Home | Publicaties | SERmagazine | 2006 | oktober 2006 | Wekelijks over de vloer

Yvon van Houdt wil meer zorgende mannen

Haar eerste jaar in het vierkoppige CNV-bestuur zit er bijna op. Het eerste grote SER-advies waar ze bij betrokken was, is zo goed als klaar. Yvon van Houdt was de afgelopen maanden veel tijd kwijt aan het eerste deel van het middellange-termijnadvies dat deze maand wordt vastgesteld. “Ik vond het heel intensief. Op het laatst kwam ik wekelijks bij de SER over de vloer.”

Christel Witteveen

Als vakbondsbestuurder is Yvon van Houdt van plan om, zoals ze zelf zegt, “de polder wat meer in de huiskamer te brengen”. “Een advies van de SER toelichten is één, maar het is de kunst om ook aan te geven wat wij als CNV met dat advies willen bereiken. Transparanter worden naar de achterban, dat is voor mij een grote uitdaging.”

Tijdens de onderhandelingen over het middellange-termijnadvies heeft het CNV vooral aangedrongen op de keuzevrijheid van mensen bij de verhoging van de arbeidsparticipatie. Van Houdt: “Niet iedereen wil voltijd werken en wij vinden dat mensen er vrij in moeten zijn om te beslissen hoeveel uren ze willen werken. Die keuzevrijheid uit zich in ultieme vorm in ons voorbehoud over de algemene heffingskorting. Het gaat ons te ver om iemand te straffen omdat hij of zij niet werkt. Wij zoeken liever naar positieve prikkels om mensen te helpen aan een baan of om het aantal uren dat iemand werkt, uit te breiden.”

Wat van Houdt betreft, is er nog een wereld te winnen als het gaat om het combineren van werken met de zorg voor kinderen. “Ik zou graag de huidige cultuur willen veranderen zodat een wekelijkse zorgdag ook normaal wordt voor mannen met kinderen. Als mannen een dag minder werken, verlaagt dat de drempel voor vrouwen om te kunnen blijven werken. Die kunnen dan makkelijker een baan van drie of vier dagen aannemen, dan hebben ze veel meer keuze uit banen. Ik ben ervan overtuigd dat dat enorm scheelt in de arbeidsparticipatie van vrouwen.”

De suggestie in het SER-advies om werktijden beter te laten aansluiten op schooltijden, levert volgens Van Houdt een belangrijke bijdrage aan het kunnen combineren van werk en zorgtaken. “Ik vind dat werkgevers zich wel eens wat flexibeler op mogen stellen. Ze zouden vaders en moeders de mogelijkheid moeten bieden om een of twee dagen per week niet of korter te werken zodat ze hun kinderen op kunnen vangen. Werkgevers denken te veel in contracten van vijf dagen acht uur werken. Dat is niet meer de realiteit.”

Weerbaar

Voor Van Houdt persoonlijk is het combineren van werk met de zorg voor kinderen nooit een punt geweest. Ze wist al heel jong dat ze graag kinderen wilde en dat ze dat wilde combineren met een baan. “Toen mijn kinderen nog heel jong waren, werkte ik drie dagen in de week. Dat gaf de nodige rust in het gezin. Deze bestuursfunctie bij het CNV is een voltijdbaan, maar wel flexibel. Ik zit ‘s avonds met beleidsstukken achter mijn computer of pleeg de nodige telefoontjes. Op die manier kan ik toch een dag per week thuis zijn met mijn kinderen. Net als mijn man overigens.”

Overigens maakt Van Houdt zich ook sterk voor andere groepen mensen die onnodig thuis zitten. “Als het gaat om arbeidsparticipatie hebben we allereerst een categorie van mensen die al ergens werken en waarvoor we moeten zorgen dat ze ook aan de slag kunnen blijven. Hoe blijven ze wendbaar en weerbaar? Voor mensen die zicht hebben op het verliezen van hun baan, maken we in cao’s of in sociale plannen afspraken over werk na werk. Mensen die feitelijk al thuis zitten, hoeven dan bij sollicitaties niet te zeggen: ‘ik zit werkeloos thuis’. Dat geeft hun een grotere kans op de arbeidsmarkt.”

Van Houdt klinkt boos als ze praat over de situatie van mensen die nu zonder baan zitten, maar dolgraag zouden willen werken: “Mensen in een herbeoordelingstraject komen nauwelijks meer aan de bak. Ook al zijn ze voor de volle honderd procent goedgekeurd, als ze een zichtbare handicap hebben, gaan alle andere sollicitanten voor. Wij gaan kijken hoe we die mensen toch aan het werk krijgen.”

Een idee dat nog in de kinderschoenen staat, is het zogeheten buddy-project. WAO‘ers die weer aan de slag willen, zouden begeleiding moeten krijgen van een WAO‘er die het al wel gelukt is om een baan te vinden.

Ook ziet Van Houdt heil in de no-risk-polis. Werkgevers die een deels arbeidsgeschikte werknemer in dienst nemen, zouden via die polis gecompenseerd moeten worden voor het ziekengeld als de betreffende werknemer binnen vijf jaar uitvalt wegens arbeidsongeschiktheid. “Werkgevers weten vaak niet hoe weinig risico ze lopen als ze een WAO’er in dienst nemen. Wij willen hen daar meer bewust van maken. Bovendien willen we de risico’s die er nog wel zijn, zoveel mogelijk wegnemen.”

Een van de onderwerpen in het volgende middellange-termijnadvies is het ontslagrecht. Op de verschillende personeelsafdelingen waar ze werkte, heeft Van Houdt ervaren hoe soepel werkgevers met dat recht willen omgaan. “Ik heb aan den lijve ondervonden dat werkgevers acuut van een medewerker afwilden bij een conflict of niet goed functioneren. Ik hoor werkgevers nu klagen dat het zo duur is om mensen te ontslaan, ze noemen het ontslagrecht star. Ik vind dat ze beter moeten kijken naar andere opties dan ontslag. Hoe kunnen ze de relatie met dergelijke medewerkers verbeteren? In het volgende middellange termijnadvies gaan we daar afspraken over maken.”





Liever met mensen praten dan achter de computer

Tijdens haar studie aan de sociale academie in Groningen, raakte Yvon van Houdt (38) geïnteresseerd in vakbondsrecht en sociale verhoudingen. Ze schreef een scriptie over de toekomst van het CNV en voor de daaropvolgende studie sociologie deed Van Houdt een afstudeeronderzoek naar loopbaanbelemmeringen van vrouwen die bij de politie werken. Het onderzoekswerk vond ze interessant maar Van Houdt bleek niet iemand die geduldig achter een computer kan zitten. Liever trekt ze het land in om met mensen te praten.

Na haar studie was Van Houdt zeven jaar lang bestuurder bij CNV Dienstenbond. Om te zien wat zich binnen de vier muren van bedrijven afspeelt, stapte ze tijdelijk over naar P&O-functies, onder andere bij het Rotterdamse openbaarvervoerbedrijf RET en de scholenvereniging CVO. Uiteindelijk lokte het vakbondswerk weer. In oktober 2005 werd Van Houdt landelijk bestuurder bij het CNV. Van Houdt is getrouwd en heeft een dochter van zeven en een zoontje van vier.
SER-bulletin oktober 2006

Inhoudsopgave

Alles over het thema