Home | Publicaties | SERmagazine | 2000 | februari 2000 | Het netwerk is van onschatbare waarde

Het netwerk is van onschatbare waarde

De Limburgse Sociaal-Economische Adviesraad (SEAR) loopt vaak voorop om op nieuwe ontwikkelingen te wijzen. Zo trok de raad al vier jaar geleden aan de bel over de naderende afname van de bevolking. En wees hij op het nut van grensoverschrijdende projecten om het probleem van het ruimtetekort te bestrijden. "De kracht van de SEAR is dat het op mogelijkheden kan wijzen en daar draagvlak voor kan creëren."

Niek Langeweg

De SEAR is in het leven geroepen in 1987, maar toen bestond er al 10 jaar een goed en intensief overleg tussen de sociale partners en het provinciaal bestuur in Limburg, zegt Sjef Schellings, secretaris van de SEAR. "Dat hing samen met het verdwijnen van de mijnen. Al in 1978 bestond er een sterk en goed georganiseerd front van provinciaal bestuur en sociale partners, die stonden op één lijn, met de neuzen dezelfde kant op."

Voorop
De SEAR bracht in 1996 op eigen initiatief een advies uit aan de Gedeputeerde en Provinciale Staten om in het beleid te anticiperen op de veranderingen in samenstelling en omvang van de bevolking. Op basis van cijfers van het CBS en de universiteit van Maastricht en hun eigen ervaringen gaat het SEAR ervan uit dat voor het eerst in de geschiedenis van Nederland de bevolkingsgroei op korte termijn zal overgaan in een daling zonder dat dit veroorzaakt wordt door een oorlog of een ziekte, en Limburg loopt in Nederland voorop bij de vergrijzing die hiermee gepaard gaat.

Secretaris Schellings: "Dat kan een bedreiging vormen, maar door er op tijd adequaat beleid op te maken, kan het juist kansen bieden voor economische groei. In de kraamzorg en het onderwijs is men gewend om demografische ontwikkelingen scherp in de gaten te houden, maar in de economie nog niet zo heel erg. In bijvoorbeeld de woningbouwsector en op de arbeidsmarkt bestaat de neiging om stilzwijgend uit te gaan van bevolkingsgroei."

Eye-opener
De SEAR vindt dat de veranderingen in de bevolkingssamenstelling en -omvang een grote beleidsintensivering nodig maakt op een breed scala aan beleidsterreinen: de aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, bedrijventerreinen, kantoorgebouwen, toerisme, woningbouw, onderwijs, winkelapparaat, gezondheidszorg.
Schellings: "Dat advies is een enorme eye-opener geweest; het is nu heel gebruikelijk om in een economisch rapport ook aandacht te besteden aan de demografische ontwikkelingen. In sommige gemeenten loopt het aantal inwoners al terug. Nu is het niet zo dat je direct moet stoppen met bouwen, maar je moet anders bouwen. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe en ouderen blijven langer zelfstandig wonen. Daarbij: als je grote bedrijven in de regio wilt houden, zul je ervoor moeten zorgen dat het personeel er een goede plek vindt om te wonen. Dat houdt dus in dat je ook huizen van topkwaliteit moet bieden."

Schaars
Volgens Jef Pleumeekers, voorzitter van de SEAR en burgemeester van Heerlen, mag de afname van de beroepsbevolking geen reden zijn om minder inspanningen te plegen om de bestaande werkloosheid verder terug te dringen. Pleumeekers: "We moeten blijven investeren in het bedrijfsleven om te voorkomen dat bedrijven wegtrekken. Dat heeft ook te maken met de kwaliteit van het personeel in de omgeving. Datgene wat de economie in stand houdt, wordt straks juist schaarser. Historisch gezien is de werkloosheid nu laag en het vraagt stevig en gericht beleid om deze verder te laten dalen."
Pleumeekers verwacht dat de SEAR in de komende periode een initiatiefadvies zal uitbrengen over de verbetering van de onderwijsstructuur in Limburg.

Ruimte
Volgens voorzitter Pleumeekers zal de afname van de bevolking er niet toe leiden dat het ruimtegebrek wel vanzelf zal verdwijnen: "De behoefte aan ruimte voor wonen, werken, recreëren en vervoer zal desondanks toenemen. En gecombineerd met de behoefte aan kwaliteit stelt dit zwaardere eisen aan het ruimtegebruik. Ook de behoefte aan bedrijventerreinen is groot en blijft groot. Nu is de ruimte schaars in Limburg, terwijl er over de grens juist wel meer ruimte is. Wij zijn er een voorstander van om samen met de regio's over de grens beleid te ontwikkelen in de randvoorwaardelijke zin."
Een voorbeeld van deze grensoverschrijdende samenwerking is het bedrijventerrein Avantis dat op dit moment wordt aangelegd tussen de gemeenten Aken en Heerlen, en waar onder andere moderne high-techbedrijven een plaats zullen krijgen. Pleumeekers: "Avantis meet meer dan 100 hectare en ligt voor 60% in Duitsland en voor 40% in Nederland. Hiermee investeren we samen met de Duitse regio in nieuwe ontwikkelingen en voorzieningen en we tackelen het ruimteprobleem. Het moderne bedrijventerrein zal een enorme voedingsbron zijn voor jonge bedrijven op het gebied van high-tech. En met de universiteiten van Luik, Maastricht en Aken in de directe omgeving kan er een optimale uitwisseling van kennis tussen het bedrijfsleven en de wetenschap ontstaan. Dát is de kracht van een gedecentraliseerd sociaal-economisch adviesorgaan: zoeken naar mogelijkheden om nieuwe ontwikkelingen op te zetten, daarvoor aandacht te vragen bij het bestuur en er draagvlak voor te creëren in de samenleving. Het netwerk rond een adviesorgaan als de SEAR is daarom van onschatbare waarde."
Volgens Pleumeekers zorgt het ontstaan van Avantis weer voor nieuwe ontwikkelingen: "Deze samenwerking komt voort uit de behoefte aan meer ruimte, maar het heeft een vliegwieleffect: het stimuleert nieuwe ontwikkelingen. Zo zijn de gemeenten Heerlen en Aken nu bezig met een studie naar een lightrailverbinding met dat bedrijventerrein. Het blijkt dus een geweldige motor om ontwikkelingen op gang te brengen die tot dan toe waren geblokkeerd."
De SEAR wil dat de provincie inhaakt op de concrete problemen van concrete mensen die door actoren op lokaal niveau kunnen worden aangepakt.
Pleumeekers: "We moeten niet blijven steken in abstracte ideeën en analyses. De eerste stap is om kennis uit te wisselen en samen acties te coördineren. Vervolgens komt het afstemmen van beleid en ten slotte het uniformeren van beleid."

Hamsters
Bij het ontwikkelen van een grensoverschrijdend bedrijventerrein dienen de knelpunten zich al snel aan, met name op het gebied van de wetgeving. Op het bedrijventerrein Avantis is de Duitse én de Nederlandse wet- en regelgeving van kracht. Onderwerpen waar in de praktijk maatregelen voor nodig zijn, zijn: inkomen, sociale zekerheid, arbeidsomstandigheden, fiscaliteit, gezondheidszorg en certificatie van diploma's, de milieuwetgeving en de energieprijspolitiek.
Ook de Europese regelgeving kan tot problemen leiden. Pleumeekers: "Milieuorganisaties hebben in Duitsland én Nederland een Europese richtlijn laten toetsen die de hamster beschermt. In Nederland is het de Raad van State die toetst of die richtlijn geschonden wordt, maar in Duitsland doet de gemeente dat. En zo kan het zijn dat dezelfde richtlijn tot verschillende beoordelingen leidt aan weerszijden van de grens."

Euregionaal
Volgens secretaris Schellings zit het denken over de grens heen in het dagelijkse leven van de Limburger ingebakken. Schellings: "Tweederde van de Limburgse gemeenten grenst aan Duitsland of aan België – of aan beide. Veel mensen hebben hier drie valuta op zak – dat zal binnenkort wel veranderen, maar het typeert de positie tussen twee andere landen."
Toch blijkt het euregionaal denken niet eenvoudig. Schellings: "Een aantal jaren geleden was hier een discussie over de twee luchthavens in deze regio: Luik en Maastricht - op 40 kilometer afstand van elkaar. Tegelijkertijd bestonden er plannen om flink te investeren in een binnenhaven bij Born, terwijl Luik de derde binnenhaven van Europa is. De SEAR heeft bij die plannen vraagtekens gezet, omdat op beperkte afstand al goede faciliteiten bestaan. Wij adviseerden juist om het luchtverkeer op de bestaande luchthaven bij Maastricht te concentreren en het watertransport op de bestaande faciliteiten in Luik. Dat was niet makkelijk – er is moed voor nodig om euregionaal te denken."

Positie
Ook in zijn meest recente advies (eind januari) over de bestuurlijke vernieuwing in Limburg, wijst de SEAR de provincie op de noodzaak concreet en faciliterend te zijn. Voorzitter Pleumeekers: "De provincie heeft laten weten zelf geen gemeentelijke schaalvergroting te initiëren en alleen nog te reageren op initiatieven van de gemeenten. Zo'n initiatief zou dan de vorm van een zelfstudie moeten hebben waarin een diagnose gesteld wordt van de bestuurlijke organisatie. Naar het inzicht van de SEAR is dat een te afwachtende houding. De provincie geeft geen criteria waarmee die studies beoordeeld zullen worden. Daarnaast geeft de provincie geen duidelijkheid over wat over bijvoorbeeld tien jaar de gewenste positie is van de provincie in zijn verhouding tot gemeenten, gewesten en andere verbanden. Wij hebben de provincie geadviseerd om meer overtuigingskracht te ontwikkelen voor de herindeling van de kleinere gemeenten."

Milieu
De SEAR ziet graag dat Limburg zich verder ontwikkelt als een kwaliteitsregio, waarin versterking van economische activiteiten gecombineerd worden met een goede leef- en werkomgeving. Voor kennis die daarbij nodig is, maar ook voor verbreding van het draagvlak van ontwikkelingen, kijkt de SEAR uitnodigend naar de milieubeweging.
Voorzitter Pleumeekers: "De contacten met de milieuorganisaties zijn veelbelovend. Wij hebben ons laten inspireren door wat er op provinciaal niveau in Brabant ontwikkeld is. Daar heeft men met de milieuorganisaties een convenant afgesloten over de ontwikkeling van ecologie en economie. Dat kan een goede richting zijn om tot nieuwe inzichten en draagvlak voor beleid te komen."
Secretaris Schellings: "De scope van onze advisering is in de loop van de jaren breder geworden. Dat is noodzakelijk omdat steeds meer factoren economisch van belang zijn. Wij hebben in december een eerste stap gezet om nader met de verschillende milieuorganisaties, verenigd in de Limburgse Milieufederatie, te spreken. Als je nog niet zo lang geleden naar de economie keek, ging de aandacht vooral uit naar kwantiteit - het hele beleid was als vanzelfsprekend daarop gericht. In een meer kwalitatief sociaal-economisch beleid, dat bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling, is selectiviteit een belangrijk begrip. Dit betekent: je aandacht vestigen op dat wat een bijdrage levert aan de kwaliteit en aan duurzame ontwikkeling. We moeten onder andere selectief zijn in het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid. Daarnaast is het van cruciaal belang dat de bestaande bedrijven en de huidige bewoners zich verankerd voelen in de omgeving. Dit is een inzichtelijke verworvenheid van de laatste jaren."


Minder Limburgers na 2005


De SEAR verwacht dat de bevolking tot 2005 nog maar licht zal groeien. Omdat de natuurlijke aanwas nihil zal zijn, is de groei het gevolg van migratie.
De potentiële beroepsbevolking (inwoners tussen 15 en 65 jaar) groeit al jaren niet meer, en zal in de komende jaren zelfs met maximaal 5.000 afnemen. Door gericht beleid kan de arbeidsparticipatie nog wel toenemen, maar niet zo sterk als in de afgelopen jaren: in 2005 zal deze zo'n 66% bedragen.
De werkgelegenheid groeit fors, met 47.000 banen. Hierdoor wordt de werkloosheid gehalveerd: van 40.000 nu tot zo'n 20 tot 25.000 in 2005.
SAMENSTELLING SEAR

De Sociaal-Economische Adviesraad (SEAR) is het adviesorgaan dat de provincie Limburg (commissie ex artikel 89 van de Provinciewet) gevraagd en ongevraagd adviseert over voor Limburg belangrijke sociaal-economische vraagstukken. Daarbij maakt de raad gebruik van (ad hoc) commissies van deskundigen.
Secretaris Sjef Schellings: "Wij willen in een zo vroeg mogelijk stadium van het traject van beleidsvoorbereiding in de gelegenheid zijn om een advies te geven. Het is in het verleden wel voorgekomen dat de SEAR ervoor gekozen heeft géén advies uit te brengen, omdat de raad van mening was dat er te weinig tijd beschikbaar was. Als je adviseert, moet je het wel goed doen."
De SEAR heeft een tripartiete samenstelling: werkgevers, werknemers en onafhankelijke leden. De onafhankelijke ledendeskundigen worden benoemd door het College van Gedeputeerde Staten op voordracht van de Raad. Alle leden hebben stemrecht. Schellings: "In de praktijk wordt er niet gestemd. Het streven is om op basis van argumenten tot overeenstemming te komen."
De SEAR wordt gefinancierd door de Provincie Limburg, de SER, en de twee Kamers van Koophandel in de provincie.

Werkgeversleden:
Limburgse werkgeversvereniging (VNO-NCW)
Limburgse organisatie van zelfstandige ondernemers (MKB)
Limburgse Land- en Tuinbouwbond

Werknemersleden:
FNV
CNV
Unie mhp

Onafhankelijke leden:
drs J.B.V.N. Pleumeekers, voorzitter (burgemeester van Heerlen)
ir F.H.J. Koelman (Industriebank LIOF)
prof.dr J.A.H. Maks (Universiteit Maastricht)
drs H.C.G. Bak (Kamers van Koophandel in Limburg)

Voorzitter Jef Pleumeekers is per 1 maart 2000 benoemd tot algemeen directeur van de Nederlandse Onderneming Voor Energie en Milieu (Novem bv) in Sittard. Met ingang van die datum zal hij het voorzitterschap van de SEAR neerleggen.
SER-bulletin februari 2000

Inhoudsopgave