om de macht van de aandeelhouder in te perken, vinden in Abma een stevig tegenstander. “Wij moeten een ondernemingsbestuur kunnen afrekenen op resultaat. De drempels om bestuurders en commissarissen weg te kunnen sturen, moet eerder worden verlaagd dan verhoogd. Het SER-advies Evenwichtig Ondernemersbestuur wil dat het voor ons moeilijker wordt slecht beleid aan de kaak te stellen bij de Ondernemingskamer. Dat is een slechte ontwikkeling.”
Abma ziet het drama van ABN Amro in een ander licht dan Elverding. “Beetje simpel om te stellen dat de zaak om-ging bij een euro meer per aandeel. Het had meer te maken met het gaandeweg verliezen van de band met de aandeelhouder, waardoor het vertrouwen tussen bestuur en aandeelhouder over de strategie ontbrak.”
Abma vindt wel dat institutionele beleggers wat meer aandacht zouden kunnen besteden aan hun rol als mede-eigenaar van een onderneming. “Institutionele beleggers moeten wat meer nadenken over de vraag hoe ze ondernemingsbesturen ter verantwoording roepen en hoe ze op een aandeelhoudersvergadering stemmen. Ze mogen bij beleggingsbeslissingen wel wat meer aandacht geven aan de manier waarop een onderneming wordt bestuurd.”

Gelijk
De voorstanders van het Rijnlandse model zien de huidige financiële crisis als bewijs van hun gelijk. Maar gelet op de standpunten van Elverding en Abma is de strijd tussen het Angelsaksische en het Rijnlandse model nog steeds niet voorbij. Hooguit schuiven de aanhangers van de twee modellen wat meer naar elkaar op, in hun wens voor een langetermijnvisie, beter toezicht en een sterkere verantwoordingsplicht.


Twee stromen

Het Rijnlandse en het Angelsaksische model zijn twee benamingen voor twee verschillende visies op de maatschappij en op ondernemerschap.
Het Rijnlandse model staat voor een sociaal-economisch model waarbij de overheid een belangrijke rol speelt. Zij draagt zorg voor een uitgebreid stelsel van uitkeringen, publiek onderwijs en een publieke gezondheidszorg. Het Rijnlandse model streeft naar consensus tussen overheid, werkgevers, werknemers en belangengroepen. Ondernemingen worden in deze visie gezien als een samenwerkingsvorm tussen werkgevers en werknemers. Kapitalisme met een menselijk gezicht.
Het meest bekende voorbeeld van het Rijnlandse model is Duitsland. De Nederlandse ‘verzorgingsstaat’ is een variant daarvan.
In het Angelsaksische model staat vrije marktwerking centraal. Dit betekent dat de overheid zich zo min mogelijk met de economie bemoeit en ook terughoudend is met regelgeving op sociaal terrein. In plaats van veel regels aan het bedrijfsleven op te leggen, vertrouwt dit model veel meer op zelfregulering. De welvaart zou het grootst zijn als bedrijven en mensen vrij worden gelaten om te ondernemen. Het Angelsaksische model legt binnen bedrijven de nadruk op winst op de korte termijn, waarbij het belang van de aandeelhouder centraal staat.
 
SER-bulletin januari 2009