Literatuurlijst Midden- en kleinbedrijf

 
Boeken - Tijdschriftartikelen


  • EIM; Ruis, A.; Verhoeven, W., Snelle groeiers in de topsectoren
    Zoetermeer : EIM, 2012. 18 p.
    In het onderhavige onderzoek zijn snelle groeiers gedefinieerd als bedrijven die in de periode 2005-2008 een omzet of werkgelegenheidsgroei van meer dan 60 procent hebben gerealiseerd. De analyse heeft betrekking op bedrijven tussen de 50 en de 1.000 werkzame personen. Uit deze minirapportage blijkt dat het aandeel snelgroeiende bedrijven op basis van omzet in de topsectoren hoger ligt dan in de 'niet-topsectoren'. Voor wat betreft het aandeel snelle groeiers op basis van werkgelegenheid is het beeld precies andersom. Wel is het zo dat de productiviteitsgroei in de topsectoren gemiddeld gezien hoger is. (B30616)
     
  • EIM, Ondernemen in sectoren
    Zoetermeer : EIM, 2011. 106 p.
    Bespreekt het ondernemen in de volgende sectoren:
    De autosector; De bouwnijverheid; De detailhandel; De groothandel; De horeca; De metalelektro; De overige dienstverlening; De transportsector; De voedings- en genotmiddelenindustrie; en de zakelijke dienstverlening. (B30421)
     
  • EIB, Trends en ontwikkelingen in de afbouwbranche : marktontwikkelingen 2011-2016 in het studadoors-, wand- en plafondmontage-, vloerenleggers-, terrazzo- en blokken- en elementenstellersbedrijf
    Amsterdam : EIB, 2011. 160 p.
    In de publicatie wordt de totale afbouwbranche met zijn onderdelen het stukadoorsbedrijf, het wand- en plafondmontagebedrijf, het vloerenleggersbedrijf, het terrazzobedrijf en het blokken- en elementenstellersbedrijf beschreven. De studie is uitgevoerd in opdracht van het Bedrijfschap Afbouw en het opleidingsinstituut Savantis. (B30002)
     
  • EIM; Bangma, K. L.; Snel, D., Algemeen beeld van het MKB in de marktsector in 2011 en 2012 ; update juni
    Zoetermeer : EIM, 2011. 13 p.
    De afzet van het MKB zal in 2011 met 2,75% toenemen. Hiermee wordt het pad ingeslagen van substantieel herstel na de bescheiden groei van 0,25% in 2010 en de zware krimp van 5,75% in 2009. Niet alleen de industrie zal van de exportgroei profiteren, ook de groothandel heeft hier veel voordeel van. Ook de transportsector kan sterk profiteren van de aantrekkende wereldhandel. Doordat de transportsector ook sterk afhankelijk is van de ontwikkelingen in de bouwsector, remt een negatieve ontwikkeling daarin de groei in de transportsector in belangrijke mate. Aan de forse krimp in de bouw komt in 2011 een einde. De detailhandel en horeca zullen in 2011 iets kunnen groeien. De groei zal wel bescheiden van omvang zijn, doordat de consument door de afnemende koopkracht nog wel terughoudend zal zijn. (B30025)
     
  • EIM; Min. EL&I, Van Werk naar Werk in het MKB : eindrapportage
    Zoetermeer : EIM, 2010.
    In opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heeft EIM onderzoek gedaan naar Van-Werk-Naar-Werkactiviteiten (VWNW) voor met werkloosheid bedreigde werknemers in het midden- en kleinbedrijf (MKB). In het onderzoek staan de volgende vragen centraal: 1 Hoe is het in de praktijk gesteld met de VWNW-dienstverlening voor en door kleine en middelgrote bedrijven en instellingen? 2 Wat zijn op dit punt de wensen en behoeften van MKB-bedrijven en - instellingen? 3 Welke maatregelen en instrumenten kunnen door private en publieke partijen in organisatorische en financiële zin worden getroffen om meer dan tot nu toe het geval is op die wensen en behoeften in te spelen? Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer 26 procent van de MKB-bedrijven en instellingen met boventallig geworden werknemers Van-Werk-Naar-Werk-ondersteuning biedt bij het vinden van een nieuwe baan. Dit doen ze dan vooral vanwege hun persoonlijke relatie met de boventallig geworden werknemers. MKB'ers kiezen vooral voor ondersteuningsmiddelen als solliciteren onder werktijd, scholing en detachering. Voor relatief dure ondersteuningsvormen als begeleiding door een mobiliteitscentrum of outplacementtrajecten - waar werknemers vooral behoefte aan hebben - is vaak geen geld. Op eventuele herplaatsingsmogelijkheden bij collegabedrijven in de omgeving hebben ondernemers maar beperkt zicht. (B29563)

  • EIM; Vries, N. E. de, Smering voor de nering : zzp'ers als smeermiddel voor innovaties in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2011.
    Zzp’ers vervullen een belangrijke rol bij innovatie in het MKB. Van de MKB-bedrijven die innoveren met behulp van externe partijen geeft 33% aan dat zij daarbij zzp’ers inschakelen. Dat is circa 8% van het totale MKB (ruim 60.000 bedrijven). Daarmee zijn zzp’ers een smeermiddel voor innovatieprocessen bij MKB-bedrijven. Het inhuren van zzp’ers gebeurt nog frequenter dan bijvoorbeeld gebruik maken van kennisinstellingen (circa 25%). (B29564)

  • EIM; Snoei, J.; Linden, B. van der, Administratieve lasten merkbaar gereduceerd? : beleving van overheidsregels en verpl ichtingen in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2010. 16 p.
    De minirapportage geeft de ervaringen weer van ondernemers in het MKB met het voldoen aan verplichte administratieve handelingen. De informatie is gebaseerd op een meting van het MKB-Beleidspanel waar ruim 2.000 ondernemers aan meewerken. Het rapport laat zien dat de merk-baarheid van overheidsbeleid om de administratieve lasten te reduceren beperkt is. Wel blijkt dat in vergelijking met een meting in 2007 de ervaringen iets positiever zijn geworden. Het rapport bevat tevens ranglijsten van de administratieve verplichtingen die de meeste ergernis opwekken en van de meest tijdrovende administratieve handelingen. (B29368)
  • Min. SZW; ECORYS; Donker van Heel, P. van; Deckers, K., Knelpunten bij de uitvoering van cao's : kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van werkgevers in het midden en kleinbedrijf
    Rotterdam : ECORYS, 2009.
    In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft ECORYS onderzoek gedaan naar knelpunten, die kleine bedrijven ervaren bij de uitvoering van de eigen bedrijfstak-cao. Met kleine bedrijven wordt bedoeld een omvang van minder dan 100 werknemers. Het onderzoek bestond uit een eerste inventarisatie van knelpunten bij ruim 700 bedrijven in 15 bedrijfstakken. Bij 60 bedrijven met knelpunten is vervolgens dieper ingegaan op de ervaren knelpunten. De eindconclusie van het onderzoek is dat de meeste werkgevers in het mkb tevreden zijn met de eigen cao en dat knelpunten bij de uitvoering niet op grote schaal voorkomen. Ongeveer een op de tien werkgevers is het niet eens met de inhoud van afspraken die zijn gemaakt, of vinden de afspraken zodanig complex dat uitvoering moeilijk is. De gevolgen hiervan zijn over het algemeen niet ernstig. Wel lijkt er aanleiding om specifiek aandacht te schenken aan de positie van heel kleine bedrijven (met één of enkele werknemers), waar de gevolgen van cao-afspraken – al of niet in combinatie met wetgeving - relatief grote consequenties kunnen hebben. (B28372)

  • TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], De meerwaarde van etnische diversiteit: goed voor de business : een serie casestudies onder mkb-bedrijven
    Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2009.
    Biedt de diversiteit op de arbeidsmarkt ondernemers een meerwaarde? Met die vraag heeft TNO in opdracht van Div, het Landelijk Netwerk Diversiteitsmanagement onderzoek gedaan onder ondernemers in het Midden- en Kleinbedrijf. Gezien de toegenomen diversiteit op de arbeidsmarkt zou het voor de hand liggen dat ook het personeelsbestand van organisaties steeds diverser wordt. Dit gebeurt ook, maar lang niet in alle organisaties. Dit onderzoek heeft als doel inzichtelijk te maken wat een divers personeelsbestand ondernemers oplevert. Wat moeten ondernemers doen om daadwerkelijk meerwaarde te bereiken? Zijn er randvoorwaarden en investeringen nodig? Is diversiteit goed voor de business? TNO heeft dit rapport gemaakt op basis van interviews met 12 mkb-bedrijven met etnische diversiteit in hun personeelsbestand. De ondervraagde ondernemers zien in de aanwezigheid van mensen met verschillende etnische en culturele achtergronden verschillende voordelen zoals het beter benutten van de arbeidsmarkt, het vinden van een grotere afzetmarkt en een betere bedrijfsvoering. Dit levert de bedrijven meer winst op, groei in personeel en besparing op werving of op inzet van een uitzendbureau. Een divers samengesteld personeelsbestand brengt volgens de ondernemers geen extra kosten met zich mee. Voorwaarde is wel dat zij een goed personeelsbeleid voor allen voeren. Het rapport bevat een checklist waarmee iedere ondernemer zelf kan vaststellen wat de meerwaarde van diversiteit voor zijn bedrijf kan zijn en welke randvoorwaarden daarbij horen. (B28238)

  • EIM; Essen, C. van, Springen over de grens : resultaten enquête: snelgroeiende bedrijven
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    In deze rapportage wordt verslag gedaan van de resultaten van een enquête onder Nederlandse snelgroeiende bedrijven, gehouden in augustus 2008. Snelgroeiende bedrijven blijken zeer internationaal actief te zijn, en niet alleen wat betreft import en export: men werkt intensief samen met buitenlandse partners en deze goedpresterende bedrijven hebben ook vaak een joint venture of eigen vestiging in één of meerdere buitenlandse markten. In het, aan dit rapport verbonden boek ‘Springen over de grens’ (B 27927) worden vijftien beschrijvingen van succesvolle internationaal actieve snelle groeiers gegeven. (B28239)

  • EIM, Ondernemen in de sectoren : feiten en ontwikkelingen 2008-1010
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    De jaarlijkse publicatie 'Ondernemen in de Sectoren' geeft een actueel beeld van 10 sectoren uit het bedrijfsleven, waarin het MKB-ondernemerschap een grote rol speelt. De sectoren zijn: de voedings- en genotmiddelenindustrie; de metaal- en elektrotechnische industrie; de bouwnijverheid; de autosector; de groothandel; de detailhandel; de horeca, catering en verblijfsrecreatie; de transportsector; de zakelijke dienstverlening; de overige dienstverlening. Het rapport beschrijft per sector de structuur, het economische functioneren, de marktomstandigheden, de kracht en de kortetermijnprognoses. Daarnaast wordt er dit jaar in het themanummer uitgebreid ingegaan op hoe het MKB omgaat met de crisis. (B28240)

  • EIM; Tiggelove, N.; Hessels, J., Review: Internationalisering van het Nederlandse MKB : een inventarisatie van EIM-onderzoek
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    A200908
    Met de toenemende globalisering neemt ook de aandacht toe voor internationalisering van het Nederlandse MKB. Er is ook meer buitenlandse concurrentie op de thuismarkt. Maar er zijn ook kansen op buitenlandse markten. Opmaak van de stand van zaken voor wat betreft verworven kennis en inzichten. Er wordt ook een stap gezet naar beleidsontwikkelingen en naar aanbevelingen voor nieuw onderzoek. (B28035)

  • EIM, Kleinschalig ondernemen 2009 : structuur en ontwikkeling van het Nederlandse MKB
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    In de publicatie wordt een beeld gegeven van de structuur en economische ontwikkeling in het Nederlandse bedrijfsleven, verdeelt naar grootteklassen. Het midden- en kleinbedrijf (MKB) staat hierbij centraal. Ingegaan wordt op de verwachtingen van ondernemers over de ontwikkeling van de Nederlandse economie. Bovendien worden er prognoses gegeven van het MKB en grootbedrijf over de werkgelegenheidsontwikkeling, ontwikkeling van de bruto toegevoegde waarde en de ontwikkeling van de winstgevendheid. Het vertrouwen van ondernemers in de economie is voorjaar 2009 op een dramatisch laag niveau aangekomen. Slechts 19% van de MKB-ondernemers zegt vertrouwen in de ontwikkeling van de Nederlandse economie te hebben. Ook ten aanzien van hun omzet- en winstverwachting zijn ondernemers in het midden- en kleinbedrijf buitengewoon pessimistisch. Over de werkgelegenheidsontwikkeling binnen het eigen bedrijf zijn ondernemers echter minder pessimistisch. Driekwart van de ondernemers verwacht een gelijkblijvende werkgelegenheid. (B27868)

  • MKB Nederland; EIM, Algemeen beeld van het mkb in 2008 en 2009
    Delft : MKB-Nederland, 2009.
    Het midden- en kleinbedrijf wordt in 2009 flink geraakt door de economische teruggang. De afzet daalt met 1,5 procent en de winst met 4 procent. Daarnaast lopen de investeringen met 6 procent terug. Dat blijkt uit onderzoek van het EIM in opdacht van MKB-Nederland. De werkgelegenheid in het mkb daalt dit jaar naar schatting met 30.000 tot 50.000 arbeidsplaatsen. Het banenverlies doet zich vooral voor in de bouw, industrie, horeca en detailhandel. Ook de groei van het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) komt vrijwel tot stilstand. En als het economisch herstel te lang op zich laat wachten zal de krimp van de werkgelegenheid in 2010 substantieel oplopen, aldus MKB-Nederland. (B27540)

  • EIM; Kok, J. M. P. de; Ruis, A.; Oerlemans, L. A. G., Tijdelijke samenwerkingsverbanden in het Nederlandse MKB
    Zoetermeer : EIM, 2008.
    Over tijdelijke samenwerkingsverbanden is zowat niets bekend. Dit rapport brengt hier verandering in. Het beperkt zich hierbij tot tijdelijke samenwerkingsverbanden waar MKB-bedrijven bij zijn betrokken. (B27508)

  • MKB-Nederland; LangmanEconomen, “Wat werkgevers weerhoudt” : belemmeringen voor een hogere arbeidsdeelname
    Delft : MKB-Nederland, 2008.
    MKB-Nederland heeft de grootste belemmeringen van het werkgeverschap in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat ondernemers die in essentie wel personeel willen aannemen, hiervan worden weerhouden omdat zij de kosten en risico’s die dit met zich meebrengt niet kunnen overzien en het daarom niet aandurven. De kosten en risico’s van het werkgeverschap zijn de afgelopen zeven jaar fors toegenomen door nieuwe wet- en regelgeving. MKB-Nederland stelt dat de arbeidsparticipatie in Nederland niet zal toenemen als ontlastende maatregelen voor de hoeveelheid kosten en verantwoordelijkheden, die werkgevers momenteel moeten dragen voor hun personeel, uitblijven. MKB-Nederland is van mening dat de kosten en niet-beïnvloedbare risico´s van het in dienst hebben van personeel moeten worden beperkt en evenredig verdeeld. Ook moet de ´mismatch´ tussen vraag en aanbod worden opgelost. MKB-Nederland doet concrete voorstellen voor maatregelen die de arbeidsdeelname kunnen verhogen. MKB-Nederland heeft de onderzoeksresultaten ingebracht bij de commissie-Bakker, die de ondernemerskoepel om extra input heeft gevraagd voor het arbeidsmarktadvies dat zij half juni presenteert aan het kabinet. (B26904)

  • Div, Landelijk Netwerk Diversiteitsmanagement; Broeder, S. den; [et al.], Diverse zaken : de winst van diversiteit in het midden- en kleinbedrijf
    Amstelveen : Div, 2007.
    Boek met goede praktijkvoorbeelden van diversiteitsmanagement door werkgevers. Hierin vertellen acht werkgevers van kleine en middelgrote bedrijven waarom zij bewust allochtone medewerkers in dienst nemen. Hun praktijkverhalen laten zien dat het loont om diversiteit toe te passen in het personeels- en bedrijfsbeleid. (B26789)

  • MKB-Nederland; TNS NIPO, Personeel op peil : onderzoek naar de positie van mkb-werknemers
    Delft : MKB-Nederland, 2007.
    Onderzoek onder werkgevers én werknemers naar de scholingsactiviteiten in bedrijven tot 100 medewerkers. Uit het onderzoek blijkt dat het vooral de werkgevers zijn die zich actief inzetten voor scholing. Werknemers zien wel het belang, maar hebben geen behoefte aan scholing. Werknemers van 46 tot 55 jaar springen er in negatieve zin uit. Zij vinden een leven lang leren het minst belangrijk. Uit het onderzoek blijkt verder dat ruim 80 procent van de werklozen die in dienst treden bij een bedrijf extra scholing nodig heeft om het werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Ook net afgestudeerde kunnen niet zonder meer aan de slag. Van hen heeft 60 procent aanvullende scholing nodig als zij voor het eerst aan het werk gaan. (B26274)

  • EIM, Harder werken door moeilijk vervulbare vacatures in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Uit het aantal vacatures, de knelpunten en de oplossingen blijken grote verschillen te bestaan tussen de verschillende sectoren. Dit blijkt uit een meting van het MKB-Beleidspanel, waaraan circa 2.000 ondernemers deelnemen. Het thema ‘moeilijk vervulbare vacatures’ is voor 10 sectoren uitgewerkt en vastgelegd in de publicatie ‘Ondernemen in de Sectoren. Feiten en ontwikkelingen 2006 - 2008’ (B 26291) en de minirapportage ‘Harder werken door openstaande vacatures in het MKB’. Bijna 184.000 MKB-ondernemers hadden in het voorjaar van 2007 één of meer vacatures uitstaan. Ruim driekwart hiervan heeft problemen met het vinden van geschikt personeel hiervoor. In de metaalindustrie, bouw, autosector en detailhandel is dit probleem het grootst; in de voedings- en genotmiddelenindustrie en transportsector het kleinst. Knelpunten bij het vervullen van de vacatures zijn het ontbreken van geschikte kandidaten en - als die kandidaten er wel zijn - een tekort aan vakkennis of opleiding. Maar het grootste struikelblok vormt volgens de MKB-ondernemers de houding van de sollicitanten (motivatie, inzet, karakter, mentaliteit). (B26290)

  • EIM, MKB in regionaal perspectief 2007
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    De publicatie het MKB in regionaal perspectief geeft, in aansluiting op de jaarlijkse publicatie Kleinschalig Ondernemen, een beeld van de economische ontwikkeling van de grootteklassen – kleinbedrijf, middenbedrijf en grootbedrijf - in het Nederlandse bedrijfsleven in de twaalf provincies in 2006 en in 2007/2008. Dit gebeurt aan de hand van de volgende indicatoren: afzet, bruto toegevoegde waarde, werkgelegenheid en investeringen. (B26482)

  • Paulissen, A.; [et al.], Werken om te leren, leren om te werken : verkenningen van nieuwe samenwerkingsscenario's tussen hbo en MKB
    Antwerpen : Garant, 2007.
    Fontys reeks educatief, nr. 5
    MKB en hogescholen hebben elkaar nodig in een wereld die in rap tempo verandert. Door gebruik te maken van elkaars kennis, faciliteiten en netwerken ontstaat nieuwe kennis. Die kennis is hard nodig in de competitieve wereldeconomie. Dat samenwerking tussen MKB en hogescholen achterblijft is dan ook een zorgelijk gegeven. In het Unikum-project van de Digitale Universiteit zijn nieuwe scenario’s besproken en ontwikkeld voor een intensievere samenwerking tussen het hoger beroepsonderwijs en het MKB. In de scenario’s wordt er de nadruk op gelegd dat toenadering mogelijk is als het onderwijs en het bedrijfsleven meer begrip voor elkaars rol op gaan brengen. Flexibiliteit, maatwerk, halen en brengen en win-win zijn daarbij de kernwoorden. Gedeelde verantwoordelijkheid voor de vorming van toekomstige beroepsbeoefenaren is een ander belangrijk uitgangspunt. Daarbij gaat het niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om leren samenwerken, ook over de grenzen van het beoogde beroep, creatief omgaan met nieuwe vraagstukken en kritisch leren reflecteren op de eigen ontwikkeling. Dit alles zou vorm moeten krijgen in nieuwe vormen van stages binnen het MKB. De publicatie bevat de opbrengsten van en conclusies uit het project, aangevuld met interviews met pioniers en praktische aanbevelingen voor het vormgeven van samenwerking tussen MKB en hogescholen. (B25787)

  • EIM;[et al.], Flexibele arbeid in het MKB : een verkennend onderzoek naar de inzet van uitzendkrachten en freelancers in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Bedrijven zijn continu op zoek naar een juiste balans tussen de (flexibele) inzet van vast personeel en de inzet van flexibele arbeid. Het Amsterdam Center for Entrepreneurship (ACE) en EIM hebben in 2006 in kaart gebracht in welke mate werkgevers uit het MKB flexibele arbeid inzetten (in de vorm van uitzendkrachten en/of freelancers). Het blijkt dat ongeveer een op de drie werkgevers in 2006 gebruik heeft gemaakt van de diensten van uitzendkrachten en/of freelancers. De afweging tussen het inzetten van werknemers in loondienst of flexibele arbeidskrachten blijkt mede bepaald te worden door de krapte op de arbeidsmarkt en door bestaande wet- en regelgeving. (B25611)

  • CPB; Cornet, M.; Steeg, M. van der; Vroomen, B., De effectiviteit van de innovatievoucher 2004 en 2005
    Den Haag : CPB, 2007.
    De innovatievoucher heeft tot doel de interactie te versterken tussen bedrijven in het midden- en kleinbedrijf (MKB) en kennisinstellingen zoals universiteiten, hogescholen en TNO. De innovatievoucher is een tegoedbon van 7.500 euro waarmee een MKB-bedrijf bij een kennisinstelling naar keuze een onderzoeksvraag kan uitzetten. Dit document meet het effect van de innovatievoucher-pilots uit 2004 en 2005 op innovativiteit. Het maakt daarbij gebruik van het feit dat de vouchers verloot zijn. Er zijn voorzichtige aanwijzingen dat MKB-bedrijven door de innovatievoucher vaker een verbetering in het productieproces realiseren. Het effect op andere typen innovatie - productvernieuwing, productverbetering en procesvernieuwing - is onduidelijk. Bedrijven verstrekken vanwege de voucher wel vaker een opdracht aan een kennisinstelling. Dit laatste effect lijkt eenmalig te zijn: MKB’ers met een voucher verlenen in de ruim anderhalf jaar daarna geen extra opdrachten. (B25599)

  • MKB-Nederland; VNO-NCW, Hogescholen en branches : partners in professie : uitdagingen voor mkb en hbo
    Delft : MKB-Nederland, 2006.
    In deze nota beschrijven VNO-NCW en MKB-Nederland de grote behoefte aan hbo-opgeleiden en de belangrijke rol van hogescholen ter ondersteuning van bedrijven bij innovatie en bij verdere scholing van werkenden. Ook worden voorstellen gedaan voor verdere versterking van de samenwerking tussen hogescholen en bedrijfsleven. (B25464)

  • MKB-Nederland, Inventarisatie van CAO's in het mkb
    Delft : MKB-Nederland, 2006.
    MKB-Nederland heeft een inventarisatie gemaakt van het soort en aantal afspraken in de CAO’s die worden gemaakt in het midden- en kleinbedrijf. Voor de inventarisatie zijn 55 CAO’s onder de loep genomen. Achtereenvolgens komen aan de orde cao-afspraken en opvattingen van MKB Nederland over lonen, periodieken, prestatieafhankelijke beloning, leerwerktrajecten, werkervaringsplaatsen, scholing, arbeidsduur, jaarurenmodel, toeslagen, besteding van de loonruimte, kinderopvang, levensloop en reïntegratie. (B25095)

  • MKB-Nederland, Arbeidsmarkt mkb 2006
    Delft : MKB-Nederland, 2006.
    In deze nota wordt ingegaan op de ontwikkelingen ten aanzien van (structuur van de ) werkgelegenheid, arbeids- en vacaturemarkt in het midden- en kleinbedrijf. Uit de nota blijkt dat de werkgelegenheid in het mkb sinds jaren weer stijgt. In 2006 komen er naar verwachting 50.000 banen bij, voor 2007 wordt gerekend op een stijging van 75.000. Het aantal openstaande vacatures is verdubbeld ten opzichte van juli 2005. Schaduwzijde is, dat het aantal moeilijk vervulbare vacatures explosief stijgt. (B25094)

  • MKB Ned., Reïntegratie in het MKB : de (on-)mogelijkheden voor herplaatsing van (voormalig) gedeeltelijk arbeidsgehandicapte werknemers in het mkb
    Delft : MKB Ned., 2006. 48 p.
    MKB-Nederland heeft onderzoek verricht onder de bij haar aangesloten brancheorganisaties om inzicht te verkrijgen in reïntegratieprocessen die plaatsvinden in het mkb. In deze nota zijn de resultaten van het onderzoek uiteengezet. Op basis van de resultaten zijn vervolgens vijf knelpunten onderscheiden en besproken. Uit het onderzoek blijkt dat in de praktijk het voor mkb-werkgevers vrijwel onmogelijk is om te voldoen aan de verantwoordelijkheid voor de reïntegratie van gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemers. De randvoorwaarden en huidige wet- en regelgeving belemmeren de reïntegratie in het mkb. Door de kleinschaligheid van een mkb-bedrijf en de specialistische aard van de werkzaamheden is een (voormalig) gedeeltelijk arbeidsgeschikte niet gemakkelijk herplaatsbaar in het eigen bedrijf of bij een andere werkgever. Een belangrijk knelpunt is verder dat de huidige reïntegratiesubsidies de financiële risico’s die een werkgever loopt wanneer deze te maken krijgt met een (voormalig) gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer onvoldoende dekken. Ook de dienstverlening van het UWV ervaren mkb-werkgevers als belemmerend in het reïntegratieproces. B25026

  • EIM; Vree, R. de, MKB regionaal bekeken : een regionale beschrijving van het MKB in Nederland
    Zoetermeer : EIM, 2006. 62 p.
    Een economisch krachtiger Europa begint met stimulering van de economie in de regio. In het regeringsbeleid wordt de laatste jaren sterk ingezet op minder Haagse regels en een duidelijker regierol van de provincies. EIM wil met zijn publicatie 'MKB regionaal bekeken' inspelen op deze ontwikkeling. De publicatie beschrijft de economische ontwikkeling van Nederlandse regio's en het MKB via de volgende invalshoeken: Het ondernemingsklimaat in de regio; Kenmerken en prestaties van het MKB; MKB-locaties en bedrijfshuisvesting; Ondernemerschap in het MKB. (B25022)

  • AWT; EIM; Jong, J. P. J. de, Meer open innovatie : praktijk, ontwikkelingen, motieven en knelpunten in het MKB
    Den Haag : AWT, 2006.
    AWT-achtergrondstudie, nr. 33
    Ter ondersteuning van het AWT-advies 'Opening van zaken : beleid voor een open innovatie' heeft EIM onderzoek uitgevoerd naar 1. hoe Open Innovatie is te operationaliseren, 2. de mate waarin MKB-bedrijven in Nederland op open wijze innoveren, 3. de ontwikkeling in het gebruik van Open Innovatie door MKB-bedrijven, en 4. hun motieven voor en knelpunten bij het open innoveren. (B25004)

  • EIM, MKB in regionaal perspectief
    Zoetermeer : EIM, 2006.
    De publicatie 'MKB in regionaal perspectief' geeft, in aansluiting op de jaarlijkse publicatie 'Kleinschalig Ondernemen', een beeld van de economische ontwikkeling van de grootteklassen in het Nederlandse bedrijfsleven in de twaalf provincies. De ontwikkeling betreft de gerealiseerde ontwikkeling in 2005 en de te verwachten ontwikkeling in 2006/2007 van de afzet, de werkgelegenheid en de investeringen. (B24993)

  • EIM; Kok, J. de; Telussa, J.; Westhof, F., Bedrijfsopleidingen geen weggegooid geld : het hoe en waarom van bedrijfsopleidingen in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2006.
    In het MKB worden minder trainingen gegeven en wordt minder uitgegeven aan bedrijfsopleidingen dan in het grootbedrijf. EIM heeft onderzocht hoe het MKB het rendement van bedrijfsopleidingen kan verhogen. Een belangrijke conclusie is dat als de MKB-ondernemer meer investeert in bedrijfsopleidingen dit kan leiden tot een hogere arbeidsproductiviteit. Voorwaarde is wel dat deze investeringen worden afgestemd op de bedrijfsstrategie. (B24718)

  • EIM, Een blik op MKB en ondernemerschap in 2015 : scenario's op basis van de CPB-vergezichten voor de Nederlandse economie
    Zoetermeer : EIM, 2006.
    Met de CPB-studie 'Vier vergezichten op Nederland' (B23276) als uitgangspunt heeft onderzoeksbureau EIM eveneens vier scenario's geschetst die de ontwikkelingen in het komende decennium voor het Nederlandse MKB en Ondernemerschap in verschillende perspectieven zetten. Naast algemene trends zoals vergrijzing en 'verdienstelijking' die de Nederlandse economie en het bedrijfsleven in het bijzonder beïnvloeden, kunnen zich op middellange termijn enkele sterke veranderingen in de economie voordoen. Het betreft enerzijds belangrijke internationale (EU-)afspraken waardoor internationale politieke besluiten prevaleren boven nationale, en anderzijds substantiële wijzigingen in de welvaartsstaat waarin individualisme het wint van collectivisme. Deze belangrijke veranderingen zullen hun impact hebben op de ontwikkeling van het MKB en van verschillende verschijningsvormen van ondernemerschap. De manier waarop hangt echter af van het scenario dat het meest opgeld zal doen: Regional Communities, Strong Europe, Transatlantic Market of Global Economy. (B24649)

  • EIM; Hessels, S. J. A.; Hooge; E. H.; Avans hogeschool, Small business governance : een verkenning naar de betekenis en de praktijk van corporate governance in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2006.
    Verkennende studie naar de betekenis en het belang van corporate governance voor het MKB ofwel Small Business Governance. Het onderzoek belicht de achtergrond van corporate governance en de specifieke toepassing ervan voor het MKB. Ook wordt ingegaan op de wijze waarop goed bestuur in het MKB kan worden gerealiseerd en op de werking van een code als instrument om 'goed ondernemingsbestuur' te realiseren. Tot slot op basis van empirische gegevens een beeld gegeven van de huidige praktijk van Small Business Governance. (B24508)

  • EIM; [et al.], Kritisch kopen in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    Position Paper
    De studie brengt de factoren in kaart die de inkoop- en overstapbeslissingen van MKB-ondernemingen beïnvloeden. Allereerst wordt een theoretisch kader geschetst van het MKB-inkoopgedrag. Vervolgens wordt gekeken naar het MKB-inkoopgedrag in de praktijk. (B24399)

  • MKB-Nederland; Stevens, L. G. M., Voluit vooruit voor het mkb! : zestig maatregelen om het ondernemersklimaat en de arbeidsmarkt te bevorderen : samenvatting en aanbevelingen : preadvies
    Delft : MKB-Nederland, 2005.
    Op verzoek van MKB-Nederland heeft Professor dr. Leo Stevens, hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, een adviesrapport geschreven over het sociaal-economisch beleid in Nederland voor de periode 2007-2011. In het MLT-advies aan MKB-Nederland doet Stevens 60 aanbevelingen om de Nederlandse economie weer tot groei te brengen. Tot de belangrijkste aanbevelingen behoren het introduceren van een volstrekt nieuw systeem van heffen van belasting over het loon (loonsomheffing), het stimuleren van bedrijfsoverdrachten bij de overnemer van een bedrijf (in plaats van bij de overdrager), het eenvoudiger maken van het ontslagrecht en het sterk verlagen van de loonkosten. (B24270)

  • AWT, Innovatie zonder inventie : kennisbenutting in het MKB
    Den Haag : AWT, 2005.
    AWT-advies, nr. 64
    Advies over de overheidsrol bij het verbeteren van de kennisbenutting in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Uitgangspunt van de Raad is dat 'hét MKB' niet bestaat. Binnen het MKB is sprake van een grote diversiteit in de wijze waarop bedrijven innoveren en daarmee ook in de behoeften en knelpunten wat betreft kennisbenutting. Het beleid moet hier op aansluiten. In het advies pleit de AWT nadrukkelijk voor meer beleidsaandacht voor de groep toepassers in het MKB, de brede middencategorie van MKB-bedrijven die innoveren door benutting en toepassing van bestaande kennis, of te wel bedrijven die 'innoveren zonder inventies'. Ter versterking van het innovatievermogen van deze groep moet meer werk gemaakt worden van kennisabsorptie en kennisverspreiding. De AWT doet daartoe de volgende aanbevelingen: Verhoog het kennisniveau in bedrijven; Zorg voor een solide infrastructuur voor kennisdiffusie; Ondersteun het inwinnen van advies voor innovatie; Verbeter de aansluiting met de hogescholen en TNO; Betrek toepassers bij aanbestedingen vanuit de overheid. (B24205)

  • MKB-Nederland; ABN AMRO; SEOR; Erasmus Universiteit, Concurrentiepositie MKB : concurreren in een nieuw Europa
    Delft : MKB-Nederland, 2005.
    In dit rapport zijn ontwikkelingen in kaart gebracht die betrekking hebben op de concurrentiepositie van het Nederlandse MKB. Het MKB opereert in toenemende mate in een internationaliserende omgeving. De toetreding van nieuwe EU-lidstaten speelt hierbij een belangrijke rol. Dit levert meer exportkansen, maar ook meer concurrentie op. Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandse concurrentiepositie in Europa de afgelopen jaren drastisch is verslechterd. Stond de vaderlandse export vroeger aan de top, nu bevindt ons land zich in de middenmoot. De Nederlandse export, met name van de maaksector, heeft te lijden van de aanwas van de Europese Unie met tien nieuwe lidstaten in mei 2004. Deze landen concurreren vooral dankzij de lage loonkosten. Beheersing van die kosten in eigen land blijft dan ook voor de komende jaren belangrijk. Ook moet de arbeidsproductiviteit omhoog. Maar dat alleen is niet voldoende, zo blijkt uit het onderzoek. Voor succes op de lange termijn moet het vestigingsklimaat in ons land worden verbeterd. Ondernemerschap moet hoger op de agenda komen van overheid, brancheorganisaties en ondernemers zelf. Financiering blijft een probleem voor starters; de ontwikkeling van een privaat garantiefonds zou daar uitkomst kunnen bieden. (B24166)

  • EIM; Zeijden, P. Th. van der; Braaksma, R. M., Meer MKB-bedrijven in openbare aanbestedingen? : MKB en aanbestedende instanties kunnen elkaar helpen
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    In het onderzoek is nagegaan in welke mate het MKB in Nederland participeert op de markt voor openbare aanbestedingen boven de Europese aanbestedingsdrempels en welke drempels het MKB op deze markt tegenkomt. Vervolgens is aandacht besteed aan het voorgenomen Nederlandse overheidsbeleid ten aanzien van aanbestedingen en is nagegaan in hoeverre hiervan een verandering van de mogelijkheden voor het MKB verwacht mag worden. Uit het onderzoek blijkt dat veel aanbestedende instanties momenteel nog weinig doen om het Nederlandse MKB te laten meedingen naar openbare aanbestedingen. Clustering van opdrachten, disproportionele eisen en het gebruik van raamovereenkomsten, weerhouden bedrijven in het MKB ervan om te participeren op de markt voor openbare aanbestedingen. (B24067)

  • EIM, Het Nederlandse MKB en de uitbreiding van de EU
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    Doel van dit rapport is om inzicht te geven in de betekenis van de uitbreiding van de Europese Unie voor het Nederlandse Midden en Kleinbedrijf (MKB). Nagegaan is voor welke sectoren de uitbreiding met name relevant is. Voorts is nagegaan welke barrières ondernemers ontmoeten in het zakendoen met de toegetreden landen. (B23951)

  • MKB-Nederland; Hoogendijk, C., Koers - MKB : vakmanschap onder druk
    Delft : MKB Nederland, 2005.
    Uit het onderzoek blijkt dat er de komende jaren een groot tekort aan bekwame vaklieden dreigt te ontstaan. Niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief. In het rapport staan de volgende onderzoeksvragen centraal: Hoe groot is de vervangingsvraag ten gevolge van de vergrijzing?; Hoe groot is de uitbreidingsvraag ten gevolge van nieuwe ontwikkelingen (innovaties)?; Hoeveel gediplomeerden zullen er de komende jaren uit het onderwijs komen?; Komt het vakmanschap in Nederland daadwerkelijk onder druk te staan?; Hoe kijken ondernemers aan tegen deze ontwikkelingen. Delen zij de mening dat er een tekort aan vaklieden zal ontstaan. Zijn zij van mening dat de vraag naar hoger opgeleiden alsmaar stijgt. Zien zij een belangrijke rol weggelegd voor het beroepsonderwijs bij het oplossen van de problemen. Zijn zij tevreden over de resultaten van het huidige beroepsonderwijs. Zien zij zich genoodzaakt om personeel aan te nemen dat eigenlijk te laag geschoold is voor het werk in de bedrijven? (B23828)

  • EIM; [et al.], MKB-locaties : onderzoek naar de aard en kwaliteit van de bedrijflocaties van MKB-ondernemingen
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    De publicatie 'MKB-locaties' beschrijft de Nederlandse markt voor bedrijfslocaties en -huisvesting voor de doelgroep van MKB-ondernemers. Het is een confrontatie tussen de vraag en het aanbod. Hierbij komen ondermeer de omvang, de kwaliteit en de vraag- en aanbodbepalende factoren aan de orde, alsmede de door de ondernemers ervaren knelpunten, de effecten ervan op hun functioneren en hun kwaliteitsverbeterende activiteiten. Uit het onderzoek blijkt dat een grote meerderheid van mening is dat hun concurrenten geen betere locatie hebben dan zij. Toch blijkt dat 42% van de MKB-ondernemers een of meer knelpunten ervaren. Ruim een kwart van de MKB-ondernemers geeft aan dat onveiligheid en criminaliteit op hun locatie een urgent probleem is. (B23674)

  • EIM; [et al.], Internationalisering van het Nederlandse MKB : bestaande en gewenste inzichten
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    Dit onderzoek geeft een stand van zaken voor wat betreft internationalisering van het MKB. Er wordt daarbij aandacht besteed aan import en export, en ook aan vormen van internationalisering waarvoor tot nu toe vrijwel geen MKB-gegevens beschikbaar waren (directe buitenlandse investeringen en grensoverschrijdende samenwerking). Ook komt aan bod welke trends van belang zijn. Vanuit de bestaande kennis en inzichten over internationalisering van het MKB is vervolgens aangegeven waar witte vlekken zitten en welke issues nader bestudeerd zouden kunnen worden. (B23587)

  • EIM; Kemp, R. G. M., MKB in een periode van deflatie : risico's en strategieën : position paper
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    Deflatie is een algehele daling van een brede consumentenprijsindex. Deflatie komt in de praktijk slechts beperkt voor, maar als het voor komt, dan kan het grote maatschappelijke gevolgen hebben. EIM heeft empirisch onderzocht of er aanwijzingen zijn voor een dreigende deflatie in Nederland, wat er tegen te doen valt en hoe het bedrijfsleven kan anticiperen op een periode van deflatie. Aan de hand van de volgende vragen wordt dit vraagstuk nader bekeken: wat is deflatie, welke typen van deflatie worden in de literatuur onderscheiden, wat zijn daarvan de determinanten, en welke effecten heeft deflatie (in zijn diverse verschijningsvormen) voor het bedrijfsleven in het algemeen en het MKB in het bijzonder. (B23588)

  • EIM; Jong, J. P. J. de, De bron van vernieuwing : rol van netwerken bij innovaties in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2005.
    Het gebruik van netwerken is voor innoverende MKB-bedrijven zeer belangrijk. Van alle innovaties wordt in het MKB bij 91% ten minste één andere partij betrokken. Dat blijkt uit een studie van EIM naar het netwerkgebruik bij innovatie in het MKB, op basis van een literatuuronderzoek en een telefonische enquête onder ruim 1000 ondernemers in het MKB. Leveranciers zijn voor MKB-bedrijven de belangrijkste bron van innovatie. Ook klanten spelen een voorname rol, meestal door behoeften of wensen te uiten die MKB-bedrijven ertoe aanzetten om nieuwe producten of diensten te ontwikkelen. (B23545)

  • ABN AMRO, De zomer laat op zich wachten : MKB 2005
    [Amsterdam] : ABN AMRO, 2005.
    De Nederlandse economie groeide 1,3% in 2004, maar deze groei is voor een belangrijk deel aan het MKB voorbijgegaan. Ook voor 2005 heeft het Economisch Bureau van ABN AMRO opnieuw geen hooggespannen verwachtingen voor het midden- en kleinbedrijf. (B23530)

  • MKB-Nederland, Scholieren- en studentenbanen en administratieve lasten
    Delft : MKB-Nederland, 2005.
    Onderzoek van MKB Nederland naar de bijbanen van scholieren en studenten en de bijhorende administratieve lasten die deze banen met zich meebrengen. In de nota wordt allereerst gekeken naar de aantallen scholieren en studenten die een kleine deeltijdbaan hebben. Vervolgens wordt gekeken naar de rechtenopbouw met betrekking tot de verschillende toepasselijke regelingen van de scholier en de student als werknemer en wordt de hoogte van de administratieve lasten van de werkgever geanalyseerd. Tot slot wordt bekeken hoe hoog de kosten van de uitvoeringsinstanties zijn. (B23471)

  • EIM; [et al.], De kracht van de organisatie : organisatiestructuren van kleine en middelgrote bedrijven
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    De organisatiestructuren van het midden- en kleinbedrijf zijn in de literatuur onderbelicht gebleven. EIM-onderzoek toont echter aan dat de structuur van kleine en middelgrote bedrijven van grote invloed is op hun groei én winstgevendheid. De auteurs van 'De kracht van de organisatie' onderscheiden 9 basistypen van MKB-organisatiestructuren, die elke onder bepaalde omstandigheden tot goede resultaten kunnen leiden. De centrale begrippen hierbij zijn: de formele structuur, specialisatie, invloed van de medewerkers en coördinatie. De rapportage is gebaseerd op uitgebreid praktijkonderzoek en illustreert de diversiteit van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf met tal van praktijkvoorbeelden. Ook wordt gekeken welke invloed de structuur heeft op de prestaties van de onderneming. (B23439)

  • EIM; [et al.], Succesvol op weg op de elektronische snelweg!! : succesfactoren voor het toepassen van elektronisch zakendoen in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    De publicatie beschrijft kort een aantal belangrijke zaken waar een ondernemer tegenaan kan lopen op het moment dat hij besluit om aan de slag te gaan met elektronisch zakendoen. Zoals het opstellen van een goede strategie, het inpassen van e-commerce in de huidige organisatie, het ontwerpen van een website, het beveiligen van de informatie en privacy, verkopen via internet, de betekenis van elektronisch zakendoen voor de andere bedrijfsprocessen. De publicatie vormt een checklist van de belangrijkste onderwerpen en vragen waar de ondernemer mee te maken krijgt. (B23384)

  • EIM; Jong, J. P. J. de; Marsili, O., How do firms innovate? : a classification of Dutch SME's
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    Research Report, nr. H200407
    In deze studie wordt een typologie ontwikkeld van innovatieve Nederlandse MKB-bedrijven, gebaseerd op verschillen tussen MKB-bedrijven in de manier waarop zij innoveren. De typologie bestaat uit vier groepen: leveranciersgedreven-, klantgedreven-, kennisgedreven- en input-intensieve bedrijven. Tussen industriële en dienstverlenende bedrijven blijken geen significante verschillen te bestaan in de aanwezigheid van de vier typen. Ook binnen sectoren blijken bedrijven zeer divers in de manier waarop zij innoveren. (B23378)

  • Ver. VNO-NCW; HBO-Raad, Aan de slag met innovatie : versterking rol HBO in de kenniscirculatie met het MKB
    Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2004.
    Aanleiding voor het gezamenlijk rapport is om iets te doen aan de zogeheten kennisparadox: er wordt veel kennis ontwikkeld, maar we slaan er te weinig munt uit. In aanvulling op de rol van universiteiten en de technologische topinstituten bepleit het rapport om meer gebruik te maken van de know how van hogescholen, met name als het gaat om het ondersteunen van MKB-bedrijven bij hun ontwikkeling. In het rapport worden twee pijlers voor die ondersteuning uitgewerkt. Stages en afstudeeropdrachten moeten beter worden afgestemd op de innovatievragen die bedrijven hebben. Daarnaast moeten hogescholen zelf meer kijken hoe zij kunnen helpen om praktische problemen van bedrijven op te lossen. VNO-NCW en de HBO-Raad willen voor de uitwerking een convenant laten sluiten tussen werkgeversorganisaties, hogescholen en de overheid. Ook zou elke hogeschool een 'Raad van advies voor de kenniscirculatie' moeten oprichten met belanghebbende partijen. (B23068)

  • MKB-Nederland; [et al.], De vraag naar HBO-ers bij mkb-bedrijven : een onderzoek in vijf mkb-branches : hoofdrapport
    Delft : MKB-Nederland, 2004.
    De centrale vraag van het onderzoek is: "Wat is de huidige en toekomstige kwantitatieve en kwalitatieve vraag van mkb-bedrijven naar werknemers op HBO-niveau?" Het hoofdrapport gaat in op de volgende onderwerpen: de huidige situatie van HBO-ers bij bedrijven; de toekomstige vraag van mkb-bedrijven naar personeel op HBO-niveau; de ontwikkelingen in het mkb als achtergrond van de verwachtingen van bedrijven; de kenmerken en eisen van de functies op HBO-niveau; het aanbod vanuit het HBO. Het onderzoek van MKB-Nederland en vijf branchesectoren toont aan dat de komende jaren de vraag naar hbo-afgestudeerden flink zal toenemen. De instroom van hbo-studenten aan hogescholen groeit echter onvoldoende mee. En het mkb is niet de enige kaper op de kust. (B22983)

  • EIM; Hoevenagel, R., Maatschappelijk verantwoord ondernemen in het midden- en kleinbedrijf
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    Het basisidee achter het onderzoek is een beantwoording van de vragen: wat kan het MKB aan met maatschappelijk verantwoord ondernemen? In hoeverre biedt het kleine bedrijven kansen, en wat zijn de voor- en nadelen van deze vorm van ondernemen? Om deze vragen te beantwoorden wordt eerst stilgestaan bij de twee kernbegrippen van dit rapport: maatschappelijk verantwoord ondernemen en het midden- en kleinbedrijf. Wat zijn de essentiële aspecten van beide begrippen en in hoeverre zijn er aanknopingspunten? Na deze conceptuele analyse komen meer dan 3000 ondernemers zelf aan het woord: wat vinden zij van maatschappelijk verantwoord ondernemen en wat doen ze er aan? Aan het eind van het rapport wordt de balans opgemaakt en wordt teruggegrepen op de centrale vraag: wat kan het midden- en kleinbedrijf met maatschappelijk verantwoord ondernemen? (B22906)

  • EIM, Kleinschalig ondernemen 2004 : structuur en ontwikkeling van het Nederlandse MKB
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    In de publicatie Kleinschalig Ondernemen 2004 wordt een beeld gegeven van de structuur en economische ontwikkeling in het particuliere bedrijfsleven, verdeeld naar grootteklassen. Het midden- en kleinbedrijf (MKB) staat hierbij centraal. Besproken worden de ontwikkelingen van omzet, werkgelegenheid, kosten en prijzen en winstgevendheid bij kleine en middelgrote bedrijven. Andere ontwikkelingen waarop in deze publicatie wordt ingegaan, zijn de inkomensontwikkeling van zelfstandige ondernemers, investeringen door en financiering van het MKB. De belangrijkste ontwikkelingen worden ook op sectoraal niveau besproken. (B22896)

  • EIM; [et al]., The national systems of innovation approach and innovation by SMEs
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Research Report, nr. H200309
    Rapport over het Nationale Systeem van Innovatie (NSI). De NSI benadering is een nieuwe en succesvolle benadering om te begrijpen hoe innovatie en het interactief leerproces zich ontwikkelen in de nationale economie en hoe ze de economische voorspoed en internationale concurrentie stimuleren. Het rapport gaat in op het concept van de NSI-benadering, de toegevoegde waarde en de tekortkomingen van NSI. (B22569)

  • EIM; [et al.], Rechtsvormkeuze in het MKB : motieven en achtergronden bij de keuze van de rechtsvorm
    Zoetermeer : EIM, 2004.
    In deze studie komen de achtergronden en redenen aan de orde van de rechtsvormkeuze van MKB-ondernemers. Hierbij wordt primair ingegaan op de fiscale motieven om tot de keuze van een rechtsvorm te komen. Aanleiding voor de studie zijn de veranderingen in de inkomstenbelasting per 1 januari 2001. Voor deze datum was fiscaliteit het dominante motief om voor een bepaalde rechtsvorm te kiezen. Gebleken is dat fiscaliteit voor kleinere bedrijven nog steeds een zeer belangrijk motief vormt, bij de rechtsvormkeuze. De inkomstenbelasting is bij een winstniveau beneden 50.000 euro om fiscale redenen altijd te verkiezen boven de BV-vorm. Boven 260.000 euro is de BV-vorm altijd te verkiezen. Het zijn vooral de specifieke ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, die de inkomstenbelasting bij lagere winstniveaus attractief maken. Aantrekkelijk aan de BV-vorm is de mogelijkheid om een deel van de te betalen belasting uit te stellen. Zolang de ondernemer de winst niet aan zichzelf uitkeert, dan hoeft geen aanmerkelijk belangheffing betaald te worden. (B22567)

  • MKB-Nederland, Groot onderhoud voor de banenmotor : mkb voor economische groei
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    Onderzoek naar de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf (mkb) binnen het kader van de Nederlandse economie. Op basis van onderzoek en gesprekken met vertegenwoordigers van o.a. CPB, DNB en politieke partijen zijn thema's geïnventariseerd die voor een gezonde ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf een hoge prioriteit zouden moeten krijgen. Achtereenvolgens komen aan de orde: het economisch beleid; regels en lasten voor de ondernemer; innovatie; modernisering van de arbeidsverhoudingen; versterking beroepsonderwijs; financiering van kleine ondernemingen; veiligheid en criminaliteitsbestrijding. (B22562)

  • EIM; Jansen, M.; Tom, M. J. F., Onevenredig belast! administratieve lasten in het kleinbedrijf 2002
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Sectorscoop
    Administratieve lasten drukken onevenredig zwaar op het kleinbedrijf. Het rapport heeft als doelstelling inzicht te verschaffen in de omvang van de administratievelastendruk voor het kleinbedrijf en oorzaken die ten grondslag liggen aan de onevenredige belasting van het kleinbedrijf ten opzichte van het grootbedrijf. Uit het onderzoek komt naar voren dat er grote verschillen bestaan in administratieve belasting tussen het klein-, het midden- en het grootbedrijf wanneer de wetgeving wordt verdeeld in algemene, voor elk bedrijf geldende wetgeving, en specifieke wetgeving. De lasten voor het kleinbedrijf worden in hoge mate bepaald door (sector)specifieke wetgeving op het gebied van milieu en op het gebied van verkeer en waterstaat. Daarnaast kent het kleinbedrijf een grote belasting als gevolg van niet-personeelsgerelateerde belastingwetgeving, zoals de inkomstenbelasting. Reductie van administratieve lasten in het kleinbedrijf kan worden bereikt door invoering van vrijstellingen voor het kleinbedrijf (met name in de belastingwetgeving en de sociale zekerheid); door samenwerking van toezichthouders en inspectiediensten waardoor dubbele inspecties worden voorkomen; en door gegevensvragen van de overheid en eenmalige gegevensverstrekking vanuit bedrijven samen te voegen. Het leveren van gegevens leidt namelijk tot een zware belasting, juist in het kleinbedrijf. (B22431)

  • MKB-Nederland; RZO, Financiering, prijs en toegang : vreemd vermogen in het mkb
    Delft : MKB-Nederland, 2004.
    De RZO heeft in opdracht van MKB-Nederland de financieringsstructuur, de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen en de financieringsknelpunten onderzocht. MKB-Nederland doet op basis hiervan een aantal beleidsaanbevelingen. Hierbij wordt met name ingegaan op de toegang tot extern kapitaal en de afstemming tussen kapitaalverschaffers en ondernemers. (B22378)

  • RZO; Duffhues, P. J. W., De financierbaarheid van het MKB : een analyse van de financiële structuur
    Den Haag : RZO, 2003.
    Publicatie, nr. 6
    Studie over de manier waarop in de praktijk kleine en middelgrote Nederlandse ondernemingen worden gefinancierd. Het Nederlandse MKB heeft moeilijker toegang tot de financiële markten dan grote, meestal beursgenoteerde ondernemingen. Dit betekent dat bankfinanciering bij dit deel van het bedrijfsleven relatief veel voorkomt. Regelmatig wordt echter de klacht geuit dat de financieringsmogelijkheden voor het MKB beperkt zijn. Het gaat dan vooral om de financieringsmogelijkheden met een lange looptijd. Hier bestaat mogelijk een financieringsgap. In de studie wordt onderzocht of deze klacht hout snijdt. Is de limitering zoals die klaarblijkelijk wordt gevoeld te verklaren? En zo ja, schaadt deze veronderstelde financieringsgap de groeimogelijkheden van het MKB op termijn? Op dit soort vragen wordt in het rapport een antwoord gegeven. Uit de kwalitatieve en kwantitatieve analyse worden best practises afgeleid om te komen tot een goed financieel en risicomanagement. Daarnaast wordt de financiële structuur van MKB-ondernemingen diepgaand geanalyseerd. (B22321)

  • EIM; RZO; [et al.], Kansrijker door samenleving : kenmerken en resultaten van samenwerking door kleine ondernemingen
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Publicatienummer 7
    Dit rapport richt zich specifiek op de samenwerkingsrelaties tussen ondernemingen waarbij minstens één van beide partijen een kleine onderneming is. De reden is dat juist kleine ondernemingen veel voordeel kunnen hebben van het samenwerken. Immers, door hun geringere omvang kunnen zij soms kennis missen over een bepaald terrein. Ook kan het zijn dat hun machtspositie tegenover uitbesteders of toeleveranciers te wensen overlaat. Op vier aspecten van samenwerken door kleine bedrijven wordt in deze specifieke studie de nadruk gelegd. Dit zijn respectievelijk de totstandkoming van samenwerking, de manier van samenwerking, de resultaten van samenwerking en de toekomstige ontwikkelingen in relatie tot de aantrekkelijkheid van samenwerking voor de kleine ondernemingen in het bijzonder. (B22295)

  • TNO Arbeid; BMVS Management Consultants; [et al.], Kleine bedrijven en 'arbo' : ik wil geen antwoord, maar een oplossing
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 2003.
    Het Nederlandse bedrijfsleven klaagt over hoge administratieve lasten, óók op het gebied van arbeidsomstandigheden ('arbolasten'). SZW heeft laten onderzoeken hoe het midden- en kleinbedrijf het arbeidsomstandighedenbeleid ervaart. Uit het rapport blijkt dat het arbeidsomstandighedenbeleid veel weerstand oproept bij kleine werkgevers. Zij vinden informatie hierover onoverzichtelijk en ontoegankelijk. Ook vinden ze dat er te veel regelgeving is. De werkgevers zien hierbij vaak geen verschil tussen verplichtingen van de overheid en adviezen van bijvoorbeeld brancheorganisaties of arbodiensten. Ook zien kleine werkgevers vaak niet de relatie tussen betere arbeidsomstandigheden en het terugdringen van ziekteverzuim. Het rapport komt tot de volgende aanbevelingen: Aanbeveling 1: Pas arbocommunicatie aan op de behoefte van kleine bedrijven; Aanbeveling 2: Verbeter (bestaande) infokanalen naar kleine bedrijven; Aanbeveling 3: Versterk arbo-adviesfunctie naar kleine bedrijven ('infrastructuur'); Aanbeveling 4: Verbeter registratie en levering van bedrijfsinformatie; begin bij RIE; Aanbeveling 5: Ontwikkel het arbobeleid met elkaar. (B22211)

  • MKB-Nederland, Tienpuntenplan innovatie
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    Nederland is maar een magere middenmotor in Europa als het gaat om vernieuwing van producten. Uit onderzoek van zowel ING als EIM blijkt dat er weliswaar veel kennis is, maar die bereikt het (mkb-) bedrijfsleven niet. MKB Nederland presenteert een innovatie-agenda met tien punten. Kennistoepassing en kennisontwikkeling staan centraal. De tien punten: 1. Betere balans tussen kennisontwikkeling en kennistoepassing; 2. Zet Senter dichter bij EZ met een bredere doelstelling; 3. Gebruik hogescholen als transferpunten; 4. ‘Versterking kennisinfrastructuur’ is niet alleen kennisontwikkeling; 5. Stimuleer ‘open’ standaarden; 6. Overheid als ‘launching customer’; 7 Opzetten van ontwikkelteams van mkb-ers en onderzoekers (‘problem solving units’); 8. Financiering universiteiten afhankelijk maken van samenwerking met mkb; 9. Uniforme afspraken over ‘intellectueel eigendom’; 10. Europa: Stop de afbouw van mkb-regelingen (B22072)

  • EIM; Hoevenagel, R.; Bertens, C. A. W., Naar een systematische meting van de duurzaamheidsprestaties van het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2002.
    Strategische verkenning, nr. B200204
    Het onderzoek van het MKB is in twee delen opgesplitst. In het eerste deel is geïnventariseerd in hoeverre er al sprake is van een systematische verzameling van gegevens op het gebied van duurzaamheid en MKB. In het kader van deze vraagstelling zijn ook verschillende gesprekken gevoerd met beleidsmakers en partijen die zich bezighouden met duurzaamheid en het MKB, onder andere om de behoefte voor een monitor op dit gebied te peilen. Na deze inventarisatiefase is in het tweede deel van het onderzoek een nulmeting van zo'n duurzaamheidsmonitor MKB uitgevoerd met behulp van het bestaande ondernemerspanel van EIM. (B21877)

  • MKB-Nederland; Langman Economen, De laagste prijs. Tegen welke prijs?
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    Onderzoek naar inkoopconcentraties. Uit het onderzoek blijkt dat het midden- en kleinbedrijf (mkb) benadeeld wordt door mededingingsregels. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) moet meer doen voor het midden- en kleinbedrijf. Een minder juridische en meer economische houding zou al een stap in de goede richting zijn. Het mkb (als leverancier tegenover machtige inkopers) moet meer middelen krijgen om samen de vuist te ballen. (B21827)

  • EIM; Brummelkamp, G. W.; Driel, H. J. van, De stille reserve en het MKB : verkenning van de betekenis van de stille reserve voor arbeidsmarktkrapte in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Strategische verkenning, Nr. B200209
    In Nederland bestond tot voor kort krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte manifesteerde zich met name in het MKB. Bedrijven uit sectoren als bouw, industrie, handel, gezondheids- en welzijnszorg hadden moeite om aan voldoende personeel te komen. Zij werden belemmerd in hun groei. Veel bedrijven hadden zelfs moeite om de productie en/of dienstverlening op peil te houden. Tegelijkertijd kende de Nederlandse beroepsbevolking een substantieel deel dat niet werkte, dat wel wilde maar op een of andere manier de stap naar de arbeidsmarkt niet zette. Voorzover mensen uit de groep niet ingeschreven zijn bij CWI of sociale dienst duidt men deze groep ook wel aan als stille reserve. EIM heeft deze groep bestudeerd en is nagegaan welke betekenis zij kunnen hebben voor de vraag naar werknemers in het MKB. (B21614)

  • MKB-Nederland, 10-puntenplan voor het mkb : mkb-punten die iedere politicus na aan het hart moeten liggen
    Delft : MKB-Nederland, 2002.
    Het overgrote deel van de bedrijven in Nederland behoort tot het midden-en kleinbedrijf. In het mkb werken ruim 2, 8 miljoen mensen en het is de banenmotor bij uitstek. De economische situatie van Nederland is sterk gewijzigd. Daarom is het zaak om het ondernemerschap te stimuleren. De rol die het kabinet en parlement hierin hebben is aanzienlijk. (B21602)

  • EIM; Muijnck, J. de; Hessels, J., Arbeidsomstandigheden en verzuim in het midden- en kleinbedrijf
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    In deze rapportage worden de veranderingen in het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid die sinds de jaren '90 zijn ingezet, bekeken door de ogen van de werkgever in het midden- en kleinbedrijf. Welke verplichtingen ten aanzien van ziekteverzuim van werknemers en arbeidsongeschiktheid heeft de werkgever; en welke mogelijkheden heeft hij/zij om ziekteverzuim in het bedrijf terug te dringen? Daarnaast geeft de rapportage inzicht in de reactie van MKB-werkgevers op de veranderde wetgeving. Zowel de mening hierover als het gedrag, het werkelijk meer aandacht besteden aan verzuim en arbeidsongeschiktheid om het terug te dringen, komen aan bod. (B21583)

  • MKB-Nederland, Een jaar Wet Verbetering Poortwachter : de praktijk van het midden- en kleinbedrijf
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    Op 1 april 2003 bestond de Wet Verbetering Poortwachter één jaar. MKB-Nederland heeft geëvalueerd hoe de wet na inwerkingtreding in de praktijk van het mkb heeft uitgepakt. De nota geeft de resultaten van twee enquêtes, één onder individuele werkgevers en één onder brancheorganisaties. Op basis van de enquêteresultaten wordt ingegaan op de mogelijkheden en onmogelijkheden van de verplichtingen voor het mkb die uit de Wet Verbetering Poortwachter voortvloeien. Ook wordt ingegaan op de rol van Arbodiensten. Tot slot doet MKB-Nederland op basis van de getrokken conclusies aanbevelingen richting overheid, politiek, en richting eigen branches. (B21584)

  • MKB-Nederland; Rabobank, MKB-Industriemonitor : de vinger aan de pols in het industriële mkb nr. 1
    Delft : MKB-Nederland, 2002.
    MKB-Industriemonitor, nr. 1, juli 2002
    Onderzoek naar de positie en toekomst van 50.000 bedrijven in het industriële MKB. (B21547)

  • MKB-Nederland; Rabobank, MKB-Industriemonitor : de vinger aan de pols in het industriële mkb
    Delft : MKB-Nederland, 2002
    MKB-Industriemonitor, nr. 2 (12-2002)
    Onderzoek naar de positie en toekomst van 50.000 bedrijven in het industriële MKB. Thema is dit keer load shedding: het afwentelen van risico's en kosten op de mkb-bedrijven in de industrie.
    In deze tweede industriemonitor wordt geconcludeerd dat het niet goed gaat met het industriële midden- en kleinbedrijf. Dachten de ondernemers halverwege 2002 nog uit het dal te klimmen, nu veroorzaakt de slechte conjunctuur steeds meer problemen. Load-shedding raakt alle bedrijven zwaar. Langzaam maar zeker zijn de bedrijven hierdoor in een onmogelijke, diepe spagaat gezakt, waarbij het maar de vraag is of ze uit het industriële dal kunnen klimmen. (B21548)

  • EIM; Gibcus, P.; Hoesel, P. van;, De beslissende ondernemer in het MKB : een vooronderzoek
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Strategische Verkenning, nr. B200207
    Driekwart van de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf is voortdurend op zoek naar nieuwe kansen. Als gevolg daarvan nemen zij eens in de 2 tot 5 jaar een ingrijpende en riskante beslissing van strategische aard. Dit leidt in de meeste gevallen tot verbetering van de positie van het bedrijf. Opvallend is dat in het besluitvormingsproces er grote verschillen bestaan tussen MKB-ondernemers en het Grootbedrijf. De enige rol van essentiële betekenis in het besluitvormingsproces tot een ingrijpende beslissing, is de rol van de ondernemer zelf. Ondernemers schakelen adviseurs slechts in om bepaalde (met name juridische en financiële) aspecten uit te werken. De ondernemer in het MKB maakt alle afwegingen zelf of eventueel samen met een mede-eigenaar. (B21541)

  • EIM; [et al.], De kortste route naar een kennisrijk MKB : onderzoek naar effectieve kennisoverdracht naar het (procesvolgend) MKB
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    In het onderzoek is gekeken in hoeverre de kennisabsorptie binnen het technologievolgende MKB kan worden gestimuleerd door gebruik te maken van marketingtechnieken en inzichten uit kennismanagement. In deze publieksrapportage zijn de uitkomsten van de deskresearch en de casestudies uit de strategische verkenning vertaald naar de concrete praktijksituatie van het MKB. Daarnaast zijn de ondernemers uit het MKB-panel vragen voorgelegd met betrekking tot effectieve methoden voor kennisoverdracht. Resultaatgerichte acties, een persoonlijke benadering en maatwerk spelen hierbij een belangrijke rol. Met name de werknemers vormen via instroom en trainingen on the job een bron van vooruitgang. Stimulering van kennisoverdracht naar MKB-ondernemingen kan het beste via het bestaande netwerk van brancheorganisaties en intermediairs verlopen. Hierbij is samenwerking met toonaangevende ondernemingen uit de betrokken branches een pre, vanwege hun voorbeeldfunctie en herkenning voor het MKB. (B21417)

  • EIM; [et al.], KTO2003 : een sectormodel naar grootteklasse voor de analyse en prognose van korte termijn ontwikkelingen
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    In dit rapport wordt een beschrijving gegeven van het KTO2003-model. Dit is een sectormodel naar grootteklasse van de Nederlandse economie, waarmee EIM hoofdzakelijk kortetermijnprognoses maakt. De prognoses worden voor een 58-tal sectoren opgesteld, waarbij voor 55 sectoren een uitsplitsing naar klein-, midden- en grootbedrijf wordt gemaakt. De prognoses die met het KTO-model worden gemaakt, sluiten direct aan bij de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). (B21418)

  • EIM; [et al.], Innovation and firm performance
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Research Report, nr. H200207
    De rapportage besteed aandacht aan de relatie tussen innovatie en bedrijfsprestaties. In de literatuur is een trend naar een systematische benadering. Empirische studies die deze benadering gebruiken onderscheiden vier stappen in de innovatie-prestatie relatie. Als eerste, een bedrijf beslist wel of niet te innoveren. Ten tweede, indien een bedrijf beslist tot innovatie wat is de mate van input in innovatie. Ten derde de transformatie van innovatieve input tot innovatieve output. En tot slot de innovatieve output die betere bedrijfsprestaties moet opleveren. (B21421)

  • Economisch Bureau ING; Geerts, A.; Kok, M. P., Miljoenennota midden- en kleinbedrijf 2003 : financiële stromen tussen de rijksoverheid en het MKB, alsmede accenten voor het toekomstige MKB-beleid
    Amsterdam : Economisch Bureau ING, 2003.
    Jaarlijkse uitgave waarin een beeld wordt geschetst van het overheidsbeleid ten aanzien van het MKB, alsmede van de hiervoor ingezette instrumenten. De nota geeft allereerst een beeld van de internationale en nationale economische ontwikkelingen die relevant zijn voor het MKB. Vervolgens wordt het Nederlandse beleid dat van belang is voor het MKB geschetst. Daarin wordt achtereenvolgens op het algemene beleidskader en het specifieke MKB-beleid ingegaan. Dit beleid is ingedeeld naar zes hoofdbeleidsterreinen: innovatiebeleid, regionaal economisch beleid, financieringsbeleid, marktstructuur, energie- en milieubeleid en buitenlandse economische betrekkingen en exportbeleid. Vervolgens wordt ingegaan op de financiële stromen tussen Rijk en bedrijfsleven alsmede de fiscale faciliteiten waarmee bedrijven in het algemeen en het MKB in het bijzonder hun belastinggrondslag kunnen versmallen om de lastendruk te verminderen. Tot slot wordt een overzicht gegeven van de MKB relevante beleidsprogramma's per hoofdbeleidsterrein gegeven. (B21404)

  • Economisch Bureau ING; [et al.], Arbeidsproductiviteit in het Europese MKB : MKB special 2003
    Amsterdam : Economisch Bureau ING, 2003.
    In deze MKB special 2003 staat de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit centraal. Teneinde inzicht te krijgen in de wijze waarop en de mate waarin op ondernemingsniveau omgegaan wordt met factoren die van invloed zijn op de (ontwikkeling van) het niveau en de groei van de arbeidsproductiviteit in Nederland, Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen een grootschalige enquête gehouden. Het onderzoek is specifiek gericht op het MKB (1 tot 250 werknemers) actief in de toeleverende industrie en in de zakelijke dienstverlening. Aan de ondernemers zijn thema's voorgelegd omtrent personeel, investeringen en de interne en externe bedrijfsorganisatie. Het rapport presenteert de resultaten van de enquête. Daaraan voorafgaand wordt de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit in de drie gebieden in een breder internationaal perspectief geplaatst. Ten slotte worden de geconstateerde verschillen tussen de drie gebieden geduid aan de hand van conjuncturele verschillen. (B21405)

  • Min. SZW; [et al.], Brancheorganisaties maken werk gezonder : stimulering arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim-, en reïntegratiebeleid binnen MKB branches
    Den Haag : Min. SZW, 2003.
    Werkdocumenten, nr. 274
    Centraal staat hoe het arbeidsomstandighedenbeleid in het MKB gestimuleerd kan worden. Deze vraag is toegespitst naar de rol van brancheorganisaties en vertaald in de volgende specifieke onderzoeksvragen: Wat zijn de belangrijkste arbo- en verzuimproblemen in het MKB?; Over welke arbo- en verzuimproblemen krijgen sleutelfiguren van MKB branches de meeste vragen van middelgrote resp. kleine ondernemingen in de branche?; Welke arbo- en verzuimproblemen verdienen volgens deze sleutelpersonen meer dan gemiddelde aandacht met het oog op onder meer toekomstige ontwikkelingen in en van de branche en werving en behoud van personeel?; Welke verbeteringsmogelijkheden kunnen, volgens de sleutelfiguren en volgens de onderzoekers, bijdragen leveren aan het oplossen van geconstateerde arbo- en verzuimproblemen? Deze vragen zijn beantwoord aan de hand van een telefonische enquête onder sleutelfiguren van brancheorganisaties van MKB bedrijven. De antwoorden op de enquête waren input voor een werkconferentie 'MKB en arbo'. Het rapport bevat een verslag van de enquête alsmede van de werkconferentie. Voorts gaat het in op 'verzuimloketten' als een van de meest specifieke voorbeelden van verbeteringsmogelijkheden die door MKB zijn ontwikkeld om het arbo-, verzuim en reïntegratiebeleid te stimuleren. (B21407)

  • EIM; Gibcus, P.; Kemp, R. G. M., Strategy and small firm performance
    Zoetermeer : EIM, 2003.
    Research report, nr. H200208
    In deze studie is de relatie tussen strategie en bedrijfsprestaties onderzocht. Er bestaan vier verschillende strategische groepen: service differentiatie, stuck-in-the-middle bedrijven, innovatie and marketing differentiatie and proces differentiatie. De eerste twee groepen gaan minder actief en professioneel om met strategische vraagstukken dan de laatste twee groepen. Dit levert geen verschillen op in omzet en winst als gecorrigeerd wordt voor bedrijfsomvang. (B21331)

  • MKB-Nederland, Inzet arbeidsvoorwaarden mkb 2003
    Delft : MKB-Nederland, 2003.
    De nota geeft allereerst een overzicht van de indicatoren die een rol spelen bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Het verbeteren van de rendementen, de ontwikkeling van de werkgelegenheid en de concurrentiepositie staan hierin centraal. Vervolgens wordt hiertoe een aantal thema's uitgewerkt, o.a. lonen en lasten; contractloonstijging, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, financiële prikkels voor werknemers, pensioenen, productiviteit, flexibel inzetten van werknemers, en employability. Het slothoofdstuk geeft een verkennende analyse over de rol en het karakter van cao's. (B21303)

  • OECD, OECD small and medium enterprise outlook 2002
    Parijs : OECD, 2002.
    Aandacht voor de ontwikkelingen en de vooruitzichten in het midden- en kleinbedrijf (mkb) in OECD-landen. De publicatie bevat profielschetsen van het mkb in 28 OECD lidstaten, waaronder Nederland). Per land wordt onder meer ingegaan op het overheidsbeleid, ondernemerschap, financiering, technologie en innovatie, en export. (B21253)

  • MKB Nederland, Jong talent voor het mkb : beroepsonderwijs fundament van de samenleving
    Delft : MKB-Nederland, 2002.
    In de nota geeft MKB-Nederland vanuit de optiek van het midden- en kleinbedrijf een integrale visie op het beroepsonderwijs en doet voorstellen om de samenwerking tussen de instellingen voor beroepsonderwijs en het mkb zowel op sectoraal als regionaal niveau te versterken. (B21154)

  • TNO Arbeid; Andriessen, S.; Verboon, F., Hebben arbeidspools de toekomst? : over de meerwaarde van arbeidspools voor het MKB
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 2002.
    TNO-rapport, nr. 2510000
    Onderzoek naar de betekenis van arbeidspools voor het MKB. Allereerst wordt beschreven welke soorten arbeidspools er bestaan. Daarna wordt een korte beschrijving gegeven van 14 arbeidspools en wordt besproken op welke wijze de arbeidspools zich de laatste jaren hebben ontwikkeld. Vervolgens wordt een beknopte schets gegeven van de MKB-bedrijven en hun behoefte aan personeel. Er wordt ingegaan op het verzuim en verloop als vormen van uitval bij MKB-bedrijven en wat er bekend is over oplossingen van MKB-werkgevers voor tijdelijke uitval van hun werknemers. Ingegaan wordt op de betekenis van arbeidspools voor betrokken partijen zoals werkgevers en werknemers en besproken wordt waarom het zo moeilijk blijkt te zijn een arbeidspool goed te laten functioneren. Tot slot worden conclusies getrokken over de meerwaarde van arbeidspools voor het MKB. (B21005)

  • TNO Arbeid; Feyter, M.G. de; Meijers, J. M.; Evers, G. E., Vier op een rij : beschrijving van vier arbeidspools werkzaam voor het MKB en de ervaringen hiermee van enkele werkgevers
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 2002.
    TNO-rapport, nr. 2590002/r0000131
    In dit onderzoek is een inventarisatie gemaakt van arbeidspools die: zijn opgericht door bedrijven en/of brancheorganisaties uit één sector; werknemers in dienst hebben en deze detacheren; maximaal vijftig werknemers hebben. Van vier arbeidspools is beschreven hoe zij zijn opgezet en welke diensten zij aanbieden. De vier organisaties (Agrarische Bedrijfsverzorging; Deltametaal; Stichting ElektroWerk en Innoflex) worden bestuurd door vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties. Ze hebben geen winstdoelstelling, maar moeten wel kostendekkend werken. De vier arbeidspools hebben zowel een instroompool als een flex-pool, waarbij de flex-pool bij twee nog in opbouw is. Alle vier arbeidspools moeten zich inspannen om voldoende instroom te realiseren in zowel de instroompool als de flex-pool. Bij negen werkgevers is nagegaan waarom en in welke situaties zij de arbeidspool inschakelen. Dat blijkt overwegend bij lang verzuim; vakantie; pieken en structurele groei in het werk te zijn. Bij kort verzuim of korte afwezigheid zetten werkgevers de arbeidspool niet in.
    TNO DF-Programma Arbeid 1999, Deelproject 4.4. Arbeidsparticipatie in het MKB. (B20983)

  • EIM; Graaff, C. C. van de; Overweel, M. J., Het belang van importeren voor het MKB
    Zotermeer : EIM, 2002. 30 p.
    Onderzoek naar de omvang, het belang en het doel van importeren door/voor het industriële MKB. Bijna een kwart van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (MKB) importeert. Innovatieve goederen en diensten maken bijna een zesde deel uit van het totaal. Importeren blijkt onvermijdelijk te zijn bij de stappen die bedrijven zetten in hun internationaliseringsproces. Een groot deel van import van goederen is bestemd voor verbruik in het productieproces van de producerende sectoren. Daarnaast importeert de handel goederen die enerzijds in Nederland verkocht worden en anderzijds opnieuw worden uitgevoerd. Ook is er sprake van outsourcing van productie naar het buitenland. (B20961)

  • MKB Ned.; Nederland ICT; FHI Federatie van Technologiebranches, ICT voor productiviteitssprong in mkb
    Delft : MKB Ned., 2002.
    In de nota wordt een visie gepresenteerd op de wijze waarop het mkb beter kan profiteren van de mogelijkheden die ict biedt. Er wordt aangegeven wat het bedrijfsleven zelf kan doen en welke randvoorwaarden de overheid zou moeten bieden. Om goed zicht te krijgen op het ICT-gebruik in het mkb en de knelpunten die optreden is onderzoek uitgevoerd onder ondernemers en branche-organisaties. (B20933)

  • EIM; Kerste, R.; Muizer, A., Effective knowledge transfer to SMEs : lessons from marketing and knowledge management
    Zoetermeer : EIM, 2002.
    Strategic study, nr. B200202
    Bedrijven die innovatiever zijn presteren over het algemeen beter dan minder innovatieve bedrijven. EIM heeft een eerste verkenning gedaan naar de manieren waarop het midden- en kleinbedrijf kan worden gestimuleerd om meer kennis, bijvoorbeeld over nieuwe procestechnologie, te absorberen en vervolgens in te zetten voor verbetering van het
    bedrijfsproces. Bestudeerd wordt in hoeverre inzichten uit marketing en kennismanagement
    worden gebruikt om kennisabsorptie onder de achterblijvers te stimuleren. In vier cases wordt
    achtereenvolgens ingegaan op de marketingdimensies interne marketing, social marketing en one-to-one-marketing, en op kennismanagement zelf. Bekeken is in hoeverre de inzichten uit deze cases kennisabsorptie kunnen beïnvloeden. (B20882)

  • EIM; Rijt-Veltman, W. V. M. van; Mensen, A. H. H. M.; Wiggers-Ruigrok, C. M., Een warmer vestigingsklimaat voor het MKB? : een verkenning naar de positie van het MKB in het vestigingsbeleid van Nederlandse gemeenten
    Zoetermeer : EIM, 2002.
    Strategische Verkenning B200104
    Dit rapport geeft inzicht in de rol van de gemeenten bij het locatiegedrag van MKB-ondernemingen. Onderzocht wordt wat het belang is van de gemeenten in het geheel van factoren die het locatiegedrag van MKB-ondernemingen bepalen. Daarnaast gaat men in op de vraag hoe MKB-ondernemingen de gemeentelijke rol in de uitvoering van hun locatiebeleid ervaren. Tevens wordt onderzocht of gemeenten een ruimtelijk-economisch beleid voeren dat specifiek op de doelgroep van MKB-ondernemingen gericht is. (B20516)

  • EIM; [et al.], Organisatietypen in het MKB : een verkennend onderzoek naar de organisatiestructuren van het midden- en kleinbedrijf
    Zoetermeer : EIM, 2002.
    Strategische verkenning, nr. B200105
    Dit rapport bevat een strategische verkenning naar de organisatiestructuren van het midden- en kleinbedrijf. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen in de kenmerken van de organisatiestructuur in het MKB. De centrale onderzoeksvragen zijn: hoe ziet in Nederland de organisatiestructuur van kleine en middelgrote bedrijven er uit? Zijn er verschillende typische organisatiestructuren te onderkennen? En zo ja, welke zijn dit dan? Uit het onderzoek komt het volgende naar voren: Werknemers in bedrijven met minder dan honderd werknemers hebben weinig te vertellen. Bij slechts een kwart van de bedrijven nemen werknemers zelf dagelijkse beslissingen. Van negen te onderscheiden hoofdtypen in organisatiestructuur hebben er zes een sterk centrale besluitvorming. Werkgevers trachten afhankelijkheid van personeel te voorkomen, zo lijkt het: slechts ruim de helft van de kleine bedrijven (1-9 werknemers) heeft moeilijk te vervangen medewerkers. (B20498)

  • EIM; Mensen, A. H. H. M., Voor wie niet altijd 'Kleinduimpje' in ondernemersland wil blijven : een onderzoek naar factoren voor een succesvolle bedrijfsuitbreiding in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2002.
    Dit onderzoek verschaft inzicht in de succes- en faalfactoren bij bedrijfsuitbreiding door MKB-bedrijven zodat ondernemers, die vanuit een bepaalde start- of basispositie gestart zijn, hun mogelijkheden verder kunnen ontwikkelen. Onder uitbreiding worden de volgende vormen verstaan: uitbreiding van het bestaande pand, verhuizing naar een groter pand, uitbreiding van het aantal vestigingen, en fusie of overname. Uit het EIM-onderzoek blijkt dat bedrijven in het MKB die willen uitbreiden vaak tegen knelpunten aanlopen. De grootste belemmering vormt de wet- en regelgeving. Bezwaar- en beroepsprocedures kunnen de plannen behoorlijk in de weg staan dan wel vertragen. Ook ondervinden veel ondernemers problemen bij het werven van extra personeel en de benodigde vierkante meters. (B20244)

  • OECD, Businesses' views on red tape : administrative and regulatory burdens on small- and mediumsized enterprises
    Parijs : OECD, 2001
    Vergelijking van de administratieve lasten voor het midden- en kleinbedrijf in de volgende elf OECD landen: Oostenrijk, Australië, België, Finland, IJsland, Mexico, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Portugal, Spanje en Zweden. (B19996)

  • EIM; Graaff, C. C. van de; Noort, E. A. van, Stimulering van het MKB : de effectiviteit van het beleidsinstrumentarium
    Zoetermeer : EIM, 2002.
    Uit het onderzoek blijkt dat de effectiviteit van het overheidsinstrumentarium ter stimulering van het midden- en kleinbedrijf (MKB) niet goed objectief kan worden beoordeeld. Van veel stimuleringsregelingen voor het MKB zijn namelijk geen kwantitatieve doelstellingen bekend. Bij de instelling van regelingen worden wel doelstellingen geformuleerd, maar deze zijn veelal vrij algemeen van aard en niet gekwantificeerd. Hierdoor is het moeilijk om objectief te beoordelen in hoeverre deze doelstellingen worden bereikt. In het onderzoek is verder aandacht besteed aan de belangrijkste stimuleringsmaatregelen voor het MKB op de beleidsvelden financiering, innovatie en export. De regelingen op deze beleidsvelden voorzien in een duidelijke behoefte van MKB-bedrijven. Op het beleidsveld financiering bijvoorbeeld zijn de verschillende financieringsregelingen toegesneden op de door MKB-bedrijven ervaren financieringsproblemen. Uit het onderzoek komt tevens naar voren dat vooral bij krediet- en verzekeringsregelingen de administratieve lasten door MKB-bedrijven als een knelpunt worden ervaren. De administratieve lasten voor fiscale en subsidieregelingen zijn in verhouding tot de krediet- en verzekeringsregelingen laag. Aan de toekenning van de meest gebruikte fiscale regelingen zijn geen complexe en uitgebreide voorwaarden en criteria verbonden. Verder is het voordeel dat accountants van MKB-bedrijven in het algemeen goed op de hoogte zijn van fiscale regelingen en de daaraan verbonden voorwaarden. (B20134)