Literatuurlijst Ondernemerschap

 
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen


  • CPB; Lejour, A.; Bijgaart, I. van den, Dutch firms and the emerging BRIC countries : evidence from firm transaction level data
    Den Haag : CPB, 2011. 42 p.
    Het aantal bedrijven dat naar de BRIC landen exporteert of van die landen importeert neemt snel toe in de periode van 2002 tot 2008. Vooral de handelsrelaties met China en India vallen hierbij op. Dit patroon onderscheidt zich van handelspartners met meer stabiele markten. (B30404)
     
  • Ape; Min. EL&I; Jong, Ph. de; Winden, R. van, Nederland en de BRIC's : oorzaken van de beperkte aansluiting van Nederlandse bedrijven : onderzoek voor het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie
    Den Haag : Ape, 2011. 70 p.
    Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft onderzoek laten doen om te achterhalen waarom een bedrijf besluit niet te exporteren naar/investeren in de BRIC’s. Het onderzoek richtte zich op vijf vragen: In hoeverre zijn bedrijven die vanuit Nederland goederen of diensten exporteren al actief in de BRIC’s?; Doen deze bedrijven ook directe investeringen in de BRIC’s?; Hoeveel bedrijven die nog niet actief zijn in de BRIC’s overwegen daar activiteiten te ontwikkelen?; In hoeverre ervaren bedrijven belemmeringen bij feitelijke of voorgenomen activiteiten in de BRIC’s en welke belemmeringen zijn dat?; Welke rol speelt ondersteuning door de overheid bij export naar de BRIC’s? (B30403)
     
  • Ver. van Toezichthouders in Woningcorporaties; Parie, K.; Vlug, P., Naar een toezichts- en toetsingskader voor woningcorporaties
    Utrecht : VTW, 2011. 40 p.
    In dit boekje worden - mede aan de hand van voorbeelden - het toezichtskader en het toetsingskader bij woningcorporaties behandeld. Deze handreiking biedt een handig overzicht van de meest relevante spelregels en beoordelingskaders waarmee commissarissen hun functie van toezichthouder gestructureerd en optimaal kunnen uitoefenen. En is tevens een nuttige leidraad voor commissarissen om kaders te ontwikkelen waarmee in goed overleg met de bestuurder verantwoord en bewust toezicht kan worden gehouden. (B30348)
     
  • Onderzoekcentrum Onderneming en Recht; Klaassen, C. J. M.; Solinge, G. van; Mol van Otterloo, H. M. de; Ernste, P. E. [et al.], Onderneming en ADR
    Deventer : Kluwer, 2011. 404 p.
    Serie Onderneming en recht, deel 66
    Met deze bundel beoogt het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht (OO&R) een bijdrage te leveren aan de rechtsontwikkeling op het gebied van "Alternatieve Dispute Resolution". Bevat de volgende hoofdstukken:
    Onderneming en ADR, een te overwegen alternatief?; Arbitrability of internal corporate disputes under English law; Arbitrability of corporate law disputes in Germany; Objective arbitrability of corporate disputes - Belgium and France; Arbitrability of internal corporate disputes under Swedish law; The international recognition of an arbitration clause in the articles of association of a company; Statutaire vormgeving van een eigen geschillenregeling; De enquêteprocedure en arbitrage: privatisering van de dienstmaagd?; Arbitrage, een alternatief voor de wettelijke geschillenregeling?; De financiële verslaggeving en alternatieve geschillenbeslechting; Arbitrage en bestuurdersaansprakelijkheid; De arbitrabiliteit van ontslagzaken tegen statutair directeuren; De toepasselijkheid van het bindend advies bij de waardering van aandelen; De schikkende frontsoldaat; De schikkende rechter: heling van vennootschappelijke schizofrenie; Mediation en onderneming. een management tool in corporate governance; Mediation en de enquêteprocedure: go of no-go?; Alternatieven voor de WOR-procedures: voorkomen is beter dan genezen; Medezeggenschapsrecht en mediation; Artikel 25 en 26 WOR en mediation; Onderneming en ADR: nog een brug te ver?. (B30339)
     
  • Slot, P. J. [et al.], Mededingingswet : tekst en commentaar : de tekst van de mededingingswet voorzien van commentaar
    Deventer : Kluwer, 2011. 1851 p.
    Het boek bevat een uitvoerig en volledig geactualiseerd commentaar op alle artikelen van de mededingingswet. In het commentaar zijn verwijzingen naar relevante beschikkingspraktijk en rechtspraak opgenomen. Daarnaast zijn de belangrijkste Europese en nationale groepsvrijstellingen en bekendmakingen opgenomen. Tekst en Commentaar Mededingingswet bevat een artikelsgewijs commentaar op de tekst van de mededingingswet. Daarnaast is een groot aantal relevante regelingen onbecommentarieerd opgenomen.
    3e dr. (B30272)
     
  • EIM; Bruins, A., Inkomenspositie startende ondernemers
    Zoetermeer : EIM, 2011. 13 p.
    Deze minirapportage geeft inzicht in de inkomenspositie van ondernemers enkele jaren nadat zij met hun bedrijf zijn gestart. In welke mate zijn zij voor het levensonderhoud aangewezen op de inkomsten uit het bedrijf? Zijn er anderen die mede voorzien in het levensonderhoud van de ondernemer en het gezin? Wat zijn de andere eigen inkomsten van de ondernemer? Hebben de ondernemers het laatste jaar op de gezinsuitgaven bezuinigd? En hebben de ondernemers zich verzekerd tegen inkomensderving door ziekte of langdurige arbeidsongeschiktheid? De informatie is gebaseerd op onderzoek dat in het voorjaar van 2011 is gehouden onder de deelnemers aan het EIM starterscohort 2008. Uit het onderzoek blijkt dat slechts een kwart van de ondernemers enkele jaren na de start met een bedrijf voor het levensonderhoud van zichzelf en het gezin volledig is aangewezen op de inkomsten uit het bedrijf. (B30112)
     
  • EIM; Hartog, C.; Hessels, J.; Stel, A. van; Wennekers, S. , Global entrepreneurship monitor 2010 the Netherlands : the emergence of an entrepreneurial society
    Zoetermeer : EIM, 2011. 88 p.
    In 2010 was 7,2% van alle Nederlanders in de leeftijdscategorie 18-64 jaar bezig om een nieuw bedrijf op te richten of actief als ondernemer van een bedrijf dat korter dan 3,5 jaar bestaat. Hiermee heeft Nederland vorig jaar voor het eerst de koppositie ingenomen van de EU-landen die deelnemen aan het jaarlijkse wereldwijde onderzoek van de Global Entrepreneurship Monitor (GEM). Van alle hoogontwikkelde economieën in het GEM-onderzoek bezet Nederland nu de vijfde plaats wat betreft nieuw ondernemerschap, vlak achter de VS. Amper tien jaar geleden was de GEM-index van Nederland nog niet de helft van die van de VS. Aldus blijkt uit het door onderzoeksbureau EIM gepubliceerde landenrapport ‘Global Entrepreneurship Monitor 2010 The Netherlands’. (B30114)
     
  • Etui; Cremers, J.; Wolters, E., EU and national company law : fixation on attractiveness
    Brussel : ETUI, 2011. 62 p.
    Report nr. 120
    Onderzoek naar het ondernemingsrecht in de lidstaten van de Europese Unie, de Europese deregulering en de onderlinge concurrentie. (B29962)
     
  • Pensioen Bestuur & Management; Klopper, F.; Krijnen, G.; Petersen, C., Gids voor uitbesteding
    Epse : Petersen Consult, 2011. 278 p.
    PMB dossierreeks, nr. 6
    In deze gids wordt stapsgewijs het proces van uitbesteding gevolgd vanaf de eerste overwegingen tot en met de hervorming van bestaande contracten. PMB laat topdeskundigen uit professionele organisaties aan het woord die hun kennis en ervaring delen met de lezer over de vele facetten van uitbesteding. De nadruk ligt daarbij steeds op een hoge mate van praktische bruikbaarheid.
    Bevat de volgende hoofdstukken:
    Inleiding; Startpunt; Uitbesteden: de regels van het spel; Uitbesteding van vermogensbeheer; Fiduciair management uitgelicht; Uitbesteding van de pensioenadministratie; Transitiemanagement - pensioenuitvoering; Het herstructureren van een beleggingsportefeuille; Uitbesteding ' in control'; (Dis)continuïteit van de uitbestedingsrelatie; Samenwerken of overdracht?; Samenvatting en conclusie. (B29939)
     
  • EIM; Bleeker, D.; Bruins, A.; Braaksma, R., Monitor vrouwelijk en etnisch ondernemerschap 2010
    Zoetermeer : EIM, 2011. 119 p.
    De Monitor Vrouwelijk en Etnisch Ondernemerschap 2010 geeft een reëel en eigentijds beeld van het ondernemerschap binnen deze groepen. Beide groepen zijn meer gaan ondernemen waardoor hun economische betekenis toeneemt. Verder is een sterkere spreiding over sectoren ontstaan. Allochtonen ondernemen bijvoorbeeld niet langer overwegend in traditionele sectoren, zoals de detailhandel en de horeca. De monitor geeft inzicht in de ontwikkelingen en stand van zaken, kenmerken, gedrag, prestaties en achtergronden van beide groepen.(B29615)
     
  • EIM; Smit, L.; Verhoeven, W.; Wit, G. de, Potenties voor economische groei : bijdragen aan economische groei van snelle groeiers en subtoppers
    Zoetermeer : EIM, 2011. 9 p.
    EIM heeft onderzoek verricht naar de prestaties van normale groeiers: bedrijven die wel groei realiseren, maar in een trager tempo dan snelle groeiers. Bij vergelijking tussen de snelle en normale groeiers qua werkgelegenheid valt op dat beide groepen bijdragen aan economische ontwikkeling, maar op verschillende manieren. Snelle groeiers zorgen in de periode 2003-2007 voor een bruto werkgelegenheidsgroei van 369.000 banen (zij groeien in die periode met gemiddeld 12% per jaar); de normale groeiers creëren in die periode 193.000 banen (zij groeien in die periode met gemiddeld 4% per jaar). Kijken we echter naar omzet, dan blijken de normale groeiers in deze periode verantwoordelijk te zijn voor 36% van de nationale omzet tegenover 21% door snelle groeiers. Beide groepen leveren dus een bijdrage, zij het op andere indicatoren. In deze rapportage wordt dieper ingegaan op de kenmerken van beide groepen bedrijven en hun bijdragen aan de economische ontwikkeling. Snelle groeiers in Nederland worden ook vergeleken in internationaal perspectief. (B29577)
     
  • OECD Watch; Oldenziel, J.; Wilde-Ramsing, J.; Feeney, P., OECD watch : assessing the contribution of the OECD Guidelines for Multinational Enterprises to responsible business conduct
    Z.P. : OECD Watch, 2010.
    Het rapport bevat een analyse van de uitvoering en de doeltreffendheid van de OESO-richtlijnen in de afgelopen tien jaar, alsmede een analyse de door NGO's ingediende gevallen tegen bedrijven wegens schendingen van de OESO-richtlijnen. (B29539)

  • CBS; Min. EL&I, Het Nederlandse ondernemingsklimaat in cijfers 2010
    Den Haag : CBS, 2011. 73 p.
    In deze publicatie beschrijft het CBS aan de hand van 36 indicatoren de eerste gevolgen van de financiële crisis voor het ondernemingsklimaat in Nederland. De geselecteerde indicatoren zijn over verschillende thema’s verdeeld en lopen uiteen van macro-economische variabelen zoals de omvang van de staatsschuld tot het aantal nieuwe ondernemingen. De ontwikkelingen in Nederland worden in deze publicatie vergeleken met die in een vaste groep van 19 referentielanden. Het gaat hierbij om gevestigde economieën vergelijkbaar met die van Nederland (14 EU-landen, 5 niet-EU-landen). Vragen die in deze publicatie worden beantwoord zijn: (1) Wordt Nederland ‘harder’ getroffen door de financiële crisis dan andere landen? (2) Hoe stond Nederland ervoor in vergelijking met andere landen toen de financiële crisis zich aandiende? Achtereenvolgens komen de volgende hoofdstukken aan de orde: Inleiding; Het Nederlandse ondernemingsklimaat: Inleiding; Prestaties van de Nederlandse economie; .3 Menselijk kapitaal en Innovatie; Kapitaal; Ondernemerschap; Marktwerking en Functioneren van de overheid; Macro-economische condities; Infrastructuur en Maatschappij. (B29463)
     
  • World Bank; Intern. Finance Corporation, Doing business 2011 : making a difference for entrepreneurs : comparing business regulation in 183 economies
    Washington : World Bank, 2010. 255 p.
    In het rapport zijn 183 economieën gerangschikt op de mate van aantrekkelijkheid voor investeerders en ondernemers. Op tien punten vergelijkt de Wereldbank het gemak van het zakendoen in 183 landen, waarbij het opgetelde resultaat van de tien punten de index vormt van het ondernemingsklimaat. Aspecten waarop vergeleken wordt, zijn: Gemak van starten bedrijf; Omgang met bouwvergunningen;
    Werkgelegenheid; Onroerend goed registreren; Gemakkelijk krediet krijgen; Bescherming van investeerders; Belasting betalen; Internationale handel; Naleving van contracten afdwingen; Faillissement. Nederland staat in de ranglijst op plaats dertig. (B29431)
     
  • OECD, Open for business : migrant entrepreneurship in OECD countries
    Parijs : OECD, 2010. 311 p.
    Migranten dragen bij aan de economische groei van hun gastlanden op allerlei manieren. Ze brengen nieuwe vaardigheden en mogelijkheden met zich mee en helpen het tekort aan arbeidskrachten te verminderen. Tot nu toe is er weinig aandacht geweest voor de bijdrage van migranten aan ondernemerschap en de creatie van werkgelegenheid in het gastland. Aandacht voor beleidsopties om ontwikkeling en succes van migrantenzaken te bevorderen. (B29415)
      
  • Botter, F., Maatschappelijke ondernemingen : naar een andere benadering van maatschappelijk ondernemen : proefschrift Universiteit van Tilburg
    Delft : Eburon, 2010. 409 p.
    In het afgelopen decennium is zich binnen de Nederlandse non-profitsector een nieuw type organisatie gaan manifesteren, de zogenoemde maatschappelijke onderneming. Hierbij valt vooral te denken aan private non-profitorganisaties in de maatschappelijke dienstverleningssectoren gezondheidszorg, woningcorporaties, onderwijs en welzijn. Organisaties in deze sectoren zijn meer fundamenteel gaan nadenken over de manier waarop zij zich maatschappelijk zouden willen positioneren. Dat heeft ertoe geleid dat zij zich onder het nieuwe label van de 'maatschappelijke onderneming' zijn gaan presenteren en zich als zodanig zijn gaan gedragen. Maatschappelijke ondernemingen hebben een eigen positie en identiteit in ons maatschappelijk bestel. Waar het gaat om het bedrijfsmatig handelen en de wijze van ondernemen van maatschappelijke ondernemingen is de term 'maatschappelijk ondernemen' ingeburgerd geraakt. Wezenskenmerk van maatschappelijk ondernemen is de gerichtheid op een extern, maatschappelijk doel. In dit boek wordt een aanzet voor een andere benadering van maatschappelijk ondernemen gepresenteerd, een benadering vanuit de invalshoek van betekenisgeving en organiseren. Deze benadering kan leiden tot grotere effectiviteit van het maatschappelijk ondernemen. Zo kan er onder meer strijdigheid mee worden voorkomen tussen wat maatschappelijke ondernemingen zeggen te willen bereiken en de wijze waarop ze dat willen bereiken. (B29412)
      
  • ESVLA; Kerkhofs, M.; Román, A.; Ester, P., Flexibility profiles of European companies : European company survey 2009
    Luxemburg : ESVLA, 2010. 31 p.
    Het rapport analyseert de Europese ondernemingspraktijken in termen van arbeidstijdflexibiliteit. Flexibiliteit van de arbeidstijd is een centraal aspect van de lopende debatten over het stimuleren van werkgelegenheid in de EU. Het voor werknemers zorgen voor een betere balans tussen werktijd en verantwoordelijkheden thuis, wordt gezien als een sleutelmanier om meer mensen de arbeidsmarkt te laten betreden en daar ook actief te blijven. Tegelijkertijd kunnen meer flexibele werktijden van de kant van bedrijven - en dus de werknemers - ervoor zorgen dat Europese ondernemingen beter inspelen op de eisen van de markt en zo het concurrentievermogen van de Europese Unie stimuleren. (B29287)
      
  • EIM; Hartog, C.; Hessels, J.; Stel, A. van; Jong, J. de, Global Entrepreneurship Monitor 2009 The Netherlands : entrepreneurship on the rise
    Zoetermeer : EIM, 2010. 104 p.
    Het aandeel Nederlanders dat bezig is om een nieuw bedrijf op te richten of ondernemer is van een bedrijf dat korter dan 3,5 jaar bestaat, is van 5,2% in 2008 naar 7,2% in 2009 aanzienlijk gestegen. Hiermee behoorde Nederland in 2009 tot de top 5 van alle EU-landen die deelnemen aan het jaarlijkse wereldwijde onderzoek van de Global Entrepreneurship Monitor (GEM). Vergeleken met landen met een vergelijkbaar niveau van inkomen blijft ondernemerschap onder hoger opgeleiden echter nog achter in Nederland. Dit blijkt uit het GEM 2009 rapport voor Nederland. Het rapport besteed daarnaast aandacht aan diverse andere onderwerpen zoals ontwikkelingen in ondernemerschapsvaardigheden en -intenties, de impact van de economische crisis op ondernemerschap, sociaal ondernemerschap en innovatie door eindgebruikers. (B29273)
     
  • EIM; Braaksma, R. M.; Overweel, M. J.; Rijt-Veltman, W. V. M. van; Snoei, J.; Poel, R. van der,
    Ondernemen in sectoren
    Zoetermeer : EIM, 2010. 104 p.
    Ondernemen in sectoren is een serie van 10 sectorrapportages die jaarlijks wordt uitgebracht in het kader van het onderzoeksprogramma MKB en Ondernemerschap. De rapportages bieden inzicht onder andere in de positie van de sectoren in het bedrijfsleven, marktstructuur en -ontwikkelingen, bedrijvendynamiek, schaalgrootte en sectorspecifieke actualiteiten. Ook geven zij een blik in de toekomst via de nieuwe halfjaarprognoses. Er zijn rapportages voor de voedings- en genotmiddelenindustrie, metalektro, groothandel, detailhandel, horeca, bouwnijverheid, autosector, transport, zakelijke diensten en overige diensten. (B29245)
     
  • EIM; Folkeringa, M.; Hartog, C. M., Inkomens van ondernemers 2010
    Zoetermeer : EIM, 2010.
    In deze rapportage staat de huidige en toekomstige ontwikkeling van het besteedbaar inkomen van ondernemers centraal. Onderscheid wordt gemaakt tussen zelfstandigen en directeuren-grootaandeelhouders (dga’s). De rapportage verschaft inzicht in de componenten van het inkomen van ondernemers en hoe deze zich ontwikkelen in het lopende en eerstvolgende jaar. Ook gaat de rapportage in op ontwikkelingen in recente (fiscale) wet- en regelgeving die relevant zijn voor ondernemers. (B29166)

  • EIM; SCALES; Kok, J. M. P. de; Ichou, A.; Verheul, I., New firm performance : does the age of founders affect employment creation?
    Zoetermeer : EIM, 2010.
    De vergrijzing kan ook invloed hebben op de mate van ondernemerschap en de creatie van nieuwe werkgelegenheid. Uit onderzoek van EIM blijkt dat oudere ondernemers minder snel geneigd zijn om werknemers in dienst te nemen; en als ze dat al doen, nemen ze minder werknemers in dienst dan jongere ondernemers. Dit hangt vooral samen met het zelfvertrouwen van startende ondernemers in hun eigen ondernemersvaardigheden: jongere starters hebben over het algemeen een sterker vertrouwen in hun eigen kunnen, en dit vertrouwen speelt een belangrijke rol bij het nemen van de stap van ZZP'er naar werkgever, en vervolgens bij de groei van het bedrijf. (B28762)

  • Kamer van Koophandel Nederland, Startersprofiel 2009
    [Woerden] : Kvk Nederland, 2010.
    Uit het Startersprofiel 2009 van de Kamer van Koophandel blijkt dat het aantal starters op de Nederlandse markt voor het eerst in 7 jaar is gedaald, en wel met 2% ten opzichte van 2008. Uit het Startersprofiel van de Kamer van Koophandel blijkt echter dat de economische crisis op veel fronten zorgt voor terugval. Vooral de bouwsector maakt zware tijden mee en dat is te merken aan het aantal starters dat in 2009 verminderde met 39%. Uit het Startersprofiel van de Kamer van Koophandel blijkt echter dat de economische crisis op veel fronten zorgt voor terugval. Vooral de bouwsector maakt zware tijden mee en
    dat is te merken aan het aantal starters dat in 2009 verminderde met 39%. Het rapport bevat kerncijfers over startende ondernemers. En verder gegevens over startende ondernemers naar leeftijd; startende ondernemers als ZZP'er; en startende ondernemers uit het buitenland. (B28737)

  • Berg, L. van den, Tussen feit en fictie : rechtspersoonlijkheid en de verzekerings- en premieplicht voor de werknemersverzekeringen : proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen
    Den Haag : Boom Juridische uitgevers, 2010.
    Werknemers zijn verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW, Wet WIA), werkgevers zijn premieplichtig. Zelfstandigen zijn daarvan uitgezonderd. Zij kunnen dus geen aanspraak maken op een uitkering en hun opdrachtgever is geen premies verschuldigd. Om hun arbeid goedkoper te kunnen aanbieden, kan het voor werkenden aantrekkelijk zijn om een arbeidsverhouding zodanig vorm te geven, dat deze lijkt op de verhouding tussen een zelfstandige en een opdrachtgever. Ook komt het voor dat werkenden in verband met een mogelijke uitkering hun arbeidsverhouding een arbeidsovereenkomst noemen, terwijl in wezen van ondernemerschap sprake is. Lucy van den Berg onderzocht in hoeverre personen door middel van de inschakeling van een rechtspersoon kunnen bereiken dat ze verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen in verband met een mogelijke uitkering, of zich daaraan juist kunnen onttrekken in verband met de verschuldigde premies. Uit haar onderzoek blijkt dat de rechter juridische constructies die erop zijn gericht om verzekeringsplicht te bereiken of premieplicht te ontwijken, kan doorprikken. Wanneer bijvoorbeeld formeel is gecontracteerd met een management-bv als opdrachtnemer, maar degene die het werk feitelijk uitvoert op dezelfde manier wordt behandeld als een werknemer, wordt ‘door de rechtspersoon heen gekeken’, zodat de betrokkene toch onder de verplichte werknemersverzekeringen valt. Hoewel het kabinet het ondernemerschap wil bevorderen, biedt het huidige stelsel volgens de promovenda beperkte mogelijkheden voor een verruiming van de rol van de rechtspersoonlijkheid. (B28708)

  • Kamer van Koophandel; Hogeschool Utrecht; Teeffelen, L. van, De verschillen tussen gelukte en niet gelukte bedrijfsoverdrachten
    Utrecht : Hogeschool Utrecht, 2010.
    In de komende vijf jaar verwachten meer dan 100.000 ondernemers (15% van alle Nederlandse bedrijven) hun bedrijf te beëindigen, bijvoorbeeld door te verkopen. Naar verwachting zal dit aantal de komende jaren verder toenemen als gevolg van de vergrijzing: 35% van de ondernemers in Nederland is ouder dan vijftig jaar. Over de factoren die bepalend zijn voor een succesvolle bedrijfsoverdracht is weinig bekend. De Kamer van Koophandel deed samen met Hogeschool Utrecht onderzoek en vergeleek ondernemers-, bedrijfs- en transactiekenmerken bij gelukte en niet gelukte bedrijfsoverdrachten. Uit het onderzoek blijkt dat de meeste significante verschillen optreden bij de ondernemingskenmerken, zoals de omzetontwikkeling voorafgaand aan de overdracht, de afhankelijkheid van het bedrijf van de eigenaar en de rechtsvorm van het bedrijf. Bij eenmanszaken mislukken overdrachten veel vaker dan bij BV’s. Bij niet gelukte overdrachten is de onderneming ook vaker afhankelijk van de verkopende ondernemer. Wat daarnaast opvalt, is dat een hoge huur/verkoopprijs van het vastgoed een obstakel vormt bij de overdracht. Mogelijk is het voor verkopers verstandig het vastgoed niet in de transactie te betrekken, omdat dit de te financieren aankoopsom voor het bedrijf aanzienlijk verhoogt. (B28696)

  • CPB; Es, F. van; Vuuren, D. van, A decomposition of the growth in selfemployment
    Den Haag : CPB, 2010.
    CPB discussion paper, nr. 145
    In de paper wordt een decompositie gemaakt van de toename van het aantal zelfstandigen in Nederland in de periode 1992-2006. Deze toename is opmerkelijk, want in de decennia daarvoor daalde het aantal zelfstandigen juist. Geconcludeerd wordt het aantal zelfstandigen in Nederland is de afgelopen twee decennia sterk is toegenomen, onder andere door de opkomst van de zelfstandige zonder personeel (zzp’er). Deze groei hangt in beperkte mate samen met sectorale verschuivingen en socio-demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing, huishoudenssamenstelling en opleidingsniveau. Het beleid is vermoedelijk de belangrijkste factor geweest. Via de introductie en intensivering van diverse belastingaftrekposten is het zelfstandig ondernemerschap financieel aantrekkelijker gemaakt. Ook de vermindering van administratieve lasten (sinds 2000), het actief stimuleren van werklozen om een eigen bedrijf te starten (sinds 2006) en de introductie en aanscherping van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) (in 2001 en 2005) zijn van belang. Deze maatregelen zijn allemaal na 2000 ingevoerd. Het is dan ook frappant dat met name in de jaren 2004-2006, de laatste drie jaren van de gebruikte steekproef, een belangrijke ‘sprong’ is waargenomen in de ontwikkeling van het aantal zelfstandigen die niet samenhangt met sectorale en socio-demografische veranderingen. De resultaten wijzen er dus op dat het beleid de beoogde toename van het aantal zelfstandigen heeft bereikt. (B28611)

  • EIM; Pleijster, F ; Mooibroek, M.; Kok, J. M. P. de; Wennekers, A. R. M., Innovatief ondernemerschap in detailhandel, horeca en ambacht : verbetering door vernieuwing
    Zoetermeer : EIM, 2010.
    Speciale aandacht voor het MKB in de detailhandel, de horeca en het ambacht. Centraal staan de vragen: hoe staan ondernemers in deze sectoren tegenover vernieuwen, wat betekent kennis voor hun bereidheid om te innoveren, op welke wijze innoveren zij en wat is de impact va innoveren op hun bedrijfsresultaten? (B28591)

  • Assink, B. F., De Januskop van het ondernemingsrecht : over faciliëring en regulering van ondernemerschap : rede
    Deventer : Kluwer, 2010.
    Ondernemerschap is een complexe zaak. De ondernemer moet via innovatieve activiteiten waarde zien te creëren, maar tegelijkertijd tussen vele regels en wetten manoeuvreren in een globaliserende wereld die steeds meer vergt, waarbij bovendien de foutentolerantie van de buitenwacht sterk afneemt. Intussen wordt het ondernemingsrecht in toenemende mate onvoorspelbaar, omdat rechtsvragen steeds vaker aan de hand van de wisselende omstandigheden van het geval beantwoord dienen te worden door de rechter, waarbij deze zich bij voorkeur beperkt tot een zaaksgebonden beslissing. Voor ondernemers is het belangrijk dat het ondernemingsrecht transparant is. Rechters hebben hierin een belangrijke taak: niet zozeer de wetgever, maar zíj moeten vooral het voor de dagelijkse praktijk relevante ondernemingsrecht gestructureerder gaan vormgeven, door de donkere plekken van het recht met dagelijkse relevantie voor de praktijk waar nodig en mogelijk uit te lichten. Rede in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam op 21 januari 2010. (B28507)

  • SMO; Roos Lindgreen, E.; Strikwerda, J.; Wielaard, N.; KPMG, Het nieuwe ondernemen : het belang van vertrouwen voor de onderneming van de toekomst
    Den Haag : SMO, 2009.
    SMO, nr. 2009-2
    Vertrouwen voor de ondernemer van de toekomst zal van doorslaggevend belang zijn. Ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de Stichting Maatschappij en Onderneming (SMO) voerde KPMG een verkennend onderzoek uit naar het belang van vertrouwen voor de onderneming van de toekomst. Aan veertig ambitieuze ondernemers werden vijf stellingen over het onderwerp voorgelegd. Deze publicatie bevat het resultaat hiervan. Vervolgens gaan de auteurs in op de relatie tussen het nieuwe ondernemen en het begrip vertrouwen en bepleiten zij de noodzaak voor een herijking van de heersende denkbeelden over de verhouding samenleving - onderneming. (B28308)

  • Forschungsinst. zur Zukunft der Arbeit; Lofstrom, M., Does self-employment increase the economic well-being of low-skilled workers?
    Bonn : IZA, 2009.
    IZA discussion paper, nr. 4539
    Dit werkdocument bevat een analyse van de economische opbrengsten van zelfstandig ondernemerschap door laag-opgeleiden en gaat in op de vraag of zelfstandig ondernemerschap een dusdanig goede optie is voor laag-opgeleiden dat dit door beleidsmakers moet worden aangemoedigd. (B28277)

  • EIM; Hessels, J.; Hartog, C.; Wennekers, S., Global entrepreneurship monitor 2008 The Netherlands
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    A200914
    Onderzoeksprogramma met als doel internationaal vergelijkende data te verkrijgen van hoge kwaliteit op het gebied van ondernemersactiviteiten op nationaal niveau. Speciale aandacht voor een vergelijking tussen Nederland en Duitsland. (B28036)

  • VVD, Tweede Kamerfractie, Veertig VVD-punten voor ondernemers
    Den Haag : VVD, 2009.
    Ondernemend Nederland, vooral de middenstand en het middenbedrijf tot zo’n honderd
    werknemers, moet van de overheid veel en veel meer ruimte krijgen. Dat is de rode draad in een plan met veertig concrete punten van de VVD-fractie. Een hardere aanpak van spooknota’s, de feitelijke opheffing van ondernemingsraden voor kleinere bedrijven, een verruimde mogelijkheid voor de willekeurige afschrijving, het afschaffen van idioterie rondom auteursrechten, een fiks lager tarief in de vennootschapsbelasting, het eindelijk aanpakken van de versoepeling van het ontslagrecht en de opheffing van het UWV werkbedrijf - vormen een greep uit de waslijst van onderwerpen die moeten worden aangepakt om het ondernemen in Nederland aantrekkelijker te maken. (B28011)

  • Essen, C. van; Meijaard, J., Springen over de grens : praktijkcases van Nederlands ondernemerschap in een globaliserende economie
    Assen : Van Gorcum, 2009.
    In het boek "Springen over de grens" worden aan de hand van beschrijvingen van de internationaliseringtrajecten van een vijftiental ondernemingen adviezen voor de stap naar internationalisering gegeven. Uit het onderzoek onder snelle groeiers en ervaringen van vijftien succesvolle ondernemers komt naar voren dat ‘internationaal gaan’ het ondernemen uitdagender en leuker maakt. Ondernemers die succes hebben op de nationale markt hebben goede kansen deze successen ook in andere landen te herhalen. (B27927)

  • EIM, Kleinschalig ondernemen 2009 : structuur en ontwikkeling van het Nederlandse MKB
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    In de publicatie wordt een beeld gegeven van de structuur en economische ontwikkeling in het Nederlandse bedrijfsleven, verdeelt naar grootteklassen. Het midden- en kleinbedrijf (MKB) staat hierbij centraal. Ingegaan wordt op de verwachtingen van ondernemers over de ontwikkeling van de Nederlandse economie. Bovendien worden er prognoses gegeven van het MKB en grootbedrijf over de werkgelegenheidsontwikkeling, ontwikkeling van de bruto toegevoegde waarde en de ontwikkeling van de winstgevendheid. Het vertrouwen van ondernemers in de economie is voorjaar 2009 op een dramatisch laag niveau aangekomen. Slechts 19% van de MKB-ondernemers zegt vertrouwen in de ontwikkeling van de Nederlandse economie te hebben. Ook ten aanzien van hun omzet- en winstverwachting zijn ondernemers in het midden- en kleinbedrijf buitengewoon pessimistisch. Over de werkgelegenheidsontwikkeling binnen het eigen bedrijf zijn ondernemers echter minder pessimistisch. Driekwart van de ondernemers verwacht een gelijkblijvende werkgelegenheid. (B27868)

  • EIM; Snel, D.; Bakker, K.; Hout, R. in 't; Verhoeven, W. H. J.; Timmermans, N. G. L., Internationale benchmark ondernemerschap 2009 : benchmark ondernemerschap, bedrijvendynamiek en snelle groeiers
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    In 1996, 1999 en 2001 heeft EIM een internationaal benchmarkonderzoek uitgevoerd naar ondernemerschap en bedrijvendynamiek. In 1998 en 2001 is een benchmark uitgevoerd naar zeer snelgroeiende bedrijven. Dit rapport is een update van bovenstaande onderwerpen. Het dient als onderbouwing voor het ondernemerschapsbeleid en de positionering van Nederland voor de concurrentietoets. De internationale benchmark komt tot stand door Nederland te vergelijken met België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Japan. Daarnaast wordt een vergelijking gemaakt met soortgelijke gepubliceerde onderzoeken uit 1996, 1999, 2001 en 2003 tot en met 2008. Uit de benchmark blijkt dat het aantal snelgroeiende bedrijven in Nederland internationaal gezien vrij laag is. Daarentegen is het aandeel ondernemers in de beroepsbevolking erg hoog in Nederland. Van de 10 benchmarklanden heeft alleen Italië een hogere ondernemersquote. (B27869)

  • EIM; Meijaard, J.; Giesen, C.; Klappe, K.; Muizer, A.; Poel, R. van der, Ondernemerschap in de wijk : het wij(k)gevoel als basis voor een florerende lokale economie in dorpen en buurten : pilotstudie
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    Doel van het rapport is om op het lokale niveau van een wijk beter te doorgronden hoe via ondernemerschap de ontwikkeling van de wijk kan worden geholpen (meer bedrijvigheid, samenhang en werkgelegenheid). Hoe kan ondernemerschap worden ingezet om een wijk economisch en sociaal te ontwikkelen? Welke factoren spelen hierbij een rol en welke maatregelen zijn mogelijk? (B27784)

  • EIM; Bertens, C.; Lantink, A., Stimulering van ondernemerschap in middelgrote gemeenten
    Zoetermeer : EIM, 2008.
    Er is nog weinig onderzoek verricht naar de maatregelen die door middelgrote gemeenten in Nederland worden ingezet om ondernemerschap te stimuleren. In dit rapport wordt geïnventariseerd welke stimuleringsmaatregelen in middelgrote gemeenten worden toegepast en wordt een eerste verkenning gedaan van mogelijke effecten daarvan. Middelgrote gemeenten zijn in deze studie gedefinieerd als gemeenten met een inwoneraantal tussen de 30.000 en 90.000. De Nederlandse middelgrote gemeenten zijn, gemeten naar het aantal ondernemingen en het aantal inwoners binnen die gemeenten, behoorlijk vergelijkbaar met de 30 grootste gemeenten in Nederland (G30). Uitgaande van deze afbakening telt Nederland 113 middelgrote gemeenten. Aan het onderzoek hebben 44 gemeenten deelgenomen. (B27780)

  • Platform Ambachtseconomie; HBA, Focus op de ambachtseconomie : het ambacht als economische kracht
    Zoetermeer : Platform Ambachtseconomie, 2009.
    Ambachten zijn onmisbaar en vormen een vitale en belangrijke sector van onze economie. Focus op de ambachtseconomie neemt de ambachtseconomie onder de loep, gaat in op de continuïteit en op het onderhoud aan de ambachtseconomie dat nodig is om haar belangrijke positie te laten behouden en te versterken. Voorts komt het in 2009 opgerichte Platform Ambachtseconomie aan de orde en bevat het rapport een tien punten actieplan voor imago en perspectief. (B27775)

  • EIM; Timmermans, N.G. L.; Meijaard, J.; Statema, H., Ondernemerschap in de zorg
    Zoetermeer : EIM, 2008.
    Kenmerkend ondernemerschap in dertien deelsectoren van de zorgsector passeert de revue: hoe beoordelen ondernemers de ruimte om te ondernemen en hoe beoordelen zij de mogelijkheden voor het betreden van nieuwe markten, het introduceren van nieuwe concepten en het groeien en optimaliseren van hun 'bedrijf'? Hoe actief wordt er ingezet op bedrijfsmatig handelen en in hoeverre worden er risico's genomen? (B27778)

  • EIM ; Winnubst, M. ; Folkeringa, M . ; Vroonhof, P. ; Jong, P. de, Van werknemer naar ondernemer : een verkennend onderzoek naar de directe financiële gevolgen
    Zoetermeer : EIM, (2009) mrt. 41 p.
    A200909
    Uit onderzoek naar slaagfactoren van starters blijkt dat hoogopgeleide, energieke werknemers met relevante branche-ervaring relatief vaak succesvolle ondernemers kunnen worden. Met welke financiële veranderingen krijgt een werknemer te maken, die ervoor kiest om de stap naar het ondernemerschap te wagen. (B27749)

  • EIM; Vries, N. de; Snoei, J.; Bertens, C., Beter inzicht in multicultureel ondernemerschap : een analytisch raamwerk en een empirische verkenning
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    Diversiteit is momenteel een populair thema in de economische literatuur. Op meerdere terreinen zijn mensen bezig om de meerwaarde van diversiteit in kaart te brengen en/of de knelpunten die het met zich meebrengt op te lossen. Er wordt met deze studie geprobeerd een beter inzicht te krijgen in de factoren die van invloed zijn op multicultureel ondernemerschap op regionaal en lokaal niveau, de structuur en de prestaties van deze ondernemers. (B27718)

  • EIM; Min EZ; Schramm, C.; Reeding, E.; Litan, R.; Wilson, K.; Hoffmann, A.; Goei, S., Ten years entrepreneurship policy : a global overview
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    Entrepreneurship
    Aandacht voor ondernemerschap en beleid in Nederland over de afgelopen tien jaar. Verder vergelijking met de situatie in de USA, de Europese Unie en Azië. (B27659)

  • Dam, C. van, Onderneming en mensenrechten : zorgvuldigheidsnormen voor ondernemingen ter voorkoming van betrokkenheid bij schending van mensenrechten
    Den Haag : Boom Juridische uitgevers, 2008.
    Een onderneming doet er verstandig aan te investeren in verantwoord gedrag. Zorgvuldigheidsnormen helpen een onderneming te voorkomen dat zij betrokken raakt bij schending van mensenrechten, niet alleen als gevolg van haar eigen gedrag, maar ook als gevolg van contacten met zakenrelaties, zoals dochterondernemingen, zakenpartners, afnemers en leveranciers. (B27656)

  • EIM; Linden, B. van der; Vroonhof, P.; Folkeringa, M., Review inkomens van ondernemers
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    Dit rapport geeft een overzicht van het door EIM verrichte onderzoek naar de inkomens van zelfstandige ondernemers. Achtereenvolgens komen aan de orde: de inkomens en inkomensontwikkeling van zelfstandige ondernemers en directeuren-grootaandeelhouders (dga's); een vergelijking tussen de inkomens van zelfstandige ondernemers en werknemers; een overzicht van huidige en vroegere wetgeving, die van invloed is (geweest) op het inkomen van zelfstandige ondernemers; de kwaliteit van ondernemerschap. Uit het onderzoek blijkt dat de inkomenspositie van ondernemers er gemiddeld genomen minder rooskleurig uit ziet dan pakweg twintig jaar geleden. Het gemiddelde inkomen van ondernemers is relatief sterk gedaald ten opzichte van dat van werknemers. Toch stort jaarlijks een recordaantal starters zich op de afzetmarkten. Het blijkt dat vaak niet-financiële motieven aan de basis staan voor het oprichten van een eigen bedrijf zoals het 'eigen baas zijn', meer voldoening halen uit de werkzaamheden in de eigen onderneming en eigen tijd kunnen indelen. Het uitzicht op een minder hoog inkomen en de grotere financiële risico’s ten aanzien van bijvoorbeeld ziekte en arbeidsongeschiktheid weerhouden aspirant-ondernemers er niet van om een eigen zaak te beginnen. (B27607)

  • RWI; Zwinkels, W.; Ooms, D.; Sanders, J.; TNO Arbeid, Omvang, aard en achtergronden van baan-baan-mobiliteit
    Den Haag : RWI, 2009.
    Onderzoek naar de omvang, aard en achtergronden van de baan-baan mobiliteit in Nederland. Het betreft hier wisselingen van banen, inclusief het zelfstandig ondernemerschap, door werkenden. Het onderzoek geeft inzicht in de omvang, aard en achtergrond van arbeidsmobiliteit in combinatie met een analyse van de conjunctuur, sector en regio. Uit het onderzoek blijkt dat in tijden van economische recessie werknemers minder star zijn in wisseling van banen dan verwacht. Uit het onderzoek blijkt tevens dat gedwongen ontslagen zo lang mogelijk worden uitgesteld. Door het inzetten van sociale plannen en Van Werk naar Werk-activiteiten worden veel negatieve effecten van een neerwaartse conjunctuur in eerste instantie in en tussen sectoren opgelost. Tijdens de vorige recessie die in 2001-2002 toesloeg, vonden jaarlijks nog 1,4 miljoen mensen ander werk. Werknemers wijken in dit geval vaker uit naar een andere sector dan waar men werkzaam was. De kansen op ander werk liggen dus vooral in andere sectoren. Een andere uitkomst van het onderzoek is dat het aantal baanwisselingen in Nederland boven het Europese gemiddelde ligt. (B27605)

  • Erken, H., Productivity, R&D and entrepreneuship : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
    Rotterdam : ERIM, 2008.
    ERIM Phd Series Research in Management, nr. 147
    Voor onze toekomstige welvaart is het van belang dat de arbeidsproductiviteit blijft toenemen. In het proefschrift Erken tot verschillende nieuwe inzichten over innovatie en de ontwikkeling van productiviteit. Zo levert hij het bewijs dat ondernemerschap grote invloed heeft op de lange termijnontwikkeling van productiviteit. Erken buigt zich over de vraag hoe arbeidsproductiviteit verhoogd kan worden om duurzame economische groei te garanderen. Erken berekent dat 40 procent van de arbeidsproductiviteitsgroei in Nederland het gevolg is van innovatie. Van deze groei nemen binnenlandse bedrijven en kennisinstellingen de helft voor hun rekening. De andere helft is toe te schrijven aan R&D-inspanningen in het buitenland. De bijdrage van buitenlandse R&D-investeringen is voor een open economie als de Nederlandse dus erg belangrijk. Erken laat ook zien dat er forse welvaartseffecten gepaard gaan met het verhogen van de R&D-investeringen in een land. De Nederlandse investeringen in Research & Development door bedrijven lopen al jaren achter ten opzichte van het OESO-gemiddelde. Deze achterstand wordt veroorzaakt door de structuur van de Nederlandse economie en gebrekkige R&D-investeringen door buitenlandse bedrijven, aldus Erken. Om de R&D-uitgaven te verhogen is het noodzakelijk het vestigingsklimaat voor R&D-bedrijven verder te verbeteren. Erken onderzocht ook de belangrijkste factoren om het R&D-vestigingsklimaat van een economie te verbeteren. De beschikbaarheid van hooggekwalificeerd personeel is hierbij verreweg het belangrijkst. Een tweede factor waar buitenlandse bedrijven op letten bij de locatie van hun onderzoeksactiviteiten is de opgebouwde kennisvoorraad. Tot slot komt uit zijn onderzoek naar voren dat R&D voor een deel nog steeds sterk gerelateerd is aan andere bedrijfsactiviteiten, zoals productie en distributie. (B27327)

  • EIM; Timmermans, N. G. L.; Jong-'t Hart, P. M.; Snel, D.; Mooibroek, M.; Verhoeven, W. H. J., Internationale benchmark ondernemerschap : benchmark ondernemerschap, bedrijvendynamiek en snelle groeiers
    Zoetermeer : EIM, 2008.
    In 1996, 1999 en 2001 heeft EIM een internationaal benchmarkonderzoek uitgevoerd naar ondernemerschap en bedrijvendynamiek. In 1998 en 2001 is een benchmark uitgevoerd naar zeer snelgroeiende bedrijven. Dit rapport is een update. De internationale benchmark komt tot stand door Nederland te vergelijken met 10 andere landen. De benchmarklanden zijn: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Japan. Daarnaast wordt een vergelijking gemaakt met vergelijkbare onderzoeken uit 1996, 1999, 2001 en 2003 tot en met 2007. Uit het rapport blijkt dat het aandeel ondernemers in de beroepsbevolking relatief hoog ligt in Nederland. Sinds 2006 is het aantal ondernemers weer gaan toenemen. Het aantal oprichtingen van bedrijven neemt in Nederland ook weer toe. Het aantal snelgroeiende bedrijven in Nederland is echter internationaal gezien vrij laag. (B27194)

  • EIM, Nalevingskosten van wetgeving voor startende bedrijven : een pilotstudy in drie branches
    Zoetermeer : EIM, 2008.
    Het bedrijfsleven wordt geconfronteerd met kosten als gevolg van wettelijke verplichtingen. Deze nalevingskosten kunnen per branche zeer verschillen. Voor nieuwe toetreders in een branche kunnen nalevingskosten soms hoge drempels opwerpen. EIM heeft onderzocht hoe sterk deze kosten per branche kunnen verschillen aan de hand van drie modelbedrijven in drie verschillende branches. De drie modelbedrijven zijn een hospice, een jachtbouwbedrijf en een lunchroom. (B27195)

  •  Bos, A. de; Lückerath - Rovers, M.; Quadackers, L.; Ned. Kenniscentrum voor Commissarissen [et al.], Nationaal commissarissen onderzoek 2007
    Rotterdam : Rifal, 2008. 35 p.
    Het onderzoek heeft de kenmerken, opvattingen en werkwijzen van commissarissen in Nederland onder de loep genomen. De 395 respondenten zijn commissaris bij beursondernemingen, niet beursondernemingen (waaronder familiebedrijven), zorginstellingen en woningbouwcorporaties. Uit het onderzoek blijkt dat commissarissen in Nederland steeds professioneler handelen. De meeste commissarissen voelen zich verantwoordelijk voor de organisatie en stellen kritische vragen aan het bestuur. Ook grijpen ze naar eigen zeggen actief in als dat nodig is. (B26953)

  • EIM; Hessels, S. J. A.; Suddle, K.; Mooibroek, M., Global entrepreneurship monitor 2007 : the Netherlands
    Zoetermeer : EIM, 2008.
    De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) brengt jaarlijks de mate van 'nieuw ondernemerschap' en de institutionele voorwaarden daarvoor in kaart voor een groot aantal landen. Nederland heeft in 2007 voor de zevende keer deelgenomen aan GEM. Uit het onderzoek blijkt dat nieuwe ondernemers in Nederland vergeleken met ondernemers in 40 andere landen maar matig innovatief zijn. Ze maken voornamelijk gebruik van al op de markt beschikbare technologieën en minder dan de helft biedt nieuwe producten of diensten aan. Daarbij is de Nederlandse consument naar internationale maatstaven geen stimulans voor innovatief ondernemerschap. Innovatieve ondernemers hebben consumenten nodig die bereid zijn om nieuwe producten en diensten te kopen en uit te proberen. In een deelonderzoek van de GEM zijn twaalf landen onderling vergeleken op basis van een index voor vertrouwen in innovatie onder consumenten. Deze index omvat drie elementen: bereidheid tot het kopen van nieuwe producten of diensten, bereidheid om nieuwe producten of diensten uit te proberen en perceptie van de mate waarin nieuwe producten of diensten bijdragen aan een beter leven. Vergeleken met de andere aan dit deelonderzoek deelnemende landen is het vertrouwen in innovatie onder consumenten in Nederland het laagst. (B27002)

  • NTN Ondernemerschap; EQUAL; Agentschap SZW; [et al.], Kansrijk ondernemen : aanbevelingen uit de ervaringen van 22 EQUAL-projecten rond ondernemerschap voor en ten behoeve van achtergestelde groepen : eindrapport EQUAL Nationaal Thematisch Netwerk Ondernemerschap
    Den Haag : Agentschap SZW, 2007.
    Dit rapport bevat aanbevelingen gebaseerd op de ervaringen van 22 EQUAL-projecten die ieder gedurende 30 maanden hebben geëxperimenteerd met ondernemerschap. De ervaringen uit projecten zijn gebaseerd op de dagelijkse praktijk en geven aan waar en op welke wijze resultaten zijn te boeken, welke methodieken goed werken en welke valkuilen succes soms in de weg staan. Zeven projecten hebben zich gericht op het bevorderen van zelfstandig ondernemerschap onder achtergestelde doelgroepen als arbeidsgehandicapten, oudere werklozen of allochtonen; acht projecten hebben zich gericht op het stimuleren van ondernemerschap in het onderwijs, in het landelijk gebied of in de regio; - zeven projecten zijn van sociaal ondernemers die bedrijfsactiviteiten hebben opgericht die arbeidsplaatsen bieden voor mensen met een (grote) achterstand tot de arbeidsmarkt. (B26824)

  • EIM; Bangma, K. L.; Timmermans, N. G. L., Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid : periode 1987-2007
    Zoetermeer : EIM, 2008.
    In dit rapport staan de verschillende aspecten van creatie en verlies van werkgelegenheid als gevolg van de bedrijvendynamiek centraal. Aan de orde komen de diverse aspecten rond de oprichting van bedrijven. Deze aspecten zijn achtereenvolgens het aantal nieuwe bedrijven, de werkgelegenheidsgevolgen en de diverse verklaringen voor de ontwikkeling van het aantal oprichtingen van bedrijven. Analoog hieraan wordt ingegaan op het aantal opheffingen van bedrijven, het effect van opheffingen op de werkgelegenheid en enkele verklaringen voor de ontwikkelingen. Vervolgens staan de werkgelegenheidsaspecten rond de groei en krimp van bestaande bedrijven centraal. Hierbij wordt speciale aandacht geschonken aan de werkgelegenheidseffecten van specifieke groeitypen zoals snel groeiende bedrijven en normaal groeiende bedrijven. Ten slotte wordt een totaalbeeld gegeven van de werkgelegenheidsverandering. Hierbij wordt ingegaan op jobturnover (de absolute som van banencreatie en banenverlies, die gezien kan worden als maat voor de werkgelegenheidsdynamiek) en op de nettowerkgelegenheidsverandering. (B26658)

  • Audretsch, D. B., Entrepreneural society
    Oxford : Oxford University Press, 2007.
    De econoom Audretch gaat in de publicatie in op het positieve proactieve antwoord op globalisering - the ondernemersmaatschappij, waar veranderingen aan de snijkant en routine werk onvermijdelijk wordt geoutsourced naar lagelonenlanden. Onder de 'oude' economie in het tijdperk van koude oorlog, steunde de overheid de grote bedrijven, terwijl kleine ondernemingen onbelangrijk werden geacht en grotendeels werden genegeerd. Het boek beschrijft de huidige revolutie in beleid, waarbij de nadruk verplaatst wordt naar technologie en op kennis gebaseerd ondernemerschap, waar starters en kleine ondernemingen als de drijvende kracht achter innovatie, werkgelegenheid, concurrentievermogen en groei te voorschijn zijn gekomen. (B26278)

  • Min. EZ; Donselaar, P.; Erken, H.; Heuvel, J. van den, Determinanten van kernindicatoren op de terreinen innovatie en ondernemerschap : kwantificeringen op basis van empirisch onderzoek, in relatie tot beleidsambities
    Den Haag : Min. EZ, 2007.
    Onderzoeksreeks
    EZ heeft een aantal stevige ambities geformuleerd op het gebied van innovatie en ondernemerschap (o.a. in de begroting). Waar de doelstellingen in veel gevallen duidelijk zijn, is een belangrijke vraag hoe de doelstellingen ook daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. Wat is de invloed van de overheid op de uitkomsten van de indicatoren? Breder bezien kan de vraag worden gesteld: wat zijn de determinanten die de uitkomsten van de indicatoren bepalen en hoe groot is het effect van de verschillende determinanten op de doelen? Het doel van dit onderzoek is een overzicht te geven van het belang van verschillende determinanten voor een aantal kernindicatoren op het terrein van innovatie en ondernemerschap. Hierbij is uitgebreid gebruik gemaakt van empirische literatuur. Het resultaat van het onderzoek is een ‘handboek’ over de determinanten van kernindicatoren op de terreinen innovatie, ondernemerschap (in het algemeen) en innovatief ondernemerschap. Determinanten van de kernindicatoren op het terrein van innovatie zijn: determinanten van de private R&D-intensiteit; determinanten van de publieke R&D-intensiteit; Determinanten van het omzetaandeel van nieuwe en verbeterde producten. Determinanten van de kernindicatoren op het terrein van ondernemerschap zijn: socialezekerheidsstelsel, regeldruk, onderwijs, ervaring, arbeidsmarktregulering, sociaal kapitaal, ondernemerschapscultuur, individuele persoonskenmerken, macro-economische variabelen, financiering, faillissementswetgeving, belastingen, technologische vooruitgang, ondernemerschapscyclus, ondernemerschapsinfrastructuur. Als determinanten van de kernindicatoren op het terrein van innovatief ondernemerschap worden onder meer besproken: menselijk kapitaal, R&D-uitgaven, regeldruk, totaal aantal starters, ambitie van ondernemer om snel te groeien, innovativiteit van bedrijven. (B26309)

  • Min. EZ; Min. BUZA; Min. van Financiën; Min. SZW, Voortgangsrapport 2007 van het Nationaal Hervormingsprogramma Nederland 2005 - 2008 : in het kader van de Lissabonstrategie
    Den Haag : Min. EZ, 2007.
    Het Voortgangsrapport 2007 bericht over de stand van zaken van hervormingen aangekondigd in het Nationaal Hervormingsprogramma 2005-2008 en de ambities van het nieuwe kabinet ten aanzien van het bevorderen van groei en werkgelegenheid. Het Voortgangsrapport sluit nauw aan bij het beleidsprogramma en de Miljoenennota 2008. Aan de orde komen ambities en initiatieven op het terrein van o.a. arbeidsparticipatie, ondernemingsklimaat, kennis en innovatie en energie en duurzaamheid. (B26299)

  • EIM; Snel, D.; Gibcus, P., Snelle groeiers zijn ambitieus : snelle groeiers versus niet-snelle groeiers
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Snelle groeiers zijn belangrijk voor de economische groei. Zij brengen innovatie en dynamiek in de economie. Snelle groeiers prikkelen de concurrentie en dagen uit tot vernieuwing. Maar snelle groeiers creëren ook veel nieuwe banen. Uit onderzoek onder circa 500 MKB-bedrijven met personeel in de sectoren in nijverheid (industrie en bouw), handel en diensten (inclusief transport) blijkt dat de ondernemers van snelgroeiende bedrijven ambitieus zijn en bereid zijn risico’s te nemen. Dit uit zich niet alleen in woorden, maar ook in daden. Ze volgen een actievere strategie: de snelle groeier wil nog verder groeien, wil regelmatig nieuwe producten introduceren en nieuwe markten betreden. Het belangrijkste knelpunt hierbij is het aantrekken van (gekwalificeerd) personeel. (B26354)

  • EIM; Vendrig, J. P.; Vroonhof, P. J. M.; [et. al.], Evaluatie Wet uitbreiding rechtsgevolgen Verklaring ArbeidsRelatie
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Op 1 januari 2005 is de Wet uitbreiding rechtsgevolgen Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) ingegaan. In 2003 bleek dat de VAR in de praktijk onvoldoende zekerheid bood. Opdrachtgevers liepen het risico dat zij achteraf – ondanks het gebruik van een VAR - toch premies en belasting moeten betalen omdat de arbeidsrelatie als dienstbetrekking werd aangemerkt. Daarom zijn de rechtsgevolgen van de VAR in 2005 aanzienlijk uitgebreid. Het gebruik van een VAR met uitgebreide rechtsgevolgen levert vanaf 2005 een volledige vrijwaring van loonbelasting en premies voor de werknemersverzekeringen op. Uit de evaluatie blijkt dat het belang van de VAR fors is toegenomen. Het overgrote deel van de opdrachtgevers eist van hun opdrachtnemers dat zij beschikken over een VAR met uitgebreide rechtsgevolgen. Volgens de bij het onderzoek betrokken organisaties voor zelfstandigen zijn de problemen die in 2003 aanleiding waren voor de wetswijziging vanaf 2005 opgelost. Uit de evaluatie blijkt verder dat er sinds 2005 steeds meer zelfstandigen werken. Een deel van deze toename wordt toegeschreven aan de rechtszekerheid die de nieuwe VAR biedt. (B26544)

  • Berger, R., Ondernemend onderwijs : breng ondernemerschap in het onderwijs
    Amsterdam : Roland Berger, 2007.
    Het Nederlandse onderwijs staat momenteel sterk in de publieke belangstelling. Kennis moet ook worden toegepast door ondernemende mensen. Beschrijving van vier best-in-class voorbeelden uit binnen- en buitenland. De voorbeelden laten zien hoe het Nederlandse onderwijs ondernemerschapsvaardigheden beter zou kunnen stimuleren. Met concrete aanbevelingen. (B26384)

  • RWI, De wijk Inc. : ondernemerschap en arbeidsparticipatie in aandachtswijken
    Den Haag : RWI, 2007.
    Handreiking
    Onderzocht wordt welke bijdrage vergroting van de arbeidsparticipatie kan leveren aan de sociale cohesie en de leefbaarheid van de veertig aandachtswijken en welke concrete initiatieven en ideeën er in de private sector bestaan om invulling te geven aan wijkgerichte projecten ter oplossing van de arbeidsmarktproblematiek? De RWI is van mening dat er goede mogelijkheden zijn om de sociaal-economische situatie in de probleemwijken te verbeteren. De RWI bepleit slimme, innovatieve deals en coalities tussen bedrijfsleven, projectontwikkelaars, gemeenten, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en bewoners. Hiermee kunnen de bedrijvigheid en werkgelegenheid – en daarmee ook de leefbaarheid – in de wijken toenemen. Ook de landelijke overheid, uitkeringsinstanties en re-integratiebedrijven moeten hun aanpak bijstellen. Voor bedrijven geldt dat in de probleemwijken onbenut arbeidspotentieel schuilgaat. Hiermee kunnen zij hun nijpende personeelstekorten tegengaan. Opmerkelijk is ook dat uit onderzoek is gebleken dat in deze wijken meer mensen aan het werk willen dan altijd werd aangenomen. (B26468)

  • Kamer van Koophandel Nederland, Bedrijvendynamiek 2006 : oprichting en opheffing van bedrijven in Nederland
    [Woerden] : KvK Nederland, 2007.
    Uit het rapport blijkt dat aantal bedrijven dat per jaar wordt opgeheven zich in 2006 ten opzichte van voorgaande jaren heeft gestabiliseerd. Omdat het aantal opgerichte bedrijven de laatste jaren fors is toegenomen, vertoont het totale aantal bedrijven in Nederland een flinke groeispurt. De afgelopen drie jaar is ondernemen steeds populairder geworden en zijn er veel bedrijven opgericht. 2006 was hierbij een topjaar waarin er in Nederland in totaal 85.000 nieuwe bedrijven zijn gestart. Terwijl het aantal oprichtingen elk jaar is toegenomen, heeft het aantal opheffingen sinds vier jaar zich gestabiliseerd op 60.000. Van deze opheffingen ging circa 7% gepaard met een faillissement. Dit percentage is al jaren min of meer stabiel. In 2006 is het bedrijfsleven per saldo met 60.000 bedrijven toegenomen. Op 1 januari 2007 bedroeg het totaal aantal bedrijven in Nederland hierdoor bijna 1,1 miljoen. (B26137)

  • Min. SZW; Meijaard, J.; Bruins, A.; Folkeringa, M.; Jansen, B. H. G., Allochtoon ondernemerschap vanuit een uitkeringssituatie : meer ruimte voor ondernemerschap door een beter reïntegratieproces
    Den Haag : Min. SZW, 2007.
    Werkdocumenten, nr. 389
    Verslag van een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar redenen dat allochtone uitkeringsgerechtigden minder vaak een eigen bedrijf beginnen. Het onderzoek is uitgevoerd in vier stappen. In de eerste stap lag de focus op stimuli en belemmeringen voor ondernemerschap. In de tweede stap stond centraal of bepaalde stimuli en belemmeringen speciaal of extra gelden voor (allochtone) uitkeringsstarters. Ten derde is onder deze groepen zelf nagegaan wat het beeld is van ondernemerschap en hoe actie naar ondernemerschap wordt genomen. Tot slot zijn met beide groepen samen (experts en starters) oplossingen gezocht voor de knelpunten voor allochtone uitkeringsgerechtigden om het starten door te zetten. (B26114)

  • EIM; Kok, J. M. P. de; Winnubs, M. E., De senior ondernemer in de zilveren economie : over het belang van senioren als beginnende ondernemers
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    In dit rapport worden cijfers en inzichten over beginnende senior ondernemers gepresenteerd. Een beginnende senior ondernemer wordt hierbij gedefinieerd als iemand die 45 jaar of ouder is op het moment dat hij of zij ondernemer wordt. De gepresenteerde cijfers over (junior en senior) starters zijn gebaseerd op het starterspanel van EIM. Bij de instroom hebben deze starters diverse vragen beantwoord over o.a. de tijd die ze in hun nieuwe bedrijf steken, de belangrijkste motieven om een nieuw bedrijf te starten en knelpunten waar ze in de praktijk tegenaan lopen. Deze beginnende ondernemers worden vervolgens gedurende een aantal jaren gevolgd. Voor dit onderzoek hebben we gebruik gemaakt van de eerste drie jaargangen van het starterspanel (1998, 1999 en 2000). (B26035)

  • EIM; Jong-'t Hart,P. M.; Verhoeven, W. H. J., International benchmark ondernemerschap : benchmark ondernemerschap, bedrijvendynamiek en snelle groeiers
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    In 1996, 1999 en 2001 heeft EIM een internationaal benchmarkonderzoek uitgevoerd naar ondernemerschap en bedrijvendynamiek. In 1998 en 2001 is een benchmark uitgevoerd naar zeer snelgroeiende bedrijven. Dit rapport is een update van voorgenoemde onderwerpen. Het dient als onderbouwing voor het ondernemerschapsbeleid en de positionering van Nederland voor de concurrentietoets. (B26026)

  • EIM; Folkeringa, M.; Jong-'t Hart, P. de, Een eigen bedrijf : loon naar werken? : cijfers en achtergronden over inkomens van ondernemers 1990-2004
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Het rapport schetst een totaalbeeld van de inkomenspositie van ondernemers en bevat analyses van de belangrijkste trends in de periode 1990-2004. Het rapport geeft antwoord op vragen als: Wat is de hoogte van het gemiddelde inkomen van ondernemers, en hoe heeft dit zich ontwikkeld in de afgelopen jaren? Zijn er verschillen tussen starters en 'gevestigde' ondernemers? Verdienen ondernemers in de Randstad meer dan ondernemers 'in de provincie'? (B26012)

  • CBS; Min. EZ, Het Nederlandse ondernemingsklimaat in cijfers 2007
    Voorburg : CBS, 2007.
    In de publicatie wordt aan de hand van een honderdtal indicatoren het ondernemingsklimaat in Nederland in internationaal perspectief geplaatst. Deel I van de publicatie schetst allereerst een theoretisch kader en geeft vervolgens een beschrijving van de uitkomsten van de indicatoren. Het betreft de indicatoren die te maken hebben met de uiteindelijke output van de ‘BV-Nederland’, de prestaties van de Nederlandse economie. De drijvende krachten achter de economische prestaties, ofwel de aanjagers van economische groei, komen in deel II aan de orde. Als aanjagers worden besproken: menselijk kapitaal en arbeidsaanbod (o.a. hoogopgeleiden, arbeidsparticipatie naar opleidingsniveau, kennismigratie hoogopgeleiden, levenlang leren), innovatie, kapitaal, ondernemerschap, en marktwerking. De factoren die als randvoorwaarden een rol spelen bij het ondernemingsklimaat komen in deel III aan bod: macro-economische condities (o.a. saldo overheidsfinanciën), functioneren van de overheid (o.a. digitale overheidsdiensten), infrastructuur en maatschappij. Deze vergelijking levert in hoofdlijnen het volgende beeld op. Nederland scoort op veel aspecten van het ondernemingsklimaat gemiddeld tot goed. Dat geldt vooral voor de randvoorwaarden van economische groei, zoals de macro-economische condities en het functioneren van de overheid. Innovatie en ondernemerschap – beide cruciaal voor de ontwikkeling van productiviteit en uiteindelijk economische groei – lijken de grootste knelpunten voor Nederland te zijn. (B25959)

  • Rusinovic, K., Dynamic entrepreneurship : first and second-generation immigrant entrepreneurs in Dutch cities : proefschrift Erasmus Universiteit
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2006.
    IMISCOE dissertations
    Migranten van de tweede generatie in Nederland blijken als ondernemer aanmerkelijk succesvoller dan hun collega’s van de eerste generatie. Dit blijkt uit de studie Dynamic Entrepreneurship van Katja Rusinovic. Rusinovic volgde voor haar promotieonderzoek langdurig eerste en tweede generatie migrantenondernemers in de vier grote steden. De resultaten van Rusinovic' studie laten zien dat de overlevingskansen van de tweede generatie groter zijn dan van eerste generatie migranten. Migranten van de tweede generatie vinden vaker hun weg naar financiële en andere (overheids)instanties waardoor zij minder afhankelijk zijn van steun uit eigen kring dan eerste generatie migranten. Ook richt de tweede generatie zich voornamelijk op klanten buiten de eigen etnische gemeenschap. Zakelijke contacten in het herkomstland blijven voor zowel de eerste als de tweede generatie een rol van betekenis spelen. Met hun keuze voor andere sectoren, zoals internetbedrijven, accountancy kantoren of adviesbureaus, hun oriëntatie op de Nederlandse samenleving, hun dynamiek en kansen op economisch succes maakt de tweede generatie een drastische bijstelling van het traditionele beeld van migrantenondernemers noodzakelijk. (B25865)

  • EIM; Min. EZ, Entrepreneurship in the Netherlands : high growth enterprises; running fast but still keeping control
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    A200701
    Allereerst gegevens over de ontwikkeling van ondernemerschap in Nederland, afgezet tegen ontwikkelingen in andere EU-landen en de Verenigde Staten. Verder kwalitatieve informatie over snel groeiende ondernemingen en hun rol in de Nederlandse economie. Ten slotte de rol van openbaar beleid en recente beleidsinitiatieven en management van groeiende ondernemingen. (B25777)

  • Klamer, H.; Lambregtse, C.; Oorschot, A. van ; Verstraeten, J. ; Starren, H.; Ver. VNO/NCW, Leiderschap : ondernemers over hun visie, aanpak en motieven
    Den Haag : VNO/NCW, 2007.
    Kerstboekje van het VNO/NCW waarin twee deskundigen en zeven leiders aan het woord komen. Ze vertellen over de manier waarop zijzelf leiding geven, over hun dilemma's en over de uitdagingen waar zij in hun organisaties voor staan. Interviews met Peter Elverding, Sybilla Dekker, Henk Willem van Dorp, Wolter Smit, Jacqueline Rijsdijk, Kardinaal Simonis en Piet van Schijndel. (B25763)

  • SMO; [et al.], Ondernemen in 2015 : strategische opties in de belevingseconomie
    Den Haag : SMO, 2006.
    SMO, nr. 2006-4
    Eerst komen macro-economische verwachtingen tot 2015 aan bod, vervolgens wordt stilgestaan bij de oorzaken van veranderingen in het consumentengedrag. Verder visie op de ontwikkelingen in vijf sectoren die gezamenlijk meer den 80% van de consumptieve uitgaven betreffen. Tenslotte een beschouwing over de nieuwe instituties die in de belevingseconomie van 2015 een belangrijke rol gaan spelen. (B25779)

  • Min. EZ; Expertgroep KMO financiering, Vermogen om te ondernemen : de Nederlandse finance gap : eindrapport van de Expertgroep KMO financiering
    Den Haag : Min. EZ, 2007.
    Onderzoek naar de financieringsproblematiek van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO). In de studie is op een nieuwe manier naar het probleem van de zogenaamde finance gap gekeken. Met de term finance gap wordt bedoeld een situatie waarin ondernemingen geen vermogen kunnen aantrekken terwijl de bestemming van dat vermogen rationeel was geweest. Daarmee wordt afbreuk gedaan aan de groeiambities van een economie. De expertgroep concludeert dat erg weinig Nederlandse bedrijven méér willen groeien dan zij uit eigen middelen kunnen financieren. Daarmee blijft veel groeipotentieel onbenut. De belangrijkste knelpunten op financieringsgebied liggen bij starters en technologiebedrijven. De expertgroep doet in het rapport aanbevelingen voor oplossingen van de problematiek. De expertgroep ziet een belangrijke rol voor marktpartijen als banken, participatiemaatschappijen, informal investors en bedrijfsadviseurs bij de aanpak van de knelpunten. (B25734)

  • Kenniscentrum voor Ordeningsvraagstukken; Min. EZ; Blokland, D.; [et al.], Publieke belangen en aandeelhouderschap : essays over de borging van publieke belangen door publiek aandeelhouderschap
    Den Haag : Min. EZ, 2007. 89 p.
    De bundel bevat essays van een aantal prominente Nederlandse wetenschappers over de bijdrage die publiek aandeelhouderschap kan leveren aan de borging van publieke belangen. Het essay: 'De behartiging van publieke belangen door aandeelhouderschap' van Hendrik-Jan de Ru, Gerard van Solinge en Jeroen Bleeker van Allen & Overy belicht het juridisch kader waarbinnen de overheid als aandeelhouder opereert. Arnout Boot van de UVA hanteert een economisch perspectief op publiek aandeelhouderschap in zijn essay 'Overheid als aandeelhouder'. In het essay 'De doorgang in de Straat van Messina: privatiseren met geborgde publieke belangen' laten Ernst ten Heuvelhof en Helen Stout van de TU Delft tenslotte vanuit een bestuurskundige invalshoek zien hoe publiek aandeelhouderschap kan bijdragen aan de borging van publieke belangen.
    Omslagtitel: Essaybundel publieke belangen en aandeelhouderschap. Zie ook gelijknamige eindrapportage: B25145 (B25634)

  • EIM; [et al.], Succes in Nederland : casestudies van zeven succesvolle bedrijven
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Doel van deze studie is om voor een aantal succesvolle jonge bedrijven de ontwikkeling te beschrijven en vervolgens te verklaren. Hierbij wordt aangesloten bij theorieën over groei en ontwikkeling van bedrijven en theorieën over ondernemerschap. Aan de hand van bestaande inzichten worden zeven bedrijven tegen het licht gehouden. Daarbij is niet alleen nagegaan wat heeft bijgedragen tot het succes. Getracht is om ook een omvattender beeld te krijgen van succesvolle bedrijven. Vragen die centraal staan zijn: hoe is het idee ontstaan en hoe is vervolgens de stap gezet naar ondernemerschap? Hoe zijn in de eerste levensfase van het bedrijf knelpunten overwonnen die bijvoorbeeld voortkomen uit de beperkte schaal van een startend bedrijf? Welke fasen zijn sinds de start van het bedrijf doorlopen en welke veranderingen moesten daarbij worden doorgevoerd? Ten slotte is nagegaan welke toekomstperspectieven deze bedrijven voor zichzelf hebben en hoe zij denken ook in de toekomst succesvol te kunnen zijn. De zeven bedrijven die in de studie onderzocht zijn: Alex beleggersbank, Gsus, Makelaarsland.nl, MarketXS, Rituals, Route Mobiel, Q-Park. (B25612)

  • Cramer, J., Duurzaam ondernemen : van defensief naar innovatief : rede
    Utrecht : Universiteit Utrecht, 2006.
    Inaugurele rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Universiteit van Utrecht. Er wordt een overzicht geschetst van de stand van zaken op het gebied van duurzaam ondernemen in theorie en praktijk. De uitdaging waarvoor bedrijven nu staan, is om duurzaam ondernemen dusdanig te verankeren, dat het leidt tot brede betrokkenheid binnen de organisatie en tot verdergaande vernieuwing op het gebied van duurzame ontwikkeling. (B25459)

  • Wennekers, A. R. M., Entrepreneurship at country level : economic and non-economic determinants : proefschrift Erasmus Universiteit
    Leidschendam : A. R. M. Wennekers, 2006.
    Series Research in Management, nr. 81
    In Nederland is het aantal zelfstandige ondernemers op de totale beroepsbevolking de afgelopen twintig jaar sterk gegroeid. Maar vergeleken met andere rijke landen als Engeland, Ierland, de VS en Canada worden er weinig nieuwe bedrijven opgericht. Waar ligt dat aan? De promovendus onderzocht het zelfstandige ondernemerschap in een groot aantal rijke en armere landen en analyseerde welke factoren de groei ervan bepalen. Zo keek hij naar technologische, economische en demografische trends en de cultuur en instituties van een land. Rijke landen laten doorgaans minder ondernemerschap zien dan arme. In armere landen beginnen veel mensen een eigen onderneming uit pure noodzaak. Maar vanaf een zeker inkomen per hoofd van de bevolking gaat dit negatieve verband tussen economische ontwikkeling en ondernemerschap niet langer op. In de allerrijkste landen zie je juist dat een groeiende dienstensector en een toenemende waardering voor autonomie leiden tot meer ondernemerschap. Mondiale trends als de voortgaande ICT-revolutie en de opkomst van een netwerkeconomie hebben een positieve invloed. Ook gedijt het ondernemerschap beter in een cultuur waarbij de beroepsbevolking onzekerheid niet meer koste wat kost probeert te vermijden. Er zijn in de meeste rijkere landen ook belemmerende factoren voor het ondernemerschap. Zo leiden hogere uitgaven voor sociale zekerheid tot minder ondernemerschap. Als men ondernemer wordt, geeft men een aantal zekerheden op. Ook een hoge baanzekerheid voor werknemers blijkt remmend te werken. (B25432)

  • EIM; Jong-'t Hart, P. M. de; Meijaard, J., Geef richting, geen regels! : praktische oplossingen om groeibelemmeringen van ambitieuze ondernemers te voorkomen
    Zoetermeer : EIM, 2006.
    Dit rapport behandelt enkele belemmeringen waarmee ondernemers geconfronteerd (kunnen) worden wanneer zij willen groeien. Besproken worden belemmeringen m.b.t. arbeidsovereenkomsten (het aannemen en kwijtraken van personeel), veranderingen in wet- en regelgeving, regels rond procedures bouw- en bestemmingsplannen. (B25436)

  • CDA, Wetenschappelijk Inst.;[et al.], Gezocht : maatschappelijke vernieuwers. Gevonden : de ondernemer
    Den Haag : CDA, WI, 2006.
    Publicatie van het Wetenschappelijke Instituut voor het CDA
    Dit boek is een bundeling van verhalen over mensen. De mensen die aan het woord komen, zijn allemaal ondernemers, die durf en doorzettingsvermogen hebben getoond om hun ideeën te verwezenlijken. Ondernemerschap vormt een drijvende kracht voor innovatie en welvaartsontwikkeling in Nederland. In dit boek gaat het om private initiatieven waarmee tegelijk maatschappelijke waarde wordt gecreëerd. Mensen die in sectoren als zorg, onderwijs, landbouw, mobiliteit en duurzaamheid vernieuwing brengen. De ondernemers in dit boek vertellen wat er naar hun idee beter zou kunnen. (B25322)

  • Baycan-Levent, T.; Nijkamp, P.; VU Amsterdam, Migrant female entrepreneurship : driving forces, motivation and performance
    Amsterdam : VU Amsterdam, 2006.
    Research Memorandum, nr. 2006-18
    Onderzoek naar ondernemerschap door vrouwelijke migranten. Gekeken wordt naar de drijvende kracht achter ondernemerschap door vrouwelijke migranten, motivatie en prestaties. (B25255)

  • Sahin, M; [et al.], Migrant entrepreneurship form the perspective of cultural diversity
    Amsterdam : VU, 2006.
    Research memorandum, nr. 2006-16
    Onderzoek naar de sociaal-economische en culturele aspecten van ondernemerschap door migranten. Gekeken wordt naar de diverse migranten groepen ondernemers in Nederland en naar hun onderlinge verschillen. (B25254)

  • Min. SZW, Rapportage ondersteuning sociaal ondernemen in Nederland
    Den Haag : Min. SZW, 2006.
    Verkenning m.b.t. de groep sociaal ondernemers. Dit zijn zelfstandige ondernemers met een dubbele doelstelling, een economische en sociale. In de rapportage ligt de focus vooral op particuliere ondernemingen in de opstartfase die zich richten op de inschakeling van gedeeltelijk arbeidsgeschikten en naar financiële onafhankelijkheid streven. In ze rapportage wordt, naar aanleiding van de motie Bussemaker en De Vries (Tweede Kamer 28333, nr.61) over het bieden van ondersteuning aan sociaal ondernemers tijdens de opbouwfase, verslag gedaan van een kwalitatieve verkenning. De rapportage gaat in op de definitie die voor sociaal ondernemen gehanteerd wordt, bevat een omgevingsanalyse en verwoordt de signalen van ervaringsdeskundigen. Vervolgens wordt het Nederlandse en het Belgische instrumentarium om de inschakeling van gedeeltelijk arbeidsgeschikten te bevorderen beschreven. De rapportage wordt afgesloten met een vergelijking tussen het instrumentarium in Nederland en België. (B25220)

  • CDA, Wetenschappelijk Inst., Vertrouwen in ondernemers
    Den Haag, CDA, WI, 2006.
    Perspectieven
    Het zelfstandig ondernemerschap speelt een essentiële rol in de Nederlandse economie en neemt in belang en verscheidenheid toe. Door economische en maatschappelijke ontwikkelingen is in de toekomst meer ondernemerschap nodig. Daarom moet ondernemerschap worden gestimuleerd, dit rapport doet daartoe een aantal aanbevelingen. Daarnaast wordt ingegaan op de vragen: wat drijft de individuele ondernemer? Hoe kunnen we de Nederlandse ondernemerseconomie in historisch en internationaal perspectief beoordelen? Hoe verhoudt het nieuwe ondernemerschap zich tot christen-democratische politieke filosofie. (B25192)

  • Meijaard, J.; EIM; MKB-Nederland, Raad op maat : ondernemers, vraag en aanbod : ondernemerschap in perspectief
    [Amsterdam] : ING Bank, 2006.
    In het onderzoek wordt nagegaan in hoeverre de Nederlandse adviesstructuur aansluit bij de behoeften van ondernemers. Waar liggen de behoeftes, hoe wordt de informatie aangeboden? Zijn ondernemers tevreden over de adviezen die zij krijgen? Wat zou beter kunnen? Verschillen autochtone en allochtone ondernemers in hun adviesbehoeften en zijn er verschillen tussen generaties? Uit het onderzoek blijkt dat er veel overeenkomsten zijn maar ook veel verschillen. Zo vormen belasting en wet- en regelgeving voor alle ondernemers de belangrijkste knelpunten en zijn jonge ondernemers –allochtoon en autochtoon– minder geneigd betaalde adviseurs in te schakelen dan oudere ondernemers. Veel allochtone ondernemers zien het nut van betaalde adviezen voor hun bedrijfsvoering niet in. Ze zoeken liever steun bij familie of vrienden. (B25154)

  • Kamer van Koophandel Nederland, 40.000 werknemers hebben eigen bedrijf : onderzoek naar flexondernemers
    Woerden : Kamer van Koophandel, 2006.
    Dit rapport bevat een analyse van de resultaten van een onderzoek naar flexondernemers. Een flexibel ondernemer, kortweg een flexondernemer, is volgens de definitie van de Kamer van Koophandel een ondernemer die parttime met zijn onderneming bezig is (parttime ondernemer) en daarnaast een (parttime) baan in loondienst heeft. Het onderzoek geeft inzicht in de achtergronden van deze kansrijke ontwikkeling. Het flexondernemerschap is kansrijk omdat het laagdrempelig is: de ondernemer kan terugvallen op een vast inkomen uit een baan en kan aanspraak maken op de sociale zekerheid. Hierdoor zal hij eerder bereid zijn risico te nemen met (het starten van) een bedrijf. De aanleiding voor het onderzoek was het feit dat de groep parttime ondernemers, waarvan de flexondernemers integraal onderdeel uitmaken, de afgelopen jaren flink is toegenomen. In 3 jaar tijd kwamen er ruim 30.000 bij. (B25105)

  • Ver. VNO-NCW; MKB Nederland, Nederland kán winnen : 93 adviezen van ondernemend Nederland voor 2007-2011
    Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2006.
    Gezamenlijk manifest van VNO-NCW en MKB-Nederland. Hierin doen de beide organisaties 93 aanbevelingen aan de politieke partijen die bezig zijn met het samenstellen van hun programma's voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 22 november. Met de titel 'Nederland kán winnen' willen de werkgeversorganisaties tot uitdrukking brengen dat de uitgangspositie van de Nederlandse economie niet zo slecht is als soms wordt verondersteld. Met de juiste maatregelen, kan Nederland weer "koploper in Europa" worden. De organisaties pleiten voor een drastische reorganisatie van de overheid. Daarbij hoort een drastische sanering van het aantal ministeries en de invoering van scherpe normen voor de aanpak van de bureaucratie ('overhead') bij de overheid, in het onderwijs en bij de politie. Verder willen de ondernemers dat het aantal vergunningstelsels drastisch wordt verminderd en dat Nederland ophoudt Europese wetgeving telkens te voorzien van een 'nationale kop'. De organisaties pleiten voor lastenverlichting, onder andere via lagere tarieven van loon- en inkomstenbelasting. Ze willen verder dat de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrente voor alle inkomensgroepen intact blijft. In het manifest wordt ook veel aandacht besteed aan verbetering van het onderwijs, dat teveel op de middelmaat gericht zou zijn en te weinig rendement oplevert. In plaats van méér geld voor onderwijs pleiten de ondernemers allereerst voor betere besteding van de huidige middelen. (B25018)

  • Kamer van Koophandel Nederland, Rapport startersprofiel 2005 : startende ondernemers in beeld
    Woerden : Kamer van Koophandel Nederland, 2006.
    Jaarlijks onderzoek naar achtergrondkenmerken van startende ondernemers. In totaal hebben in 2005 ruim 80.000 mensen een onderneming gestart. Dit zijn er 10.000 meer dan in 2004. Tezamen zijn door deze ondernemers in 2005 ruim 75.000 nieuwe bedrijven opgericht. Veruit de grootste groep ondernemers is gestart in de dienstensector. Het aandeel vrouwelijke starters is de afgelopen jaren steeds verder toegenomen. De meest populaire branches waarin vrouwen startten zijn schoonheidsverzorging en kapper. In 2005 was voor het tweede achtereenvolgende jaar sprake van een forse groep (3.100) startende ondernemers uit de jongste EU-lidstaten in Oost- en Zuid-Europa. Van deze groep is veruit het grootste deel (2.600 starters) van Poolse komaf. In 2004 schreven 1.200 nieuwe Poolse ondernemers zich in bij de Kamer van Koophandel. Polen heeft hiermee Turkije van de eerste plaats verdrongen als belangrijkste land van herkomst van buitenlandse startende ondernemers. (B24716)

  • EIM, Een blik op MKB en ondernemerschap in 2015 : scenario's op basis van de CPB-vergezichten voor de Nederlandse economie
    Zoetermeer : EIM, 2006.
    Met de CPB-studie 'Vier vergezichten op Nederland' (B23276) als uitgangspunt heeft onderzoeksbureau EIM eveneens vier scenario's geschetst die de ontwikkelingen in het komende decennium voor het Nederlandse MKB en Ondernemerschap in verschillende perspectieven zetten. Naast algemene trends zoals vergrijzing en 'verdienstelijking' die de Nederlandse economie en het bedrijfsleven in het bijzonder beïnvloeden, kunnen zich op middellange termijn enkele sterke veranderingen in de economie voordoen. Het betreft enerzijds belangrijke internationale (EU-)afspraken waardoor internationale politieke besluiten prevaleren boven nationale, en anderzijds substantiële wijzigingen in de welvaartsstaat waarin individualisme het wint van collectivisme. Deze belangrijke veranderingen zullen hun impact hebben op de ontwikkeling van het MKB en van verschillende verschijningsvormen van ondernemerschap. De manier waarop hangt echter af van het scenario dat het meest opgeld zal doen: Regional Communities, Strong Europe, Transatlantic Market of Global Economy. (B24649)

  • Min. SZW, Eigen baas, een werkend alternatief : eindrapport van de projectgroep Stimulering Ondernemerschap SZW
    Den Haag : Min. SZW, 2006.
    Onderzoek naar de belemmeringen op het terrein van de sociale zekerheid voor het starten van een eigen bedrijf. De rapportage is opgebouwd vanuit het oogpunt van transities: De overstap van werknemer naar ondernemer, van werkloos naar ondernemer en de onderneming in ontwikkeling. Wat betreft de overstap van werknemer naar ondernemerschap wordt ingegaan op belemmeringen m.b.t. werkloosheid en pensioenopbouw en de mogelijkheden op het gebied van levensloop. In het hoofdstuk over 'van werkloos naar ondernemer' komen aan de orde: de duurzaamheid van de start, motieven van de starter, het ombuigen van de beeldvorming over het starten van een eigen bedrijf, het bieden van kennis en informatie, mogelijkheden in wet en regelgeving om te starten vanuit een uitkering, actieve ondersteuning van goede praktijken. Het hoofdstuk 'de onderneming in ontwikkeling' tot slot gaat in op de: kredietverlening, zzp'ers, werkgeverschap, ontslagvergoeding, ouderschapsverlof, zorgverlof en educatief verlof voor ondernemers, ziekte en arbeidsongeschiktheid. (B24639)


    Min. EZ, Meer actie voor ondernemers! : voortgangsrapportage 2005
    Den Haag : Min. EZ, 2005.
    De publicatie bevat de resultaten van het ondernemerschapsbeleid 2005. De voortgangsrapportage richt zich met name op de uitwerking van aangekondigde acties uit de eerdere beleidsbrieven en Kamerdebatten. Allereerst wordt een beeld geschetst van het ondernemerschap in Nederland. Vervolgens worden de belangrijkste ontwikkelingen en resultaten van de actieplannen, start, groei en bedrijfsoverdracht en bedrijfsbeëindiging geschetst. In bijlage 1 van het rapport wordt de stand van zaken van de 43 actielijnen uit de brief “In actie voor ondernemers!” nauwkeurig weergegeven. Bijlage 2 geeft, conform de toezegging in het AO van 1 september, een overzicht van de stand van zaken van de acties in het actieplan "Nieuw Ondernemerschap". (B24393)

  • Cramer, J., Duurzaam ondernemen uit en thuis : internationaal duurzaam ondernemen : praktijkervaringen
    Assen : Van Gorcum, 2005.
    Duurzaam ondernemen houdt niet op bij de landsgrenzen. Bedrijven die wereldwijd opereren worden steeds vaker aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Van hen wordt verwacht dat zij, naast het behalen van financieel rendement, ook zorgvuldig omgaan met het milieu, de werknemers en de mensen in de lokale omgeving. Bedrijven die zich hiervoor inzetten, komen echter voor allerlei vragen te staan. Hoe kunnen zij bijvoorbeeld het beste omgaan met het spanningsveld tussen de naleving van internationale gedragsregels en specifieke lokale omstandigheden? Hoe kunnen zij maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen voor de internationale productketen(s) waarin zij werken? En hoe kunnen zij bijdragen aan de lokale economie van ontwikkelingslanden? De publicatie geeft antwoord op bovenstaande vragen. (B24326)

  • Uffelen, R. van; [et al.], Succes met innovatief ondernemerschap : ondernemers in beeld die zijn genomineerd voor de prijs 'Agrarisch Ondernemer van het Jaar'
    Den Haag : LEI, 2005.
    Rapport, nr. 2.05.04
    In 2005 reikt het Agrarisch Dagblad voor de 10e maal de prijs uit van 'Agrarisch ondernemer van het jaar'. Het LEI heeft onderzoek gedaan naar het succes van ondernemers die genomineerd zijn geweest voor deze prijs. Daarvoor is een enquête en workshop uitgevoerd met deze groep. In het onderzoek onder de genomineerde ondernemers van de afgelopen 9 jaar, stonden derhalve de volgende vragen centraal: Wat hebben de voorbeelden van succesvol ondernemerschap met elkaar gemeen?; Wat is bij de ondernemers het huidige beeld van succesvol ondernemerschap?; Is succes met ondernemerschap eenmalig (ten tijde van de nominatie) of blijvend?; Welke uitdagingen zien de ondernemers voor de toekomst, en wat vraagt dit van hen? Uit het onderzoek blijken succesvolle ondernemers onder andere initiatiefrijk, creatief, samenwerkingsgericht, vasthoudend met organisatorisch vermogen Vanuit een visie combineren ze op unieke wijze ontwikkelingen in hun omgeving met de sterke punten van zichzelf en hun bedrijf tot doelen waaraan ze slagvaardig werken. (B23644)

  • Min. EZ; Kenniscentrum voor ordeningsvraagstukken, Wagend presteren : naar een cultuur van ondernemerschap in (semi)-publieke sectoren
    Den Haag : Min. EZ, 2005.
    Dit rapport is een weergave van een onderzoek van het Kenniscentrum voor Ordeningsvraagstukken naar ondernemerschap bij (semi)-publieke instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en woningcorporaties. Het rapport geeft aan wat deze instellingen onder ondernemerschap verstaan; welke kenmerken binnen de organisatie invloed hebben op de mate van ondernemerschap en welke buiten de organisatie (klanten, concurrenten, de overheid). Het rapport geeft een beschrijving van ondernemerschap per sector: ziekenhuizen, lagere scholen en woningcorporaties. (B23665)

  • EIM; Jong, G. de; Velden, A. J. van der, Voorbeeldig ondernemen bij bedrijfsoverdracht in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    In de komende vijf jaar bereiken in Nederland in totaal ongeveer 100.000 ondernemers de leeftijd waarop ze met pensioen gaan. Nederland staat dus aan de vooravond van een enorm aantal bedrijfsoverdrachten. De vraag waar het onderzoek om draait is: Spelen de elders al bewezen factoren voor succesvol ondernemen ook een rol in de praktijk van bedrijfsoverdracht? Op grond van literatuuronderzoek en een vijftal voorbeeldbedrijven die met bedrijfsoverdracht te maken hadden, heeft EIM geconstateerd, dat veel van de uit de literatuur bekende succes- en faalfactoren ook in de praktijk van bedrijfsoverdracht worden ervaren. Zowel persoonlijkheidskenmerken als zakelijke competenties dekken elkaar goeddeels af. Bovendien worden beide vaak teruggevonden in de beschrijvingen van de (voltooide) bedrijfsoverdracht in de vijf voorbeeldbedrijven. (B23673)

  • EIM; Braaksma, R.; Jong, J. de, Spin-offs van grote bedrijven in Nederland : een verkennend onderzoek
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    Spin-offs zijn bedrijven die door, of met steun van het moederbedrijf zijn gestart. In dit onderzoeksrapport wordt verslag gedaan van spin-offs van middelgrote bedrijven (100-1000 werknemers) in Nederland. Het doel van dit onderzoek is te verkennen hoe vaak grote bedrijven spin-offs oprichten, wat de kenmerken zijn van deze spin-offs, en wat de motieven en kenmerken zijn van hun moederbedrijven. Jaarlijks gaan zo'n 350 spin-offs van start vanuit middelgrote bedrijven, dit zijn bedrijven met 100 tot 1000 werknemers. Het Nederlandse innovatiebeleid richt zich anno 2005 nadrukkelijk op het realiseren van meer kennisoverdracht tussen onderwijs en bedrijfsleven. Het starten van spin-off bedrijven vanuit kennisinstellingen krijgt daarbij veel aandacht. (B23675)

  • EIM; [et al.], Nieuw ondernemerschap in herstel : Global Entrepreneurship Monitor 2004 Nederland
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    In 2004 is de mate van nieuw ondernemerschap in Nederland gestegen ten opzichte van 2003. Onder nieuw ondernemerschap wordt verstaan het aantal mensen dat actief bezig is een onderneming op te zetten of ondernemer is in een bedrijf jonger dan 42 maanden. Ook het aandeel personen dat aangeeft de komende jaren een bedrijf te willen starten is in 2004 gestegen. Nieuwe ondernemers in Nederland zijn vaak hoog opgeleid en te vinden in het westen van het land. Ze bevinden zich vooral in de leeftijdscategorie 25-44 jaar. Er zijn twee keer zoveel mannelijke als vrouwelijke nieuwe ondernemers in Nederland, een patroon dat ook in de meeste andere landen zichtbaar is. Dit komt naar voren uit deze Nederlandse rapportage in het kader van de Global Entrepreneurship Monitor (GEM), een jaarlijks internationaal onderzoek. Onderzoeksbureau EIM heeft het Nederlandse gedeelte van dit onderzoek uitgevoerd. (B23787)

  • Min. EZ; [et al.], Actieplan 'Nieuw ondernemerschap' : kansen benutten
    Den Haag : Min. EZ, 2005.
    Het Actieplan ‘Nieuw Ondernemerschap’ heeft tot doel het versterken van ‘nieuw ondernemerschap’ door middel van concrete acties. Deze zijn gericht op het wegnemen van barrières voor nieuwe ondernemers, en ook op het vergroten van de positieve bijdrage die nieuwe ondernemers hebben aan het ondernemerslandschap in Nederland. Het actieplan geeft allereerst een analyse van het nieuw ondernemerschap in Nederland. Vervolgens beschrijft het tegen welke barrières nieuwe ondernemers oplopen. Daarna worden de beleidsacties geformuleerd die tot doel hebben om tot meer en betere nieuwe ondernemers te komen, o.a. Stimuleren ondernemerschap als bron voor werkgelegenheid en arbeidsintegratie; Stimuleren vrouwelijke nieuwe ondernemers; Stimuleren ondernemerschap bij inburgering. (B23857)

  • SMO; EIM; [et al.], Maatschappelijk urgentie van ondernemerschap
    Den Haag : SMO, 2005.
    SMO, nr. 2005-3
    In de publicatie staat de maatschappelijke urgentie van ondernemerschap centraal. Allereerst wordt het maatschappelijk belang van ondernemerschap uit de doeken gedaan. Vervolgens wordt uiteengezet waarom meer ondernemerschap in vele soorten en maten onvermijdelijk is. Hierna worden de Nederlandse prestaties op het gebied van ondernemerschap beoordeeld in internationaal perspectief. Dit wordt gevolgd door een kritische analyse van het klimaat voor starters en jonge bedrijven in Nederland. Het boek sluit af met beleidsaanbevelingen. (B23913)

  • CBS, De Nederlandse economie 2004
    Voorburg : CBS, 2005.
    De publicatie geeft een overzicht van recente sociaal-economische ontwikkelingen in Nederland. De rode draad wordt gevormd door de uitkomsten van de nationale rekeningen. Dit stelsel geeft een consistent beeld van de ontwikkelingen op het gebied van bestedingen, productie en financiën. Rond dit centrale thema wordt aandacht besteed aan gerelateerde onderwerpen als arbeid, ondernemerschap en milieu. Hierbij staan vooral de niet in geld uit te drukken aspecten van de economische ontwikkelingen centraal. In de voorliggende publicatie wordt speciale aandacht besteed aan de economische prestaties van Nederland in vergelijking met die van andere EU-landen, de Verenigde Staten en Japan. Hierbij komt ook het snel oplopende handelsvolume met China aan de orde. Verder bevat deze editie enkele thema-artikelen waarbij wordt ingegaan op de ontwikkeling van industriële afzetprijzen, transport en milieu, de kapitaalgoederenvoorraad en aanvullende pensioenen. De capita selecta bevat dit jaar de volgende artikelen: Arbeidsparticipatie, herintreding en uittreding van 50-plussers; De ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit; Arbeidsmarktdynamiek in Nederland. (B24090)

  • Europese Cie, Employment in Europe 2005 : recent trends and prospects
    Luxemburg : EG, 2005.
    Jaarrapport van de Europese commissie over werkgelegenheid. Het rapport schetst de arbeidsmarktsituatie in 2004 (arbeidsparticipatie, deeltijdarbeid), werkgelegenheid per sector, zelfstandig ondernemerschap, ouderen en jongeren op de arbeidsmarkt, gemiddelde leeftijd waarop ouderen de arbeidsmarkt verlaten. Voorts wordt uitgebreid ingegaan op de Europese werkgelegenheidsstrategie en is er een hoofdstuk gewijd aan inkomensverschillen binnen de EU . Het slothoofdstuk is gewijd aan inactieven op de arbeidsmarkt. Ingegaan wordt o.a. op de omvang en kenmerken van deze groep, reden van inactiviteit en lengte van de periode van inactiviteit. (B24186)

  • Min. EZ, Meer actie voor ondernemers! : doelstellingen ondernemerschapsbeleid en voortgang acties
    Den Haag : Min. EZ, 2004.
    In december 2003 heeft de staatssecretaris van EZ namens het kabinet de beleidsbrief "In actie voor ondernemers" (B22386) naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze brief bevat drie actieplannen met daarin maar liefst 43 acties om knelpunten voor ondernemers te verminderen. De actieplannen sluiten aan bij de levensfase van de ondernemer: start, groei & bedrijfsbeëindiging. In de brief "meer actie voor ondernemers!" wordt ingegaan op de doelstellingen van het ondernemerschapsbeleid en de stand van zaken omtrent de 43 acties. Vervolg op: In actie voor ondernemers! (B22936)

  • Min. EZ, 'Public governance en maatschappelijk ondernemerschap' : eindrapport
    Den Haag : Min. EZ, 2004.
    Eindrapport van het onderzoek naar public governance. Het rapport gaat in op de vraag hoe goede governance binnen de instellingen met een maatschappelijke (interne governance), gecombineerd met een goede toezichtsrelatie met de “voedende overheidsorganen” (externe governance), ten goede kan komen aan maatschappelijk ondernemerschap én een adequate publieke verantwoording. (B22940)

  • Min. BZK, Maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van publieke taken
    Den Haag : Min. BZK, 2004.
    Drie maal per jaar vinden in Den Haag debatten plaats over actuele ontwikkelingen in de organisatie van de rijksdienst. Deze debatten hebben een informerende en opiniërende functie. In 2003 waren de ARD-debatten gewijd aan het thema maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van publieke taken. Deze publicatie bevat een verkenning alsmede een samenvatting van de gehouden debatten. De verkenning gaat in op drie vragen: Ten eerste wordt nagegaan welke karaktertrekken de maatschappelijke onderneming heeft. Ten tweede worden suggesties gedaan voor de positionering binnen het overheidsbestuur. En ten derde wordt het vraagstuk bezien van de sturing vanuit de rijksoverheid van een maatschappelijke onderneming. De ARD-debatten 2003 hebben de volgende titels: 1. Maatschappelijke verantwoordelijkheid voor publieke taken: de tovenaar ontgroeit zijn leerlingen; 2. De burger in beeld de uitvoering van publieke taken: de maatschappij dat ben jij; 3. Omgaan met maatschappelijke verantwoordelijkheid voor publieke taken: oude wijn in nieuwe zakken? (B22994)

  • EIM; Bruins, A., Starten in de recessie : startende ondernemers in 2003
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    Publieksrapportage, nr. A200403
    De publicatie geeft inzicht in een groot aantal aspecten van startende ondernemers en hun bedrijven in 2003. De publicatie geeft eerst een beeld van de startende ondernemers zelf. Daarna komen aan de orde; de motieven om een bedrijf te beginnen, de voorbereiding op de start en de kenmerken van het bedrijf. Verder wordt ingegaan op de knelpunten die men heeft ervaren bij het starten van een bedrijf en op de doelstellingen die de ondernemers hebben voor het bedrijf en voor zichzelf. Enkele specifieke groepen starters worden nader in beeld gebracht, nl.: starters van 50 jaar en ouder, starters die al eerder probeerden een bedrijf te starten en starters met werknemers in dienst. (B23025)

  • EIM; Frerichs, F. J.; [et al.], Academic entrepreneurship : a source of competitive advantage
    Rotterdam : Students association le Manageur, 2004.
    Rapport over academisch ondernemerschap in Nederland. Dit rapport is het resultaat van een samenwerkingsverband tussen EIM, de Erasmus Universiteit en de Indiana University (VS). Het onderzoek is grotendeels uitgevoerd door studenten van studievereniging 'Le Manageur' onder supervisie van boven genoemde instanties. Conclusie van het rapport luidt dat overheden die de transfer van kennis willen aanpakken kennisinstellingen moeten helpen een proactieve houding te ontwikkelen ten aanzien van commercialisering en samenwerking met het bedrijfsleven. Het stimuleren van ondernemerszin is een belangrijke maatregel. Spin-offs zijn een goede aanvulling zijn op huidige methoden van kennisoverdracht zoals licenties en contractonderzoek. (B23188)

  • High Level Group, Facing the challenge : the Lisbon strategy for growth and employment : report from the High Level Group chaired by Wim Kok
    Luxemburg : EG, 2004.
    Evaluatie van de Lissabonstrategie door de High Level Group onder voorzitterschap van Wim Kok. Het rapport schetst de economische situatie in de Europese Unie en geeft een analyse van de redenen waarom de Lissabon doelen nog nauwelijks zijn gehaald. Het rapport bespreekt achtereenvolgens het waarom van de Lissabon strategie; de noodzakelijke maatregelen op het gebied van: kenniseconomie, interne markt, ondernemerschap, arbeidsmarkt, duurzame ontwikkeling; en hoe 'Lissabon' een succes kan worden. (B23223)

  • HBD; Tillaart, H. van den; Doesborgh, J.; ITS, Demografie etnisch ondernemerschap in de detailhandel
    Den Haag : HBD, 2004.
    Dit rapport bevat het verslag van een onderzoek naar de stand én de gang van zaken rond het etnisch ondernemerschap in de detailhandel. In het onderzoek stonden de volgende vragen centraal: Hoeveel allochtone ondernemers/bedrijven zijn op dit moment economisch actief in de detailhandel?; Hoe is de verdeling van deze zelfstandig ondernemers naar kenmerken zoals leeftijd, geslacht, etnische herkomst?; In welke mate gaat het om eerste generatie allochtone ondernemers en in welke mate om tweede generatie allochtone ondernemers?; Wat leverde het zelfstandig ondernemerschap de allochtone ondernemers in 2001 op in termen van winst?; Hoe zijn de allochtone ondernemers/bedrijven gespreid over de verschillende detailhandelsbranches én over Nederland?; Wat is de personele omvang en de rechtsvorm van de allochtone bedrijven? Welke ontwikkelingen hebben zich op de hiervoor genoemde punten voorgedaan gedurende de afgelopen 10 jaar, dus in de periode 1993-2004? Uit het onderzoek komt naar voren dat in 1993 er circa 5.000 etnische ondernemers in de detailhandel. Dat zijn er nu 10.000. Daarmee maakt deze groep ondernemers zo’n 8% uit van het totale aantal zelfstandige ondernemers in de detailhandel. (B23319)

  • Pieper, R., Over ondernemen, innovatie en politieke vernieuwing
    [Amsterdam] : Het Financieele Dagblad, 2004.
    Toen de eerste columns van Roel Pieper in Het Financieele Dagblad verschenen, beleefde de Nieuwe Economie haar hoogtijdagen, stonden de Twin Towers fier overeind, was grootschalige boekhoudfraude bij multinationals ondenkbaar en zat het tweede kabinet-Kok nog stevig in het zadel. Ruim honderd columns en enkele jaren later ziet de wereld er heel anders uit. Dit boek bevat een selectie van Piepers columns uit de roerige eerste jaren van de eenentwintigste eeuw. Zijn meest spraakmakende teksten zijn samengebracht, onderverdeeld in thematische hoofdstukken en voorzien van een contextuele inleiding. Ze gaan over grote en kleine aardverschuivingen, in het internationale zakenleven en in de landelijke politiek, en bieden zo een eigenzinnige kijk op de recente geschiedenis. (B23354)

  • EIM, Oudere versus jongere starters
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    Oudere starters blijken in veel opzichten te verschillen van jongere starters. Het rapport 'Oudere versus jonger starters' brengt die verschillen in beeld. Daarbij wordt gekeken naar zowel de startsituatie als naar de prestaties van de bedrijven in de eerste jaren na de start. Wat de startsituatie betreft wordt ingegaan op de keuze voor het ondernemerschap en de achtergrond van het starten. De aandacht voor de prestaties richt zich onder meer op de verschillen ten aanzien van de groei van werkgelegenheid, de investeringen en de omzet. Ook de verschillen in knelpunten die men heeft ervaren en de verschillen in toekomstverwachtingen worden geschetst. Uit het onderzoek blijkt dat oudere startende ondernemers als regel een klein bedrijf beginnen en zij willen dat ook zo houden. De praktijk is hiermee in overeenstemming: bedrijven van de oudere starters groeien in de jaren na de start meestal niet en het investeringsniveau ligt lager. Daarnaast werken de oudere starters vaker parttime in het bedrijf. Daarmee onderscheiden de oudere starters zich van hun jongere collega's, die meer gericht zijn op groei. (B23440)

  • Hulsink, W.; [et al.], Ondernemen in netwerken : nieuwe en groeiende bedrijven in de informatiesamenleving
    Assen : Van Gorcum, 2004.
    De publicatie bevat bijdragen van vele Nederlandse en Belgische specialisten op het gebied van ondernemerschap en netwerken. Zij laten zien dat sociale netwerken van wezenlijke invloed zijn op het succes en de groei van ondernemingen. Hun analyses worden ondersteund en aangevuld met een aantal cases, waarin start en ontwikkeling van negen ICT-bedrijven worden beschreven. Deel I 'Ondernemerschap in de informatiesamenleving' bevat de volgende bijdragen: Trends in het Nederlandse starters- en ondernemersklimaat; Caleidoscoop van de informatietechnologie in Nederland 1946-2004; Het belang van financiële markten en overheidsfinanciering voor startende ICT-ondernemingen: de hype voorbij?; Ruimtelijke ontwikkeling van de Nederlandse ICT-servicesector; ICT-clusters in Nederland en Vlaanderen. Deel II 'Starten en netwerken' bevat de volgende bijdragen: Menselijk kapitaal, sociaal kapitaal, faalangst en ondernemerschap; Academisch ondernemerschap in Vlaanderen; Academisch ondernemen aan de Universiteit Twente; Hightech starters: kenmerken, belang en spanningsvelden; Netwerkeffecten op ondernemingsprocessen: startende bedrijven in de Nederlandse ICT-sector. Deel III 'Groeien en netwerken' bevat de volgende bijdragen: De snelle groei van Baan Company: de rol van Jan Baan; Succes en stagnatie in de ontwikkeling van team start-ups; De groei van technostarters in de regio Eindhoven; Netwerkontwikkeling van nieuwe ondernemingen. (B23476)

  • Balkenende, J. P.; [et al.], Onderneming & maatschappij : op zoek naar vertrouwen
    Assen : Koninklijke Van Gorcum, 2003.
    Onderneming & maatschappij beschrijft de emancipatie van bedrijven richting maatschappelijk verantwoord ondernemen. Naast inhoudelijke beschouwingen worden concrete instrumenten als een gedragscode, stakeholdersdialoog en verslaglegging beschreven. Bevat de volgende artikelen: In Deel I: De culturele inbedding van de onderneming; De maatschappelijke uitdagingen; Over vertrouwen. In Deel II: De stakeholders: De werknemer en leidinggevende: op zoek naar vertrouwen in nieuwe arbeidsrelaties; De werknemer: het individuele arbeidsrecht; De consument: op zoek naar betrouwbare informatie; Het milieu: de eco-efficiëntiemethode; De belegger: op weg naar een duurzaam beleggingsbeleid; Het complex van stakeholders: over kwaliteit en corporate ownership. In Deel III: Organisatievormen: De commerciële onderneming; De familieonderneming; De structuurvennootschap; De coöperatie; De Europese vennootschap; De maatschappelijke onderneming. In Deel IV: Inbedding: Compliance: stand van zaken binnen beursgenoteerde ondernemingen; Risico- en crisiscommunicatie: een pleidooi voor een receptief debat; De stakeholderdialoog: enkele beginselen; Maatschappelijke verslaglegging: nieuwe ontwikkelingen; Verantwoording en accountantscontrole: op zoek naar vertrouwen; Onderneming en maatschappij: wie organiseert het vertrouwen? (B21254)

  • EIM; [et al.], Hoe slim zijn jonge ondernemingen?
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Kennis is in de loop der jaren een sleutelfactor geworden voor economische groei. Bedrijven kunnen zich onderscheiden van hun concurrenten door slim gebruik te maken van de beschikbare kennis en vaardigheden binnen het bedrijf, dan wel door deze kennis via derden te vergaren. Het rapport gaat in op de vraag hoe ondernemers zelf hun kennisniveau beoordelen en hoe zich dat verhoudt tot de groei van hun bedrijf. De uitkomsten zijn gebaseerd op de jaarlijkse meting onder het EIM-Jonge-bedrijvenpanel, bestaande uit ondernemers die bijna tien jaar geleden met hun bedrijf zijn gestart. Uit het onderzoek blijkt dat jonge groeiende bedrijven zich goed bewust lijken van het belang van het gebruik van kennis; zij hebben meer kennis in huis, halen vaker kennis van buiten en investeren ook meer in kennis bij hun medewerkers dan niet-groeiende bedrijven. (B21416)

  • EIM; Jong, J. P. J.; [et al.], Hightech starters : waarheden en mythes
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Strategische Verkenning B200208
    In deze studie staat de hightech starter centraal. Ingegaan wordt op wat hightech starters precies zijn, wat hun onderscheidende kenmerken zijn ten opzichte van gewone starters, wat de verschillen en overeenkomsten zijn met innovatieve starters en hightech spin-off's, het belang van hightech starters voor de economische ontwikkelingen en met welke knelpunten zij geconfronteerd worden. In de praktijk doen er veel verhalen over het belang van hightech starters de ronde, de voor een deel gefundeerd zijn en voor een ander deel op drijfzand gevestigd zijn. Deze studie brengt een onderscheid aan tussen de waarheden rond hightech starters en de mythes die de ronde doen. (B21533)

  • EIM; [et al.], De beslissende ondernemer in het MKB : een vooronderzoek
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Strategische Verkenning, nr. B200207
    Driekwart van de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf is voortdurend op zoek naar nieuwe kansen. Als gevolg daarvan nemen zij eens in de 2 tot 5 jaar een ingrijpende en riskante beslissing van strategische aard. Dit leidt in de meeste gevallen tot verbetering van de positie van het bedrijf. Opvallend is dat in het besluitvormingsproces er grote verschillen bestaan tussen MKB-ondernemers en het Grootbedrijf. De enige rol van essentiële betekenis in het besluitvormingsproces tot een ingrijpende beslissing, is de rol van de ondernemer zelf. Ondernemers schakelen adviseurs slechts in om bepaalde (met name juridische en financiële) aspecten uit te werken. De ondernemer in het MKB maakt alle afwegingen zelf of eventueel samen met een mede-eigenaar. (B21541)

  • OSA; [et al.], De overstap naar het ondernemerschap : levensloop, beweegredenen en obstakels
    Tilburg : OSA, 2003.
    OSA, nr. A192
    Onderzoek waarin de ontwikkelingen van het moderne ondernemerschap in beeld worden gebracht. Wat zijn de beweegredenen om een eigen bedrijf te starten en welke hindernissen moeten daarbij worden overwonnen? Daarbij is in het bijzonder aandacht besteed aan hybride vormen van ondernemerschap en de invloed van aspecten van de individuele levensloopbaan. Uit het onderzoek komt naar voren dat vier op de tien startende ondernemers zijn aan te duiden als 'hybride' starters: een ondernemer die het ondernemerschap combineert met een baan in loondienst, met zorgstaken of met een opleiding. De zogenoemde klassieke starter, die start met een hoog startkapitaal, een eigen bedrijfsruimte en geen nevenactiviteiten heeft, komt tegenwoordig minder vaak voor. Veel van de in het onderzoek bekeken starterstypen - de zelfstandige zonder personeel (zzp’er), starters met nevenactiviteiten, vrouwelijke starters, oudere starters en de starters met een partner in loondienst - blijken voor hun levensonderhoud vaak relatief onafhankelijk van het bedrijf te zijn. Vaak hebben zijzelf of hun partner inkomsten uit loondienst. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt in het onderzoek een aantal beleidsaanbevelingen gedaan om de overgang naar het ondernemerschap te bevorderen, o.a. : Heroverweging van het sociale verzekeringspakket van ondernemers (en werknemers); Meer aandacht voor het ondersteunen van de overstap naar het ondernemerschap binnen de discussies over levensloopregelingen. (B21550)

  • OECD, Entrepreneurship and local economic development : programme and policy recommendations
    Parijs : OECD, 2003.
    Het rapport gaat allereerst in op de belemmeringen voor ondernemerschap in lokale economieën; zelfstandigen in nationale en lokale economieën; de verdienste van het promoten van zelfstandig ondernemerschap als een lokale ontwikkelingsstrategie, principes van beleid, en ondersteuning voor speciale doelgroepen (o.a. vrouwen, allochtonen, jongeren en sociale ondernemingen). De publicatie bevat verder beleidsaanbevelingen voor nationale en lokale overheden uitgesplitst naar drie thema's: strategie, financiën en programma-ontwikkeling. (B21587)

  • TNO Arbeid; [et al.], Zelfstandigheid komt met de jaren
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 2003.
    Onderzoek onder oudere starters, mensen van vijfenveertig jaar en ouder die het heft in eigen hand hebben genomen. Het zijn senioren die voor de tweede keer hebben deelgenomen aan een TNO-onderzoek naar zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp'ers). Het rapport begint met een korte weergave van de arbeidsmarktpositie van ouderen, zowel in het algemeen als in het MKB. Vervolgens komt de positie van de zzp'er aan bod. Veel oudere zelfstandigen hebben er bewust voor gekozen geen personeel in dienst te nemen - en zijn dus zzp'er. Het onderzoek gaat in op wie die ondernemers zijn, om hoeveel mannen en vrouwen het gaat en welke veranderingen er sinds de eerste meting hebben plaatsgevonden. Heeft de zelfstandigheid voldaan aan de verwachtingen, is de omzet gegroeid en met de omzet het inkomen? Welke rol is weggelegd voor de sociale zekerheid, en hoe zwaar weegt de administratieve rompslomp? Hoe gaat men om met tegenslagen en op welke voorzieningen kan men terugvallen? En ten slotte, denkt men aan stoppen? (B21693)

  • MKB-Nederland, Vijf voorwaarden voor ondernemerschap in de zorg
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    Het rapport bespreekt vijf voorwaarden voor ondernemerschap in de zorg. Deze zijn ruimte voor vernieuwing en innovatie, ruimte voor kwaliteit, ruimte op oriëntatie op de externe omgeving, ruimte voor imago- en arbeidsproductiviteitsverbetering en ruimte voor het nemen van risico's. MKB-Nederland geeft in deze nota aan op welke wijze deze ruimte gegeven kan worden om gezamenlijk te groeien naar en/of verder te groeien in een vraaggestuurd systeem en een optimale relatie tussen cliënt en aanbieder. (B21685)

  • Min. LNV; MDW-werkgroep Innovatiebelemmerende en stimulerende wet- en regelgeving, Ruimte voor vernieuwend ondernemerschap in de landbouw : eindrapportage MDW werkgroep
    Den Haag : Min. LNV, 2003.
    Een interdepartementale werkgroep onder leiding van mevrouw mr. W. Sorgdrager heeft onderzocht hoe de overheid bewust dan wel onbewust de innovatieruimte van ondernemers in de landbouw via regelgeving beïnvloedt. Het project kwam voort uit de MDW- operatie. Enkele conclusies uit het onderzoek: De enorme hoeveelheid regels wordt door boeren als zeer belemmerend ervaren; Doelen van beleid staan soms op gespannen voet met vernieuwend ondernemerschap; Ondernemers dragen de vernieuwing; zij zijn de motor; Er is te weinig ruimte voor ondernemers om zelf oplossingen te vinden. Wetgeving is vaak te gedetailleerd; Het ruimtelijk beleid en het landbouwbeleid houden te weinig rekening met plattelandsvernieuwing en verbreding van de landbouw. Ook de coördinatie tussen overheden in het algemeen moet beter; De beleidsontwikkeling vanuit overheden krijgt zelden vorm vanuit het perspectief van de ondernemer. De ondernemer moet absoluut centraler komen te staan; Innovatiestimulering kan effectiever en gerichter. Ook moet er beter zicht op resultaten van beleid komen. (B21810)

  • EIM; Min. EZ; [et al.], Entrepreneurship in the Netherlands : knowledge transfer, developing high-tech ventures
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Verbeteren van de concurrentiekracht van Nederland vraagt om intensieve kennisoverdracht tussen publieke kennisinstituten en het bedrijfsleven. De interactie tussen de kennisinstellingen en innovatieve starters staat centraal in alweer de zesde editie van het boekje "Entrepreneurship in the Netherlands". In het boekje staan bijdragen van het Ministerie van Economische Zaken, onderzoeksbureau EIM en een internationaal expert, ditmaal Alan Hughes, hoogleraar van de Universiteit van Cambridge. In reactie op de Nederlandse situatie geeft Professor Hughes een heldere visie op de manier waarop de overheid kennisoverdrachtsbeleid gericht op nieuwe technologische bedrijven kan vormgeven, vooral ook door te leren van het universiteits- en spin-offbeleid in de Verenigde Staten. (B21874)

  • Min. EZ; [et al.], Discussienota Werkconferentie 'Public governance en maatschappelijk ondernemerschap'
    Den Haag : Min. EZ, 2003.
    Onderzoek naar public governance. Het onderzoek is uitgevoerd vanuit het idee dat goed bestuur en toezicht kan bijdragen aan meer ondernemerschap bij maatschappelijke instellingen in de sectoren zorg, onderwijs, wonen en welzijn. De resultaten van het onderzoek worden beschreven langs de drie kernthema's van het project: ondernemerschap, interne governance en externe verantwoording. Het rapport vormde de basis voor de werkconferentie 'Public governance en maatschappelijk ondernemerschap' op 17 december 2003. (B22290)

  • Min. EZ, In actie voor ondernemers!
    Den Haag : Min. EZ, 2003.
    Het kabinet zet zich de komende jaren in om de ruimte voor ondernemers te vergroten. Hiermee wordt niet alleen gedoeld op de fysieke ruimte, maar ook het klimaat waarbinnen ondernemers opereren en waarvoor de overheid verantwoordelijkheid draagt (zoals de kwaliteit van regelgeving en de publieke dienstverlening). Hiertoe zijn de belangrijkste knelpunten in kaart gebracht en wordt een groot aantal acties voorgesteld. Deze worden gepresenteerd in verschillende actieplannen, die zijn gerelateerd aan de verschillende levensfasen van een bedrijf: een actieplan voor startende ondernemers, één voor ondernemers in de groei & de consolidatiefase, en tenslotte één voor ondernemers in de fase van bedrijfsoverdracht & bedrijfsbeëindiging. (B22386)