Literatuurlijst Ontwikkelingssamenwerking


SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen

 

  • OECD; Brooks, J., Agricultural policies for poverty reduction
    Parijs : OECD, 2012. 191 p.
    Meer dan tweederde van de armen in de wereld wonen op het platteland. Hogere inkomsten op het platteland zijn daarom een voorwaarde voor duurzame armoedebestrijding en minder honger. Het rapport bespreekt een strategie voor het verhogen van inkomsten op het platteland, die de creatie van gediversifieerde plattelandseconomie benadrukt, met mogelijkheden binnen en buiten de landbouw. Volgens het rapport moeten ontwikkelingslanden een drieledige aanpak volgen om armoede te bestrijden. Ten eerste moeten ze de productiviteit en het concurrentievermogen van de landbouwsector bevorderen door strategische investeringen. Ten tweede moeten ontwikkelingslanden ervoor zorgen dat het inkomen van gezinnen meer gediversifieerd wordt, en als derde moet de arbeidsstroom van platteland naar stad worden gefaciliteerd. (B30797)

  • OECD, Aid effectiveness 2011 : progress in implementing the Paris declaration
    Parijs : OECD, 2012. 199 p.
    Better Aid
    De Paris Declaration is in 2005 aangenomen door donoren en ontwikkelingslanden om effectiviteit van de hulp te verbeteren. Globaal gezien toont het rapport een aanzienlijke variatie in de richting en het tempo van de vooruitgang bij donoren en partnerlanden sinds 2005. Voor de indicatoren waarbij de verantwoordelijkheid voor verandering primair ligt bij de regeringen van ontwikkelingslanden, is de vooruitgang aanzienlijk. Veel van deze veranderingen vereisen diepgaande hervormingen die verder gaan dan management van steun naar bredere aspecten van overheidsprocessen. (B30796)

  • OECD; Gurria, A. [et al.], OECD yearbook 2012 : better policies for better lives
    [Parijs] : OECD, 2012. 168 p.
    Bevat de volgende delen; Editorial; Managing risk; Going social; Reinventing development; Rethinking governance; Making progress; Country snapshots. (B30683)
     
  • Min. BUZA; Min. EL&I, Van hulp naar investeren : een overzicht van instrumenten voor een beter ondernemingsklimaat en internationaal ondernemen in ontwikkelingslanden
    Den Haag : Min. BUZA, 2012. 51 p.
    Brochure met informatie over programma’s gericht op verbetering van het ondernemingsklimaat in ontwikkelingslanden. Bovendien biedt deze brochure een overzicht van de zogenoemde bedrijfsleveninstrumenten: alle mogelijkheden voor ondersteuning van en samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie om ondernemers te helpen op de internationale markt. (B30518)
     
  • Min. BUZA; Min. EL&I, De nieuwe koers van ontwikkelingssamenwerking
    Den Haag : Min. BUZA, 2011. 51 p.
    Dit kabinet wil ontwikkelingssamenwerking efficiënter en effectiever maken. Daarom is gekozen voor minder landen, minder thema’s en meer focus. De inzet is gericht op terreinen waar Nederland het verschil kan maken: water, voedselzekerheid, fragiele staten en seksuele gezondheid en reproductieve rechten. Voor lokale, internationale en Nederlandse bedrijven zijn er nog veel belemmeringen in ontwikkelingslanden. Dit kabinet wil de ondernemer ondersteunen om kansen te grijpen door het ondernemingsklimaat te verbeteren en randvoorwaarden te creëren. Deze brochure bevat informatie over programma’s gericht op verbetering van het ondernemingsklimaat in ontwikkelingslanden. Bovendien biedt deze brochure een overzicht van de zogenoemde bedrijfsleveninstrumenten: alle mogelijkheden voor ondersteuning van en samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie om ondernemers te helpen op de internationale markt. (B30308)
     
  • OECD, The Netherlands : Development Assistance Committee (DAC) peer review 2011
    Parijs : OECD, 2011. 111 p.
    Rapport van het Ontwikkelingscomité van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO/DAC) met daarin bevindingen en aanbevelingen ten aanzien van het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Nederland werd op 28 september onderworpen aan een OS-examen. Deze exercitie wordt elke vier à vijf jaar herhaald. Er is waardering voor het feit dat Nederland ondanks de financieel-economische crisis nog altijd één van de vijf landen is die de internationale norm om 0,7% aan ontwikkelingssamenwerking te besteden, respecteert. Zoals gebruikelijk tijdens deze examens stonden de uitdagingen en risico’s waarvoor Nederland zich gesteld ziet centraal. Deze hielden hoofdzakelijk verband met de grondige herziening die het ontwikkelingsbeleid thans ondergaat. Aandacht ging daarbij uit naar de implementatie van de nieuwe beleidsprioriteiten in de verschillende kanalen, het versterken van synergie tussen verschillende kanalen, de wijze waarop hulp wordt afgebouwd, de wijze waarop met de private sector wordt samengewerkt en het belang van ontbinding van de hulp, de communicatie over ontwikkelingssamenwerking, de inzet om coherentie tussen ontwikkelingsbeleid en andere beleidsterreinen te bevorderen, het humanitaire beleid, de versterking van kennismanagement en transparantie, resultaatgerichtheid, voorspelbaarheid en het gebruik van de systemen van partnerlanden. Het DAC-comité waarschuwt dat aan de keuze van het kabinet om het bedrijfsleven meer te betrekken bij ontwikkelingshulp, risico's zitten. Nederland moet ervoor waken dat de nadruk de komende jaren blijft liggen op hulp en niet verschuift naar het promoten van de commerciële belangen. (B30302)
     
  • Intern. Inst. of Social Studies; Erasmus Universiteit; Bergeijk, P. A. G. van; Haan, A. de; Hoeven, R. van der [et al.], The financial crisis and developing countries : a global multidisciplinary perspective
    Cheltenham : Edward Elgar, 2011. 328 p.
    Bevat de volgende bijdragen:
    Introduction: Crisis? What Crisis? For Whom?;
    Part I: The crisis and concepts of development: Re-orienting development in uncertain times; How have poor women and men experienced the global economic crisis: what have we learned?; After the Gold Rush: prospects for Africa, economic recovery and long-term growth; A historical ethnography of recessions: crises in Yogyakarta.
    Part II: Heterodox (political) economic interpretations: Chinese saving gluts of northern financialisation? the ideological expediency of crisis narratives; Short- and long-run macroeconomic effects of Keynesian trade policies in the presence of debt serving; FDI volatility and development; Financial globalization, current crisis and labour in developing countries.
    Part III: Regional and country experiences: Impact of the global crises (financial, economic and food): the case of microfinance in Latin America; Crisis and exclusionary growth in Europe's 'East'; The crisis in South Asia: from jobless growth to jobless slump?; Diamonds are for never: the economic crisis and the diamond polishing industry in India; Defending vulnerable workers in South Africa after the crisis: what role for COSATU?; How China managed the impact of the financial crisis: globalization and public policy responses in an Emerging economy; Thailand from crisis to crisis: do we ever learn?.
    Part IV: Preparing for the next crisis?: The global economic crisis and the future of globalization. (B30297)
  • Banerjee, A. V.; Duflo, E., Arm en kansrijk : een nieuwe visie op het bestrijden van armoede
    Amsterdam : Nieuw Amsterdam, 2011. 320 p.
    In dit boek laten de twee vooraanstaande economen Ahbiji Banerjee en Esther Duflo zien dat heel veel ontwikkelingswerk in de afgelopen tientallen jaren heeft gefaald. Op basis van hun kennis, ervaring en onderzoekswerk in onder meer Chili, India, Kenia en Indonesië hebben de auteurs nieuwe aspecten blootgelegd in het gedrag van arme mensen, in hun behoeftes en in de manier waarop (financiële) hulp hun leven beïnvloedt. Deze fundamentele, nieuwe inzichten zullen kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van betere strategieën en kunnen de aanzet vormen tot een effectievere mondiale armoedebestrijding. (B30252)
     
  • SER, Ontwikkeling door duurzaam ondernemen
    Den Haag : SER, 2011. 130 p.
    SER Adviezen, nr. 2011/10
    Een ontwikkelde private sector is cruciaal om de kansen van globalisering te benutten. Effectieve economische samenwerking met ontwikkelingslanden moet zich daarom richten op het bevorderen
    van lokale bedrijvigheid als motor van duurzame groei en volwaardige werkgelegenheid, inclusief de daarvoor benodigde randvoorwaarden. Waar sprake is van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen kan het Nederlandse bedrijfsleven hier een belangrijke bijdrage aan leveren, in goede samenwerking met sociale partners en maatschappelijke organisaties. Met gerichte instrumenten kan het beleid voor ontwikkelingssamenwerking de impact van deze bijdrage verder versterken. In dit advies werkt de SER deze mogelijkheden nader uit. (B30143)
     
  • Europese Cie, Annual Report 2011 on the European Union's development and external assistance policies and their implementation in 2010
    Brussel : EU, 2011. 196 p.
    Jaarverslag 2011 over het beleid van de Europese Unie inzake ontwikkeling en externe bijstand en de uitvoering ervan in 2010. Het verslag gaat onder andere in op de voortgang van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG), een doeltreffendere samenwerking tussen ontwikkelingshulp en andere relevante EU-beleidsgebieden, de toekomst van het ontwikkelingsbeleid van de EU. Tevens komen aan de orde de externe bijstand van de EU in de belangrijkste geografische regio's; de hulp op thematische basis; en de voortgang van de projecten. (B30024)
     
  • OECD; WTO, Aid for trade at a glance 2011 : showing results
    Parijs : OECD, 2011. 399 p.
    Gezamenlijke OESO-WTO-publicatie met een uitgebreide analyse van de trends en ontwikkelingen van de hulp die erop is gericht om ontwikkelingslanden te helpen te integreren in de wereldeconomie en te profiteren van de handelsmogelijkheden. Het beeld is positief: hulp voor handel verbetert de levens van vele mannen en vrouwen in ontwikkelingslanden. De casussen in het rapport schetsen een positief beeld van de grote verscheidenheid van handelgerelateerde activiteiten in een groot aantal ontwikkelingslanden die worden ondersteund door een reeks van donoren. In toenemende mate is hulp voor handel geïntegreerd in bredere ontwikkelingsstrategieën, met doelstellingen die gericht zijn op concurrentievermogen, economische groei en armoedebestrijding. Donoren harmoniseren hun procedures en stemmen hun steun af op deze strategieën. Hulp voor handel blijft groeien en bereikte een niveau van 40 miljard USD in 2009 - een stijging van 60% sinds 2005. De bijlagen bevatten factsheets met statistische gegevens per ontwikkelingsland. (B30022)
     
  • World Bank, World development report 2011 : conflict, security, and development
    Washington : World Bank, 2011. 325 p.
    Meer dan 1,5 miljard mensen leven in landen die getroffen zijn door gewelddadige conflicten. Het World Development Report 2011 onderzoekt de veranderende aard van het geweld in de 21e eeuw, en benadrukt de negatieve gevolgen van herhaalde cycli van het geweld op de ontwikkelingsperspectieven van een land of regio. Het voorkomen van geweld en de opbouw van vreedzame staten die beantwoorden aan de verwachtingen van hun burgers vereist sterk leiderschap en nationale en internationale inspanningen. (B29722)
     
  • Berlage, L.; Renard, R. [et al.], Ontwikkelingslanden en de nieuwe wereldorde
    Den Haag : Acco, 2011. 261 p.
    Wereldvisie, nr. 8
    De snelle groei van grote landen heeft de wereldwijde armoede doen dalen. Maar binnen die landen blijft een substantieel deel van de bevolking onder de grens van extreme armoede. Tegen die achtergrond is ook de ontwikkelingssamenwerking geëvalueerd. Ze gaat meer dan vroeger naar de armste landen en naar armoedebestrijding. In plaats van specifieke projecten te financieren, geven de officiële donoren in toenemende mate steun aan het globale beleid dat ontvangende landen voeren. Multilaterale donoren zoals de Verenigde Naties, de Wereldbank en de Europese Unie hebben eveneens hun samenwerkingsbeleid aangepast. Het boek bevat bijdragen van diverse auteurs over de veranderende internationale politieke en economische samenhang, nieuwe hulpbenaderingen, de multilaterale actoren, andere internationale financiële stromen dan ontwikkelingshulp en een gevalstudie van Zuid-Afrika.  (B29718)
     
  • ILO, Growth, employment and decent work in the least developed countries : ILO report for LDC 4
    Geneve : ILO, 2011.
    Rapport voor de vierde ILO-conferentie over de minst ontwikkelde landen, Istanbul 9 - 13 mei 2011. Het rapport erkent de herleving van de groei in de minst ontwikkelde landen in het laatste decennium, maar stelt dat er grote structurele uitdagingen blijven m.b.t. groei, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk. Het rapport onderzoekt in het bijzonder de relatie tussen groei van het BBP, werkgelegenheid en fatsoenlijk werk in de minst ontwikkelde landen binnen een lange termijn perspectief, gericht op het afgelopen decennium. Het richt zich op een aantal belangrijke kwesties m.b.t. groei en ontwikkeling in de drie belangrijkste regio's van Afrika, Azië en de eiland landen, met ook aandacht voor de uitdagingen en mogelijkheden voor structurele veranderingen, werkgelegenheid en armoedebestrijding. Uit de studie blijkt dat over de periode 2000-2009, de werkgelegenheid in de minst ontwikkelde landen op jaarbasis is gegroeid met gemiddeld 2,9 procent, iets meer dan de bevolkingstoename, maar veel zwakker dan het BBP. Het merendeel van de stijging vond plaats in de dienstensector, met de industrie goed voor nauwelijks 10 procent van de totale werkgelegenheid in 2008 van 8 procent in 2000. Het aandeel van de lonen en salarissen van werknemers steeg licht, van 14 procent in 2000 naar 18 procent in 2008, maar de grote meerderheid van de werknemers bleef gevangen in kwetsbare vormen van werkgelegenheid die ze niet boven de armoedegrens kan tillen. (B29681)

  • UNCTAD; United Nations, The least developed countries report 2010 : towards a new international development architecture for LDCs
    Geneve : UNCTAD, 2010. 258 p.
    Dit verslag richt zich op de cyclus van hoog-laagconjunctuur het afgelopen decennium in de minst ontwikkelde landen (MOL's) en biedt alternatieven voor het komende decennium. Zelfs toen de mondiale economische groei versnelde in het eerste decennium van het millennium, bleef de rol van de minst ontwikkelde landen in de wereldeconomie marginaal als gevolg van hun structurele zwakheden en de vorm van hun integratie in de wereldeconomie. Het aantal mensen dat in deze landen in absolute armoede leeft, is blijven stijgen, zelfs tijdens de hoogconjunctuur jaren van 2002-2007. Het rapport pleit voor de oprichting van een 'new international development architecture' (NIDA) voor de MOL's die gericht is op: een kentering van hun marginale rol in de mondiale economie en hen te helpen bij hun pogingen om hun achterstand kwijt te raken; ondersteuning van een patroon van versnelde economische groei en diversificatie, die het algemene welzijn en de welvaart van al hun inwoners zouden verbeteren, en hulp aan deze landen om uit de MOL-status te komen. Het rapport stelt dat deze doelstellingen kunnen worden bereikt als er een paradigmaverschuiving plaatsvindt die nieuwe, meer inclusieve ontwikkelingspaden ondersteunt in ontwikkelingslanden. Dit vereist dat de staat een grotere rol gaat spelen in het creëren van gunstige voorwaarden voor het scheppen van werkgelegenheid, kapitaalaccumulatie, technologische vooruitgang en structurele transformatie. Het NIDA voor de MOL's wordt gedefinieerd als een nieuwe architectuur van formele en informele instituties, regels en normen, waaronder stimulansen, standaards en processen, de internationale economische betrekkingen zullen vormen op een manier die bevorderlijk is voor duurzame en inclusieve ontwikkeling. Het rapport stelt vijf belangrijke pijlers van het NIDA: financiën, handel, grondstoffen, technologie en klimaatverandering mitigatie en adaptatie. Op dit moment ligt de focus van de steun voor de minst ontwikkelde landen vooral op het gebied van de handel. Dit rapport identificeert een toekomstgerichte agenda voor actie in de NIDA voor MOL's in alle vijf de gebieden. (B29350)
     
  • OECD; International Development Research Centre; Kraemer-Mbula, E.; Wamae, W. [et al., Innovation and the development agenda
    Parijs : OECD, 2010. 151 p
    Onderzoek naar de rol van innovatie bij ontwikkelingslanden, vooral in Afrika. Onderzoek naar systemen en toepassingen, de sleutelrol van kennis over innovatie bij ontwikkeling, het belang van vergelijkbare landenstudies en officiële statistieken over innovatie. Innovatie moet een deel zijn van een ontwikkelingsagenda en er zijn aanbevelingen om activiteiten te bevorderen die tot doel hebben landbouw om te vormen tot een kennisindustrie die economische groei moet stimuleren.
    Op de omslag staat de titel: OECD innovation strategy (B29187) 
      
  • OECD, Perspectives on global development 2010 : shifting wealth
    Parijs : OECD, 2010.
    Het rapport onderzoekt de veranderende dynamiek van de wereldeconomie over de afgelopen 20 jaar, met de nadruk op de gevolgen van de economische opkomst van grote ontwikkelingslanden, met name China en India, op de armen. Het beschrijft nauwkeurig de nieuwe patronen in middelen en stromen binnen de mondiale economie wijst op de versterking van de van "Zuid-Zuid" verbindingen - de toenemende interactie tussen ontwikkelingslanden door middel van handel, hulp en directe buitenlandse investeringen. Wat betekenen deze veranderingen voor de ontwikkeling en het ontwikkelingsbeleid? Het rapport verkent mogelijke beleidsreacties op zowel nationaal als internationaal niveau. Op nationaal niveau, moeten de ontwikkelingslanden hun ontwikkelingsstrategieën herpositioneren om munt te slaan uit de toenemende mogelijkheden van de Zuid-Zuid samenwerking en volledig te profiteren van nieuwe macro-economische drivers. Internationaal moet de global governance architectuur zich aanpassen om beter aante sluiten bij de hedendaagse economische realiteit. (B28915)

  • AWT, Kennis zonder grenzen : kennis en innovatie in mondiaal perspectief
    Den Haag : AWT, 2010.
    Advies, nr. 74
    Het ontwikkelingsbeleid en het kennis- en innovatiebeleid moeten nauwer op elkaar aansluiten. Dat stelt de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) in een advies aan regering en parlement. Dat is beter voor ontwikkelingslanden, voor de Nederlandse wetenschap en voor het Nederlandse bedrijfsleven. In dit advies formuleert de AWT een reeks aanbevelingen die het traditionele wetenschaps- en technologiebeleidskader overstijgen en betrekking hebben op het Nederlandse beleid voor ontwikkelingssamenwerking. De vraag die de raad in dit advies beantwoordt, luidt: Waar liggen mogelijkheden voor meer samenhangend (nationaal en/of mondiaal) kennis en innovatiebeleid, waarbij recht wordt gedaan aan oplossingen die leiden tot armoedevermindering en duurzame ontwikkeling in de minst ontwikkelde landen en aan het streven naar een gelijk speelveld en het stimuleren van maatschappelijk verantwoord ondernemen? En door wie en hoe kunnen die mogelijkheden worden vormgegeven? (B28854)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Samenhang in internationale samenwerking : reactie op WRR-rapport 'minder pretentie, meer ambitie'
    Den Haag : AIV, 2010.
    Advies, nr. 69
    Dit advies gaat over het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) 'Minder pretentie, meer ambitie, ontwikkelingshulp die verschil maakt', van januari 2010, dat handelt over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. De AIV zal eerst in dit advies de analyse van de WRR op een aantal belangrijke thema's behandelen. De behandelde thema's zijn: motieven voor ontwikkelingssamenwerking, groei en herverdeling, armoedebestrijding, gender, mondiale publieke goederen, coherentie en multilateraal bestuur, de 0,7%- norm, goed bestuur, fragiele staten en noodhulp. Daarna wordt ingegaan op de rol van andere actoren: mondiale maatschappelijke bewegingen en het bedrijfsleven. Daarnaast behandelt het advies de aangrenzende beleidsterreinen migratie en demografie. Het laatste hoofdstuk over de uitvoering van ontwikkelingsbeleid behandelt de interventie-ethiek, meetmethoden, concentratie en selectie, landenspecificiteit en NLAID. Voorafgaand aan de behandeling van de genoemde thema's, plaatst de AIV zeven algemene kanttekeningen bij het WRR-rapport. (B28831)

  • Kesteren, K. van, Verloren in wanorde : dertig jaar ontwikkelingssamenwerking, een persoonlijk relaas
    Amsterdam : KIT Publishers, 2010.
    Het geld voor ontwikkelingssamenwerking moet op de beste manier worden besteed. En dat is nu veel te weinig het geval, als gevolg van de ondermaatse organisatie van ontwikkelingssamenwerking in de wereld. Aan de hand van zijn eigen ervaringen schetst de auteur de negatieve gevolgen van de hulpchaos. Die zijn niet erg bekend en tellen daarom in de discussies nauwelijks mee. Ten onrechte, want het gaat om miljardenverliezen, ook Nederlands belastinggeld. De auteur betoogt met klem dat het bedrag voor de ontwikkeling van arme landen niet lager moet, maar hij legt wel uit waar het fout gaat en hoe het beter kan. (B28812)

  • Min. Financiën, Internationale samenwerking : rapport brede heroverwegingen
    Den Haag : Min. Financiën, 2010.
    Brede heroverwegingen 13. "Internationale samenwerking" betreft twee thema’s die separaat en in onderlinge samenhang zullen worden bezien, namelijk het thema internationale solidariteit en het thema diplomatie. Het thema internationale solidariteit betreft onder andere het Nederlandse budget voor ontwikkelingssamenwerking (OS), de internationale klimaatuitgaven en de uitgaven aan vredesoperaties. Het thema diplomatie heeft betrekking op het buitenlandse postennetwerk en (vrijwillige) bijdragen aan internationale organisaties. Het totale ODA-budget (Official Development Assistence) voor ontwikkelingssamenwerking, inclusief internationale klimaatuitgaven bedraagt in 2010 circa 4,7 miljard euro. De uitgaven aan vredesoperaties bedragen in 2010 circa 0,3 miljard euro. De uitgaven voor het postennetwerk in 2010 bedragen circa 0,5 miljard euro. (B28638)

  • Pradhan, M., Leren in ontwikkelingslanden : rede
    Amsterdam : Vossiuspers UVA, 2009. 23 p.
    Het onderzoek naar de effectiviteit van beleid en projecten in ontwikkelingslanden heeft de laatste jaren grote vooruitgang geboekt. Een goede evaluatie vergelijkt de uitkomsten van beleidsalternatieven. Dit soort studies zijn nu steeds meer voorhanden. Toch is het nog vaak moeilijk voorbeelden aan te wijzen waarbij beleidsbeslissingen zijn genomen op basis van impact-evaluaties. Menno Pradhan stelt dat dit komt omdat vaak de verkeerde vragen worden gesteld in impact-evaluatieonderzoek. Veel onderzoek vloeit voort uit projecten waar een evaluatiecomponent in is meegenomen. Er is daarom een te grote nadruk op onderzoek dat projecten evalueert, in plaats van beleidsalternatieven. Wetenschappelijk onderzoek, aan de andere kant, richt zich te vaak op beperkte deelvragen van ontwikkeling. De mate waarin een duidelijke hypothese kan worden geformuleerd en getest bepaalt de keuze van het onderzoek, niet de relevantie voor ontwikkeling. Pradhan licht dit toe met voorbeelden, ook uit eigen werk. Mensen leren door nieuwe dingen uit te proberen, uitgaande van hun ervaring. Impact-evaluaties zouden in de toekomst volgens Pradhan meer op deze wijze moeten worden geformuleerd. Fondsen voor onderzoek zouden onderzoek moeten stimuleren naar alternatieven die beleidsmakers overwegen. Onderzoekers zouden methodes moeten ontwikkelen voor impact-evaluaties van moeilijk te evalueren interventies, zoals bijvoorbeeld het effect van publieke goederen of van vraaggestuurde projecten. Recente ontwikkelingen geven hoop dat het vakgebied zich in deze richting zal ontwikkelen.
    UVA oratie Economie, van 10 september 2009, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Project and Program Evaluation for International Development and de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit (B28382)

  • Hoebink, P.; Haan, L. de; Molenaar, H.; [et al.], The Netherlands yearbook on international coöperation 2008
    Assen : Van Gorcum, 2009.
    Het jaarboek heeft als doelstellingen: het stimuleren van het wetenschappelijke en politieke debat over de Nederlandse internationale samenwerking; onderzoekers kansen te bieden voor publicatie op het gebied van internationale samenwerking; jonge onderzoekers te stimuleren om onderzoek uit te voeren over de Nederlandse internationale samenwerking en te promoveren. Bevat de o.a. volgende bijdragen: Some new tendencies in the international cooperation of the Netherlands; Dutch Africa policy 1998-2006; Knowledge on the move : The Dutch debate on research for development; Shooting spaghetti: neo-conservative criticism of development
    assistance in the Netherlands; Geographical choices of Dutch NGOs; Going Dutch in aid: How do Dutch co-financing agencies relate with Southern NGOs? / Udan Fernando; Enterprise development interventions by Dutch development NGOs: Is there increased involvement of private sector actors and does that make a difference? (B28279)

  • Europese Cie; EuropeAid, Better, faster, more : implementing EC external aid 2004-2009
    Brussel : Europese Cie, 2009.
    Ontwikkelingshulp is een van de pijlers van de buitenlandse politiek van de EU. Overzicht van hulpprogramma's en projecten van de afgelopen 5 jaar. Verder van huidige en toekomstige uitdagingen. Er wordt verder gekeken naar hoe hulp beter, sneller en waardevoller kan verlopen. (B28228)

  • WTO; ILO; Bacchetta, M.; Ernst, E.; Bustamante, J. P., Globalization and informal jobs in developing countries
    Geneve : WTO, 2009.
    De wereldhandel is in de afgelopen jaren sterk uitgebreid en heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de mondiale groei. Economische groei heeft voor veel werknemers niet geleid tot een overeenkomstige verbetering van de arbeidsomstandigheden en levensstandaard. In ontwikkelingslanden heeft het creëren van werkgelegenheid grotendeels plaatsgevonden in de informele economie, waar ongeveer 60 procent van de werknemers werkzaam is. Het merendeel van de werknemers in de informele economie heeft bijna geen werkzekerheid, lage inkomens, geen sociale bescherming, en beperkte mogelijkheden om te profiteren van de globalisering. Deze gezamenlijke studie van ILO en WTO richt zich op de relatie tussen handel en de groei van de informele economie in ontwikkelingslanden. Op basis van bestaande wetenschappelijke literatuur, aangevuld met nieuw empirisch onderzoek door de ILO en de WTO, bespreekt de studie hoe hervormingen in de verschillende aspecten van de informele economie beïnvloedt. Het onderzoekt tevens hoe een hoge mate van informele arbeid de mogelijkheden voor ontwikkelingslanden verminderen om openheid van handel te vertalen in een duurzame groei op lange termijn. (B28180)

  • IMF, The implications of the global financial crisis for low-income countries : an update
    Washington : IMF, 2009.
    Lage inkomenslanden (LIC's) worden zwaar getroffen door de wereldwijde financiële crisis. Ze worden geconfronteerd met een forse inkrimping van de exportgroei, de instroom van buitenlandse directe investeringen en overmakingen, en minder toegezegde steun. Als gevolg hiervan, zal de economische groei dit jaar naar verwachting minder dan de helft zijn van het niveau van voor de crisis. (B28157)

  • CDA, Tweede Kamerfractie; Geel, P. van; Ferrier, K., Van hulp naar investeren : ontwikkelingssamenwerking in toekomstgericht perspectief
    Den Haag : CDA, 2009.
    Notitie van de CDA-fractie waarin vooruit gekeken wordt naar manieren van ontwikkelingssamenwerking in de toekomst. De accenten die het CDA voor ogen heeft bij de heroriëntatie op ontwikkelingssamenwerking zijn: Meer ruimte voor interdepartementaal beleid; Focus op duurzaamheid, behoud van biodiversiteit en energievoorziening; Flexibel omgaan met niet-partnerlanden. Naast de voorgenoemde keuzes stelt de CDA-fractie de volgende prioriteiten: Landbouw; Bedrijfsleven; Maatschappelijk middenveld; Opbouw van de rechtsstaat; en Europees ontwikkelingsbeleid. (B28074)

  • AIV, Demografische veranderingen en ontwikkelingssamenwerking
    Den Haag : AIV, 2009.
    Nr. 66
    Formulering van aanbevelingen voor de wijze waarop het ministerie van Buitenlandse Zaken in het beleid beter kan inspelen op demografische ontwikkelingen om duurzame ontwikkeling te bereiken. (B28066)

  • WTO; OECD, Aid for trade at a glance 2009 : maintaining momentum
    Parijs : OECD, 2009. 295 p.
    Tal van belemmeringen verhinderen de ontwikkelingslanden - met name de minst ontwikkelde - te profiteren van de handelsmogelijkheden die zou hen kunnen helpen bij het terugdringen van de armoede. Het 'Aid for Trade-initiatief' heeft met succes gebouwd aan het bewustzijn van de steun die deze landen nodig hebben om deze belemmeringen te overwinnen. Dit tweede 'Aid for Trade' monitoringverslag - beschrijft het succes van het initiatief tot op heden. Het onderzoekt trends en ontwikkelingen en geeft een uitgebreide analyse van de betrokkenheid van de donorlanden en partnerlanden. Daarnaast gaat het in op de regionale dimensie van hulp voor handel en bespreekt het drie grensoverschrijdende infrastructurele projecten. Ten slotte biedt het rapport factsheets die helpen bij de beoordeling van de resultaten en effecten van Aid for Trade. (B28002)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Ontwikkelingssamenwerking : nut en noodzaak van draagvlak
    Den Haag : AIV, 2009. 17 p.
    Briefadvies, nr. 16
    Dit advies sluit aan op de (politieke) discussie die in de tweede helft van 2008 ontstond over omvang, nut en noodzaak van activiteiten gericht op het versterken van het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking onder de Nederlandse bevolking. Het briefadvies gaat, na een uiteenzetting van enkele essentiële elementen van het draagvlakbegrip, in op drie vragen: waarvoor (het doel), waarom (de legitimatie) en wie (de uitvoering). (B27956)

  • WRR; Kremer, M.; Lieshout, P. van; [et al.], Doing good or doing better : development policies in a globalizing world
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2009.
    WRR verkenningen, nr. 21
    In dit interdisciplinaire boek geven een aantal vooraanstaande academici zowel een beschrijving van de huidige stand van zaken als een analyse van recente ideeën over ontwikkelingssamenwerking. De wereld verandert. Daarmee is ook het onvoorwaardelijke geloof dat ontwikkelingshulp altijd werkt onder druk komen te staan. In plaats van het centraal stellen van het beperkte begrip van armoedebestrijding, handelt deze studie over het brede terrein van ontwikkeling. Welk beleid leidt tot ontwikkeling in deze snel veranderende wereld? Wat zijn precies de beweegredenen van ontwikkelingshulp? En welke nieuwe (ontwikkelings) problemen dienen zich aan als gevolg van globalisering? Deze bundel beschrijft en analyseert verschillende soorten ontwikkelingsbeleid - hulp, financiële investeringen, handel en wederopbouw. Het geeft inzicht in de, vaak moeizame, trajecten van ontwikkeling in verschillende continenten – Afrika, Azië, Latijns-Amerika en Europa – en kijkt naar nieuwe thema's van ontwikkelingsbeleid in een globaliserende, interdependente wereld, zoals migratie, veiligheid en internationale rechtvaardigheid.
    Bevat de volgende bijdragen: Towards development policies based on lesson learning: an introduction; Part I. Rethinking development: Twenty-first century globalization, pardigm shifts in development; Does foreign aid work?. Part II. Learning from development histories: Under-explored treassure troves of development lessons: lessons from the histories of small rich European countries; Stagnation in Africa: disentangling figures, facts and fiction; Including the middle classes? Latin Amarican social policies after the Washington consensus; Imaginary institutions: state-building in Afghanistan; Beyond development orthodoxy; Chinese lessons in pragmatism and institutional change. Part III. Beyond the state: new actors in development: Business and sustainable development; from passive involvement to active partnerships; Why 'Philanthrocapitalism' is not the answer: private initiatives and international development; The trouble with participation assessing the new aid paradigm. Part IV: New interdependenties: How can Sub-Saharan Africa turn the China-India threat into an opportunity?; Post-war peace building; what role for international organizations?; Migration and development: contested consequences; Global justice and the state. (B27882)

  • Wal, M. de, Een sector onder vuur : ontwikkelingssamenwerkingsorganisaties en hun strategieën in een veranderende wereld
    Amsterdam : KIT Publishers, 2009.
    De wereld verandert en wordt complexer. Dat is ook merkbaar in de ontwikkeling van ontwikkelingssamenwerking (OS). Het geloof in ontwikkelingssamenwerking als alomvattend antwoord op de armoedeproblematiek in de wereld brokkelt af. Er worden andere eisen gesteld, zowel hier als daar. Wat betekent dit voor de huidige OS-structuur? Aan de hand van een uitgebreid onderzoek onder Nederlandse particuliere OS-organisaties analyseert de auteur de manier waarop OS-organisaties omgaan met deze veranderingen en wat hun opstelling betekent voor de toekomst. Het boek haakt hiermee aan op het actuele publieke debat over het nut van ontwikkelingssamenwerking. (B27835)

  • World Bank, Global monitoring report 2009 : a development emergency
    Washington : World Bank, 2009.
    Het rapport geeft een ontwikkelingsperspectief op de wereldwijde economische crisis. Het beoordeelt de impact op ontwikkelingslanden - hun groei, armoedebestrijding, en de andere Millennium Ontwikkelingsdoelen. En bevat prioriteiten voor beleidsmaatregelen, zowel door de ontwikkelingslanden zelf als door de internationale gemeenschap. (B27820)

  • OECD, Development co-operation report 2009
    Parijs : OECD, 2009.
    Het DAC-rapport 2009 roept de internationale gemeenschap op trouw te blijven aan haar verplichting om armoede te bestrijden en economische ontwikkeling in arme landen te bevorderen. Donorlanden moeten ontwikkelingssamenwerking zien als een strategisch onderdeel van succesvolle - en stabiele - globalisering, waarvan alle partijen profiteren. En opkomende economieën moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun deel van het partnerschap. De economische en financiële crisis die uitbrak in de ontwikkelde landen schaadt nu ook de ontwikkelingslanden: de vermindering van de groei en de handel, verlaging van de prijs die zij krijgen voor natuurlijke hulpbronnen, minder overmakingen, en de stopzetting van de investeringsstromen. Het rapport bevat beleidsmaatregelen die beantwoorden aan deze nieuwe realiteit. Mondiaal bestuur is de sleutel tot het antwoord op de financiële crisis. Internationale collectieve actie kan meer efficiënter zorgen voor mondiale publieke goederen, zoals vrede, veiligheid en vrijheid van armoede, dan louter nationale inspanningen om de crisis te lijf te gaan. (B27630)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Klimaat, energie en armoedebestrijding
    Den Haag : AIV, 2008.
    Advies, nr. 62
    De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) constateert dat ook met het oog op het welslagen van de lopende internationale klimaatonderhandelingen, het internationaal klimaatbeleid dringend moet inspelen op de gevolgen van klimaatverandering in kwetsbare ontwikkelingslanden. De kosten voor aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering zullen wereldwijd zo’n 30 tot 70 miljard dollar per jaar bedragen. De AIV stelt dat op de geïndustrialiseerde landen een verantwoordelijkheid rust om ontwikkelingslanden te ondersteunen om deze gevolgen te bestrijden. Nederland moet hierbij een voortrekkersrol spelen. Het zal door zijn lage ligging ook zelf aanzienlijke adaptatieprogramma’s moeten ontwikkelen. Bovendien is het bij uitstek deskundig in de typische adaptatiesectoren als aanpassing van landbouw en infrastructuur, en waterhuishouding en kustversterking. (B27573)

  • Riddell, R. C., Does foreign aid really work?
    Oxford : Oxford University Press, 2007.
    Centraal staat de vraag of ontwikkelingshulp ook daadwerkelijk helpt. De auteur laat zien waar de hulp is mislukt en legt ook uit waarom. Het boek onderzoekt ook hoe korte termijn belangen van de politiek de hulp verstoren en ontwart de morele en ethische veronderstellingen achter de overtuiging dat hulp goed doet. Het boek besluit met een beschrijving van de manieren waarop hulp moet veranderen.
    Inhoud: 'A good thing'; Part I. The complex worlds of foreign aid: The origins and early decades of aid-giving; Aid-giving from the 1970s to the present; The growing web of bilateral aid donors; The complexities of multilateral aid. Part II: Why is aid given?: The political and commercial dimensions of aid; Public support for aid; Charity or duty? The moral case for aid; The moral case for governements and individuals to provide aid. Part III. Does aid really work?: Assessing and measuring the impact of aid; The impact of official development aid projects; The impact of programme aid, technical assistance and aid for capacity development; The impact of aid at the country and cross-country level; Assessing the impact of aid conditionality; Does offical development aid really work? A summing up; NGO's in development and the impact of discrete NGO development interventions; The wider impact of non-governmental and civil society organizations; The growth of emergencies and the humanitarian response; The impact of emergency and humanitarian aid. Part IV: Towards a different future for aid: Why aid isn't working; Making aid work better by implementing agreed reforms; Making aid work better by recasting aid relationships. (B27522)

  • Grotenhuis, R., Geloven dat het kan : nieuwe perspectieven op ontwikkeling, macht en verandering
    Kampen : Ten Have, 2008.
    Terwijl de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt, ligt ontwikkelingssamenwerking onder vuur. Kernwaarden als menselijke waardigheid, collectief belang en solidariteit lijken uit de tijd en organisaties zijn geneigd te vluchten in makkelijk meetbare doelstellingen. Helaas blijven dan de machtsverhoudingen die verantwoordelijk zijn voor de groeiende kloof buiten beeld. Wie en wat draagt nu feitelijk bij aan de werkelijke emancipatie van de mensen in minder bedeelde landen? René Grotenhuis analyseert de situatie en concludeert dat we onze focus vooral moeten richten op een andere machtsbalans, mondiaal én in ontwikkelingslanden - iets wat onmogelijk is zonder actieve betrokkenheid van de mensen zelf. Hij schetst in dit boek twaalf perspectieven op een nieuwe aanpak van de wereldwijde armoede. Het zijn als het ware de piketpalen voor de ontwikkelingssamenwerking van de toekomst, waarin nadrukkelijk ook geleerde lessen verwerkt zijn. (B27376)

  • Klein, M. H., Poverty allevation through sustainable strategic business models : essays on poverty alleviation as a business strategy : proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam
    Rotterdam : ERIM, 2008.
    Proefschrift over armoedebestrijding als bedrijfsstrategie. De benadering waarbij de private sector de armen opneemt als producent en consument staat bekend als de base-of-the-pyramid benadering. Klein ontwikkelde onder meer een model voor de organisatie en het management van winstgevende bedrijven die zich richten op armen. Klein analyseerde hoe commerciële bedrijven de armste mensen (met een koopkracht van maximaal $2 per dag) in de wereld als consumenten, producenten, klanten, leveranciers en/of distributeurs in hun bedrijfsvoering kunnen betrekken. Als bedrijven winst kunnen maken terwijl ook de levensstandaard van de armen significant toeneemt, levert dat een belangrijke win-win situatie op. De omvang, unieke eigenschappen en onderontwikkelde economische activiteit van de base-of-the-pyramid bieden de private sector kansen voor groei, innovatie en winst. Voor de armen betekent het meer werkgelegenheid, meer lokale capaciteit en meer keus in producten en diensten voor armen. Bedrijven zullen hun zakelijke vaardigheden inzetten om markten efficiënter en effectiever te laten werken in faveure van de armen, daar dit in belang is van de bedrijven zelf. Klein verzamelde samen met NGO’s, ontwikkelingsorganisaties en microfinancieringsinstellingen een unieke dataset van ondernemingen die actief zijn in base-of-the-pyramid markten in ruim honderd landen. Uit het onderzoek blijkt ook dat bedrijven die sociale en ecologische kwesties opnemen in hun bedrijfsvoering daarvoor van de omgeving veel waardering krijgen. Met name bij sociale kwesties vertaalt zich dat ook direct in winst voor het bedrijf. Sociaal goed doen komt daarom centraal te staan in de bedrijfsstrategie. (B27217)

  • Europese Cie, Making trade work for development : aid for trade : a selection of case studies from arounding the world
    Brussel : EU, 2008.
    De publicatie bevat een aantal casestudies uit de hele wereld die laten zien hoe handelsgerelateerde hulp zorgt dat mensen en bedrijven meer voordelen uit handel te halen. De casestudies zijn een momentopname en illustreren de grote variëteit in de ondernomen acties en de geografische diversiteit. Deze case studies laten zien hoe ontwikkelingslanden stap voor stap toegaan naar een doeltreffende deelname aan het wereldhandelssysteem. (B27214)

  • Njinkeu, D.; Cameron, H.; Ajakaiye, D. O.; [et al.], Aid for trade and development
    Camebridge : Cambridge University Press, 2008.
    Het boek volgt de ontwikkeling van hulp voor handel vanaf haar ontstaan en onderzoekt de globale architectuur, modaliteiten en kosten in verband met de uitvoering ervan. Op basis van lessen uit de nationale en regionale ervaringen, verkent dit boek verder manieren waarop Aid for Trade beide vooruitgang kunnen boeken en daadwerkelijk een instrument voor armoedebestrijding kunne worden in de begunstigde landen. Bevat de volgende bijdragen: Part I. Aid for trade genesis and architecture: 1. Aid for Trade: helping developing countries benefit from trade opportunities; 2. Aid for Trade: an essential component of the multilateral trading system and the WTO Doha Development agenda; 3. Aid for Trade: how we got here, where we might go; 4. Financing international public goods: a framework to address Aid for Trade; 5. Aid for Trade: a new issue in the WTO; 6. Scale and types of funds for Aid for Trade; 7. An African perspective on Aid for Trade; Part II. Aid for Trade in action: 8. Lessons from the Tanzanian experience in trade capacity building; 9. Lessons from the Cambodian experience in trade capacity building; 10. Lessons learned delivering Aid for Trade in Latin America and the Caribbean: the role of the Inter-American Development Bank; 11. Mainstreaming development in trade: lessons from the Caribbean’s experience with the FTAA Hemispheric Cooperation Program; 12. Aid for Trade and the European Development Fund; 13. Services-related projects in Aid for Trade; 14. Aid for Trade for services in small economies: some considerations from the Caribbean; 15. The role of local researchers in delivery of Aid for Trade: the case of the African Economic Research Consortium (AERC); 16. The role of international research institutions and networks in supporting low-income countries in trade policy-making and negotiations; 17. Civil society perspectives in the Aid for Trade debate; Part III. Way Forward: 18. Aid for Trade and private sector development; 19. Regional Aid for Trade. (B27211)

  • Easterly, W.; Birdsall, N.; [et al.], Reinventing foreign aid
    Cambridge : MIT Press, 2008.
    De publicatie bevat bijdragen van wetenschappers over het verbeteren van de buitenlandse hulp. Bevat de volgende bijdragen: Introduction: Can't take it anymore?; I. The power of scientific evaluation - and why isn't it done more often?: Making aid work; Use of randomization in the evaluation of development effectiveness; It pays to be ignorant: A simple political economy of rigorous program evaluation. II. The problems of aid-financed delivery of public services: the Gordian knot of the state: Solutions when the solution is the problem: Arraying the disarray in development; Donors and service delivery; The illusion of sustainability; An aid-institutions paradox?: A review essay on aid dependency and state building in Sub-Saharan Africa; III. Dysfunctional donors and how to reform them: Why do aid agencies exist?; Absorption capacity and disbursement constraints; Donor fragmentation. IV. The IMF and World Bank: The IMF and economic development; The knowledge bank; Debt relief and fiscal sustainability for heavily indebted poor countries; V. Imagining new forms of foreign aid: Making vaccines pay; Can we build a better mousetrap? Three new institutions designed to improve aid effectiveness; Competing with central planning: Marketplaces for international aid; Placing enterprise and business thinking at the heart of the world on poverty; VI. In conclusion: the big picture: Avoid Hubris: and other lessons for reformers; Seven deadly sins: reflections on donor failings. (B27165)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Nederland en de Europese ontwikkelingssamenwerking
    Den Haag : AIV, 2008.
    Advies, nr. 60
    De AIV onderzocht de hervormingen en versterkingen die de Europese Unie de laatste jaren in haar ontwikkelingsbeleid heeft doorgevoerd. Het oordeel is kritisch, maar positief. De recent doorgevoerde hervorming van de Europese ontwikkelingssamenwerking vergroot de meerwaarde van de EU voor de armoedebestrijding in de wereld. Dat biedt kansen voor versterking van de internationale positie van de EU, van Nederland en van de ontwikkelingslanden waarmee Nederland samenwerkt. De EU-hulpverlening is doeltreffender en doelmatiger geworden. Dat geldt niet alleen voor van het functioneren van beleidsinstrumenten, maar ook voor de uitvoering in het veld. Bij de uitwerking en toepassing is afstemming met de EU-lidstaten wel cruciaal. De AIV noemt daarbij het belang van coördinatie, complementariteit, werkverdeling en beleidscoherentie. Het nieuwe EU-verdrag uit 2007 biedt daarvoor genoeg ruimte. (B26908)

  • Lee, E.; Intern. Inst. for Labour Studies; ILO, Harnessing globalization for development : opportunities and obstacles
    Geneve : Int. Inst. for Labour Studies, 2008.
    De paper onderzoekt de voorwaarden waaronder globalisering de sociaal-economische vooruitzichten in de ontwikkelingslanden kan verbeteren. Het rapport wijst erop dat er geen eenvoudig eenduidig verband is tussen globalisering en ontwikkeling. Sommige ontwikkelingslanden zijn betrokken bij een vrijere handel en investeringsbeleid. Maar toch zijn de resultaten tot nu toe teleurstellend. In tegenstelling daarop, heeft een aantal succesvolle performers geen orthodoxe liberalisering van het beleid aangenomen. Het rapport onderzoekt de mogelijke verklaringen achter de ongelijkheid van landen als antwoord op de globalisering. Deze omvatten verschillend nationaal beleid, de rol van internationale regels en normen en het tempo en de aard van het globaliseringsproces zelf. Paradoxaal, is de laatstgenoemde vaak een weggelaten factor, en toch speelt het rapport, een essentiële rol. (B26813)

  • OECD, Development co-operation report 2007
    Parijs : OECD, 2008. 238 p.
    DAC rapport 2007 met statistieken en analyses over de door de DAC-leden verstrekte hulp. Ingegaan wordt ondermeer op de effectiviteit van de hulp van de donorlanden, en hun beleid. (B26578)

  • United Nations, Trade and development report, 2007 : regional cooperation for development
    New York : UN, 2007.
    De uitbreiding van de wereldeconomie heeft gediend als motor voor veel ontwikkelingslanden. Maar er zijn toch voortdurende onevenwichtigheden. Samenwerking is een sleutel tot oplossingen. Aandacht voor economische ontwikkelingen, globalisering, handelsovereenkomsten, samenwerking en integratie en industrieel beleid. (B26204)

  • Min BuZa, Voortgangsrapport Nederland 2006
    Den Haag : Min BuZa, 2006.
    Millenniumontwikkelingsdoel 8 : mondiaal partnerschap
    De rapportage toont aan dat Nederland nog steeds een van de koplopers is als het gaat om het deel van het Bruto Nationaal Inkomen dat aan ontwikkelingshulp wordt besteed. Internationale hulp aan ontwikkelingslanden is hoog nodig. De Nederlandse regering roept alle ontwikkelde landen op om hun inspanningen te verhogen en toe te werken naar de afgesproken doelstelling. (B26611)

  • Min. BUZA; Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie, Het Nederlandse Afrikabeleid 1998-2006 : evaluatie van de bilaterale samenwerking
    Den Haag : Min. BUZA, 2008.
    IOB Evaluaties, nr. 308
    Het rapport geeft een overzicht van de vormgeving, uitvoering en resultaten van het Nederlandse bilaterale Afrikabeleid in de periode 1998-2006. Na een inleidend gedeelte over de evaluatie komen in het rapport achtereenvolgens aan de orde: feiten en achtergronden voor het Nederlandse Afrikabeleid; de Nederlandse beleidsintenties 1998-2006; uitgaven; schuldkwijtschelding; algemene begrotingssteun; sectorsteun; basisonderwijs; plattelandsontwikkeling; stedelijke armoedebestrijding; hiv/aids; instrumenten voor goed bestuur; versterking van de rechtsstaat; conflicten; humanitaire hulp; handel en coherentie. Samenvatting (B26609) is ook aanwezig (B26608)

  • World Bank, World development report 2008 : agriculture for development
    Washington : Word Bank, 2007.
    Het WDR 2008 pleit voor meer investeringen in de landbouw in ontwikkelingslanden. Het rapport waarschuwt ervoor dat de sector in het centrum van de ontwikkelingsagenda moet worden geplaatst om de doelstellingen van halvering van extreme armoede en honger vóór 2015 te realiseren. (B26316)

  • AIV, Een ombudsman voor ontwikkelingssamenwerking
    Den Haag : AIV, 2007.
    Briefadvies no 13
    In de adviesaanvraag wordt gevraagd of een Ombudsman als element van wederzijdse verantwoording een rol zou kunnen spelen in de intergouvernementele betrekkingen tussen ontwikkelingspartners en welke die rol zou kunnen zijn. Verder is de vraag hoe deze Ombudsman zou moeten worden opgezet, als de AIV in beginsel meerwaarde zou zien in een dergelijk instrument. (B26525)

  • Harrison, A.; Aisbett, E.; [et al.], Globalization and poverty
    Chicago : University of Chicago Press, 2007
    National Bureau of Economic Research report
    De publicatie bevat de visies van experts op het gebied van internationale handel en armoede, op de gevolgen van globalisering op de armen in ontwikkelingslanden. Ingegaan wordt op vragen als: Verbeteren lagere import tarieven het leven van de mensen die in armoede leven. Heeft financiële integratie gezorgd voor meer of minder armoede? Hoe verging het de armen tijdens de monetaire crises? En helpt voedselhulp de armen of is dit in juist in hun nadeel? Deel I 'Global (cross-country) analyses' bevat de volgende bijdragen: Why are the critics so convinced that globalization is bad for the poor?; Stolper-Samuelson is dead: and other crimes of both theory and data; Globalization, poverty, and all that: factor endowment versus productivity views; Does tariff liberalization increase wage inequality? some empirical evidence; My policies or yours: Does OECD support for agriculture increase poverty in developing countries?. Deel II 'Country case studies of trade reform and poverty' bevat de volgende bijdragen: The effects of the Columbian trade liberalization on urban poverty; Trade liberalization, poverty, and inequality: evidence from Indian districts; Trade protection and industry wage structure in Poland; Globalization and complementary policies: poverty impacts in rural Zambia; Globalization, labor income, and poverty in Mexico. Deel III 'Capital flows and poverty outcomes' bevat de volgende bijdragen: Financial globalization, growth, and volatility in developing countries; Household responses to the financial crises in Indonesia: Longitudinal evidence on poverty, resources, and well-being; Does food aid harm the poor? Household evidence from Ethiopia; Deel IV 'Other outcomes associated with globalization (Risk, returns, to speaking English)' bevat de volgende bijdragen: Risk and the evolution of inequality in China in an era of globalization; Globalization and the returns to speaking English in South Africa. (B26123)

  • Ables, M. ; Allen, M. ; [et al.], Global imbalances and developing countries : remedies for a failing internationaal financial system
    Den Haag : FONDAD, 2007.
    De plotselinge opkomst van globale ongelijkheden is een belangrijk risico voor de wereldeconomie. Landen over de hele wereld krijgen ermee te maken, maar het is in het bijzonder schadelijk voor ontwikkelingslanden. Vooral aandacht voor Afrika en Oost-Azië. Verder voor de rol van het IMF en een discussie over de noodzaak van hervorming van het internationale monetaire en financiële systeem. (B26066)

  • Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde; Goderis, B.; Verbon, H.; Bosman, R.; Schrijvers, I.; Schellekens, O.; Wijnbergen, S. van, Nieuwe vormen van ontwikkelingshulp
    Amsterdam : Kon. Ver. voor de Staathuishoudkunde, 2007.
    Preadviezen 2006
    3 preadviezen: I - De effectiviteit van (on)conditionele ontwikkelingshulp, II - microfinanciering, deposito's en toezicht : de wereld is groot, denk klein, III - over hulp en aids in Afrika. De drie preadviezen bespreken respectievelijk de huidige dominante 'conditionele' vorm van ontwikkelingshulp, en twee recente ontwikkelingen die pogen om financiële markten in ontwikkelingslanden tot wasdom te laten komen. (B25956)

  • Min. BuZa, Resultaten in ontwikkeling : rapportage 2005-2006
    Den Haag : Min. BuZa, 2007.
    Deze tweede Resultatenrapportage over ontwikkelingssamenwerking maakt duidelijk dat met goede ontwikkelingssamenwerking belangrijke resultaten zijn te boeken en het halen van de Millennium Ontwikkelingsdoelen dichterbij komt. De rapportage laat zien wat de effecten zijn van de hulp in alle 36 landen waarmee Nederland een ontwikkelingsrelatie heeft. Deze tweede Resultaten Rapportage gaat breder en dieper dan de eerste uitgave. Er is dit keer niet alleen gekeken naar de hulp van Nederland direct aan het partnerland (bilateraal), maar ook naar de hulp via de internationale organisaties en instellingen (multilateraal). Voor het eerst is er ruime aandacht voor de ontwikkeling van het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden. (B25864)

  • OECD, Promoting pro-poor growth : policy guidance for donors
    Parijs : OECD, 2007.
    DAC guidelines and reference series
    Waarom is groei meer succesvol geweest in het verminderen van armoede in sommige landen dan in andere landen? Hoe kunnen armen het beste deelnemen in en profiteren van het groeiproces? Waarom is 'pro-poor' groei (een type van economische groei waarvan de armen meer dan evenredig profiteren) belangrijk en wat kunnen de donorlanden doen om dit te bevorderen? De publicatie biedt donorlanden een leidraad voor deze kwesties, gebaseerd op de werkzaamheden van de OECD Development Assistance Committee (DAC). De beleidsaanbevelingen zijn erop gericht het gedrag van de donorlanden te veranderen en een weg te banen voor efficiëntere ontwikkelingssamenwerking in deze gebieden. Dit compendium besteedt speciale aandacht aan de rol van de ontwikkeling van de particuliere sector, landbouw en infrastructuur in de 'pro-poor' groei gebieden. (B25741)

  • Hammond, A. L.; World Resources Inst.; World Bank [et al.], The next 4 billion market size and business strategy at the base of the pyramid
    Washington : World Resources Inst., 2007. 151 p.
    Rapport over de 'basis van de economische piramide', de 4 miljard armen van deze wereld die samen een koopkracht van 5000 miljard dollar hebben. Het bedrijfsleven is er nog niet op ingespeeld om de onderkant van deze piramide te bedienen. Deze groep leeft niet alleen in armoede, maar moet ook een relatief hoge prijs betalen voor goederen en diensten, bijvoorbeeld omdat ze veel inspanningen moet verrichten om aan voedsel of aan water te komen. De traditionele ontwikkelingssamenwerking moet daarom plaatsmaken voor een marktgerichte benadering. Het rapport geeft een analyse van de markten aan de basis van de piramide (gezondheidszorg, informatie en communicatie, water, transport, huisvesting, energie, voedsel, financiële diensten) en de bedragen die daar in om gaan. De statistische bijlage bevat cijfers over de bestedingen van de consumenten aan de basis van de piramide per land en per sector. (B25628)

  • Easterley, W. R., The white man's burden : why the West's efforts to aid the rest have done so much ill and so little good
    New York : Penguin Press, 2006.
    De tragedies van de globale armoede worden uitgebreid besproken. Velen zijn schijnbaar gedoemd om een afschuwelijk leven te hebben en vroeg te sterven.
    Een andere tragedie is dat na vijftig jaar en meer dan 2,3 triljoen dollar in financiële steun van het westen, er zo weinig van te zien is. De eerste tragedie zullen we nooit oplossen. Tenzij wij de tweede goed uitwerken. (B25488)

  • Stiglitz, J. E., Eerlijke globalisering
    Utrecht : het Spectrum, 2006.
    In de publicatie beschrijft Stiglitz wat er nodig is om de onstuitbare globalisering te laten werken voor de mensen die er het meest nood aan hebben: de armen en de inwoners van de Derde Wereld. Stiglitz blikt terug op de afgelopen jaren, gaat in op de snelle ontwikkelingen in de wereldeconomie, biedt oplossingen voor de belangrijkste problemen voortkomend uit de globalisering en blikt vooruit op de toekomst. Hij doet radicale voorstellen als het gaat om de schuldenverlichting van de armste landen, stelt een nieuw systeem van financiële reserves voor om internationale financiële instabiliteit te voorkomen en schetst een raamwerk waarbinnen milieuvervuiling als gevolg van de stijgende vraag naar energie kan worden tegengegaan. Ook betoogt hij dat ingrijpende hervormingen nodig zijn binnen VN, IMF en Wereldbank om ervoor te zorgen dat deze instituties toegerust zullen zijn om de problemen van deze tijd aan te kunnen pakken. Bovenal zegt Stiglitz dat we onze manier van denken moeten veranderen. Meer dan ooit brengt de globalisering de landen en bevolkingen van de wereld bij elkaar in een gemeenschap van onderlinge afhankelijkheid. Ons handelen en denken moet zich niet langer beperken tot nationale belangen, we zullen bij steeds meer zaken over de grenzen moeten kijken. Dit boek is een eerste stap in die richting. (B25404)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Private sector ontwikkeling en armoedebestrijding
    Den Haag : AIV, 2006.
    Advies, nr. 50
    Kernvraag is op welke wijze private sector ontwikkeling kan leiden tot economische groei die zoveel mogelijk bijdraagt aan armoedebestrijding in ontwikkelingslanden. Specifiek wordt ingegaan op de volgende vragen: Bestaat de mogelijkheid om private sector ontwikkeling van overheidswege zodanig te stimuleren dat de bijdrage aan armoedebestrijding wordt gemaximaliseerd? Wat zijn de gevaren van te veel sturing door overheden en donoren? Op welke wijze kan de positieve rol van Foreign Direct Investment (FDI) worden versterkt, in de zin dat de investeringen van buitenlandse bedrijven zoveel mogelijk bijdragen aan werkgelegenheid en aan het stimuleren van lokale bedrijven? Wat zijn in dit verband de relatief sterke en zwakke kanten van, en mogelijke verbeterpunten voor, de diverse instrumenten die Ontwikkelingssamenwerking tot zijn beschikking heeft om het bedrijfsleven een grotere rol te laten spelen bij de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking? (B25318)

  • Ferrier, K.; Ardenne- van der Hoeven, A.; [et al.], Armoede : de angel in onze rijkdom
    Kampen : Ten Have, 2006.
    Kamerlid Kathleen Ferrier (CDA) bevraagt in haar boek 'Armoede – de angel in onze rijkdom' vijftien opinieleiders over ontwikkelingssamenwerking. Wat heeft vijftig jaar ontwikkelingssamenwerking opgeleverd? Wat hebben we in die vijftig jaar geleerd? En hoe moet de samenwerking tussen Noord en Zuid, rijk en arm er in de toekomt uitzien? Bevat de volgende interviews. Noreena Hertz - Alles wat we doen is te weinig en te laat; Lulu Wang - Ontwikkelingshulp moet vooral perspectief bieden; Maria Liberia-Peters - Geld trapt op de ziel van de mens; Bas de Gaay-Fortman - Wat we missen is een samenhangend beleid; Clare Short - Wie niets doet verliest het recht om over gerechtigheid te spreken; Gerrie ter Haar - Ontwikkeling die alleen materiële aspecten betreft is noch effectief, noch duurzaam; Jorge Balbis - Solidariteit is voor ons nog altijd van levensbelang; Mark Malloch Brown - Ontwikkelingssamenwerking is buitengewoon succesvol geweest; Hans Eenhoorn - Durf nou eindelijk eens groot te denken; Mabel van Oranje - Wat er ontbreekt is leiderschap; Willemijn Verloop - Je kunt ontwikkeling stimuleren door in te zetten op kinderen; Rein Willems - Wij moeten het bedrijfsleven meer gebruiken voor ontwikkeling; Angelina Muganza - Ontwikkelingssamenwerking is geslaagd als zij in staat is mensen te bevrijden; Herman Wijffels - De ontwikkelingslanden hebben de grootste rijkdom in handen; Amina Mama - Kapitaal gaat nog steeds vooral van arm naar rijk. (B24831)

  • United Nations; Watkins, K., Human development report 2005 : international cooperation at a crossroads : aid trade and security in an unequal world
    New York : UN, 2005.
    De Human Development Index (HDI) meet jaarlijks de gemiddelde resultaten van landen in een drietal dimensies van ontwikkeling: levensduur en gezondheid, alfabetiserings- en scholingsgraad, levensstandaard en BBP per hoofd van de bevolking. Het rapport concentreert zich dit jaar op ontwikkelingshulp, handel en veiligheid. Deze drie terreinen van internationale samenwerking zijn cruciaal voor armoedebestrijding. (B24638)

  • OECD; [et al.], The development dimension : migration, remittances and development
    Parijs : OECD, 2005.
    Rapport over de huidige situatie met betrekking tot de omvang van de geldoverschrijvingen van migranten aan hun thuisland. In verschillende landen 2004 waren deze geldstromen omvangrijker dan de officiële ontwikkelingshulp. De publicatie onderzoekt de invloed van de geldstromen op de economische ontwikkeling van deze landen. Voort wordt gekeken naar welke kanalen worden gebruikt, de rol van het bankwezen en andere financiële instellingen, de introductie van nieuwe technologieën en hun invloed op fondsenwerving. Voorts wordt aandacht besteed aan de verschillende manieren waarop migranten zelf participeren, samen met non-gouvernementele organisaties, thuislanden en immigratielanden om nieuwe wegen te vinden met betrekking tot ontwikkelingshulp en ontwikkelingssamenwerking. (B24543)

  • Sachs, J., Het einde van de armoede : hoe we dit doel binnen twintig jaar kunnen bereiken
    Rotterdam : Lemniscaat, 2005.
    In zijn boek 'Het einde van de armoede' geeft Sachs, antwoord op de vraag die hij zichzelf stelt: Hoe kunnen we een halt toeroepen aan de cyclus van extreme armoede, slechte gezondheid en hoge schulden die meer dan een miljard mensen in de greep houd? Sachs laat zien hoe mensen in ontwikkelingslanden kunnen ontsnappen aan de armoedefuik door samen te werken met hun welvarende tegenhangers. Bevat de volgende hoofdstukken: Een portret van een global village; De verspreiding van economische welvaart; Waarom sommige landen achterblijven; Klinische economie; Bolivia, hyperinflatie op grote hoogte; De terugkeer van Polen naar Europa; Stormachtige ontwikkelingen: Ruslands moeizame normaliseringsproces; China: een inhaalslag om vijfhonderd jaar achterstand weg te werken; India's markthervormingen, hoop overwint angst; De stervenden die niet worden gehoord, Afrika en ziekte; Het millennium, 11 september en de Verenigde Naties; Praktische oplossingen voor het beëindigen van de armoede; De noodzakelijke investeringen om een einde aan de armoede te maken; Een wereldwijd pact om een einde aan de armoede te maken; Kunnen de rijken de armen wel helpen?; Mythen en tovermiddelen; Waarom we het moeten doen; De uitdaging voor onze generatie. (B24475)

  • Nederpelt, J. van, Een wereld apart : de uitsluiting van de Derde Wereld
    Assen : Van Gorcum, 2005.
    Dit boek geeft een actueel beeld van de situatie van armoede en onderontwikkeling in de Derde Wereld. Het beschrijft de grote lijnen van het mondiale armoedevraagstuk zonder de concrete leefsituatie van de bevolking van de Derde Wereld uit het oog te verliezen. Een wereld apart laat zien hoezeer de Derde Wereld in beweging is. Vroeger lagen de ontwikkelingslanden min of meer rond de evenaar. Sinds het uiteenvallen van het Oostblok zijn er in Zuidoost-Europa en Centraal Azië nieuwe ontwikkelingslanden bijgekomen. Positieve verschuivingen doen zich ook voor: Traditionele ontwikkelingslanden in Azië en Latijns Amerika zijn met succes de strijd aangegaan tegen de armoede. Het meest opzienbarend is wel ‘het ontwaken’ van China. Door dit alles heeft het zwaartepunt van de Derde Wereld zich verplaatst van Azië naar Afrika. Voor de armste, minst ontwikkelde, landen ligt een uitweg niet direct in het verschiet. De huidige golf van mondialisering brengt niet alleen integratie maar ook uitsluiting van landen teweeg. Geld, kapitaal en handelsstromen bewegen zich tussen rijke landen en laten deze ontwikkelingslanden links liggen. Zo blijft de mondiale kloof tussen arm en rijk bestaan. (B24295)

  • Min. BUZA, Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie, Aid for trade? : an evaluation of trade-related technical assistance
    Den Haag : Min. BUZA, 2005.
    IOB evaluations, (2005) nr. 300
    Handelsgerelateerde technische assistentie (Trade-Related Technical assistance, TRTA) is een verzamelterm voor allerlei vormen van technische assistentie gericht op het versterken van onderhandelingscapaciteit, nationaal handelsbeleid en/of export-capaciteit van ontwikkelingslanden. Dit rapport bevat een evaluatie van de TRTA. (B24292)

  • World Bank; Intern. Bank for Reconstruction and Development, Global economic prospects 2006 : economic implications of remittances and migration
    Washington : World Bank, 2005.
    Jaarrapport van de Wereldbank over internationale economische vooruitzichten. De Wereldbank verwacht stabiele groei in de VS en Japan, maar een geleidelijke verbetering in Europa. Speciaal thema is dit keer de internationale migratie en de daaraan verbonden geldstromen. In het rapport wordt geconcludeerd dat migranten uit de Derde Wereld die werken in de rijke landen ruim drie keer zoveel geld binnen brengen als de rijke landen uitgeven aan ontwikkelingshulp. De Wereldbank stelt vast dat de impact van migratie positiever uitvalt dan vaak gedacht. Werd het vroeger vooral gezien als een uittocht van hoger opgeleiden die het thuisland zo hard nodig heeft (brain-drain), tegenwoordig ziet men het ook als een beweging die een belangrijke buitenlandse geldstroom op gang brengt. Die kan er niet alleen voor zorgen dat de eigen familie zich aan de armoede ontworstelt, maar ook dat het hele land er beter van wordt. Sowieso groeit de economie van de ontwikkelingslanden, al voorziet de Wereldbank een lichte afname in 2006: van 5,9 procent in 2005 naar 5,7 in 2006. Deze groei is nog altijd twee keer zo hoog als die in de rijke landen. (B24283)

  • Teunissen, J. J.; [et al.], Helping the poor? : the IMF and low-income countries
    Den Haag : FONDAD, 2005.
    De publicatie bespreekt de successen, de mislukkingen en tekortkomingen bij de hulp van het IMF en de Wereldbank aan arme landen. Bevat de volgende bijdragen: An inquiry into the nature and causes of poverty; The IMF and poor countries: towards a more fulfilling relationship; Enhancing the credibility of the IMF; A changing role for the IMF in low-income countries; No agreement yet on the fund's role; The dynamics of donors, recipient countries and the IMF; Institutional changes to prevent the recurrence of debt problems; Sub-Saharan African countries development strategies : the role of the Bretton Woods institutions; Stepping up ambitions of the poverty reduction strategy; New finance for African development; Millennium development goals: are they adequate. (B24252)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Cie Migratie en Ontwikkelingssamenwerking, Migratie en ontwikkelingssamenwerking : de samenhang tussen twee beleidsterreinen
    Den Haag : AIV, 2005.
    Advies, nr. 43
    AIV belicht de samenhang in beleid tussen migratie en ontwikkelingssamenwerking. De bijdrage van ontwikkelingssamenwerking aan migratiebeleid is maar beperkt te realiseren en aan te tonen. Pas op de lange termijn zijn resultaten van algemeen beleid verwachtbaar. Onveiligheid in de wereld moet worden bestreden, niet zozeer om migratie te beperken als wel om de levensomstandigheden van de mensen ter plaatse te verbeteren. Dit kan een motief voor migratie wegnemen. Bij het bestrijden van economische oorzaken van migratie is een beperkend effect op de migratie op afzienbare termijn niet aantoonbaar. Omgekeerd moet er ook oog zijn voor de rol van migratiebeleid bij het bevorderen van ontwikkeling. Dat ontwikkelingslanden hun arbeidspotentieel willen inzetten voor ontwikkeling moet ook een factor zijn in het beleid van rijke landen. In een mondialiserende wereld gaat het ten dele om het toelaten van arbeidsmigranten die banden hebben in verschillende samenlevingen, regelmatig van verblijfplaats wisselen en dus behoefte hebben aan flexibele migratie. Outsourcing vervult hier ook een positieve rol. (B24175)

  • Cramer, J. M. ; [et al.], Investing in developing countries : the future role of FDI
    Den Haag : SMO, 2004.
    0322
    Het denken over de relatie met de derde wereld heeft de laatste decennia een snelle evolutie doorgemaakt. En de laatste jaren is de samenwerking tussen de derde en onze wereld opnieuw veranderd. De omvang van de financiële middelen die de westerse wereld jaarlijks aan ontwikkelingslanden ter beschikking stelt, daalt gestaag. Daarmee ligt een actuele vraag op tafel. Als het niet de publieke kapitaalstromen zijn die de derde wereld meer welvaart brengen, welke middelen moeten dan wel worden ingezet? Er moeten succesfactoren gevonden worden in het ondernemerschap, in de infrastructuur en in de politieke stabiliteit van de ontwikkelingslanden zelf. Hoe kan FDI de ontwikkeling stimuleren van de armste landen. Wat zijn mogelijke tegenslagen? (B23968)

  • Ritzen, J.; Stiglitz, J., A change for the World Bank
    Londen : Anthem Press, 2005.
    Anthem studies in political economy and globalization
    In 'A Chance for the World Bank' doet Ritzen een aantal ingrijpende voorstellen om de kloof tussen rijke en arme landen te verminderen. Hij belicht in zijn boek ook de structuur en werkwijze van de Wereldbank zelf en de obstakels die dat oplevert voor een verbetering van de ontwikkelingssamenwerking. Ritzen constateert dat het grootste probleem niet de bestuurlijke structuur is, maar de onmacht van Europa om binnen de Wereldbank voldoende tegenwicht te bieden tegen de Verenigde Staten. De oplossingen die Ritzen in zijn boek aandraagt voor verbetering van de ontwikkelingssamenwerking zijn het harmoniseren van de hulp waardoor de ontvangende landen verlost worden van de torenhoge uitvoeringskosten, het openen van de westerse markten voor landbouwprodukten uit ontwikkelingslanden, en het promoten van goed bestuur in de ontwikkelingslanden en het drastisch tegengaan van door multinationals veroorzaakte corruptie. (B23768)

  • United Nations, Investing in development : a practival guide to achieve the millennium development goals
    Londen : Earthscan, 2005.
    Millenniumrapport van de VN waarin concrete voorstellen worden gedaan om het armoedeprobleem in de wereld aan te pakken en zo de millenniumdoelstellingen te bereiken. (B23415)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken; [et al.], Dienstenliberalisering en ontwikkelingslanden : leidt openstelling tot achterstelling?
    Den Haag : AIV, 2004.
    Advies, nr. 39
    De AIV geeft in dit advies zijn visie op de pro's en contra's van verdergaande liberalisering van de handel in diensten en de effecten ervan op ontwikkelingslanden. Allereerst wordt ingegaan op het belang van diensten en dienstenhandel. Daarna wordt een beknopt overzicht gegeven van de belangrijkste kenmerken van het WTO-verdrag en de GATS (General Agreement on Trade in Services). Het vervolg behandelt de kansen en risico's van liberalisering voor ontwikkelingslanden, kijkt terug op de mislukking in Cancún en schetst mogelijkheden voor voortgang van de onderhandelingen en gaat expliciet in op de mogelijkheden van GATS mode 4. Het advies sluit af met aanbevelingen. (B23345)

  • Hertz, N., IOU I owe you : het gevaar van de internationale schuldenlast
    Amsterdam : Contact, 2004.
    Miljarden dollars zijn de laatste decennia met het grootste gemak verstrekt door commerciële banken, regeringen en multilaterale instellingen als de Wereldbank en het IMF aan - vaak corrupte - regeringen van met name derdewereldlanden. Die landen kijken u aan tegen een huizenhoge schuldenlast die ze over de ruggen van de arme bevolking terug moeten betalen. IOU geeft inzicht in het ontstaan van de internationale schuldenlast, maar ook van de hebzucht van financiële instellingen en van de morele ambivalentie van de geldmarkt. (B23295)

  • OECD, Geographical distribution of financial flows to aid recipients : disbursements, commitments, country indicators : 1998-2002
    Parijs : OECD, 2004.
    Statistische gegevens over de omvang, oorsprong en vormen van hulp aan ontwikkelingslanden. (B22488)

  • United Nations, Human development report 2003 : millennium development goals : a compact among nations to end human poverty
    Oxford : Oxford University Press, 2003.
    Het rapport is gewijd aan de acht zogenaamde Millennium Development Goals (MDG's). Deze millenniumdoelstellingen werden in september 2000 door 147 leiders overeengekomen op de Millennium Summit en hebben onder meer betrekking op het terugbrengen van armoede en betere toegang tot de gezondheidszorg. Geconstateerd wordt dat in 2002 op een groot aantal van de doelstellingen achteruitgang is geboekt en op enkele vooruitgang. De haalbaarheid van de doelstellingen lijkt verderaf dan ooit. In het rapport staat ook weer de Human Development Index, die aangeeft wat landen bereikt hebben op het gebied van onder meer levensverwachting, onderwijs en (aangepast) inkomen. (B22120)

  • OECD; [et al.], Development is back
    Parijs : OECD, 2002.
    Development Centre Studies
    Rapport over ontwikkelingssamenwerking naar aanleiding van het 40-jarig bestaan van het OECD Development Centre. Het eerste deel van de publicatie is gewijd aan aspecten van economisch beleid die kunnen bijdragen aan de groei en het vergroten van de welvaart van de ontwikkelingslanden. Aan de orde komen onder meer de volgende onderwerpen: duurzame ontwikkeling, globalisering en armoede, de rol van het bedrijfsleven, privatisering van staatsbedrijven, handel en investeringen, financiële globalisering, en burgerschap. Deel twee bespreekt de uitdagingen en de resultaten waar het OECD Development Centre tijdens haar 40-jarig bestaan mee te maken heeft gehad. (B21118)

  • CPB; Kok, M.; Nahuis, R.; Vaal, A. de, On labour standards and free trade
    Den Haag : CPB, 2002.
    CPB discussion paper, nr. 11
    De studie belicht enkele aspecten van de relatie tussen vrijhandel, arbeidsomstandigheden en economische ontwikkeling. Ook evalueert het rapport potentiële oplossingen in het licht van de zorgen die in de westerse landen leven over arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden. Het begrip arbeidsomstandigheden betreft uiteenlopende zaken als werktijden, hygiëne en veiligheid op het werk. De auteurs laten in hun studie zien dat het beperken van de vrijhandel geen goed middel is om een verbetering van arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden te bereiken. De arbeidsomstandigheden verbeteren wel maar dit veroorzaakt een achteruitgang van de welvaart in de brede zin: inkomen en arbeidsomstandigheden. Als mogelijke oplossing om een verbetering van arbeidsomstandigheden in de derde wereld te bevorderen komt naar voren hier een coördinerende rol te geven aan een internationale organisatie die het beste van twee werelden gaat verenigen: vrijhandel en een ondergrens voor de arbeidsomstandigheden. Te denken valt aan ILO of WTO. (B20867)

  • Klein, N., No logo : geen ruimte, geen keuze, geen werk : de strijd tegen de dwang van de wereldmerken
    Rotterdam : Lemniscaat, 2002.
    Publicatie over de invloed van marketing, reclame en merken, en de economische uitbuiting die hierachter schuil gaat. 3e dr. (B20096)

  • Stiglitz, J. E., Globalization and its discontents
    Londen : Allen Lane, 2002.
    'Globalization and its discontents' is een kritiek op de uitwassen van de globalisering, en in het bijzonder op de rol die het IMF eind jaren negentig speelde bij de aanpak van de financiële crises in ontwikkelingslanden. De auteur spreekt uit ervaring. Stiglitz was in die tijd chief economist van de Wereldbank en maakte van nabij mee hoe eerst de Aziatische landen en daarna Rusland onderuit gingen. Het IMF-beleid maakte de crises naar zijn mening alleen maar erger, zonder oog te hebben voor de dramatische effecten. Joseph Stiglitz won in 2001 de Nobelprijs voor economie. (B20663)

  • Norberg, J., Leve de globalisering
    Antwerpen : Houtekiet, 2002.
    'Leve de globalisering' is het eerste standaardwerk dat fundamenteel de standpunten en het doemdenken van de antiglobaliseringsbeweging weerlegt, de discussie over globalisering in een veel minder somber daglicht plaatst en een alternatief aanbiedt. Antiglobalisten beweren dat vrije handel de ongelijkheid in de wereld vergroot, dat kapitalisme mensen arm houdt, dat economische groei het milieu schaadt, dat multinationals de lonen laag houden, en dat vrije financiële markten crises veroorzaken. Allemaal fabels, aldus Norberg. Van de vrije markt profiteert arm en rijk. Niet de globalisering is een probleem, maar het gebrek aan globalisering. Niet de vrije handel veroorzaakt honger en ellende in de Derde Wereld, maar de afwezigheid van vrije handel. Norberg schuwt in zijn boek geen enkel heet hangijzer: kinderarbeid, kapitaalvlucht, milieuverloedering, de Tobintax, muntspeculatie, de eis tot schuldkwijtschelding voor de ontwikkelingslanden, het rampzalige effect van Europese landbouwsubsidies op de Derde Wereld, de onweerlegbare samenhang tussen democratie, vrije meningsuiting en vrijemarkteconomie en de zogenaamde aantrekkingskracht van lageloonlanden voor westerse bedrijven. Telkens herleidt Norberg de mythes die de antiglobalisten hierover al enkele jaren de wereld insturen tot emotionele kreten. Hij doet dat aan de hand van harde feiten, eenvoudige statistieken en de laatste onderzoeksresultaten. (B21220)

  • UNCTAD; United Nations, The least developed countries report 2002
    New York : United Nations, 2002.
    Jaarrapport met een internationaal vergelijkende analyse van de 49 ontwikkelingslanden met het laagste inkomen per hoofd van de bevolking. Ingegaan wordt op de armoede in deze landen en hoe hieraan te ontsnappen, de integratie van deze allerarmste ontwikkelingslanden in het handelsproces. Nationale ontwikkelingsstrategieën en internationaal beleid voor meer effectieve armoedebestrijding. (B20611)

  • Adviesraad Internationale Vraagstukken, Integratie van gendergelijkheid : een zaak van verantwoordelijkheid, inzet en kwaliteit
    Den Haag : AIV, 2002.
    Advies, nr. 25
    De sociale, economische en culturele positie van vrouwen en mannen vertoont wereldwijd nog grote verschillen. De minister voor Ontwikkelingssamenwerking heeft de (AIV) om advies gevraagd over de integratie van gendergelijkheid binnen ontwikkelingssamenwerking. In het advies worden lessen getrokken uit ervaringen van andere organisaties bij de integratie van gendergelijkheid. De meest succesvolle strategie blijkt het gelijkwaardig samenbrengen van het algemeen ontwikkelingsbeleid en het genderbeleid. De AIV doet vervolgens aanbevelingen over de institutionele voorwaarden voor duurzame integratie op het ministerie in Den Haag en de ambassades. Ook over de samenwerking met en in partnerlanden en met andere donoren worden
    aanbevelingen gedaan, waarna ter gedachtenbepaling enkele actuele thema ’s uit het buitenlands beleid worden belicht. De aanbevelingen zijn tenslotte uitgewerkt in een vragenlijst die elke organisatie en overheid zichzelf of anderen kan voorleggen als graadmeter voor de integratie van gendergelijkheid. (B20189)