Van de oorspronkelijke kabinetsplannen met de werkloosheidsuitkeringen is weinig meer over. Na twee jaar trekken en duwen hebben sociale partners en kabinet overeenstemming bereikt over een nieuwe WW waarmee iedereen tevreden lijkt. Als ook het parlement de komende weken het SER-advies volgt, zal de wet veel grondiger verbouwd worden dan de politieke partijen voor ogen hadden. De totstandkoming van het advies is een proces waarbij politicologen hun vingers af kunnen likken. Meer dan voldoende reden dus voor een terugblik met betrokkenen op een hervorming die eigenlijk niemand zag aankomen. “Verkorting van de WW-duur was in Nederland bijna een ideologische kwestie geworden.”
Jan Buevink
“Het is vooral verliesreductie, ja dat is waar.” De net teruggetreden CNV-voorzitster Josine Westerbeek-Huitink draait er niet om heen. Westerbeek, die na het vertrek van Doekle Terpstra korte tijd de scepter zwaaide bij de christelijke vakcentrale, was jarenlang de nummer twee van het CNV en acteerde vooral achter de schermen. Als vice-voorzitster was ze een van de hoofdrolspelers in de maandenlange onderhandelingen over het WW-advies dat de SER in april presenteerde. Het belangrijkste resultaat daarvan is volgens haar dat de kabinetsplannen met de Werkloosheidwet van tafel zijn gegaan. In ruil daarvoor moesten de bonden flink slikken: de maximale uitkeringsduur werd met meer dan een derde bekort. Makkelijk ging dat niet. Als ze weer eens terug moest naar haar achterban met een tussenstand, kreeg Westerbeek regelmatig te horen dat de onderhandelaars wel erg ver gingen. “Maar we zijn er wel in geslaagd om voor jongeren, flexwerkers en herintreders de WW overeind te houden. Als het aan het kabinet gelegen had, waren die groepen nu buiten de boot gevallen.”
Vice-voorzitter Ton Heerts van de FNV wil het woord verliesreductie liever niet horen. Ook hij was in de eerste maanden van dit jaar een groot deel van zijn tijd kwijt aan het onderhandelen over de WW. “Het ging erom een keiharde bezuinigingsoperatie om te draaien naar een veranderingsoperatie.” Dat is volgens Heerts gelukt en daardoor is het resultaat veel meer dan verliesreductie. De schande om in de WW te komen wordt kleiner, er komt meer aandacht om werkloosheid te voorkomen en er wordt meer gedaan om werklozen weer aan het werk te helpen. “In onze plannen zit ook een veel duidelijkere verantwoordelijkheidsverdeling. En het kabinet heeft echt geen pleidooi gehouden om werknemers premie te laten betalen of de duur te verkorten. Dat was onze inbreng.”
“Verkorting van de duur van de WW was in feite een politiek taboe geworden”, analyseert onderhandelaar Jan Willem van den Braak van VNO-NCW, als hij op een mooie julidag in 2005 terugkijkt op het hele proces. “Twee jaar geleden was minister Zalm eigenlijk de enige politicus die daar openlijk voor pleitte. In het kabinet kreeg hij dit er niet door omdat het CDA dwars lag. Het was bijna een ideologische kwestie geworden. Nu dit advies er ligt, zegt iedereen: wat een goed verhaal. Het vastgeroeste denken is losgebroken en die hele ideologische tegenstelling is opeens verdampt.”
De directeur sociale zaken van VNO-NCW wijst er nog maar eens op dat het advies een vrucht is van het najaarsakkoord van vorig jaar. Na een sociale onrust die Nederland lang niet meer gezien had, maakten regering en sociale partners afspraken over WAO, VUT, prepensioen, levensloop en WW waarmee de vrede weer getekend werd. “De vakbeweging heeft toen de facto de hervormingskoers van het kabinet geaccepteerd als hoofdrichting van beleid”, zegt Van den Braak. “Dat was een grote ongewisse stap. Ik denk dat wel meer mensen zich daar toen over verbaasd hebben.”
Hervorming
Als alles volgens plan gaat, zal het de vernieuwing van de Werkloosheidswet de geschiedenis ingaan als een van de grote hervormingen van het tweede kabinet-Balkenende. Vooraf had niemand dat verwacht. Balkenendes eerste kabinet, dat nog maar drie jaar geleden aantrad, had nauwelijks plannen met de WW. In het regeerakkoord van medio 2002 stonden niet meer dan twee maatregelen om de WW minder aantrekkelijk te maken als afvloeiingsregeling voor ouderen. Iedereen die met een gouden handruk werd weggestuurd, zou een lagere uitkering krijgen en de duur van de vervolguitkering werd gehalveerd. Wie na zijn WW (van maximaal vijf jaar) nog geen nieuwe baan had, kreeg van de nieuwe coalitie in plaats van twee jaar nog maar een jaar recht op een uitkering op bijstandsniveau, maar dan zonder de strenge bijstandsregels.
Het nieuwe kabinet kreeg geen tijd om zijn plannen uit te voeren. Ruzie binnen de LPF zorgde ervoor dat de coalitie al snel uit elkaar viel en Nederland binnen het jaar opnieuw naar de stembus mocht. De meeste partijen trokken hun oude verkiezingsprogramma uit de kast, pasten het een beetje aan en gingen ermee de boer op.
Geen enkele grote partij presenteerde plannen om de WW aan te pakken, met uitzondering van de VVD. De vervolguitkering mocht van de liberalen wel helemaal weg, zeker ook omdat het nog eens 150 miljoen aan besparingen op zou leveren.
Als CDA, VVD en D66 na de verkiezingen onderhandelen over een mogelijke samenwerking komt die VVD-wens inderdaad in het regeerakkoord. Daar blijft het niet bij. In de uiteindelijke afsprakenlijst staan ook maatregelen waaraan geen enkele partij voor de verkiezingen gedacht heeft. Zo wordt de kortdurende uitkering afgeschaft. Wie minder dan vier jaar gewerkt heeft, krijgt niks meer en moet op zijn spaargeld interen of naar de bijstand. Ook voor wie wel voldoende jaren gewerkt heeft, wordt het moeilijker. Naast de jareneis geldt er namelijk ook nog een tweede voorwaarde om voor een uitkering in aanmerking te komen en die wordt strenger. Was het voorheen voldoende als iemand 26 van de laatste 39 weken gewerkt had, het kabinet wilde naar 39 van 52.
“Het oogde allemaal niet zo doordacht”, zegt VNO-NCW-onderhandelaar Van den Braak. Achter de kabinetsplannen met de WAO zat volgens hem nog een duidelijk gedachtegoed. Hier niet. “Dit kwam eigenlijk min of meer uit de lucht vallen, het was een nogal opportunistisch bezuinigingsplan.” Van den Braak was ook verbaasd dat het kabinet hier geen advies over wilde vragen aan de SER. Dat was hem al vrij snel duidelijk geworden na het aantreden van de nieuwe ploeg, maar het werd nog eens bevestigd toen de bewindslieden net voor de zomer kwamen kennismaken met de sociale partners. Van den Braak: “Ik dacht toen: als je hier al geen advies meer over vraagt, waarover dan nog wel? Het kabinet gaf er het signaal mee af dat men zich ook verder niet al te veel gelegen wilde laten liggen aan de SER.”
Ontploffing Die inschatting lijkt te kloppen. Als begin augustus 2003 een groot deel van Nederland nog aan warme stranden ligt, schaft minister De Geus van Sociale Zaken de vervolguitkering af. Advies van de sociale partners vraagt hij inderdaad niet. Die zijn dan ook woedend. Volgens dagblad Trouw heeft het kabinet een bom onder het poldermodel gelegd en tot ontploffing gebracht.
Zo erg is het niet. Twee maanden later blijkt het poldermodel nog recht overeind te staan. Het kabinet heeft dan al weken lopen roepen dat werknemers hun looneisen moeten matigen om de Nederlandse concurrentiepositie te verbeteren. Op 2 oktober sluit het samen met de sociale partners een najaarsakkoord. In ruil voor twee jaar loonmatiging belooft het kabinet een aantal maatregelen terug te draaien, te verzachten of nader in te vullen in overleg met de sociale partners.
Op dat moment zijn er twee hete hangijzers die veel aandacht naar zich toetrekken: de hervorming van de WAO die al jarenlang sleept en de afschaffing van VUT en prepensioen, waarmee het kabinet-Balkenende de vakbeweging in de gordijnen heeft gejaagd. Over dat eerste mag de SER nog een nader advies uitbrengen. Over dat tweede gaat de Stichting van de Arbeid na of iedereen het eens kan worden over een nieuw stelsel waarin ook plaats is voor een nieuwe levensloopregeling.
Over de plannen met de WW mag de SER alsnog adviseren, belooft het kabinet. Niet over de vervolguitkering, want die is definitief weg, wel over de afschaffing van de kortdurende uitkering en het opkrikken van de wekeneis. Als er voor maart een advies ligt, zal het kabinet dat als zwaarwegend beschouwen. Tot die tijd zal het zelf geen wetsvoorstellen naar de Kamer sturen. De plannen om ontslagvergoedingen te korten gaan voorlopig van tafel.
Dat het om een afgedwongen adviesaanvraag gaat, blijkt duidelijk uit het moment waarop de minister hem verstuurt. Omdat de sociale partners het akkoord nog aan hun achterban willen voorleggen, kunnen ze het pas op 18 november ondertekenen. Exact een dag later komt de aanvraag over WW bij de SER binnen, net als die over de WAO.
Doodvonnis Ondertussen gaat binnen het kabinet het denken over de WW verder. Al eerder had minister Zalm van Financiën voorgesteld om de maximale WW-duur terug te brengen van vijf naar drie jaar, maar daar kreeg hij minister De Geus niet in mee. Nu is het minister Brinkhorst van Economische Zaken die voor duurbeperking pleit. Ook hij vangt bot. Wel leidt die discussie in februari tot een nieuwe adviesaanvraag aan de SER. Nog voordat de raadsleden de kans hebben gehad om zich uit te spreken over de onderdelen van de Werkloosheidswet die onder vuur liggen, mogen ze zich over een veel breder onderwerp buigen: de toekomstbestendigheid van het hele WW-stelsel.
In de weken daarop draait de overlegeconomie op volle toeren. Commissies binnen SER en Stichting van de Arbeid vergaderen zich suf. Maar de machinerie stokt als het kabinet een unaniem SER-advies over de WAO, dat in februari verschijnt, slechts ten dele overneemt. Het vertrouwen van de sociale partners in de overheid krijgt een deuk. Met name de vakbeweging begint zich serieus af te vragen in hoeverre ze nog zaken kan doen met dit kabinet. Het wordt allemaal nog erger als er ook geen overeenstemming komt over VUT, prepensioen en levensloop. In mei barst de bom als na een hele dag vergaderen het voorjaarsoverleg 2004 jammerlijk mislukt.
“Toen we er met de VUT niet uitkwamen, betekende dat eigenlijk ook het doodvonnis voor het WW- advies”, zegt Van den Braak. “De rek was eruit, zeker voor de vakbeweging.” Het denken over de toekomstbestendigheid van de WW was al eerder op een laag pitje gezet, maar de vraag van het kabinet over de kortdurende WW en de wekeneis lag nog wel te wachten op een antwoord. Een maand na het mislukte overleg bracht de SER daar een jammerlijk verdeeld advies over uit. FNV en CNV verwierpen de plannen, VNO-NCW steunde ze en de overige SER-leden vonden zich wel in een aanscherping van de wekeneis, maar niet in de afschaffing van de kortdurende uitkering.
Twee weken later besluit het kabinet gewoon zijn eigen gang te gaan. Wat in het regeerakkoord al was aangekondigd, gebeurt: de kortdurende uitkering verdwijnt. Wie vanaf 1 januari 2005 nog geen vier jaar gewerkt heeft, komt niet meer in aanmerking voor een werkloosheidsuitkering. Voor alle anderen gaat de wekeneis omhoog van 26 naar 39.
Binnen het kabinet ondernemen de ministers Zalm en Brinkhorst dan ook weer nieuwe pogingen om een duurverkorting erdoor te krijgen. Ook dit keer krijgen ze bij hun CDA-collega De Geus geen voet aan de grond. De verhoudingen tussen kabinet en sociale partners verharden als het kabinet nog meer maatregelen neemt waarmee het de vakbeweging tegen de haren instrijkt. De steeds feller wordende acties leiden begin oktober tot de grootste Nederlandse vakbondsdemonstratie ooit. Op en op weg naar het Amsterdamse Museumplein protesteren zo’n 300.000 mensen.
Achilleshiel Vrij snel na de demonstratie zoeken de partijen elkaar weer op en achter de schermen bespreken ze de mogelijkheden om uit het conflict te komen. Ruim een maand later wordt de vrede alweer getekend en na de hete herfst kan het kabinet Balkenende zijn derde najaarsakkoord sluiten. Over WAO, prepensioen en levensloop worden gedetailleerde afspraken gemaakt. Over de WW komen die er niet. Het kabinet belooft de eigen plannen voorlopig niet uit te voeren en geeft de SER tot 1 april de tijd om een alternatief te verzinnen. De expliciete toezegging om dat vervolgens ook over te nemen doet het kabinet niet, maar het komt wel in de buurt. Als het SER-voorstel net zoveel besparingen oplevert als het kabinetsplan, zal het kabinet dat als zeer zwaarwegend beschouwen.
“Het was dus gewoon een procedureafspraak met randvoorwaarden”, zegt VNO-onderhandelaar Van den Braak nuchter. “Maar die randvoorwaarden waren wel scherp. Het was voor de vakbeweging natuurlijk ook een hele stap om te gaan instaan voor een volumedoelstelling die ze niet zelf had bedacht. Dat is dus de andere kant van dat najaarsakkoord. Niet alleen het kabinet heeft daar ingeleverd, de vakbeweging heeft dat ook gedaan.”
“We wisten meteen dat dit de achilleshiel van het najaarsakkoord was”, zegt FNV-onderhandelaar Ton Heerts. “Maar op 5 november realiseerden wij ons niet dat het zo moeilijk zou worden. We tekenden voor iets waarvan we wisten dat een deel van onze achterban er niet op vooruit zou gaan.”
Knoppen “Die afspraken uit het najaarsakkoord bleken al snel minder duidelijk dan gedacht”, zegt Kolnaar, die als voorzitter van de commissie Sociale Zekerheid de opdracht kreeg het SER-advies voor te bereiden. “Er stond wel in dat het aantal uitkeringsjaren met 43.000 omlaag moest, maar niet hoe dat moest worden berekend. Wat mocht je daarbij wel en niet meetellen?”
Er lagen flink wat wegen open om die reductie te bereiken, zegt Kolnaar: zwaardere toegangseisen, lagere hoogte, kortere duur. “Er waren wel twaalf verschillende knoppen waar
aan we konden draaien. Maar als de ene partij een knop naar links wilde draaien, wilde de andere een andere knop naar rechts. Dat was nauwelijks te overzien. Vandaar dat we maar snel besloten hebben om de zaak terug te brengen tot een aantal kernpunten.
Maar ook op die kernpunten liepen de meningen flink uit elkaar. Dat de nieuwe WW in de eerste maanden wat hoger zou worden dan nu en daarna zou afnemen, vond iedereen wel een goed idee. Dat zou werklozen de kans geven om zich met een redelijke uitkering te oriënteren op een nieuwe baan. Werkloosheid zou ook minder als schande worden ervaren. De daling daarna zou werklozen moeten prikkelen om snel serieus te gaan zoeken naar iets nieuws. Maar toen werkgevers voorstelden om de uitkering uiteindelijk te laten zakken naar 60 procent van het laatstverdiende loon, was dat voor de werknemers onbespreekbaar. Ook wel begrijpelijk, vindt Kolnaar. “Veel mensen hebben een uitkering op 130 procent van het minimumloon. Door ze 60 procent te geven, zouden ze onder het sociaal minimum zakken.”
Een ander heikel punt was de duur van de uitkering. VNO-NCW pleitte al halverwege de jaren negentig voor een maximale WW-duur van twee jaar om zo de arbeidsmarkt te flexibiliseren. Voor de bonden was dat taboe. Een reductie zagen ze lange tijd helemaal niet zitten. Problemen om de WW te financieren waren er niet en bovendien betaalden alle werkenden nou eenmaal een premie die hen recht gaf op een uitkering voor een bepaalde duur.
Achteroverleunen Toch leek een duurbeperking noodzakelijk om aan de eisen van het kabinet te kunnen voldoen. “In de eerste geschreven versie van het advies hadden we dat ook al voorgesteld”, zegt Kolnaar. “Natuurlijk was de reactie van de vakbeweging afwijzend, maar die afwijzing had niet te maken met de richting die we waren ingeslagen, maar met maatvoering. Dat gaf hoop.”
“In het begin ging het heel moeizaam”, zegt Westerbeek. “Wij zaten in een lastige positie: voor ons zouden er eigenlijk alleen maar verslechteringen optreden. De werkgevers konden achteroverleunen en dat deden ze ook. Zij hebben lange tijd niet het achterste van hun tong laten zien.” Met die houding konden ze volgens Westerbeek het overleg danig onder druk zetten. Van begin af aan was immers duidelijk dat dit advies unaniem moest worden. “Een niet-unaniem advies was waardeloos geweest. Dan had het kabinet zijn eigen plannen door kunnen zetten. Daar was een Kamermeerderheid voor.”
Een andere reden voor die moeizame start was volgens haar de omvang van de commissie Sociale Zekerheid die het advies voorbereidde. Daarin zitten niet alleen achttien ‘echte’ leden en twaalf plaatsvervangers, maar ook nog eens adviseurs en waarnemers van UWV, DNB, CPB, CVZ en RWI, negen ministeriële vertegenwoordigers en een secretaris. “We zaten daar wel met een man of dertig aan tafel”, herinnert Westerbeek zich. “Dan kun je dus echt niet onderhandelen.”
Vandaar dat commissievoorzitter Kolnaar besloot om tussen de reguliere vergaderingen door informele besprekingen te beleggen met enkele vertegenwoordigers van de sociale partners, een paar kroonleden en het secretariaat. “Het was vooraf duidelijk dat er zwaar geslikt moest gaan worden en dat gaat in commissieverband nogal moeilijk. Als je alles via de formele weg doet, zorg je er alleen maar voor dat mensen hun hakken in het zand zetten. Daarom hebben we de nadruk op het informele overleg gelegd. Daar komen geen notulen van en als voorzitter probeer je er een open sfeer te creëren. De commissievergaderingen zijn dan voor het formaliseren van de uitkomsten. Zonder dat informele overleg was dit proces nooit gelukt.”
Ondertussen houdt minister De Geus de druk op de ketel. Hij zegt er geen probleem mee te hebben als het advies pas wordt vastgesteld in de raadsvergadering van april, vijftien dagen na de afgesproken deadline, mits de partijen het op 1 april wel eens zijn. De belofte die hij bij het najaarsakkoord van 2003 had gedaan om zijn eigen plannen niet naar de Kamer te sturen, heeft hij in 2004 achterwege gelaten. Begin maart discussieert het parlement dan ook over een aanscherping van de wekeneis waarvan iedereen weet dat die binnen enkele weken achterhaald kan zijn. De geplande ingangsdatum van 1 april, zal wellicht niet meer haalbaar zijn, geeft de minister tijdens dat overleg toe. Maar mocht de SER het laten afweten dan kan hij toch voor het einde van 2005 zijn oorspronkelijke voornemen doorvoeren.
Op maandag 21 maart moet het er dan echt van komen. ’s Ochtends komt het bestuur van de Stichting van de Arbeid bijeen. De topmensen van de werkgevers- en werknemersorganisaties willen daar kijken hoe ze via hun eigen achterbannen zelf meer kunnen doen aan het voorkomen van werkloosheid en aan reïntegratie. Een dergelijke afspraak is onderdeel geworden van het onderhandelingspakket.
’s Avonds treffen de onderhandelaars elkaar in het SER-gebouw voor hun zoveelste informele beraad. De vrijdag voor het weekend hebben ze elkaar ook nog gesproken. Toen kwamen de kroonleden met een voorstel: een wekeneis van 27 uit 39, een maximale duur van drie jaar en een uitkering van 75 procent in de eerste drie maanden en 70 daarna. Als op maandag blijkt dat de partijen zich daar niet in kunnen vinden, vindt voorzitter Kolnaar het welletjes geweest. Het wordt tijd voor een eindbod.
“Op een bepaald moment moet je constateren dat je aan alle knoppen hebt gedraaid. Dan moet je gewoon ja of nee zeggen.”
“Het werd een rare bijeenkomst”, herinnert Westerbeek zich. Al na een minuut of vijftien wordt de vergadering geschorst zodat iedereen zich terug kan trekken voor nader overleg. Plenaire vergaderingen worden afgewisseld door schorsingen met overleggen in kleinere kring. Dat gaat de hele avond zo door. Bij werkgevers en werknemers afzonderlijk informeren Kolnaar en de beide andere kroonleden waarmee ze eventueel akkoord kunnen gaan. “Kijk”, zegt Kolnaar. “Het klinkt natuurlijk wel stoer om als kroonleden te zeggen: en nu presenteren wij een eindbod, maar wij zijn natuurlijk ook niet gek. Je gaat eerst wel kijken of je er ook echt bent als je het op een bepaalde manier formuleert.”
Het uiteindelijke eindbod, dat de commissievoorzitter tegen half elf presenteert aan het groepje journalisten dat de hele avond in de SER-hal heeft staan wachten, wijkt nauwelijks af van dat van de vrijdag ervoor. Westerbeek: “Ik dacht: ik weet niet of ik het hiermee thuis red, en volgens mij dachten de meeste anderen dat ook.”
Maar als ze uit de vergadering lopen, doen de onderhandelaars in ieder geval wel alsof ze een prima principeakkoord bereikt hebben. “Dit plan is duizend keer beter dan de kabinetsplannen”, zegt Ton Heerts tegen elke journalist die het maar wil horen. Her en der ontstaat het beeld dat alle problemen al zijn opgelost. “De SER adviseert unaniem om de WW fors te beperken”, schrijft de Telegraaf de volgende dag alvast, alsof het niet om een voorstel gaat waar de achterbannen en de raad zelf zich nog moeten uitspreken.
Uitsluitsel
Een week later moeten de onderhandelaars aan Kolnaar laten weten of hun organisaties ook achter de plannen staan. Maar de enige die die dag uitsluitsel kan geven, is Westerbeek van het CNV. Morrend is haar achterban akkoord gegaan op voorwaarde dat het kabinet het hele advies overneemt en niet de krenten uit de pap pikt. “Ik had mijn bonden toen wel onder druk gezet. Een aantal van hen wilde eerst nog naar de eigen achterban toe, maar daar was helemaal geen tijd meer voor. Ik zei: ik moet de 29e een mandaat hebben om ja of nee te zeggen. Toen ik de enige bleek die op die dag uitsluitsel kon geven, voelde ik me het braafste meisje van de klas. Dat heb ik toen ook gezegd. Van mijn achterban kreeg ik later te horen: ‘hadden wij ook maar wat meer tijd genomen’.”
Op diezelfde dag lijkt zich nog een nieuw probleem af te tekenen. Tijdens het maandelijkse kroonledenoverleg blijken enkele leden grote bedenkingen te hebben bij de nieuwe inkomensvoorziening voor oudere werklozen. Deze IOW moet werklozen na hun uitkering een inkomen garanderen op bijstandsniveau zonder dat ze gekort worden als ze eigen vermogen hebben (vijftigplussers) of een werkende partner (zestigplussers). Omdat voor deze groepen ook een soepeler sollicitatieplicht gaat gelden, vreest een enkeling dat deze nieuwe regeling een nieuwe glijbaan naar het pensioen wordt. Een van de kroonleden laat Kolnaar weten dat dit voor hem reden kan zijn om tegen te stemmen en hij suggereert dat hij niet de enige is.
“Beide kroonleden keken er volgens mij wel een beetje zwartgallig tegenaan”, zegt Van den Braak. “Uit de commissie wist ik dat de vakbeweging er helemaal niet op uit was om weer een glijbaan naar het pensioen te maken.” Hun dreiging om eventueel een minderheidstandpunt in te nemen waardoor het advies niet unaniem zou worden, nam Van den Braak dan ook niet al te serieus. “Ach ja, zoiets zeg je dan. Dan ga je een beetje dreigen. Dat doen we allemaal wel eens. Mijn conclusie was: als zij dat zo lezen, dan hebben wij het niet goed opgeschreven. Een nieuwe formulering bleek uiteindelijk ook niet zo ingewikkeld. Daar deed de vakbeweging niet moeilijk over.”
Noodplan
Als de federatieraad van de FNV op maandag 4 april bijeenkomt voor een standpunt over het eindbod, zijn de voortekenen allerminst gunstig. “Een eensgezind advies van werkgevers en werknemers over de werkloosheidswet is definitief van de baan”, kopt De Telegraaf ‘s ochtends alvast. Waar de krant twee weken eerder te optimistisch was, slaat ze nu door naar de andere kant. Weliswaar blijken ’s middags twee grote bonden (Bouw en Bondgenoten) daadwerkelijk tegen te zijn, de FNV gooit de deur niet dicht. Heerts krijgt opdracht verder te onderhandelen.
Als diezelfde avond de WW-onderhandelaars weer informeel bijeen-komen in het SER-gebouw, is Heerts de enige die niet kan instemmen. De anderen hebben weinig zin in verdere onderhandelingen, maar realiseren zich dat het de enige mogelijkheid is voor een unaniem advies. Dus maken ze toch maar weer een nieuwe afspraak voor drie dagen later.
“Die laatste paar weken heb ik nog een aantal keren gedacht: dit gaat niet lukken, het is over en we vallen uit elkaar”, zegt Van den Braak. “Dat had met name te maken met de negatieve stemming binnen Bondgenoten.” Vandaar dat hij alvast een noodplan in werking had gezet. Mocht het laatste overleg niets opleveren, dan zou hij met kroonleden gaan praten over een meerderheidsstandpunt. “Dat zou dan waarschijnlijk het compromis zijn geweest waar de onderhandelaars van de vakbeweging ook al voor hadden gekozen, maar dat was afgewezen door hun achterbannen. Dat zouden wij dan vervolgens weer iets in onze richting aanscherpen. Natuurlijk had dat niet onze voorkeur. Als sociale partners hadden we dan gefaald en politiek zou het allemaal erg onzeker zijn worden, maar dan was er toch een alternatief waarvoor in het najaarsakkoord was gepleit. Dan had het kabinet dat over kunnen nemen.”
Unaniem Het plan kan weer de kast in als de partijen het op 8 april toch eens worden. Dat gaat niet vanzelf. De wekeneis, waar de bonden zo tegenaan hebben zitten hikken, kan volgens de laatste berekeningen van het CPB toch omlaag naar 26, maar werkgevers en werknemers worden het niet eens over de vraag of dat wenselijk is. Het informele overleg wordt teruggebracht tot minimale omvang: één werkgever (Van den Braak), één werknemer (Heerts), commissiesecretaris Devreese en voorzitter Kolnaar. Na uiterst moeizaam overleg presenteren ze twee gelijkwaardige alternatieven die beide evenveel besparingen opleveren: 27 uit 39, waar ook in het eindbod al sprake van was, en 26 uit 36. De commissie neemt hun voorstel over en de voltallige raad moet daar een week later zelf maar een keuze uit maken.
Voor voorzitter Kolnaar was het toen al wel duidelijk dat het de 26-variant zou worden. Maar de 27-variant kon op dat moment nog niet worden afgevoerd omdat de meeste achterbannen er al hun zegen aan hadden gegeven. “Uiteindelijk is het advies er alleen maar sterker door geworden”, meent Kolnaar. Als het 27 weken was gebleven, waren veel mensen met een halfjaarcontract buiten de boot gevallen. Waarschijnlijk zou dat er in de praktijk toe leiden dat veel halfjaarcontracten zouden worden omgezet naar 27 weken.
“Eigenlijk snap ik nog steeds niet hoe dat kan”, zegt Westerbeek. “Maandenlang zijn we aan het kijken geweest hoe we toch die 26 weken binnen konden halen, maar steeds kregen we van het CPB te horen dat dat onvoldoende bezuinigingen op zou leveren. Toen opeens kon het wel.” Op dat moment besluit ze om er niet al te veel woorden aan vuil te maken en telt ze haar zegeningen.
FNV Bondgenoten en Bouw doen dat niet. Voor hen is de laatste verandering onvoldoende. Omdat de andere FNV-bonden wel akkoord gaan, kan de federatieraad op 12 april toch instemmen. Op de ochtend voor de raadsvergadering van 15 april komt de Stichting van de Arbeid bijeen voor het vaststellen van haar aanbeveling. Daarna kan een unanieme raad zich in het WW-advies vinden.
Waardevol
De kabinetsreactie laat niet lang op zich wachten. Op zijn wekelijkse persconferentie noemt premier Balkenende het een waardevol advies. De besparingen die het op zal leveren, zijn voldoende. Minister De Geus noemt het advies moedig en prijst het evenwicht tussen de rechten voor jongeren en ouderen.
Van de grote partijen in de Tweede Kamer is alleen de VVD kritisch. CDA, PvdA en D66 zeggen dat het kabinet het advies over moet nemen. Zelfs voormalig SER-voorlichter Bert Bakker, die zich als Kamerlid voor D66 ontwikkeld heeft tot een uiterst kritisch volger van de overlegeconomie, is positief. “Het is voor het eerst in lange tijd dat de FNV zich bereid toont om vooruit te denken”, zegt hij in De Telegraaf. “Het kabinet moet dat honoreren.”
Een week later gebeurt dat dan ook. Het kabinet neemt het advies voor het grootste deel over. Naar de voorstellen over de bekostiging van de WW wil het nog nader onderzoek doen.
Of het SER-voorstel daadwerkelijk zal leiden tot een hervorming van de Werkloosheid hangt nu alleen nog af van de beraadslagingen hierover in het parlement die deze maand zijn begonnen.
De uitkering Als het aan de SER ligt, krijgt straks iedereen die 26 van de laatste 36 weken gewerkt heeft, een werkloosheidsuitkering van drie maanden. Die uitkering is in de eerste twee maanden 75 procent van het laatstverdiende loon, daarna 70. Wie de vier jaar voor zijn werkloosheid gewerkt heeft, krijgt er per gewerkt jaar een extra maand uitkering bij. De maximale uitkeringsduur wordt drie jaar en twee maanden. Voor oudere werklozen (boven de 50) komt er een aparte regeling die in 2010 wordt geëvalueerd. Deze IOW geeft vijftigplussers na hun werkloosheidsuitkering een aanvulling op hun gezinsinkomen tot aan het bijstandniveau. Voor zestigplussers is er een individuele aanvulling. In individuele gevallen mogen gemeenten soepel omgaan met de sollicitatieplicht. De betaling van de werkloosheidsuitkering wordt iets van werkgevers en werknemers samen. Die draaien de eerste zes maanden voor de kosten op. Daarna draagt ook de overheid voor eenderde deel bij.
Op dit moment zijn er nog drie verschillende soorten uitkering waarvoor werklozen in aanmerking kunnen komen: twee op bijstandsniveau, maar zonder de strenge bijstandsregels, en eentje die afhankelijk is van het eerder verdiende loon. Om toegelaten te worden tot die laatste moet iemand aan twee eisen voldoen: een wekeneis en een jareneis. Alleen wie van de afgelopen 39 weken er 26 gewerkt heeft én van de afgelopen vijf jaar vier, krijgt zeventig procent van het laatstverdiende loon. Hoe lang dat duurt, hangt af van het totale arbeidsverleden. Is dat 40 jaar of langer, dan komt iemand in aanmerking voor de maximale duur van vijf jaar. Wie dan nog geen werk heeft gevonden, kan maximaal twee jaar in aanmerking komen van een vervolguitkering op bijstandsniveau waarbij niet gekeken wordt naar het eigen vermogen of het inkomen van de partner. Wie minder dan vier jaar gewerkt heeft, kan in aanmerking komen voor een kortdurende uitkering. Die duurt maximaal een half jaar en is niet hoger dan bijstandsniveau. Hiervoor geldt alleen de wekeneis.
ls het oorspronkelijke kabinetsplan was uitgevoerd, zou de kortdurende uitkering helemaal zijn verdwenen. Alleen wie voorafgaand vier jaar of langer gewerkt had, zou nog voor een uitkering in aanmerking komen. Het kabinet wilde de wekeneis verhogen naar 39 uit 52. Al in augustus 2003 besloot het kabinet de vervolguitkering voor nieuwe gevallen te schrappen.
De klem van het Museumpleinakkoord Toen de sociale partners vorig jaar november het Museumpleinakkoord sloten met het kabinet, kregen ze tot 1 april de kans om een alternatief WW-plan te ontwikkelen. Het kabinet zou dat als zeer zwaarwegend beschouwen als het dezelfde resultaten opleverde als de oorspronkelijke kabinetsplannen. Het aantal uitkeringsjaren, dat vorig jaar rond de 280.000 lag, moest met 43.000 omlaag.
“Die afspraak zette de discussie helemaal in het teken van de cijfers”, zegt voormalig CNV-onderhandelaar Josine Westerbeek. “Het ging veel minder om het belang van de arbeidsmarkt of het belang van de werknemers. Pas toen we begonnen te onderhandelen merkten we in wat voor klem we onszelf hadden gezet. Dat moeten we zo dus nooit meer doen. Als vakbeweging kun je je verplichten tot het bedenken van een goed activerend systeem, met een goede inkomensverzekering voor werknemers en financieel houdbaar voor de lange duur. Als dat zo in het najaarsakkoord had gestaan, was dat al voldoende geweest. Je moet niet verantwoordelijk worden voor de bezuinigingen van het kabinet. Onze achterban vroeg ook steeds: ‘waarom leggen we onszelf dit op?’ Maar goed: afspraak is afspraak.”
Die focus op cijfers was volgens Westerbeek extra wrang omdat het Centraal Planbureau, dat voor het doorrekenen van de plannen verantwoordelijk was, niet alle gevolgen van de SER-alternatieven in kaart kon brengen. “Het CPB heeft geen grip op de gedragsveranderingen van mensen.”
Commissievoorzitter Kolnaar begrijpt wel waarom het CPB de effecten van de SER-plannen rond reïntegratie en preventie niet in cijfers uit kan drukken. Daar is gewoon nog te weinig onderzoek naar gedaan. Maar hij vindt dat het planbureau dan ook wel wat bescheidener mag zijn omtrent de cijfers die het wel naar buiten kan brengen. Nu worden die veel te robuust gepresenteerd waardoor ze een te grote rol spelen in de discussie. “Ze wekken de indruk dat zaken die ze door kunnen rekenen veel belangrijker zijn dan wat ze niet kunnen doorrekenen. Maar als ze onderdelen van het pakket niet kunnen kwantificeren, hoe kunnen ze dat dan wel met het hele pakket?”
NOS-journaal stoort broedende kip De leden van de commissie die het advies over de WW voorbereiden, weten dat ze vertrouwelijk met hun werkzaamheden om moeten gaan, maar niet iedereen doet dat. Op 21 januari belandt alles ineens op straat als blijkt dat het NOS-journaal een versie in handen heeft van het geheime conceptadvies dat een dag eerder is verstuurd. Na overleg met VNO-onderhandelaar Van de Braak besluit FNV-bestuurder Heerts voor een vlucht naar voren. Hij verschijnt zelf voor de camera om het stuk toe te lichten zodat het in ieder geval goed naar buiten komen. ’s Avonds is hij de opening van het achtuurjournaal.
Commissievoorzitter Kolnaar is er niet blij mee. “Bij dit soort processen moet een kip in alle rust kunnen broeden. Als je dan die vertrouwelijks informatie op het journaal ziet, heb je het gevoel dat het allemaal uit je handen valt. Zo’n stuk wordt echt niet naar buiten gebracht door mensen die graag eens een nieuwtje willen brengen. Nee, die denken: dit gaat de verkeerde kant op. Door dit soort informatie publiek te maken, breng je processen op gang die je niet meer kunt beheersen. Onderhandelen wordt een stuk moeilijker. Iedere verandering daarna wordt gepresenteerd als winst of verlies voor een van beide partijen.”
“Ach, er zitten zoveel mensen bij zo’n overleg dat je een lek toch niet kunt voorkomen”, stelt Van den Braak nuchter. “Ik raak er nooit warm of koud van. Die techniek kennen we allemaal en ik hoop alleen maar dat iedereen er wijs gebruik van maakt. Uit ervaring weet ik dat lekken de loop der dingen toch niet kunnen veranderen. Als daardoor bij een van de partijen een negatieve houding wordt blootgelegd, dan was die houding er toch al. En al het mediagedoe rond zo’n lek hebben we na een dag ook wel weer gehad. Een week later gaan we in de SER gewoon weer verder waar we gebleven waren.”
Een flinterdunne meerderheid bij de FNV
De meerderheid binnen de FNV die uiteindelijk met het akkoord instemt had nauwelijks kleiner kunnen zijn. Met de hakken over de sloot ging de federatieraad akkoord met het SER-advies. De grootste en de op twee na grootste bond stemden tegen. Voor Bondgenoten en FNV Bouw gingen de plannen te ver. “Dit doen we bij het MLT-advies van de SER zo ook niet over”, zegt Heerts. “Als zij dan ook tegen het hoofdstuk over sociale zekerheid zijn, zullen we onze handtekening niet zetten. Dan is het draagvlak te dun. En uiteindelijk maken zij hier de dienst uit en niet wij als federatiebestuur.”
Toch steunde het grootste deel van de individuele bondsleden de plannen wel, weet de vice-voorzitter. Uit het permanente ledenonderzoek blijkt dat iets meer dan de helft het terecht vindt dat de federatie met de SER-plannen instemde. Als de vakcentrale het advies via een referendum aan hen zou hebben voorgelegd, had bijna 70 procent voorgestemd.
Waarom dat niet gebeurd is, zoals bij de voor- en najaarsoverleggen uit 2004 en 2003, kan Heerts niet zeggen. “Een soort bedrijfsblindheid”, denk ik. “We hadden al zoveel voorgelegd.” Met een volgend belangrijk akkoord wil hij dat wel weer doen.
Het kerstgevoel van Ton Heerts
Vorig jaar kerst was het Ton Heerts al duidelijk dat er een unaniem WW-advies in zat. Op 24 december besprak hij met onderhandelaar Van den Braak van VNO-NCW de uitgangspunten voor het WW-advies waarover de drie vakcentrales het een paar dagen eerder eens waren geworden. In dat gesprek kreeg Heerts al het gevoel dat ze er uit konden komen. “Natuurlijk zou het moeilijk worden met de achterbannen, maar er was wel bij alle partijen een bereidheid om te veranderen.”
Exact een jaar eerder zag hij die unanimiteit ook bij het SER-advies over de WAO aankomen. Dit jaar denkt hij dat de kerstperiode weer cruciaal zal zijn. Het middellangetermijnadvies van de SER zal dan misschien pas begin volgend jaar verschijnen, Heerts verwacht dat eind dit jaar al duidelijk is of de partijen eruit komen. Dat daarna de commissie van voorbereiding er nog een aantal keren over zal moeten vergaderen, vindt hij eigenlijk niet zo relevant. “Het gaat erom dat je als sociale partners de noodzaak ziet voor bepaalde voorstellen en dat de politieke wil er is. Dat soort beslissingen wordt echt niet in commissies genomen.”
De losse eindjes van het advies
“Je kunt mensen prikkelen om aan het werk te gaan, maar als er dan geen werk is, moet je niet gek opkijken als ze kwaad worden.” Ad Kolnaar wijst erop dat de WW-maatregelen waar de sociale partners mee zijn gekomen, ertoe bijdragen dat het aanbod van arbeid toeneemt. Nu is het kabinet aan zet om ervoor te zorgen dat de economie weer groeit zodat die mensen ook aan de slag kunnen. Maar van een stimulering van de economie is volgens Kolnaar nog absoluut geen sprake. De bezuinigingen die ervoor moeten zorgen dat Nederland aan de Europese eisen blijft voldoen, zorgen eerder voor het tegenovergestelde. “De overheid zorgt op dit moment zelfs voor een verdieping van de neergang en daar moet ze mee stoppen.”
Ook voor werkgevers en werknemers heeft het WW-advies nog een aantal losse eindjes. “Voor ons is dat het ontslagrecht”, zegt Van den Braak. Als er een fatsoenlijke houdbare WW is, zou dat bedrijven ook de mogelijkheid moeten geven om medewerkers makkelijker te ontslaan. “Dat bleek volkomen niet bespreekbaar met de vakbeweging.” Vandaar dat het onderwerp is doorgeschoven naar het middellange-termijnadvies dat de SER rond de jaarwisseling denkt uit te brengen. Daarin komt ook aandacht voor de zeggenschap van de sociale partners over de sociale zekerheid. Heerts wil dat de verantwoordelijkheidsverdeling die afgesproken is bij de WW ook op andere terreinen terugkeert. In de beginfase moet de verantwoordelijkheid bij de sociale partners liggen, daarna komt er meer betrokkenheid van de overheid.