Het gaat uitstekend met Nederland, betoogt Hans Dijkstal op stellige toon. De werkloosheid is fors gedaald en het aanvankelijke begrotingstekort is omgeslagen in een overschot. Natuurlijk zijn er enkele hardnekkige maatschappelijke problemen die om een oplossing vragen. Maar: “Nederlanders hebben het nog nooit zo goed gehad!”
Thessa Bos/Lourens Kluitenberg/Hans Prakke
In de peilingen scoren de regeringspartijen slecht. Wat is er is misgegaan tussen Paars en de kiezer?
Ik denk dat het op zich wel logisch is dat de kiezers weer eens iets anders willen. De Paarse coalitie heeft twee volle periodes geregeerd en dat is uniek in Nederland. Maar dat roept ook reacties op in de trant van: “we willen nu iets anders zien”. Het normale beeld is vaak dat de regeringspartijen tijdens de verkiezingen een paar zetels verliezen en dat de oppositiepartijen enkele zetels winnen. Het gekke van de huidige situatie is dat de oppositiepartijen ook op verlies staan.
Maar is de partij van Pim Fortuyn dan niet de nieuwe oppositie? Dat denk ik niet. Tot half maart wisten we niet eens waarvoor Fortuyn stond. Dus waar voert hij dan oppositie tegen? Tegen de zelfgenoegzaamheid van politici? Tegen de cultuur in Den Haag? Je kunt van alles verzinnen. Nee, ik denk dat de opkomst van Fortuyn eerder een welvaartsverschijnsel is. Kiezers kunnen het zich permitteren om balorig te zijn. Dat koppelen ze aan een paar maatschappelijke problemen die lastig op te lossen zijn, zoals criminaliteit en vreemdelingenpolitiek. Onderwerpen met een grote emotionele lading. Fortuyn speelt er handig op in. Hij is verbaal sterk, behoorlijk intelligent en mediageniek. Dat laatste verklaart zijn succes, want zonder de invloed van de televisie had hij nooit zo hoog in de peilingen gestaan.
U bent blijkbaar erg tevreden over het Paarse beleid. Wat zijn volgens u dan de grootste zegeningen van de afgelopen acht jaar? Toen het eerste Paarse kabinet aantrad, stond Nederland er materieel gezien veel slechter voor. We hadden een hoge werkloosheid en een grote staatsschuld. Sindsdien is de economie echter sterk gegroeid. Het gaat dan ook goed met de meeste Nederlanders. Ze werken hard, verdienen een behoorlijk inkomen en gaan meerdere malen per jaar op vakantie. Wanneer ze ziek zijn worden ze geholpen in een fatsoenlijk ziekenhuis. En hun kinderen gaan naar goede scholen. Ook uit rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat Nederlanders zich steeds gelukkiger zijn gaan voelen. We zijn nog nooit zo welvarend geweest als vandaag de dag en nog nooit zoveel Nederlanders hebben het zó goed gehad.
Maar in de gezondheidszorg worden de wachtlijsten langer en langer en het blijft nog steeds wachten op een nieuw stelsel van ziektekosten. Die wachtlijsten zijn een raar verschijnsel, want de overheid pompt miljarden in het systeem. Blijkbaar komt dat geld niet op de goeie plek aan, daar waar de patiënten worden behandeld. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de vele regels, de budgetfinanciering en teveel bemoeienis van de overheid.
De VVD is een groot voorstander van meer marktwerking in de zorg. Daarom hebben we het SER-advies over een nieuw stelsel van ziektekosten ook zo positief ontvangen. Dat sloot erg goed aan bij onze ideeën. Wij zijn, net als de SER, voorstander van een nominale premie. Als je meer concurrentie wilt tussen verzekeraars en tevens meer concurrentie tussen aanbieders van zorg, dan moet je de geen inkomenspolitiek voeren met de premiestelling. Een ziektekostenverzekering is volgens de VVD een normale schadeverzekering. De werkelijke kosten moeten bepalend zijn voor de hoogte van de premie. Voor sommige huishoudens leidt dat tot een forse stijging van de uitgaven, maar dat kun je weer compenseren via de belastingen.
Ik vind dat patiënten in een hoogwaardige en mondige samenleving meer eigen verantwoordelijkheid mogen dragen dan in het huidige systeem. Ze moeten zelf kunnen beslissen of ze zich willen verzekeren voor de huisarts en of ze een hoog eigen risico willen afsluiten. Dat is beter dan dat een overheidsapparaat dit voor je bedenkt.
Vindt u ook dat het kabinet het SER-advies over de WAO moet overnemen? Dan moet het advies op enkele onderdelen worden aangescherpt. Er zitten natuurlijk veel te veel mensen in de WAO. Ik zou daarom nog even wachten met het afschaffen van de Pemba. En ik zou de uitkering voor de echte arbeidsongeschikten niet meteen verhogen naar 75 procent. Dat er breed draagvlak is bij de sociale partners, zegt me trouwens niet bijzonder veel. Je kan in dit land draagvlak krijgen voor alles als je niets hoeft te doen. Maar draagvlak scheppen zonder dat er iets gebeurt lijkt me niet al te zinvol.
Is marktwerking voor de VVD een toverwoord? We hebben meer vertrouwen in de markt dan in de overheid, Maar je moet per sector bekijken of je wilt privatiseren. En als je dat doet, moet je zorgen voor goede randvoorwaarden. In de zorg moet je meer marktwerking toelaten, dat is mij inmiddels wel duidelijk. Maar of je de spoorwegen moet privatiseren, is weer een heel ander verhaal. Overigens blijft de overheid bij privatisering vaak een rol spelen, als toezichthouder of als wetgever. Verder moet je natuurlijk rekening houden met internationale ontwikkelingen. De Europese Unie legt ons ook beperkingen op als het gaat om wetgeving.
Wat zijn nog meer sociaal-economische problemen die volgens de VVD om een oplossing vragen? Het hoofdprobleem is het fileprobleem. Nederland telt zestien miljoen mensen op een te klein grondgebied. We moeten ons de komende jaren dan ook afvragen hoe we met die schaarse ruimte omgaan. Wat doen we bijvoorbeeld met de infrastructuur? Op lange termijn kunnen we waarschijnlijk profiteren van hoogwaardige technologisch openbaar vervoer. Maar op de korte termijn moeten we ook mensen blijven vervoeren.
Volgens de oppositie heeft Paars te weinig geïnvesteerd in de publieke sector. GroenLinks heeft het zelfs over publieke armoede. Is dat terechte kritiek?
Absoluut niet. De cijfers wijzen heel iets anders uit. De overheidsuitgaven zijn de afgelopen jaren gigantisch gestegen. Ik zie ook wel grote tekortkomingen bij de overheid, maar dan is het meer een kwestie van organiseren. Ik generaliseer een beetje, want het verschilt per onderdeel, maar over het algemeen schort het nogal aan de effectiviteit van de uitvoering. Als het de overheid lukt om zijn zaakjes beter op orde te krijgen, mag er wat ons betreft een beetje extra geld bij. Het goed organiseren en het toepassen van moderne managementtechnieken heeft wat ons betreft prioriteit. Maar goed, we praten over bureaucratische instanties en die blokkeren vaak de vooruitgang. Verder zijn we natuurlijk afhankelijk van de vakbonden. Doe moeten wel mee willen werken aan moderne arrangementen.
U vindt de vakbonden te conservatief? Ja, die zijn te conservatief. Ze hebben de afgelopen jaren weliswaar een inhaalslag gemaakt, maar er valt nog genoeg te moderniseren bij de overheid. Dat gaan we in de Tweede Kamer ook steeds meer doen: kijken naar de effectiviteit van beleid. Ik denk dat het heel goed zou zijn om tevens de resultaten van de departementen te evalueren.
De VVD wil ook de armoedeval aanpakken. Verder pleit u voor een verlaging van het hoogste tarief van de inkomstenbelasting. 49 procent in plaats van 52 procent. Waarom? De armoedeval is veel partijen een doorn in het oog. Ik hoorde PvdA er ook al tien jaar lang over. Alleen jammer dat ze niets aan het probleem doen. Het is trouwens een lastig vraagstuk, want je hebt slechts twee mogelijkheden. Of je schaft allerlei individuele regelingen af, zoals bijvoorbeeld de huursubsidie. Dat ligt echter heel gevoelig bij de PvdA. Wij denken zelf meer in de richting van het afschaffen van de onroerend zaak belasting (OZB). De Nederlandse burger betaalt toch al teveel belasting. We moeten dus ook verder gaan met lastenverlichting.
Verder we willen een arbeidskorting introduceren, zodat het aantrekkelijker wordt om te gaan werken.
We houden van een evenwichtige aanpak als het om lastenverlichting gaat. Mensen die in de eerste belastingschijf zitten, gaan er in onze plannen op vooruit. Maar we vinden dat de mensen in de hoogste belastingsschijf ook mogen profiteren.
Wat vindt u van het functioneren van de SER? Sommigen van uw partijgenoten doen krachtige uitspraken over de raad. Fractiegenoot Wilders heeft de SER-raadsleden uitgemaakt voor nep-politici. De SER moet wel zijn eigen beperkingen kennen. Dat geldt vooral voor de vakbonden binnen de raad. Die zijn natuurlijk weinig representatief. Daarom mogen ze wat mij betreft wel eens een toontje lager zingen. Verder vind ik het geen goed idee dat de SER bezig is zijn adviestaak uit te breiden. Ik ben geen voorstander van groen polderoverleg in de SER. Daar zijn andere adviesraden beter voor uitgerust. Je moet sowieso goed in de gaten houden welke adviesraad waar over adviseert.
Paul Rosenmöller vindt het een bezwaar dat sommige kroonleden een sterke politieke binding hebben. Hij noemde onder andere Robin Linschoten als voorbeeld. Deelt u die kritiek?
Nee, ik vind dat onzin. Je moet uitgaan van de kwaliteiten die kroonleden hebben. En als ze dan een sterke politieke binding hebben, is dat niet erg. Ik denk dat er veel mensen in de raad zitten met een politieke binding. Neem alleen al de voorzitter van de SER!