Home | Publicaties | SERmagazine | 2002 | september2002 | De sociaal-economische woordvoerders in de Tweede Kamer

De sociaal-economische woordvoerders in de Tweede Kamer

Er zijn veel nieuwe gezichten in het parlement sinds de verkiezingen van 15 mei.
Toof Brader en Marja Vuijsje portretteerden alle Tweede Kamerleden en alle bewindslieden voor hun boek ‘Haagse portretten’, dat eind oktober wordt gepresenteerd. Het SER-bulletin geeft een voorpublicatie met een selectie van de woordvoerders op het gebied van sociale, economische en financiële zaken.

Gerda Verburg (44) moest in 1998 wel even wennen aan de politieke cultuur rond het Binnenhof waar het allemaal net iets kortademiger en hectischer toegaat dan in de doorgaans veel zakelijker onderhandelingscultuur bij de vakbeweging waar ze tot dan toe altijd had gewerkt, eerst als voorzitter van de CNV-jongeren en later als bestuurder bij de ‘volwassen’ CNV. In die tijd was ze van 1990 tot 1997 bovendien lid van de SER. Verburg kreeg eigenlijk pas in de tweede helft van haar eerste Kamerperiode een beetje lol in haar rol als sociaal woordvoerder van de CDA-fractie waarbij ze zich vooral met arbeidsmarktkwesties, zoals de Melkertbanen en de Arbeidsvoorziening, bezighield.
Daarnaast was ze ook fractiewoordvoerder voor de integratie van migranten en de ontwikkelingssamenwerking. Ze behoorde in 2002 niet tot de ‘98-ers’ van de CDA-fractie die door Jan Peter Balkenende voor zijn nieuwe kabinet werden uitverkoren, maar werd wel gekozen als vice-voorzitter van de CDA-fractie onder Maxime Verhagen. De in een gereformeerd ARP-milieu opgegroeide boeren-dochter Verburg werd overigens pas in 1993 lid van het CDA, nadat ze lang had getwijfeld tussen die partij en de PvdA.

Jan ten Hoopen (56) vierde op de avond van de Kamerverkie-zingen van 2002 toch even zijn eigen feestje. Ook in 1994 en 1998 was hij Kamerkandidaat geweest, maar beide keren stond hij net niet hoog genoeg op de CDA-lijst om direct in de Tweede Kamer te komen. Beide keren moest hij wachten tot een aantal wel gekozenen elders emplooi vonden. Zijn parlementaire loopbaan vertoont dan ook een brokkelig patroon en liep van 1995 tot 1998 waarna Ten Hoopen pas in 2001 opnieuw zijn opwachting aan het Binnenhof mocht maken. Ten Hoopen was van 1967 tot 1989 eigenaar van een brood- en banketbakkerij en raakte ook in die tijd al betrokken bij de ondernemersorganisatie in zijn eigen bedrijfstak maar ook daarbuiten. Hij werd in 1990 voorzitter van het Nederlands Christelijk Ondernemers Verbond (NCOV) en 1994 vice-voorzitter van MKB-Nederland, nadat zijn NCOV daarin met het KNOV was gefuseerd. Op grond van die functies was Ten Hoopen van 1990 tot 1995 tevens lid van de SER en de Stichting van de Arbeid. Ook naast zijn Kamerlidmaatschap is Ten Hoopen nog steeds betrokken bij het midden- en kleinbedrijf, onder meer als voorzitter van de Stichting Maatschappelijk Ondernemen van MKB-Nederland. Op zijn eigen website laat Ten Hoopen er overigens ook al geen misverstand over bestaan voor wie hij zich als CDA-woordvoerder voor economische zaken sterk wil maken, namelijk “voor de mensen bij wie ik graag over de vloer kom: de ondernemers van BV Nederland”.

Ferry Hoogendijk (68) behoorde de afgelopen maanden ongetwijfeld tot de spraakmakendste van de LPF-fractie. Hij bood begin dit jaar zijn diensten aan bij Fortuyn, toen deze door Leefbaar Nederland uit die partij werd gezet. Kort daarvoor had hij bedankt voor de VVD waarvan hij naar eigen zeggen bijna een halve eeuw lid was geweest. Hoogendijk was als politiek commentator bij de AVRO en later Veronica vanaf de vroege jaren ’60 een van Nederlands bekendste politieke journalisten. Daarnaast werd hij in 1967 ook hoofdredacteur van Elsevier Magazine. In die tijd baarde hij nogal opzien, toen bekend werd dat hij die functie combineerde met een betaald adviseurschap vooor Gulf Oil. Hoogendijk gaat er prat op dat hij door de toenmalige VVD-top twee keer is benaderd voor een kabinetspost maar beide keren uiteindelijk door bezwaren van een andere coalitiepartij achter het net viste. Hij werd aanvankelijk vice-voorzitter van de LPF-fractie maar raakte die functie na een paar maanden al weer kwijt, omdat de LPF-Kamerleden hun fractie à la het grote bedrijfsleven in bussiness units willen organiseren. Hoogendijk is sindsdien verantwoordelijk voor de bussiness unit. Daarnaast is hij de economische woordvoerder van de LPF. Hij speelde een belangrijke rol bij de selectie van de LPF-bewindslieden voor het kabinet-Balkenende en vond bij voorbeeld zijn Gooise buurman Herman Heinsbroek bereid minister van Economische Zaken te worden.

Harry Smulders (59) behoorde de afgelopen maanden tot de wat minder opvallende leden van de nogal tumultueus begonnen LPF-fractie. Zoals veel van zijn fractiegenoten had hij zich tot dit jaar altijd nogal afzijdig gehouden van de politiek. Smulders verliet de middelbare school om te gaan varen en maakte pas later via zelfstudie carrière in het bank- en verzekeringswezen. In 1990 vestigde hij zich als zelfstandig projectmanager, gespecialiseerd in de opzet van administratieve organisaties voor bedrijven en instellingen. Vanuit die ervaring voelde hij zich erg aangesproken door de kritiek van Pim Fortuyn op de volgens hem overdadige bureaucratie in bij voorbeeld de zorg en het onderwijs. Dat Smulders nauwelijks een rol speelde in de interne strubbbelingen in de LPF-fractie, was voor een deel trouwens ook te wijten aan tijdgebrek. Kort na de Kamerverkiezingen werd hij door de LPF-fractie aangewezen als lid van de parlementaire enquêtecommissie naar de aanbestedingspraktijk in de bouwwereld, een klus die ook ervarener Kamerleden doorgaans weinig tijd laat voor andere zaken. De sociale woordvoerder van de LPF voelt zich ook zeer betrokken bij de ontwikkelingssamenwerking en was de afgelopen jaren actief vrijwilliger bij de PUM, een organisatie die topmensen in het Nederlandse bedrijfsleven tijdelijk inzet als vrijwilliger in de Derde Wereld.

Henk van Hoof (54) werd in 1991 het eerste VVD-Kamerlid ooit met een vakbondsverleden. De tien jaar daarvoor had hij als CAO-coördinator en -onderhandelaar gewerkt bij de VHP, de Vakbond voor Hoger Personeel. Het verbaasde dan ook niet, dat hij een jaar later ondanks zijn toen nog bescheiden parlementaire ervaring door de VVD werd aangewezen voor de parlementaire enquêtecommissie over de sociale zekerheid onder leiding van de PvdA-er Flip Buurmeijer. Van Hoof zou tot 1998 de belangrijkste VVD-woordvoerder voor de sociale zekerheid blijven. Dat jaar trad Van Hoof als staatssecretaris van Defensie tot het tweede paarse kabinet-Kok. Ook dat was niet zo vreemd, omdat Van Hoof voor hij bij de VHP in dienst trad marineofficier was. In die functie was hij nauw betrokken bij de onderhandelingen over de aanschaf van een nieuw gevechtsvliegtuig voor de Koninklijke Luchtmacht, een miljardenorder waarbij de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven de uiteindelijke keus voor de Joint Strike Fighter mede hebben bepaald. Zijn ervaringen met die belangen komen hem in de komende Kamerpeiode in zijn nieuwe rol als economisch woordvoerder van de VVD-fractie ongetwijfeld weer goed van pas.

Bibi de Vries (39) werd na haar verkiezing voor de Tweede Kamer in 1994 onmiddellijk de belangrijkste fiscale woordvoerder van de VVD-fractie. De voormalige belastingadviseur dacht dan ook ruimschoots mee over de paarse belastingherziening, een compromis tussen de PvdA en de VVD waarin ook de SER zich indertijd in grote lijnen goed kon vinden. In 1995 kreeg zij een Kamermeerderheid voor haar motie voor afschaffing van de wettelijke verplichting de SER om advies te vragen over elk belangrijk voornemen op sociaal-economische gebied. Inmiddels lijkt De Vries een beetje uitgekeken op de fiscale politiek. Voor de nieuwe Kamerperiode is zij door de VVD-fractie aangewezen als eerste woordvoerder sociale zaken waarbij De Vries in ieder geval haar grote dossierkennis rond pensioenen ‘te gelde’ kan maken.

Wouter Bos (39) geldt aan het Binnenhof al bijna vanaf het moment dat hij in 1998 voor het eerst in de Tweede Kamer werd gekozen als een grote politieke belofte. Met zijn voor de PvdA nogal ongebruikelijke arbeidsverleden als wereldwijd opererende manager van Shell werd hij onmiddellijk fiscaal woordvoerder voor zijn fractie met de paarse belastingherziening als belangrijkste onderwerp. In de kleine stoelendans na het vertrek van PvdA-minister van Binnenlandse Zaken werd hij in 2000 al staatssecretaris van Financiën en daarmee verantwoordelijk voor de invoering van het nieuwe belastingstelsel, een operatie die hij vrijwel smetteloos heeft volbracht. Met meer dan 120.000 voorkeurstemmen zien veel politieke waarnemers de mediagenieke Bos zelfs als de enige PvdA'er die de Kamerverkiezingen van 2002 niet heeft verloren. Zelf laat hij over zijn ambities geen misverstand bestaan, sinds hij zich in september kandidaat heeft gesteld voor het politiek leiderschap van zijn partij waarover de leden van de PvdA eind 2002 in een referendum beslisbeslissen. Voorlopig is het dan ook maar de vraag, hoe lang Bos in de Tweede Kamer als woordvoerder voor het inkomensbeleid en de financiering van het nieuwe zorgstelsel doende zal zijn.

Jet Bussemaker (41) had haar naam als deskunige op het gebied van sociale zekerheid en arbeidsverhoudingen al ruimschoots gevestigd voor ze in 1998 voor de PvdA in de Tweede Kamer werd gekozen. Vier jaar eerder was ze als wetenschappelijk docent en onderzoeker gepromoveerd op een proefschrift dat handelde over de aanpassing van de verzorgingsstaat aan de steeds grotere verscheidenheid aan samenlevingsvormen in de samenleving van de jaren ’90. Bussemaker deed er de afgelopen jaren in de politiek haar voordeel mee in de debatten over deeltijdarbeid en de combinatie van arbeid en zorg met D66-staatssecretaris Verstand. Of ze de komende Kamerperiode ook de WAO onder haar hoede zal krijgen, was begin september nog niet bekend. Wel zal Bussemaker zich naast sociale onderwerpen ook met fiscale politiek bezighouden. Bussemaker pleitte voor de Kamerverkiezingen van 2002 voor een post-paarse coalitie van de PvdA met het CDA en GroenLinks en publiceerde met voormalig PvdA-staatssecretaris Rick van der Ploeg de bundel ‘Leven na Paars?’ waarin op vrijwel ieder beleidsterrein voorstellen worden gedaan voor de politieke agenda van zo’n coalitie. Die agenda zal voorlopig alleen voer voor de oppositie zijn waartoe de PvdA door de verkiezingsuitslag is veroordeeld. Bussemaker was overigens eerst een aantal jaren lid van Groen Links voor ze in 1997 koos voor de PvdA.

Kees Vendrik (39) was niet bepaald een vreemde in Jeruzalem, toen hij in 1998 voor GroenLinks in de Tweede Kamer werd gekozen. Ook van 1988 tot 1993 werkte hij al in het Kamergebouw als sociaal-economisch beleidsmedewerker van eerst de PSP-fractie die toen overigens alleen uit Andrée van Es bestond en later voor de fractie van GroenLinks waarin ook de PSP inmiddels was opgegaan. Hij speelde toen een belangrijke rol bij de financiële verantwoording van het verkiezingsprogramma van GroenLinks dat in 1994 voor het eerst voor de bij grotere partijen toen al gebruikelijke doorrekening naar het Centraal Planbureau werd gestuurd. Ook als Kamerlid maakte Vendrik de afgelopen jaren veel werk van een gedegen financiële onderbouwing van het GroenLinkse gedachtengoed waarvoor hij soms door VVD-ministers als Zalm van Financiën en Jorritsma van Economische Zaken meer werd gecomplimenteerd dan door zijn eigen achterban, die nog wel eens teleurgesteld raakt als Vendrik voorrekent wat een extraatje voor de minima eigenlijk kost. Voor hij in 1998 Kamerlid werd, werkte Vendrik een aantal jaren als politiek programmamaker in de Balie in Amsterdam. Hij publiceerde in die periode ‘De prijs van de euro’, een kritische beschouwing over de Europese Monetaire Unie.

Bert Bakker (44) werkte voor hij in 1994 Kamerlid werd vijf jaar als voorlichter bij de Sociaal-Economische Raad (SER). Niettemin gold de huidige vice-fractievoorzitter en financieel en sociaal woordvoerder van D66 de afgelopen jaren niet bepaald als de meest gedreven supporter van het poldermodel. Herhaaldelijk kritiseerde hij in de Tweede Kamer de te trage en te stroperige besluitvorming op sociaal-economisch gebied waarbij werkgevers en werknemers de behartiging van de eigen belangen volgens Bakker minstens zo goed in het oog houden dan het eigen belang. Dat gold wat hem betreft zeker ook bij het vorig jaar verschenen SER-advies over de WAO waarvan Bakker vooral de afschaffing van de Pemba en de onmiddellijke verhoging van het uitkeringspercentage voor volledig arbeidsongeschikten scherp kritiseerde. Ook zijn fractiegenoten gaan er over het algemeen vanuit, dat hij anders dan D66-aartsvader Hans van Mierlo ‘met het pistool op de borst’ eerder voor de VVD zou kiezen dan voor de PvdA. Bakker was in de vorige Kamerperiode tevens voorzitter van een parlementaire werkgroep die de Haagse besluitvorming rond de Nederlandse deelname aan de VN-operatie in Srebrenica onderzocht en is inmiddels voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica. Daarnaast houdt hij zich in de Tweede Kamer ook bezig met mediapolitiek.

Leen van Dijke (47) was voordat hij de politiek inging achtereenvolgens timmerman en vertegenwoordiger van een houthandel. Na de Kamerverkiezingen van 2002 heeft hij in zekere zin een stapje terug moeten doen. Van 1994 tot 2002 was hij fractievoorzitter van de RPF. Als zodanig was hij een vurig pleitbezorger van een samengaan tussen zijn partij en de volgens hem zeer verwante GPV in de inmiddels inderdaad tot stand gekomen ChristenUnie. Om het GPV daarin definitief mee te krijgen moest Van Dijke het lijsttrekkerschap van die nieuwe formatie echter overlaten aan de GPV-er Kars Veling die inmiddels ook de nieuwe fractievoorzitter van de ChristenUnie is geworden met Van Dijke als vice-fractievoorzitter. Van Dijke liet zich de afgelopen jaren op het gebied van sociale zaken kennen als een politicus die vanuit Bijbelse waarden als barmhartigheid en naastenliefde vaker aan de linker- dan aan de rechterkant van het politieke spectrum positie koos. Zo legde hij in het debat over de vermindering van het aantal arbeidsongeschikten sterk de nadruk op de enorm gestegen werkdruk in de moderne economie en veel minder op een strenger uitkeringsregime. Ook trok hij de aandacht door een samen met zijn PvdA-collega Bussemaker ingediend initiatiefwetsvoorstel om werknemers meer zeggenschap over hun arbeidstijden te geven. Dat Van Dijke daarbij meer de zondag en Bussemaker vooral de zorg-taken van werknemers op het oog had, was volgens Van Dijke geen beletsel voor een politiek bijzonder bondgenootschap.

Piet de Ruiter (43) werd in 2002 voor het eerst in de Tweede Kamer gekozen namens de Socialistische Partij waarvan hij al als 17-jarige scholier lid werd na de coup tegen de linkse Chileense president Allende in 1974. Na zijn studie aan de Sociale Academie trad hij in dienst bij de gemeentelijke sociale dienst in Den Haag als maatschappelijk werker voor mensen in de bijstand. Later zette hij bij diezelfde sociale dienst een jongerenafdeling op als onderdeel van het Jeugdwerkgarantieplan dat een eind moest maken aan de enorme werkloosheid onder jongeren aan het eind van de jaren ’80. De laatste jaren voor zijn Kamerlidmaatschap werkte De Ruiter op de afdeling schuldhulpverlening van de Haagse sociale dienst. Zelf typeerde hij zijn loopbaan in de verkiezingscampagne als “een leven lang in dienst van de publieke sector”. De Ruiter werd in 1990 gekozen in de gemeenteraad van Leidschendam waar hij tot zijn verkiezing in de Tweede Kamer tevens fractievoorzitter van de SP was. Naast sociale zaken houdt De Ruiter zich in de Tweede Kamer ook bezig met de volkshuisvesting.

Dick Jense (53) is niet alleen zelf debutant in de Tweede Kamer, maar start zijn parlementaire loopbaan bovendien bij een nieuwe partij in de landelijke politiek. Anders dan een aantal van zijn LPF-collega’s aan het Binnenhof besloot hij bij Leefbaar Nederland te blijven, nadat het bestuur van die partij in februari 2002 Pim Fortuyn de wacht had aangezegd na een geruchtmakend interview in de Volkskrant over het non-discriminatie-artikel in de Grondwet. Jense was zelfs blij met het vertrek van Fortuyn, omdat hij naar eigen zeggen niets met diens “zeer rechtse ideeën” te maken wilde hebben. Hij behoorde in 1994 tot de pioniers van de Leefbaar-beweging, toen de voormalige PvdA'er met de lijst ‘Onafhankelijk Rijswijk’ bij de gemeenteraadsverkiezingen een grote overwinning behaalde. Vier jaar later werd Jenses partij zelfs de grootste van Rijswijk en werd hijzelf wethouder van onder meer Verkeer, Milieu, Cultuur, Media en Sport in zijn geboorteplaats. Voor zijn politieke loopbaan werkte hij als lasinspecteur in de offshore, als technisch tekenaar en als biotechnicus en later personeelsfunctionaris bij TNO.

Als kaderlid van de FNV was hij lid en vier jaar secretaris van de centrale ondernemingsraad van TNO. In de tweemansfractie van Leefbaar Nederland zal hij zich naar sociale en economische zaken ook bezighouden met onder meer onderwijs, verkeer en milieu, volkshuisvesting en de volksgezondheid.

Kees van der Staaij (34) geldt in de SGP als de coming man en potentieel opvolger van de huidige fractievoorzitter Bas van der Vlies. Hij werd in 1998 voor het eerst in de Tweede Kamer gekozen en deed zich in de beste orthodox-gereformeerde traditie inmiddels kennen als een parlementariër die zich zelden op een gebrek aan dossierkennis laat betrappen. Hij onderscheidde zich in zijn eerste Kamerperiode vooral met de voor zijn partij zeer belangrijke debatten over de openstelling van het huwelijk voor homoseksuele paren en de opheffing van het bordeelver-bod, maar kwam ook regelmatig in botsing met VVD-minister Jorritsma van Economische Zaken over de spanning tussen de 24-uurseconomie en de voor zijn partij zeer zwaarwegende handhaving van de zondagsrust. Voor hij Kamerlid werd, werkte Van der Staaij een aantal jaren als jurist bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zijn passie voor de politiek had hij overigens al eerder ontdekt. “Als middelbare scholier werd ik lid van een vogelvereniging en daar viel me al op, dat ik het vergaderen over die vogels eigenlijk leuker vond dan de vogels zelf”. Begin dit jaar werd hij lid van de parlementaire enquêtecommissie die de gang van zaken bij aanbestedingen in de bouw onderzoekt.

Voorpublicatie uit ’Haagse portretten’, door Toof Brader en Marja Vuijsje, derde geheel herziene editie, uitg. Mets en Schilt, Amsterdam. Verschijnt eind oktober 2002, prijs nog onbekend.


SER-bulletin september 2002

Inhoudsopgave