Literatuurlijst Overlegeconomie
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen
- Europese Cie, Social dialogue
Luxemburg : EU, 2012. 105 p.
Social Europe guide, vol. 2
Beschrijving van ontwikkelingen op dit gebied. Onderhandelingen, raadplegingen en uitwisseling van informatie zijn een essentieel element van het Europese sociale model en spelen een sleutelrol in vaststelling en implementering van werkgelegenheid en sociaal beleid. Verder wordt gekeken naar de ontwikkeling van de sociale dialoog bij de lidstaten als antwoord op de economische crisis. (B30745)
- CNV, 'Nieuw elan' voor de vakbond : een onderzoek naar de waarden en behoeften van de Nederlandse beroepsbevolking
[Utrecht] : CNV, 2011. 52 p.
CNV wil geen vakbeweging zijn, die alléén bezig is om oude rechten te verdedigen, maar een die de moderne behoeften van de Nederlandse beroepsbevolking (jong + oud) onderkent en waarborgt. Op welke waarden moet het CNV gaan inzetten? Wat maakt dat mensen met plezier werken en kunnen blijven werken. Een onderzoek heeft hier inzicht in gegeven. Het onderzoek valt samen te vatten aan de hand van drie vraagblokken: 1.Hoe gaat het met werkend Nederland? Werkt men met plezier?;
2. Hoe gaat het met specifieke groepen in het bijzonder? Waar is het plezier het grootst, waar het kleinst?; 3. Waarom gaat het zoals het gaat? Hoe komt het dat sommige mensen wél met plezier werken en anderen niet tevreden zijn? Welke waarden liggen hieraan ten grondslag? (B30595)
- ESVLA, 2010 yearbook living and working in Europe
Luxemburg : EU, 2011. 65 p.
Tweede jaarboek over wonen en werken in de Europese Unie. Net als vorig jaar zijn Europese regeringen en de sociale partners nog steeds bezig met het omgaan met de gevolgen van de economische crisis. In veel landen werden regelingen van werktijdverkorting verlengd of geïntroduceerd als een antwoord op de crisis. Het Eurofound jaarboek schetst ook hoe dergelijke reacties op de crisis kansen kunnen bieden, met de nadruk op manieren om dergelijke regelingen aan te passen aan zowel grotere flexibiliteit als te combineren met meer zekerheid. Een dergelijke aanpassing kan alleen plaatsvinden met medewerking van de sociale partners. In het jaarboek 2010 wordt gekeken naar hoe zowel de vakbonden als de werkgeversorganisaties zich aanpassen om aan de uitdagingen van de veranderende tijden te voldoen. (B30559)
- ETUI; Kowalsky, W.; Scherrer, P.; Kluge, N.; Hoffmann, R., Trade unions for a change of course in Europe : the end of a cosy relationship
Brussel : ETUI, 2011. 195 p.
Frisse blik in deze turbulente crisistijd op de verhouding tussen de vakbewegingen en Europa en waar nodig suggesties voor aanpassingen. Waar staat de vakbeweging en hoe lang moeten ze nog defensief blijven? Aandacht voor de Euro-politieke samenstelling van vakbewegingen door verschillende waarnemers.
Bevat de volgende hoofdstukken:
Foreword; Introduction; Unions still a long way from a truly European position; Employee participation and trade unions in Europe – quo vadis?Proactive Europeanisation of industrial relations and trade unions!; Unions for a change of course in Europe; Unions and Europe – an imminent parting of the ways? (B30552)
- Europese Cie, Consulting European social partners: understanding how it works
Luxemburg : EU, 2011. 28 p.
Brochure over de werking van de sociale dialoog. De brochure geeft verder een overzicht van de bijdrage van de sociale partners aan de EU-integratie. Er wordt gekeken naar het overleg met betrekking tot wetgevingsvoorstellen en naar het overleg gericht op ondersteuning van het EU-beleid. Daarnaast gaat de brochure in op de bijdragen aan "Impact Assessments" (een proces ontworpen om de ontwikkeling van het EU-beleid te structureren en te ondersteunen). Tot slot zijn overzichten opgenomen van publicaties, websites en organisaties van sociale partners. (B30320)
- Zweers, A., Liever lobbyen : een genadeloze analyse van het poldermodel
Amsterdam : Nieuw Amsterdam, 2011. 240 p.
Kritisch analyse van instituten als de SER, de pensioenbesturen en adviesraden. De auteur meent dat de polder failliet is. Nederland moet zichzelf opnieuw uitvinden en leren van de efficiënte voorbeelden uit het bedrijfsleven. En ook leren van Europa, dat slim bedrijven, ngo’s, academici en direct belanghebbenden inschakelt bij het maken van beleid. En we moeten inzien dat de social media democratischer en efficiënter zijn dan het woud van overlegorganen, adviescommissies en werkgroepen. In dit boek presenteert Arjan Zweers een alternatief model en geeft hij antwoord op de vraag hoe de beste mensen op de juiste dossiers en op het juiste moment gaan meedenken. Dit boek is voor een belangrijk deel gebaseerd op interviews met grote namen uit de Nederlandse economie, politiek en wetenschap, zoals Alexander Rinnooy Kan, Rajesh Patel, Ben Verwaaijen, Saskia Stuiveling, Grimbert Rost van Tonningen, Rinus van Schendelen, Frans Stokman, Peter Gortzak, Mei Li Vos. (B30222)
- ESVLA; Vitols, K.; Schütze, K. L [et al.] Industrial relations and sustainability : the role of social partners in the transition towards a green economy
Dublin : ESVLA, 2011. 61 p.
De studie onderzoekt best practice voorbeelden van de betrokkenheid van sociale partners bij de vergroening van de economie in de verschillende lidstaten. Het analyseert de rol van de vakbonden en werkgeversorganisaties evenals die van de werknemers, hun directe vertegenwoordigers en bedrijfsleiding in geselecteerde projecten op nationaal of lokaal niveau. Het rapport laat zien hoe een succesvolle bijdrage van de sociale partners aan de vergroening van de economie eruit kan zien en identificeert factoren waarmee rekening moet worden gehouden. (B30020)
- Devos, C.; Mus, M.; Humblet, P. [et al.], De toekomst van het sociaal overleg
Gent : Academia Press, 2011. 164 p.
België kent een sterke traditie en rijke geschiedenis van sociaal overleg. Maar dat overlegmodel staat onder druk - niet enkel door het afspringen van het IPA 2011-2012. Verschillende evoluties stellen het sociaal overleg voor grote uitdagingen, zoals globalisering en Europeanisering, individualisering, flexibilisering en juridisering van de arbeidsverhouding, de regionalisering van het politieke en het sociaal overlegmodel... Dit boek gaat verder in op deze en enkele andere uitdagingen. Het vertrekt vanuit respect en waardering voor de bewezen werking en slagkracht van het sociaal overleg, maar ook vanuit de bezorgdheid over de toekomst ervan. Bevat de volgende bijdragen: Deel 1: Een beschouwing en analyse: Het nationale/federale overleg in België: een historiek in vogelvlucht; Geschiedenis van het regionaal overleg; Polaroid van het sociaal overleg (voor dummies); Het sociaal overleg overlegd. Belgische overlegdiversiteit in beeld. Deel 2: Enkele specifieke thema's: De juridisering van het sociaal overleg. kan de klok nog worden teruggedraaid?; De Europese sociale dialoog: Quid en Quo Vadis?; Knelt het sociaal overleg? over individualisering en flexibilisering; De regionalisering van het sociaal overleg. Deel 3: Toekomstvisies op het sociaal overleg door de sociale partners: ABVV; ACV; ACLVB; UNIZO; VBO; VOKA.; De toekomst van het sociaal overleg in België. (B29974)
- Steen, M. van der; Verwey-Jonker, H., Drift en koers : de levens van Hilda Verwey-Jonker (1908-2004)
Amsterdam : Bert Bakker, 2011. 596 p.
Hilda Verwey-Jonker (1908-2004) was spraakmakend en strijdbaar tot het laatst. Ook nu nog spreekt haar opmerkelijk lange loopbaan als socioloog in de politiek en als vrouw in mannenwerelden tot de verbeelding. Haar naam is verbonden met de 'uitvinding' van de allochtonen. Minstens zo baanbrekend was haar inzet voor de emancipatie van gehuwde vrouwen. Ze was in beeld als de eerste vrouwelijke minister in Nederland en brak door het glazen plafond als eerste vrouw in de SER. Ze leerde dat ze vooral achter de schermen invloed kon uitoefenen: vrouwen hoorden niet openlijk het gevecht aan te gaan met mannelijke collega's. Als politiek vernieuwer en eerste afgestudeerde socioloog ooit geloofde ze lang in de maakbaarheid van de samenleving. In naoorlogs polderend Nederland werkte ze mee aan de opbouw van de verzorgingsstaat terwijl ze ook betrokken was bij het opzetten van het internationale vluchtelingenwerk. Als pionier, wars van de waan van de dag en dwars zonder scherpslijperij, wees ze als een van de eersten op de gevolgen van de vergrijzing. Haar vroege kritiek op de multiculturele samenleving was controversieel. Drift en Koers belicht het fascinerende en veelzijdige bestaan van deze opmerkelijke vrouw. In deze biografie passeren haar levens als gepassioneerd socialist, vrijzinnig protestant, intellectueel, bestuurder, publicist en niet te vergeten als moeder van vier kinderen de revue. (B29721)
- Mul, J. de, Paniek in de polder : polytiek en populisme in Nederland
Zoetermeer : Klememt, 2011. 203 p.
Wat is er aan de hand met ons vanouds zo tolerante polderland? In een reeks prikkelende beschouwingen over fortuynistische paradoxen, schaatsende moslima's, tragikomische heldinnen, wedergeboren verlichters, eurosceptische nationalisten en islamofobe populisten a(l)la(h) Wilders fileert Jos de Mul messcherp en met de nodige humor het wedervaren van vaderlandse politiek in het laatste decennium. Hij biedt een analyse van onze interculturele samenleving en de onvrede met de parlementaire democratie. Bijzonder opmerkelijk is daarbij zijn pleidooi voor een seculier-polytheïstische staatspolitiek ('polytiek') die de paniek buiten de Polder houdt en het tragisch besef erbinnen. (B29709)
- CDA; Wetenschappelijk Inst; Kroeger, P. G. [et al.], Populisme in de polder
Amsterdam : Boom, 2011. 182 p.
Christen Democratische Verkenningen, (2011) lente
Populisme in de polder is een oefening in gelatenheid, in de eckhartiaanse, positieve betekenis. we doen een poging om grip te krijgen op het lastig te duiden fenomeen populisme, om er met een zekere beheerstheid en waardigheid mee te kunnen gaan, meer dan dat we definitieve antwoorden kunnen geven. (B29683)
- Hendriks, C., The story behind the Dutch Model : consensual politics of wage restraint : proefschrift Universiteit van Amsterdam
Amsterdam : C. Hendriks, 2011.
Loonmatiging is al vele jaren de beproefde manier van Nederland om economische crises het hoofd te bieden. Loonmatiging zou de economische groei stimuleren en werkgelegenheid creëren, met name door het verbeteren van de concurrentiepositie. In de jaren negentig werd dit recept zelfs wereldberoemd als onderdeel van het Nederlandse poldermodel: Nederland deed het economisch zo goed omdat vakbonden en werkgevers tezamen de lonen hadden gematigd. Corina Hendriks onderzocht waarom in Nederland veel over loonmatiging wordt gesproken. Deze vraag lijkt simpel te beantwoorden: immers, loonmatiging zou goed voor de Nederlandse economie zijn, en waarom zouden vakbonden en werkgevers het dan niet steunen? Hendriks toont dat het niet zo eenvoudig ligt, en dat de keuze voor loonmatiging veel meer begrepen moet worden vanuit de manier waarop in Nederland politiek wordt bedreven: met dialoog en onderhandeling gericht op het bereiken van compromis en consensus. Loonmatiging is niet per definitie het beste idee, maar wel het meest politiek haalbare of ‘wenselijke’ idee. De informele ‘spelregels’ van de Nederlandse consensuspolitiek alsmede de rol van het Centraal Planbureau zijn van groot belang voor het begrijpen van de dominantie van dit specifieke politieke recept in de Nederlandse politiek. Hendriks gaat in op het ‘verhaal’ van loonmatiging, en de manier waarop Nederlandse politici en sociale partners in de loop der jaren dit verhaal hebben geconstrueerd en uitgedragen. Loonmatiging is een politiek construct, geen economische wetmatigheid. Dat is het echte verhaal achter het Nederlandse model. (B29489)
- Bavel, B. van; Peet, J. [et al.], SER 1950-2010 : zestig jaar denkwerk voor draagvlak : advies voor economie en samenleving
Amsterdam : Boom, 2010. 296 p.
Jubileumuitgave waarin de geschiedenis en het functioneren van de SER aan een indringende beschouwing worden onderworpen. De auteurs analyseren het werk van de SER en de wijze waarop de raad is omgegaan met ingrijpende economische, sociale en politieke veranderingen. Dit wordt onderzocht voor thema's als internationalisering, duurzaamheid, arbeid en sociale zekerheid. Hoe heeft de SER zich opgesteld? Heeft de SER daarbij zijn bestaansrecht bewezen? En welke rol zou de SER kunnen spelen met betrekking tot de uitdaging verder te werken aan een dynamische en duurzame economie en samenleving?
Bevat de volgende bijdragen: Ten geleide / Alexander Rinnooy Kan; Inleiding - De SER op de golven van de samenleving / Teun Jaspers; Parlementaire democratie en maatschappelijke organisatie; de politieke context van de Sociaal-Economische Raad/ Ido de Haan; Interview Wim van de Donk; De SER en het economische structuurbeleid: tussen interventie en onthouding / Joop Schippers; Interview Ruud Lubbers; Geleide lonen en arbeidsparticipatie: de SER over arbeid / Lex Heerma van Voss; Interview Wim Kok; Sociale zekerheid en zorg - De SER als moderator / Teun Jaspers & Frans Pennings; Interview Frans Leijnse; Economische groei en duurzaamheid - over doelstellingen van het sociaal-economisch beleid / Jan Luiten van Zanden; Interview Jacqueline Cramer; De visie van de SER op de economische integratie van Nederland in Europa en in de wereld / Keetie Sluyterman; Interview Frans Andriessen; Zelfbeeld en zelfinzicht - De SER over de SER en de overlegeconomie / Jan Peet; Interview Alexander Rinnooy Kan; De SER als kloppend hart van de Nederlandse overlegeconomie - resultaten, bedreigingen en kansen / Bas van Bavel; Driegesprek over de SER van morgen; Niek Jan van Kesteren, Robin Linschoten, Lodewijk de Waal. (B29305)
- Velde, H. te, Van regentenmentaliteit tot populisme : politieke tradities in Nederland
Amsterdam : Bert Bakker, 2010.
Boek over de politieke tradities in Nederland. Volgens hoogleraar vaderlandse geschiedenis Henk te Velde lijkt vrijwel niemand zich te bekommeren over het verlies van politieke tradities. Het meest wordt er volgens hem nog gesproken over tradities waar iedereen af wil, zoals de bekende regentenmentaliteit. Te Velde toont aan dat veel tradities in de Nederlandse politiek niet opvallen omdat ze introvert zijn, maar eigenlijk des te sterker zijn. Tradities die iedereen die in Nederland effectief politiek wil voeren moet kennen. Hij heeft het dan over tradities in de zin van sociale praktijken die worden doorgegeven. Te Velde vertelt in een reeks hoofdstukken hoe Nederland vanaf de negentiende eeuw is omgegaan met grondwet, monarchie, Tweede Kamer, minister-presidentschap en politieke partijen, maar ook met regentenmentaliteit en poldermodel. Ook de afwezigheid van een traditie als populisme en de betekenis van buitenlandse invloeden worden behandeld. (B28586)
- Herderscheê, G., De geldpomp : hoe Nederland de miljarden verdeelt (en er af en toe wat weglekt)
Amsterdam : Balans, 2010.
De geldpomp is het verhaal van miljarden euro's die van niemand zijn. Van bizarre carrièrewendingen en absurde salarissen. Van pragmatisme en opportunisme. Van ruim een eeuw felle strijd tussen vakbeweging, werkgevers, kerk en staat om de macht in de sociale zekerheid. Omroepverenigingen, woningbouwcorporaties of ziektekostenverzekeraars: ze werden ooit door burgers opgericht voor de leden van hun zuil. In het land van minderheden mocht elke minderheid een eigen club beginnen. Op staatskosten. Maar in de 21ste eeuw zijn deze clubs losgezongen van de oorspronkelijke achterban. Oud-politici en managers maken ongezien de dienst uit. Zo ook in de sociale zekerheid: die mag ooit bedacht zijn door vakbeweging en werkgevers, de overheid heeft de uitvoering inmiddels naar zich toe getrokken. De grillige geschiedenis van het roemruchte poldermodel roept grote vragen op. Wie krijgt het geld en wie deelt het uit? Wie bepaalt de regels en wie rekt ze op? Het boek geeft verrassende achtergronden bij de voortdurende polderproblemen. (B28479)
- Segers, R. T., Nederland na de crisis : leiderschap in een nieuwe wereld
Amsterdam : Balans, 2009.
De wereld na de crisis zal er in veel opzichten volstrekt anders uitzien dan daarvoor. Dat komt door drie ontwikkelingen. Ten eerste is het leiderschap van de Verenigde Staten in de wereld niet langer vanzelfsprekend: het economisch zwaartepunt van de wereld verplaatst zich sneller dan gedacht naar Azië. Bovendien is het Anglo-Amerikaanse model, dat voor Nederland de laatste dertig jaar het economisch richtsnoer is geweest, over zijn houdbaarheidsdatum heen. En ten slotte hebben de crisis maatregelen die tot nu toe in Nederland zijn genomen, overwegend een ad-hockarakter. Nederland ontbeert een toekomststrategie. Een effectieve toekomstvisie is nodig, willen we voorkomen dat ons land als een B-land uit de crisis komt. Daadkrachtig en adequaat handelen is nu een vereiste. Daarvoor dienen we grondig kennis te nemen van de snelle ontwikkelingen in Azië. Ook is het noodzakelijk het Anglo-Amerikaanse denken in Nederland te vervangen door een gemoderniseerde versie van het vertrouwde Rijnlandse model, aangevuld met de sterke kanten van de competitieve Aziatische bedrijfscultuur. In dit boek wordt uitgelegd hoe Nederland daarmee zijn voordeel kan doen. (B28302)
- Leterme, Y., Het Rijnlandmodel : voor een duurzame en sociale welvaart
Leuven : Van Halewyck, 2009.
Wat met de crisis? Het is het belangrijkste politieke vraagstuk van het moment. Hoe kan de overheid de economie erbovenop helpen zonder al te dirigerend op te treden? Volgens Yves Leterme, boegbeeld van de CD&V, biedt het Rijnlandmodel dé oplossing. Hij is ervan overtuigd dat Europa in deze tijden van stijgende werkloosheid en krimpende economieën maar beter kan teruggrijpen naar het beproefde recept van de sociale markteconomie. In het essay Het Rijnlandmodel belicht Leterme het heden en het verleden van dit sociaaleconomische overlegmodel. Vanuit zijn ervaring als beleidsmaker focust hij op de uitdagingen en mogelijkheden ervan, en geeft zo een christendemocratisch antwoord op de crisis en een leidraad voor de toekomstige economie. (B28080)
- Duin, P. van der; Graaf, R. de; Langeler, T., Innovatie in de polder : hoe Nederland kan vernieuwen
Amsterdam : Business Contact, 2009.
Dat innovatie de sleutel is tot duurzaam succes, zowel voor bedrijven en sectoren als voor landen, is inmiddels wel bewezen. Helaas lijkt Nederland achter te blijven op innovatief gebied; we zijn zelfs al aan een daling begonnen in allerlei internationale 'innovatiehitparades'. Een zorgwekkend feit is ook dat in verhouding maar weinig Nederlanders zich geroepen voelen om de weg van de innovatie in te slaan en zelfstandig ondernemer te worden. Gaat het echt zo slecht met ons? En is het 'polderen' de oorzaak van ons behoudende gedrag of zijn er nog andere oorzaken aan te wijzen? Dit boek is een zoektocht naar antwoorden op deze en vele andere vragen rond innovatie uit de polder, waarvoor de auteurs diepgaande vraaggesprekken hebben gevoerd met vijftien Nederlandse innovatie-experts. Willen we internationaal weer meedoen op innovatief gebied, dan moeten we een vijftal uitdagingen aangaan: meer ondernemerschap en leiderschap inzetten, inspirerende toekomstvisies ontwikkelen, beter samenwerken, innovatieve ict-systemen inzetten en ten slotte: zorgen dat innovatieve ideeën de eindstreep halen en werkelijk in de markt worden gezet. (B27806)
- Peters, J.; Weggeman, M., Het Rijnland-boekje : principes en inzichten van het Rijnland-model
Amsterdam : Business Contact, 2009.
De term Rijnlands model heeft door de jaren heen in de praktijk een specifieke invulling gekregen. De auteurs leggen in dit boekje de kernpunten uit van wat zij de Rijnlandse stijl noemen. (B27788)
- FNV, 'Nu investeren in mensen' : FNV-tienpuntenplan voor de kredietcrisis en de reële economie
Amsterdam : FNV, 2008. 6 p.
Tienpuntenplan waarmee de FNV de gevolgen van de kredietcrisis voor werknemers wil tackelen. Een nieuwe en voor werknemers betere overbruggingsregeling naast de al bestaande werktijdverkorting. Het vrij besteedbaar maken van het spaarloon. Een koopkrachtimpuls voor gepensioneerden. En een time-out voor verdere marktwerking in de publieke sector, zijn de meest in het oog springende onderdelen van het plan. (B27305)
- Goodijk, R., Herwaardering van de Rijnlandse principes : over governance, overleg en engagement
Assen : Van Gorcum, 2008.
Het boek bevat een kritisch pleidooi voor de herwaardering en vernieuwing van de Rijnlandse principes om te komen tot eigentijdse vormen van besturing en overleg in organisaties. Ondernemingen zoals Stork, ABN AMRO of ASMI worden ‘besprongen’ door activistische aandeelhouders. Het oorspronkelijke Rijnlandse uitgangspunt van de onderneming als samenwerkingsverband en de stakeholder-benadering staan onder grote druk en lijken niet meer ‘van deze tijd’. En de belangstelling voor traditionele overlegvormen, zoals de Ondernemingsraad, is sterk tanende. Wat betekent dit alles voor het Rijnland en met name Nederland? Hebben we een antwoord op de toenemende Angelsaksische invloeden, en zo ja: welk antwoord dan? Of hebben de Rijnlandse principes voorgoed afgedaan? Het boek geeft een analyse van de ontwikkelingen, geeft veel praktijkvoorbeelden en pleit voor een nieuwe balans tussen de benaderingen. Het boek biedt inzicht in vernieuwde vormen van (corporate) governance, mogelijkheden van stakeholder management, de samenhang tussen corporate en internal governance en eigentijdse -vormen van medewerkersparticipatie. (B27187)
- Bos, D.; [et al.], Harmonie in Holland : het poldermodel van 1500 tot nu
Amsterdam : Bert Bakker, 2007.
Het poldermodel is de afgelopen jaren afwisselend geprezen en verguisd, maar altijd was er de veronderstelling dat het iets echt Nederlands was, verbonden met de nationale identiteit. Is dat eigenlijk wel zo, en als het al zo is, hoe dan? En waar komt de term eigenlijk vandaan, waarom werd die opeens populair in de jaren negentig? Behalve de overlegeconomie wordt er vaak ook een algemene neiging tot overleg, consensus en harmonie in de Nederlandse geschiedenis mee aangeduid. In Harmonie in Holland? komen historici aan het woord die beschrijven hoe ooit echt in de polder werd overlegd tot de rechter eraan te pas moest komen; hoe weliswaar in de Republiek harmonie vaak werd geprezen, maar daar nogal eens iets anders mee werd bedoeld; hoe de VOC en de universiteit werden bestuurd; hoe buitenstaanders als socialisten en fascisten zich verzetten of aanpasten.
Bevat de volgende bijdragen: Het poldermodel. Een introductie; Polderen in de polder? Consensus en conflict in een vroegmodern poldergebied; Twee wegen naar Munster. De besluitvorming over de vrede van Munster in de Republiek en Spanje; Het recht van de sterkste in de polder. Politiek en economische strijd tussen Amsterdam en Zeeland over de kwestie Brazilië, 1630-1654; Het poldermodel kenmerkend voor de VOC?; Polderen in academicis; Eendracht maakt macht. Stedelijke cultuuridealen en politieke werkelijkheid in de Republiek; Oproer en overleg: socialisten tussen conflict en consensus; 'Stille politiek' en de pacificatie van 1917; facisten in de polder; Poldersporen uit het verleden: een afspiegeling van ondoorzichtige besluitvorming, (B26247)
- Arnoldus, D., In goed overleg? : het overleg over de sociale zekerheid in Nederland vergeleken met België 1967-1984
Amsterdam : Aksant, 2007.
In goed overleg? analyseert het overleg over de sociale zekerheid dat de sociale partners en overheid op gang probeerden te houden in een periode waarin consensus en daadkracht ver te zoeken waren in de Nederlandse overlegeconomie. Hoe werkte het overleg binnen de SER? En waarom werkte het zo? De publicatie volgt het overleg over de adviesaanvraag die Minister Veldkamp in 1967 naar SER stuurde. Hij vroeg daarin om een advies over de vereenvoudiging van de uitvoering van de sociale zekerheid. De sociale partners in de SER raakten al snel volkomen verstrikt in hun eigen institutionele onvermogen om tot consensus te komen. De talloze spelers in het overleg boden elkaar de mogelijkheid om zich achter elkaar te verschuilen. Zelfs de buitenstaanders van de ingehuurde adviesbureaus Berenschot en Bosboom & Hegener wisten niet te voorkomen dat het overleg jaren voortsleepte. Dit werd nog verergerd door de negatieve wisselwerking tussen SER en politiek in dit dossier. Het tergend langzame overleg in het beleidsdomein van de sociale zekerheid wordt geanalyseerd aan de hand van institutionele spelregels en door de Nederlandse situatie af te zetten tegen de Belgische variant van de overlegeconomie. (B26224)
- Noort, W. van; Wiche, R., Nederland als voorbeeldige natie
Hilversum : Verloren, 2006.
Nederland vervult sinds de negentiende eeuw in een aantal opzichten een voortrekkersrol. Daar laat ons land zich althans op voorstaan. Men wijst dan op onze traditie van vredelievendheid en tolerantie. Maar in hoeverre is ons land daadwerkelijk een voorbeeld? Kennen wij niet ook zwarte bladzijden in onze geschiedenis, zoals onze slavenhandel en ons koloniale verleden? En stellen die Nederlandse vredelievendheid en tolerantie, en dat Nederlandse poldermodel, anno 2006 uiteindelijk nog wel zoveel voor? Verschillende specialisten gaan in de bundel Nederland als voorbeeldige natie op zoek naar antwoorden. Het boek is gebaseerd op een lezingenserie van het Studium Generale van de Universiteit Leiden in het najaar van 2004. Bevat de volgende bijdragen: Zachtmoedigheid en wilsvrijheid. Voorbeeldige kenmerken van Erasmus’ humanisme; Tolerantie. Het gedoogbeleid in de zestiende eeuw; Nederland als leerling. De buitenlandse invloeden op de opkomst en neergang van de Nederlandse slavenhandel en slavernij; Nederland en het einde van de Belle Époque. Internationaal recht als instrument van vredeshandhaving; Nederland als bezettende mogendheid 1648-2001; De voorbeeldige buitenlandse politiek van Nederland; Nederland als het meest progressieve land ter wereld; De verlokkingen van de theepot. Vrouwenarbeid in Nederland ter discussie; Het Nederlandse poldermodel: achterhaald of eigentijds. (B24741)
- Braak, J. W. van den, Dagboek van een poldercrisis : met een terugblik op twintig polderjaren
Assen : Van Gorcum, 2006.
In de tweede helft van de jaren negentig maakte het Nederlandse poldermodel furore in de hele wereld. Het stond symbool voor de goede arbeidsverhoudingen tussen werkgevers, vakbonden en overheid, zoals die zich sinds het Akkoord van Wassenaar van 1982 gestaag ontwikkeld hadden, gebaseerd op gezamenlijke doelstellingen en onderling vertrouwen. Nederland deed het economisch goed, de werkloosheid werd uitgebannen en het overheidsbudget kwam eindelijk op orde. Althans, zo leek het in de euforische jaren van vlak voor de millenniumwisseling. Vanaf 2001 begon de economie echter terug te lopen. Met de confronterende hervormingspolitiek van de kabinetten-Balkenende kwam de klad in de arbeidsverhoudingen, ondanks twee centrale akkoorden. Het vertrouwen verdween. Daarmee stevenden we af op de ‘poldercrisis’ van 2004, het conflict tussen de sociale partners en met het kabinet. Maar partijen vonden elkaar in het najaar toch nog, precies in de week dat Theo van Gogh vermoord werd, waarna de crisis in de loop van 2005 moeizaam afgewikkeld werd. En zo verrees het poldermodel (opnieuw) als een phoenix uit zijn as. Maar toch, zal het nog ooit worden zoals het was? Dit 'Dagboek van een poldercrisis' beslaat de periode 2004/2005 en omvat daarnaast ook een terugblik op twintig polderjaren. (B24709)
- Pleij, H., Erasmus en het poldermodel
Amsterdam : Bert Bakker, 2005.
De geschiedschrijving bloeit. Maar waarom weet dan vrijwel niemand wie Erasmus is, wat het poldermodel voorstelt en waarom de regering niet in de hoofdstad zetelt? Kennelijk botst belangstelling voor de eigen nederzettingsgeschiedenis met een zekere aversie tegen het nationale verleden. In dit essay onderzoekt Herman Pleij de verbintenis tussen heden en verleden aan de hand van het dwingende verband tussen Erasmus en een herzien poldermodel. (B23895)
- Brouwer, J. J.; Moerman, P. A.; Wijffels, H. H. F.; Ruijter, G. J. de, Angelsaksen versus Rijnlanders : zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken
Antwerpen : Garant, 2005.
De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa met argusogen gevolgd. Dit boek is een tour d'horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen. De auteurs gaan vanuit hun wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema's op het terrein van management en organisatie, samenwerking besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen. Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie. Met een voorwoord van H.H.F. Wijffels. (B24174)
- Rost van Tonningen, M. G. Uitverkoren maar niet bevlogen : hoe doorbreken wij het bleke en verstarde leiderschap in Nederland?
Heemstede : Holland Business Publications, 2005. 316 p.
Wat is er aan de hand met het leiderschap in Nederland? Wat zijn de wortels van een bestuurscultuur die niet meer productief is en wat is er aan te doen? Grimbert Rost van Tonningen bepleit een drastische afslanking van het 'gepolder' en geeft wegen aan om het bedrijfsleven te dynamiseren. Geen pleidooi voor een autoritaire top-down aanpak wel een aantal pijnlijke maatregelen. Auteur pleit voor afschaffing van Eerste Kamer, SER, product- en bedrijfschappen (B24306)
- Schilstra, K.; Smit, E., Voeten op de vloer : strategische keuzes in de belangenbehartiging van werknemers
Amsterdam : Aksant, 2005.
Tot voor kort had het 'poldermodel' een glanzende reputatie. Aan het begin van de 21e eeuw wordt daar heel anders tegen aan gekeken en staat het (weer) ter discussie. Is het najaarsakkoord van 2003 een laatste oprisping geweest van een model dat volledig is uitgehold? Is er nog wel voldoende draagvlak voor de CAO's? Is de ondernemingsraad wel echt 'volwassen'? Wat betekent de toenemende rol van verzekeringsmaatschappijen in de individuele belangenbehartiging? De auteurs onderscheiden in deze studie vijf vormen van belangenbehartiging van werknemers: wetgeving, nationaal tripartiet overleg, CAO's, individuele belangenbehartiging en personeelsvertegenwoordiging door de ondernemingsraad. Van elk van deze vormen worden de ontwikkelingen van de laatste tien jaar beschreven. Interviews met dertig sleutelpersonen op het terrein van de arbeidsverhoudingen vormen de basis voor het in kaart brengen van de toekomstverwachtingen en strategische keuzes. Tien jaar geleden is een zelfde studie uitgevoerd in opdracht van het Min. SZW. Voeten op de vloer is in zekere zin een update van deze studie en vormt een actuele bijdrage aan het debat over de dilemma' s in de arbeidsverhoudingen. (B24212)
- Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde; [et al.] , Jaarboek 2004/2005
Utrecht : Lemma, 2005.
De publicatie is onderverdeeld in zes thema's. Het thema Sociaal akkoord bevat de volgende bijdragen: Het kabinet geeft met het sociaal akkoord de welvaartsstaat weg; Sociaal akkoord is voor iedereen heilzaam; De regering kan niet om de vakbond heen; Baliemanifest: sociale zekerheid als investering; Sociaal manifest leidt tot onheldere verantwoordelijkheidsverdeling; Naar een robuuste verzorgingsstaat. Het thema Elektriciteitsmarkt bevat de volgende bijdragen: Elektriciteitsmarkt onder spanning; Elektriciteitsnetwerken afsplitsen; Splitsen of niet?; Vrije energiekeuze. Het thema Woningmarkt en fiscaal regime bevat de volgende bijdragen: Aftrekrente onder vuur; Naar een nieuw eigen woningregime; Ben jij ook zo bang?; Vastgoedmarkt kraakt onder demografische druk; Huizenmarkt niet overspannen. Het thema Kosten en baten van grote projecten bevat de volgende bijdragen: Het project Zuiderzeelijn: toetsing met terugwerkende kracht; Zuiderzeelijn wordt het volgende debacle; Government governance. Het thema Europa versus VS bevat de volgende bijdragen: Beter welvarend dan rijk; Europa en de prijs van solidariteit; Na de Lissabon-agenda; Herkansing Lissabon-strategie. Het thema Gezondheidseconomie bevat de volgende bijdragen: De prijs van overgewicht; De roker met succes verbannen, wanneer volgt de vetzak?; De verleiding wordt duur betaald. Tot slot is als voorproefje op de Tinbergenlezing 2005 op 21 oktober is een artikel van de Amerikaanse econoom David Cutler (Harvard Univerity) over de economische waarde van medische zorg opgenomen. (B24122)
- Valk, P.; [et al.], Koorddansers in de polder
Beekbergen : Dialoog, 2005.
Het poldermodel verkeert in crisis. Nog niet zolang geleden heette het nog 'the Dutch miracle' en was het een exportproduct waar we trots op waren. Nu lijden we aan de Hollandse ziekte en moet het allemaal anders. Toch zal de overlegeconomie blijven voortbestaan, menen de auteurs Paul Valk en Giel Schikhof. Zij onderzoeken hoe het poldermodel Nederland in de genen zit en ze onderwerpen het model aan een grondige analyse. Hun conclusie is dat dit model zich met behoud van karakter aanpast aan veranderde maatschappelijke omstandigheden. Voor Nederland is het nog altijd de beste manier om vernieuwingen tot stand te brengen in een samenleving waarin tegengestelde opinies en belangen om voorrang strijden. Ook komen enkele belangenbehartigers uit de overlegeconomie aan het woord. Zij zijn de koorddansers in de polder: getraind om vooruit te kijken. Achtereenvolgens komen aan het woord Hans de Boer: Over conjunctuurgolven heenkijken: Eric Fischer: Het poldermodel zal nog aan kracht winnen; Henk van der Kolk: Europa en de werkvloer bepalen de agenda; Paul de Beer: Anticyclisch handelen is moeilijk in het poldermodel. (B24070)
- Somers, F. J. L.; Sinderen, J. van; Verlaak, J., Economie van het overheidsbeleid
Groningen : Wolters-Noordhoff, 2004.
In dit boek staat de rol van de overheid in het economisch proces centraal. Het boek gaat over hoe het beleid in Nederland tot stand komt gelet op de randvoorwaarden die de EU stelt en gelet op de vele krachten die bij de beleidsvorming meespelen. De onderwerpen die behandeld worden zijn divers. Zo wordt ingegaan op de doelstellingen van economische politiek, op de openbare financiën met daarbij aandacht voor de Zalmnorm en de EMU voorwaarden, maar het boek gaat ook over de sociale zekerheid en de welvaartsstaat en over de verhouding tussen het Rijk, Provincies en Gemeenten. Het geheel is geplaatst in het typische Nederlandse poldermodel. Deze derde druk bestaat uit drie delen: De rol van de overheid, Overheid en economie en Beleid en praktijk. Het eerste deel , De rol van de overheid, geeft een kort overzicht in de tijd van de rol van de overheid. De Nederlandse verzorgingstaat in een globaliserende wereld staat centraal in dit deel. Het tweede deel , Overheid en economie, gaat dieper in op het beleid. Het gaat in op de effecten op de economie van overheidsuitgaven, belastingen, subsidies en het financieringstekort, maar het gaat ook in op de instituties waarbinnen het beleid tot stand komt. Zo wordt de organisatie van de sociale zekerheid behandeld, maar komen ook de afspraken in het kader van de EMU uitvoerig aan de orde. In het derde deel, Beleid en praktijk, wordt de beleidsvoorbereiding in ons land behandeld. Het gaat in op de prominente rol van het CPB en op het poldermodel. Dit deel geeft ook een beschrijving van de hoofdlijnen van het feitelijk gevoederde beleid van de diverse kabinetten sinds ruwweg de jaren zeventig. (B24071)
- Stichting van de Arbeid; Bruggeman, J.; Houwen, P. van der, Voorbij Wassenaar : de Stichting van de Arbeid 1982-2005
Den Haag : StvdA, 2005.
Uitgave ter gelegenheid van het 60-jarig jubileum van de Stichting van de Arbeid. Het eerste hoofdstuk beschrijft de periode vanaf de oprichting van de Stichting van de Arbeid in 1945 tot en met het Akkoord van Wassenaar in 1982. In het hoofdstuk 'Op zoek naar balans, 1983-1992' wordt ingegaan op de terugtredende overheid, de vorming van decentraal overleg, werkloosheid en collectieve lasten en de sociale zekerheid. Het hoofdstuk 'Voortgaande decentralisatie' wat de periode van 1993-2001 beschrijft, gaat in op het Nederlandse wonder, de Stichting op weg naar een nieuwe koers, flexibiliteit en employability, modernisering van pensioenen, en sociale zekerheid. Het laatste hoofdstuk 'Een onzekere toekomst, 2002-2004' besteedt onder meer aandacht aan de acties op weg naar het najaarsoverleg in 2004. (B23758)
- Stichting van de Arbeid; [et al.], Een schuivend domein : over de Stichting van de Arbeid
Den Haag : Stichting van de Arbeid, 2005.
Beschouwingen over 60 jaar Stichting van de Arbeid. De bundel die verschijnt naast het jubileumboek bevat bijdragen van de leden en de secretaris van de Agendacommissie van de Stichting van de Arbeid. De bijdragen zijn geschreven op persoonlijke titel en zijn als het ware bespiegelingen rond de positie van de Stichting vroeger en thans. De volgende bijdragen zijn opgenomen: Opkomst, bloei en verval(?) van de polder / Mr. J.W. van den Braak; Een agenda voor de toekomst / Drs. A. M. Jongerius; Het jaar van de waarheid? / Mr. S.J.L. Nieuwsma; Weg met de overlegeconomie / Drs. C. Inja; Tripartiete overleg en verantwoordelijkheidsverdeling / Drs. A. van Delft; Moet de Stichting verdwijnen? / R. van Splunder; Stichting van de Arbeid: knooppunt van overleg en onderhandeling / Drs. G. van der Grind; Lessen uit het verleden / W. W. Muller; De Stichting van de Arbeid: altijd iets nieuws... / Drs. E. H. Broekema. Verder bevat de bundel een beknopte kroniek van 60 jaren Stichting van de Arbeid met een beschrijving van de ontwikkelingen en activiteiten van de Stichting op een aantal beleidsterreinen aan de hand van gepubliceerde nota's, aanbevelingen aan CAO-partijen en ondernemingen en adviezen die zijn uitgebracht aan de overheid. Ten slotte zijn in de bundel een aantal bijlagen opgenomen met historische en actuele gegevens over personen die een rol hebben gespeeld in het functioneren van de Stichting zoals werkgevers- dan wel werknemersvoorzitters van de Stichting, penningmeesters, voorzitters van de Agendacommissie (voorheen Looncommissie) en over het secretariaat. (B23759)
- Nijnanten, H. van, Onafhankelijk advies? : de rol van het lidmaatschap van een politieke partij bij benoeming van kroonleden in de Sociaal-Economische Raad
Maastricht : H. van Nijnanten, 2003.
Scriptie over de kroonleden binnen de SER. Als eerste komt de rol en werking van de SER aan de orde. Vervolgens wordt dieper ingegaan op de rol van de kroonleden. Welke taak hebben de kroonleden meegekregen bij de instelling van de SER. Welke eisen worden officieel aan hen gesteld en welke kwaliteitseisen zijn bij benoeming onofficieel ook van belang. Daarna wordt ingegaan op de achterliggende theorie om te kunnen verklaren waarom partijen het liefst partijgenoten benoemen op plekken binnen het openbaar bestuur, en waarom met name gouvernementele partijen daar in slagen. Vervolgens komt het onderzoek naar de politieke affiliatie van kroonleden en hun plaatsvervangers aan de orde, en wordt ingegaan op de wenselijkheid van het huidige benoemingsbeleid. Afstudeerscriptie Nederlands recht, Universiteit van Maastricht. (B22802)
- Nagelkerke, A. G.; Ned. Ver. voor het Onderzoek van Arbeidsverhoudingen [et al.], Sturen in het laagland : over continuïteit en verandering van de Nederlandse arbeidsverhoudingen
Delft : Eburon, 2003.
In het sociaal-politieke spektakel lijkt men er nog steeds van uit te gaan dat centraal sturing kan worden gegeven aan de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Er is echter steeds meer reden hieraan te twijfelen. Niet alleen de decentralisatie, flexibilisering en individualisering voeden de twijfel, ook de internationalisering en Europese ontwikkelingen doen de vraag rijzen of de klassieke overlegpartners - met inbegrip van de overheid - nog wel zo'n leidende rol kunnen spelen. De Nederlandse Vereniging voor het onderzoek van Arbeidsverhoudingen (NVA) zoekt naar antwoorden op vragen als: Wie heeft er nou werkelijk de leiding in de besluitvorming over zaken als werk en inkomen? Is het mogelijk om binnen de bestaande arrangementen van de Nederlandse arbeidsverhoudingen met de verschuivende verhoudingen rekening te houden? Waar en hoe worden in de toekomst afspraken gemaakt en hoe hangen al deze afspraken samen? Kortom: in welke richting zullen de Nederlandse arbeidsverhoudingen zich ontwikkelen? In deze bundel doen 15 auteurs uit de kring van wetenschap, sociale partners, bedrijfsleven en politiek een poging een antwoord op deze vragen te geven. Bevat de volgende bijdragen: Ten geleide; Arbeidsverhoudingen na de kanteling; CAO en HRM : op zoek naar nieuwe arrangementen; Wie gaat er eigenlijk over de Arbeid? Van sociaal beleid naar Human Resources Management; De laatste polonaise?; De noodzaak van nieuw vertrouwen in de arbeidsverhoudingen; Geslaagde decentralisatie; Het nut en onnut van de CAO, toen, nu en in de toekomst; Centralisatie Nederlandse arbeidsverhoudingen gewenst; Naar nieuwe posities en een nieuwe regie in pluriforme verhoudingen; Arbeidsverhoudingen en Human Resource Management : 'Best practices' in een polderlandschap; Nieuwe arbeidsrelaties : gevolgen voor de collectieve arbeidsverhoudingen; Decentralisatie van het sectorale CAO-overleg als reactie op de internationalisering van de economie. Empirische bevindingen voor het sociaal overleg in België; Met meer zelfregie sturen in het laagland? (B22402)
- Stichting van de Arbeid, Najaarsoverleg 2002
Den Haag : StvdA, 2003.
Publicatienr. 1/03
In het kader van het reguliere Voor- en Najaarsoverleg tussen Stichting van de Arbeid en het kabinet heeft op 12 september 2002 een 'kennismakingsgesprek' plaatsgevonden tussen het Bestuur van de Stichting en het in juli 2002 nieuw aangetreden kabinet-Balkenende. Het daaropvolgend overleg- en onderhandelingsproces heeft vervolgens geleid tot een tussen werkgevers en werknemers in de Stichting onderling overeengekomen "Verklaring inzake het arbeidsvoorwaardenbeleid 2003' met aanbevelingen aan CAO-partijen ten behoeve van met name het loonbeleid alsmede tot een afzonderlijke Verklaring van het kabinet. In deze Kabinetsverklaring wordt voor het jaar 2003 een aantal maatregelen aangekondigd in aanvulling op resp. in afwijking van het door het (inmiddels in oktober 2002 demissionair geworden) kabinet Balkenende-I bij zijn aantreden eerder vastgestelde Strategische akkoord. (B21879)
- Weggeman, J., Controversiële besluitvorming : opkomst en functioneren van groen polderoverleg : proefschrift Erasmus Universiteit
Utrecht ; Lemma, 2003.
Het groene poldermodel is door het Kabinet Kok II (1998–2002) geïntroduceerd om de controverses in de besluitvorming over ruimtelijk beleid te hanteren. Dit proefschrift gaat in op de vraag waar de behoefte aan dit groene poldermodel vandaan komt en hoe dit model in de praktijk functioneert. Waarom leidt het groene polderoverleg in sommige gevallen tot consensus en in andere gevallen niet? De auteur brengt de opkomst van het groene polderoverleg in kaart door na te gaan waarom de formele besluitvormers en geschilbeslechters (parlement en rechter) de controversiële besluitvorming niet afdoende zouden kunnen hanteren. Een antwoord wordt gezocht in theorievorming over de opkomst van een nieuwe politiek-maatschappelijke breuklijn (kloof). Daarnaast gaat hij – zich baserende op een survey onder appellanten tegen grote ruimtelijke projecten zoals HSL, Betuweroute, Schiphol en Beek – uitvoerig in op het debat over de juridisering van de besluitvorming. Het functioneren van het groene polderoverleg bespreekt de auteur vervolgens aan de hand van vier casusstudies: het Tijdelijk Overleg Platform Schiphol, het Project Mainport Rotterdam, het polderoverleg over de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en de commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid (RIB) van de Sociaal-Economische Raad. (SER). (B21692)
- Meer, M. van der; [et al.], Weg van het overleg? : twintig jaar na Wassenaar : naar nieuwe verhoudingen in het Nederlandse model
Amsterdam : Amsterdam University Press, 2003.
Is het tijd voor een nieuw akkoord van Wassenaar? In dit boek worden de problemen, dilemma's en mogelijkheden op een rij gezet. Allereerst wordt ingegaan op het huidige debat en de kenmerken en erfenissen van de overlegeconomie. Vervolgens komen de nationale en internationale uitdagingen aan bod waarmee ons stelsel wordt geconfronteerd. Ingegaan wordt op de internationalisering en Europeanisering van het beleid, pluralisme en diversiteit, en de posities van afzonderlijke partijen als werkgeversorganisaties, vakorganisaties, het mkb, de ondernemingsraad, en de representativiteit van de sociale partners. Vervolgens wordt ingegaan op gecoördineerde decentralisatie en wordt gekeken naar oplossingen in het buitenland. Op basis hiervan zijn twee strategieën ontwikkeld, gericht op meer adequate en effectieve inrichting van het sociaal-economisch overleg. Afgerond wordt met een illustratie van deze strategieën op de beleidsterreinen als de sociale zekerheid, de arbeidstijden, de loonvorming, de arbeidsmarkt, scholing en opleidingen, en arbeid en zorg. (B21624)
- Beer, P. de; [et al.], Twintig jaar na Wassenaar : verleden en toekomst van het poldermodel
Den Haag : Reed Business Information, 2002. p. 275-413
In: Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken , 18 (2002) 4
Special van het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken over het poldermodel, twintig jaar na Wassenaar. Opgenomen zijn de volgende bijdragen: Twintig jaar na Wassenaar. Succesformule of overleefd model?. Het Akkoord van Wassenaar; Loonmatiging en het poldermodel in historisch perspectief; Het 'Nederlandse mirakel' revisited; Column: De overlegeconomie in perspectief; Arbeidsduurverkorting en het Akkoord van Wassenaar. Via deeltijdarbeid en verlofsparen naar de CAO à la carte; Column; Schaf vakantiedagen af; CAO-onderhandelingen in België en Nederland. Kleine verschillen, grote gevolgen?; Werkgelegenheid en armoede. De prestaties van België en Nederland in vergelijkend perspectief; Het Duitse overlegmodel: in ongerede geraakt?; Meer banen, minder armoede? Duitsland en Nederland vergeleken; Eurofocus. Convergeren de arbeidsverhoudingen in de EU?; De inhaalslag van Nederland. Sociaal-economische prestaties in Europees perspectief, 1982-2000. Column: Vertrouwen, een belangrijk ingrediënt van het poldermodel; Verleden en toekomst van het poldermodel. (B21196)
- Braak, J. W. van den, Keerpunt '82 : enkele herinneringen aan het VNO en de crisistijd 1977-1982
Assen : Van Gorcum, 2002.
Het boek biedt een kijkje achter de schermen bij de totstandkoming van het Akkoord van Wassenaar in 1982 en op de gebeurtenissen die eraan vooraf gingen. (B21187)
- Stichting van de Arbeid; [et al.], ... En het overleg gaat voort ... : werken aan arbeidsverhoudingen
Den Haag : StvdA, 2002.
Uitgave ter gelegenheid van 75 jaar Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst. De publicatie bevat een overzicht van de thema's die momenteel onder de arbeidsvoorwaarden 'vallen' en die daarmee ook onderwerp van de CAO-onderhandelingen (zijn gaan) vormen. De bundel blikt tevens terug op tien jaar aanbevelingen van de Stichting aan de verschillende CAO-onderhandelaars in bedrijfstakken en ondernemingen. Opgenomen zijn de volgende bijdragen: Keerpunt '02? Over de toekomst van het centrale overleg; Arbeidsverhoudingen op Europees niveau - bestaan die?; Arbeidsverhoudingen in een macro-economische context; Arbeidsverhoudingen op ondernemingsniveau; Heeft de vakbeweging nog toekomst? (To be or not to be'); De toekomst van de CAO ...?; Meer toekomst voor de CAO; Sociale zekerheid: verantwoordelijkheid in beweging; Ontwikkeling in de uitvoering van de sociale zekerheid; Tien jaar arbeidsmarktbeleid; Employability; Personeelsbestand veelkleurig; Arbeid en zorg: de remmende voorsprong of de stimulerende achterstand?; Van grand design naar klantgerichte onderwijsmarkt; Is Nederland nog steeds ziek?; Inkomensbeleid en fiscus; Inkomensbeleid; Ouderenbeleid; Een decentraal pensioenbeleid levert de beste resultaten; Ziektekosten; Gelijke kansen: idealen en de weerbarstige praktijk; Arbeidsomstandigheden; Ontwikkelingen in de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie; Over de arbeid van de Stichting. (B21027)
- Min. SZW; Vries, G. J. M. de, The dutch socio-economic model with respect to: 1 EMU & employment, 2 employment & wage policies, 3 social dialogue, 4 benchmarking
Den Haag : Min. SZW, 1998.
Werkdocumenten, nr. 106
Bevat de volgende lezingen: EMU and employment: lecture presented on the congress 'Euro-employment: coming together, Tilburg, 28-29 okt. 1996; Employment and wage policies: speech to the conference on labour costs in Europe, Trento, 26 and 27 september 1997; Social dialogue: European social model-dialogue, conference, Vienna, 9/10 nov. 1998.; Benchmarking ; adress for the conference on 'Benchmarking labour market performances and policies', 2-3 july 1998, the role of benchmarking in improving Dutch social policy (B20633)
- Steiner, J.; [et al.], Consocialism and corporatism in wester Europe : still the politics of accommodation?
Amsterdam : Boom, 2002.
Acta Politica 37 (2002) special issue (spring/summer)
Special over overlegeconomie en corporatisme in de landen van de Europese Unie. Opgenomen zijn de volgende bijdragen: The evolution of consociational theory and consociational practices 1965-2000; The consociational democracy model and the Netherlands: ambivalent allies?; Dutch consociationalism and corporatism: a case of institutional persistence; Falling apart together. The changing nature of Belgian consociationalism; Consociationalism, corporatism, and the fate of Belgium; The consociational theory and Switzerland revisited; Consociationalism and economic performance in Switserland 1968-1998: the conditions of muddling through successfully. Consociational democracy in Austria: political change 1968-1998; Domestic and external constraints on Austrian corporatism: challenges and opportunities; Quasi-consociationalism in German politics. Negotiated democracy and the legacy of the Wastphalian peace; Cconsociational roots in German corporatism; the Bismarckian welfare state and the German Political economy; The consociational state. Hypotheses regarding the political structure and the potential for democratization of the European Union. Concluding remarks; responses to critiques of consociational theory. (B20503)
- Hemerijck, A.; Weggeman, J.; [et al.], Groen polderen in de SER: ontluikend leerproces in gecompliceerde verhoudingen : een (zelf)evaluatie van de commissies DUO en RIB in opdracht van het Dagelijks Bestuur van de SER
Den Haag : SER, 2001.
Sinds april 1999 nemen vertegenwoordigers van de Stichting Natuur en Milieu, de Vereniging Milieudefensie en de Vereniging Natuurmonumenten deel aan de Commissie Ruimtelijke Inrichting en Bereikbaarheid (RIB) en - met uitzondering van laatstgenoemde - aan de Commissie Duurzame Ontwikkeling (DUO) van de SER. De natuur- en milieuorganisaties maken als volwaardig lid (in onderscheid van adviserend lid) deel uit van deze commissies, maar hebben geen plaats in de Raad zelf.
Destijds is zowel in het dagelijks bestuur van de SER als met de bovengenoemde drie organisaties afgesproken het experiment na ruim een jaar te laten evalueren. Dit rapport bevat die bedoelde evaluatie. Het rapport concludeert dat er theoretisch gezien twee extreme scenario's voor de toekomst met betrekking tot het experiment met het groen polderen in de SER zijn: het beëindigen van het gesprek met de milieuorganisaties enerzijds en het introduceren van een volwaardige natuur- en milieugeleding op Raadsniveau anderzijds. Op basis van de evaluatie verdienen beide scenario's geen voorkeur, maar moet gezocht worden naar een passende tussenoplossing. (B20141)
- Hoelen, H., Beschouwingen over het poldermodel
Assen : Van Gorcum, 2001.
Het poldermodel is een uitvloeisel van een historische ontwikkeling. Maar die ontwikkeling gaat voort en leidt tot geleidelijke afbraak van het poldermodel. Een belangrijke rol hierbij speelt de globalisering, dwz de vrijer wordende beweging van arbeid, goederen en kapitaal (vermogen). Allerlei aspecten van het poldermodel passeren in deze publicatie de revue. Economische problemen die onder meer aan de orde komen zijn: arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, milieu, de arbeidsmarkt, loonvorming, industrialisatie van investeringen, globalisering van de wereldhandel, hulp aan ontwikkelingslanden. (B19953)
- Visser, J.; Hemerijck, A.; Vries, K. G. de,
'Een Nederlands mirakel' : beleidsleren in de verzorgingsstaat,
Amsterdam : Amsterdam University Press, 1998. 261 p.
Nederlandse vertaling van 'A Dutch miracle' : job growth, welfare reform and corporatism in the Netherlands, B15754. Er worden drie beleidsveranderingen behandeld om het 'mirakel' te verklaren van het poldermodel: de hervorming van het sociale zekerheidssysteem, het loonbeleid en het aktieve werkgelegenheidsbeleid. Met een voorwoord van voormalig SER-voorzitter Klaas de Vries. Duitse uitgave zie B16862: Ein hollandisches Wunder? (B16869)
- Visser, J.; Hemerijck, A., 'A Dutch miracle' : job growth, welfare reform and corporatism in the Netherlands
Amsterdam : Amsterdam University Press, 1997.
Er worden drie beleidsveranderingen behandeld om het 'mirakel' te verklaren van het poldermodel: de hervorming van het sociale zekerheidssysteem, het loonbeleid en het aktieve werkgelegenheidsbeleid. (B15754)