Literatuurlijst Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen - Standaardwerken
Bibliografie PBO vanaf 1950 (PDF, 216 kB)
- Gezamenlijke Product en Bedrijfschappen, Position paper gezamenlijke product- en bedrijfschappen
Den Haag : Gezamenlijke Product en Bedrijfschappen, 2011. 4 p.
Op 24 november 2011 organiseert de Vaste Kamercommissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een Ronde Tafel Gesprek over de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie. In dit document geven de gezamenlijke product- en bedrijfschappen aan hoe ze invulling willen geven aan de hoofdlijnen van het kabinetsstandpunt en wat hierbij de overwegingen zijn. (B30363)
- Min. SZW, Het PBO-stelsel naar een nieuwe kern : kabinetsstandpunt
Den Haag : Min. SZW, 2011. div. p.
Kabinetsstandpunt PBO naar aanleiding van de motie Aptroot (VVD) en Koopmans (CDA) waarin de regering wordt verzocht: te onderzoeken welke taken naast medebewindstaken onmisbaar zijn, voorts te onderzoeken of en zo ja hoe deze taken zonder product- en bedrijfschappen zouden kunnen worden ondergebracht. In de visie van het kabinet zijn die taken onmisbaar die (in voldoende mate) een publiek belang hebben. Het kabinet ziet, evenals de beoordelaars, in de inventarisatie van de taken van de schappen door EIM/IOO slechts een drietal taken met publiek belang. Het betreffen de medebewindstaken en de zogenaamde autonome taken die betrekking hebben op "bevordering van plant- en diergezondheid en dierenwelzijn" en "voedselveiligheid en gezondheid". Om doelmatigheidsredenen kiest het kabinet voor het handhaven van het PBO-stelsel, maar dan wel in afgeslankte en gemoderniseerde vorm. Het merendeel van de huidige taken, die dus geen publiek belang dienen, wordt in principe niet meer uitgevoerd. De nieuwe opzet van het stelsel heeft ook gevolgen voor de organisatie van de schappen. Er komen aanzienlijk minder schappen en deze zullen efficiënter moeten werken. De nieuwe organisatie krijgt één backoffice voor de gezamenlijke diensten. De meeste werkzaamheden zullen onder het nieuwe stelsel liggen op het beleidsterrein van de minister van EL&I. De verantwoordelijkheid voor het PBO-stelsel zal daarom door de minister van SZW worden overgedragen aan de minister van EL&I.( (B30200)
- EIM; IOO; Bij, J. van der; Valk, P. van der, De PBO in 2010 : een inventarisatie van cijfers, feiten en visies
Zoetermeer : EIM, 2011. 126 p.
Het onderzoek waarvan in dit rapport verslag wordt gedaan vloeit voort uit de motie Aptroot cs. van februari 2011. Het onderzoek is inventariserend van aard en heeft tot doel gegevens te verzamelen over taken en activiteiten die door de schappen worden uitgevoerd op een dusdanige wijze dat het voor het beleid mogelijk moet zijn een gefundeerd oordeel te vormen over de misbaarheid of onmisbaarheid van de betreffende taken en activiteiten. Eerst wordt aandacht besteed aan medebewind. Naast een overzicht van de uitgaven en inzet van eigen arbeid, wordt een globaal beeld geschetst van de inhoud van de taken die in medebewind worden uitgevoerd. In de vervolg hoofdstukken wordt inzicht verschaft in de activiteitenclusters waarin de taken van de schappen (in het kader van dit onderzoek) zijn ingedeeld. De hoofdstukken volgen een vast stramien en kennen allemaal een tweedeling tussen het beschrijven van feiten en cijfers, respectievelijk het beschrijven van visies van de schappen. De volgende activiteitenclusters komen aan de orde: Verzamelen, analyseren en verspreiden van (bedrijfs)gegevens; Voorlichting en informatieverstrekking aan bedrijfsgenoten; Belangenbehartiging; Voorlichting aan het algemene publiek en intermediaire organisaties; Promotie; Opleiding en scholing; Arbeid en arbeidsmarkt; Bevorderen veiligheid, veilig werken en arbeidsomstandigheden; Bestrijding van plant- en dierziekten en bevordering van dierenwelzijn; Kwaliteitsbevordering; Voedingsveiligheid en gezondheid; Maatschappelijk verantwoord ondernemen en stimuleren van duurzaamheid; Technisch onderzoek en innovatie. In het laatste hoofdstuk wordt een verzameling van activiteiten beschreven die niet in de clusters waren onder te brengen. Hiervan wordt een beknopt overzicht gegeven. (B30201)
- Jorritsma, A.; Donk, W. B. H. J.; Eijck, S. R. A. van, Beoordelingskader product- en bedrijfschappen
Den Haag : Cie Jorritsma, 2011. 36 p.
De commissie van beoordelaars gaat in op de vraag wat het bestaansrecht is van de schappen en van het stelsel. Het rapport gaat eerst in op de verschillende aspecten van legitimiteit, het bestaansrecht van de schappen. Vervolgens worden de randvoorwaarden voor een dynamisch stelsel van product- en bedrijfschappen beschreven. Hiermee wordt een soort beoordelingskader gegeven aan de hand waarvan de cie tot een oordeel is gekomen over het stelsel, over de organisatie van de bedrijfslichamen, en over de afzonderlijke taken die momenteel door de bedrijfslichamen worden uitgevoerd. De volgende paragraaf bevat een beoordeling van de taken. Het gaat hier om de beschrijving vanuit het beoordelingskader welke taken niet en welke wel een plek hebben in het nieuwe stelsel zoals dat de cie voor ogen staat, en onder welke voorwaarden. In de bijlage wordt dit toegepast op de inventarisatie van taken door EIM. het oordeel van de cie betreft drie te onderscheiden niveaus van analyse. Allereerst is dat een algemeen oordeel over nut en noodzaak van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie als institutie, als "stelsel". In de tweede plaats beoordeelt de cie het functioneren van de organisaties die daarvan deel uitmaken (de organisaties van de bedrijfslichamen). En in de derde plaats beoordelen de (clusters van) taken die momenteel door de bedrijfslichamen worden uitgevoerd. (B30202)
- Velders, R., Introductie in toezicht en handhaving
Den Haag : Boom Lemma uitgevers, 2011. 52 p.
Deze publicatie biedt een overzicht op hoofdlijnen van het vakgebied toezicht en handhaving, zijn verschijningsvormen, beperkingen en mogelijkheden en ontwikkelingen. In dit boek bespreekt de auteur het vakgebied, welke regels er gelden, welke toezichthouders er zijn en welke ontwikkelingen zich de afgelopen tien jaar hebben voorgedaan. (B29989)
- Weerkamp. J. F., Aspecten van conflictmanagement in drie agrarische productschappen : onderzoek naar de invloed en beïnvloeding van leiding van Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisaties
Ede : J.F. Weerkamp, 2009.
Onderzoek naar conflictmanagement in drie agrarische productschappen (Productschap Tuinbouw, Productschap Diervoeder en Productschap Vee en Vlees). Het karakter van het onderzoek is diagnostisch: de context van een aantal “conflicten” binnen en rond agrarische productschappen wordt beschreven en bij respondenten is nagevraagd wat het effect is van een drietal stijlen van interveniëren door de leiding van die productschappen. Afstudeerscriptie Universiteit van Maastricht, Faculteit Rechtswetenaschappen, nov. 2009. (B28369)
- Graaff, P. van de, De PBO in de netwerksamenleving
Rotterdam : Erasmus Universiteit, 2008.
Doel van dit afstudeeronderzoek is te analyseren of het PBO-stelsel nog past binnen de huidige netwerksamenleving. Voor deze analyse zijn de theorieën over de netwerksamenleving, corporatisme en neocorporatisme benut. In dit rapport wordt eerst de historische context van de PBO geschetst, waarna een vergelijking wordt gemaakt op welke punten het PBO-stelsel overeenkomsten en verschillen vertoont ten opzichte van de geschetste theorieën. Vervolgens is bekeken of het PBO-stelsel, als gevolg van deze verschillen, te kampen heeft met onzekerheden en op welke wijze binnen het PBO-stelsel met deze onzekerheden wordt omgegaan, ofwel zou moeten worden omgegaan. Op basis van deze vergelijking wordt de vraag beantwoord op of het PBO-stelsel nog binnen de huidige netwerksamenleving past. Scriptie parttime masterprogramma Bestuurskunde Erasmus Universiteit Rotterdam (B28024)
- Productschap Tuinbouw, Nederland als internationaal tuinbouwcentrum : denkrichting voor de toekomst van de Nederlandse tuinbouwsector en de rol van het Productschap Tuinbouw
[Zoetermeer] : Productschap Tuinbouw, 2009. 37 p.
De ontwikkelingen in en rond de tuinbouw vragen om een nieuwe strategische visie. Deze visie is geen voorstel ter besluitvorming, maar een denkrichting, met als doel de discussie over de toekomst van de sector en het Productschap Tuinbouw (PT) richting te geven. Volgens de visie moet er in feite een nieuw contract komen tussen het PT en het tuinbouwbedrijfsleven. Uitgangspunt hierbij is dat het productschap alleen taken uitvoert die het bedrijfsleven of de private organisaties zelf niet kunnen. En het betekent ook: efficiency voorop en lagere heffingen met een belangrijke strategische rol voor het bestuur van het PT. (B27987)
- Productschap Zuivel, Productschap Zuivel 1956-2006
Zoetermeer : Productschap Zuivel, [2007].
Jubileumuitgave naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het Productschap Zuivel. (B27574)
- Hoofdproductschap Akkerbouw; Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten; Productschap Diervoeder, Akkerbouwproductschappen 50 jaar
Den Haag : Revuemagazines, 2006.
Magazine ter gelegenheid van het 50 jarig jubileum akkerbouwproductschappen. De uitgave bevat artikelen over de geschiedenis en de taken en projecten van de schappen. (B24892)
- Hoofdproductschap Akkerbouw, Hoofdproductschap Akkerbouw : toekomstverkenning
Den Haag : HPA, 2005. 38 p.
Toekomstverkenning Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA). (B24461)
- Berenschot; [et al.], Uitkomsten raadpleging ondernemers over de toekomstverkenningen van het Hoofdproduktschap Akkerbouw
Utrecht : Berenschot, 2005. 16 p.
Draagvlakonderzoek HPA. (B24462)
- Productschap Diervoeder, Productschap Diervoeder : toekomstverkenning
Den Haag : PDV, 2005. 66 p. (B24463)
- Berenschot; [et al.], Uitkomsten raadpleging ondernemers in de diervoedersector over de toekomstverkenning van het Productschap Diervoederbedrijven
Utrecht : Berenschot, 2005. 35 p.
Draagvlakonderzoek Productschap Diervoeder (PDV). (B24464)
- Productschap Wijn, Productschap Wijn : toekomstverkenning
Den Haag : PW, 2005. 49 p. (B24465)
- Berenschot; [et al.], Uitkomsten raadpleging ondernemers in de wijnhandel over de toekomstverkenning van het Productschap Wijn
Utrecht : Berenschot, 2005. 21 p.
Draagvlakonderzoek Productschap Wijn.(B24466)
- Radcliffe, R.; Department for Environment, Food and Rural Affairs, Review of the agricultural and horticultural levy bodies
[Londen] : Defra, 2005.
Onderzoek naar de werkwijze van vijf Britse productschappen in de land- en tuinbouwsector: the British Potato Council (BPC), the Horticultural Development Council (HDC), the Home Grown Cereals Authority (HGCA), the Meat and Livestock Commission (MLC), en de Milk Development Council (MDC). Het rapport geeft een introductie over de schappen en gaat verder in op de behoefte vanuit de sector aan de schappen, de rol en prestaties van de schappen, en de mogelijkheden voor de toekomst. In het rapport wordt geconcludeerd dat de vijf schappen de verplichte heffing kunnen behouden, wel moeten ze verantwoording afleggen aan hun achterban en duidelijkheid scheppen over de hoogte van de heffing, omdat daar onverklaarbaar grote verschillen in zijn. (B24267)
- Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten; [et al.], Strategische toekomstverkenning Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten : "fiat panis"
Den Haag : Productschap GZP, 2005.
Strategische toekomstverkenning Productschap GZP, mede naar aanleiding van een verzoek daartoe van het kabinet. Het kabinet stelt twee elementen centraal met betrekking tot de opzet van de verkenning: 1. analyse van de ontwikkelingen in de betrokken sector(en) en de daaruit voortvloeiende taken voor het bedrijfslichaam; 2. draagvlakpeiling bij de dragende organisaties en ondernemers. De toekomstvisie 'Op weg naar 2010' (B23346), is als uitgangspunt genomen voor deze strategische toekomstverkenning en aangescherpt met de specifieke omstandigheden en ontwikkelingen binnen de GZP-sectoren. Achtereenvolgens komen aan de orde: Omgevingsanalyse (netwerk en trendanalyse); De koers van het schap (missie en doelstellingen; strategie, positionering en functies; hoofdpunten van beleid; hoofdconclusies over draagvlak); Governance (democratische legitimiteit en representativiteit; bedrijfvoering en samenwerking; verantwoording; financiering); Toekomstige taken (taakopvatting; takenpakket; taakuitvoering). De toekomstverkenning is vastgesteld in de openbare vergadering van het bestuur van 3 november 2005. (B24253)
- Berenschot; [et al.], Uitkomsten raadpleging ondernemers over de toekomstverkenning van het Produktschap Granen, Zaden en Peulvruchten : bijeenkomsten van 19 en 21 september en 19 en 20 oktober 2005
Utrecht : Berenschot, 2005.
Verslag van de uitkomsten van de bijeenkomsten waarbij de toekomstverkenning van het Productschap GZP is voorgelegd aan de ondernemers in de sector die de heffing betalen. De rapportage is een samenvatting van de meningen die tijdens de sessies naar voren zijn gekomen. (B24254)
- Productschap Pluimvee en Eieren, Toekomstvisie PPE 2010
Zoetermeer : PPE, 2005.
Toekomstverkenning Productschap Pluimvee en Eieren. In de verkenning wordt een schets gegeven van de verwachte ontwikkelingen tot 2010. Er is een onderscheid gemaakt naar economische, maatschappelijke, sociaal-economische en institutionele trends. Verder wordt ingegaan op de missie en het doel van het PPE en worden de hoofdfuncties beschreven. Tevens geeft het rapport een overzicht van de werkwijze van het PPE en bevat het voorstellen voor modernisering. Vervolgens wordt ingegaan op de toekomstige taken. Tenslotte worden samenvattende conclusies gegeven met de belangrijkste voorstellen voor modernisering. De toekomstvisie van het PPE is in het bestuur van 27 oktober 2005 vastgesteld. (B24255)
- Berenschot; [et al.], Rapportage draagvlakonderzoek Productschap Pluimvee en Eieren
Utrecht : Berenschot, 2005.
Uitkomsten van het draagvlakonderzoek onder ondernemers in de sectoren vlees en eieren. In het onderzoek zijn vragen opgenomen over de activiteiten van het productschap, over de dienstverlening, besturing en organisatie van het schap, en over de functie van het productschap. (B24256)
- Berenschot; [et al.], Eindrapport draagvlak toekomstverkenning productschap Pluimvee en Eieren (PPE)
Utrecht : Berenschot, 2005.
Eindrapport van het draagvlakonderzoek onder ondernemers. Het rapport gaat in op het draagvlak voor de huidige werkzaamheden van het schap en beschrijft het draagvlak voor de voorgenomen taken en activiteiten. Voorts bespreekt het de aspecten die te maken hebben met de toekomstige besturing en de organisatie Het rapport besluit met enkele conclusies. De bijlage bevat een uitgebreide verantwoording inclusief de vragenlijst. (B24257)
- Productschap Vis; [et al.], Toekomstverkenning productschap Vis
Rijswijk : Productschap Vis, 2005.
Onderzoek toekomstverkenning en draagvlaktoetsing Productschap Vis. In de toekomstverkenning komen achtereenvolgens aan de orde: Omgevingsanalyse, de koers van het schap, governance, toekomstige taken, uitdagingen voor de toekomst. De bijlagen bevatten de input van dragende organisatie; sectorale trends en de rapportage van het draagvlakonderzoek. De toekomstverkenning is door het bestuur van het Productschap Vis vastgesteld op 3 november 2005. (B24258)
- Krajenbrink, E. J., Het Landbouwschap : 'zelfgedragen verantwoordelijkheid' in de land- en tuinbouw 1945-2001" : proefschrift Rijksuniversiteit Groningen
Z.P. : E.J. Krajenbrink, 2005.
Dissertatie over de rol die het Landbouwschap in de land- en tuinbouw vervulde in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het schap speelde als publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie een centrale rol in de agrarische overlegeconomie. Meer dan 40 jaar wisten werkgevers en werknemers via een agrarisch ‘poldermodel’ binnen het Landbouwschap het Nederlandse landbouwbeleid in een ijzeren greep te houden en het landbouwbelang te beschermen tegen ongewenste regelgeving en bezuinigingen. Politieke besluiten zonder instemming van de sector leken, soms tot frustraties van buitenstaanders, ondenkbaar. Centrale spil was het Landbouwschap dat een mengeling van overheidsverantwoordelijkheid en behartiging van het sectorbelang vormde. Vooral door de verplichte heffingen is het Landbouwschap bij de boeren en tuinders zelf echter nooit echt populair geweest. Voor het ‘grote publiek’ zal het Landbouwschap wel altijd verbonden blijven met Hollandscheveld en boer Koekoek. In 1963 bracht de uitzetting van drie boeren die niet aan hun heffingsverplichtingen wilden voldoen, grote beroering teweeg en luidde de opkomst van de Boerenpartij in. Ondanks het verzet groeide het Landbouwschap tot medio jaren tachtig uit tot een machtig bolwerk. In 1995 kwam voor de buitenwacht abrupt een einde aan het Schap. Na een uit de hand gelopen sociaal conflict deden de werknemersbonden het verzoek de instelling maar op te heffen. De opkomst en ondergang van het Landbouwschap leidt tot vele vragen: Hoe (on)omstreden was het Landbouwschap? Wat was zijn sociaal-economische rol binnen de agrarische overlegstructuren? Hoe kon het zover komen dat ooit een ooit zo invloedrijk instituut als het Landbouwschap werd opgeheven? Dit boek geeft op deze en andere vragen een antwoord. Het promotie-onderzoek is uitgevoerd binnen het Nederlands Agronomisch Historisch Instituut aan de Rijksuniversiteit Groningen. (B23504)
- Akkerbouwproductschappen, Op weg naar 2010 : strategische visie van de akkerbouwproductschappen
Den Haag : Akkerbouwproductschappen, 2004.
Deze visie geeft weer hoe de akkerbouwproductschappen (Hoofdproductschap Akkerbouw, Productschap Diervoeder, Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten, Productschap Wijn) meer en beter willen reageren op actuele politieke, maatschappelijke en economische ontwikkelingen die van belang zijn voor ondernemers en werknemers werkzaam in de akkerbouwsectoren. Allereerst zijn in deze visie de kaders van de organisatie beschreven. In de volgende hoofdstukken worden de ontwikkelingen beschreven in de omgeving van de bestuurlijke partners. Daarnaast zijn de ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de (interne) organisatie in beeld gebracht. Vervolgens is de gewenste positionering in en ontwikkeling tot 2010 van de akkerbouwproductschappen beschreven voor de: in medebewind uit te voeren taken; voor bedrijfsgenoten uit te voeren autonome taken; positionering van de organisatie. Wat de kenmerken van de organisatie bij de uitvoering van activiteiten zijn, wordt beschreven in het laatste hoofdstuk. Daar wordt ook beschreven welke wijzigingen in de organisatievorm daarvoor noodzakelijk worden geacht. (B23346)
- Hollander, T. den, De vorming van één "Productschap Dierlijke sectoren" anno 2004 noodzaak?
Leiden : T. den Hollander, 2004.
Afstudeerscriptie in het kader van de studie bestuurskunde aan de Universiteit van Leiden. De in het onderzoek getrokken conclusies bieden een handvat voor de bestuurders van de productschappen om nader onderzoek te laten verrichten naar de mogelijkheden van een nauwere samenwerking tussen de verschillende secretariaten van de dierlijke productschappen. De centrale vraag, waar door middel van dit onderzoek een antwoord op gezocht wordt, is: Welke economische, politiek-maatschappelijke en productinhoudelijke ontwikkelingen, alsmede ontwikkelingen in de besturen van de dierlijke productschappen hebben zich voorgedaan in de dierlijke sectoren en in hoeverre leiden deze tot een aanpassing van de structuur voor de in de dierlijke sector opererende bedrijfslichamen? In dit onderzoek worden drie secretariaten betrokken. Het gaat om: Productschap Zuivel (PZ), Productschap Diervoeder (PDV), het gemeenschappelijk secretariaat van de Productschappen, Vee, Vlees en Eieren (PVE). (B24037)
- Min. SZW; KPMG BEA, Product- en bedrijfschappen anno 2003 : onderzoek naar het functioneren van de product- en bedrijfschappen : eindrapport
Doetinchem : Reed Business Information, 2003.
Onderzoek naar het functioneren van de bedrijfslichamen in de periode 1999 tot 2003. In het onderzoek staan de volgende vragen centraal: 1. Hoe functioneren de product- en bedrijfschappen in het licht van hun wettelijke taakstelling? Hierbij gaat om een ‘momentopname’ van het functioneren. 2. Voldoen de product- en bedrijfschappen aan de doelstellingen van de modernisering zoals beoogd met de hergroepering, de opschoning van verordeningen en de verantwoording? De nadruk ligt op een beoordeling van de ontwikkeling van het moderniseringsproces. Allereerst wordt in het rapport ingegaan op de achtergrond van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO). Vervolgens staat centraal wat de bedrijfslichamen feitelijk doen: hun bevoegdheden, functies en activiteiten en de bijdrage daarvan aan algemeen en gemeenschappelijk belang. Daarna wordt ingegaan op de organisatie en werkwijze van de bedrijfslichamen en op de wijze waarop ze zich verantwoorden. In Het slothoofdstuk worden de conclusies samengebracht en worden de bevindingen over de praktijk afgezet tegen de bedoeling van het stelsel. Naast het rapport, waarin het functioneren van de bedrijfslichamen als geheel aan de orde komt, wordt het functioneren per schap beschreven in deelanalyses. Deze deelanalyses zijn gebundeld in de bijlage ‘Deelanalyses bedrijfslichamen’. De deelanalyses bieden de mogelijkheid om, waar gewenst, vanuit het hoofdrapport waarin alle bevindingen zijn gebundeld, per schap ‘in te zoomen'. (B22394)
- Min. SZW; [et al.], Modernisering van de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (PBO); de stand van zaken in 2001
Den Haag : Min. SZW, 2002.
Werkdocumenten, nr. 254
De stand van zaken en de voortgang van de modernisering van het PBO-stelsel staan centraal in deze meting per 1 juli 2001. Het werkdocument gaat allereerst in op de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, haar geschiedenis en het toezicht op de PBO. Vervolgens worden drie sporen van onderzoek behandeld: hergroepering, opschoning regelgeving, en democratische legitimering en publieke verantwoording. Het slothoofdstuk geeft enkele aanbevelingen voor de voortgang van het moderniseringsproces. (B21008)
- Bedrijfschap Frisdranken en Waters; Zwaal, P., Bestendig, bedachtzaam, bedrijvig : een twee-en-vijftig-jaarverslag van het Bedrijfschap Frisdranken en Waters 1950-2002
Rotterdam : Bedrijfschap Frisdranken en Waters, 2002.
Per 1 juli 2002 is het Bedrijfschap Frisdranken en Waters opgeheven en vervangen door de Commissie Frisdranken en Waters als onderdeel van het nieuwe Productschap Dranken. In dit gedenkboek wordt de geschiedenis van het bedrijfschap beschreven. (B20829)
- Steijn, H. H. van, Rechtshandhaving en PBO : de rol van bedrijfslichamen bij de handhaving van economisch recht van communautaire en nationale oorsprong : proefschrift Universiteit Utrecht
Antwerpen : Intersentia, 1999
De centrale vraagstelling in dit proefschrift luidt: Welke taken op het gebied van de handhaving van economisch publiekrecht hebben de productschappen en bedrijfschappen, op welke wijze worden deze taken vervuld en wat kan hieruit worden geleerd met betrekking tot de rechtshandhaving in een bredere zin? Het onderzoek naar rechtshandhaving in de PBO betreft de juridische instrumenten die worden gebruikt om de naleving te bevorderen van de in dit verband voor ondernemingen geldende voorschriften. Deze instrumenten zijn onderzocht in relatie tot de rechtsgebieden waaraan deze zijn verbonden en tot de organisatie van de handhaving van de betreffende voorschriften. Hierbij komen vooral verschillen naar voren tussen eigen verordeningen en gemeenschapsrecht. Op basis van de bevindingen worden conclusies getrokken aangaande de inzet van instrumenten voor de handhaving, mede in relatie tot bestrijding van EG-fraude. Voorts wordt kort stilgestaan bij de betekenis voor de handhaving van economisch publiekrecht in een bredere zin. Opgenomen zijn de volgende hoofdstukken: Sociaal-economisch bestuur en bedrijfsorganisatie; Staatsrechtelijke en bestuursrechtelijke positionering van de bedrijfslichamen; Regelgeving en uitvoering als centrale taakgebieden; Handhaving in relatie tot de regelgevende taak (o.a. tuchtrecht); Handhaving in relatie tot de uitvoerende taak. (B19191)
- SER; Rijksarchiefdienst/PIVOT; Min. OC en W Schreuder, E.A.T.M.,
Sociaal-Economische Raad : een institutioneel onderzoek naar de taken en handelingen van de SER, adviesorgaan van de regering en toporgaan van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie 1950-1997
Den Haag : Rijksarchiefdienst/PIVOT, 1998
Reeks: Pivot-rapport, nr. 58
In dit institutioneel onderzoek wordt het stelsel van publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties (PBO) over de periode 1950-1997 behandeld. Beschreven wordt de context van de handelingen van de SER: de ontwikkeling van de wet- en regelgeving betreffende de PBO, de positie van de SER in het PBO-stelsel en als adviesorgaan en de ontwikkeling van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties. Daarnaast is ook een beschrijving van de ontwikkeling en organisatie van het PBO-stelsel en de bedrijfslichamen opgenomen. (B16993)
- Ekelenkamp, M., Boodschap aan beterschap : agenda- en besluitvorming omtrent de toekomst van de PBO
[z.p.]:[z.u.], 1997
Doctoraal scriptie Bestuurskunde over de geschiedenis en recentere ontwikkelingen van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. Besproken wordt oa: de PBO op de politieke agenda en de besluitvorming omtrent de toekomst van de PBO. Er wordt uitgebreid ingegaan op de motie van Wiebenga en de SER-adviezen over dit onderwerp.(B15679)
- Wonink, C., PBO in beweging : een schets van de ontwikkeling van en de discussies rond de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie in Nederland
Utrecht : RU Utrecht, 1996
Scriptie Nederlands Recht waarin wordt ingegaan op de PBO. Allereerst wordt de periode tot 1950 beschreven. Vervolgens wordt de Wet op de bedrijfsorganisatie van 1950 besproken. Daarna komt de ontwikkeling van de PBO in de periode 1950-1993 aan de orde, alsmede de recente ontwikkelingen. Tot slot wordt ingegaan op het voortbestaan van de PBO.(B04404)
- Cie toekomst van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie in de land- en tuinbouw; LTO- Nederland,
Rapport van de commissie toekomst van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie in de land- en tuinbouw
Den Haag : LTO, 1996
Onderzoek in opdracht van LTO-Nederland naar wat de toekomstige betekenis van een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie in de agrarische sector kan zijn, in aanvulling op de taken van ondernemers- en werknemersorganisaties.(B14248)