Literatuurlijst Inkomensbeleid


SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen   

 

  • Verwey-Jonker Inst, Van inkomensondersteuning tot Wmo : twintig jaar armoedebeleid in Nederland
    Utrecht : Verwey-Jonker Inst., 2011. 40 p.
    Dit essay blikt terug op twintig jaar armoedebestrijding in Nederland. Het armoedebeleid ontwikkelde zich van bescherming naar participatie en van landelijk naar lokaal beleid. Participeren en Dichter bij de burger zijn nog steeds sleutelwoorden in het huidige armoedebeleid, maar ze zijn niet langer voldoende. Het lokale armoedebeleid is toe aan herbezinning. Armoede is niet meer een kwestie van alleen een laag inkomen, maar van multiproblematiek, zoals een slechte gezondheid, depressie, een uitzichtloze schuldensituatie, sociaal isolement en het ontbreken van een toekomstperspectief. Nieuw lokaal beleid sluit aan bij deze gestapelde armoedeproblematiek. Het Europees social inclusion beleid biedt hiervoor goede aanknopingspunten. (B29988)
     
  • CPB; Groot, S.; Groot, H. de; Smit, M., Regional wage differences in the Netherlands: micro-evidence on agglomeration externalities
    Den Haag : CPB, 2011. 26 p.
    CPB Discussion Paper, nr. 184
    Op basis van microdata over individuele werknemers voor de periode 2000 - 2005 laat deze studie zien dat er - hoewel relatief klein in internationaal perspectief - substantiële loonverschillen bestaan tussen Nederlandse regio’s. Een groot deel van deze verschillen kan worden toegeschreven aan individuele kenmerken van werknemers. (B30035) 
     
  • EIM; Folkeringa, M.; Hartog, C. M., Inkomens van ondernemers 2010
    Zoetermeer : EIM, 2010.
    In deze rapportage staat de huidige en toekomstige ontwikkeling van het besteedbaar inkomen van ondernemers centraal. Onderscheid wordt gemaakt tussen zelfstandigen en directeuren-grootaandeelhouders (dga’s). De rapportage verschaft inzicht in de componenten van het inkomen van ondernemers en hoe deze zich ontwikkelen in het lopende en eerstvolgende jaar. Ook gaat de rapportage in op ontwikkelingen in recente (fiscale) wet- en regelgeving die relevant zijn voor ondernemers. (B29166)
  • Caminada, K.; Goudswaard, K.; Koster, F.; Universiteit Leiden, Social income transfers and poverty alleviation in OECD countries
    Leiden : Universiteit Leiden, 2010.
    Research memorandum, nr. 2010.01
    Analyse van de effectiviteit van inkomensbeleid in Europa en andere OECD-landen bij het terugdringen van armoede. Grote sociale inspanningen gaan samen met minder armoede. (B28663)
     
  • CBS, Lage inkomens, kans op armoede en uitsluiting 2009
    Den Haag : CBS, 2009.
    In deze publicatie wordt op hoofdpunten verslag gedaan van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van armoede. Speciale aandacht is er ook voor de mate van deelname aan het maatschappelijke leven, de financiële beperkingen in middelen voor eerste levensbehoeften, de druk van vaste lasten, schulden moeten maken, de vermogenspositie en de (gezonde) levensverwachting van mensen met (en zonder) kans op armoede. (B28587)
     
  • Caminada, K.; Goudswaard, K.; Universiteit Leiden, Social expenditure and poverty reduction in the EU and other OECD countries
    Leiden : Universiteit Leiden, 2009.
    Department of Economics, research memorandum, nr. 2009.02
    Analyse van de effectiviteit van inkomensbeleid in 15 EU-landen om armoede te verminderen. De cijfers van verschillende landen worden vergeleken en er wordt gekeken naar sociaal-economische en demografische omstandigheden. Zwakke leeftijdsgroepen zijn kinderen en ouderen. (B28433)
     
  • CPB; Folmer, K., Why do macro wage elasticities diverge? : a meta analysis
    Den Haag : CPB, 2009.
    CPB discussion paper, no. 122
    Onderzoek probeert de variatie in macro loonelasticiteiten te verklaren vanuit studiekarakteristieken met behulp van een meta-analyse. Uit 90 artikelen en boeken zijn ongeveer 1000 elasticiteiten gedestilleerd. (B27795)

  • EIM ; Folkeringa, M. ; Ruis, A. ; Tan, S., Monitor inkomens ondernemers editie 2009
    Zoetermeer : EIM, 2009.
    A200907
    EIM heeft een monitor ontwikkeld om in de vraag te voorzien van informatie over de inkomenspositie en inkomensontwikkeling van ondernemers. Deze monitor wordt jaarlijks aangevuld met de meest recente beschikbare gegevens. Ook wordt veel aandacht besteed aan de achtergrond van de ontwikkelingen. (B27750)

  • CPB; Borghans, L.; Weel, B. ter, Understanding the technology of computer technology diffusion : explaining computer adoption patterns and implications for the wage structure
    Den Haag : CPB, 2008.
    CPB discussion papers, nr. 117
    Onderzoek naar de gevolgen van de computerisering van de arbeidsmarkt om te zien of er een verklaring is voor bekeken computeradoptiepatronen en veranderingen (op de lange termijn) in de loonstructuur. (B27686)

  • Goudswaard, K.; Caminada, K.; Universiteit Leiden, The redistributive impact of public and private social expenditure
    Leiden : Law School, 2008.
    Department of economics reseach memorandum, nr. 2008.04
    Empirisch onderzoek naar de relatie tussen verschillen in publieke en private sociale uitgaven en de inkomensverdeling in een aantal welvaartsstaten. Overzicht van het empirisch resultaat van het niveau van inkomensongelijkheid, de aard van de verschillende uitgaven en recente data van deze (sociale) uitgaven. Verder de inkomensverdeling met conclusies. (B27638)

  • ILO; Somavia, J., World of work report 2008 : income Inequalities in the age of financial globalization
    Geneve : ILO, 2008.
    Ondanks de sterke economische groei die sinds de vroege jaren '90 gezorgd heeft voor miljoenen nieuwe banen, groeide de inkomensongelijkheid in de meeste regio's van de wereld sterk en zal naar verwachting toenemen als gevolg van de huidige mondiale financiële crisis, aldus het ILO-rapport. Het rapport merkt ook op dat een groot deel van de kosten van de financiële en economische crisis zullen worden gedragen door honderden miljoenen mensen die niet hebben gedeeld in de voordelen van de recente groei. De ILO meent dat, hoewel een zekere mate van inkomensongelijkheid nuttig is bij het belonen van inspanningen, talent en innovatie, grote verschillen contra-productief en schadelijk voor de meeste economieën zijn. Het slothoofdstuk gaat in op fatsoenlijk werk en de Decent Work Agenda van de ILO. (B27484)

  • Arbeidsinspectie; Erden, Ö.; Hoeben, J., De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006 : een onderzoek naar de verschillen in beloning en mobiliteit tussen groepen werknemers
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2008.
    Dit rapport beschrijft de verschillen in beloning en mobiliteit tussen mannen en vrouwen, voltijders en deeltijders, autochtonen en allochtonen alsmede werknemers met vaste en tijdelijke arbeidscontracten in 2006. Voorts komen de verschillen aan bod tussen de hiervoor genoemde werknemerscategorieën op het gebied van opleiding in relatie tot het functieniveau en op het gebied van extra uitkeringen die veelal één à tweemaal per jaar worden uitgekeerd (winstafhankelijke of overige uitkeringen, zoals een extra maand, arbeidsmarkttoeslagen of functioneringstoeslagen). (B27401)

  • SEO; Berkhout, E.; Klaveren, Ch.; Tijdens, K.; Salverda, W.; AIAS; Min. SZW, Verdiepende analyse van loonverschillen : de loonachterstand van vrouwen verder uitgediept
    Amsterdam : SEO, 2008.
    SEO-rapport, nr. 2008-7
    Wanneer alleen gekeken wordt naar directe loonverschillen, zonder rekening te houden met verklarende factoren als opleiding, ervaring, sector etc. blijken vrouwen aanzienlijk minder te verdienen dan mannen. Onderzoeken van SEO en de Arbeidsinspectie laten zien dat ook na correctie voor allerlei relevante factoren er telkens een onverklaard loonverschil overblijft. Vrouwen blijken dan nog altijd zo’n 3 tot 7% minder loon te ontvangen dan mannen. Dit resterende verschil wordt door sommigen gezien als beloningsdiscriminatie, maar dat is niet geheel juist. Er zijn meerdere verklaringen mogelijk voor dit verschil. Beloningsdiscriminatie is er daar slechts één van. Dit rapport doet verslag van een onderzoek van SEO en AIAS naar het gecorrigeerde beloningsverschil tussen mannen en vrouwen. Hierbij is uitdrukkelijk niet gekozen voor een onderzoek naar beloningsdiscriminatie (hiervoor zou een aanvullend onderzoek met behulp van de vignettenmethode nodig zijn) maar ligt de nadruk op mogelijke nog niet eerder empirisch onderzochte aanvullende verklaringen voor beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. Vertrekpunt is het onderzoek naar beloningsverschillen dat in 2006 is uitgevoerd door de Arbeidsinspectie. (B27402)

  • Baccaro, L.; Intern. Inst. for Labour Studies; ILO, Labour, globalization and inequality : are trade unions still redistributive?
    Geneve : ILO, 2008.
    Discussion Paper, DP/192/2008
    De paper presenteert een nieuwe kwantitatieve beoordeling van de gevolgen van globalisering en binnenlands arbeidsmarktbeleid voor inkomensongelijkheid. Het onderzoek dekt een breed scala van landen en niet alleen geavanceerde economieën, zoals vaak het geval is. Het resultaat geeft een beeld van de verschillende factoren achter de ontwikkeling van de toename van de inkomensongelijkheid geregistreerd in de afgelopen twee decennia. De paper dienst als achtergronddocument bij het ILO World of Work Report 2008. (B27322)

  • Rani, U.; Intern. Inst. for Labour Studies; ILO, Impact of changing work patterns on income inequality
    Geneve : ILO, 2008.
    Discussion Paper, DP/193/2008
    De paper onderzoekt hoe de veranderende werkgelegenheidspatronen de stijging van inkomensongelijkheid zouden kunnen verklaren die in meerdere landen wordt waargenomen. Het eerste deel van de paper schetst de trends in niet-standaard werkgelegenheid en onderzoekt mogelijke verbanden tussen niet-standaard werkgelegenheid en inkomensongelijkheid. Deel 2 gaat in op de loonverschillen tussen standaard-en niet-standaard banen en gaat in op de gevolgen in termen van ongelijke inkomensverdeling. Het laatste deel verkent de factoren die bijdragen aan de inkomensongelijkheid in de opkomende economieën China en India en onderzoekt of de veranderende arbeidspatronende bredere inkomensongelijkheid verklaren. De paper dienst als achtergronddocument bij het ILO World of Work Report 2008. (B27321)

  • OECD, Growing unequal? : income distribution and poverty in OECD countries
    Parijs : OECD, 2008.
    Rapport over inkomensverdeling en armoede in OECD-landen. Het rapport constateert dat de rijken meer hebben geprofiteerd van de economische groei van de laatste decennia dan de armen. In sommige landen, zoals Canada, Finland, Duitsland, Italië, Noorwegen en de Verenigde Staten, steeg ook de kloof tussen de rijken en de middenklasse. Landen met een brede inkomensverdeling neigen om meer wijdverspreide inkomensarmoede te hebben. Ook de sociale mobiliteit is lager in landen met hoge ongelijkheid, zoals Italië, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, en hoger in de Scandinavische landen waar het inkomen meer gelijkmatig wordt verdeeld. (B27269)

  • OSA; Román, A.; Schippers, J., The competitive edge : sector appeal during periods of labor scarity
    Tilburg : OSA, 2008.
    In dit onderzoek wordt nagegaan hoe de beloning van werknemers zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld in respectievelijk de collectieve sector en de marktsector. Uit het onderzoek blijkt dat voor hoogopgeleide mannen van middelbare leeftijd de lonen en salarissen in de collectieve sector nog altijd achterblijven bij die in het bedrijfsleven. Maar in deze tijd van personeelsschaarste zullen werkgevers het bij hun zoektocht naar personeel in toenemende mate moeten hebben van andere groepen die zich op de arbeidsmarkt aandienen. Bij deze groepen is juist de collectieve sector financieel aantrekkelijker. Laag opgeleiden en vrouwen zijn qua loon beter af in de collectieve sector. De collectieve sector scoort ook goed als het gaat om secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals spaar- en verlofregelingen en keuzes in het arbeidsvoorwaardenpakket. De collectieve sector bevindt zich daarom in een relatief gunstige positie in de slag om de werknemer die de komende jaren op de arbeidsmarkt zal ontbranden. (B26869)

  • Intern. Trade Union Confederation; Chubb, C.; Melis, S.; Potter, L.; Storry, R., The global gender pay gap
    Londen : IDS, 2008.
    ITUC Report
    Onderzoek naar beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. Uit het onderzoek van de internationale federatie van vakverenigingen ITUC blijkt dat vrouwen wereldwijd gemiddeld 16 procent minder loon krijgen dan mannen. In Nederland is het loonverschil met 18% groter dan gemiddeld. (B26639)

  • OECD, Benefits and wages 2007 : OECD indicators
    Parijs : OECD, 2007.
    Bevat beschrijvingen van de beschikbare uitkeringen voor werkenden en niet-werkenden, en van de belastingen die ze verplicht zijn te betalen in de OECD-landen. Een speciaal hoofdstuk vergelijkt de kosten van kinderopvang in de verschillende landen en financiële prikkels waar ouders van jonge kinderen mee te maken krijgen. Met behulp van de OECD belasting-uitkering modellen worden de totale gezinsinkomens en hun componenten berekend voor allerlei verschillende gezins- en werkgelegenheidssituaties. De resultaten worden gebruikt om te onderzoeken wat de financiële prikkels zijn om te werken, zowel part-time als full-time, evenals de mate waarin sociale uitkeringen armoede voorkomen voor degenen zonder baan. Dit deel presenteert de resultaten voor 2005 en eerdere jaren. (B26473)

  • Pels, D., De economie van de eer : een nieuwe visie op verdienste en beloning
    Amsterdam : Ambo, 2007.
    In dit boek pleit Dick Pels voor een nieuwe benadering van prestatie en verdienste. Op basis van een analyse van de sterrencultuur laat hij zien dat het mogelijk is mensen te motiveren uit eergevoel in plaats van uitsluitend uit materieel gewin en hebzucht. Zorgzaamheid, duurzaamheid, vakmanschap en soberheid zouden meer sociale waardering moeten oogsten dan het najagen van eigenbelang. Het is tijd voor een meritocratie die waarde losmaakt van marktwaarde, die verdienste niet langer gelijkstelt aan veel geld verdienen, maar prijst wat eervol is. (B26447)

  • Dupuy, A.; Fernandez-Kranz, D.; ROA, International differences in the family gap in pay : the role of labor market institutions
    Maastricht : ROA, 2007.
    Research memorandum, nr. ROA-RM-2007/5
    Aandacht voor internationale verschillen op het gebied van inkomens en de gezinssituatie. Het blijkt dat waar de verschillen het grootst zijn, dit ligt aan een slechte combinatie van arbeidsmarktbeleid. Daar waar moeders achterblijven in inkomen in vergelijking met andere vrouwen, ligt dit aan loopbaanonderbreking bij het krijgen van kinderen. (B26200)

  • FNV; Visser, J., Notitie Echte aanpak topinkomens voorkomt aantasting omkeerregel
    [Amsterdam] ; FNV, 2007.
    De FNV presenteert een eigen voorstel voor de topinkomens. Kern daarvan is: het beperken van pensioenen voor inkomens boven de Balkenendenorm, door afschaffen fiscale faciliteiten en plafonds in premie en doorgroeimogelijkheden; een extra belastingschijf van 60 procent voor inkomens boven de Balkenendenorm van185.000 euro; afschaffen gouden handdrukken bij overnames; verhoging van vermogensrendementsheffing voor inkomens boven de Balkenendenorm; beperken hypotheekrente-aftrek voor inkomens boven de Balkenendenorm (B26127)

  • EIM; Folkeringa, M.; Jong-'t Hart, P. de, Een eigen bedrijf : loon naar werken? : cijfers en achtergronden over inkomens van ondernemers 1990-2004
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Het rapport schetst een totaalbeeld van de inkomenspositie van ondernemers en bevat analyses van de belangrijkste trends in de periode 1990-2004. Het rapport geeft antwoord op vragen als: Wat is de hoogte van het gemiddelde inkomen van ondernemers, en hoe heeft dit zich ontwikkeld in de afgelopen jaren? Zijn er verschillen tussen starters en 'gevestigde' ondernemers? Verdienen ondernemers in de Randstad meer dan ondernemers 'in de provincie'? (B26012)

  • Harjes, Th.; IMF, Globalization and income inequality : a European perspective
    [Washington] : IMF, 2007.
    Working paper, WP/07/169
    Er is in Europa groeiende bezorgdheid over de invloed van globalisering op hoge levensstandaard. Deze zorgen zijn ontstaan na de daling van het aandeel van het arbeidsinkomen in het gezamenlijk nationaal inkomen. De paper analyseert de ontwikkeling van de inkomensverdeling in de afgelopen decennia. (B25990)

  • EIM; [et al.], Dat loont! : een verkennend onderzoek naar de beloning van ondernemers en hun werknemers in het MKB
    Zoetermeer : EIM, 2007.
    Onderzoek naar het beloningsbeleid in het (jonge) MKB. Specifiek richt het rapport zich op drie onderwerpen: de samenstelling van de beloning van ondernemers; de toepassing van prestatiebeloning; de samenstelling en hoogte van de beloning van de best betaalde werknemer in het bedrijf. (B25756)

  • Min. SZW, De toekomstige inkomenspositie van ouderen
    Den Haag : Min. SZW, 2006.
    Werkdocument SZW
    Onderzoek naar de inkomenspositie van ouderen in de periode 2006-2030. Uit het onderzoek blijkt dat het gemiddelde inkomen van oudere mannen en vrouwen de komende jaren verder zal toenemen. Het inkomen stijgt doordat de AOW gekoppeld is aan de stijging van de lonen, en doordat ouderen steeds vaker hogere aanvullende pensioenen en bijvoorbeeld een eigen huis hebben. Uit het onderzoek blijkt tevens dat het inkomen stijgt doordat ouderen steeds hoger zijn opgeleid en vaker een hoger loon hebben gehad waardoor ook hun pensioen hoger uitvalt. Dat geldt ook voor vrouwen, die bovendien ook steeds vaker zelf een aanvullend pensioen opbouwen doordat ze een baan hebben. Verder zullen er minder mensen een pensioenbreuk wegens arbeidsongeschiktheid meemaken, gaan mensen later met (pre)pensioen, waardoor ze langer pensioen opbouwen en hebben ze vaak ook koopsompolissen en lijfrentes die nu worden uitbetaald. Dit betekent dat het gemiddelde huishoudinkomen van ouderen aangepast aan de inflatie tussen 2006 en 2030 stijgt van ongeveer 34.100 naar zo’n 52.800 euro per jaar. De verwachting is dat ook het aantal ouderen met een onvolledige AOW groeit. Het gaat om mensen die tussen 15 en 64 jaar niet altijd in Nederland hebben gewoond. Aan een aantal mensen wordt daarom aanvullende bijstand gegeven. Nu gaat het om 27.000 huishoudens, in 2020 zullen dat er naar verwachting 55.000 zijn. Dit werkdocument is een actualisatie en verdere uitwerking van een soortgelijke verkenning uit 2001 (Sociale nota 2001, SZW en werkdocument 230, SZW). (B25386)

  • United Nations, World economic and social survey 2006 : diverging growth and development
    New York : UN, 2006.
    Jaarrapport van de Verenigde Naties. Centraal thema is dit keer de inkomensongelijkheid en de verschillen in economische groei tussen landen. Ingegaan wordt op groei en inkomensongelijkheid in de periode 1960-2005 en structurele veranderingen en economische groei. Daarnaast komt de vraag aan de orde of handelsintegratie heeft gezorgd voor grotere verschillen in groei. Voorts wordt ingegaan op macro-economisch beleid en verschillen in groei; institutie, bestuur en economische groei, met voorbeelden van landen waar succesvolle hervormingen hebben plaatsgevonden. (B25240)

  • CPB; Lejour, A.; Solanic, V.; Tang, P., EU accession and income growth : an empirical approach
    Den Haag ; CPB, 2006.
    CPB discussion paper, nr. 72
    Op lange termijn kan het EU-lidmaatschap substantiële effecten hebben op de economieën van toetredende landen. Zo blijkt uit een historische analyse dat de bilaterale handel tussen EU-landen veel hoger is dan tussen vergelijkbare landen die geen lid zijn van de EU. Daarnaast is de kwaliteit van overheidsinstituties zoals eenduidige wetgeving, consequente rechtshandhaving en bestrijding van corruptie van belang voor de omvang van de handel. Ook hierbij gaat een stimulerend effect uit van toetreding. De eisen die EU aan de toetreders stelt bevorderen de kwaliteit van deze instituties.
    Op basis van deze onderzoeksuitkomsten zou voor de nieuwe EU-lidstaten de bilaterale handel met gemiddeld 56% kunnen toenemen. Voor iets meer dan de helft is dit het gevolg van de grotere handelsmogelijkheden als landen deel gaan uitmaken van de interne markt van de EU. Iets minder dan de helft van de handelsimpuls is het gevolg van verbeterde instituties. Analyse van de inkomens- en handelsontwikkeling over de periode 1960 tot 2000 laat zien dat meer handel het gemiddelde inkomen in een land aanzienlijk vergroot. Als deze resultaten vertaald worden naar de EU-toetreding van de landen uit Midden- en Oost-Europa, kan het inkomen per hoofd van de bevolking op lange termijn met zo'n 40% groeien vanwege de toetreding. (B25231)

  • CBS; Centrum voor Beleidsstatistiek; [et al.], Beloningsverschillen verklaard? : verschillen in uurloon bij de overheid, 2004
    Voorburg : CBS, 2006.
    Dit rapport beschrijft de banen en de uurlonen van werknemers bij de overheid in 2004. Centraal staan verschillen in uurlonen tussen autochtonen en allochtonen, tussen mannen en vrouwen, tussen personen van verschillende leeftijd en tussen voltijders en deeltijders. Onderzocht is of de beloningsverschillen verklaard kunnen worden uit persoons- en baankenmerken, zoals herkomst, geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. (B24959)

  • Snoek, B., De maatschappelijke hervorming van Nederland, Europa en de rest van de wereld
    Hoofddorp : Boekenplan, 2005.
    In de publicatie worden de huidige economische en sociale problemen aan de kaak gesteld. Deel 1 geeft de huidige situatie aan en deel 2 de ombouwmogelijkheden naar een rechtvaardiger en economisch systeem. Dit laatste deel gaat onder ander in op de herstructurering van de sociale zekerheid in Nederland en bevat van de hand van de auteur het wetsvoorstel AWI (Algemene Wet Inkomensvoorziening). (B24658)

  • SEO; Min. BZK; AIAS; [et al.], Beloningsverschillen tussen de marktsector en de collectieve sector in 2001 : eindrapport
    Amsterdam
    : SEO, 2004.
    SEO-rapport, nr. 764
    Verslag van een onderzoek naar de beloningsverschillen tussen werknemers in de marktsector en de collectieve sector. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van bruto uurlonen in 2001 volgens het loonbegrip van de Sociale Verzekering, exclusief de beloning voor overwerk, maar inclusief alle eenmalige beloningen. Aangetoond wordt dat er ook in 2001 nog beloningsverschillen bestonden tussen de markt en collectieve sector. Zo lag het gemiddelde bruto uurloon in de collectieve sector met € 19,89 per uur 7,4 procent hoger dan in de marktsector met € 18.52 per uur. Als gevolg van het onderzoek kunnen twee ontwikkelingen worden vastgesteld die op termijn belangrijke beleidsimplicaties kunnen hebben. De ene betreft het relatief grote aandeel vrouwen in de collectieve sector, het andere het relatief grote aandeel hoog opgeleiden. Waar vrouwen in de collectieve sector een relatief beloningsvoordeel kennen ten opzichte van de marktsector, geldt er een beloningsnadeel voor hoger opgeleiden. Mede door het relatieve beloningsvoordeel voor vrouwen, met name in deeltijdwerk, is het aandeel vrouwen dat werkzaam is in de collectieve sector nog altijd aan het stijgen. De beloningsachterstand voor hoger opgeleiden in de collectieve sector, en met name in het onderwijs, heeft daarentegen mogelijk een negatieve invloed op het aantal hoog opgeleiden dat door de collectieve sector in de komende jaren zal kunnen worden geworven. (B23264)

  • RIVM; [et al.], Sustainable national income : a trend analysis for the Netherlands for 1999-2000
    Amsterdam : IVM, 2004.
    Report R-04/02
    Het rapport bevat berekeningen van het Duurzaam Nationaal Inkomen (DNI) volgens Hueting voor het jaar 2000 en een trendanalyse voor 1990-2000. Al eerder zijn er DNI-berekeningen gemaakt voor 1990 (in 2001) en voor 1995 (in 2002). De belangrijkste uitkomst is dat het verschil tussen het DNI en het standaard Nationale Inkomen (NI) kleiner is geworden, het DNI is gedurende de geanalyseerde periode sneller gegroeid dan het NI, er is dus sprake van ontkoppeling. (B22878)

  • CDA-cie Inkomensbeleid, Heffen naar draagkracht : op weg naar een solidair inkomensbeleid
    Den Haag : CDA, 2004.
    De commissie-Inkomensbeleid (Cie Kerkhaert) is in juni 2003 door het Dagelijks Bestuur van het CDA ingesteld. Directe aanleiding was het debat op 19 mei 2003 in Amersfoort over het sociale beleid van het CDA. De commissie kreeg de opdracht na te gaan hoe de in het verkiezingsprogramma Betrokken samenleving, betrouwbare overheid, bepleite lastenmaximering - het begrenzen van uitgaven van een huishouden voor wonen, zorg en het opvoeden van kinderen- kan worden vertaald. Tevens moest de commissie bezien hoe de opeenstapeling van maatregelen door het kabinet uitpakt voor het beginsel van een eerlijke verdeling van lasten en van een solidair inkomensbeleid. De commissie-Kerckhaert doet verder aanbevelingen hoe de betrokkenheid van de partij bij het inkomensbeleid verder kan worden vormgegeven. Ook wordt met dit rapport een zekere invulling gegeven aan de in het verkiezingsprogram neergelegde eis een verandering van het verzekeringsstelsel in de gezondheidszorg vooraf te laten gaan door gedegen onderzoek naar de exacte gevolgen voor de solidariteit. (B22439)

  • Werkgroep Uitvoering van Inkomensafhankelijke Regelingen; Min. SZW, Uitvoering van de zorgtoeslag : tussenrapportage van de werkgroep Uitvoering van Inkomensafhankelijke Regelingen
    Den Haag : Werkgroep Uitvoering van Inkomensafhankelijke regelingen, 2003.
    Interdepartementaal Beleidsonderzoek 2002-2003, nr. 4
    In het Strategisch Akkoord van het Kabinet Balkenende is het voornemen opgenomen om een nieuw zorgstelsel en – om ongewenste inkomenseffecten hiervan te compenseren – een zorgtoeslag in te voeren. In dit IBO-rapport wordt onderzocht hoe de toekomstige zorgtoeslag op de meest doelmatige, klantvriendelijke en risicobeperkende wijze kan worden uitgevoerd? Het rapport beschrijft de zorgtoeslag en belangrijke elementen daaruit voor de uitvoering. Verder bevat het een inventarisatie van uitvoeringsvarianten van bestaande inkomensafhankelijke regelingen en van criteria om deze varianten te beoordelen. Voorts beschrijft het de beleidsvarianten voor de uitvoering van de zorgtoeslag getoetst aan de criteria. Zie ook B22181en B22182 (B22180)

  • Werkgroep Uitvoering van Inkomensafhankelijke Regelingen, Samen uitvoeren? : eindrapportage van de werkgroep Uitvoering van Inkomensafhankelijke Regelingen
    Den Haag : Werkgroep Uitvoering van Inkomensafhankelijke Regelingen, 2003.
    Interdepartementaal Beleidsonderzoek 2002-2003, nr. 4
    Onderzoek van de IBO-werkgroep Uitvoering van Inkomensafhankelijke Regelingen naar de mogelijkheden om door samenvoeging van de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen voordelen op deze gebieden te bereiken? De werkgroep heeft haar analyse gericht op het mogelijk samenvoegen van de uitvoering van de volgende inkomensafhankelijke subsidies: huursubsidie, rechtsbijstand, intramurale zorg en thuiszorg, de kinderopvangregeling (Wet Basisvoorziening Kinderopvang, WBK), de tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS), de studiefinanciering (WSF) en de zorgtoeslag. Zie ook B22180 en B22182. (B22181)

  • Werkgroep Harmonisatie Inkomensafhankelijke Regelingen, Eindrapport Werkgroep Harmonisatie Inkomensafhankelijke Regelingen (HIAR)
    Den Haag : Werkgroep HIAR, 2003.
    Rapportage van de werkgroep Harmonisatie Inkomensafhankelijke Regelingen (HIAR). Deze werkgroep heeft als vervolg op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) nader onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor harmonisatie van begrippen en procedures bij de inkomensafhankelijke regelingen. Dit vanwege de conclusie in het IBO-rapport dat samenvoeging van de uitvoering zonder verdere harmonisatie van de regelingen zelf geen of slechts zeer beperkte doelmatigheidswinst oplevert. Zie ook B22180 en B22181 (B22182)

  • CPB; Nahuis, R.; Groot, H. L. F. de, Rising skill premia : you ain't seen nothing yet?
    Den Haag : CPB, 2003.
    CPB discussion paper, nr. 20
    Deze studie bespreekt eerst de wetenschappelijke literatuur met betrekking tot de vraag welke factoren bepalend zijn voor inkomensongelijkheid. Op basis van empirisch onderzoek worden vervolgens de oorzaken van de ontwikkeling inkomensongelijkheid geanalyseerd over de tijd, en de oorzaak van verschillen in inkomensongelijkheid tussen landen. Daarbij onderzoeken de auteurs met name de effecten van technologische ontwikkeling en van toenemende globalisering, de rol van vakbonden en het aanbod van hooggeschoolden ten opzichte van laaggeschoolden. Deze factoren worden in de literatuur genoemd als mogelijke verklaringen voor de stijgende inkomensongelijkheid. De inkomensverschillen tussen hooggeschoolden en laaggeschoolden zijn de afgelopen vijfentwintig jaar fors toegenomen. Oorzaak hiervan is dat de vraag naar hooggeschoolden nog sterker is gegroeid dan het aanbod, vooral onder invloed van technologische ontwikkelingen. Naar verwachting zal ook in de toekomst de vraag naar hoogopgeleiden blijven toenemen, ten koste van de vraag naar laagopgeleiden. Hooggeschoolde arbeid wordt relatief schaars wat de prijs ervan opdrijft. Dit zal tot gevolg hebben dat de inkomensverschillen in de komende decennia scherp toenemen. De inkomensongelijkheid is vooral sterk toegenomen in de Verenigde Staten. In Europese landen zorgen de regelingen op het gebied van arbeidsmarkt en sociale zekerheid voor een meer gematigde ontwikkeling van inkomensverschillen. (B21890)

  • SCP; Pommer, E.; Leeuwen, J. van; Ras, M., Inkomen verdeeld : trends in ongelijkheid, herverdeling en dynamiek
    Den Haag : SCP, 2003.
    Onderzoeksrapport, nr. 2003/3
    Dit onderzoeksrapport wil dieper ingaan op de ontwikkelingen in de inkomensverdeling over een wat langere termijn en de achtergronden die hierbij van belang zijn. Het rapport beschrijft integraal de inkomensontwikkeling in het laatste kwart van de vorige eeuw. Daarbij worden drie thema’s onderscheiden: inkomensongelijkheid, inkomensherverdeling en inkomensdynamiek. De ontwikkelingen die zich daarbij voordoen worden in verband gebracht met algemene maatschappelijke trends, het optreden van de overheid en gebeurtenissen die zich voordoen op het individuele niveau van huishoudens. (B21290)

  • Caminada, K.; Goudswaard, K.; Universiteit Leiden, Inkomensgevolgen van veranderingen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen en het nabestaandenpensioen
    Leiden : Universiteit Leiden, 2002.
    Department of Economics Research Memorandum 2002.04
    Deze paper brengt inkomensontwikkeling van de groep arbeidsongeschikten en personen met een nabestaandenpensioen in de periode 1990-2000 in kaart en beziet hoe die inkomens zich hebben ontwikkeld ten opzichte van andere sociale groepen (werknemers, ambtenaren en andere uitkeringsgroepen). De empirische analyse (op basis van CBS IPO-data) laat zien dat de inkomensontwikkeling van de groep arbeidsongeschikten is achtergebleven bij het landelijke gemiddelde, en dat de verdeling van deze - lagere - inkomens schever is geworden. Het gepresenteerde cijfermateriaal duidt er ook op dat de verslechterde publieke inkomensbescherming voor een deel zou kunnen zijn gecompenseerd door bovenwettelijke private regelingen, met name voor hogere inkomensgroepen. Ook het nieuwe Anw-regime heeft geleid tot minder (publieke) inkomensbescherming. De bruto Anw-uitkering is van 1997 op 1998 gemiddeld met circa 20 procent gedaald. (B21242)

  • Ras, M.; [et al.], Income on the move : report on income distribution, poverty and redistribution
    [Brussel] : Europese Cie, DG EMPL/E1, 2002.
    Study series 2002
    Analyse van de inkomensontwikkelingen in de Europese Unie. Het rapport bestaat uit drie delen: inkomensverdeling in het algemeen, armoede en inkomensverdeling, en de herverdeling van inkomens. Tevens wordt ingegaan op de dynamiek van inkomens en armoede. Verder worden de maatregelen geanalyseerd die zijn genomen tegen inkomensongelijkheid en armoede in de periode 1994-1997. (B21162)

  • EIM; Folkeringa, M.; Vroonhof, P., Vrijheid, ongelijkheid en ondernemerschap
    Zoetermeer : EIM, 2002.
    Strategische Verkenningen, nr. B200201
    Deze publicatie bevat een grootschalig onderzoek van EIM, waarin de inkomensontwikkeling van
    zelfstandigen en werknemers wordt vergeleken voor de periode 1977-1998. Het gemiddelde
    besteedbare inkomen van zelfstandigen is in de jaren negentig sterk gedaald. In 1998 is dit zelfs
    afgenomen tot onder het gemiddelde niveau van werknemers. Tegelijkertijd bestaat onder
    zelfstandigen wel veel meer variatie in hoogte van de inkomens. Dit komt deels door het grotere
    risico dat ondernemers nemen ten opzichte van werknemers in loondienst. Dat kan resulteren in
    een hoog inkomen, maar ook in een zeer laag inkomen. (B20851)

  • Min. SZW
    Notitie scenario’s armoedevalbestrijding
    Den Haag : Min. SZW, 2002
    Notitie waarin de meest recente inzichten in de omvang en reikwijdte van de armoedeval worden weergegeven. De notitie presenteert een uitgebreid overzicht van mogelijke maatregelen om de armoedeval terug te dringen. Om de effecten van beleid te toetsen worden indicatoren voor de werkloosheidsval en de doorstroomval gedefinieerd. Deze hebben ook een signaalfunctie via het registreren van de ontwikkelingen op het gebied van de armoedeval. Er wordt onderscheid gemaakt naar verschillende groepen aangezien de armoedeval afhankelijk van het huishoudenstype anders uitpakt. Vervolgens worden doelstellingen geformuleerd, die als toetsingskader kunnen dienen voor de bestrijding van de armoedeval. Het effect van de mogelijke maatregelen op de indicatoren wordt gemeten bij een vast budgettair beslag. Uit deze mogelijke maatregelen om de armoedeval terug te dringen worden vijf samenhangende scenario’s geformuleerd. De vijf scenario's bevatten elk een combinatie van samenhangende maatregelen. De scenario's hebben uiteenlopende effecten op de armoedeval en de koopkracht. Over het algemeen blijkt dat binnen een gegeven budget een kleinere armoedeval gepaard gaat met grotere koopkrachteffecten of een verplaatsing van de armoedeval naar de hogere inkomens. (B20542)