“Als de integratiesnaar geraakt wordt, gaan alle remmen los”

Eind september werd het gepresenteerd, maar weken later riep het rapport Identificatie met Nederland van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid nog steeds heftige reacties op. Veel critici sloegen de plank mis, vindt WRR-lid Pauline Meurs. “We bewieroken de multiculturaliteit niet.”

Elke van Riel
 

“Er is gereageerd zonder dat het rapport is gelezen”, zegt Pauline Meurs, WRR-lid en hoogleraar Bestuur van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze was voorzitter van de projectgroep die het controversiële WRR-rapport Identificatie met Nederland schreef. Naast instemming van onder anderen minister Vogelaar en D66-leider Pechtold kwam daarop ook felle kritiek. Niet alleen van PVV-voorman Geert Wilders en de VVD (“multiculti-geneuzel” en “opheffen die Raad”), maar ook in talrijke columns en opiniestukken.

Volgens Meurs is de boodschap van het rapport niet overgekomen en in enkele gevallen zelfs foutief verwoord. De WRR stelt dat identiteit(en) altijd in ontwikkeling zijn – ook de Nederlandse identiteit is altijd onder constructie – en dat mensen meervoudige identiteiten kunnen hebben die zij veelal prima combineren. Zo blijkt dat loyaliteit aan het herkomstland goed kan samengaan met loyaliteit aan het land van vestiging. Dat geldt zowel voor geëmigreerde Nederlanders als voor nieuwkomers hier. Het hebben van twee paspoorten zegt in principe dan ook niets over iemands loyaliteit aan en verbinding met een land.

In het rapport wordt ingegaan op verschillende processen van identificatie: mensen kunnen zich op meerdere manieren met Nederland verbonden voelen. Ook is er aandacht voor de gevaren van het ‘wij/zij’-denken. Er wordt met grote regelmaat gesproken over allochtonen en autochtonen, maar dat onderscheid is in veel gevallen weinigzeggend, betoogt Meurs. “De verschillen binnen de allochtone populatie zijn vaak groter dan tussen allochtonen en autochtonen.”

De WRR pleit dan ook voor een zorgvuldig taalgebruik. Het woord allochtoon hoeft niet te worden afgeschaft, of vervangen door een ander woord. “Dat is naïef, maar in het beleid en in het onderzoek (CBS-statistieken) worden deze categorieën steeds weer gebruikt met als gevolg dat mensen het risico lopen te worden ‘vastgezet’ op één deel-identiteit: de etnische. Mensen die hier geboren en getogen zijn, krijgen nog steeds het predicaat allochtoon. Of studenten het goed doen of niet, heeft doorgaans niets te maken met waar hun ouders vandaan komen.”

Zucht
 
Weekblad Elsevier noemde het rapport ‘politiek’ en legde een verband met het feit dat Meurs onlangs voor de PvdA in de Eerste Kamer is gegaan en binnenkort na tien jaar bij de WRR vertrekt. Ze zucht: “De rapporten van de WRR zijn geen individuele producten. Ze worden vastgesteld door de raad en daarin zijn veel politieke kleuren aanwezig. Belangrijker is dat de raadsleden en de staf zich niet door de politiek laten leiden, maar door het onderwerp, de probleemstelling en de analyse. Ons onderzoek is multidisciplinair en gaat juist niet in één normatieve, politieke groef zitten.”

Meurs vindt dat in de reacties nauwelijks op de inhoud van het rapport wordt ingegaan. “Wij zouden bijvoorbeeld beweren dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. Dat zeggen wij niet. Wij zeggen: identiteit is geen statisch, maar een dynamisch begrip. Wie wij zijn als Nederlanders wordt nu sterk vastgezet in termen van geschiedenis. Dat betekent dat nieuwkomers daar nooit deel van kunnen worden. We pleiten niet voor cultuurrelativisme – de Nederlandse geschiedenis is heel belangrijk – maar we zeggen: kijk ook naar de toekomst en naar mogelijkheden om nieuwkomers ook deel te laten uitmaken van een gezamenlijke geschiedenis én gezamenlijke toekomst. De Nederlandse geschiedenis laat juist zien hoe onze identiteit voortdurend gevormd wordt door processen van migratie.”

Wijken
 

Zelf bracht Meurs haar jeugd in het buitenland door. Ze is in Frankrijk geboren en woonde in Mexico, Brazilië en Colombia. Haar vader komt uit Suriname. Speelt haar achtergrond een rol in hoe ze tegen zaken als identiteit aankijkt? “Je nieuwsgierigheid wordt natuurlijk wel gewekt door onderwerpen waarmee je wat hebt. Formeel ben ik een allochtoon, een niet-westerse nog wel. Ik heb pas goed Nederlands leren spreken op mijn achttiende toen ik hier kwam studeren.”

De kritiek dat de raad te kosmopolitisch zou zijn en daardoor onvoldoende oog heeft voor de sociale problemen in de oude wijken steekt haar. Fel: “Wij zouden wereldvreemd, onwetenschappelijk en naïef zijn en onmiddellijk moeten worden opgeheven. Als de integratiesnaar geraakt wordt, gaan alle remmen los. Dan is het blijkbaar niet meer mogelijk om op een inhoudelijke, rustige manier argumenten uit te wisselen.”

Aanleiding voor het rapport was volgens haar juist dat er mensen zijn die hun buurt zien verkleuren en zich er helemaal niet meer thuisvoelen, dat er jongeren zijn die zich afkeren van de Nederlandse samenleving, in de criminaliteit belanden en radicaliseren. “Dat is heel belangrijk om onder ogen te zien. Daartegen moeten we hard optreden.”

Maar daarnaast ziet Meurs een andere realiteit: namelijk die van jongeren die het juist ongelofelijk goed doen. “Die hebben analfabete ouders, maar slagen er zelf in om een hbo-opleiding af te ronden, om binnen één generatie een geweldige sprong te maken. Ze hebben goede banen en voelen zich onderdeel van de Nederlandse samenleving.” Ze vindt het erg om steeds vaker van deze jongeren te horen dat ze zich hier niet meer thuis voelen en om die reden zelfs willen vertrekken. “In zo’n land wil ik niet wonen. Het introduceren van het ‘identificatieperspectief’ kan bevorderen dat mensen zich met Nederland verbonden voelen.”

De WRR stelt vast dat onze samenleving divers van aard is, maar dat betekent geen terugkeer naar het multiculturalisme van de jaren tachtig, aldus Meurs. “Die diversiteit is gewoon een feit, geen waardeoordeel. We bewieroken de multiculturaliteit niet.” Die verscheidenheid betekent juist absoluut dat de zaak op scherp komt te staan, weet ze. Nieuwkomers moeten zich volgens Meurs invechten en hard werken. “Wonen en leven in Nederland krijg je niet cadeau.”

“We hebben weinig clementie met mensen die zich helemaal terugtrekken uit de Nederlandse samenleving”, zegt Meurs. “Dat is voor ons geen aanvaardbaar scenario.” Islamitische scholen kunnen zich daarom bijvoorbeeld niet verschuilen achter artikel 23 van de grondwet, de vrijheid van onderwijs. De raad adviseert wettelijk een ‘verbindingsopdracht’ te regelen om scholen die bezig zijn met experimenten voor verbreding te steunen.

Eigen netwerken van nieuwkomers vindt Meurs soms wel zinnig. Ze krijgt regelmatig de vraag of bijvoorbeeld Turkse studentenverenigingen niet segregerend zijn. “Als die ertoe bijdragen dat deze jongelui zich beter een plek kunnen verwerven in de Nederlandse samenleving, lijkt me dat een goede zaak. Ze fungeren als ontzettend belangrijke bruggenhoofden naar de arbeidsmarkt. Wat ik mooi vind, is dat sommige ook openstaan voor scholieren, of studenten van mbo en universiteiten met elkaar verbinden.” Ook etnische ondernemersnetwerken helpen volgens haar juist bij het inzetten van talent voor de Nederlandse samenleving.

Fortuyn
 

Het WRR-rapport hamert op het belang van studie en werk als voorwaarden voor participatie. Werken is dé manier om sociale contacten op te doen, vaardigheden aan te leren en identiteiten te vormen. De raad is voor een scherp antidiscriminatiebeleid, maar tegen positieve dicriminatie, quota’s, of convenanten vanuit de overheid, omdat mensen daarmee ook weer vastgezet worden op één identiteit.

Al in het WRR-rapport Nederland als immigratiesamenleving, dat in 2001 eveneens onder Meurs’ leiding verscheen, lag het accent op inburgering bij de werkgever, zoals toen bij KPN gebeurde. “Een van de belangrijke lijnen daarin was: dwing mensen de taal te leren, een vak te leren en haal ze naar het werk. Als we daarin niet investeren, hebben we straks een steeds groter wordend probleem.”

Het stuk was klaar in de zomer van 2001, dus nog voor de roemruchte 11e september van dat jaar. De presentatie was kort daarna toen de torens van het World Trade Center al naar beneden waren gekomen. Het rapport kreeg niet louter bijval. Er klonken ook geluiden dat het te soft zou zijn.

Ook het rapport Identificatie met Nederland kreeg een andere lading door de veranderde actualiteit. Ruim twee jaar geleden pakte de WRR op initiatief van Meurs dit onderwerp op uit verwondering over het feit dat nationale identiteit opeens naar voren werd gebracht als oplossing voor het integratievraagstuk, voor de relatie met de Europese Unie en als een antwoord op het proces van globalisering. Het ‘nee’ tegen Europa, de opkomst van de PVV en het aantreden van een kabinet, waarin twee bewindslieden zitten met een dubbel paspoort, maakten het onderwerp politiek steeds actueler.

“We hebben in dit rapport een langetermijnperspectief geschetst”, zegt Meurs. “In deze globaliserende wereld moeten we juist ons voordeel doen met mensen die van verschillende markten thuis zijn. We zijn een open land met open grenzen en daartoe moeten we ons ook verhouden. Niet de afkomst moet leidend zijn maar het werken
aan een gezamenlijke toekomst. Dat is geen gemakkelijke opgave. Het vraagt niet alleen inzet van de overheid, maar ook van het maatschappelijk middenveld en van ons allemaal.”