Literatuurlijst Werkloosheidswet
SER-publicaties
- Boeken - Tijdschriftartikelen
- SER, Invoering premiegroepen wachtgeldfondsen naar duur arbeidscontract
Den Haag : SER, 2005.
SER Adviezen, nr. 2005/10
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft het voornemen in (een aantal van) de WW-wachtgeldfondsen premiegroepen in te voeren waarbij de premie afhankelijk is van de afgesproken duur van de arbeidsovereenkomst. De premiegroepen hebben tot doel de cyclische werkloosheid, de seizoenswerkloosheid en de daarbij behorende werkloosheidslasten terug te dringen. Het advies begint met een weergave van het bestaande beleid met betrekking tot cyclische werkloosheid. Daarna wordt het voornemen van de minister weergegeven en vervolgens worden daarbij vanuit verschillende invalshoeken enkele kanttekeningen geplaatst. Ten slotte formuleert de commissie haar oordeel over het kabinetsvoornemen. Met de voorstellen van de minister en ook met het SER-advies komt een eind aan het huidige onderscheid tussen cyclische en seizoenswerkloosheid. Cyclische arbeid is arbeid waarbij een periode van werk in een vaste cyclus wordt afgewisseld met een periode van werkloosheid. Seizoensarbeid is cyclische arbeid die puur door klimatologische omstandigheden slechts in een deel van het jaar verricht kan worden. In het huidige beleid hebben seizoenwerklozen wel recht op een WW-uitkering in de periode dat ze niet werken. Bij cyclische werkloosheid bestaat dat recht niet. Het bepalen van de grens tussen cyclische en seizoenswerkloosheid maakt de uitvoering van de huidige regeling gecompliceerd. De commissie Sociale Zekerheid adviseert het huidige beleid gericht op vermindering van cyclische en seizoenmatige arbeid te vervangen door een driesporenbeleid. (B23863)
- SER, Toekomstbestendigheid werkloosheidswet
Den Haag : SER, 2005.
SER Adviezen, nr. 2005/05
De raad formuleert in dit advies een integraal pakket van voorstellen om de Werkloosheidswet (WW) te hervormen. De belangrijkste doelstelling daarvan is de WW meer toekomstbestendig te maken in het perspectief van huidige en toekomstige sociaal-economische ontwikkelingen. Zo kan de WW beter worden toegesneden op een transitionele en flexibele arbeidsmarkt en op de veroudering van de beroepsbevolking. In samenhang met zijn voorstellen voor hervorming van de WW doet de raad voorstellen gericht op preventie van dreigende werkloosheid en op reïntegratie van werkloze uitkeringsgerechtigden. De raad doet concrete voorstellen met het oog op preventie van werkloosheid. Deze zijn vooral gericht tot werkgevers en werknemers op het decentrale niveau. De voorstellen zouden volgens de raad in de plaats moeten komen van het wetsvoorstel tot afschaffing van de kortdurende WW-uitkering en tot aanscherping van de referte-eis en het kabinetsvoornemen tot gedeeltelijke verrekening van de ontslagvergoeding met een WW-uitkering. Volgens de raad moeten zijn voorstellen voor het WW-uitkeringsregime samengaan met veranderingen in het reïntegratiebeleid en het reïntegratie-instrumentarium. De raad acht het noodzakelijk dat het reïntegratiebeleid verbetert en dat het reïntegratie-instrumentarium meer effectief wordt benut. Maatwerk moet centraal staan in de uitvoering van het reïntegratiebeleid. De raad is verder voorstander van persoonsgebonden budgetten. Daarbij kan het gaan om de individuele reïntegratieovereenkomst waarbij het UWV de middelen beheert. Een andere mogelijkheid is de optie van een persoonsgebonden budget waarbij de WW-uitkeringsgerechtigde zelf de beschikking krijgt over de in te zetten middelen. Na het beëindigen van een WW-uitkering kunnen werkloze werknemers een beroep doen op een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB) of – onder bepaalde voorwaarden – op een inkomensvoorziening voor oudere werklozen (IOW). De raad stelt voor binnen de IOW onderscheid te maken tussen werklozen die bij aanvang van de werkloosheid 50 jaar of ouder zijn en werklozen die bij aanvang van de werkloosheid 60 jaar of ouder zijn. Het CPB heeft de volume-effecten van de voorstellen (zoals neergelegd in een concept van het advies) geraamd. Ten slotte neemt de raad zich voor het ontslagrecht nader te analyseren en te betrekken bij de beantwoording van de adviesaanvraag over het sociaal-economisch beleid op middellange termijn, gelet op de samenhang met het WW-stelsel zoals aangegeven in dit advies en in het advies Ontslagpraktijk en Werkloosheidswet (2005/06. Daarbij gaat het onder meer om ontslagprocedures en om de ontslagvergoedingssystematiek. (B23604)
- SER, Ontslagpraktijk en werkloosheidswet
Den Haag : SER, 2005.
SER Adviezen, nr. 2005/06
Is het wenselijk de ontslagvergoeding voortaan te verrekenen met de WW-uitkering? De SER beantwoordt die vraag ontkennend. De verrekening die het kabinet voorstelt, heeft een aantal negatieve effecten. Onder meer zullen ontslagprocedures moeizamer verlopen. Dat leidt tot een minder flexibele ontslagpraktijk en daarmee tot verminderde flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Verder bepleit de raad, juist ter verbetering van de arbeidsmarktdynamiek, een verregaande beperking van de toets op verwijtbaarheid van de werkloosheid. Hierdoor zijn niet langer pro-formaprocedures nodig om de WW-uitkering veilig te stellen. Dit betekent een belangrijke versoepeling van de ontslagpraktijk. Deze beide onderwerpen – verrekening ontslagvergoeding met de WW-uitkering en beperking van de verwijtbaarheidstoets – zijn opgenomen in dit afzonderlijke advies dat behoort bij het SER-advies Toekomstbestendigheid Werkloosheidswet (2005/05).(B23601)
- SER, Cie Soc. Zekerheid, Voorstellen deregulering WW
Den Haag : SER, (2005) 8 apr, 10 p.
Brief aan de Min. van SZW over voorstellen voornamelijk gericht op vereenvoudiging van de uitvoering van de sociale verzekeringen ter verhoging van de effectiviteit en doelmatigheid. Het gaat om a) doorlopen WW bij ziekte gedurende de eerste 13 weken, b) aanpassing van hfdstk. IV WW en c) urenverrekening bij geringe werkhervatting. Bijgevoegd is de adviesaanvraag van het Min. van SZW van 2 dec 2004. (TA14291)
- SER, Beoordeling kabinetsvoornemens aanpassing toetredingsvoorwaarden ww
Den Haag : SER, 2004.
SER Adviezen, nr. 2004/11
Dit advies bevat het oordeel van de SER over een drietal voorstellen van het kabinet om de toetredingsvoorwaarden tot de Werkloosheidswet (WW) aan te scherpen. Het gaat om de volgende voorstellen: de afschaffing van de kortdurende uitkering; de aanpassing van de wekeneis (39 weken uit 52 weken in plaats van de huidige eis van 26 uit 39 weken); de harmonisatie van de toetredingsvoorwaarden door het intrekken van het Besluit verlaagde wekeneis WW. (B22798)
- SER, Aanpassing toetredingsvoorwaarden WW
Den Haag : SER, 2004.
SER Adviezen, nr. 2004/01
Overeenkomstig de afspraken in het najaarsoverleg van 2003 heeft minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de SER gevraagd te adviseren over drie beleidsvoorstellen die zullen leiden tot een beperking van het recht op een WW-uitkering. Deze voorstellen behelzen: 1. het afschaffen van de kortdurende WW-uitkering (nu: maximaal 70% van het minimumloon gedurende ten hoogste een half jaar voor werkloze werknemers die in een periode van 39 weken voor de werkloosheid ten minste 26 weken hebben gewerkt); 2. het verhogen van de wekeneis voor een loongerelateerde WW-uitkering naar 39 weken werken in een periode van 52 weken voorafgaande aan de werkloosheid (nu: 26 uit 39 weken), met handhaving van de aanvullende eis dat in vier van de vijf jaar voor de werkloosheid over 52 dagen of meer in loonarbeid is gewerkt; 3. het verhogen van de wekeneis voor enkele specifieke categorieën werknemers voor wie thans een verlaagde wekeneis geldt; dit betreft bepaalde groepen seizoenwerkers, musici en artiesten voor wie nu een wekeneis geldt van 13, 16 of 20 weken in een periode van 39 weken; deze zou worden opgetrokken naar 39 weken in een periode van 52 weken voor de werkloosheid. Dit advies bevat vooral een analyse van de kabinetsvoorstellen tot aanpassing van de toetredingsvoorwaarden voor de WW. De SER constateert dat de voorstellen zullen leiden tot een vermindering van de toegang tot de WW voor werknemers met een beperkt arbeidsverleden, zoals jeugdigen, starters en herintreders op de arbeidsmarkt. Deze werkloze werknemers zullen dan eerder zijn aangewezen op de bijstand of hun naaste omgeving. Verder hebben de kabinetsvoorstellen gevolgen voor de WW als arbeidsmarktinstrument en voor de functie van de WW in het stelsel van sociale zekerheid. Daarnaast zou de voorgenomen afschaffing van de kortdurende uitkering ertoe leiden dat de referteperiode voor het recht op een WW-uitkering (vier jaar) ook internationaal gezien lang wordt. De SER zal zijn visie op enkele kabinetsvoorstellen tot beperking van het recht op een werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) geven in het advies over de toekomstbestendigheid van de Werkloosheidswet. De SER vindt het wenselijk dat een definitief beleidsoordeel over deze voorstellen past in een visie op de toekomst en toekomstbestendigheid van de WW. Minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft 3 februari 2004 hierover een adviesaanvraag aan de SER voorgelegd. (B22404)
- SER, Werken aan zekerheid I : advies werken aan zekerheid - band I: Deel 1: Algemeen : Deel 2: Sociale zekerheid in perspectief; reikwijdte advisering : Deel 3: activering en flexibilisering
Den Haag : SER, 1997
publicatienr. 1997/05 (1)
Unaniem advies over de kabinetsnota 'Werken aan Zekerheid'. De Raad wijdt een aantal beschouwingen aan twee invalshoeken die volgens hem gegeven een aantal majeure trends in de samenleving en economie niet mogen ontbreken in een fundamentele discussie over de toekomstige sociale zekerheid. Het gaat daarbij om de invalshoek van het streven naar economische zelfstandigheid voor mannen en vrouwen en de invalshoek van verantwoordelijkheidsverdeling in de sociale zekerheid. Band twee (B15582) gaat in op de problematiek van de toekomstige oudedagsvoorziening, de financiering van de AOW.(B15581)