Literatuurlijst Gelijke behandeling

 

SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen

 

  • SCP; Keuzenkamp, S.; Kooiman, N.; Lisdonk, J. van, Niet te ver uit de kast : ervaringen van homo- en biseksuelen in Nederland
    Den Haag : SCP, 2012. 141 p.
    SCP- publicatie, nr. 2012-10
    Opinieonderzoeken onder de bevolking laten zien dat homoseksualiteit in Nederland breed wordt geaccepteerd. Maar hoe zijn eigenlijk de ervaringen van homoseksuele mannen, lesbische vrouwen en biseksuelen? Voelen zij zich geaccepteerd? Kunnen zij gemakkelijk open zijn over hun homo- of biseksualiteit? Hoe vaak krijgen zij te maken met negatieve reacties, zoals zogenaamde grapjes, scheldpartijen of fysiek geweld? In hoeverre passen zij zich aan, om dergelijke reacties te voorkomen? Hoe is het gesteld met hun welbevinden? Deze vragen worden beantwoord op basis van onderzoek onder homo- en biseksuele mannen en vrouwen van 18-64 jaar. (B30783)

  • Universiteit Leiden; Thewissen, S. H., Is it the income distribution or redistribution that affects growth?
    Leiden : Universiteit Leiden, 2012. 22 p.
    Departement of economics research memorandum, nr. 2012.01
    Deze studie richt zich op de vraag hoe de doelstellingen van het bereiken van welzijn en het beperken van de inkomensongelijkheid aan elkaar zijn gerelateerd. (B30758)

  • ETUI; Leschke, J., Has the economic crisis contributed to more segmentation in labour market and welfare outcomes?
    Brussel : ETUI, 2012. 49 p.
    Working Paper, nr. 2012.02
    Nagegaan wordt of de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de verzorgingsstaat tijdens de economische crisis kunnen worden gezien als voortzetting van een trend naar segmentering van de arbeidsmarkt of dat de crisis daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het bedwingen hiervan. Met betrekking tot de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, geeft de auteur blijk van een verdere segmentatie tijdens de crisis, met name voor degene die onevenredig getroffen worden door werkloosheid. Door gebrek aan gegevens is het moeilijk te beoordelen of de crisis heeft bijgedragen tot meer of minder segmentatie in welvaart. In feite lijkt er een tweedeling tussen landen op dit gebied en heeft het opzettelijk openstellen van de werkloosheidsregelingen in verschillende landen tijdens de crisis voor nieuwe groepen werknemers, is duidelijk te zien als een positieve trend in contrast met de ontwikkelingen van de afgelopen decennia. (B30750)
     
  • ETUI; Beer, P. de, The impact of the crisis on earnings and income distribution in the EU
    Brussel : ETUI, 2012. 37 p.
    Working Paper, nr. 2012.01
    Hoewel de economische crisis die begon in 2008, alle EU-lidstaten hard geraakt heeft, loopt de impact van de crisis op de werkgelegenheid, werkloosheid, inkomen en ongelijkheid in de verschillende lidstaten sterk uiteen. Deze paper analyseert de variatie in de gevolgen van de crisis tussen de lidstaten van de EU. Ten eerste bespreekt het een aantal theoretische inzichten over de impact van de crisis op de winst-en inkomensverdeling. Vervolgens geeft een beknopt overzicht van empirische studies, gebaseerd op gegevens uit eerdere conjunctuurcycli. (B30749)
     
  • ETUC; ETUI, Benchmarking working Europe 2012
    Brussel : ETUC, 2012. 119 p.
    Benchmark toegepast op de wereld van de arbeid en sociale zaken. De editie 2012 richt zich op wat gezien wordt als een van de oorzaken van de grote recessie, namelijk het probleem van ongelijkheid. Ongelijkheid die veel verder gaat dan de inkomensongelijkheid. Groeiende ongelijkheid leidt tot groeiende gevoelens van onrechtvaardigheid en gebrek aan sociale cohesie binnen en tussen landen. Aan de orde komen ongelijkheid: op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, bij loonontwikkelingen, in de sociale zekerheid, door klimaatverandering. Verder wordt aandacht besteed aan regionale ongelijkheid, komt de vraag aan de orde of vakbeweging en werknemersvertegenwoordiging zorgen voor meer of minder ongelijkheid, en wordt besproken of arbeidsomstandigheden de oorzaak zijn van de gezondheidsverschillen tussen Europese werknemers. (B30747)
     
  • OECD, Divided we stand : why inequality keeps rising
    Parijs : OECD, 2011. 386 p.
    Rapport over de inkomensongelijkheid in OECD-landen. De inkomensongelijkheid is de afgelopen decennia in de meerderheid van de OECD-landen toegenomen. Dit gebeurde zelfs wanneer landen een periode van aanhoudende economische groei en een stijgende werkgelegenheid doormaakte. Dit rapport analyseert de belangrijkste onderliggende krachten achter deze ontwikkelingen. De publicatie bestaat uit drie delen. Deel I beschrijft hoe globalisering, technologische veranderingen en beleid loon- en inkomensverschillen beïnvloeden. In deel II komt aan de orde hoe verschillen in inkomsten uit arbeid leiden tot ongelijkheid in het beschikbare gezinsinkomen. Deel III tot slot gaat in op veranderingen in de rol van belasting- en overdrachtsystemen. (B30502)
     
  • AIAS; Tijdens, K. G.; Klaveren, M. van, De loonkloof tussen mannen en vrouwen : een review van het onderzoek in Nederland
    Amsterdam : AIAS, 2011. 45 p.
    Working Paper, nr. 114
    De paper bespreekt 20 studies over het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen in Nederland, waarbij de invloed van negen groepen van factoren is bekeken: menselijk kapitaal, sector, functieclassificatie, functieniveau, glazen plafond, bedrijfsgrootte, arbeidsduur, sexe-compositie van beroep, gezinssituatie en loopbaanonderbreking. Het effect van sector is alleen op geaggregeerd niveau onderzocht, en dan is het voor vrouwen voordeliger om in de collectieve sector te werken. Vallen onder een CAO heeft nauwelijks invloed op het beloningsverschil. Werken in deeltijd is nadeliger voor mannen dan voor vrouwen. Werken in een bedrijf met salarisschalen en functieclassificatie is nadelig voor mannen, niet voor vrouwen. Werken op een hoger functieniveau is voordeliger voor mannen dan voor vrouwen, evenals werken in hogere strata van de loondistributie. Vooral de effecten van beroepensegregatie en van gezinsuitbreiding en loopbaanonderbreking zijn voor vrouwen nadelig. (B30524)
     
  • Europese Cie, How to present an discrimination claim : handbook on seeking remedies under the EU non-discrimination directives
    Luxemburg : EU, 2011. 113 p.
    Burgers in de hele Europese Unie zouden niet alleen meer moeten weten over hun recht op gelijke behandeling, maar ook over de juridische en andere mogelijkheden die ze kunnen nastreven bij het zoeken naar een middel om schending van dit recht te verhelpen. Onderzoeken duiden op een relatief laag bewustzijn van de Non-discriminatie richtlijnen. Niet veel gevallen komen bij de rechter of vergelijkbare instanties terecht. Voortbouwend op de sterke en zwakke punten van de bestaande anti-discriminatie handboeken, en het focussen op een veel bredere niet-gespecialiseerd publiek, richt dit handboek zich op hen die algemene juridische hulp zoeken bij discriminatie. (B30386) 
     
  • World Bank, World development report 2012 : gender equality and development
    Washington : World Bank, 2011. 426 p.
    Dit jaar is de World Development Report gewijd aan gendergelijkheid en ontwikkeling. Het rapport stelt dat gendergelijkheid is een core ontwikkelingsdoel op zich is. Het is ook slimme economie. Grotere gendergelijkheid kan de productiviteit verhogen, ontwikkelingsresultaten voor de volgende generatie verbeteren, en instellingen meer representatief maken. Het rapport richt zich ook op vier prioritaire gebieden voor toekomstig beleid toekomst: (i) de vermindering van bovenmatige sterfte onder vrouwen en het sluiten van onderwijsgaten, (ii) verbetering van de toegang tot economische kansen voor vrouwen (iii) de zeggenschap van vrouwen in het huishouden en in de samenleving vergroten en (iv) het beperken van de genderongelijkheid tussen generaties. (B30229)
     
  • Cie Gelijke Behandeling; Forder, C. J. [et al.], Gelijke behandeling: oordelen en commentaar 2010
    Utrecht : CGB, 2011. 480 p.
    Oordelenbundel 'Gelijke behandeling: oordelen en commentaar'. Een onafhankelijke redactie bespreekt de oordelen, adviezen en onderzoeken van de CGB. De bundel beschrijft de ontwikkelingen die er waren in 2010. Per discriminatiegrond worden deze ontwikkelingen uiteen gezet. In themabijdragen geven gastauteurs hun visie op een onderdeel van het gelijkebehandelingsrecht. Dit jaar zijn in de themabijdragen de volgende onderwerpen nader belicht: gelijke behandeling en collectieve acties, onderscheid op grond van fysieke belastbaarheid voor de arbeid en college voor de rechten van de mens: van gelijke behandeling naar mensenrechten. (B30003)
     
  • Europese Cie, Report on progress on equality between women and men in 2010 : the gender balance in business leadership
    Luxemburg : EU, 2011. 61 p.
    Jaarlijkse voortgangsrapportage over gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Het rapport bespreekt de ontwikkelingen in de lidstaten van de vijf thema's van de Strategie voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen (2010-2015): (1) gelijke economische onafhankelijkheid, (2) gelijk loon voor gelijk werk en werk van gelijke waarde, (3) gelijkheid in besluitvorming, (4) waardigheid, integriteit en een einde aan op gender gebaseerd geweld, (5) gendergelijkheid buiten de EU. Het rapport wijst erop dat ondanks dat de trends over het algemeen positief zijn, de echte vooruitgang van gendergelijkheid in de EU langzaam blijft. (B29667)
     
  • European Commission, Strategy for equality between women and men 2010-2015
    Luxemburg : EU, 2010.
    Aandacht voor gelijke economische onafhankelijkheid, gelijke beloning voor hetzelfde werk, gelijkheid bij het nemen van beslissingen, waardigheid, integriteit en een eind aan geweld op basis van sekse, gelijkheid in het algemeen. (B29627)

  • Europese Cie ; Bribosia, E. ; Rorive, I., In search of a balance between the right to equality and other fundamental rights
    Luxemburg : EU, 2010. 88 p.
    Het rapport besteedt aandacht aan de belangrijkste conflicten tussen bepaalde fundamentele rechten en het recht op gelijkheid en non-discriminatie. Verschillende conflictscenario's zijn afgezet tegen Europese wetgeving en de praktijk in de lidstaten. Dit kan leiden tot een beter begrip en het uitwisselen van goede ervaring. Het kan leiden tot richtlijnen en coherente methodologie van EU-autoriteiten wat ook kan bijdragen aan consistente toepassing van Europese wetgeving. (B29531)
     
  • Europese Cie, Violence against women and the role of gender equality, social inclusion and health strategies
    Luxemburg : EU, 2010. 207 p.
    Social europe
    Geweld tegen vrouwen is het meest voorkomend en universeel geweld van de menselijke rechten. Het kent geen geografische grenzen, geen leeftijdsgrens, geen klasse-onderscheid en geen culturele of rassenonderscheid. Dit heeft veel gevolg voor gelijke behandeling, sociale toevoeging en gezondheid. Doel van het rapport is systematische analyse en inzicht te geven van de sociale aspecten van geweld tegen vrouwen. B29518
     
  • Europese Cie; Corsi, M.; Lodovici, M., Gender mainstreaming active inclusion policies
    Luxemburg : Europese Cie, 2010. 159 p.
    Er moet actief beleid komen dat aandacht vraagt voor de sociaal geconstrueerde verschillen tussen mannen en vrouwen. Eerst wordt gekeken naar de verschillen in geslacht, de ongelijkheden, de risico's van armoede en sociale uitsluiting. Verder wordt gekeken naar mogelijke informatie over actuele beleidsontwikkelingen en beleidsresultaten bij gelijke behandeling. (B29364)
     
  • Europese Cie; Foubert, P., The gender pay gap in Europe from a legal perspective
    Luxembourg : EU, 2010. 39 p.
    Het beginsel van gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijkwaardig werk is de sleutel tot de Europese Unie sinds haar oprichting. Het werd vastgelegd in het oorspronkelijke Verdrag, en in praktijk gebracht door een aantal richtlijnen. Ondanks deze inspanningen op juridisch vlak, neemt de gemiddelde loonkloof voor de 27 EU-lidstaten (17,6% in 2008) nauwelijks af. Dit rapport analyseert een breed scala van nationale beleidsmaatregelen, initiatieven en juridische instrumenten die tot doel hebben de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen te bestrijden. Het rapport onthult verder een aantal onverwachte verbanden tussen de loonkloof tussen mannen en vrouwen en andere delen van de wetgeving. (B29244)

  • Europese Cie, Promoting equality : activities on fighting discrimination in 2009
    Luxembourg : EU, 2010. 31 p
    Overzicht van recente ontwikkelingen bij anti-discriminatie. Wat is het EU-beleid op dit gebied bekeken in studies, die in 2009 gepubliceerd zijn. Verder aandacht voor het 'Media4diversity-rapport' en een studie over 'International perspectives on positive action.'
    Op de omslag staat vermeld: Social Europe (B29183) 

  • Cie Gelijke Behandeling; Forder, C. J. [et al.], Gelijke behandeling: oordelen en commentaar 2009
    Utrecht : Wolf Legal Publishers, 2010. 388 p.
    In 2009 heeft de commissie gelijke behandeling weer een groot aantal oordelen en adviezen uitgebracht. Deze worden besproken door een deskundige onafhankelijke redactie. De commentaren zijn onder verdeeld in de volgende hoofdstukken:
    Ras en nationaliteit; Geslacht; Godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid; Seksuele gerichtheid en burgerlijke staat; Arbeidsduur en aard van de overeenkomst; Handicap en chronische ziekte; Leeftijd. Verder bevat de bundel de volgende themabijdragen:
    Organisatiecultuur en verhulde discriminatie: Over het onthullen van discriminatie in hedendaagse organisaties; Positieve verplichtingen als bijdrage aan gelijkheid; A bird's eye view of equal treatment bodies across Europe in the light of EU legislation. In what circumstances can they act and with what measures? Tot slot zijn enkele annotaties bij oordelen opgenomen, o.a.: Maximumbedrag in vrijwillige vertrekregeling: bescherming of discriminatie ouderen?; Korting op nabestaandenpensioen wegens groot leeftijdverschil: over het grensvlak van gelijkheid bij de arbeidsvoorwaarde pensioen en onderscheid op basis van gezinsomstandigheden, alsmede over solidariteit als rechtvaardigingsgrond. (B28957) 
     
  • SCP; Keuzenkamp, S. [et al.], Steeds gewoner, nooit gewoon : acceptatie van homoseksualiteit in Nederland
    Den Haag : SCP, 2010. 382 p.
    SCP-publicatie, nr. 2010-15
    Homoseksualiteit wordt in Nederland steeds gemakkelijker geaccepteerd: vergeleken met andere westerse landen staat de Nederlandse bevolking zelfs het meest positief tegenover homoseksualiteit. Dat neemt niet weg dat er ook hier nog altijd groepen zijn die moeite hebben met homo- en biseksualiteit. En ook niet op alle fronten is men even tolerant. op basis van informatie uit grootschalige bevolkingsenquêtes en meer diepgaande interviews met heterojongeren geeft het rapport een beeld van de houding van de Nederlandse bevolking tegenover homoseksualiteit. (B28936)
     
  • SCP; Bos, D., De aard, de daad en het woord : een halve opinie- en besluitvorming over homoseksualiteit in protestants Nederland, 1959-2009
    Den Haag : SCP, 2010. 74 p.
    SCP-special, nr. 58
    Deze publicatie geeft een overzicht van veranderingen in de manier van omgaan met homoseksualiteit onder (behoudende) protestanten van diverse pluimage. De auteur (theoloog en historische socioloog) beschrijft hoe protestantse opinieleiders vanaf 1959 belangrijke bijdragen leverden aan de inburgering van 'de homofiele medemens'. Maar ook laat hij zien hoe het aanvaarden of juist afwijken van homoseksualiteit is geworden tot een religieuze identity marker tussen én binnen geloofsgemeenschappen. Over weinig andere onderwerpen botsen protestanten zo vaak - en zo hard. (B28937)
      
  • SCP; Bais, K. [et al.], Gewoon anders : acceptatie van homoseksualiteit in Nederland
    Den Haag : SCP, 2010. 73 p.
    SCP-special, nr. 57
    Het kabinetsbeleid is erop gericht de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland te vergroten. Op verzoek van het kabinet heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een overzicht geschetst van de huidige stand van zaken. Hoe denkt de Nederlandse bevolking tegenwoordig over homoseksualiteit? Welke ontwikkelingen doen zich op dat terrein voor? En welke knelpunten zijn er? Deze publicatie is een journalistieke samenvatting van het rapport Steeds gewoner, nooit gewoon. Acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. (B28938)
  • Cie Gelijke Behandeling; Gerards, J. H.; Zoontjes, P. J. J.; [et al.], Gelijke behandeling : oordelen en commentaar 2008
    Nijmegen : Wolf Legal Publishers, 2009. 378 p.
    Oordelenbundel van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). In de oordelenbundel bespreekt een onafhankelijke redactie de oordelen, adviezen en onderzoeken van de CGB. (B27978)

  • CNV Bedrijvenbond; Sluis, J. van der; Donners, M., Samenleven op de werkvloer : een handreiking voor diversiteit met tips en ervaringen uit de praktijk
    Utrecht : CNV Bedrijvenbond, 2008.
    In het kader van het 'Europees jaar voor gelijke kansen' heeft de CNV BedrijvenBond in 2007 werkvloergesprekken georganiseerd over diversiteit. Het ging daarbij om verschillen op basis van geslacht, leeftijd, handicaps, afkomst, levensovertuiging en seksuele gerichtheid. De vraag of alle medewerkers in een bedrijf gelijke kansen krijgen speelde daarbij een belangrijke rol. Het boekje 'Samenleven op de werkvloer' is een weerslag van deze gesprekken. Het bevat een vergelijking van de betrokken bedrijven en aanbevelingen om gelijke kansen te stimuleren. (B27703)

  • Europese Cie, The fight against discrimination and the promotion of equality. How to measure progress done
    Luxemburg : EG, 2008.
    Analytische studie met als doel gelijke behandeling en anti-discriminatie te bevorderen en statistische data te verzamelen om vorderingen te evalueren en tekortkomingen vast te stellen en verbeteringen voor te stellen. (B27247)

  • Burg, M. M. van der; Hoeven, J. van der, Rechtspraak arbeid en leeftijd (WGBL)
    Deventer : Kluwer, 2008.
    Actualiteiten sociaal recht, nr. 27
    De Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL) dateert van 1 mei 2004 en heeft veel onzekerheden te weeg gebracht. Deze pocket beoogt helderheid te verschaffen over relevante jurisprudentie aangaande leeftijdsonderscheid, zowel de oordelen van de Cie Gelijke Behandeling (CGB), als de uitspraken van rechterlijk instanties over de afgelopen circa 3 jaar. Vanwege het half open karakter van de WGBL zal met name worden stil gestaan bij de objectieve rechtvaardiging. Welke argumenten en onderbouwing kunnen deze toets doorstaan en welke niet. Hierbij is ook een aantal adviezen van de CGB betrokken. Bevat de volgende hoofdstukken: Inleiding; Werkingssfeer WGBL; Leeftijdsonderscheid; Bewijslastverdeling; Objectieve rechtvaardiging (algemeen); Omvang begrippen 'arbeid', 'betrekking' en 'arbeidsverhouding'; Collectieve onderhandelingen en leeftijd; Personeelsadvertenties en werving van personeel; Selectie en aangaan van arbeidsverhouding, inclusief aanstellen van ambtenaar; Arbeidsbemiddeling; Arbeidsvoorwaarden; Seniorenregelingen; Sociale plannen; Pensioenen; Het beëindigen van een arbeidsverhouding; Onderwijs, scholing en vorming; Vrij beroep; Sancties, nietigheid en vernietigbaarheid. (B27222)

  • Cie Gelijke Behandeling; [et al.], Gelijke behandeling : oordelen en commentaar 2007
    Nijmegen : Wolf Legal Publishers, 2008.
    Oordelenbundel van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). De bundel verschaft inzicht in de betekenis en samenhang van de oordelen die de CGB in 2007 heeft uitgebracht. De bundel bevat uitvoerige commentaren over iedere grond van onderscheid. Daarin wordt ook aandacht besteed aan rechtspraak en actuele ontwikkelingen. De commentaren worden gevolgd door een overzicht van de relevante oordelen. Enkele opzienbarende oordelen zijn integraal opgenomen en voorzien van een uitgebreide annotatie. De oordelen hebben betrekking op de volgende onderwerpen: Ras en nationaliteit; Geslacht; Godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid; Sexuele gerichtheid en burgerlijke staat; Arbeidsduur en aard van de overeenkomst; Handicap en chronische ziekte; Leeftijd. Vervolgens zijn de volgende themabijdragen opgenomen: Discriminatie op internet: wat doen we eraan?; Fixatie op verschil biedt geen perspectief voor de toekomst; Het verbod op seksuele intimidatie in de WGB: een koekoeksei in het nest van de gelijkebehandelingswetgeving?; Soms een voordeel: mediation naast oordeel. In het hoofdstuk 'Annotaties bij de oordelen' wordt onder meer ingegaan op 2007-97: Verlofdagen oudere werknemers. (B26991)

  • NTN Gelijke Kansen; EQUAL; Agentschap SZW; Steen, M. van der; Demirel, N., Investeren in hardnekkige kwesties : het verkleinen van de genderkloof en het combineren van arbeid en zorg : resultaten van de tweede tranche EQUAL-projecten uit de pijler gelijke kansen voor vrouwen en mannen : eindrapport EQUAL Nationaal Thematisch Netwerk Gelijke Kansen
    Den Haag : Agentschap SZW, 2007.
    Dit rapport richt zich op de resultaten van EQUAL-projecten op het gebied van gelijke kansen voor vrouwen en mannen en hun betekenis voor het overheidsbeleid. Good practices en hieruit voortvloeiende aanbevelingen voor diverse beleidsterreinen vormen het zwaartepunt. Achtereenvolgens komen in het rapport aan de orde: het NTN Gelijke Kansen, de selectie en presentatie van de good practices en de concrete beleidsaanbevelingen voor de diverse departementen. Daarna volgen bijlagen met een overzicht van de projecten, de samenstelling van het NTN Gelijke Kansen en de activiteiten van dit NTN. (B26821)

  • Europese Cie, Decision-making: exchange of good practices
    Luxemburg : EG, 2007.
    Gelijkheid tussen vrouwen en mannen is een grondprincipe van de Europese Unie. Gelijke verdeling in de belangrijkste politieke en economische beslissingen is van vitaal belang voor het ontwikkelen van echte democratie en bij te dragen aan economische groei. Verslag van 23 projecten over voorstellen voor het uitvoeren van besluiten. Met korte uitleg van het project, terugblik op de methodologie en de bereikte resultaten. (B26728)

  • Cie Gelijke Behandeling, Advies Commissie Gelijke Behandeling inzake leeftijdsonderscheid in sociale plannen
    [Utrecht] : CGB, 2007.
    CGB-Advies/2007/05
    Dit advies beantwoordt de vraag hoe leeftijdsonderscheid in sociale plannen moet worden
    beoordeeld in het licht van de Wet Gelijk Behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL). De Commissie Gelijke Behandeling vindt dat leeftijdsonderscheid in sociale plannen is toegestaan, als dat ten doel heeft de kansen van werknemers op de arbeidsmarkt te vergroten. De CGB adviseert minder in starre leeftijdscategorieën te denken, ook bij regelingen die ten doel hebben inkomensderving na ontslag te compenseren. (B26245)

  • Cie gelijke behandeling ; Rodrigues, P. H. ;[et al.], Gelijke behandeling : oordelen en commentaar 2006
    Nijmegen : Wolf legal publ., 2007.
    Oordelenbundel met informatie over oordelen van de CGB. Verschaft ook inzicht in hun betekenis en samenhang. Onderwerpen en titels zijn : Ras en nationaliteit ; geslacht ; godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid ; seksuele gerichtheid en burgerlijke staat ; arbeidsduur en aard van de overeenkomst ; handicap en chronische ziekte ; leeftijd. En themabijdragen: 'werkt de Algemene wet gelijke behandeling' : twee evaluatieonderzoeken besproken ; inburgeringseisen en het gelijkheidsbeginsel ; de door- en wisselwerking van CGB-oordelen in c.q. met rechterlijke uitspraken ; moet de CGB al het eenzijdige overheidshandelen toetsen? (B26052)

  • ILO, Equality at work : tackling the challenges : global report under the follow-up to the ILO declaration on fundamental principles and rights at work
    Geneve : ILO, 2007.
    International Labour Conference 96th session 2007, report I (B)
    Het rapport schetst een beeld van discriminatie op het werk. Het gaat hierbij om reeds lang bestaande vormen van discriminatie op het gebied van geslacht, ras en religie, maar ook om nieuwe vormen van discriminatie, zoals leeftijd en handicap. Tevens wordt ingegaan op de door sociale partners ondernemen acties om discriminatie bij de arbeid te bestrijden. (B25875)

  • SCP; CBS; [et al.], Emancipatiemonitor 2006 : veranderingen in de leefsituatie en levensloop
    Den Haag : SCP, 2006.
    SCP-publicatie, nr. 2006/22
    In deze vierde editie van de Emancipatiemonitor zijn wederom de cijfers bijeengebracht over onderwerpen als: arbeidsparticipatie, economische zelfstandigheid, geweld tegen vrouwen, het aandeel vrouwen op hogere en besluitvormende functies en het aandeel van mannen in de onbetaalde arbeid. In drie verdiepende hoofdstukken wordt een aantal veelvoorkomende veronderstellingen over emancipatie nader onderzocht: de veronderstelling dat de voorzieningen om arbeid en zorg te combineren in Nederland minder goed zijn dan in andere westerse landen, en dat dit het grote aantal in deeltijd werkende vrouwen verklaart. Ten tweede dat het emancipatieproces in de stad sneller verloopt dan op het platteland. En de veronderstelling dat nieuwe generaties vrouwen en mannen geëmancipeerder zijn dan oudere generaties. In de epiloog ten slotte wordt ingegaan op de vraag waarom het emancipatieproces niet sneller verloopt. (B25382)

  • SCP; [et al.], Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden
    Den Haag : SCP, 2006.
    De atlas biedt een breed en diepgaand zicht op de maatschappelijke positie en participatie van deze vrouwen. De volgende thema’s komen aan de orde: onderwijs, betaalde arbeid, de combinatie van betaalde arbeid en zorg, inkomens, gezondheid, geweld tegen meisjes en vrouwen, vrijetijdsbesteding, deelname aan de ‘civil society’ en politieke participatie. De meeste aandacht gaat daarbij uit naar vrouwen uit de vier grootste groepen allochtonen: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Maar bij sommige onderwerpen komen ook enkele grote, zogenoemde ‘nieuwe’ groepen aan bod: Afghanen, Irakezen, Iraniërs, Joegoslaven en Somaliërs. De groepen vrouwen worden steeds onderling én met autochtone vrouwen vergeleken, evenals met de mannen uit de eigen etnische groep.
    De atlas levert beschrijvingen en verklaringen van verschillen tussen groepen. Er is nagegaan of de huidige situatie verschilt met wat de Nederlandse regering in haar emancipatiebeleid voor ogen heeft. Samenvattende reportage ook aanwezig. (B24583)

  • Min. SZW; [et al.], De glazen muur : vijf essays over nut en noodzaak van het doorbreken van de schotten tussen vrouwen- en mannenberoepen
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    De bundel bevat vijf essays van acht wetenschappers over seksesegregatie op de arbeidsmarkt en drie interviews. Lex Borghans en Andries de Grip, betogen in hun essay 'Beroepensegregatie op de Nederlandse arbeidsmarkt: een economisch perspectief' dat de arbeidsparticipatie van vrouwen in de afgelopen decennia flink is gestegen en dat de beroepensegregatie tussen mannen en vrouwen is afgenomen. Zij zien vooral nog knelpunten in de arbeidsvoorwaarden, die nu nog voornamelijk zijn afgestemd op de voorkeuren van de dominante groep in bepaalde bedrijven en arbeidsmarktsectoren. Dat heeft tot gevolg dat ‘mannenberoepen’ voor vrouwen minder aantrekkelijk zijn, en omgekeerd. Jolande Sap en Joop Schippers vinden in hun essay 'Moderne levenslopen bieden kans voor doorbreken beroepensegregatie' dat ontschotting van mannen- en vrouwenberoepen geen doel op zich moet zijn. Zij zien meer in het aanpakken van de verouderde levenslooppatronen en pleiten voor een samenhangend levensloopbeleid met als kern een goede infrastructuur voor arbeid, zorg en scholing, die toegankelijk is voor vrouwen en mannen van alle opleidingsniveaus. Ruben Gowricharn zegt in zijn essay "Culturele diversiteit in horizontale beroepensegregatie' dat aan de beroepenscheiding tussen de seksen zowel collectieve cultuurpatronen als individuele voorkeuren ten grondslag liggen. Remke Klapwijk en Els Rommes vinden in hun essay 'Voorbij de twee seksen: inspelen op uiteenlopende loopbaanoriëntaties van middelbare scholieren' dat meisjes te veel als homogene groep worden behandeld bij de voorlichting over profielen en sectoren in het voortgezet onderwijs, en bèta/technische vervolgopleidingen. Judith de Ruijter gaat in haar bijdrage 'Genderaspecten in beroepscompetentieprofielen' na in hoeverre genderaspecten een rol spelen bij de opstelling van de profielen. Er blijkt wel degelijk sprake te zijn van ‘genderruis’. Zo blijken er voor ‘vrouwenberoepen’ beduidend minder vakmatige competenties te worden beschreven dan voor ‘mannenberoepen’, (B24550)

  • Visitatiecie Emancipatie; Min. SZW, Werkplan 2004 – 2007
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Op 25 juni 2004 is de Visitatiecommissie Emancipatie (VCE) ingesteld. Deze commissie zal in de periode tot 2007 de voortgang van het zogenoemde gender mainstreamingproces bij de Rijksoverheid beoordelen en stimuleren. Volgens het instellingsbesluit van 29 juni 2004 heeft de Visitatiecommissie Emancipatie de volgende taken: a. Het toetsen van de integratie van het man/vrouw-perspectief in beleidsontwerp en beleidsuitvoering; b. Het inzicht geven aan de verantwoordelijke bewindspersonen in verbeteringsmogelijkheden en het aanwijzen van de beleidsdomeinen die bij voorrang extra aandacht behoeven; c. Het in kaart brengen van goede voorbeelden en deze ter beschikking stellen aan bewindspersonen; d. Het inzicht geven in de algehele voortgang van de uitvoering van de gender mainstreaming en het zonodig doen van voorstellen tot bijstelling daarvan aan de coördinerend bewindspersoon voor emancipatie. Op 14 juni 2004 heeft de minister in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat de visitatiecommissie gevraagd zal worden haar taken uit te breiden met een onderzoek naar de rol en positie van de basisorganisaties op het gebied van emancipatie. De visitatiecommissie heeft dit verzoek aanvaard en in dit werkplan verwerkt. (B23228)

  • Min. SZW; Min. BUZA, The Netherlands : ten years after Beijing : second national implementation report
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    De rapportage bevat de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van emancipatiebeleid in Nederland en de aandachtsgebieden uit het slotdocument Platform for Action, dat in 1995 op de VN-Wereldvrouwenconferentie te Beijing tot stand kwam. (B23069)

  • SCP; [et al.], Emancipatie in estafette : de positie van vrouwen en meisjes uit etnische minderheden
    Den Haag : SCP, 2004.
    SCP-onderzoeksrapport, nr. 2004/1
    In deze uitgave wordt de positie van in Nederland woonachtige Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Molukse vrouwen beschreven. Hun positie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt staat centraal. Ook wordt aandacht besteed aan hun inkomenspositie. Ook maakt dit rapport duidelijk dat sociaal-culturele aspecten een rol spelen bij de emancipatie van vrouwen uit de minderheden. Veel van de onderzochte groepen vrouwen bevinden zich in een kansarme positie. Vooral Turkse en Marokkaanse vrouwen uit de eerste generatie, maar ook de veel jongere huwelijksmigrantes staan op aanzienlijke achterstand. Een kwetsbare groep is bovendien de groep alleenstaande Antilliaanse moeders. Niet vergeten worden dat er ook veel vrouwen uit de minderheden wel succesvol zijn in de Nederlandse samenleving. Surinaamse vrouwen redden zich bijvoorbeeld goed op de Nederlandse arbeidsmarkt. (B22502)

  • Min. SZW, Mannen worden er beter van. En vrouwen ook! : aanbevelingen
    Den Haag : Min. SZW, 2003.
    Resultaten van de interactieve discussie 'Mannen worden er beter van. En vrouwen ook!'. De discussie ging op 16 januari 2003 van start en had als doel ideeën te verzamelen voor een vernieuwend emancipatiebeleid. In totaal is er tien weken gediscussieerd; ruim 18.000 mensen bezochten de website en er zijn bijna 1600 discussiebijdragen geplaatst. Na een aantal meningspeilingen en commentaarrondes zijn uiteindelijk de ideeën en suggesties verwerkt tot aanbevelingen aan de overheid. De aanbevelingen betreffen de volgende thema's: 'Je werk of je leven! Keuzevrijheid?'; 'Participatie. De waarde van werk'; 'Rechten en Veiligheid'. (B22166)

  • Min. SZW; [et al.], Doorwerking van Emancipatie-effect-rapportages in beleidsprocessen
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 278
    In het rapport is de vraag aan de orde hoe emancipatie-effectrapportages doorwerken in beleidsvorming en beleidsuitvoering. Voor een viertal beleidsprocessen is onderzocht of en hoe doorwerking van emancipatie-effectrapportages heeft plaatsgevonden. (B21501)

  • Min. SZW; [et al.], Emancipatie-effectrapportage Commissie Donner
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Emancipatie-effectrapportage op het rapport van de Cie Donner 'Werk maken van arbeidsgeschiktheid' (B19437). De rapportage is uitgevoerd op verzoek van de Tweede Kamer. Overwegingen bij dit verzoek waren het feit dat een toenemend aantal vrouwen in de WAO komt, dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in sectoren met een hoog ziekteverzuim en dat de commissie Donner aan deze problematiek geen aandacht besteedt. De thema’s waarop de rapportage zich richt zijn: alleen volledige arbeidsongeschikten in de WAO, positie van arbeidsongeschikten, invoering referte-eis en afschaffing van de laagste wao-klassen. (B20896)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Integratie van gendergelijkheid : een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit
    Den Haag : AIV, 2002.
    Advies, nr. 25
    De sociale, economische en culturele positie van vrouwen en mannen vertoont wereldwijd nog grote verschillen. De minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft de (AIV) om advies gevraagd over de integratie van gendergelijkheid binnen ontwikkelingssamenwerking. In het advies worden lessen getrokken uit ervaringen van andere organisaties bij de integratie van gendergelijkheid. De meest succesvolle strategie blijkt het gelijkwaardig samenbrengen van het algemeen ontwikkelingsbeleid en het genderbeleid. De AIV doet vervolgens aanbevelingen over de institutionele voorwaarden voor duurzame integratie op het ministerie in Den Haag en de ambassades. Ook over de samenwerking met en in partnerlanden en met andere donoren worden
    aanbevelingen gedaan, waarna ter gedachtenbepaling enkele actuele thema ’s uit het buitenlands beleid worden belicht. De aanbevelingen zijn tenslotte uitgewerkt in een vragenlijst die elke organisatie en overheid zichzelf of anderen kan voorleggen als graadmeter voor de integratie van gendergelijkheid. (B20189)

  • Holtmaat, R.; E-Quality, Defective acceleration : the Dutch Emancipation policy. The implementation of the UN Women's convention in the Netherlands in 1999 : shadow report based on the second and third government reports (november 1998 and september 2000) and prepared on behalf of the 25th session of CEDAW in New York, june/july 2001
    Eindhoven : E-Quality, 2001
    NGO-Schaduwrapport over uitvoering van het VN-Vrouwenverdrag in Nederland. Het VN-Vrouwenverdrag verplicht de lidstaten alle vormen van discriminatie van vrouwen uit te bannen en op politiek, sociaal, economisch en cultureel gebied beleid en wetgeving tot stand te brengen om te verzekeren dat de mensenrechten en fundamentele vrijheden van vrouwen worden gewaarborgd. Het rapport dat is opgesteld door 23 vrouwen- en emancipatieorganisaties levert stevige kritiek op het Nederlandse emancipatiebeleid van de afgelopen jaren. Volgens het rapport schiet emancipatie haar doel voorbij. Vrouwen worden te veel gedwongen een betaalde baan te zoeken. De zorg voor kinderen, ouders en zieken is door het kabinet ondergeschikt gemaakt aan economische belangen.(B19086)

  • Min. SZW, Gender mainstreaming : een strategie voor kwaliteitsverbetering : advies Interdepartementale werkgroep mainstreaming aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mr. A.E. Verstand-Bogaert
    Den Haag : Min. SZW, 2001. 56 p.
    Advies van de Interdepartementale werkgroep mainstreaming en kabinetsstandpunt gender mainstreaming.
    In het Meejarenbeleidsplan Emancipatie heeft het kabinet beleid aangekondigd om tot een duurzame integratie van emanciaptiedoelstellingen in alle geledingen van het reguliere beleid te komen. in dit proces van gender mainstreaming wordt rekening gehouden met de verschillende effecten van beleid voor mannen en vrouwen.
    Gender mainstreaming is een strategie die past bij de huidige maatschappij. Die wordt steeds diverser en effectief beleid houdt hier rekening mee. Steeds vaker is dan ook sprake van beleidsonderwerpen die voor meer dan één departement van belang zijn. In het advies van de werkgroep wordt de departemententale en de interdepartementale organisatie van gender mainstreaming beschreven. Elk hoofdstuk bevat een uitwerking van de specifieke randvoorwaarden, organisatievormen en instrumenten.
    Behoort bij kamerstuk K27061, nr. 15 (B19649)

  • NEI; Selm, A. I. van; Vossen, I. W. E.; [et al], EOS verdient beter! : naar effectievere emancipatieondersteuningsstructuur
    Rotterdam : NEI, 2001
    Veertig organisaties in het emancipatieveld geven hun visie op de toekomstige vormgeving van de emancipatie-ondersteuning in Nederland. Die visie betreft de structuur en verdeling van functies en taken, evenals een verhoging van het budget dat nodig is om de gewenste emancipatie-ondersteuningsstructuur (EOS) te realiseren. Aanleiding voor het opstellen van het rapport is de onduidelijkheid over de functie- en taakverdeling binnen de gesubsidieerde EOS en het tekort aan financiële middelen, waardoor een verregaande uitholling van de vrouwenbeweging plaats heeft gevonden. De huidige situatie is ontstaan na de herziening van het emancipatiebeleid in 1997/1998. Die herziening heeft geleid tot een weinig vernieuwend en inadequaat emancipatiebeleid, waarbij de betrokken organisaties hun competenties niet voldoende kunnen ontwikkelen en benutten. De oplossingen die het rapport formuleert, zijn ontwikkeld tijdens de Werkconferentie Emancipatie-ondersteuningsstructuur van 22 feb. 2001. Zij omvatten onder meer het nader uitwerken van de kerncompetenties van de betrokken organisaties, het preciezer definiëren en verdelen van de functies, gestructureerd overleg met de overheid, en een onderzoek naar de meerwaarde van een grotere krachtenbundeling. (B19241)

  • Schippers, J., Arbeidsmarkt- en emancipatiebeleid ; de vraag naar diversiteit : rede Un. Utrecht
    Utrecht : Un. van Utrecht, Economisch Inst., (2001) 14 mrt, 16 p.
    De vraag naar diversiteit ligt duidelijk op tafel. Aandacht voor het feit, dat zowel de theorie als het arbeidsmarkt- en emancipatiebeleid voldoende aanknopingspunten bieden om vraag en aanbod te 'matchen'. Complicatie is dat emancipatie nog niet echt 'geregeld' is en dat er weliswaar van alles tot stand is gebracht, maar dat nu de structuren op de schop moeten. (TA13094)

  • TECENA; Hazeu, C. A.; Nieuwpoort, A., Gender en Diversiteit in het overheidsbeleid : verslag expertmeeting
    Den Haag : TECENA, 2001. 35 p.
    Verslag van een expertmeeting in oktober 2000 over gender-mainstreaming en het beleid dat de overheid zou moeten volgen. (B19698)

  • TECENA, Gender Mainstreaming, instrumenten en processen : verslag expertmeeting
    Den Haag : TECENA, 2001. 41 p.
    Verslag van een expertmeeting met als doel uitwisseling en verdieping van kennis en inzichten op het gebied van gendermainstreaming. (B19699)

  • Burri, S. Tijd delen : deeltijd, gelijkheid en gender in Europees- en nationaalrechtelijk perspectief : proefschrift Universiteit Utrecht
    Deventer : Kluwer, 2000
    Europese monografieën, nr. 66
    In het proefschrift staat de vraag centraal in hoeverre het recht, in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel toegepast op deeltijdarbeid, kan bijdragen aan de herverdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen. Het EG-recht neemt in het onderzoek een centrale plaats in, waarbij vooral het concept van indirecte discriminatie naar geslacht, dat in de jurisprudentie van het Europese Hof is ontwikkeld met betrekking tot deeltijdarbeid, van belang is. Het Nederlands recht kent naast het gelijke-behandelingsrecht van mannen en vrouwen (artt. 7:646 en 7:647 BW, de WGB en de AWGB), ook een wettelijk verbod van onderscheid naar arbeidsduur (WOA) en een Wet aanpassing arbeidsduur (WAA). Overig internationaal recht is in dit onderzoek betrokken, voorzover het een aanvulling kan betekenen op het communautaire en het nationale recht. Burri wijst in het proefschrift met name op de tekortkomingen van de Nederlandse wetgeving in het licht van het internationale en het Europese recht. Geconcludeerd wordt dat de risico's en nadelen van deeltijdarbeid moeten worden ondervangen door een deeltijdbeleid in samenhang met een zorgvuldig afgewogen verlofbeleid. Gebeurt dit niet dan verandert er in de verdeling van arbeid en zorg tussen mannen en vrouwen fundamenteel niets. Als concrete voorbeelden worden genoemd (deels betaalde) verlofmogelijkheden, (betaalde en kwalitatieve) kinderopvang, aangepaste werktijdregelingen, maar ook een loopbaanbeleid in arbeidsorganisaties, waarbij - meer dan nu - deeltijdarbeid mogelijk is. Ook met betrekking tot hogere functies, waarin dat vooralsnog niet gebruikelijk is. Toch is gelijkheid in het kader van de verdeling van arbeid en zorg uiteindelijk 'niet zozeer een kwestie van allerlei losse regelingen', vindt Burri, maar van 'een breed maatschappelijk draagvlak, en van discussie'. In dat kader ziet zij niet alleen een rol weggelegd voor de sociale partners en de nationale wetgever maar ook voor de jurisprudentie. (B19039)

  • Duijvestijn, J.; Koekkoek, C.; Trendbox, Vrouwen en hun keuzes, nu en in de toekomst
    Amsterdam : Trendbox, 2000
    Dit boekje gaat over de keuzes van vrouwen t.a.v. werken, moederschap en de combinatie hiervan. In het eerste deel belangrijke recente ontwikkelingen omtrent o.a. arbeidsparticipatie. In het tweede deel komen de vrouwen zelf aan het woord. Hoe ervaren vrouwen het combineren van het moederschap met een betaalde baan? Waarom krijgen vrouwen steeds later kinderen en zien zij steeds vaker helemaal af van het moederschap? Deze en meer vragen komen aan bod. Tenslotte een blik in de toekomst in de vorm van drie toekomstscenario's. (B18371)

  • Holtmaat, R.; Cie Gelijke Behandeling; [et al], De toekomst van gelijkheid : de juridische en maatschappelijke inbedding van de gelijkebehandelingsnorm
    Deventer : Kluwer, 2000
    Is gelijke behandeling iets dat op zichzelf is blijven staan, geïsoleerd in specifieke wetten? Of is het een algemeen aanvaard onderdeel van de rechtsorde, dat ook tot uitdrukking komt in andere wetten en in algemeen overheidsbeleid? Over deze vragen laten -op initiatief van de Commissie gelijke behandeling- 17 toonaangevende wetenschappers hun licht schijnen. In het eerste deel staat de vraag centraal in hoeverre de huidige en voorgenomen discriminatiegronden een vanzelfsprekend onderdeel van recht en beleid zijn, of dat een nadere inbedding gewenst is. Het tweede deel behandelt de rol van het gelijkheidsbeginsel in actuele maatschappelijke ontwikkelingen in onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting en ICT-sector. Deel drie bevat bijdragen vanuit een algemeen, rechtstheoretisch perspectief. Bevat de volgende bijdragen: De inbedding van sekse(on)gelijkheid in het recht; Als je geen Barbie wilt zijn, hoe weet je dan dat je een vrouw bent?; Het ene gezin is het andere niet; gezinsnormen en (on)gelijkheid in het Nederlandse immigratiebeleid; Inbedding van het gelijkheidsbeginsel naar nationaliteit in het internationaal privaatrecht; Godsdienst en gelijkheidsbeginsel; Hoezo discriminatie? Pensioenen en het burgelijkestaatcriterium in de AWGB; Hoe (on)gelijk is gelijk? het recht op gelijke behandeling van gehandicapten en chronisch zieken. Gelijke behandeling en gelijke kansen in het onderwijs; de grenzen van het gelijkheidsbeginsel; Gezondheid en gezondheidszorg: gepaste gelijkheid?; De woningmarkt en de politiek van gelijke kansen, segregatie als probleem en differentiatie als gerechtvaardigde oplossing? Discriminatiegronden in het informatietijdperk; Over de vermeende olievlekwerking van het gelijkheidsbeginsel, een hink-stapsprongessay; mainstreaming van gelijkheidsdoelstellingen in de regulering van de arbeidsverhoudingen, van het verbod op sekseonderscheid naar arbeid- en zorgarrangementen; Effectiviteit van gelijkebehandelingswetgeving, van sociale werking naar symboolwerking; Gelijkheid van postmodern individualisme; Wederkerigheid en gelijkheid, over maatschappelijke doelen en geheiligde middelen; De toekomst van gelijkheid, een agenda voor wetgeving, beleid en onderzoek op het gebied van discriminatiebestrijding en gelijke behandeling. (B19187)

  • Min. SZW; Fischer, A. H.; Rodriquez Mosquera, P. M.; Rojahn, P., Masculiniteit met een feminien gezicht : onderzoek naar de rol van organisatiecultuur in de doorstroming van vrouwen naar hogere functies
    Den Haag : Elsevier bedrijfsorganisatie, 2000
    Het onderzoek geeft inzicht in de organisatiecultuur van vijf organisaties uit verschillende sectoren van de overheid en het bedrijfsleven (industrie-, bank- en verzekeringswezen, dienstverlening) en in hoeverre die cultuur invloed heeft op de doorstroming van vrouwen? Het onderzoek laat zien dat de uitgangspunten van het Human Resource management centraal staan in het gedachtegoed van de huidige managers. Ze hebben oog voor de menselijke verhoudingen in en organisatie en willen een omgeving creëren waarin werknemers zich optimaal kunnen ontwikkelen, Feminiene waarden zoals collegialiteit, en een balans tussen werk en privé-leven hebben de voorkeur. Het onderzoek laat echter ook zien dat die waarden nog te weinig verankerd zijn in de leidinggevende praktijk van topmanagers. In de feitelijke praktijk is ook competentie, status en een lange werkweek van belang. Formeel en aan de oppervlakte is er sprake van een feminiene cultuur, maar daaronder zijn masculiene waarden en praktijken nog alom aanwezig. Via selectie en zelfselectie stromen dan ook alleen vrouwen door die passen in deze pseudo-feminine cultuur. (B18954)

  • Stichting van de Arbeid, Plan van aanpak gelijke beloning voor mannen en vrouwen
    Den Haag : StvdA, 2000
    Publicatienr. 12/00
    Bij brief van 7 juli 2000 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw mr. A.E. Verstand – Bogaert, de Stichting van de Arbeid het ‘Plan van aanpak gelijke beloning’ doen toekomen dat eerder op 8 mei jl. aan de Tweede Kamer is aangeboden, met het verzoek om een reactie op dit plan te geven. In het Plan van aanpak wordt met name ingegaan op de omvang van de gemiddelde beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen, op de achterliggende oorzaken en op de voorgenomen beleidsmaatregelen ter verkleining van ongerechtvaardigde beloningsverschillen. Van het Plan van aanpak maken drie onderzoeksrapporten deel uit, t.w. ‘De positie van mannen en vrouwen in het bedrijfsleven en de overheid 1998’ van de Arbeidsinspectie (B18448), ‘De positie van allochtonen en autochtonen in het bedrijfsleven en een deel van de overheid 1998’, eveneens van de Arbeidsinspectie (B18447) en het eerste deelrapport ‘De weegschaal gewogen: naar een instrument voor sekseneutrale functiewaardering’ van mevrouw A. Veldman, (B18458). Allereerst gaat de Stichting in het advies in op de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen zoals die uit het Plan van aanpak naar voren komen. Vervolgens behandelt zij een aantal specifieke kwesties in het kader van het onderhavige onderwerp: ‘gelijke beloning’, te weten: de verantwoordelijkheidsverdeling terzake het beleid van gelijke beloning; de gehanteerde systemen van functiewaardering; de gevolgen van meer flexibele beloningssystemen; de gewenste voorlichting op het gebied van gelijke beloning; de rol van ondernemingsraden; de toepassing van zgn. audits; nalevingsonderzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op basis van artikel 21 van de Wet gelijke behandeling; onderzoek op eigen initiatief door de Commissie gelijke behandeling. Tot besluit van dit advies gaat zij nog afzonderlijk in op de beloningsverschillen tussen autochtone en allochtone werknemers. (B18943)

  • United Nations, The world's women 2000 : trends and statistics
    New York : UN, 2000.
    Statistische gegevens per land met betrekking tot demografie, gezinssituatie, gezondheid, onderwijs, arbeid, werkloosheid, deeltijdarbeid, ouderschapsverlof, mensenrechten en politiek. (B18797)

  • RMO, Arbeid en zorg : reactie op de kabinetsnota Op weg naar een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg
    Den Haag : SDU, 1999
    Reeks: Advies, nr. 8
    Reactie van de RMO op de nota 'Op weg naar een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg' van de staatssecretaris van SZW. De kernboodschap van de RMO luidt: de beste manier om arbeid en zorg gemakkelijk er te combineren, is het creëren en onderhouden van een goede infrastructuur in de zorgsector. Zo'n infrastructuur maakt het mogelijk dat vrouwen en mannen aan het arbeidsproces deelnemen. (B18102)

  • Nyfer; Koopmans, I.; Stavenuiter, M.M.J. , Meer werken, minder zorgen : arbeid en zorg in wetgeving en CAO's ,
    Breukelen : Nyfer, 1999
    In het rapport wordt ingegaan op de vraag hoe het beleid inzake arbeid en zorg in de loop van de tijd is vormgegeven, zowel in wetgeving als in CAO's, welke problemen zich voordoen en op welke wijze deze worden opgelost. Het rapport schetst het ontstaan en de ontwikkeling van de kinderopvang en de verlofregelingen en beschrijft recente trends in arbeidstijden en -patronen. Ook wordt stilgestaan bij de voor- en nadelen van de manier waarop de kinderopvang en de verlofregelingen zijn georganiseerd; daarbij wordt specifiek ingegaan op de rol van de werkgever. Het rapport biedt tot slot een alternatief voor de huidige financieringsstructuur van kinderopvang en verlof. (B17466)

  • Verboon, F.C.; Feyter, M.G. de; Smulders, P.G.W., TNO Arbeid, Arbeid en zorg, inzetbaarheid en beloning : het werknemersperspectief ,
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 1999
    Verslag van een onderzoek onder een representatieve steekproef van 2500 werknemers naar hun mening over werktijden, arbeid en zorg-regelingen, scholing, inzetbaarheidsbeleid van bedrijven, en de mate waarin de beloning afhankelijk is van de werknemer zelf, de afdelin of het bedrijf. Niet alleen de huidige stand van zaken komt aan de orde, maar ook hoe de werknemers het zouden willen en wat zij daarvoor gedaan hebben. De publicatie is opgebouwd rond vier thema's: Arbeid en Zorg Inzetbaarheid, Resultaat-afhankelijke beloning, realisatie-strategieën. Rond het thema arbeid en zorg zijn vier onderwerpen behandeld die de combinatie van arbeid en zorg zouden moeten faciliteren: mogelijkheden voor deeltijdarbeid, het kunnen hanteren van flexibele begin- en eindtijden, het via de werkgever gebruik kunnen maken van een regeling voor kinderopvang, en het kunnen opnemen van langdurig zorgverlof in geval van langdurige ziekte van een naaste. (B17996)

  • Min. SZW; Olde, C. de; Slinkman, E., De Jong en Van Doorne-Huiskes en Partners, Het glazen plafond : een inventarisatie van cijfers, literatuur en onderzoek met betrekking tot de doorstroom van vrouwen naar de top ,
    Den Haag : Elsevier bedrijfsinformatie, 1999
    Aanleiding voor het rapport is het relatief geringe aandeel van vrouwen in leidinggevende functies. In veel organisaties is de instroom van vrouwen goed op gang gekomen, maar stagneert de doorstroom naar leidinggevende functies. Omdat niet zo gemakkelijk te zeggen is waar dat aan ligt, wordt gesproken over 'het glazen plafond'. Het beeld geeft aan dat het lijkt of er in veel organisaties een onzichtbare barrière bestaat, die vrouwen afhoudt van doorstroming naar hogere leidinggevende functies. In deze rapportage wordt op basis van bestaand statistisch en onderzoeksmateriaal verslag gedaan van een inventariserende studie m.b.t. het fenomeen 'glazen plafond'. Centraal hierbij staat het in kaart brengen van factoren die het glazen plafond in stand houden en van factoren die een bijdrage kunnen leveren aan het doorbreken van dit plafond. (B17917)

  • Boelens, L.R.M.; Iren, A.M.; Min. SZW, Werk en leven : een uitdaging voor organisatievernieuwers ,
    Den Haag : Elsevier bedrijfsinformatie, 1999
    De samenstelling van de werkende bevolking verandert ingrijpend. Er zijn steeds meer tweeverdieners m/v, meer vrouwen ambiëren een carrière en het ideaal van gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen is niet meer weg te denken. Steeds meer bedrijven spelen in op deze veranderingen. In een Amerikaans onderzoeksproject 'Relinking Life and Work' wordt geanalyseerd dat 'work-family' programma's in bedrijven niet werken omdat werk en het privéleven als een tegenstelling wordt gezien. In een modern bedrijfsbeleid dient juist de strategische band tussen werk en privé uitgangspunt te zijn. In dit rapport wordt het project 'Relinking Life and Work' beschreven en er wordt aangegeven hoe deze werkwijze in Nederland kan worden toegepast. (B17926)

  • SCP; Hooghiemstra, B.T.J.; Merens, J.G.F., Variatie in participatie : achtergronden van arbeidsdeelname van allochtone en autochtone vrouwen ,
    Den Haag : Elsevier bedrijfsinformatie, 1999
    Cahier, nr. 159
    Het Cahier doet verslag van een onderzoek dat verricht werd in opdracht van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid van het ministerie van SZW naar de omstandigheden waaronder allochtone vrouwen al dan niet deelnemen aan de arbeidsmarkt. Achterliggende vraag was in hoeverre allochtone vrouwen deel hebben aan de trend naar toenemende zelfstandigheid van vrouwen - een van de hoofddoelstellingen van het emancipatiebeleid. Het onderzoek richt zich op vrouwen uit de vier belangrijkste allochtone groepen in ons land, te weten de Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen/Arubanen. Aan de orde komen onder meer de verschillen in arbeidsparticipatie tussen autochtone en allochtone vrouwen, de onderlinge verschillen tussen de groepen allochtone vrouwen en de invloed op de arbeidsparticipatie van factoren zoals de verblijfsduur in Nederland, de gevolgde opleiding, het al dan niet hebben van kinderen, de wijze van gezinsvorming en het al dan niet vormen van één eenoudergezin. (B17787)

  • Maassen van den Brink, H.; Groot, W.; Min. SZW; UVA LU Wageningen; RU Limburg, De sociaal-economische emancipatie index : een voorstudie voor een monitor-onderzoek naar de sociaal-economische positie van vrouwen en mannen in Nederland ,
    Den Haag : Elsevier bedrijfsinformatie, 1999
    Onderzoek naar de verdeling van arbeid, zorg en inkomen tussen mannen en vrouwen in Nederland. Daartoe worden vier categorieën vergeleken: alle vrouwen en mannen, gehuwd of ongehuwd samenwonende vrouwen en mannen (leeftijd tussen 15 en 45 jaar) zonder kinderen, gehuwd of ongehuwd samenwonende vrouwen en mannen met kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar, alleenstaande ouders. In het onderzoek is een vergelijking in de tijd gemaakt (peildata 1987-1995) met het doel uitspraken te kunnen doen over de ontwikkeling in de tijd van de positie van vrouwen en mannen in arbeid, zorg en inkomen. Als bijlage heeft het verslag een literatuuronderzoek naar de ontwikkelingen en trends in de sociaal-economische positie van mannen en vrouwen. In het rapport wordt o.a. ingegaan op: arbeidsdeelname vrouwen met kinderen, aandeel van deeltijdarbeid in werkgelegenheid, lonen, inkomensverdeling, scholing, kinderopvang en economische zelfstandigheid. (B17312)

  • WRR; Bekkering, J.M.; Jansweijer, R.M.A., De verdeling van arbeid en zorg : prikkels en belemmeringen ,
    Den Haag : DOP, 1998
    Reeks: Werkdocumenten, nr. W101
    Studie naar de economische gevolgen van een meer gelijke verdeling van arbeid en zorg over de partners in een huishouden; de keuzen die mensen maken en de invloed daarop van het overheidsbeleid. Ingegaan wordt op de diversiteit van huishoudensvormen en de effecten van het beleid voor het arbeidsaanbod. (B16187)

  • Remery, C.L.H.S., Effecten van emancipatiegericht personeelsbeleid : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam,
    Ridderkerk : Ridderprint, 1998
    Onderzoek naar het beleid dat gericht is op het verbeteren van de positie van vrouwen in arbeidsorganisaties. Dat is de afgelopen jaren verbeterd en diverse organisaties voeren emancipatiegericht personeelsbeleid. Vraag is of de positie van vrouwen verbeterd is dankzij gericht beleid in arbeidsorganisaties. Dit is nog nauwelijks onderzocht.(B16203)