Zijn voormalige universiteit wil vooral scoren op internationaal niveau. En dat betekent dat zijn oud-collega’s veel tijd kwijt zijn aan het schrijven van artikelen voor een incrowd. Leo Stevens voelde zich niet langer thuis op de Erasmus Universiteit want de inmiddels emeritus hoogleraar fiscale economie wil ook aan niet-insiders uitleggen wat zijn vakgebied inhoudt. Al eerder schreef hij het sprookje over de heks Fiscalia voor zijn kinderen, eind vorig jaar verscheen voor volwassenen het boek Fiscale Fascinatie.
Ton Bennink
Hij wil er wel een kistje wijn op inzetten. Ondanks alle stoere verkiezingsdogma’s zal er toch gemorreld worden aan de hypotheekrenteaftrek. ‘Het wordt geen snelle transitie. Waarschijnlijk komt er een commissie die de boel onderzoekt. De standpunten zijn zo verhard in de verkiezingen dat men electorale schade vreest.”
Het is bijna een open deur, maar net als vele andere fiscalisten wil ook Stevens dat het puur Nederlandse fenomeen van de aftrekbaarheid van de rente voor een lening om een eigen huis aan te schaffen, langzaam maar zeker verdwijnt. “Zeker. De hypotheekrenteaftrek was ooit bedoeld om modale inkomens in staat te stellen een huis te kopen. Het is echter een korting voor inkomens met een toptarief geworden. Dat gaat op den duur tegen je werken als overheid.”
Volgens de fiscalist is de bestaande hypotheekrenteregeling onrechtvaardig, ingewikkeld en niet effectief. Hij wil het eigenwoningbezit voortaan bevorderen door het onder te brengen in box 3, maar dan wel met een ruime vrijstelling voor vermogen dat in een huis is geïnvesteerd. Vergelijkbaar met de groenbeleggingen. “Overigens hoeft van Europa niets veranderd te worden. Dat is een misvatting. De bestaande regeling hoort tot de nationale bevoegdheid.”
Een ander heet hangijzer tijdens de verkiezingen komt ook aan de beurt, meent hij. De fiscalisering van de AOW. “Daar heb ik me zo over verbaasd. CDA-politici die beweren dat ze ten principale tegen fiscalisering van de AOW zijn! En interviewers die zonder enige kennis van zaken dan braaf ‘ja’ knikken. De AOW-premie wordt gezien als een afdracht voor een verzekering, terwijl het natuurlijk gewoon een belasting is. Bovendien betalen we maximaal 17,9 procent aan AOW-premie. Dat is niet genoeg om de kosten van de vergrijzing te dragen. Die extra kosten worden ook nu al betaald uit belastingopbrengsten. En daar betalen rijkere 65-plussers ook aan mee. Als we nu ieder jaar die premie-inkomsten met een procent laten afnemen, dan merkt niemand daar wat van en zijn we in 18 jaar van het probleem af.”
Stevens merkte dat het vooral gaat om het goed uitleggen van problemen en oplossingen. “Zelfs op bijeenkomsten van ouderenbonden, kreeg ik de mensen mee. De beeldvorming in de pers was alsof fiscalisering van de AOW betekende dat we bijna de rollators van bejaarden afpakten.”
Nieuw kabinet En om beeldvorming en draagvlak gaat het Stevens. Die wil hij ook bevorderen met zijn laatste boek en door zijn werk voor de commissie die zijn naam draagt en die de lastendruk moet verminderen. In die zin is hij ook voorstander van het versoepelen van het ontslagrecht. “Je kunt niet alles bij de werkgever neerleggen. Als een werknemer geen poot uitsteekt en geen scholing volgt om employabel en productief te blijven in een veranderende samenleving is hij medeschuldig aan zijn eigen ontslag. Niet dat je hem dan als grof vuil aan de straat zet. Je moet streven naar een sociaal beleid. Maar als een werkgever mensen kwijt moet omdat zijn organisatie aangepast moet worden, en je gaat forceren dat hij niemand mag ontslaan, dan gaat de hele tent failliet. Dat kan ook niet de bedoeling zijn.”
En zo zit Stevens met bepaalde standpunten op de linkerflank van het politieke spectrum en met andere rechts. Het maakt de emeritus hoogleraar niet veel uit. Ook niet dat hij in krantenberichten soms als CDA-prominent wordt gezien. “Ik ben partijloos, bewust onafhankelijk en opgehouden te vechten tegen dat soort verkeerde berichtgeving. Ik ben een man van de nuance en iemand die zich ook laat overtuigen. Misschien ben ik daarom ook niet in hokjes te vangen. Ik adviseer slechts en schets waar nodig het fiscale landschap en de valkuilen daarin. De politiek moet beslissen. En gelukkig kan ik van betekenis zijn als fiscaal econoom. Het voelt goed en inspirerend als ik mensen als Rinnooy Kan hoor over de betekenis van mijn werk voor de beleidsvorming.”
Een uitspraak over een gewenst kabinet doet hij dan ook niet. Wel ijvert hij in zijn boek voor een hecht regeerakkoord dat bij de keuze van de verdeling van vijf procent van de totale belastinginkomsten ( 6,5 miljard euro) over zo veel mogelijk draagvlak beschikt. Want veel meer beleidsruimte is er niet volgens Stevens. Zeker 95 procent van de belastinginkomsten zijn al vastgelegd de komende jaren en het nieuwe kabinet zal daar ook gehoor aan moeten geven, wil het niet van onbehoorlijk bestuur beticht worden, zo schrijft Stevens in zijn laatste boek. “Daarom moet je ook meer kijken naar wat je bindt, dan wat je verdeelt. Ruzie gaat altijd over kleine stukjes. Buren vechten niet over de helft van de grond van de ander, maar over een paar decimeter. Zo is het ook in de politiek. Het gaat meestal om die smalle marges.”
Stevens hoopt op een kabinet met een breed maatschappelijk en politiek draagvlak, dat waar nuttig ook de zegeningen van de markt benut, maar dat ook investeert in sociale cohesie.
Hij vindt de privatisering van de telefoniemarkt een goed voorbeeld van geslaagde marktwerking. De energiemarkt ligt veel gecompliceerder. Juist omdat energie schaars is, spelen ook andere belangen dan de marktwerking een rol, aldus Stevens.
Dogmatisch Dat een formatie niet al te gemakkelijk is, heet een eufemisme eerste klas. Dat erkent ook Stevens want juist PvdA en SP waren vaak fel tegen de door bijvoorbeeld het CDA bepleitte privatisering. En ook het aanpakken van de hoogste inkomensgroepen door de SP zal niet veel handen op elkaar krijgen bij de Christendemocraten. Stevens: “Dat is zo. ‘Fiscale Fascinatie’ is een boek dat aangeeft hoe beide benaderingen tot hun recht kunnen komen. Ik heb dogmatische terreinen in kaart gebracht en geprobeerd overbruggingsmogelijkheden te laten zien. Als men maar over al te strikte dogma’s heen wil stappen, is ook een kabinet tussen CDA en de linkse partijen mogelijk.”
Dat kabinet zal als het aan Stevens ligt naast de hypotheekrenteaftrek en de AOW financiering ook de vennootschapbelasting, milieuheffingen en de heffingskortingen onder de loep moeten nemen. Zo pleit hij voor één Europese vennootschapsbelasting en voorzichtigheid met het opleggen van accijnzen en het verlenen van heffingskortingen. “Ik streef naar een economie met een menselijk gezicht. Je moet voorzichtig zijn met allerlei accijnzen en heffingskortingen die trachten het gedrag van mensen te veranderen. Een kabinet zal zich steeds moeten afvragen wat de burger net wel en net niet aankan. Zo is het midden- en kleinbedrijf de laatste jaren te zeer een ondergeschoven kindje geweest. Tariefsverlaging werkt ten faveure van de multinationals die alleen maar geïnteresseerd zijn in het gunstigste belastingklimaat en dus ook weer heel makkelijk hun biezen pakken. Ik zie liever een belastingverlaging voor de familiebedrijven. Die zorgen voor sociale cohesie omdat ze diep geworteld zijn in onze samenleving.”
Onderwijzer Stevens is gestopt met lesgeven. Vorige maand verzorgde hij een afscheidscollege voor zijn studenten. Zijn universitaire loopbaan is ten einde. “Ik heb dit altijd een prachtig vak gevonden. Fiscale economie moet je met bezieling geven. Dat heb ik altijd gedaan. Het lijkt een supersaai vak, maar dat is het niet. Ik ben een onderwijzer. Ik wil studenten bewustmaken van hun verantwoordelijkheid. Ze moeten niet alleen studieboeken lezen, maar ook de krant. Ze dienen te worden geconfronteerd met de maatschappelijke spanning tussen rechtvaardigheid en effectiviteit. Je moet ze vormen tot verantwoordelijke professionals. De toepassing van fiscale regelgeving is niet louter een technische kwestie. Je moet je inleven in de gevolgen van je beslissingen. Zo moeten belastingsinspecteurs ook werken. Als een soort rechter, zonder de ‘regel-is-regel’-mentaliteit. Maar met elke keer weer een goede afweging.”
Werkweken
Stevens stapte op omdat hij zich niet meer kon vinden in de koers van de faculteit. Volgens de emeritus hoogleraar wil de universiteit vooral scoren op internationaal vlak door voor incrowd wetenschappelijke artikelen in toonaangevende internationale tijdschriften te laten publiceren. “Deze lijn is de mijne niet. Wetenschap moet in verbinding staan met de samenleving, maar dreigt weer in de ivoren toren terug te keren. Wie leest en begrijpt die internationale publicaties nou? Dat zijn louter vakgenoten. Gesprekken zoals wij die nu voeren, zullen ook steeds minder plaatsvinden. Simpelweg omdat academici het straks niet meer lonend vinden met de journalistiek te praten. Dat is zonde. Je moet kunnen uitleggen waarom je wetenschap bedrijft en wat het voor de samenleving oplevert.”
Stevens blijft desondanks een druk bezet man. Al zal hij zelf nooit de belastingpraktijk ingaan; dat heeft hij ook nooit gedaan. “Ik heb de wetenschappelijke onafhankelijkheid hoog in het vaandel. Toch valt er nog genoeg te doen in de samenleving. Mijn fiscale fascinatie is groot genoeg om nog een tijdje door te gaan, al worden mijn werkweken wel wat korter. Dat kan overigens geen kwaad.”
Geert Mak en Heks Fiscalia Als bewonderaar van de schrijfstijl van journalist Geert Mak probeerde Stevens zijn boek Fiscale Fascinatie ook toegankelijk te maken voor geïnteresseerde niet-fiscalisten. Hij is redelijk geslaagd beeldend en duidelijk te formuleren, al dwingt de materie soms toch ook tot moeilijkere passages. “Mak brengt de geschiedenis bij de mensen”, zegt Stevens. “Datzelfde wil ik ook proberen met die hele afstandelijke wereld van de fiscaliteit. Maar de vereenvoudiging kost veel energie, terwijl collegae weer van mening zijn dat sommige zaken niet diepgaand genoeg zijn uitgelegd.”
Het verhalend schrijven maakte Stevens zich eigen toen zijn kinderen klein waren. “Na weer een technisch boek Elementair Belastingrecht, vroegen mijn kinderen wanneer ik nu eens een leuk boek ging schrijven. Ik heb toen drie kinderboeken geschreven waaronder Heks Fiscalia. Daarvan heb ik veel geleerd, ook voor mijn wetenschappelijk werk. Je wordt namelijk gedwongen helder en duidelijk te schrijven en je te verdiepen in wat de lezer kan boeien.”
Zijn medewerkers geeft hij de raad zo nu en dan een stukje te schrijven voor een krant. Dan dwing je jezelf kort, bondig en to the point te formuleren en word je genadeloos geconfronteerd met je taalgebruik. Je hebt namelijk geen ruimte voor overtollige woorden en zinnen.”