Jarenlang stond Colombia op de zwarte lijst van de ILO, de internationale arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties. Stakingen werden bruut neergeslagen, vakbondsbestuurders mishandeld en zelfs vermoord. Van een vervolging van de daders was vaak geen sprake. Kroonlid Paul van der Heijden probeerde daar wat aan te doen. Vorige maand boekte hij resultaat. Op de ILO-vergadering in Genève kondigde de Colombiaanse regering maatregelen aan.
Al een aantal jaren is Van der Heijden voorzitter van de ILO-commissie die toeziet op de naleving van de belangrijkste verdragen. Drie keer per jaar komt hij met zijn commissie bijeen. Elke keer staan er zo’n dertig landen op de agenda waarover klachten zijn binnengekomen.
De aard van de klachten loopt flink uiteen: kinderarbeid, ongelijke behandeling van mannen en vrouwen, slechte betaling van lonen en geweld tegen stakers. In de jaren tachtig kwam ook Nederland ter sprake toen de minister van Sociale Zaken de cao-lonen bevroor. Dat was in strijd met internationale verdragen waarin gesteld werd dat het vaststellen van de lonen een zaak is van werkgevers en werknemers, en dus niet van de overheid.
De klachten over Colombia waren van een heel andere orde. “Het land was echt een extreme uitzondering”, vertelt Van der Heijden.
Vakbondsactivisten waren er hun leven niet zeker. In bepaalde jaren werden er zelfs meer dan 200 vermoord. Van een serieuze vervolging van de daders was geen sprake. Van der Heijdens commissie signaleerde het, zocht het uit en deed aanbevelingen aan de ILO-bestuurders.
Vervolgens probeerden die druk uit te oefenen op de Colombiaanse overheid. Dat ritueel herhaalde zich een aantal keren, maar met vooralsnog weinig resultaat.
Vandaar dat een ILO-delegatie, onder leiding van Van der Heijden, eind vorig jaar zelf polshoogte ging nemen. “We zijn toen een week in Colombia geweest en hebben zo’n beetje iedereen gesproken.” De delegatie constateerde dat het land wel allerlei wetten en regels kent die goed overleg tussen werkgevers en werknemers mogelijk maken. In de praktijk werd daar niks mee gedaan. De commissie adviseer-de om die zo snel mogelijk weer tot leven te wekken. Ook adviseerde ze om een regionaal kantoor van de ILO te openen in de hoofdstad Bogotá.
Dat zou niet alleen de naleving van de ILO-regels in de gaten kunnen houden, maar ook hulp kunnen bieden bij de vervolging van overtreders en bij het stimuleren van het overleg tussen werkgevers, werknemers en overheid.
“Je ziet nu dat internationale druk dus toch kan werken”, zegt Van der Heijden. De Colombiaanse overheid had er volgens hem genoeg van dat ze steeds in het beklaagdenbankje werd gezet en nam begin vorige maand de aanbevelingen over. Van der Heijden heeft sterk de indruk dat president Uribe, die kort daarvoor herkozen werd, schoon schip wil maken.
Helaas werkt die aanpak niet overal, erkent Van der Heijden. “Daarbij gaat het vaak om landen met een militaire dictatuur. Het beroemdste voorbeeld is natuurlijk Birma (Myanmar). Daar is weinig verbetering te bespeuren.” (JB)