Slechts een kwart van alle innovaties in het bedrijfsleven is te danken aan technologische vernieuwing. De rest komt voort uit het beter benutten van de competenties van medewerkers, slimmer managen en flexibel organiseren. Een nieuw kenniscentrum moet deze sociale innovaties bij bedrijven stimuleren.
Christel Witteveen
“Nederlandse bedrijven staren zich blind op de gedachte dat alleen technologische investeringen leiden tot innovatie.”
Dat zegt Henk Volberda, hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingsbeleid, die het innovatiebeleid van 9000 bedrijven onder de loep nam. “Met alle aandacht voor sociale innovatie komt nu eindelijk naar boven dat slim managen en slim organiseren van de arbeid een veel grotere bijdrage leveren aan innovatie en daarmee aan een verhoging van de arbeidsproductiviteit.”
Het valt Volberda op dat managers van innovatieve bedrijven zelf vaak een sterke passie hebben voor innovatie. Maar minstens zo belangrijk is dat ze die passie delen met de overige medewerkers. Verder kennen dergelijke bedrijven veelal een platte organisatiestructuur en een informele cultuur. Meestal zijn ze relatief klein. Logisch; hoe meer een bedrijf groeit, hoe meer het moet formaliseren en hoe minder flexibel het wordt. Ten slotte speelt ook de inrichting van de arbeid een belangrijke rol.
Bedrijven bedenken talloze manieren om slimmer te werken. Het afgelopen jaar publiceerde het SER-bulletin verschillende verhalen uit de praktijk. Daarin werd beschreven hoe Heineken flexibele werkroosters introduceerde om beter te kunnen inspelen op de seizoensinvloeden. Voorzitter Hans Beckers van stichting Humanitas vertelde hoe hij een positieve sfeer in zijn organisatie wist te creëren door invoering van de ‘ja-cultuur’.
De personeelsmanager van vezelfabrikant Tejin Twaron legde uit hoe zijn leeftijdsbewust personeelsbeleid werkt. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen en geneesmiddelenfabrikant VSM gaven aan dat de motivatie van hun medewerkers steeg als ze de mogelijkheid kregen om cursussen te volgen.
Maximaal Volberda wijst op het gevaar dat ondernemers afhaken als de discussie over sociale innovatie zich beperkt tot slimmer werken.
“In mijn optiek gaat sociale innovatie ook over flexibel organiseren en dynamisch managen.” De definitie van de taskforce Sociale Innovatie spreekt de Rotterdamse professor daarom wel aan: “Bij sociale innovatie gaat het om vernieuwing van arbeidsorganisaties en het maximaal benutten van competenties van medewerkers, gericht op het verbeteren van bedrijfsprestaties en ontplooiing van talent.”
Dat klinkt natuurlijk mooi. Toch hebben lang niet alle Nederlandse bedrijven dit in hun missie opgenomen. Integendeel. Volgens Volberda steekt zo’n 80 procent de kop in het zand. Veel bedrijven zijn sterk hiërarchisch georganiseerd en hechten meer belang aan kostenverlagingen dan aan organisatievernieuwing. “Dat kun je een tijd volhouden”, zegt Volberda. “Maar nu de economie weer aantrekt, heeft dit soort bedrijven een achterstand. Unilever noemde zijn strategie path to growth. Het bedrijf schrapte een heleboel merken en rationaliseerde de marketingbudgetten. Alles draaide om efficiency en dat heeft de onderneming echt geen groei opgeleverd. Ze hadden beter meer kunnen investeren in nieuwe producten en diensten om op die manier ruimte te creëren voor innovatie.”
Het is volgens Volberda prima mogelijk om rigide bedrijven flexibeler te maken. Zelf ervaarde hij dat bij het onderdeel halfgeleiders van Philips. Daar trof hij veel laagopgeleide mensen aan die onregelmatig werk hadden. Ze toonden zich weinig betrokken en maakten veel fouten. Dat wilde Philips veranderen. Nieuwe medewerkers kregen een vast contract en moesten minimaal vier functieopleidingen doen. Ook kwamen ze te werken in zelfsturende teams die per week een doelstelling meekregen. Volberda: “We zagen al snel dat de teams met nieuwe medewerkers rouleerden als een van hen ziek was. Dan ging iemand achter de trilmal staan in plaats van bij de vertinlijn. De medewerkers in de zelfsturende teams raakten meer betrokken bij de bedrijfsvoering en maakten uiteindelijk ook minder fouten.”
Betrokkenheid van het personeel is belangrijk. Volgens Volberda bestaat er een sterke relatie tussen betrokkenheid en innovatie.
“Bij een bedrijf met weinig betrokken medewerkers moeten alle ideeën van het management komen. Dat levert maar weinig op. Het management staat meestal ver af van de klant en vangt dus minder signalen op vanuit de markt.”
Talent Bedrijven kunnen die betrokkenheid bevorderen. Bijvoorbeeld door te investeren in de ontwikkeling van talent of door beloningsbeleid, zo blijkt uit het onderzoek van Volberda. “Tenminste, als het gaat om teambeloning. Individuele beloning stimuleert innovatie niet. Als je een medewerker individueel gaat belonen, is de kans kleiner dat iemand ideeën gaat delen dan wanneer het hele team beloond wordt.”
Dat productiviteitsverhoging mede tot stand komt door talenten van medewerkers beter te ontplooien, noemt Volberda een mooie troef voor de vakbeweging. “Bedrijven moeten er iets mee dat mensen op productielocaties na hun vijfenveertigste zijn uitgeblust. Tot nu toe gaan ze weinig efficiënt met dit soort medewerkers om. De kennis die zij hebben opgebouwd wordt vaak helemaal niet benut. Je zou die mensen kunnen revitaliseren door ze een iets andere rol te geven. Dat is iets waar de vakbeweging zich hard voor kan maken.”
Eind vorige maand hebben sociale partners, overheid en onderzoeksinstituten als TNO en Volberda’s Erasmus Universiteit, de komst van een kenniscentrum voor sociale innovatie aangekondigd. Volberda: “Dat moet een actiecentrum worden voor lopende en nieuwe projecten op het gebied van sociale innovatie. Ondernemingen kunnen er praktijkvoorbeelden uitwisselen en kennis ophalen. Ook zullen er initiatieven genomen worden voor experimenten en actie-onderzoek. Er zullen seminars georganiseerd worden, opleidingen en trainingen. We willen nog graag onderzoeken hoe we arbeidsorganisaties nou het beste kunnen inrichten. Hoe kunnen talenten nog beter worden ontplooid en welk type leiderschap is het meest bevorderlijk voor sociale innovatie?"
Leren sociaal innoveren (8 en slot) Wil de Nederlandse economie zich ontwikkelen tot een kenniseconomie, dan moeten bedrijven zich onderscheiden door het aanbieden van kwalitatief hoogwaardige producten en diensten. Dat kan niet alleen door nieuwe technologische vindingen. Ook de menselijke kant van het productieproces zal een vernieuwing moeten ondergaan waarbij tegelijkertijd wordt gewerkt aan betere bedrijfsresultaten en een grotere tevredenheid van werknemers. Dat is sociale innovatie. De afgelopen maanden belichtte het SER-bulletin steeds een andere organisatie die bezig is om dit in de praktijk te brengen.