Literatuurlijst Sociale zekerheid


SER-publicaties  Boeken  Tijdschriftartikelen- Standaarwerken

 

  • FNV; Akyar, G.; Jorissen, P.; Edzes, T.; Kloosterboer, D., Lokale monitor werk, inkomen en zorg 2012 : het sociaal beleid van gemeenten
    Amsterdam : St. FNV Pers, 2012. 56 p.
    Iedere twee jaar test de FNV het sociale beleid van de Nederlandse gemeenten op het gebied van armoede, sociale werkvoorziening en thuiszorg. Dit jaar namen 182 gemeenten deel. Uit het onderzoek, de Landelijke Monitor Werk Inkomen en Zorg 2012, blijkt dat gemeenten door de bezuinigingen op hun middelen fors moeten ingrijpen in hun sociale beleid. Gemeenten zijn ook bevreesd voor de Wet werken naar vermogen (WWV). Bijna allemaal (99 procent) verwachten ze problemen als de wet wordt ingevoerd. Uit de monitor blijkt dat de wachtlijst voor de sociale werkvoorziening (SW) in de afgelopen twee jaar met 3 maanden is gestegen tot 26 maanden. Op het gebied van zorg blijkt uit de monitor onder meer dat de helft van de gemeenten de eigen bijdrage voor WMO-voorzieningen heeft verhoogd. (B30842)

  • Raven, J., Popular support for welfare state reforms : om welfare state preferences and welfare state reforms in the Netherlands : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
    Rotterdam : Judith Raven, 2012. 187 p.
    Doel van het onderzoek dat in dit proefschrift is weergegeven is om beter te begrijpen hoe burgers denken over de verzorgingsstaat haar verzorgingsarrangementen. Uit het onderzoek blijkt dat Nederlanders herzieningen van de verzorgingsstaat steunen, zoals de WW, niet alleen als zij er zelf voordeel van hebben. Ze staan achter herzieningen als oneigenlijk gebruik daardoor strenger wordt bestraft. Maar mensen die het echt nodig hebben moeten wel hun recht op sociale zekerheid houden. Raven heeft ook onderzocht in welke mate de publieke opinie invloed heeft op het beleid voor de verzorgingsstaat. Dan blijkt dat de publieke opinie geen invloed heeft op beleid dat al lang bestaat en sterk geïnstitutionaliseerd is – zoals bijvoorbeeld de WW en de AOW. De voorwaarde is dat dit beleid is gebaseerd op rechtvaardigheidsprincipes die breed worden gesteund in de maatschappij. De publieke opinie heeft wel invloed op relatief nieuw beleid dat nog sterk in ontwikkeling is. (B30793)

  • Universiteit Utrecht; Movisie; Bouwman-Van 't Veer, M.; Knijn, T.; Berkel, R. van, Activeren door participeren : de meerwaarde van de wet maatschappelijke ondersteuning voor reintegratie van mensen in de bijstand
    Utrecht : Universiteit Utrecht, 2011. 132 p.
    De onderzoeksgroep Sociaal Beleid en interventies (SOPINS, voorheen ASW) van de Universiteit Utecht is door MOVISIE gevraagd om een verkennende studie te doen naar mogelijk werkzame bestanddelen van de integratie van de Wet Werk en Bijstand (WWB) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In dit rapport worden de resultaten van dat onderzoek gepresenteerd. Activeren door participeren’ evalueert drie succesvolle activeringsprojecten waarin gebruik gemaakt wordt van de Wmo en de WWB. Aan de hand van interviews met cliënten en professionals zijn de werkzame bestanddelen geïnventariseerd van de integratie van beide wetten. (B30761)
     
  • UWV. Doorstroom van WW naar bijstand 2001-2012
    Amsterdam : UWV, 2012. 33 p.
    Kennismemo, nr. 12/01
    Het aantal mensen dat na een WW-uitkering doorstroomt naar de bijstand is in de afgelopen 10 jaar sterk toegenomen: van ruim 9.000 (2001) naar bijna 25.000 (2009). Het aandeel WW’ers dat doorstroomt naar de bijstand varieert in die periode van 4 tot ruim 8%. Dat lijkt niet veel, maar de doorstromers blijken een fors aandeel van de instroom in de bijstand te zijn. Afhankelijk van de
    conjunctuur is de totale bijstandsinstroom circa 100.000 tot 130.000 personen per jaar. Dat houdt in dat circa 10-20% van de instroom in de bijstand afkomstig is van de WW. Een economische crisis leidt tot een forse groei van de doorstroom van WW naar bijstand. Daarbij heeft de kredietcrisis (vanaf 2008) waarschijnlijk een veel groter effect op de doorstroom gehad dan de internetcrisis (vanaf 2001). (B30733)
     
  • Bureau Bartels; Min. SZW, Monitor pilot wajong advies voucher eindrapport
    Amersfoort : Bureau Bartels, 2011. 66 p.
    In februari 2010 is de Pilot Wajong Advies Voucher van start gegaan. De pilot is opgezet door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om werkgevers te stimuleren de mogelijkheden te verkennen om jonggehandicapten als medewerker aan te nemen. Met deze voucher kan een werkgever namelijk een gratis advies laten uitvoeren door een re-integratiebedrijf. Dit advies heeft betrekking op de vraag of het bij een werkgever mogelijk is om, via ‘jobcarving’, één of meerdere functies voor jonggehandicapten te creëren. Achtereenvolgens komen aan de orde: De effectiviteit van de Wajong Adviesvoucher; Inhoud voucherinstrument; Uitvoering en organisatie Wajong Advies-Voucher; Ervaring met werven en plaatsen Wajongers. (B30707)
     
  • Inspectie Werk en Inkomen; Min. SZW, Het naleven van verplichtingen
    Den Haag : IWI, 2011. 36 p.
    In deze programmarapportage laat de inspectie onder andere het resultaat zien van een bestandkoppeling tussen de polisadministratie en de bijstanduitkeringenstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De confrontatie tussen deze twee bestanden leidt toe de conclusie dat de inkomsten uit arbeid van mensen met een bijstanduitkering niet altijd worden verrekend of teruggevorderd. De oorzaak ligt vooral bij een niet volledig gebruik van de signalen die gemeenten ontvangen van het Inlichtingenbureau. De programmarapportage doet ook verslag van onderzoeken van de inspectie naar de wijze waarop gemeenten en UWV omgaan met klanten, waarvan kleding en gedrag de kansen op de arbeidsmarkt feitelijk kunnen belemmeren. Ook uit deze onderzoeken komt de noodzaak van meer directe sturing op de werkvloer naar voren. (B30701)
     
  • CPB; Jongen, E.; Bettendorg, L.; Muller, P., CPB notitie
    Den Haag : CPB, 2011. 46 p.
    De notitie heeft de volgende structuur. Sectie 2 geeft een overzicht van de belangrijkste wijzigingen in de formele kinderopvang en andere fiscale regelingen voor jonge ouders. Na de beschrijving van de gevolgde schattingsmethode in Sectie 3, wordt de data besproken die gebruikt wordt in de analyse in Sectie 4. Sectie 5 geeft dan de geschatte effecten op de participatie, en Sectie 6 de geschatte effecten op het aantal gewerkte uren. In Sectie 7 worden de resultaten vergelijkt met de uitkomsten van eerdere studies. Sectie 8 ten slotte, geeft een analyse van het aandeel van substitutie in de toename van het gebruik van formele opvang. Sectie 9 besluit met de belangrijkste bevindingen. (B30675)
     
  • SVB, Januarinota 2012 AOW/ANW/AKW/AIO/MKOB
    Amstelveen : SVB, 2012. 43 p.
    Met deze rapportage verstrekt de Sociale Verzekeringsbank ramingen voor de fondsen Algemene Ouderdomswet (AOW), Algemene nabestaandenwet (Anw) Algemene Kinderbijslagwet (AKW), Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) en Mogelijkheid Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (MKOB). In deze ramingen staan gegevens over het aantal gerechtigden, de baten en lasten en de vermogenspositie voor het lopende jaar en het daaropvolgende jaar. Deze nota gaat over de fondsontwikkelingen in 2011 en 2012.
    Omslagtitel: Januarinota 2012 AOW/ANW/AKW/AIO/MKOB : fondsontwikkeling 2011 t/m 2012 (B30632) 
     
  • Veen, R. van der; Yerkes, M.; Achterberg, P.; [et al.], The transformation of solidarity ; changing risks and the future of the welfare state
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2012. 214 p.
    De auteurs onderzoeken de bewering dat de sociale en economische veranderingen als gevolg van de overgang naar een postindustriële samenleving de sociale fundamenten van de verzorgingsstaat hebben verzwakt. (B30541)
     
  • SEO; Tempelman, C.; Houkes, A.; Prins, J.; Min. SZW, Niet-gebruik inkomensondersteunende maatregelen : eindrapport
    Amsterdam : SEO, 2011. 117 p.
    SEO-rapport, nr. 2011-31
    Mensen met een laag inkomen, uitkeringsgerechtigd of werkend, hebben – mits ze voldoen aan bepaalde eisen – recht op inkomensondersteuning. Deze is bedoeld als tegemoetkoming voor onverwachte en onvermijdelijke kosten, maar ook als ondersteuning bij de gebruikelijke huur- en zorgkosten. Een aantal van deze mensen maakt geen gebruik van de ondersteuning. SEO Economisch Onderzoek berekende in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hoe groot het niet-gebruik van vijf regelingen was in de jaren 2006 tot en met 2008. De onderzochte regelingen zijn: zorgtoeslag, huurtoeslag, langdurigheidstoeslag, individuele bijzondere bijstand en categoriale bijzondere bijstand voor de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen. Het niet-gebruik van de huur- en zorgtoeslag is met 17-18 procent veel lager dan het niet-gebruik van de langdurigheidstoeslag (60 procent). Mensen met een inkomen rond het sociaal minimum maken in verhouding vaker gebruik van de regelingen. Wie zijn de niet-gebruikers? Werkenden kennen relatief een veel lager gebruik dan gepensioneerden of uitkeringsgerechtigden. Dit geldt zowel voor mensen in loondienst, als voor zelfstandigen. Zo is bij de huurtoeslag het niet-gebruik onder zelfstandigen (met een inkomen rondom het sociaal minimum) meer dan 30 procent, terwijl het gemiddelde niet-gebruik van deze groep 7 procent is. De langdurigheidstoeslag wordt zelfs maar door een paar procent van de werkende rechthebbenden gebruikt. Een groep die juist een heel laag niet-gebruik kent zijn de bijstandsgerechtigden. Bijstandsgerechtigden zijn met naam en toenaam (en inkomen en vermogen etc.) bekend bij de gemeente en zijn hierdoor dus gemakkelijk te benaderen. (B30525)
     
  • Everdingen, M. van; Werner, M. C., Jurisprudentie over het vertrouwensbeginsel in de sociale zekerheid : deel II: het slagen en falen van het beroep op het vertrouwensbeginsel
    Deventer : Kluwer, 2011. 152 p.
    PS-special: vertrouwensbeginsel deel II, nr. 2011-8
    Deze special (deel II) gaat over het slagen en falen van het beroep op het vertrouwensbeginsel. Hoofdstuk 1 - 7 gaat over uitspraken waarin het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Hoofdstuk 1 gaat over bepalingen waarbij het vertrouwensbeginsel geen rol kan spelen. Hoofdstuk 2 gaat over situaties waarin honorering van het beroep op het vertrouwensbeginsel leidt tot strijd met wet- of regelgeving. Hoofdstuk 3 gaat over uitspraken waarin geen sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen. Dat vertrouwen kan ontbreken omdat geen sprake is van een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging of van een vertrouwenwekkend orgaan of persoon. Daarnaast ontbreekt het gerechtvaardigd vertrouwen als betrokkene onvolledige of onjuiste informatie heeft verstrekt of als betrokkene beter had moeten weten. De CRvB kan een beroep op het vertrouwensbeginsel ook afwijzen omdat niet is voldaan aan het dispositievereiste (zie hoofdstuk 4) of omdat sprake is van een rechtvaardigingsgrond (zie hoofdstuk 5). Verder is het mogelijk dat betrokkene niet kan voldoen aan de bewijslast (zie hoofdstuk 6). Het komt ook voor dat de CRvB een beroep op het vertrouwensbeginsel afwijst omdat het bestuursorgaan al rekening heeft gehouden met een (mogelijke) schending van het vertrouwensbeginsel (zie hoofdstuk 7). Hoofdstuk 8 gaat over uitspraken waarin de CRvB het beroep op het vertrouwensbeginsel honoreert. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de gevolgen van het honoreren van een beroep op het vertrouwensbeginsel. De hoofdstukken bevatten allemaal een inleidende tekst over de geselecteerde uitspraken, samenvattingen van deze uitspraken en citaten uit deze uitspraken. (B30479)
     
  • Westerveld, M., Het stiefkind van het arbeidsrecht : de complexe relatie van zelfstandige arbeid en sociale verzekering : rede
    Amsterdam : UVA, 2011. 34 p.
    De opkomst van ZZP-arbeid (zelfstandig zonder personeel) plaatste architecten van werknemersverzekeringen voor dilemma’s. Had men nu te maken met werknemers die zoveel mogelijk binnen de paraplu van deze verzekeringen gehouden moesten worden, of met ondernemers voor wie die regelingen niet geschreven zijn en die hier dus niets te zoeken hebben? Zijn ZZP’ers slachtoffer van werkgevers die in hen een goedkope aanvulling op het vaste werknemersbestand zien? In haar oratie laat Mies Westerveld zien dat de dilemma’s rondom het fenomeen ZZP nog altijd actueel zijn. Ze stelt dat de keuzes die op het snijvlak van zelfstandige en onzelfstandige arbeid zijn gemaakt heel vaak in het nadeel uitvallen van degene die op dit snijvlak zijn diensten aanbiedt. Wel is de noemer ‘ZZP’ te onbepaald voor algemene uitspraken of generiek beleid, de sleutel zit in een meer doelgroepgerichte aanpak. Westerveld zal er in haar oratie voor pleiten om een discussie die beleidsmatig beslecht lijkt, te heropenen. Hiertoe reikt ze enkele concrete handvatten aan.
    Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van Hoogleraar in het Sociaal Verzekeringsrecht aan de Universiteit van Amsterdam op 2 december 2011 ( B30476)
     
  • CPB, Houdbaarheidseffect sociaal akkoord AOW, witteveenkader en vitaliteitspakket
    Den Haag : CPB, 2011. 11 p.
    CPB Notitie
    Op verzoek van SZW zijn de effecten op de werkgelegenheid en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën van het ‘pensioenakkoord’ samen met het ‘vitaliteitspakket’ doorgerekend. (B30468)
     
  • Jacobs, A., Labour and the law in Europe : a satellite view on labour law and social security law in Europe
    Nijmegen : Wolf Legal Publishers, 2011. 236 p.
    'Satelietkijk' op de belangrijkste gebeurtenissen op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht binnen de Europese Unie. Elke lidstaat heeft zijn eigen aanpak, waardoor er diverse regels zijn, die het moeilijk maken overeenkomsten en verschillen te onderscheiden. (B30462)
     
  • SCP; CBS, Armoedesignalement 2011
    Den Haag : CBS, 2011. 90 p.
    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) brengen in deze gezamenlijke publicatie de meest actuele gegevens over armoede in Nederland in kaart. De ontwikkeling van het armoedepercentage wordt op basis van verschillende criteria gepresenteerd. Ook de belangrijkste risicogroepen, de regionale spreiding en de mate waarin mensen zelf aangeven armoede te ervaren komen aan bod. (B30431)
     
  • Brakel, S.; Kronenburg-Willems, E. J.; Nacinovic, H. W. M.; Olst, R. B. B. van; Werner, F. H. A., Handhaving
    Deventer : Kluwer, 2011. 203 p.
    PS-special: Handhaving, nr. 6 (2011)
    Bij handhaving gaat het om het tijdig beëindigen van een uitkering indien niet langer recht op een uitkering bestaat, het opsporen van fraude en het terugvorderen van ten onrechte verstrekte uitkeringen, het opleggen van bestuurlijke boetes en om het opleggen van maatregelen aan uitkeringsgerechtigden die onvoldoende hun best doen om werk te krijgen. In deze Special is aandacht voor de handhaving vanuit verschillende aspecten. Er wordt ingegaan op de handhaving in de bijstand door de gemeenten, het handhavingsbeleid van de SVB en dat van het UWV. Daarbij wordt de procedure van het opleggen van maatregelen uitgebreid beschreven. (B30413)
     
  • Nicis Inst; Ecorys, Stapelingseffecten van de bezuinigingen in het sociale domein : tegen achtergrond van decentralisatie beleid
    Rotterdam : ECORYS, 2011. 34 p.
    Het rapport schetst vier gelijktijdige bewegingen die het huidige kabinetsbeleid kenmerken. Ten eerste worden belangrijke delen van het rijksbeleid (jeugdbeleid, uitvoering Wajong en dagbegeleidling AWBZ) overgedragen naar de gemeenten. Op de tweede plaats gaat deze overheveling van rijkstaken gepaard met aanzienlijke bezuinigingen op de eveneens overgedragen financiële middelen. Daarnaast krijgen veel huishoudens te maken met hogere zorgpremies, zorgpakketversoberingen, grotere eigen bijdragen en lagere toeslagen. En tot slot kunnen nieuwe uitvoeringsbepalingen grote financiële gevolgen gaan hebben voor bepaalde huishoudens. Deze simultane bewegingen houden het gevaar in dat de effecten van deze beleidswijzigingen ‘stapelen’ bij bepaalde huishoudens. Het rapport zet alle nieuwe maatregelen op een rijtje en geeft aan hoeveel mensen met elke maatregel te maken hebben. Het rapport schetst ook een beeld van wat er in huishoudens van verschillende samenstelling en met specifieke kenmerken kan gebeuren. Het zijn geen concreet bestaande huishoudens die worden beschreven, maar exemplarische voorbeelden van huishoudens zoals ze er uit zouden kunnen zien. (B30391)
     
  • Nicis Inst; Ecorys, Stapelingseffecten van de bezuinigingen in het sociale domein : achtergrondrapport met cijfers en achtergrondinformatie
    Rotterdam : ECORYS, 2011. 68 p.
    De achtergrondrapportage behoort bij de rapportage, “Stapelingseffecten van de bezuinigingen in het sociale domein: Tegen achtergrond van decentralisatie beleid, Hoofdrapport Quickscan” , Ecorys en NICIS (2011). De voorliggende rapportage bevat achtergrondinformatie, cijfers en een overzicht van de geraadpleegde literatuur. (B30392)
     
  • Everdingen, M. van; Werner, M. C., Jurisprudentie over het vertrouwensbeginsel in de sociale zekerheid : deel I: de vertrouwenwekkende gedragingen
    Deventer : Kluwer, 2011. 176 p.
    PS-special: vertrouwensbeginsel deel I, nr. 4
    Deze special (Deel I) gaat over vertrouwenwekkende gedragingen. Hoofdstuk 1 bevat een korte inleiding met een definitie van het vertrouwensbeginsel en enkele tips voor de burger. Hoofdstuk 2 gaat over de kracht van de vertrouwenwekkende gedraging. Dit hoofdstuk bevat uitspraken over verwachtingen ontleend aan: Een aflopende of eenmalige beschikking; Afspraken tussen burger en bestuur; Een beschikking die voor langere duur de rechten en plichten van de burger vastlegt; Een concrete en individuele toezegging;
    Beleid; Specifieke en op het individuele geval betrekking hebbende informatie; Stilzitten van een bestuursorgaan; Algemene informatie zoals folders en brochures.
    In hoofdstuk 3 staat de vorm van het gewekte vertrouwen centraal. Dit hoofdstuk bevat uitspraken over vier vormen van gewekt vertrouwen:
    Schriftelijk; Mondeling; Handelwijze van het bestuursorgaan; Aannames en veronderstellingen. (B30350)
     
  • Europese Cie, EU employment and social situation quarterly review : september 2011
    Luxemburg : EU, 2011. 93 p.
    Social europe
    Kwartaalbericht over de arbeidsmarktontwikkelingen en de sociale ontwikkelingen in Europa. Tegen de achtergrond van een tragere economische groei lijkt het aarzelende herstel van de EU-arbeidsmarkt tot stilstand te zijn gekomen, terwijl de divergentie tussen de 27 arbeidsmarkten blijft heersen. Over het geheel genomen blijft de arbeidsparticipatie ver onder de cijfers van voor de crisis. De arbeidsmarkt is begonnen te stabiliseren voor de meeste subgroepen van de bevolking. Echter de cumulatieve impact van de recessie heeft een zware klap veroorzaakt voor de situatie van kwetsbare groepen, als jongeren, migranten, laaggeschoolden en, meer recentelijk, ook vrouwen. (B30321)
     
  • SCP; Roest, A., Kunnen meer kinderen meedoen? : veranderingen in de maatschappelijke deelname van kinderen, 2008-2010
    Den Haag : SCP, 2011. 85 p.
    SCP-publicatie, nr. 2011-40
    Dit boek vergelijkt de situatie voor en na de inzet van dat beleid. Het rapport brengt in kaart hoeveel kinderen in 2008 en 2010 niet meededen, en of financiële redenen daarbij een rol speelden. Ook is onderzocht in welke mate mensen gebruikmaakten van de gemeentelijke regelingen en vergoedingen op dit terrein. De studie mondt uit in de aanbeveling het beleid in de toekomst gerichter in te zetten. (B30281)
     
  • Nacinovic, H. W. M., Bijstandsverhaal
    Deventer : Kluwer, 2011. 152 p.
    PS-special (2011), nr. 3. Bijstandsverhaal
    In deze PS Special wordt het wettelijk kader van het bijstandsverhaal uit de doeken gedaan. Daarnaast bevat het in de bijlagen informatie met betrekking tot het berekenen van de omvang van een onderhoudsplicht, welke nodig is om de verhaalsbijdragen van een onderhoudsplichtige te kunnen vaststellen. (B30279)
     
  • Europese Cie, The EU provisions on social security : your rights when moving within the European Union
    Luxemburg : EU, 2011. 57 p.
    De gids heeft betrekking op alle mensen die zich binnen de EU verplaatsen voor werk, studie, pensionering, of alleen voor een korte vakantie. Wat zijn hun rechten en plichten bij verplaatsing vooral op het gebied van sociale zekerheid. (B30269)
     
  • Willem Drees St. voor Openbare Financiën; Donders, J. H. M.; Kam, C. A. de [et al.], Jaarboek overheidsfinanciën 2011
    Den Haag : SDU, 2011. 198 p.
    Deze negende aflevering van het door de Wim Drees Stichting voor Openbare Financiën gepubliceerde Jaarboek Overheidsfinanciën houdt het financieel-economische beleid van de overheid kritisch tegen het licht. Traditiegetrouw gaan de eerste zes hoofdstukken over de wisselwerking tussen economie en overheidsfinanciën, de sociale zekerheid, de collectief gefinancierde gezondheidszorg, de financiën van gemeenten en provincies en Europa, met dit keer aandacht voor de eurocrisis. Verder besteedt deze editie in alle hoofdstukken aandacht aan elf van de zeventien hervormingsvoorstellen van het in oktober 2010 aangetreden kabinet-Rutte, waaronder beleidsvoornemens inzake de woningmarkt en het huurbeleid, arbeidsimmigratie en de reorganisatie van de politie. (B30221)
     
  • Yerkes, M. A., Transforming the Dutch welfare state : social risks and corporatist reform
    Bristol : Policy Press, 2011. 172 p.
    Nederland is sinds midden 1990 geprezen voor het succes van zijn welvaartsstaathervormingen en macro-economisch beleid, vaak genoemd 'the Dutch miracle'. Aandacht voor de kunst van de Nederlandse welvaartsstaat om om te gaan met veranderende en opkomende sociale risico's. Met name de behandeling van verschillende sociale risico's als gehandicapten, kinderopvang en werkloosheid en de hierbij betrokkenen als politieke partijen, beleidsmakers van de overheid, de vakbeweging en de werkgevers. (B30165)
     
  • Cedris; KplusV, Eindrapport Inspelen op de Wet werken naar vermogen
    Arnhem : KplusV, 2011. 47 p.
    In opdracht van brancheorganisatie Cedris heeft KplusV organisatieadvies de afgelopen maanden bij een aantal SW-bedrijven onderzocht op welke wijze de bedrijfsvoering in elkaar steekt, wat de huidige financiële situatie is en welke strategische vragen nu voorliggen om goed in te kunnen spelen op de toekomst. Eerst beschrijft het rapport het huidige speelveld van het SW-bedrijf. het laat enkele karakteristieken zien van de SW-er, het SW-bedrijf, de gemeente en de marktpartijen. Daarnaast wordt schetst een exploitatiebegroting van een SW-bedrijf er uit ziet en op welke wijze de begroting in 2011 onder druk komt te staan. strategische vragen die hieruit voortvloeien en de consequenties voor de bedrijfsvoering. (B30013)
     
  • Europese Cie , Second biennial report on social services of general interest
    Luxemburg : European Commission, 2011. 124 p.
    Social Europe
    Dit verslag over sociale diensten van algemeen belang is een belangrijk instrument voor het toezicht op de sector en het bevorderen van de dialoog op EU-niveau. Dit tweede tweejaarlijkse verslag geeft een update van de economische- en de werkgelegenheidsgegevens die in het eerste tweejaarlijkse verslag zijn gepubliceerd in juli 2008. Het geeft ook een overzicht van de verschillende in Europa geïmplementeerde initiatieven om de kwaliteit van sociale diensten te garanderen en te verbeteren en het richt zich op het vrijwillige Europese Kwaliteitskader ontwikkeld binnen het Comité voor sociale bescherming. Tenslotte beschrijft het de laatste ontwikkelingen in het debat over de toepassing van de EU-regels voor sociale diensten van algemeen belang. (B30005)
  • Vliet, O. P. van, Convergence and Europeanisation : the political economy of social and labour market policies : proefschrift universiteit Leiden
    Leiden : Leiden University Press, 2011. 167 p.
    Meijers-reeks, nr. MI-194
    In het proefschrift staat de volgende vraag centraal: Wat is de invloed van Europese integratie op nationaal socialezekerheids- en arbeidsmarktbeleid van lidstaten van de Europese Unie en welke factoren kunnen een verklaring bieden voor de verschillen in de mate waarin lidstaten hun beleid vervolgens hebben veranderd? Europese integratie kan een aantal effecten hebben op nationaal socialezekerheids- en arbeidsmarktbeleid. Deze effecten zijn afkomstig van twee typen Europese integratie, namelijk negatieve en positieve integratie. Negatieve integratie heeft betrekking op maatregelen die beogen de marktintegratie te bevorderen door het terugdringen van nationale handelsbelemmeringen en verstoringen van mededinging. Positieve integratie verwijst naar gemeenschappelijk Europees beleid om omstandigheden te creëren waaronder markten (beter) kunnen functioneren. De dissertatie bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat in op de vraag in hoeverre convergentie is opgetreden in verzorgingsstaatbeleid en -uitgaven in de EU en in welke mate eventuele patronen van convergentie specifiek zijn voor de EU. Trends en patronen die specifiek zijn voor de EU kunnen duiden op effecten van Europese integratie. In het tweede deel van deze studie wordt ingegaan op de factoren die verklaringen kunnen bieden voor deze patronen van overeenkomsten en verschillen tussen landen en door de tijd. Hierbij is hoofdstuk 5 gerelateerd aan positieve integratie, terwijl in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op negatieve integratie. (B30001)
     
  • Netspar; Bovenberg, L.; Koelewijn, W.; Kortleve, N., Naar een dynamische toekomstvoorziening : integratie van werk, pensioen, zorg en wonen over de levensloop
    Tilburg : Netspar, 2011. 63 p.
    NEA Paper, nr. 40
    Deze paper betoogt dat pensioenen in de tweede pijler dynamischer moeten worden. Zowel in de opbouw- als de uitkeringsfase is meer flexibiliteit en maatwerk nodig. Een belangrijke reden daarvoor is dat macrorisico’s steeds meer expliciet bij het individu komen te liggen. De manier waarop het individu op deze nieuwe risico’s inspeelt, hangt af van de individuele situatie en voorkeuren. Een dynamischer pensioen past ook bij de toegenomen heterogeniteit op de arbeidsmarkt en kan in de opbouwfase bijdragen aan het beter ontwikkelen, onderhouden en benutten van menselijk kapitaal. De vergrijzing en ontgroening van de samenleving vergroten het belang daarvan. Daarnaast biedt een dynamisch samenspel van pensioen met de domeinen zorg en wonen kansen om de beschikbaarheid en betaalbaarheid van goede zorg- en woonvoorzieningen tijdens de oude dag te vergroten. (B30028)
     
  • Kam, C. A. de; Koopmans, L.; Wellink, A. H. E. M., Overheidsfinanciën
    Groningen : Noordhoff Uitgevers, 2011. 320 p.
    De overheid legt beslag op de helft van het nationale inkomen. Dit boek legt uit hoe beslissingen in de collectieve sector tot stand komen en het behandelt de economische gevolgen van overheidsuitgaven, belastingheffing en het stelsel van sociale zekerheid. Verder krijgen organisatie en financiering van de gezondheidszorg, de invloed van de overheid op de inkomensverdeling, armoedebeleid en de financiële verhouding tussen bestuurslagen veel aandacht. In deze herziene druk is het regeerakkoord van het kabinet-Rutte verwerkt. 13e dr. (B30015)
     
  • CBS; Centrum voor Beleidsstatistiek; Copinga, M.; Dill, A.; Schreven, L.; Wagner, Ch., Interactie arbeidsmarkt en sociale zekerheid, 2006 en 2008
    Den Haag : CBS, 2011. 41 p.
    Het ministerie van SZW wil graag meer inzicht in de overgangen van de Nederlandse bevolking tussen (tijdelijk) werk, werk als zelfstandige en de sociale zekerheid en heeft daarom het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) opdracht gegeven om hier onderzoek naar te doen. In de eerste fase van dit onderzoek is een tabellenset gepubliceerd op de CBS-website, getiteld ‘Arbeidsmarktgegevens, 2006 en 2008’. Op die tabellenset bouwen deze rapportage en de bijbehorende tabellen voort. De rapportage richt zich specifiek op de interactie tussen arbeidsmarkt en sociale zekerheid, in het bijzonder voor werknemers met een vast versus een tijdelijk contract. Daarbij wordt bekeken of de arbeidsmarktpositie van personen na drie jaar veranderd is. (B29931)
     
  • Min. SZW; Blom, M. [et al.], Het profijt van solidariteit : draagvlak voor herziening in het stelsel van werk en inkomen
    Den Haag : Min. SZW, 2011. 147 p.
    Het stelsel van werk en inkomen staat voortdurend onder druk vanwege de noodzaak en de politieke wil tot herziening. Tegelijkertijd kan het stelsel in algemene zin op duurzame steun onder de bevolking rekenen. In deze publicatie staat de volgende vraag centraal: Hoe verhoudt de solidariteit onder de bevolking zich met het streven om maatschappelijk draagvlak te winnen voor voorgestane voorzieningen in het stelsel? Met het uitbrengen van deze bundel wil SZW input leveren aan het wetenschappelijk debat over de herziening van de verzorgingsstaat. In de bundel komen een aantal auteurs van buiten SZW aan het woord die een opmerkelijke bijdrage hebben geleverd aan een serie themabijeenkomsten die in mei en juni 2010 bij SZW zijn gehouden onder de noemer van "De toekomst van solidariteit". Het geluid van deze auteurs verkondigt nadrukkelijk niet de mening van het ministerie en de bewindslieden van SZW. (B29585)
     
  • Inspectie Werk en Inkomen, De burger bediend in 2010 : programmarapportage programma Informatieprocessen
    Den Haag : IWI, 2010.
    R10/11
    In het SUWI-domein is informatie van wezenlijk belang voor alle partijen. Burger en werkgever willen goed bediend worden. Bij een optimale dienstverlening gaat het onder meer om het tijdig en tegen minimale lasten leveren van de juiste informatie. In deze rapportage geeft IWI een beeld van de recente ontwikkelingen en de huidige stand van zaken op het gebied van informatievoorziening en gegevensuitwisseling in de keten van werk en inkomen. Aan de orde komen de belangrijkste ontwikkelingen in de periode 2005 – 2010 ten aanzien de informatieprocessen op de werkpleinen, de invoering van de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen, en de ontwikkeling van het digitale klantdossier. (B29535)

  • Pennings, F. J. L., Europees socialezekerheidsrecht
    [Deventer] : Kluwer, 2010. 359 p.
    Monografieën sociaal recht, nr. 9
    In 2010 is een nieuwe EU-verordening voor de coördinatie van sociale zekerheid in werking getreden. Verordening 883/2004. Deze Coördinatieverordening brengt belangrijke vernieuwingen, zoals de uitbreiding van de personenkring en andere aanwijsregels. Dit boek maakt de systematiek van de verordening duidelijk. Met behulp van voorbeelden worden de effecten van de regels verduidelijkt. De auteur behandelt tevens de jurisprudentie over de voorgaande verordeningen voor zover deze nog relevant is voor de nieuwe verordening. Ook wordt de verhouding van de verordening behandeld ten opzicht van verdragsbepalingen van het Lissabonverdrag, als die betreffende het vrij verkeer van werknemers, de rechtsgrond voor de coördinatieverordening en het Europees burgerschap. Actuele discussies en problemen krijgen ruime aandacht. In het tweede deel van dit boek worden de maatregelen van de Europese sociale politiek besproken die relevant zijn voor alle onderdanen van de EU. Daarbij gaat het onder meer om EU-regelingen die direct ingrijpen in nationale socialezekerheidsstelsels. Een voorbeeld daarvan is het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Ook komen de bepalingen van sociale politiek van de Raad van Europa en de Internationale Arbeidsorganisatie aan de orde, aangezien deze eveneens invloed hebben, vaak in samenhang met de EU-regels, op de nationale stelsels.
    6e dr (B29456)
     
  • Pennings, F., European social security law
    Antwerpen : Intersentia, 2010. 382 p.
    Overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied. Verklaring van betekenis van de Europese verordening 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, de effecten op nationale wetgeving en verschillen met de oude verordening. Deel twee gaat in op voorzieningen voor wat betreft gelijke behandeling van mannen en vrouwen, ontwikkelingen en de betekenis voor sociale zekerheid met maatregelen en beleidsinstrumenten.
    5th ed. (B29422)
     
  • Nacinovoc, H. W. M., Gezamenlijke huishouding in de sociale zekerheid
    Deventer : Kluwer, 2010. 156 p.
    PS-special (2010), nr. 8 Gezamenlijke huishouding in de sociale zekerheid
    Deze PS-special is gewijd aan het begrip 'gezamenlijke huishouding' zoals dat in tal van sociale zekerheidswetten wordt gebruikt. Indien twee ongehuwden een gezamenlijke huishouding voeren worden zij in de sociale zekerheid als gehuwd aangemerkt. Dit betekent meestal dat zij daardoor minder uitkering kunnen krijgen dan zij als ongehuwden zouden kunnen krijgen. Maar er zijn ook gevallen waarin de gelijkstelling met gehuwden juist leidt tot meer uitkering. Dit boekje is bedoeld voor wie in juridische procedures met het begrip 'gezamenlijke huishouding' in aanraking komt. De special bevat een uitleg van de elementen van het juridische begrip 'gezamenlijke huishouding' naar de huidige stand van recht, onder vermelding van de belangrijkste jurisprudentie. Tevens zijn de belangrijkste wettelijke bepalingen opgenomen. (B29418)
      
  • ILO, World social security report 2010/11 : providing coverage in times of crisis and beyond
    Geneve : ILO, 2010. 278 p.
    Het rapport is de eerste in een serie van rapporten over de dekking van sociale zekerheid in verschillende delen van de wereld. Het onderzoekt de reikwijdte, de omvang, het niveau en de kwaliteit van de dekking door de verschillende takken van sociale zekerheid en de omvang van de investeringen landen in sociale zekerheid, gemeten door de omvang en structuur van uitgaven voor sociale zekerheid en de bronnen van financiering. De thematische focus van dit eerste rapport is de reactie van de sociale zekerheid op de financiële en economische crisis. (B29395)
     
  • Berg, E. H. A. van den [et al.], Actualiteiten jurisprudentie sociale zekerheid
    Deventer : Kluwer, 2010. 212 p.
    PS-special (2010), nr.9 Actualiteiten jurisprudentie sociale zekerheid
    In deze PS-special wordt de belangrijkste jurisprudentie van de afgelopen jaren op de verschillende terreinen van de sociale zekerheid beschreven. Diverse specialisten op het terrein van de sociale zekerheid leverden hun bijdrage aan de volgende thema's: werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, bestuursrecht, internationale sociale zekerheid, maatschappelijke ondersteuning, bijstand, ziektekosten en studiefinanciering. (B29394)
     
  • Inspectie Werk en Inkomen, Armoedebestrijding
    Den Haag : IWI, 2010. 43 p.
    R10/07
    IWI deed in 2010 onderzoek naar de armoedebestrijding in Nederland. IWI onderzocht of gemeenten, UWV en SVB met de uitvoering van het armoedebeleid bijdragen aan het verbeteren van de inkomenspositie van mensen met een laag inkomen. Ook ging IWI na of armoedebestrijding mensen activeert om weer aan het werk te gaan. Een kwart van de mensen met een WWB-uitkering gaat niet zelf actief op zoek naar werk als er geen uitzicht is op een hoger inkomen. Voor deze mensen geldt overigens wel het uitgangspunt: werk boven uitkering. IWI is van oordeel dat handhaving op deze regel door gemeenten gewenst is. (B29375)
     
  • SCP; CBS, Armoedesignalement 2010
    Den Haag : SCP, 2010. 70 p.
    SCP-publicatie, nr. 2010-33
    Deze gezamenlijke publicatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek presenteert in een beknopte vorm de meest actuele gegevens over armoede in Nederland. De ontwikkeling van het armoedepercentage wordt op basis van verscheidene grenzen beschreven. Ook de regionale spreiding en de mate waarin mensen zelf aangeven armoede te ervaren komen aan bod.
    De belangrijkste conclusies uit het onderzoek: In 2009 is de armoede in Nederland gestegen; Na lange tijd te zijn gedaald, is het percentage arme kinderen in 2009 weer opgelopen; Het risico op armoede is hoog bij eenoudergezinnen, bijstandsontvangers en alleenstaanden jonger dan 65 jaar. Ook mensen uit niet-westerse landen en de nieuwe EU-lidstaten behoren tot de risicogroepen; De kans op armoede is bij werkenden de laatste tien jaar stabiel. Het aantal werkende armen groeide echter wel, vooral bij zelfstandigen; Arme mensen geven vaak aan dat zij betalingsachterstanden hebben en zich regelmatig geen warme maaltijd of nieuwe kleren kunnen veroorloven.
    Het Armoedesignalement 2010 verschijnt in vervolg op de Armoedemonitor en het Armoedebericht, een publicatiereeks die SCP en CBS al sinds 1997 samen uitbrengen. (B29365)
     
  • Sociale Verzekeringsbank; Everdingen, M. van, De plicht verlicht? : een juridisch onderzoek naar de invloed van dienstverlening op de plichten van de burger in de sociale zekerheid : onderzoeksrapport
    [Amstelveen] : SVB, 2010. 35 p.
    Via alle mogelijke kanalen informeert de overheid burgers over hun sociale rechten en plichten. Dit inventariserende onderzoek laat zien hoe de dienstverlening in de sociale zekerheid ook een averechts effect kan hebben. Er kan paradoxaal genoeg een ‘vals gevoel van veiligheid’ ontstaan. Burgers gaan minder goed opletten, terwijl zij nog wel bepaalde plichten hebben. Onderzoekers gaan na of deze burgerplichten door de dienstverlening van de overheid daadwerkelijk worden verlicht. Het onderzoek behandelt drie plichten van de burger: de plicht om de wet te kennen, de plicht om een uitkering aan te vragen en de inlichtingenplicht. Als puntje bij paaltje komt, zo blijkt uit dit onderzoek, blijven burgers zelf eindverantwoordelijk. Te laat aanvragen komt bijvoorbeeld in negen van de tien gevallen voor eigen rekening en risico. (B29278)
     
  • Sociale Verzekeringsbank; Dogan, H.; Everdingen, M. van, De virtuele identiteit in de sociale zekerheid : een beschrijving van het inzage- en correctierecht in de sociale zekerheid
    [Amstelveen] : SVB, 2010. 34 p.
    Mensen hebben een virtuele identiteit opgebouwd in administraties van overheidsorganisaties zoals de polisadministratie en de Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Overheidsorganisaties wisselen de gegevens in deze administraties onderling uit en baseren hun besluiten op gegevens uit deze administraties. Als gegevens in overheidsregistraties niet kloppen kan de burger gebruik maken van zijn inzage- en correctierecht. De regelgeving over het inzage- en correctierecht is ingewikkeld. Dit rapport beoogt aan burgers en professionals een begrijpelijk overzicht te geven van het inzage- en correctierecht op het terrein van de sociale zekerheid. Het rapport beschrijft de hoofdregels uit de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en vergelijkt deze met bijzondere regels uit de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI), de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). De focus ligt op het geldende recht. Waar relevant wordt ingegaan op toekomstige ontwikkelingen en toepassing van de regels in de praktijk van de sociale zekerheid. (B29277)
     
  • AStri; Zwart, B. C. H.; Molenaar-Cox, P. G. M.; Arts, D. A. G.; Min. SZW, Evaluatie besluit ontheffing verplichtingen WW en wet WIA
    Leiden : Bureau AStri, 2010. 57 p.
    Eindrapport van het evaluatieonderzoek naar het Besluit ontheffing verplichtingen WW en wet WIA. Aan AStri is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de opdracht gegeven om een evaluatie uit te voeren van het Besluit ontheffing verplichtingen WW en Wet WIA. Dit besluit regelt dat personen met een WW- en WGA-uitkering in bijzondere gevallen een tijdelijke ontheffing van UWV kunnen verkrijgen van hun verplichtingen zoals de sollicitatieplicht en het aanvaarden van passende arbeid. Situaties waarbij een ontheffing verleend kan worden zijn indien de uitkeringsgerechtigde vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht of zich een crisissituatie voordoet in de privé-sfeer. Met het evaluatieonderzoek dient meer zicht te worden verkregen op het gebruik van het besluit, de wijze waarop UWV het besluit heeft toegepast en in hoeverre de doelstellingen van het besluit zijn behaald. (B29213)
     
  • Europese Cie, Joint report on social protection and social inclusion 2010
    Luxembourg : EU, 2010. 297 p.
    Het gezamenlijk verslag over sociale bescherming en sociale inclusie 2010 gaat in op een reeks van onderwerpen als sociale integratie, huisvesting, gezondheidszorg, de impact van de economische crisis op de pensioenstelsels en governance. Het onderzoekt de sociale situatie in de EU27 voor en in de economische en financiële crisis en kijkt naar de eerste reacties en getroffen voorbereidingen voor herstel in de lidstaten. Het rapport bevat verder landeninformatie per EU-lidstaat over dakloosheid en uitsluiting van huisvesting. (B29185)

 

  • Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Assuring adequate pensions for all European citizens : background paper
    Brussel : Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, 2010. 30 p.
    Rapport in he kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie. Achtergrondrapport bij de ministeriële conferentie over de toekomst van de sociale bescherming en pensioenen in Europa. Luik 6, 7 en 8 september 2010. Tijdens de conferentie stond de vraag centraal stond de vraag centraal hoe toereikende pensioenen en een adequate sociale bescherming te garanderen voor alle Europese burgers op lange termijn? (B29122)

 

  • Sijtema, T. B.; Toet, M. J., Wet Werk en bijstand
    Deventer : Kluwer, 2010. 201 p.
    PS-special: (2010), nr. 2 WWB
    Deze PS Special beschrijft in hoofdlijnen de tekst van de wwb en de onderliggende regelgeving naar de situatie per 1 januari 2010. Bevat de volgende hoofdstukken:
    Doel, achtergrond en reikwijdte van de wet; Doelgroep van de wet; Recht op uitkering: rechten en plichten; Middelen: inkomsten en vermogen; Algemene bijstand; Bijzondere bijstand; Positie van jongeren tot 27 jaar; Positie van ouderen boven de 65 jaar; Uitvoering; Betaling van de uitkering en bevoorschotting; Re-integratie en sociale activering; Handhaving, terugvordering en verhaal; Samenwerking in de keten van werk en inkomen; Financiering van de wet; Normen en bedragen WWB per 1 juli 2010. (B29011)

 

  • Noordam, F. M.; Vonk; G. J., Hoofdzaken socialezekerheidsrecht
    Deventer : Kluwer, 2010. 230 p.
    Bij deze vijfde druk van het boekje Hoofdzaken socialezekerheidsrecht gaat het om een geactualiseerde en herziene uitgave. Er is niet alleen rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen, maar ook zijn de teksten bewerkt en aangevuld. De structuur van het boek is onveranderd gebleven. Na drie inleidende hoofdstukken, is het boek opgezet langs de assen van de thema's ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, overlijden, kinderen, gezondheid en bestaansminimum. Daarbij is in elk van deze hoofdstukken sprake van een inleidende beschouwing, een compact descriptief overzicht van de desbetreffende stelsels en rechtsvoorwaarden die daarin voorkomen, een opiniërende toekomstbeschouwing en een samenvatting. Hierna komen nog drie hoofdstukken aan de orde over werk, rechtsbescherming en het internationale socialezekerheidsrecht.
    5e. dr. (B28988)

 

  • Europese Cie, The EU provisions on social security : your rights when moving within the European Union
    Luxemburg : EG, 2010.
    Brochure over de sociale zekerheidsrechten van EU ingezetenen die naar een ander land in de Europese Unie verhuizen. (B28925)

  • Becker, U.; Pieters, D.; Ross, F.; Schoukens, P.;[et al.], Security : a general principle of social security law in Europe
    Groningen : Europa Law Publishing, 2010.
    Sociale zekerheidsstelsels in heel Europa kampen ingrijpende veranderingen. Zowel vanwege interne als externe redenen: veranderingen in de maatschappij, op de arbeidsmarkten en de globalisering. De normatieve dimensie van deze veranderingen wordt vaak over het hoofd gezien. Dit boek doet een poging deze leemte te vullen en richt zich op zekerheid als een algemeen beginsel van Europees sociaal zekerheidsrecht, door uit te leggen wat dit principe inhoudt en hoe het werkt. Het weerspiegelt de wijze waarop juridische vergelijking kan worden gebruikt om een beter begrip van de sociale zekerheidswetgeving te krijgen. Het boek bevat landenstudies van 14 Europese landen (België, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, IJsland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Slovenië, Spanje, Zweden, Zwitserland, en Groot-Brittannië). (B28814)

  • AIAS; UVA; Cremers, J., Coordination of national social security in the EU : rules applicable in multiple cross border situations
    Amsterdam : AIAS, 2010.
    De coördinatie van de nationale sociale zekerheidstelsels vormt een cruciaal terrein van samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie. Die coördinatie is gebaseerd op het uitgangspunt dat slechts één wetgeving van toepassing kan zijn in situaties waarbij in een of meerdere lidstaten gewerkt wordt. EU onderdanen die gebruik maken van het vrij verkeer kunnen zodoende slechts onderworpen zijn aan het sociale zekerheidsstelsel van een lidstaat. De regels dienen de gelijke behandeling te garanderen en discriminatie tegen te gaan door de toepassing van het “lex loci laboris” principe (het werklandbeginsel). De Europese wetgever besloot in 2004 tot een modernisering en vereenvoudiging van de
    coördinatieregels voor de sociale zekerheid (Verordening EC 883/2004). Achterliggende gedachte was tevens het terugbrengen van het aantal specifieke regels voor verschillende beroepscategorieën. De implementatiewetgeving werd afgerond in april 2009. In dit werkdocument behandelt de auteur enkele (mogelijke) complicaties die kunnen
    voortvloeien uit de nieuwe regels. De studie geeft een overzicht van de regelgeving, van de belangrijkste veranderingen en van open kwesties. Aan het eind worden aanbevelingen geformuleerd die een bijdrage beogen te zijn voor de noodzakelijke op maat gesneden oplossingen. (B28747)

  • Essers, G., De sociale zekerheid van grensoverschrijdende, gedetacheerde en migrerende werknemers : verordening 883/2004
    Eindhoven : Fiscaal up to date, 2010.
    In deze publicatie wordt beschreven welke Europese regels er vanaf 1 mei 2010 gaan gelden voor personen, die gebruik maken van hun fundamenteel recht op vrij verkeer personen c.q. werknemers. Het vrij verkeer van personen en werknemers zou onmogelijk zijn zonder de Europese coördinatieverordening Vo 883/2004, een coördinatie van de 27 verschillende socialezekerheidsstelsels. Bevat de volgende hoofdstukken: Historische achtergrond: harmonisatie & coördinatie; Definities, materiële werkingssfeer, coördinatietechnieken; Toepasselijke wetgeving & aanwijsregels; Ziekteverzekeringen (Zvw, AWBZ, Wulbz) actieve personen en hun gezinsleden; Ziekteverzekeringen (Zvw, AWBZ) pensioengerechtigden en hun gezinsleden; Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (WIA, Wajong); Werkloosheidsverzekering (WW); Gezinsuitkeringen (AKW, TOG, KGB, KOT); Ouderdoms- en nabestaandenverzekering (AOW, Anw). (B28666)

  • Herderscheê, G., De geldpomp : hoe Nederland de miljarden verdeelt (en er af en toe wat weglekt)
    Amsterdam : Balans, 2010.
    De geldpomp is het verhaal van miljarden euro's die van niemand zijn. Van bizarre carrièrewendingen en absurde salarissen. Van pragmatisme en opportunisme. Van ruim een eeuw felle strijd tussen vakbeweging, werkgevers, kerk en staat om de macht in de sociale zekerheid. Omroepverenigingen, woningbouwcorporaties of ziektekostenverzekeraars: ze werden ooit door burgers opgericht voor de leden van hun zuil. In het land van minderheden mocht elke minderheid een eigen club beginnen. Op staatskosten. Maar in de 21ste eeuw zijn deze clubs losgezongen van de oorspronkelijke achterban. Oud-politici en managers maken ongezien de dienst uit. Zo ook in de sociale zekerheid: die mag ooit bedacht zijn door vakbeweging en werkgevers, de overheid heeft de uitvoering inmiddels naar zich toe getrokken. De grillige geschiedenis van het roemruchte poldermodel roept grote vragen op. Wie krijgt het geld en wie deelt het uit? Wie bepaalt de regels en wie rekt ze op? Het boek geeft verrassende achtergronden bij de voortdurende polderproblemen. (B28479)

  • Beukema, L.; Kuijpers, I.; Pol, K. van der; Leenders, P.; Schijndel, P.; Werff, J. van der, Ontvoogde verhoudingen, kracht van mensen : manifest
    [Utrecht] : De Graaff, 2010.
    'Ontvoogde verhoudingen, kracht van mensen' is het resultaat van een serie gesprekken tussen vertegenwoordigers van vakbonden, werkgeversorganisaties en gemeenten. Zij voerden deze discussie buiten de schijnwerpers van de publiciteit en de krijtlijnen van de formele overlegarena's. Het is het vervolg op het Baliemanifest 'Sociale zekerheid als investering' van oktober 2004, (B 23822). Het doel van de gesprekken was het formuleren van een nieuw sociaal contract, waarin investering en zekerheid hand in hand gaan. Het debat is losgebarsten. Het manifest is ondertekend door de Baliegroep. Het manifest wordt aangevuld met achtergronden uit praktijk en onderzoek en met reacties van diverse spelers op het terrein. (B28468)

  • Beer, P. de; Hoogenboom, M.; Kok, L.; Schils, T., Wie zorgt voor zekerheid?
    Amersfoort : SDU, 2009.
    Sociale Bibliotheek
    Al meer dan honderd jaar woedt in Nederland een strijd over de vraag wie het voor het zeggen heeft in de sociale zekerheid. Zijn de sociale verzekeringen de verantwoordelijkheid van de overheid, van de vakbonden en de werkgevers of van het particuliere bedrijfsleven? Wie zorgt voor zekerheid? probeert helderheid te verschaffen over de argumenten voor en tegen verschillende modellen voor de verantwoordelijkheidsverdeling. Het bespreekt achtereenvolgens het private model, het publieke model, het vakbondsmodel en een gemengd model. Elk model wordt vanuit verschillende invalshoeken belicht. De economische theorie geeft inzicht in de effectiviteit en de efficiëntie. Een historische analyse werpt licht op de werking van verschillende modellen in het verleden. Een internationale vergelijking maakt het mogelijk lessen te trekken uit de ervaringen in andere Europese landen. De bijlage geeft een overzicht van de geschiedenis van werkloosheidsregelingen in Nederland in vogelvlucht. (B28434)

  • UWV; Kok, J.; Beer, P. de; Bosselaar, H.,; [et al.]., Kennis voor beleid en uitvoering van sociale zekerheid
    Amsterdam : UWV, 2009.
    Dit boek is het resultaat van vijf jaar kennisvergaring door het UWV Kenniscentrum onder leiding van Jos Kok. Het boek is verschenen ter gelegenheid van zijn afscheid. Het toont hoe ver het Kenniscentrum is gekomen in termen van inzichten, het laten neerslaan van kennis in publicaties en het participeren in onderzoeksnetwerken. Het boek bevat de volgende delen en hoofdstukken: Deel I. Wat weten we al en wat moeten we nog weten over omvang en samenstelling volumes: Volumeontwikkelingen in Sociale Zekerheid en hun achtergronden. Deel II. Wat weten we al en wat moeten we nog weten: wat kunnen we het beste doen voor de klanten: Re-integratie: wat werkt voor wie en wanneer?; Arbeidsmarkt, werkgevers en bedrijfsorganisatie; Klantaspecten. Deel III. Gebruik van kennis; Deel IV. Uitdagingen van de toekomst: Lijnen naar de toekomst; Sociale Zekerheid, economische en demografische ontwikkelingen; Vraagstukken voor Sociale Zekerheid in de toekomst. (B28444)

  • Sociale Verzekeringsbank; Covelli, P.; [et al.], Trendwatching : literatuurstudie naar trends die van invloed zijn op de sociale zekerheid in Nederland
    [Amstelveen] : SVB, 2009.
    Onderzoeksrapport met een overzicht van trends die gevolgen kunnen hebben voor de toekomst van de sociale zekerheid. Het gaat daarbij om trends die in de literatuur worden besproken. Daarnaast wordt ingegaan op gevolgen en beleidsimplicaties van deze trends. Aanleiding voor dit rapport vormt de SVB-conferentie ‘Zicht op zekerheid, uitvoering geven aan moderne volksverzekeringen’ van 30 november 2009. Het rapport bestaat uit drie delen: demografische trends; maatschappelijke trends; economische trends. Bij de demografische trends worden twee demografische hoofdtrends beschreven: vergrijzing en migratie. Bij de maatschappelijke trends gaat het om individualisering en worden vier subtrends beschreven: Veranderende gezins- en samenlevingspatronen; Overgang van het kostwinnersmodel naar een adult worker model; Destandaardisering van de levensloop; Meer behoefte aan keuzevrijheid. Bij economische trends gaat het om ontwikkelingen op markten: van de arbeidsmarkt tot financiële markten. Daarbij spelen twee trends een hoofdrol: Internationalisering en verhoging van de arbeidsparticipatie. (B28364)

  • Sociale Verzekeringsbank, Voelt het volk voor verzekering? : opvattingen over solidariteit, verantwoordelijkheid, transparantie en keuzevrijheid in de sociale zekerheid over sociale zekerheid
    [Amstelveen] : SVB, 2009.
    Onderzoeksrapport over opvattingen van de Nederlandse bevolking over sociale zekerheid. Het doel van dit onderzoek is om te beschrijven hoe werknemers, zelfstandigen en mensen die niet werkzaam zijn denken over de verantwoordelijkheidsverdeling van de financiële gevolgen van gebeurtenissen in de levensloop en over transparantie en keuzevrijheid. Tevens is het doel om dit te vergelijken met de bestaande sociale zekerheid. Dit onderzoek is gepresenteerd tijdens de SVB-conferentie in 2009 met als thema ‘Zicht op zekerheid’.De regelgeving en de opvattingen over de verdeling van financiële gevolgen blijken over het algemeen goed op elkaar aan te sluiten. Verschillen zijn er ook. Zo leggen ondervraagden bij de combinatie van werk met de zorg voor kinderen meer verantwoordelijkheid bij de ouders. Net als in 2004 vinden ondervraagden het sociale zekerheidsstelsel weinig transparant. Er bestaat veel behoefte aan keuzevrijheid voor hoogte en duur van de uitkering en de risico’s die men zou willen dekken. Ook is er behoefte aan regelingen waarbij mantelzorgers of vrijwilligers compensatie in geld of tijd krijgen, waarbij kinderbijslag in een apart fonds gestopt kan worden of waarbij 65-plussers zich kunnen beschermen tegen werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Tevens bestaat veel belangstelling voor verschillende vormen van persoonsgerichte informatieverstrekking aan burgers over rechten, plichten en financiële gevolgen. In vergelijking met 2004 zien meer mensen solidariteit als de basis van het sociale zekerheidsstelsel, is de uitvoering door de overheid populairder geworden en is er meer belangstelling voor een contract tussen overheid en burger. (B28365)

  • Sociale Verzekeringsbank; Goudswaard, K.; [et al.], Zicht op zekerheid : uitvoering geven aan moderne volksverzekeringen : SVB Conferentie 2009
    Amstelveen : SVB, 2009.
    Zicht op zekerheid is het thema van de SVB Conferentie 2009. In het rapport wordt ingegaan op de SVB-onderzoeken: Complexiteit en solidariteit (de trends die van invloed zijn op het sociale zekerheidsstelsel in Nederland); Veranderen doe je zo! (over hoe andere landen hun pensioenleeftijd verhogen en hoe de rechter wijzigingen in de sociale zekerheid toetst); Veranderende financiële stromen (over de historische achtergrond van de financiering van volksverzekeringen); Paradijsvogels onder de uitkeringen (over bijzondere regelingen in het buitenland); Behoefte aan inzicht (onderzoek naar de mening van Nederlanders over het sociale zekerheidsstelsel). Verder worden een aantal portretten geschetst. Tot slot bevat het rapport naar aanleiding van de door het SVB georganiseerde debatcyclus Ronde Tafel Dialogen een viertal papers van wetenschappers. De SVB legde hen hierbij de volgende vraag voor: wat verstaat u onder een moderne volksverzekering? Opgenomen zijn de volgende papers: De toekomst van de volksverzekeringen / Kees Goudswaard; Volksverzekeringen uitleggen / Gijsbert Vonk; Contouren van een moderne volksverzekering / Fieke van der Lecq; De legitimiteit van de verzorgingsstaat / Romke van der Veen, Peter Achterberg, Judith Raven. (B28368)

  • Vrooman, J. C.; SCP, Rules of relief : institutions of sociale security, and their impact : proefschrift Universiteit van Tilburg
    Den Haag : SCP, 2009.
    SCP-publication, nr. 2009-11
    In het proefschrift worden allereerst de theoretische betekenis van instituties in de sociale zekerheid geanalyseerd en vervolgens vastgesteld of de stelsels in elf Europese en Angelsaksische landen principieel verschillen. Daarna is nagegaan in hoeverre de modellen van sociale zekerheid ook verschillen in uitkeringen en de mate van armoede die zij voortbrengen. Instituties in het proefschrift zijn opgevat als sociale regels, die onder meer de rechten en plichten van burgers en organisaties afbakenen. Zo bepalen de 'rules of relief' van de sociale zekerheid welke rechten mensen hebben op werkloosheidsuitkeringen, AOW, bijstand, hulp bij re-integratie, enzovoorts, en welke plichten daar tegenover staan (belasting en premie betalen, solliciteren. Uit het proefschrift blijkt dat de sociale zekerheidsstelsels in de elf onderzochte landen zijn onder te verdelen in drie moedellen; het Rijnlandse, het Scandinavische en het Angelsaksische model. Het Nederlandse stelsel is een mengvorm van het Scandinavische en het Rijnlandse model. De modellen komen opmerkelijk overeen met de heersende opvattingen onder de bevolking in de betreffende landen over o.a. inkomensongelijkheid en overheidsverantwoordelijkheid. Tussen 1980 en 1999 groeide in het Rijnlandse model (België, Duitsland, Frankrijk) het aantal uitkeringen met ruim 40%, in het Scandinavische model met circa 35% en het Angelsaksische model met 32% (VS). In Nederland bedroeg de groei 36%. Er zijn duidelijke verschillen in de samenstelling van het uitkeringenbestand van de drie stelsels. Zo telden Duitsland, België en Frankrijk tussen 1980 en 1999 relatief veel ontvangers van prepensioen, terwijl de Scandinavische landen hoog scoorden op verlofregelingen. In de Angelsaksische landen werd relatief veel een beroep gedaan op de bijstand. Rond 2000 was de armoede in de Angelsaksische landen naar verhouding het hoogst en in de Scandinavische landen het laagst. De Rijnlandse groep kwam iets hoger uit dan de Scandinavische. Het gemengde Nederlandse stelsel kende weinig armoede. (B28130)

  • Gestel, N. van; Beer, P. de; Meer, M. van der, Het hervormingsmoeras van de verzorgingsstaat : veranderingen in de organisatie van sociale zekerheid
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2009.
    De uitvoeringsorganisatie van de sociale zekerheid en het arbeidsmarktbeleid is de laatste decennia vaak gewijzigd. Nu eens was er sprake van een grotere rol van de sociale partners, dan weer van marktwerking en privatisering en dan weer trok de overheid de verantwoordelijkheid naar zich toe. In dit boek onderzoekende auteurs hoe deze hervormingen tot stand zijn gekomen en welke politieke en maatschappelijke visies daaraan ten grondslag lagen. Daarbij combineren zij drie wetenschappelijke perspectieven op veranderingen in maatschappelijke sectoren. In het ideeënperspectief zijn beleidswijzigingen de uitkomst van een strijd tussen conflicterende ideeën. In het institutionele perspectief ligt de nadruk op diepgewortelde waarden en tradities, die ingrijpende veranderingen lange tijd in de weg kunnen staan. In het chaosperspectief komen radicale veranderingen alleen tot stand als gebruik kan worden gemaakt van vaak onverwachte windows of opportunity. De auteurs concluderen dat veel hervormingen meer een afscheid van het verleden waren dan een heldere keuze voor een nieuw model. Als gevolg hiervan leverden de hervormingen vaak niet op wat er tevoren van werd verwacht, wat weer aanleiding gaf tot nieuwe hervormingen. Op deze wijze zijn politici en beleidsmakers steeds meer vastgelopen in een hervormingsmoeras dat zij zelf hebben gecreëerd. (B28118)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Beveiliging en privacy in de SUWI-keten : een onderzoek naar de waarborgen van de informatiebeveiliging van Suwinet-Inkijk bij gemeenten en zbo's
    Den Haag : IWI, 2009.
    R09/03
    Via het systeem Suwinet-Inkijk wisselen de gemeenten, UWV en SVB de persoonsgegevens van miljoenen Nederlanders met elkaar uit. De verwachting is dat dit gegevensgebruik fors zal toenemen naarmate de partners in de Suwi-keten meer gaan samenwerken in Werkpleinen en naarmate het digitaal klantdossier vaker wordt gebruikt. De burger verwacht van de overheid dat zij de privacy voldoende waarborgt en dat het risico op een verkeerd gebruik van persoonsgegevens minimaal is. De inspectie onderzocht de waarborgen voor informatiebeveiliging in de SUWI-keten. (B27885)

  • CESifo; Auer, P.; [ et al.], Flexicurity
    Munchen : Ifo Inst. for Economic Research, 2008.
    CESifo DICE Report, Journal for Institutional comparisons, 6 (2008) 4 (winter)
    Themanummer over Flexicurity. Bevat de volgende bijdragen:
    Flexicurity as a policy agenda / Peter Auer and Bernard Gazier; Flexicurity: Lessons and proposals from the Netherlands / Lans Bovenberg, Ton Wilthagen and Sonja Bekker; Flexicurity in Denmark / Torben M. Andersen and Michael Svarer; European employment and the flexicurity option / Luca Nunziata; Reduction of employment protection in OECD countries: its driving forces / Wolfgang Ochel, Oliver Röhn, Anja Rohwer and Thomas Stratmann; Creating an EU flexicurity system: an American perspective / Richard V. Burkhauser. Naast de themabijdragen over flexicurity zijn ook nog de volgende artikelen opgenomen: Control mechanisms for sovereign wealth funds in selected countries / Steffen Kern Two-tier employment protection reforms: the Spanish experience / Samuel Bentolila, Juan J. Dolado and Juan F. Jimeno (B27453)

  • MISSOC, Missoc analysis 2008 : social protection : aspects of flexicurity and active inclusion
    Luxemburg : EG, 2008. 33 p.
    Analyse van de maatregelen die Europese landen nemen met betrekking tot flexicurity en sociale insluiting op de arbeidsmarkt. Allereerst wordt het concept en de methoden van flexicurity en sociale zekerheid besproken. Daarna komen achtereenvolgens aan de orde: flexibele arbeidspatronen, verlof voor scholing, ouderschapsverlof, de overgang van werknemer naar zelfstandig ondernemerschap, de overgang van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid naar werk, redenen om tijdelijk de arbeidsmarkt te verlaten, het ontmoedigen van vervroegd pensioen, het stimuleren van langer werken, maatregelen om kwetsbare groepen bij de arbeidsmarkt te betrekken. Uit de analyse blijkt dat de lidstaten weliswaar veranderingen in de sociale zekerheid aanbrengen, die tot op zekere hoogte de doelstellingen van de EU om flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt ondersteunen, en tegelijkertijd actieve integratie van kwetsbare groepen bevorderen. Nochtans, resulteren de in dit opzicht getroffen maatregelen niet altijd in evenwichtige resultaten en nemen ze vaak de vorm aan van gedeeltelijke wijzigingen van de bestaande systemen aan (B27320) 
      
     
  • MISSOC, Developments in social protection in 2007
    Luxemburg : EG, 2008. div. p.
    Missoc Info, 2008/1
    Het samenvattende hoofdstuk gaat in op de ontwikkelingen in Europa voor wat betreft de sociale integratie en insluiting op de arbeidsmarkt, sociale zekerheid, gezondheidszorg, de ondersteuning van gezinnen met kinderen, pensioenen en pensioenleeftijd. Vervolgens zijn beknopte overzichten van de ontwikkelingen per land opgenomen: België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden, Groot-Brittannië, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland. (B27319) 
      
     
  • Inspectie Werk en Inkomen, Handhaving : preventie boven repressie : opvattingen van uitvoerders en uitkeringsgerechtigden over handhaving in het stelsel voor werk en inkomen
    Den Haag : IWI, 2008.
    R08/10
    Handhaving is in het stelsel voor werk en inkomen belangrijk. Met controles, voorlichting en opsporing zorgen de betrokken organisaties ervoor dat er zo min mogelijk misbruik wordt gemaakt van de uitkeringen. De inspectie en Algemene Rekenkamer deden eerder al onderzoek naar de controle, opsporing en de wijze van afdoening (bijvoorbeeld boetes en terugvordering). Nu heeft de inspectie gekeken naar de preventieve handhaving. Het gaat dan vooral om voorlichting aan mensen om te voorkomen dat ze onterecht gebruikmaken van een uitkering of niet voldoen aan de bijbehorende verplichtingen. Voor dit onderzoek heeft de inspectie zowel gekeken naar de opvattingen van uitvoerders als van uitkeringsgerechtigden. (B27226)

  • Bourgonje, A.; Hiteq, Flexibilitijden : naar een flexibele arbeidsmarkt in 2020
    Hilversum : Hiteq, 2008.
    Hoe ziet de toekomstige arbeidsmarkt eruit? Hoe zullen arbeidsvraag en arbeidsaanbod op elkaar worden afgestemd? Hoe zien de toekomstige arbeidsverhoudingen eruit en wat wordt de rol daarbij van het sociale zekerheidsstelsel en het arbeidsrecht? De publicatie van Hiteq gaat in op deze hiervoor vermelde vraagstellingen, geeft inzicht in relevante trends en ontwikkelingen en schetst oplossingsrichtingen voor de herinrichting van de Nederlandse arbeidsmarkt vanuit het perspectief van onder meer werkgevers, werknemers, onderwijs en overheid. Ingegaan wordt op het concept van flexicurity, het Deense arbeidsmarktmodel en de 'gouden driehoek', de Deense 'gouden driehoek' in internationaal perspectief. Het hoofdstuk 'De flexibele arbeidsmarkt in 2020' gaat onder meer in op werkzekerheid als pijler van de Nederlandse arbeidsmarkt. Het rapport bevat tevens interviews met Jan van Zijl (voorzitter MBO Raad), Henk van der Kolk (voorzitter FNV Bondgenoten), Alexander Rinnooy Kan (voorzitter SER) en Sylvia Roelofs (algemeen directeur ICT-office). (B27096)

  • Kemp, P. A.; Bosch, K. van den; [et al.], Social protection in an ageing world
    Antwerpen : Intersentia, 2008.
    International studies on social security, Vol. 13
    De publicatie bevat een selectie van de papers gepresenteerd tijdens een seminar georganiseerd door de Foundation for International Studies of Social Security (FISS) over het thema sociale zekerheid en vergrijzing. Bevat de volgende bijdragen: A new comprehensive and international view on ageing: introducing the 'Survey of health, ageing and retirement in Europe'; New evidence on health, wealth and ageing in the UK: the English longitudinal study of ageing; Ageing in the US: the health and retirement study; The evolution of the public-private mix in pension provision: variable paths to solidarity in the Netherlands, Sweden and Denmark; Pension policy-making in ageing societies; Older workers under globalisation: a cross-national comparison of late careers and retirement; The impact of work disincentives in Canada's public pension system; Gradual retirement and lengthening of working life; Ageing, poverty and public policy in developing countries: new survey evidence; Universal non-contributory pension schemes for low-income countries: an assessment; Social protection and older people's livelihoods - a Bolivian study; Macroeconomic crises and private funds efficiency: the case of Argentina; The financial consequenses of divorce for later life. (B26947)

  • Broek, P. van den; Streng, R.; Linden, M. van der; Atos Consulting; Verbond van Verzekeraars, Synergie in de keten van zorg en sociale zekerheid : utopie of realiteit?
    Den Haag : Verbond van Verzekeraars, 2008.
    Ondanks alle veranderingen in de wet- en regelgeving op het gebied van zorg en sociale zekerheid, zijn de veronderstelde synergievoordelen in de keten van preventie, verzuimbegeleiding en re-integratie nog onvoldoende bereikt c.q. zichtbaar. De kernvraag van dit onderzoek is of de veronderstelde synergie utopie of realiteit is. Het onderzoeksrapport vormt een staalkaart van ‘best practices’, inventariseert knelpunten en toont aan hoe werkgevers, werknemers, zorgverzekeraars en inkomensverzekeraars praktisch aan de slag kunnen om de kosten van ziekte en verzuim terug te brengen. Uit het onderzoek blijkt dat door vroegtijdige signalering van gezondheidsproblemen, snelle behandeling en meer aandacht voor preventie zorg en sociale zekerheid beter op elkaar kunnen aansluiten. Samenwerking tussen werkgevers en verzekeraars en het stimuleren van werknemers met programma’s voor gezondheid en welzijn, leidt tot een mogelijke stijging van de arbeidsproductiviteit in Nederland met 2,2 procent (125.000 arbeidsjaren). (B26748)

  • Werf, S. van der, De verdeling van arbeid : een verkenning van vraag en aanbod, beleid en sociale zekerheid
    Bussum : Coutinho, 2007.
    Om op veranderende eisen van de arbeidsmarkt goed voorbereid te zijn is het van belang een realistisch beeld te hebben van de werking van de arbeidsmarkt, het beleid en de sociale zekerheid. Interdisciplinaire verkenning met aansprekende voorbeelden om theorie en praktijk te verbinden. Met studievragen en opdrachten tot verdere verdieping. 3e herz. dr. (B26709)

  • Arnoldus, D., In goed overleg? : het overleg over de sociale zekerheid in Nederland vergeleken met België 1967-1984
    Amsterdam : Aksant, 2007.
    In goed overleg? analyseert het overleg over de sociale zekerheid dat de sociale partners en overheid op gang probeerden te houden in een periode waarin consensus en daadkracht ver te zoeken waren in de Nederlandse overlegeconomie. Hoe werkte het overleg binnen de SER? En waarom werkte het zo? De publicatie volgt het overleg over de adviesaanvraag die Minister Veldkamp in 1967 naar SER stuurde. Hij vroeg daarin om een advies over de vereenvoudiging van de uitvoering van de sociale zekerheid. De sociale partners in de SER raakten al snel volkomen verstrikt in hun eigen institutionele onvermogen om tot consensus te komen. De talloze spelers in het overleg boden elkaar de mogelijkheid om zich achter elkaar te verschuilen. Zelfs de buitenstaanders van de ingehuurde adviesbureaus Berenschot en Bosboom & Hegener wisten niet te voorkomen dat het overleg jaren voortsleepte. Dit werd nog verergerd door de negatieve wisselwerking tussen SER en politiek in dit dossier. Het tergend langzame overleg in het beleidsdomein van de sociale zekerheid wordt geanalyseerd aan de hand van institutionele spelregels en door de Nederlandse situatie af te zetten tegen de Belgische variant van de overlegeconomie. (B26224)

  • SVB; Jonge, T. de, Sociale zekerheid over grenzen
    [Amstelveen] : SVB, 2007.
    Rapport over de gevolgen van migratie voor de sociale zekerheid van migranten en over de kennis die migranten hierover hebben. In een inleidend hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de relatie tussen migratie en sociale zekerheid. Vervolgens laat het rapport zien wat de gevolgen van internationale migratie zijn voor de sociale zekerheid. Die gevolgen worden benaderd vanuit een Europees perspectief: hoe is migratie binnen de EU geregeld en welke maatregelen hebben de EU-landen getroffen voor migranten van buiten de EU? Daarna wordt ingegaan op de enquête die is gehouden onder ruim vijftienhonderd emigranten (uit Nederland) en immigranten (naar Nederland). De enquête ging over de rol die sociale zekerheid heeft gespeeld bij de beslissing om naar een ander land te verhuizen. Verdiepen migranten zich in de gevolgen voor hun sociale zekerheid wanneer zij verhuizen naar een ander land? Als zij dit doen, waar halen zij dan de informatie vandaan? En vinden zij de beschikbare informatie duidelijk en toegankelijk? Welke verwachtingen hebben migranten vooraf en vonden ze achteraf succesvol. Uit het onderzoek blijkt dat veel mensen niet goed weten welke gevolgen een vertrek naar het buitenland heeft voor hun sociale zekerheid. (B26304)

  • Sociale Verzekeringsbank, Cijfers bij migratie en sociale zekerheid
    [Amstelveen] : SVB, 2007.
    De Nederlandse samenleving internationaliseert. De toenemende migratiebeweging heeft ook gevolgen voor de sociale zekerheid. Mensen bouwen rechten op in meerdere landen, verhuizen met hun uitkering naar een ander land of keren juist op latere leeftijd weer terug naar hun geboorteland. Deze trend betekent dat ook de uitvoering van de sociale zekerheid steeds meer een internationaal karakter krijgt.
    De bijdrage kwantificeert de internationalisering in de sociale zekerheid. Met allereerst de historische ontwikkelingen in emigratie en immigratie. Vervolgens wordt bezien welke gevolgen dit heeft voor de mate waarin personen van buiten Nederland hier een uitkering ontvangen en uitkeringsgerechtigden dien vanuit Nederland zijn uitgewaaierd naar andere landen. Daarna wordt de focus gericht op de drie belangrijkste wetten die de SVB uitvoert: AOW, Anw en AKW. Aparte aandacht is er voor de Remigratiewet. De bijdrage wordt afgesloten met conclusies. (B26305)

  • Kam, F. de; St. Inst. GAK, Sociale zekerheid : twee toekomstbeelden
    Amsterdam : Mets & Schilt, 2007.
    Door de vergrijzing zullen de uitgaven voor de sociale zekerheid in de komende tientallen jaren scherp oplopen. Kan onze economie deze uitdaging aan, terwijl het aardgas opraakt en de concurrentie van lagere-lonenlanden scherper voelbaar wordt? Dit boekje schetst twee beelden hoe het stelsel van sociale zekerheid zich in de komende dertig jaar zou kunnen ontwikkelen. Het ene toekomstbeeld kent een krimpende bevolking en weinig economische groei. Toch proberen beleidsmakers de bestaande sociale bescherming zo goed mogelijk overeind te houden, al zijn belangrijke aanpassingen onvermijdelijk. Zo gaan ouderen meebetalen voor de AOW en moeten alle klanten van de sociale dienst naar vermogen werken voor hun uitkering. In het andere toekomstbeeld neemt de bevolking toe tot 20 miljoen zielen en groeit de economie voorspoedig. In dit trendbeeld passen ingrijpendere aanpassingen van het stelsel van sociale zekerheid. Zo gaat iedereen sparen voor een persoonlijke sociale reserve. Mensen die hun baan verliezen of tijdelijk door ziekte uitvallen, moeten interen op die spaarpot, voordat ze een beroep kunnen doen op de WW of een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Verder gaat de AOW-leeftijd geleidelijk omhoog naar 67 jaar. Dit boekje presenteert geen uitgewerkte scenario's, maar eerder 'denkpistes' die zijn bedoeld als prikkelende aanzet voor de gedachtevorming over de toekomst van de collectief geregelde sociale zekerheid in ons land. (B26374)

  • SEO; Groot, I.; Graaf-Zijl, M. de; Hop, P.; Kok, L.; Fermin, B.; Ooms, D.; Zwinkels, D.; Min. SZW, Effect re-integratietrajecten op de uitgaven aan sociale zekerheid
    Amsterdam : SEO, 2007.
    SEO-rapport, nr. 2007-67
    Onderzocht is in welke mate re-integratietrajecten leiden tot lagere uitgaven aan sociale zekerheid. Het blijkt dat re-integratietrajecten die zijn ingezet in de periode 2002-2005 op landelijk niveau niet hebben geleid tot een verlaging van de uitgaven aan sociale zekerheid: de gemiddelde kosten van de trajecten zijn hoger dan de gemiddelde, als gevolg van de trajecten, bespaarde uitkeringslast. In Rotterdam echter leveren de trajecten, wanneer ze een half jaar na instroom worden ingezet, per saldo wel een besparing op van uitgaven aan sociale zekerheid. Rotterdam heeft de laatste jaren de nadruk op het realiseren van trajecten verlegd naar de nadruk op het bereiken van resultaat. Het rendement van trajecten verschilt sterk naar persoonskenmerken en timing van de trajecten. Trajecten voor WW’ers leveren het meest op voor diegenen met enige afstand (anderhalf jaar) tot de arbeidsmarkt, maar die afstand moet niet te groot zijn. Trajecten voor bijstandsgerechtigden zijn juist effectiever wanneer ze een half jaar na instroom worden ingezet en niet pas na anderhalf jaar of drie jaar. (B26571)

  • Vonk, G. J., Recht op sociale zekerheid : van identiteitscrisis naar hernieuwd zelfbewustzijn : rede
    Den Haag : SDU, 2008.
    Rede in verkorte vorm uitgesproken op 29 januari 2008 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar socialezekerheidsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Het recht op sociale zekerheid geldt in Nederland als een grondrecht. In ons land houdt het de sociale hervormingen op de juiste koers. Buiten Nederland vormt het een inspiratiebron om te komen tot een wereldwijd sociaal vangnet. Dat laatste is hard nodig, aldus Gijsbert Vonk in zijn oratie. (B26504)

  • OECD; D'Addio, C.; Whiteford, P.; Bovenberg, A. L.; [et al.], Modernising social policy for the new life course
    Parijs : OECD, 2007.
    Voor vele decennia, waren sociaal beleid interventies beperkt tot het verzekeren tegen een beperkt aantal duidelijk omschreven risico's. Echter als gevolg van verschillende sociale ontwikkelingen is de sociale orde, gebaseerd op standaard arbeidsverhoudingen, het mannelijk kostwinnersmodel en de bestaande sociale zekerheid, veranderd. Nieuwe sociale risico's zijn ontstaan en verschillende groepen van individuen reageren op verschillende manieren op deze risico's. De nieuwe sociale risico's en de toenemende complexiteit van bestaande sociale risico's werpen belangrijke vragen op voor het sociaal beleid. Op 31 mei en 1 juni 2007 hield de OECD een seminar over dit onderwerp. De fundamentele beleidskwestie waarop het seminar was gericht was of de huidige modellen van de stelsels voor sociale zekerheid in de OECD-landen geschikt zijn voor de hedendaagse levenslopen. Het seminar keek in detail naar de recente ontwikkelingen in OECD-landen om meer flexibel, op tijd gebaseerd, sociaal beleid te ontwikkelen. Alsmede naar daarmee samenhangende vraagstukken, zoals op middelen gebaseerde welvaartprogramma's evenals het beleid ter bevordering van herverdeling van inkomen en/of tijd tijdens de levensloop en hoe deze het meest effectief kunnen worden gestructureerd.
    Bevat de volgende bijdragen: From seperated life phases to interrelated life risks. A life-course approach to social policy; The life-course perspective and social policies: an overview of the issues; The role and effectiveness of time policies for reconciliation of care responsibilities; Ageing and life-course issues: the case of the career break scheme (Belgium) and the life-course regulation; Ins and outs of the Dutch life-course savings scheme; Life-course policies and the labour market; Asset-based programmes: a critical analysis of current initiatives; Redistribution across the life course in social protection systems: an overview. (B26471)

  • SCP; Klerk, M. de; Jehoel-Gijsbers, G., Samenloop van regelingen : een onderzoek naar de samenloop van een aantal regelingen in zorg en sociale zekerheid
    Den Haag : SCP, 2007.
    Het rapport geeft een schatting van het aantal mensen dat te maken heeft met samenloop van regelingen (AWBZ, WAO, WAZ, Wajong en WSW) en hun belangrijkste kenmerken. Ongeveer 1 miljoen mensen kregen in 2005 een indicatie voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) of een toekenning voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, de bijstand of bijzondere bijstand. Bijna 100.000 personen kregen dat jaar minimaal twee toekenningen en hadden dus te maken met een samenloop van regelingen. Combinaties van bijstand en bijzondere bijstand, AWBZ en bijzondere bijstand en AWBZ en bijstand komen het meeste voor. Samenloop van regelingen verschijnt op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De berekening is uitgevoerd op verzoek van de ministeries van VWS en SZW in het kader van het project administratieve lastenverlichting voor burgers. (B26033)

  • European Expert Group on Flexicurity, Flexicurity pathways : turning hurdles into stepping stones
    Z.P. : European Expert Group on Flexicurity, 2007.
    Rapport over flexizekerheid in de lidstaten van de EU. In het rapport worden de verschillende paden en stappen beschreven volgens welke de lidstaten van de EU flexicurity kunnen ontwikkelen. (B25903)

  • Wilthagen, T., Flexicurity practices
    Brussel : Z. U., 2007.
    Rapport waarin bestaande flexicurityvoorbeelden uit alle lidstaten van de EU zijn opgenomen. De praktijkvoorbeelden worden gepresenteerd aan de hand van vier onderdelen van flexzekerheid: Flexibele en zekere contractuele regelingen; Meer actief arbeidsmarktbeleid; Een systematisch systeem van een leven lang leren en moderne sociale zekerheidsregelingen; De behoefte aan een ondersteunende en productieve sociale dialoog. (B25904)

  • Beer, P. de; Schils, T.; AIAS; UVA, Does it matter who takes responsibility? : the distribution of responsibility for unemployment insurance, employment protection and active labour market policy in five European countries
    Amsterdam : AIAS, 2007.
    AIAS Working Paper, nr. 07/57
    In het debat over de relatie tussen sociale zekerheid en de arbeidsmarkt ligt de nadruk op de bezuinigingen door de overheid om het marktmechanisme te verbeteren. Weinig aandacht wordt besteed aan de rol van de sociale partners. Vormen zij een belemmering voor het marktmechanisme? Zullen de sociale partners wanneer zij betrokken zijn bij de wetgeving m.b.t. sociale zekerheid hun eigen (groeps)belangen nastreven ten koste van de gemeenschap? Of kunnen zij een efficient mechanisme bewerkstelligen om de tegenstrijdige belangen van de verschillende sociale groepen met elkaar in overeenstemming te brengen? De paper biedt inzicht in de voor en tegens van de verschillende mogelijkheden van het verdelen van de verantwoordelijkheid tussen overheid, marktpartijen (private ondernemingen) en intermediaire organisaties, met name op het gebied van werkloosheidsbescherming (werkloosheidsverzekering, ontslagbescherming en actief arbeidsmarktbeleid). Met behulp van gegevens uit België, Denemarken, Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk wordt aangetoond in welke mate verschillende institutionele regelingen voor werkloosheidsbescherming leiden tot verschillende arbeidsmarktresultaten. Hoewel de overheid een dominante rol in alle vijf landen speelt, is er nog heel wat variatie in de rol van sociale partners en marktdeelnemers met betrekking tot werkloosheidsbescherming. (B25854)

  • Schils, T.; AIAS; UVA, Distribution of responsibility for social security and labour market policy : country report : the Netherlands
    Amsterdam : AIAS, 2007.
    AIAS Working Paper, nr. 07/49
    Landenrapport over Nederland in het kader van onderzoek naar de verdeling van de verantwoordelijkheid voor sociale zekerheid tussen overheid, de markt en de sociale partners. De nadruk ligt op werkloosheidsverzekering, ontslagbescherming en actief arbeidsmarktbeleid. (B25855)

  • Nijboer, N.; Universiteit Leiden, A social Europe : political utopia of efficiënt economics? : an assessment from a public economic approach
    Leiden : Universiteit Leiden, 2007.
    Onderzoeksmemorandum, nr. 2007.02
    Theorieën over fiscaal federalisme geven aan dat de 'redistributietak' van de overheid aan het centrale niveau zou moeten worden toegeschreven om concurrentie op sociaal beleid te voorkomen. Echter, wanneer voorkeuren divers en productiefactoren niet volkomen mobiel zijn, kan decentrale redistributie optimaal zijn. Maar sociale zekerheidsbeleid bestaat uit meer dan redistributie. In deze paper wordt de traditionele fiscale federalismeliteratuur verrijkt door het traditionele kader uit te breiden met vijf functies van sociale voorzieningen: horizontale en verticale redistributie en verzekering, gebaseerd op inkomenssolidariteit, risicosolidariteit en solidariteit van kansen. De optimale toewijzing van bekwaamheden binnen de Europese Unie wordt theoretisch geanalyseerd vanuit een publieke economische benadering. Vandaaruit, worden de relevante factoren die het optimale besluitniveau voor sociale voorzieningen bepalen, geëvalueerd en gerelateerd aan de empirische economische literatuur. Expliciet wordt aandacht besteed aan coördinatiemethodes als oplossing tussen een volledig centrale of decentrale voorziening van sociale zekerheid. Geanalyseerd wordt voor welke sociale zekerheidsfuncties en onder welke omstandigheden, vertraagde integratie, de open methode van coördinatie, minimum harmonisatie standaards, passende uitkeringen en flexibele integratie, de welvaart verhogen. De analyse toont aan dat voor redistributie evenals voor verzekeringen die op inkomenssolidariteit worden gebaseerd, de vertraagde integratie een redelijk compromis kan zijn tussen efficiënte toewijzingsmobiliteit en inefficiënt sociale voorzieningentoerisme. (B25805)

  • Langendonck, J. van; Angelaki, M.; [et al.], The right to social security
    Antwerpen : Intersentia, 2007.
    Social Europe series, Vol. 12
    Het boek gaat in op vragen als; Wat is de betekenis van 'het recht op sociale zekerheid' voor de wereld van vandaag ten tijde van neo-liberalisme en globalisering? Welke aanspraken kunnen individuele burgers afleiden van dit recht? Wat wordt bedoeld met 'sociale zekerheid'? Bevat de volgende bijdragen: I. International recognition of the right to social security: The meaning of the right to social security; Changing tides: a revival of a rights-based approach to social security; Droit à la securité sociale et développement humain. II. A social policy approach: Some social policy implications of a right to social security; Tax welfare - making some more secure than others; Social security under devolution in the United Kingdom; The politics of pension reform in South European welfare states. III. What kind of rights?: Right to social security?; What a right - The right to social security?; Legal right to social security benefits - a functional and constructive analysis; Social security and private property - Human rights and constitutional right; Social security rights. IV. International standards. The meaning of international standards in social security; Common denominators of European social security; L'exécution de arrêts de la cour Européenne des droit d l'homme en matière de sécurité sociale. V. Social security or flexicurity?: Flex-security (interaction between policies of flexible employment and stable social security measures); Labour market flexibilisation and the right to social security in Germany. VI. The right to social security throughout the world: The (not insignificant) right to social security in the United States; Characteristics of Japanese social security; The right to social security in Israël; The right to social security in Slovenia; Social security policies in western Balkans; The right to social security in Lithuania; The right to social security - an overview of the Brazilian model; Privatization versus the right to social security: the Taiwan case; Realising social security as a human right in South Africa; some critical perspectives; Right to social security: Indian perspectives; The social security: universal right? (B25826)

  • Noordam, F. M., Rechtsgrond en sociale zekerheid : rede
    Deventer : Kluwer, 2007.
    De keuze voor de publieke sociale zekerheid of voor een ander instrument (of voor een combinatie van de twee) zal altijd zorgvuldig moeten worden beargumenteerd. En daar ontbreekt het nog wel eens aan. Zoiets als een rechtsgrond, geformuleerd in termen van alle relevante, aan de betrokken belangen gekoppelde, samenhangende verantwoordelijkheden, zou daarbij kunnen helpen. Een rechtsgrond inventariseert, systematiseert en rangschikt die verantwoordelijkheden, een rechtsgrond dwingt ook tot een deugdelijke argumentatie voor de onderbouwing van de te kiezen verantwoordelijkheidsverdeling. Een rechtsgrond bindt de betrokkenen. Verwezen wordt naar de rechtsgrond van het rapport van de Commissie van Rhijn, uit 1945, over de inrichting van de naoorlogse sociale zekerheid (B 00762).
    Rede die werd uitgesproken op 23 november 2006 ter gelegenheid van het afscheid van F.M. Noordam als bijzonder hoogleraar Socialezekerheidsrecht vanwege de Stichting Instituut Gak aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. (B25561)

  • Europese Cie, Implementing the community Lisbon programme : social services of general interest in the European Union
    Luxemburg : EG, 2006.
    Modernisering van sociale zekerheid is een belangrijk onderwerp binnen Europa. Aandacht voor sociale voorzieningen in europa, modernisering en kwaliteit, de toepassing van EG-regels, regulering van de markt en het monitoren van de situatie binnen de EU. (B25767)
  • Pieters, D. C. H. M.; [et al.], Triptiek sociale zekerheid : de beginselen van socialezekerheidsrecht en hun toepassing in België en Nederland
    Leuven : Acco, 2006.
    In dit boek beschrijven de auteurs de algemene beginselen die elk socialezekerheidsstelsel kenmerken en hoe deze beginselen in België en Nederland worden ingevuld. De volgende aspecten komen hierbij aan bod: het begrip sociale zekerheid, de bronnen van socialezekerheidsrecht, de administratie van de sociale zekerheid, het toepassingsgebied ratione personae, de sociale risico's en de sociale prestaties, ouderdom, overlijden, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, gezinslasten, gezondheidszorg, zorg (afhankelijkheid), behoeftigheid, de financiering van de sociale zekerheid, de rechtsbescherming, de handhaving van het socialezekerheidsrecht, internationaal socialezekerheidsrecht, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van de fundamentele vrijheden, internationaal socialezekerheidsrecht en socialezekerheids(rechts)vergelijking. (B25415)

  • Herweijer, M.; [et al.], Sociale zekerheid voor het oog van de meester : opstellen voor prof. mr. F. M. Noordam
    Deventer : Kluwer, 2006.
    De publiekrechtelijke sociale zekerheid staat onder druk. Regelingen die zijn ondergebracht in het klassieke publieke domein worden meer en meer overgeheveld naar alternatieve ordeningssystemen, zoals het fiscale recht, het arbeidsrecht en de markt. Het arbeidsrechtelijke alternatief- ook wel arbeidsrechtelijke sociale zekerheid genoemd- biedt in een aantal gevallen een goede compensatie voor de (scheef)gegroeide eigen verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer. In deze dynamiek wordt naarstig gezocht naar een nieuw evenwicht tussen publiek en privaat. De spanning tussen private en publieke oplossingen voor het vraagstuk van inkomenszekerheid vraagt om een kritische beschouwing. In dit boek vertrekken sommige auteurs vanuit de fundamentele rechtsbeginselen, zoals gelijkheid, verbod op leeftijdsdiscriminatie en Europees burgerschap. Andere auteurs komen met onderzoeksgegevens over het veranderende draagvlak voor opgelegde solidariteit, de teleurstellende effectiviteit van de uitvoering en beschrijvingen van 'ruis' (maar ook zonlicht) op de grensvlakken van socialezekerheidsrecht, bestuursrecht en arbeidsrecht. De in dit Liber Amicorum opgenomen bijdragen werden aangeboden aan prof. mr. Frits M. Noordam bij zijn afscheid als hoogleraar socialezekerheidsrecht (1986-2006) aan de Rijksuniversiteit Groningen. (B25407)

  • Pricewaterhouse Coopers, SUWI-evaluatie 2006 : een evaluatie van de Wet structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI)
    Den Haag : PwC, 2006.
    Eindrapport van de SUWI-evaluatie. Doel van de evaluatie 2006 is om vast te stellen wat de doeltreffendheid is van de veranderingen die per 1 januari 2002 zijn ingevoerd in de uitvoering van de sociale zekerheid en de (publieke) arbeidsvoorziening, hoe deze veranderingen zich verhouden tot de periode daarvóór en welke voortgang sinds januari 2002 is geboekt. Knelpunten worden geïnventariseerd en waar mogelijk voorzien van suggesties voor oplossingsrichtingen. (B25099)

  • TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], Evaluatie SUWI 2006, perceel 2 : werk boven uitkering : 'Er is veel bereikt, maar er moet nog veel gebeuren'
    Hoofddorp : TNO, 2006.
    TNO-rapport
    Perceel 2 van de evaluatie SUWI 2006 heeft de evaluatie van twee hoofddoelen van de Wet SUWI tot onderwerp, te weten werk boven uitkering en de klant centraal). Bij het realiseren van het hoofddoel werk boven uitkering gaat het om: het beperken van de instroom (preventie); het bevorderen van de reïntegratie; het bevorderen van een tijdige en juiste uitkeringsverstrekking. Het hoofddoel de klant centraal kan onderverdeeld worden in klantgerichtheid en cliëntenparticipatie. Het evaluatieonderzoek van perceel 2 beoogt duidelijkheid te verschaffen over de bijdrage van de Wet SUWI en de uitvoering ervan door de SUWI-organisaties aan de realisatie van deze twee hoofddoelen. (B25100)

  • ECORYS; Min. SZW; [et al.], Evaluatie doelmatigheid SUWI : deelrapport 1 (perceel 3)
    Rotterdam : ECORYS, 2006.
    Het doel van de evaluatie SUWI ten aanzien van de doelstelling doelmatigheid is het vaststellen van de effecten op doelmatigheid van de veranderingen die per 1 januari 2002 zijn ingevoerd in de uitvoering van de sociale zekerheid en de (publieke) arbeidsvoorziening, hoe deze veranderingen zich verhouden tot de pre-SUWI-situatie en welke voortgang sinds 1 januari 2002 is geboekt. Dit eerste deelrapport bevat de resultaten van de analyses van de uitvoeringskosten en de uitvoeringsstructuur (ofwel de doelmatigheid van de bedrijfsvoering van UWV en CWI). (B25101)

  • ECORYS; Min. SZW; [et al.], Onzekerheid over doelmatigheid : een empirische analyse van de doelmatigheid in de uitvoering van de Nederlandse werknemersverzekeringen
    Rotterdam : ECORYS, 2006.
    Het doel van de evaluatie SUWI ten aanzien van de doelstelling doelmatigheid is het vaststellen van de effecten op doelmatigheid van de veranderingen die per 1 januari 2002 zijn ingevoerd in de uitvoering van de sociale zekerheid en de (publieke) arbeidsvoorziening, hoe deze veranderingen zich verhouden tot de pre-SUWI-situatie en welke voortgang sinds 1 januari 2002 is geboekt. In dit tweede deelonderzoek staat de macrodoelmatigheid in relatie tot effectiviteit centraal. In het bijzonder is hier aandacht voor de complexe relaties tussen instroom- en uitstroom uit uitkeringen, de arbeidsmarkt, regelgeving en uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid. (B25102)

  • Conclusion Consulting Sociale Zekerheid en Zorg; Min. SZW, Evaluatie SUWI 2006 : sturing en toezicht : perceel 4
    Capelle aan den IJssel : Conclusion Consulting Sociale Zekerheid en Zorg, 2006.
    Deelonderzoek van de brede SUWI-evaluatie. De kernvraag voor dit onderzoek luidt: is de opzet en werking van sturing en toezicht adequaat? In het onderzoek is gekeken hoe het zogenaamde 4R-model terugkomt in de praktijk. De sturingsvisie van het Ministerie is op dit model gebaseerd. Het model geeft aan dat er wordt gestreefd naar balans tussen het geven van (beleids-)richting door de Minister en het aan de uitvoeringsorganisaties geven van ruimte om dit beleid uit te voeren. Het tweede aspect in dit model is dat er eveneens evenwicht moet zijn tussen het vragen van resultaat aan de uitvoering en het door hen hierover afleggen van rekenschap. Hoofdconclusie is dat sturing en toezicht in voldoende mate adequaat zijn opgezet in het SUWI-domein. De werking ervan laat op een aantal van de benoemde normen ruimte voor verbetering. (B25103)

  • Pennings, F. J. L., Nederlands socialezekerheidsrecht in internationale context
    Deventer : Kluwer, 2006.
    Monografieën sociaal recht, nr. 35
    In deze publicatie wordt het socialezekerheidsrecht in de internationale context beschreven. In de ontstaansfase van de wettelijke sociale zekerheid in Nederland hebben buitenlandse stelsels invloed op het Nederlandse socialezekerheidsstelsel. Ook verdragen van de ILO blijken van groot belang. Vaak wordt niet onderkend welke invloed ze hebben op de mogelijkheden om bestaande wetten te wijzigen. In dit boek wordt de invloed van deze verdragen inzichtelijk gemaakt en wordt ingegaan op hun invloed op recent in werking getreden wetten, zoals de WIA en de Zorgverzekeringswet. Recente wijzigingen in de sociale zekerheid (WIA, WW en Zorgverzekeringswet) zijn verwerkt in deze editie. 2e dr. (B25062)

  • ILO, Changing patterns in the world of work
    Geneve : ILO, 2006. 74 p.
    International Labour Conference, 95th session 2006, report 1 (C)
    Rapport over veranderende arbeidspatronen als gevolg van de globalisering. Het rapport noemt allereerst een aantal oorzaken voor de veranderingen. Vervolgens worden ontwikkelingen op de arbeidsmarkt beschreven. Hierbij komen o.a. aan de orde de veranderingen in de beroepsbevolking wereldwijd, de tekorten aan gekwalificeerde arbeidskrachten, de toename van internationale arbeidsmigratie, armoede en lonen. Verder worden de uitdagingen voor de toekomst van de sociale zekerheid beschreven en wordt ingegaan op de modernisering van de arbeidsmarkt. Bij dit laatste wordt onder meer aandacht geschonken aan de invloed van technologische veranderingen, de ontwikkelingen in arbeidsrecht, arbeidsvoorwaardenoverleg en sociale dialoog, de invloed van het systeem van internationale arbeidsnormen. Het laatste deel van het rapport bevat een vooruitblik en prognoses over de omvang van de beroepsbevolking, de invloed van technologie, de structuur van de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid. (B25037)

  • Inspectie Werk en Inkomen, UWV en Walvis : vijfde rapportage
    Den Haag : IWI, 2006. 34 p.
    R06/14
    Sinds 1 januari 2006 hebben werkgevers voor de heffing en inning van belastingen en premies sociale verzekeringen te maken met nog maar één loket: de Belastingdienst. Deze controleert de van werkgevers ontvangen gegevens en geeft ze door aan UWV. UWV slaat de gegevens op in de polisadministratie en gebruikt ze voor het verstrekken van uitkeringen. In haar vijfde rapportage over de uitvoering van de 'operatie Walvis' oordeelt de inspectie dat een juiste, volledige en actuele polisadministratie per begin 2007 nog onvoldoende is gewaarborgd. De inspectie plaatst ook kritische kanttekeningen bij de controle op de kwaliteit van de gegevens. UWV doet er volgens de inspectie wel alles aan om er voor te zorgen dat mensen op tijd hun uitkering ontvangen. De 'operatie Walvis'(Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale zekerheidswetten) moet leiden tot minder administratieve lasten voor bedrijven en burgers. (B25024)

  • WI, SUWI 'ontketend' : advies samenwerking binnen de dienstverlening door de SUWI-keten
    Den Haag : RWI, 2006.
    Advies over de samenwerking in de SUWI-keten in de 'uitvoeringspraktijk van alle dag’ en over de ervaringen van cliënten (werkzoekenden, uitkeringsgerechtigden, werkgevers) met de dienstverlening van de uitvoeringsorganisaties op het terrein van werk en inkomen. Werkgevers, werknemers en gemeenten constateren in de Raad voor Werk en Inkomen dat de dienstverlening binnen het 'SUWI-stelsel’ nog niet op het gewenste niveau ligt. Maar de Raad ziet wel positieve ontwikkelingen in de uitvoering van de sociale zekerheid. Volgens de RWI kunnen de noodzakelijke aanpassingen en verbeteringen, met als doel een meer klantgerichte en decentrale aanpak, binnen het huidige stelsel plaatsvinden. De partijen in de RWI hebben op dit moment dan ook geen behoefte aan ingrijpende structuurwijzigingen in de uitvoering van de sociale zekerheid. De kritiek van de RWI op het functioneren van de uitvoeringsinstanties spitst zich toe op de vaak nog weinig positieve ervaringen van cliënten en werkgevers. (B24982)

  • RWI; Bureau Bartels, Oordeel van werkgevers over SUWI-dienstverlening
    Den Haag : RWI, 2006.
    De twee belangrijkste doelstellingen van de Wet SUWI zijn 'werk boven uitkering’ en 'de klant centraal’. Voor wat betreft de klanten van SUWI kunnen twee groepen worden onderscheiden: cliënten (individuele werknemers, werklozen, uitkeringsgerechtigden) en werkgevers. Om de doelstellingen te realiseren dienen SUWI-organisaties en gemeenten in hun dienstverlening recht doen aan de specifieke behoeften en wensen van deze klanten. Na vier jaar SUWI heeft de RWI een onderzoek laten uitvoeren waarbij werkgevers naar hun oordeel is gevraagd over de gevraagde en ontvangen dienstverlening. Door hierbij drie sectoren (bouw, zorg en detailhandel), waar traditioneel goede relaties met arbeidsvoorziening bestonden, uit te lichten is meer zicht gekregen op de concrete ervaringen van werkgevers met deze dienstverlening. Uit het onderzoek komt naar voren dat zowel het bereik als de kwaliteit van de dienstverlening nog niet optimaal is, met als gevolg dat de waardering van werkgevers voor de dienstverlening varieert. Vooral de wijze waarop de dienstverlener contact onderhoudt met werkgevers is van cruciaal belang. Daar waar intensief wordt samengewerkt, zijn de ervaringen zonder meer positief te noemen. Achtergrondrapport bij B24982 SUWI 'ontketend'. (B24983)

  • RWI; [et al.], SUWI: structuur in samenwerking? : onderzoek naar de SUWI-samenwerking rond bemiddeling en reïntegratie
    Den Haag : RWI, 2006.
    Eindrapport van het onderzoek dat TNO heeft uitgevoerd in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen naar samenwerking op het gebied van bemiddeling en reïntegratie in het kader van de Wet SUWI. Het onderzoek geeft inzicht in de ontwikkelingen in de regionale samenwerking tussen CWI, UWV, gemeenten en reïntegratiebedrijven. Deze ontwikkelingen worden verklaard vanuit de wettelijke, bestuurlijke en overige condities die van invloed zijn op de wijze waarop regionale ketenpartijen hun samenwerking vormgeven. Vervolgens worden op basis van deze inzichten de succes- en faalfactoren voor de verdere ontwikkeling van de ketensamenwerking benoemd. Van belang daarbij is de vraag in hoeverre de ontwikkelingen bijdragen aan de realisatie van de SUWI-doelstellingen en in hoeverre de bestaande (SUWI)wetgeving een passend en voldoende stimulerend kader biedt voor de richting waarin de samenwerking zich ontwikkelt.
    Achtergrondrapport bij B24982 SUWI 'ontketend'. (B24984)

  • RWI; [et al.], 'De weg naar werk': onderzoek naar de doorstroom tussen WW, bijstand en werk, vóór en na de SUWI operatie
    Den Haag : RWI, 2006.
    De rapportage bevat de uitkomsten van een onderzoek naar cliëntstromen in de SUWI-keten. Het onderzoek toont de ontwikkeling van de klantstromen tussen werk, WW en Bijstand in de periode 1999-2004. Het rapport beschrijft allereerst de SUWI-keten. Vragen als ‘Wat is de SUWI-keten?’ en ‘Wanneer bevindt iemand zich in welk deel van de SUWI-keten?’ worden hier beantwoord. Vervolgens belicht het de instroom en de doorstroom in de SUWI-keten. Met andere woorden: hoe vaak kwamen mensen in WW, bijstand of een nug-situatie (niet uitkeringsgerechtigd) terecht en hoe snel stroomden ze vervolgens door naar werk of naar een andere situatie? Daarbij komen ook verschillen tussen groepen mensen aan de orde, zodat duidelijk wordt welk type mensen snel uitstroomt, welke groepen uiteindelijk doorstromen binnen de keten of juist verdwijnen en na verloop van tijd weer terugkeren. Het rapport laat zien welke veranderingen zich hebben voorgedaan tussen 1999 en 2004 en bespreekt mogelijke verklaringen voor gevonden verschuivingen. Tot slot worden ontwikkelingen in de reïntegratiedienstverlening gepresenteerd. Achtergrondrapport bij B24982 SUWI 'ontketend'. (B24985)

  • Min. SZW, Notitie uitwerking varianten migratie en sociale zekerheid
    Den Haag : Min. SZW, 2006.
    Notitie over de beperking van de toegang van immigranten tot de sociale zekerheid. In deze notitie wordt achtereenvolgens ingegaan op: De internationale randvoorwaarden die gelden bij toepassing van de sociale zekerheid; De direct toepasbare varianten te weten vreemdelingen die als niet-ingezetenen worden beschouwd, en de herijking van afspraken tussen gemeenten en IND en effectievere uitvoering daarvan; De uitwerking van de varianten in het kader van het toelatingsbeleid te weten: de aanscherping van de financiële verantwoordelijkheid bij partners en werkgevers van migranten en verscherping van het garantstellingregime, en de verlenging van de duur van het partnerafhankelijke verblijfsrecht; De uitwerking van de variant om de bijstandsverlening te stoppen tijdens bezwaar en beroepsprocedures tegen beëindiging van het verblijfsrecht; Het onderzoek naar de variant om een referte-eis in de bijstand in te bouwen door het recht op c.q. hoogte van de bijstand te koppelen aan de verblijfsduur; Het onderzoek naar de variant van een verplichte inkoop van AOW tijdvakken. In de bijlagen wordt aandacht besteed aan de samentellingsbepalingen in internationale verdragen bij de uitvoering van de Werkloosheidswet en de “Opt-in regeling” voor tijdelijke arbeidsmigranten. (B24707)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Samen dienstverlenen : onderzoek naar de dienstverlening aan klanten met meerdere uitkeringen
    Den Haag : IWI, 2006.
    R06/03
    Mensen met uitkeringen van verschillende organisaties zijn minder tevreden over de dienstverlening van CWI, UWV en gemeentelijke sociale diensten dan andere uitkeringsgerechtigden. Dat bleek uit een onderzoek van het Algemeen Keten Overleg, een overleg tussen UWV, CWI en twee gemeentelijke organisaties: Divosa en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De organisaties werken nu aan een nieuw dienstverleningsconcept om dat te verbeteren. (B24689)

  • Europese Cie; Fagan, C.; Hebson, G., Making work pay : a comparative review of some recent policy reforms in thirty European countries
    Luxemburg : EG, 2006.
    Rapport over de strategieën van de landen van de Europese Unie om hun sociale zekerheidsstelsels arbeidsgerichter te maken (werk lonend maken). Deel 1 van de publicatie gaat in op belastingmaatregelen; de hervorming van de werkloosheidsvoorziening door beperking van de uitkeringen in Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Ierland; de maatregelen met betrekking tot reïntegratie van arbeidsongeschikten in Noorwegen; alsmede voorstellen voor hervorming van de werkloosheidsvoorziening waarbij de uitkeringen in bepaalde omstandigheden worden verhoogd in Noorwegen, Italië, Bulgarije, Roemenië en Lichtenstein. Deel twee van de publicatie gaat in op de invloed van moederschaps- en ouderschapsverlof op de (re-)integratie op de arbeidsmarkt. Deel drie bespreekt de de rechten van werknemers die gebruik maken van ouderschapsverlof of langdurige afwezig zijn vanwege de zorg voor kinderen. Het vierde deel tot slot gaat in op de rol van kinderopvang. (B24657)

  • Snoek, B., De maatschappelijke hervorming van Nederland, Europa en de rest van de wereld
    Hoofddorp : Boekenplan, 2005.
    In de publicatie worden de huidige economische en sociale problemen aan de kaak gesteld. Deel 1 geeft de huidige situatie aan en deel 2 de ombouwmogelijkheden naar een rechtvaardiger en economisch systeem. Dit laatste deel gaat onder ander in op de herstructurering van de sociale zekerheid in Nederland en bevat van de hand van de auteur het wetsvoorstel AWI (Algemene Wet Inkomensvoorziening). (B24658)