Literatuurlijst Duurzame ontwikkeling
SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen
- Hees, S. R. W. van, A sustainable competition policy for Europe
Utrecht : Universiteit Utrecht, 2011. 55 p.
Sander van Hees (European Law, Universiteit Utrecht) koppelt in zijn scriptie twee belangrijke beleidonderwerpen aan elkaar: duurzaamheid en mededinging. Hij onderzoekt hoe publieke beleidsdoelen die op duurzame ontwikkeling zijn gericht meer door het Europese mededingingsbeleid ondersteund kunnen worden. Hij concludeert dat daarvoor minder belemmeringen bestaan dan vaak gedacht en schetst enkele mogelijkheden.
Genomineerde SER-Scriptieprijs 2012. (B30849)
- Ver. VNO-NCW; MKB Nederland; Braak, J. W. van den, Onze gemeenschappelijke toekomst : integrale visie op duurzame ontwikkeling en maatschappelijk verantwoord ondernemen
Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2012. 137 p.
De laatste jaren heeft de term duurzaamheid of duurzame ontwikkeling sterk opgang gemaakt. Dit in de brede zin van een houdbare toekomst in termen van milieu, arbeidsverhoudingen, financieel verkeer, vermindering van armoede enz. En voor behoud van welvaart en werk is een duurzame internationale samenwerking meer dan ooit geboden, zeker ook in Europees verband. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is in dat licht duurzaam ondernemen. In deze publicatie wordt de integrale visie van VNO-NCW en MKB Nederland op duurzaamheid en de belangrijke rol van het bedrijfsleven uitgebreid uiteengezet, gevolgd door interviews met de voorzitters van beide organisaties. in juni 2012 zal de wereldwijde conferentie “Rio+20” plaatsvinden, over hoe de globalisering kan leiden tot meer duurzaamheid en minder armoede. Het Earth Charter uit 2000 is voor de conferentie een belangrijke inspiratiebron. Ruud Lubbers, voormalig premier en sinds 2006 voorzitter van het Curatorium van VNO-NCW, was indertijd een van de founding fathers daarvan. Een beschouwing van hem hierover vormt eveneens onderdeel van dit boek. (B30790)
- CDA, Wetenschappelijk Inst, Naar een duurzame financiële sector : betrokkenheid, verantwoordelijkheid en matigheid
Den Haag : CDA, WI, 2012. 59 p.
Dit rapport is geschreven tegen de achtergrond van een weerbarstig financieel gesternte. Deze situatie dwingt om zeer nauwkeurig te bekijken in hoeverre er fundamentele aanpassingen van ons financiële stelsel noodzakelijk zijn. Hieraan probeert dit rapport een bijdrage te leveren. Pasklare antwoorden zijn soms wel, maar helaas niet altijd voorhanden. Van belang is vooral om de juiste denkrichting aan te geven. Er is een aantal fundamentele aanpassingen nodig om de financiële sector toekomstbestendig en gezond te maken. Herstel van het vertrouwen in de financiële sector vereist een langetermijnvisie waartoe in dit rapport een aanzet wordt gegeven. (B30768)
- World Bank, World development report 2012 : gender equality and development
Washington : World Bank, 2011. 426 p.
WDR 2012 over gender, gelijkheid en ontwikkeling. Volgens de Wereldbank is investeren in de rechten en kansen van vrouwen en meisjes een noodzakelijke voorwaarde voor ontwikkeling en economische groei. Meer economische macht voor vrouwen draagt bij aan welvaartsgroei en is daarom ‘smart economics’. Het rapport bevat onder meer hoofdstukken over: genderverschillen in onderwijs en gezondheid, genderverschillen in werkgelegenheid, de invloed van globalisering op gender gelijkheid. het laatste deel van het rapport gaat in op de rol en mogelijkheden van publieke actie voor gendergelijkheid, de politieke economie van genderhervormingen en de mondiale agenda voor meer gendergelijkheid. (B30713)
- Planbureau voor de Leefomgeving; CE Delft; Ros, J.; Olivier, J.; Notenboom, J.; Croezen, H.; Bergsma, G., Sustainability of biomass in a bio-based economy : a quick-scan analysis of the biomass demand of a bio-based economy in 2030 compared to the sustainable supply
Den Haag : PBL, 2012. 22 p.
PBL Note
Door het beperkte aanbod van ecologisch duurzame biomassa zal in de Europese Unie de overgang van een op fossiele brandstoffen gebaseerde naar een op biomassa gebaseerde economie (‘bio-based economy’) waarschijnlijk beperkt blijven. Dat is de belangrijkste bevinding van een quick-scan analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving en CE Delft van de vraag naar biomassa in een 'bio-based economy' van de Europese Unie in vergelijking met de aanvoer van duurzame biomassa. (B30718)
- United Nations, Human development report 2011 : sustainability and equity: a better future for all
New York : UNDP, 2011. 176 p.
De editie van 2011 staat in het teken Rio+20, de VN-conferentie over duurzame ontwikkeling die in juni 2012 in Brazilië zal worden gehouden. Rode draad in de editie 2011 van het Human development rapport is, dat ontwikkeling niet meer los te zien is van duurzaamheid. Duurzaamheid is meer dan milieu, het is ook een zaak van sociale rechtvaardigheid. Een van de onderdelen van het rapport is de jaarlijkse human development index. Nederland op de lijst een derde plaats in. (B30714)
- World Bank, World development report 2012 : gender equality and development
Washington : World Bank, 2011. 426 p.
WDR 2012 over gender, gelijkheid en ontwikkeling. Volgens de Wereldbank is investeren in de rechten en kansen van vrouwen en meisjes een noodzakelijke voorwaarde voor ontwikkeling en economische groei. Meer economische macht voor vrouwen draagt bij aan welvaartsgroei en is daarom ‘smart economics’. Het rapport bevat onder meer hoofdstukken over: genderverschillen in onderwijs en gezondheid, genderverschillen in werkgelegenheid, de invloed van globalisering op gender gelijkheid. het laatste deel van het rapport gaat in op de rol en mogelijkheden van publieke actie voor gendergelijkheid, de politieke economie van genderhervormingen en de mondiale agenda voor meer gendergelijkheid. (B30713)
- McKinsey [et al.], A portfolio of power-trains for Europe: a fact-based analysis : the role of battery electric vehicles, plug-in hybrids and fuel cell electric vehicles
Amsterdam : McKinsey, 2012. 63 p.
Het rapport vergelijkt verschillende alternatieve aandrijftechnologieën voor drie type personenauto segmenten (klein, midden, groot) over een periode van 40 jaar met elkaar. Prestaties op het gebied van CO2 uitstoot, vermogen, reikwijdte en opladen/tanken zijn vergeleken en er is gekeken naar verschillende scenario's om personenwagentransport te decarboniseren. Enkele conclusies zijn dat alle alternatieven noodzakelijk zijn en binnen tien jaar betaalbaar worden. Infrastructuur investeringen zijn voor alle type auto's vergelijkbaar met andere infrastructuur investeringen zoals aardgas en kunnen naast elkaar bestaan. (B30693)
- Europees Cie; EN, Commission staff working document : accompanying the document : communication on innovating for sustainable growth: a bioeconomy for Europe
Brussel : EU, 2012. 51 p. (B30676)
- CDA, Wetenschappelijk Inst., Balans in logistiek en mobiliteit : naar infrastructuur die verbindt
Den Haag : CDA, WI, 2012. 100 p.
Uit overtuiging
In dit rapport wordt een christendemocratische visie op logistiek en mobiliteit uiteengezet. Mobiliteit maakt ontmoeting, ontplooiing en ondernemerschap van mensen mogelijk. Betrouwbare en duurzame mobiliteit is van cruciaal belang voor de economie en een vitale samenleving. In dit rapport wordt daarom een lans gebroken om beprijzing te introduceren en te blijven investeren – ook in deze financieel moeilijk tijden – in infrastructuur. Voorts worden aanbevelingen gedaan waardoor onze logistieke sector kan blijven excelleren. Uit het rapport blijkt dat Nederland als Gateway voor Europa een voorsprong heeft weten op te bouwen, maar dit is geen vanzelfsprekendheid. De landen om ons heen zitten niet stil en elders in de wereld vinden stormachtige ontwikkelingen plaats. Willen we in de toekomst op het voorste plan mee blijven doen dan zullen we in lijn met het Strategisch Beraad moeten kiezen en verbinden. (B30642)
- FNV Bondgenoten; CNV Vakmensen; Unie, De; AWVN, Duurzaam meedoen : succesvolle ervaringen van werknemers en werkgevers
Utrecht : FNV Bondgenoten, 2011. 58 p.
De beroepsbevolking vergrijst én ontgroent. Dat zorgt voor problemen voor werkgevers, die bekwame mensen lastig kunnen vinden. Aan de andere kant kunnen oudere werknemers maar moeilijk aan een baan komen. Reden te over voor werkgevers en bonden om de handen ineen te slaan voor duurzame inzetbaarheid. In het boekje staan tien voorbeelden uit de praktijk hoe zo’n aanpak er uit kan zien. Denk aan meer opleidingmogelijkheden of betere arbeidsvoorwaarden. De rode draad in de voorbeelden is dat werkgevers en werknemers een gedeeld belang hebben bij de ontwikkeling van duurzame inzetbaarheid. Voor werknemers betekent het leuker werk dat langer is vol te houden, voor werkgevers betekent het een concurrerender, sterker bedrijf. (30535)
- Verhagen, H., De duurzaamheidsrevolutie : hoe mensen organisaties en organisaties de wereld veranderen
Utrecht : Jan van Arkel, 2011. 200 p.
Duurzame ontwikkeling is aan de winnende hand. Voorlopers creëren de kansen van morgen. Grote bedrijven zijn de motor van de verandering. Consumenten vragen om duurzame producten. Ook investeerders kiezen voor duurzaamheid. Nieuwe hybride organisaties verbinden wat voorheen los van elkaar stond. We naderen het kantelpunt. (B30447)
- CPB; Stolwijk, H., Groene groei : een wenkend perspectief?
Den Haag : CPB, 2011. 18 p.
CPB policy brief, nr. 2011/12
In het debat over groei en duurzaamheid wordt de laatste jaren vaak de term ‘groene groei’ gebruikt. Meestal wordt dan een situatie bedoeld waarin economische groei niet langer gepaard gaat met een toenemende druk op de draagkracht van de aarde en de grondstofvoorraden niet langer opraken. In deze CPB Policy Brief wordt betoogd dat het ideaal van ‘groene groei’ voorlopig nog ver verwijderd is. Een ‘groenere’ groei lijkt het maximaal haalbare. De combinatie van eindige voorraden grondstoffen en grenzen aan de draagkracht van de aarde betekent dat groene groei op den duur de enige weg is die de mensheid zicht geeft op een duurzame verbetering van de levensstandaard. Dit geldt voor Nederland, maar ook voor de wereld als geheel. Een groen en welvarend Nederland kan slechts duurzaam bestaan in een wereld die ook als geheel binnen de draagkrachtgrenzen van de aarde blijft. Vandaar dat er nationaal en internationaal pogingen worden gedaan om groene groei te bewerkstelligen. (B30419)
- Planbureau voor de Leefomgeving; Hof, A. F.; Elzen, M. G. J.; den; Vuuren, D. P. van; Mendoza Beltran, A.; Slingerland, S., Climate policy after Kyoto : analytical insights into key issues in the climate negotiations
Den Haag : PBL, 2011. 78 p.
In internationale klimaatonderhandelingen is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau. Door de naar boven bijgestelde groei van de broeikasgasemissies in opkomende economieën zoals India, Brazilië, Mexico en China wordt deze doelstelling moeilijker bereikbaar. (B30333)
- Planbureau voor de Leefomgeving; Energieonderzoek Centrum Nederland; Elzenga, H., Het effect van 59 Green Deals op het aandeel hernieuwbare energie en de uitstoot van niet-ETS-broeikasgassen: een quick scan
PBL-publicatie, nr. 500083015; ECN-publicatie, nr. 11-060
Op verzoek van de Tweede Kamer hebben het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het
Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) het mogelijke additionele effect in kaart gebracht van de eerste ronde van 59 Green Deals ten opzichte van de bandbreedtes die in de recente Verkenning voor de Motie-Halsema (zie PBL & ECN 2011a) zijn geraamd voor het aandeel hernieuwbare energie en de uitstoot van broeikasgassen die niet onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) vallen. PBL en ECN hebben volstaan met een analyse op hoofdlijnen van het effect van de Green Deals. Vanwege de beperkt beschikbare tijd en het vroege stadium waarin veel Green Deals verkeren, was het niet mogelijk de effecten van de afzonderlijke plannen te kwantificeren. (B30332)
- Planbureau voor de Leefomgeving; Bredenoord, H.; Hinsberg, A. van; Gorrée, M.; Knegt, B. de, Beoordeling natuurakkoord : globale toetsing van het onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur
Den Haag : PBL, 2011. 31 p.
PBL-publicatie, nr. 500414010
De maatregelen uit het natuurakkoord tussen Rijk en provincies versoberen en vertragen de bescherming van planten, dieren en habitats. Het voldoen aan de harde internationale verplichtingen waaraan de Europese Commissie de Nederlandse natuur‘prestaties’ nu en in het komende decennium zal toetsen, komt daarmee verder buiten beeld te liggen. Deze conclusies trekt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de beoordeling van het Onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur, uitgevoerd op verzoek van de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Deze toets op het onderhandelingsakkoord is vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden. (B30331)
- Planbureau voor de Leefomgeving; Slingerland, S.; Meyer, L.; Vuuren, D. van; Elzen, M. den, Forks in the road : alternative routes for international climate policies and their implications for the Netherlands
Den Haag : PBL, 2011. 78 p.
Policy studies
Er zijn verschillende scenario’s mogelijk voor het toekomstige klimaatbeleid, elk met een andere rol voor de klimaatonderhandelingen onder de vlag van de Verenigde Naties (UNFCCC). Deze scenario’s gaan uit van een vergelijkbaar beleid als nu, een meer gefragmenteerd en een meer geïntegreerd internationaal klimaatbeleid. De verschillende routes zijn beoordeeld op hun consequenties. Daaruit bleek dat de voorgestelde alternatieve wegen geen volledige vervanging kunnen bieden voor de huidige klimaatonderhandelingen, maar wel kunnen bijdragen aan draagvlak voor toekomstig klimaatbeleid. (B30330)
- Min. IenM, Werk maken van klimaat : klimaatagenda 2011-2014
Den Haag : Min. IenM, 2011. 32 p.
Lokale initiatieven zijn essentieel voor een duurzaam klimaat. Gemeenten, provincies en waterschappen willen daar werk van maken (en doen dat in groten getale al). Daartoe hebben zij samen met de rijksoverheid deze Klimaatagenda 2011-2014 opgesteld. Vijf thema's staan in deze agenda centraal: duurzame gebouwde omgeving, duurzame mobiliteit, duurzame bedrijven, duurzame energie-productie en klimaatneutrale stad en regio. (B30290)
- CBS; CPB; Planbureau voor de Leefomgeving; Ned. Inst. voor sociale studies, Sustainability monitor for the Netherlands 2011
Den Haag : CBS, 2011. 32 p.
De engelse vertaling van de monitor duurzaam Nederland 2011. (B30268)
- Raad voor het Landelijk Gebied; Raad voor Verkeer en Waterstaat; Vromraad, Remmen los : advies over versnelling van de transitie naar een duurzame energiehuishouding in Nederland
Den Haag : RLI, 2011. 91 p.
Publicatie RLI, nr. 2011/06
De transitie naar een duurzame energiehuishouding in Nederland moet worden versneld. Nederland loopt economische risico’s en dreigt kansen te missen door de trage verduurzaming van de Nederlandse energiehuishouding. Dit advies is gericht op de vraag hoe de energietransitie kan worden versneld. (B30249)
- ING; Hieminga, G.; Woelderen, S. van, Hernieuwbare energie in Nederland tot 2020 : investeringskansen voor de energietransitie naar een koolstofarme economie
[Amsterdam] : ING, 2011. 65 p.
De overheid kan haar doelstelling voor de verduurzaming van Nederland alleen halen als er op korte termijn een omvangrijk Groen Deltaplan komt. Alleen zo kan de overheidsdoelstelling worden gehaald om in 2020 14% van de Nederlandse energievoorziening uit duurzame energiebronnen te halen en op termijn door te groeien naar een volledige koolstofarme economie. (B30203)
- RAI Vereniging; BOVAG, Duurzaamheidsmonitor: mobiliteit 2011
Amsterdam : RAI Vereniging, 2011. 36 p.
In dit overzicht wordt door middel van statistische informatie duidelijk gemaakt dat de mobiliteitsbranche in het dossier duurzaamheid de laatste jaren een aantal belangrijke stappen gemaakt. Bevat cijfers over: Kenmerken van nieuw verkochte voertuigen; Kenmerken van het voertuigenpark; en cijfers over overige onderwerpen over duurzame mobiliteit. (B30192)
- Min. I&M, Agenda duurzaamheid; een groene groei-strategie voor Nederland
Den Haag : Min. I&M, 2011. 22 p.
Deze Agenda Duurzaamheid zet uiteen wat de kabinetsinzet is om de samenleving te verduurzamen en geeft aan wat de speerpunten en belangrijkste acties van het kabinet zijn bij het creëren van een groene economie. Onderdeel van de Duurzaamheidsagenda zijn de Green Deals met bedrijven en burgers. (B30186)
- Planbureau voor de Leefomgeving; Zeijts, H. van [et al.], Greening the common agricultural policy: impacts on farmland biodiversity on an EU scale
Den Haag : PBL, 2011. 62 p.
De door de Europese Commissie voorgestelde ‘vergroening’ van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) remt de achteruitgang in biodiversiteit af, met name in regio’s met intensieve landbouw. Extensieve landbouwgebieden zijn echter meer gebaat met bescherming van de bestaande soortenrijkdom. Regionale differentiatie van beleid, afgestemd op de lokale omstandigheden, zou gunstiger resultaten kunnen opleveren. Dit zijn de hoofdconclusies van het rapport. (B30177)
- CBS; CPB; Planbureau voor de Leefomgeving; SCP, Monitor duurzaam Nederland 2011
Den Haag : CBS, 2011. 285 p.
Deze tweede editie van de Monitor Duurzaam Nederland geeft, net als de eerste editie, een beeld van de duurzaamheid van de Nederlandse samenleving. De monitor laat zien op welke terreinen het vanuit een duurzaamheidsoptiek goed gaat en waar er zorgen bestaan. Ook wordt gekeken naar de gevolgen van het handelen hier voor de mogelijkheden van een duurzame ontwikkeling élders in de wereld. Geanalyseerd wordt hoe ons land ervoor staat op het gebied van klimaatverandering, biodiversiteit, gezondheid, kennis, vergrijzing en sociale cohesie. Deze, en vele andere onderwerpen worden in deze monitor behandeld aan de hand van een set van duurzaamheidsindicatoren en detailanalyses. (B30135)
Ook samenvatting aanwezig (B30136)
- United Nations, World economic and social survey 2011 : the great green technological transformation
New York : United Nations, 2011. 211 p.
Economic & social affairs
Het rapport waarschuwt dat de mensheid dicht bij het punt is om een bres te slaan in de duurzaamheid van de aarde, en meer en eerder een technologische revolutie nodig heeft dan een industriële revolutie om een grote planetaire catastrofe te voorkomen. (B30132)
- The Hague centre for strategic studies; TNO; Basha i Novosejt, A.; Weterings, R.; Ridder, M. de; Frinking, E.
Sustainability in a multipolar world
Den Haag : HCSS, 2011. 99 p.
rapport nr. 2010.03
Dit rapport laat zien dat een multipolaire wereld nieuwe mogelijkheden biedt voor internationale samenwerking op het gebied van duurzame ontwikkeling. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het programma Strategy and Change van TNO en het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). In het rapport worden drie elementen geschetst:
Een brede opvatting van duurzame ontwikkeling, die uitgaat van het recht op economische ontwikkeling binnen ecologische grenzen en ruime aandacht heeft voor (on)veiligheid, armoedebestrijding en sociale cohesie; Een actieve rol voor internationaal opererende bedrijven, die in nauwe samenwerking met lokale overheden en ngo's invulling geven aan duurzaam produceren en duurzame handel in internationale ketens; Europese coördinatie in de aanpak van gedeelde problemen op het gebied van energie, klimaatverandering, grondstoffen en biodiversiteit. Inzet van economische diplomatie voor opbouw van internationale partnerships met landen als Australië en Zuid-Afrika. (B30071)
- Min. BUZA; Min. EL&I, Grondstoffennotitie
Den Haag : Min. BUZA, 2011. 18 p.
Grondstoffennotitie van het Kabinet. Deze is opgesteld in antwoord op de motie van de leden Nicolai-Ormel (32500V, nr. 81) en conform de toezegging van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken op motie nr.32599V, nr. 39 van het lid El Fassed c.s (verworpen). Deze notitie is ook in de geest van de motie van de leden Ferrier-Dikkers (32500V, nr. 35) opgesteld, waarin de regering wordt opgeroepen coherentie voor duurzame ontwikkeling in de praktijk vorm te geven door rekening te houden met de belangen van ontwikkelingslanden bij het Nederlandse streven naar grondstofzekerheid. Deze notitie markeert de ‘kick-off’ van een integraal Nederlands grondstoffenbeleid. Reeds lopende initiatieven zijn in kaart gebracht en op elkaar afgestemd; de belangrijkste knelpunten en kansen geagendeerd. Ook noemt de brief een aantal actielijnen die reeds lopen of op korte termijn in gang zullen worden gezet. Daarnaast worden stappen aangekondigd die nodig zijn om het inzicht in de grondstoffenproblematiek - en de rol van de overheid daarin - te vergroten. (B30017)
- Jonker, J.; Davelaar, D.; Hoogendoorn, G. [et al.], Duurzaam denken doen : inspiratieboek voor onze gezamenlijke toekomst
Deventer : Kluwer, 2011. 365 p.
Het doel van dit project was om met elkaar op een ongewone manier na te denken over de betekenis en ontwikkeling van 'duurzaamheid'. Dit boek laat zien dat het begrip duurzaamheid voor een groot aantal thema's relevant is en dus in uiteenlopende situaties gebruikt wordt. Dit boek presenteert dan ook niet dé definitie van duurzaamheid, maar toont juist meerdere invalshoeken van en opvattingen over duurzaamheid naast elkaar. Deze meerstemmigheid of polyfonie is een realistische afspiegeling van het maatschappelijke debat over duurzaamheid. Bevat de volgende hoofdstukken:
Deel I: Denken: Positief de toekomst in; Onderweg naar duurzaam denken en doen; Doen in actie.
Deel II: Doen: Maatschappij - de maatschappij, dat ben jij; Zorg - nu zorgen voor morgen: de mens centraal; Werk - de nieuwe wereld van werk; Spiritualiteit - de stille motor van verandering; Leiderschap - leiderschap in de recycling; Bestuur - aarde zoekt duurzame bestuurders; Sociale media - iedereen aan het roer; Economie - winst met waarde; Duurzaamheid - van duurzaam idee tot doorslaand succes; Productie - samen naar innoveren; Afval - afval valt af; Energie - energie maken doe je zelf; Wonen - een veilig thuis in een open samenleving; Water - terug naar de bron; Mobiliteit - in beweging komen; Toerisme - over de toekomst van vrijetijdsbesteding; Voeding - een betere wereld begint op je eigen bord; Natuur - de natuur kan wel zonder de mens; Leren - het brein voor de toekomst. Deel III: Bijlagen (B29917)
- SEO; Kerste, M.; Weda, J., Financing the transition to sustainable energy
Amsterdam : SEO, 2010.
SEO-report, nr. 2010-68
Aandacht voor de voornaamste literatuur en empirisch onderzoek mbt 'de financiering van de overgang naar duurzame energie.' Vanwege de overvloedige hoeveelheid literatuur over dit onderwerp is het rapport niet allesomvattend. Maar het geeft de lezer een goede basis van waaruit verder onderzoek gedaan kan worden. Met conclusies. (B29621)
- Europese Cie; CREM; [et al.], The state of play in sustainability reporting in the European Union 2010 : final report
[Luxemburg] : EU, 2011.
Doel van de studie is te illustreren hoe bedrijven omgaan met duurzaamheidsverslaggeving in de praktijk. Gekeken wordt onder meer hoe bedrijven rapporteren en de uitdagingen in de rapportage; de mate waarin de verslaggeving van de bedrijven tegemoet komt aan de behoefte van de lezers en in welke mate beleidsinstrumenten voorhanden zijn om rapportage te stimuleren. De studie wijst erop dat duurzaamheidsrapportage is toegenomen in de afgelopen jaren - hoewel het duidelijk is dat er nog een hoop te doen valt. De studie toont aan dat bedrijven rapporteren omdat het de reputatie verbetert, hoewel het voor sommigen kostbaar is. Bedrijven staan voor uitdagingen voor wat betreft het selecteren van waar over te rapporteren, de gevoeligheid van verschillende gegevens, de organisatie van de inhoud, en in het correct weergeven van de kwaliteit. (B29695)
- World Bank, The changing wealth of nations : measuring sustainable development in the new millennium
Washington : World Bank, 2011. 221 p.
Environment and development
Rapport van de Wereldbank met een uitgebreide waardebepaling van de veranderingen in rijkdom in de periode 1995-2005 voor meer dan 100 landen. het boek toont dat de ontwikkeling een proces is van het opbouwen van rijkdom, met de nadruk op de rol van natuurlijk kapitaal zoals bossen, landbouwgronden en grondstoffen en het belang van sterke instituties.
Bevat de volgende hoofdstukken:
Part 1: Changes in wealth, 1995 to 2005: Introduction and main findings: the changing wealth of nations; Wealth and changes in wealth, 1995–2005;
Part 2: A deeper look at wealth: Wealth accounting in the greenhouse; Intangible capital and development; Human capital and economic growth in China; Linking governance to economic consequences in resource-rich economies: EITI and wealth accounting; Country experiences with wealth accounting. (B29582)
- World Wildlife Fund, Geef de aarde door : Nederlandse samenvatting Living planet report 2010
Zeist : WNF, 2010.
Het rapport laat zien dat het ook anders kan en anders moet. Bescherming van wilde natuur is geboden en snelle overschakeling naar duurzaam gebruik van hulpbronnen. Dat betekent kiezen voor groene economie, introductie van nieuwe slimme technologieën, ontwikkelen van groene financieringsmechanismen, verduurzaming van handelsketens en het veranderen van ons consumptiepatroon. (B29530)
- Platform Groene Grondstoffen; Runneboom, T.; Bol, R., Bouwstenen voor de biobased economy
Z. P. : Platform Groene Grondstoffen, 2010.
Het Platform Groene Grondstoffen en het Interdepartementale Programma Biobased Economy hebben in nauwe samenwerking bouwstenen voor de Biobased Economy opgesteld. Industrie, beleidsmakers en ondernemers die vooruit willen in de biobased economy, vinden in deze waaier met bouwstenen de belangrijkste do’s and don’ts voor de BBE. Deze zijn bedoeld als basis voor een verantwoorde ontwikkeling van de biobased sector. De tien punten zijn gedragen door de partijen die in de BBE richtinggevend zijn, maar zijn niet in steen gebeiteld en kunnen input zijn voor verdere discussie. Met deze bouwstenen nodigen we u uit om samen met ons verder te werken aan een duurzame biobased economy. (B29494)
- World wildlife fund, Living planet report 2010 : biodiversity, biocapacity and development
Zwitserland : Gland, 2010. 116 p.
Het Living planet rapport vergelijkt de Living planet index - de gezondheidsmaat van de biodiversiteit in de wereld- met de Ecological footprint en de Water Footprint -maten van de menselijke vraag naar natuurlijke bronnen-. Er moet advies komen om veel te krijgen van weinig. Het sneller opmaken van bronnen dan dat die kunnen aanvullen is vernietiging van systemen waar we van afhankelijk zijn. (B29529)
- FNV; FNV Bondgenoten; Abvakabo, Inspiratieboek duurzaam werken
[Amsterdam] : FNV, 2010. div. p.
Het Inspiratieboek geeft OR- en kaderleden praktische informatie en hulp om zelf hun werkplek te verduurzamen. Verder kunnen ondernemingsraden en vakbondsleden kunnen aan de slag met twee door de FNV ontwikkelde vragenlijsten. Hiermee kunnen ze een antwoord vinden op de vraag hoe duurzaam er bij hun bedrijf of organisatie al gewerkt wordt en welke punten ze kunnen verbeteren. En met de FNV Duurzame Werkplekcheck kunnen werknemers op een snelle manier in kaart brengen welke mogelijkheden er zijn om in de eigen organisatie op energie te besparen. (B29283)
- Competentiecentrum Transitie; Weterings, R.; Rinnooy Kan, A., Werk in uitvoering : ervaringen met het Nederlandse transitiebeleid
Utrecht : CCT, 2010. 48 p.
2010/03
De Commissie Duurzame Ontwikkeling (DUO) die het SER-advies 'Meer werken aan duurzame groei' (2010/03) heeft voorbereid, heeft Rob Weterings gevraagd de ervaringen met het transitiebeleid op papier te zetten. Het resultaat heeft de commissie integraal in de bijlage van het advies opgenomen. De evaluatie van Rob Weterings is nu ook als zelfstandige publicatie verschenen. (B29281)
- SMO; Eijk, F. van; Kamp-Roelands, N.; Smit, R.; Waard, D. de, Ketens van duurzaamheid : van externe druk naar interne drive
Den Haag : SMO, 2010. 80 p.
Deze publicatie gaat over samenwerken in de ketens. ketens die lopen van de winning van grondstoffen, via de productie tot een met afvalverwerking. In deze publicatie ligt het accent sterk op samenwerking tussen ondernemingen in hun keten van toeleveranciers en afnemers. Wat kan verbeterd worden om resultaten te boeken op het gebied van duurzaamheid? (B29207)
- World Bank, Unfinished business : mobilizing new efforts to achieve the 2015 millennium development goals
[Washington] : World Bank, 2010. 39 p.
Paper ter voorbereiding van de VN-top over het behalen van de millenniumdoelstellingen. Volgens het rapport leven ruim 64 miljoen mensen in extreme armoede, sterven er 1,2 miljoen kinderen onder de vijf jaar, kunnen 350.000 scholieren niet de lagere school afmaken en blijven ongeveer 100 miljoen mensen verstoken van veilig drinkwater. (B29093)
- CBS, Hernieuwbare energie in Nederland 2009
Den Haag : CBS, 2010. 69 p.
Het rapport Hernieuwbare energie in Nederland 2009 beschrijft de bijdrage van hernieuwbare energiebronnen aan de Nederlandse energievoorziening in de periode 1990-2009. Het jaarrapport beschrijft verschillende bronnen van hernieuwbare energie, zoals windenergie, zonne-energie, het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales en het gebruik van biobrandstoffen door het wegverkeer. Daarnaast is er aandacht voor de relatie van de statistiek hernieuwbare energie met de Nederlandse energiebalans van het CBS, het systeem van certificaten voor Garanties van Oorspong voor groene stroom van CertiQ, de energiebalansen van het Internationaal Energieagentschap (IEA) en Eurostat en nationale en internationale beleidsdoelstellingen.
Voor 2010: Duurzame energie in Nederland (B29089)
- ETUI; Watt, A.; Botsch, A.; Kapoor, S.; [et al.], After the crisis: towards a sustainable growth model
Brussel : ETUI, 2010.
De verwoestende economische en financiële crisis heeft de beperkingen aan het licht gebracht van financieel kapitalisme en de mogelijkheid geopend progressieve hervormingen voor te stellen en in te voeren. Kritische en progressieve denkers leveren hun bijdrage voor een debat over een hervormd kapitalisme 'na de crisis'. Een nieuw en ander groeimodel dat economisch, sociaal en duurzaam milieubewust is. (B28826)
- United Nations; Convention on Biological Diversity, Global biodiversity outlook 3
Montreal : Convention on Biological Diversity, 2010.
VN-rapport over biodiversiteit. Het rapport vat de huidige en toekomstige bedreigingen van de natuur op aarde samen. Het rapport is verschenen ter voorbereiding op de mondiale VN-conferentie over biodiversiteit in oktober 2010. Het rapport benadrukt dat met het verlies van de biodiversiteit ook de welvaart en het welzijn zullen afnemen. Natuurbehoud is nodig om de opbrengst van de landbouw en de visserij en de aanvoer van schoon drinkwater te bestendigen. Het rapport waarschuwt ook voor natuurrampen. (B28759)
- Ver. VNO-NCW; Teulings, C.; Sijbesma, F.; [et al.]., Duurzaam succes : verslag 47e bilderbergconferentie 6 en 7 februari 2009
Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2009.
Bevat onder meer de volgende bijdragen:
Nederland na de crisis / Coen Teulings; Een duurzame koers / Feike Sijbesma; Acht is meer dan duizend / Cees Veerman; Een Europese uitweg uit de financiële en economische crisis / Guy Verhofstadt (B28752)
- VROM-raad, Duurzame verstedelijking
Den Haag : VROM-raad, 2010.
Advies, nr. 076
In dit advies constateert de VROM-raad dat over de hele wereld duurzame ontwikkeling een leidend thema is geworden in de ruimtelijke planning van stedelijke regio's. Het is het adagium geworden voor het vormgeven aan stad en stedelijkheid. Achtergrond is het groeiende besef dat duurzame ontwikkeling geen keuze is, maar pure noodzaak, juist bij verstedelijkingsopgaven. De uitdaging is om de werelden van 'duurzame ontwikkeling' en 'ruimtelijke ordening' systematischer met elkaar te verknopen. In dit advies presenteert de VROM-raad aanbevelingen hiertoe. De raad pleit voor een sterkere regionale differentiatie en operationalisering van duurzaamheidsthema's; voor een rijksvisie met keuzes op het gebied van ten minste energie, duurzame mobiliteit en bovenregionale kwaliteit; voor een kennisimpuls; en voor een verkenning van alternatieve financieringswijzen. Om aan de urgentie van de opgave van duurzame verstedelijking tegemoet te komen, ook in verband met het achterblijven van ons land in internationaal verband, stelt de VROM-raad voor om een commissie in te stellen die zich gaat buigen over een stimuleringsprogramma voor duurzame verstedelijking in Nederland. (B28721)
- Hekkert, M.; Ossebaard, M., De innovatiemotor : het versnellen van baanbrekende innovaties
Assen : Van Gorcum, 2010.
De huidige manier van produceren en consumeren loopt tegen zijn eigen grenzen aan. Via de media worden we dagelijks geconfronteerd met de effecten van ons economisch systeem, zoals uitputting van fossiele brandstoffen, ontbossing, erosie, verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering. Er lijkt echter steeds meer consensus te ontstaan over het feit dat het roer om moet. We zullen het huidige pad van produceren en consumeren moeten verlaten en moeten zoeken naar nieuwe duurzame alternatieven. Dit vraagt om baanbrekende innovaties: nieuwe producten en diensten die sterk afwijken van de producten zoals we die nu op grote schaal gebruiken. Elektrische auto's, huizen die energieneutraal zijn en duurzaam opgewekte energie zijn voorbeelden. Ondanks de stijgende belangstelling voor duurzame ontwikkeling blijken zulke baanbrekende innovaties moeilijk door te breken. Dit boek is het resultaat van vele jaren wetenschappelijk onderzoek en behandelt de vraag waarom baanbrekende innovaties zo moeizaam doorbreken. Tevens wordt een wetenschappelijke theorie gepresenteerd die ingezet kan worden om baanbrekende innovatieprocessen te versnellen. Het boek sluit af met concrete aanbevelingen voor mensen die baanbrekende innovatieprocessen willen versnellen. (B28710)
- Vermeend, W., Het verdriet van Kopenhagen : op weg naar een ander klimaatbeleid
Amsterdam : Lebowski, 2010.
In het verdriet van Kopenhagen bespreekt Willem Vermeend de hoofdlijnen van het klimaatbeleid in de wereld, waarbij hij zowel de voor - als nadelen verkent. Zo moet er volgens Vermeend een onafhankelijk onderzoek komen naar de beweringen over de opwarming van de aarde. Bovendien moeten we stoppen met maatregelen die onder de noemer van klimaatbeleid leiden tot een verhoging van de lasten op burgers en bedrijven. Deze maatregelen hebben geen effect op het klimaat en pakken bovendien slecht uit voor de economie. De groei van de economie en de werkgelegenheid wordt hierdoor afgeremd. De komende vijftig jaar is geen hoofdrol weggelegd voor duurzame energie, zoals wind, zon en biobrandstoffen. Veel landen zullen om minder afhankelijk te worden van olie- en gaslanden gaan investeren in de nieuwste kerncentrales. Deze veroorzaken bij de opwekking van elektriciteit geen uitstoot van broeikasgassen en luchtverontreiniging, terwijl de prijs voor atoomstroom goedkoper is dan duurzame energie. Nederland zou tenminste twee nieuwe kerncentrales moeten aanschaffen om Electroland worden. (B28680)
- Min. Financiën, Energie en klimaat : rapport brede heroverwegingen
Den Haag : Min. Financiën, 2010.
Brede heroverwegingen 1. Energie en klimaat. De heroverweging met als thema "energie en klimaat" betreft het geheel aan uitgaven voor duurzame energie en energie-efficiency en fiscale voordelen die niet-duurzame prikkels met zich meebrengen. Bovendien worden de uitgaven voor (internationaal) klimaatbeleid onder de loep genomen. Bij de totstandkoming van dit geheel aan uitgaven hebben de volgende motieven een rol gespeeld: de haalbaarheid van kabinetsdoelen voor klimaat en duurzaamheid, het optimaliseren van de prijsprikkel die bij kan dragen aan het bereiken van die doelen en de vormgeving van overheidsinterventie om die doelen dichterbij te brengen. In 2010 bedragen de totale uitgaven voor energie en klimaat circa 1,8 miljard euro, deels in de vorm van belastinguitgaven en deels via subsidies. Rapport van de werkgroep onder voorzitterschap van Mr. A.W. Kist (B28623)
- Weber, A., Biokapitaal : de verzoening van economie, natuur en menselijkheid
Deventer : Ankh-Hermes, 2010.
De mensheid wordt geconfronteerd met veel problemen die niet op te lossen lijken: klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, globalisering en een steeds grotere kloof tussen arm en rijk - maar ook met jachtigheid en zinloosheid, vooral in de welvarende regio’s. Al deze verschijnselen hebben slechts één oorzaak: het feit dat alle menselijk streven ondergeschikt wordt gemaakt aan één heilig doel, economische groei. Steeds maar toenemende welvaart maakt echter niet gelukkig - mensen willen niet alleen maar meer goederen, maar ook tevreden kunnen leven met elkaar. Weber wil daarom naar een nieuwe, ecologisch georiënteerde economie toe die met de natuur samenwerkt in plaats van ertegenin gaat. ‘Biokapitaal’ neemt je mee naar plaatsen waar de groene kringloopeconomie al in de praktijk wordt gebracht, en wel met hoge rendementen, niet alleen financieel maar ook in termen van menselijk geluk. (B28510)
- CE; Blom, M. J.; Schroten, A.; Bruyn, S. M. de; Rooijers, F. J., Grenzen aan groen? : bouwstenen voor een groen belastingstelsel
Delft : CE, 2010.
In dit bouwstenenrapport staat de vraag centraal of een verdere groei van milieubelastingen een bijdrage kan leveren aan het realiseren van een duurzame economie. Concreet wordt gevraagd of in de komende jaren het belastingstelsel verder vergroend kan worden waarbij het aandeel groene belastingen van de huidige 14% toeneemt naar bijvoorbeeld 20%? En zo ja, welke milieugrondslagen dan in aanmerking komen? Deze rapportage draagt bouwstenen aan voor een essay dat de Directeur Generaal Milieu van VROM, Bernard ter Haar, heeft ingebracht in de Studiecommissie Belastingstelsel. Deze studiecommissie - bestaande uit wetenschappers en adviseurs - buigt zich over de toekomstbestendigheid van het Nederlandse belastingstelsel. De conclusie van CE Delft is dat groei van milieubelastingen mogelijk is, een substantiële bijdrage kan leveren aan een duurzame economie, zonder dat de stabiliteit voor de schatkist in het geding is. (B28486)
- Ver. VNO-NCW, Duurzaam herstel : VNO-NCW Bilderbergconferentie 2010
Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2009.
Discussienota Bilderbergconferentie 2010. De centrale vraag van de conferentie 2010 is: hoe kunnen we duurzaam herstel bereiken? De nota bevat de volgende bijdragen en interviews:
Inleiding: Zingeving en globalisering; een geschiedenis van de Bilderbergconferentie / Jan-Willem van den Braak;
Interviews: ‘Back to basics’ / Jan Hommen;
‘Ik vecht niet tegen windmolens’ / Donald Kalff;
‘Het kan morgen al een stuk duurzamer’ / Meiny Prins;
‘Tijd creëren voor duurzame oplossingen’ / Peter de Wit;
‘Een nieuwe economische orde’ / Anne Jan Zwart;
‘Een andere wereld is mogelijk’ / Syvia Borren;
Essay: Herstel van vertrouwen in samenleving en bedrijfsleven / Lans Bovenberg
Slotbeschouwing: Vragen op weg naar duurzaam herstel / Huib Klamer & Corien Lambregtse. (B28418)
- United Nations, World economic and social survey 2009 : promoting development, saving the planet
New York : United Nations, 2009.
Er is dringende noodzaak voor duurzame ontwikkeling. Er kan alleen effectief beleid zijn als dat deel uitmaakt van massale transformatie langs investeringen via lage emissies en hoge groeipaden. Er moet een kritische rol gespeeld worden door de ontwikkelingslanden om openbare financiën te mobiliseren en voldoende technologische capaciteit op te bouwen. Zo kan de internationale gemeenschap deelnemen met multilaterale financieringen op een grotere schaal dan tot nu toe en met nieuwe benaderingen om technologieën over te brengen van rijke naar arme landen. (B28390)
- OECD, The crisis and beyond : for a stronger, cleaner, fairer economy : highligts OECD Forum 2009
Parijs : OECD, 2009.
Magazine naar aanleiding van het OECD Forum "The crisis and beyond" dat plaatsvond op 23 en 24 juni 2009. Tijdens het forum bespraken duizend deelnemers afkomstig uit de hele wereld over duurzame groei in een wereldeconomie die niet alleen sterker maar ook schoner en eerlijker is. Bevat de volgende bijdragen / artikelen: Message from Angel Gurria, Secretary-General OECD; Opening session by Han Seung-soo, Prime Minister Korea; economic outlook; Restoring confidence in financial systems; Role of long-term investment; Role of innovation in sustainable growth; Sustainable pension systems; Beyond the crisis: keeping markets open?; Financing development. OECD 2009 Ministerial Meeting Conclusions: For a cleaner economy: Promoting market integrity; Fighting corruption; More effective corporate governance; Energy solutions; Green growth and water. For a fairer economy: Weathering the jobs crisis; Education for recovery; Economics of health; Future of food: markets, prices, security; Gender and development in crisis. (B28309)
- OECD, Institutionalising sustainable development
Parijs : OECD, 2007.
Het bereiken van duurzame ontwikkeling is afhankelijk van goed bestuur en in het bijzonder van de doeltreffendheid van het nationaal beleid voor duurzame ontwikkelingsstrategieën, welke bestuurlijke besluitvorming integreert met vraagstukken op economisch en sociaal terrein en op het gebied van milieu. Dit rapport bevat aanbevelingen voor een ware institutionalisering van duurzame ontwikkeling. Institutionalisering zal het begrip 'duurzame ontwikkeling' in bestuurlijke activiteiten op de lange termijn vastleggen en het zal de kwetsbaarheid van duurzame ontwikkelingsdoelen verkleinen tot politieke doelstellingen op de korte termijn. (B28260)
- Schoones, E., Een te grote kist bananen : 35 visies op een duurzame wereld
Boxtel : Aeneas, 2009.
De toekomst van onze planeet staat ter discussie. Klimaat, voedsel, water, energie, krediet: in tijden van crisis het gesprek van de dag. Maar wat doen we ermee? Vertrouwen op de technologie of halen we de broekriem aan? Wie steekt zijn kop in het zand, wie gaat er op de barricaden? Zal de tijd het leren, lost de natuur het zelf op? Hoe wezenlijk is voor ons leven met de aarde?
In een dertigtal interviews gaan beeldbepalende Nederlands in op deze vragen en daarbij komen een groot aantal aspecten van duurzaamheid aan de orde. Het boek is in feite een mozaiek van ideeën over duurzaamheid. (B28257)
- OECD; Strange, T.; Bayley, A., Sustainable development : linking economy, society, environment
Parijs : OECD, 2008.
OECD insights
We zien de uitdrukking “duurzame ontwikkeling” tegenwoordig overal, maar wat wordt er eigenlijk onder verstaan? Welke invloed hebben productie en consumptie op duurzaamheid? Wordt duurzame ontwikkeling geholpen of gehinderd door de globalisering van de economie? Kan duurzaamheid worden gemeten met de traditionele hulpmiddelen voor economische analyse? Wat kunnen overheden, bedrijven en burgers doen om duurzaamheid te bevorderen? In dit boek uit de serie OECD Insights wordt ingegaan op deze vragen en worden ideeën, problemen en trends gepresenteerd die richtinggevend zijn voor ons denken over duurzaamheid. Hoewel het concept vaak wordt beschouwd als iets dat betrekking heeft op het milieu, wordt gesteld dat duurzaamheid in feit gaat over het gebruik van economische ontwikkelingen voor het realiseren van een eerlijkere samenleving, terwijl tegelijkertijd ecosystemen en natuurlijke hulpbronnen worden ontzien. Dit is geen eenvoudige taak en de keuzes die wij als burgers, of onze overheden, moeten maken, houden vaak compromissen in. In Duurzame ontwikkeling worden ingegaan op deze uitdagingen en worden suggesties gedaan voor de manier waarop hieraan het hoofd kan worden geboden. (B28212)
- Planbureau voor de Leefomgeving; Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Natuurbalans 2009
Bilthoven : PBL, 2009.
In de Natuurbalans 2009 evalueert het Planbureau voor de Leefomgeving de ontwikkelingen in de natuur en het landschap in het licht van het gevoerde beleid. Het thema van de Natuurbalans 2009 is ‘biodiversiteit en het landelijk gebied’. Ook is er aandacht voor het beleidsprogramma ‘Mooi Nederland’. De Natuurbalans constateert onder andere dat het huidige beleid gunstige gevolgen heeft voor de Nederlandse natuur. De oppervlakte natuurgebied neemt toe en de milieu- en ruimtecondities verbeteren. Toch zijn de ontwikkelingen nog onvoldoende om de gestelde natuurdoelen tijdig te realiseren. Het beleid zou meer nadruk kunnen leggen op de unieke natuurwaarden die van oorsprong in de Nederlandse delta voorkomen. Ook het vergroten en verbinden van natuurgebieden in combinatie met het verder verbeteren van milieucondities is een kansrijke optie. Daarnaast is een verbeterslag in de uitvoering van de afspraken als invulling van het Investeringsbudget Landelijk Gebied mogelijk. (B28101)
- Planbureau voor de Leefomgeving; Kuiper, R.; Bouwman, A. A., Trendkaart Nederland 2040 : achtergrondrapport bij het project 'Nederland Later'
Bilthoven : PBL, 2009.
Achtergrondstudies
Niemand kan in de toekomst kijken. Wat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wel kan, is kijken naar trends in ruimtelijke ontwikkelingen en een inschatting maken van de effectiviteit van het ruimtelijk beleid. Op basis daarvan heeft het PBL de Trendkaart Nederland 2040 opgesteld. Dit kaartbeeld laat voor heel Nederland een mogelijk ruimtegebruik in 2040 zien. De kaart is reeds eerder gepubliceerd in de tweede duurzaamheidsverkenning Nederland Later. Dit rapport bevat de achtergronden. Het beschrijft welke ruimteclaims zijn gebruikt, en welke uitgangspunten zijn gehanteerd om te bepalen of ruimtelijke ontwikkelingen in bepaalde gebieden wel of niet kunnen plaatsvinden. (B28075)
- AIV, Demografische veranderingen en ontwikkelingssamenwerking
Den Haag : AIV, 2009.
Nr. 66
Formulering van aanbevelingen voor de wijze waarop het ministerie van Buitenlandse Zaken in het beleid beter kan inspelen op demografische ontwikkelingen om duurzame ontwikkeling te bereiken. (B28066)
- SEO; Biermans, M.; Grand, H. le; Kerste, M.; Weda, J.; Min. VROM, De kapitaalmarkt voor duurzame projecten : de regels van het spel zijn het zelfde maar het spel verloopt anders
Amsterdam : SEO, 2009. 109 p.
SEO-rapport, nr. 2009-25
Om de doelen van het werkprogramma van het kabinet 'Schoon en Zuinig: nieuwe energie voor het klimaat' te halen, is het belangrijk dat de kapitaalmarkt voor duurzame projecten goed functioneert. Dit rapport is erop gericht een overzicht te geven van de werking van de kapitaalmarkt voor duurzame projecten. Ingegaan wordt onder meer op de positie van de verschillende financiers, het overheidsbeleid sectorspecifieke ontwikkelingen en de structurele invloed van de kredietcrisis. Tevens bevat het rapport een internationale quickscan; een internationale vergelijking met een overzicht van maatregelen ter bevordering van duurzaamheid, een inschatting van de aantrekkelijkheid van het investeringsklimaat en de resultaten van interviews met overheden en andere stakeholders in een aantal landen. (B28000)
- PriceWaterhouseCoopers, Make sustainability your business
Amsterdam : PWC, 2009.
Uit het onderzoek van PriceWaterhouseCoopers blijkt dat consumenten niet weten wat keurmerken garanderen. Voor 66 procent van de consumenten zijn duurzaamheidkeurmerken op etenswaren, kleding, hout en elektronica een groot raadsel. Reden is de vele keurmerken die Nederland rijk is. Volgens het onderzoek koopt ruim een vijfde van de consumenten ‘bewust’: zij zijn zich in zekere mate bewust van het duurzame karakter van de producten die in hun winkelwagen belanden. Vooral jongere, hoger opgeleide consumenten zijn meer LOHAS (Lifestyle of health and sustainability) georiënteerd: zij hebben een positievere houding richting duurzame producten. Onder consumenten is twee vijfde bereid meer te betalen voor duurzame producten. Onder LOHAS-consumenten is dit deel nog groter, namelijk tweederde. Echter, ondanks dat veel consumenten bewuster gaan kopen en bereid zijn er meer voor te betalen, vindt 60% de huidige prijs voor duurzame producten te hoog. (B27899)
- GroenLinks, The green deal 2.0
[Den Haag] : GroenLinks, 2009.
GroenLinks presenteert met de Green Deal 2.0 een alternatief voorstel voor het bestrijden van de economische crisis. GroenLinks kiest voor oplossingen die zoveel mogelijk werk creëren, rechtvaardig en groen zijn, en die financieel goed uitpakken voor de toekomst. Met De Green Deal 2.0 investeert GroenLinks op de korte termijn twee keer zoveel als het kabinet maar compenseert dit doordat de structurele hervormingen op termijn ook twee keer zoveel opleveren als de huidige kabinetsplannen. GroenLinks combineert in haar plannen een sterke arbeidsmarkt met de bestrijding, zodat toekomstige generaties niet de lasten hoeven te dragen van extra uitgaven nu. (B27733)
- Werf, M. van der; Braungart, M., Cradle to cradle in bedrijf
Schiedam : Scriptum, 2009.
Cradle to Cradle (afval = voedsel) verovert de wereld, maar vooral Nederland. Op tal van plaatsen en in diverse bedrijven gaat men enthousiast met het concept aan de slag. C2C maakt creativiteit los en leidt tot innovaties. Het leidt echter ook tot nieuwe vragen. Waar begin ik? Hoe krijg ik anderen enthousiast? Hoe realiseer ik C2C binnen een traditionele infrastructuur? Waar vind ik partners? Hoe kom ik aan de juiste kennis en materialen? Bij de mensen die iets willen met het concept bestaat vooral behoefte aan praktische informatie. Maar het C2C-concept laat zich niet vangen in regels of stappen. Elke specifieke situatie vraagt om een eigen aanpak. Omdat een blauwdruk ontbreekt, zijn het vooral de voorbeelden van anderen die inspireren en waar lessen uit kunnen worden getrokken. Kern van het boek vormen een vijftiental voorbeelden van Nederlandse bedrijven en organisaties die het C2C-concept toepassen. Of ze nu al een product of dienst hebben ontwikkeld, het voornemen hebben of midden in het proces zitten. (B27716)
- Hiteq; Horn, M. ten; Steen, J. van der; Smits van Waesberghe, E., Kompas of GPS? : een verkenning naar generaties en technologische ontwikkelingen
Hilversum : Hiteq, 2008.
Hiteq, centrum van innovatie, wil komen tot duurzame vernieuwing. Het centrum richt zich daarbij computers, inkomens technische beroepen en opleidingen. Hiteq wil ondernemingen en onderwijsinstellingen met concepten, modellen en visies ondersteunen bij het richting geven aan hun strategische beleid en toepassen van innovatie. Daarvoor ontwikkelt het centrum toekomstscenario's; visies op een toekomst die mogelijk gaat ontstaan. (B27690)
- Raad voor Verkeer en Waterstaat, Een duurzame toekomst voor Nederland : werkprogramma 2009
Den Haag : RVW, 2008.
Het werkprogramma is gebaseerd op Strategische Kennis- en Innovatieagenda Mobiliteit en Water en op het meerjarenprogramma van de Raad voor 2008. Verder is aansluiting gezocht bij de strategische thema's die het kabinet dit voorjaar heeft geformuleerd. Tot slot is gezocht naar een evenwichtige verdeling van nieuwe adviesonderwerpen uit het Coalitieakkoord en beleidsprogramma van het kabinet Balkenende IV. (B27643)
- CBS; CPB; SCP; Planbureau voor de Leefomgeving, Monitor duurzaam Nederland 2009
Den Haag : CBS, 2009.
Het kabinet heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving en het Sociaal en Cultureel Planbureau gevraagd om de Monitor Duurzaam Nederland te ontwikkelen. De monitor moet een beeld geven van de duurzaamheid van de Nederlandse samenleving. De monitor laat zien op welke terreinen het goed gaat en waar er vanuit een duurzaamheidsoptiek zorgen bestaan. Geanalyseerd wordt hoe ons land ervoor staat op het gebied van klimaatverandering, energieverbruik, biodiversiteit, gezondheid, benutting arbeid en kennis, vergrijzing en sociale cohesie. De onderwerpen worden in de monitor behandeld aan de hand van een set van duurzaamheidsindicatoren en detailanalyses. Het boek is een goede basis om de discussie te voeren met politiek, beleid en wetenschap over een duurzame ontwikkeling van de Nederlandse samenleving. (B27569)
- Adviesraad Internationale Vraagstukken, Klimaat, energie en armoedebestrijding
Den Haag : AIV, 2008.
Advies, nr. 62
De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) constateert dat ook met het oog op het welslagen van de lopende internationale klimaatonderhandelingen, het internationaal klimaatbeleid dringend moet inspelen op de gevolgen van klimaatverandering in kwetsbare ontwikkelingslanden. De kosten voor aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering zullen wereldwijd zo’n 30 tot 70 miljard dollar per jaar bedragen. De AIV stelt dat op de geïndustrialiseerde landen een verantwoordelijkheid rust om ontwikkelingslanden te ondersteunen om deze gevolgen te bestrijden. Nederland moet hierbij een voortrekkersrol spelen. Het zal door zijn lage ligging ook zelf aanzienlijke adaptatieprogramma’s moeten ontwikkelen. Bovendien is het bij uitstek deskundig in de typische adaptatiesectoren als aanpassing van landbouw en infrastructuur, en waterhuishouding en kustversterking. (B27573)
- Duivesteijn, A.; McDonough, W.; Feddes, F.; Cramer, J. Gemeente Almere, De Almere Principles : voor een ecologisch, sociaal en economisch duurzame toekomst van Almere 2030
Bussum : Uitgeverij Thoth, 2008.
In deze publicatie worden de Almere Principles - zeven elementaire uitgangspunten voor een ecologisch, sociaal en economisch duurzame toekomst van Almere - geïntroduceerd, toegelicht en in een historische context geplaatst. Uitgangspunten die horen bij het Cradle to Cradle concept. De Almere Principles zijn ontstaan tegen de achtergrond van de groeiplannen van Almere. De gemeente heeft met rijk en regio afgesproken dat de stad zal verdubbelen in inwoneraantal - 350.000 inwoners in 2030 - en dat er 60.000 nieuwe woningen en 100.000 extra arbeidsplaatsen zullen worden gerealiseerd. Deze 'Schaalsprong Almere 2030' dient op een duurzame wijze te gebeuren, vinden gemeente en rijk. (B27485)
- Klundert, B. van de, Verlangen goed te leven : duurzame ontwikkeling tussen maakbaarheid, mondialisering en moraal
Utrecht : Van Arkel, 2008.
Het verlangen naar het goede leven is nog springlevend. Dit boek geeft aan hoe die verlangens tot hun recht kunnen komen in een mondiaal perspectief op duurzame ontwikkeling. Innerlijke en morele dimensies komen aan de orde maar ook nieuwe visies op de rol van wereldbeschouwing, overheid en bedrijfsleven. (B27418)
- CBS, Duurzame energie in Nederland 2007
Den Haag : CBS, 2008.
Het rapport beschrijft de bijdrage van duurzame energiebronnen aan de Nederlandse energievoorziening in de periode 1990-2007. Aan bod komen totaaloverzichten van elektriciteit, warmte, vermeden verbruik van fossiele primaire energie en vermeden emissie van CO2. Verder worden per energiebron de recente ontwikkelingen en de waarnemingsmethode toegelicht. (B27410)
- Task Force Financiering Landschap Nederland; Min. LNV, Landschap verdient beter! : advies van de Task Force Financiering Landschap Nederland
Den Haag : Min. LNV, 2008. 70 p.
Investeren in landschapskwaliteit moet economische kansen opleveren. Dat concludeert de Task Force Financiering Landschap Nederland in het advies. De Task Force, voorgezeten door Alexander Rinnooy Kan, stelt onder meer dat lagere overheden nog niet genoeg doen om de kwaliteit van het landschap te garanderen. Het mankeert nogal eens aan toepassing van bestaande mogelijkheden in het ruimtelijk beleid en aan doorzettingsvermogen en daadkracht. Een betere inzet van publieke middelen kan meer private financiering aantrekken. Privaat en publiek geld moeten daarom meer in samenhang worden ingezet, vindt de Task Force. Om 'lelijkheid' op te ruimen en te voorkómen, of om verfraaiing te ondersteunen wordt al snel aan de overheid gedacht. Maar dat houdt niet in dat overheden ook de hele rekening moeten betalen. Het huidige beleid sluit volgens de Task Force niet goed aan op het (agrarisch) ondernemerschap. De vergoedingen die boeren krijgen voor groene diensten (zoals het onderhoud van houtwallen), leveren vaak te weinig op. Daarnaast ontbreekt een helder lange termijn perspectief om boeren over te kunnen halen tot aanpassingen in de bedrijfsvoering. (B27314)
- Silvis, H.; Oskam A.; [et al.], EU-beleid voor landbouw, voedsel en groen : van politiek naar praktijk
Wageningen : Wageningen Academic Publishers, 2008.
Dit boek behandelt de Europese beleidsterreinen voor landbouw, voedsel, milieu, natuur en landschap in hun onderlinge samenhang. Bevat de volgende hoofdstukken en bijdragen: Inleiding: 1. Europese integratie: betekenis voor landbouw, voedsel en groen. Institutionele kaders: 2. Institutionele context en besluitvormingsprocessen; 3. Budgettaire kaders; 4. Kaders van de WTO. Landbouw: 5. Van prijsbeleid naar bedrijfstoeslagen; 6. Toekomst van de directe inkomenssteun; 7. Cross-compliance; 8. Vetinair en fytosanitair beleid; 9. Ontwikkelingslanden en het EU-landbouw- en voedselbeleid. Voedsel: 10. Private en publieke taken in de voedselketen; 11. Het Europese levensmiddelenrecht; 12. Voedselveiligheid. Groen: 13. Naar ecologische duurzaamheid; 14. Europees natuurbeschermingsbeleid: van regels naar praktijk; 15. EU-plattelandsbeleid en structuurfondsen. Uitleiding: 16. VS-beleid voor landbouw, voedsel en groen; 17. Toekomst van het EU-beleid voor landbouw, voedsel en groen. 2e geh. herz. dr. (B27164)
- Millieu- en Natuur Planbureau; Planbureau voor de Leefomgeving; [et al.], Lessen uit mondiale milieuverkenningen
Bilthoven : Planbureau voor de Leefomgeving, 2008.
Dit rapport trekt lessen uit vier mondiale verkenningen op het gebied van milieu en duurzame ontwikkeling die in 2007-2008 verschenen. Bij de huidige trends worden mondiale ontwikkelings- en milieudoelen niet gehaald. De analyses in IPCC Climate Change 2007, de UNEP Global Environment Outlook 4, de OECD Environmental Outlook en de IAASTD Agriculture Assessment laten zien dat snelle actie van landen wereldwijd nodig is om internationaal vastgestelde doelen te kunnen halen. Concurrentie om land is een nieuw thema voor internationaal beleid, dat uit de verkenningen naar voren komt. De verkenningen concluderen dat veel oplossingen bekend zijn en dat mogelijke maatregelen in beginsel betaalbaar zijn. Dit rapport analyseert twee belangrijke mondiale aandachtsgebieden: ‘landbouw, voedsel en biodiversiteit’ en ‘energie, klimaat en luchtverontreiniging’. In een intermezzo wordt ingegaan op bio-energie en biobrandstoffen in de vier verkenningen. Internationale samenwerking is nodig om deze duurzaamheidsproblemen op te lossen, maar komt slechts moeizaam tot stand. Dat lukt alleen door overeenstemming te bereiken over doelen en verdeling van de kosten en baten. Op basis van een analyse van de verkenningen concludeert dit rapport dat Nederland en Europa daarbij vooral kunnen inzetten op het vormen van internationale coalities, versterking van de bestuursstructuren voor duurzame ontwikkeling, de verduurzaming van productie- en consumptieketens en het versterken van samenhang in beleid. (B27094)
- European Environment Agency, Annual report 2007 and environmental statement 2008
Luxemburg : EG, 2008.
Jaarverslag 2007 en milieuverklaring 2008 van het Europees Milieu Agentschap. Onderwerpen die onder meer aan de orde komen: klimaatverandering, biodiversiteit, bescherming van de gezondheid en kwaliteit van leven, duurzame consumptie en duurzame productie, duurzame ontwikkeling en milieubeleid, internationale ontwikkelingen. (B27039)
- Min. EZ, Naar een agenda voor duurzame productiviteitsgroei
Den Haag : Min. EZ, 2008. 28 p.
Langetermijnstrategie Nederland Ondernemend Innovatieland (NOI). De Langetermijnstrategie schetst toekomstbeelden voor verschillende maatschappelijke sectoren en voor de economie tot 2030. (B26975)
- Centre for European Reform; Barysch, K.; [et al.], The Lisbon scorecard VIII : is Europe ready for an economic storm?
Londen ; CER, 2008.
Na meer dan een half decennium van economische somberheid, hebben de jaren 2006 en 2007 weer enig optimisme naar Europa gebracht. Een snellere groei van het BBP en een dalende werkloosheid waren minstens gedeeltelijk toe te schrijven aan de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen. Maar overheden kunnen niet zelfgenoegzaam achterover leunen. Vooral niet in een tijd waar de recessie Europa's economische veerkracht test. De achtste Lissabon Scorekaart toont hoeveel lidstaten van de EU nog moeten doen om innovatie bevorderen, mensen te laten toetreden tot het arbeidsproces, uitstoot van broeikasgassen verminderen en te voldoen aan hun vele andere Lissabon-doelstellingen. (B26753)
- Bolck, Ch.; Harmsen, P.; Wageningen UR; [et al.], Doorbreken van de innovatieparadox : 9 voorbeelden uit de biobased economy
Wageningen : Wageningen UR, Agrotechnology & Food Sciences Group, 2007.
Groene grondstoffen, nr. 8
De publicatie geeft een beschrijving van 9 innovatietrajecten waarbij Wageninge UR betrokken is geweest. Dit zijn allemaal technologische innovaties op het terrein van de "biobased economy". De 9 innovaties worden beschreven aan de hand van een korte technische beschijving en de voordelen van de innovatie voor het bedrijfsleven en samenleving. De voorbeelden beschrijven welke lastige processen en bottlenecks een rol spelen bij het traject van het ontwikkelen van een product tot aan het in de markt zetten ervan. (B26701)
- Nowicki, P.; Banse, M.; Bolck, Ch.; Bos, H.; Scott, E., Biobased economy : state-of-the-art assessment
Den Haag : LEI, 2008.
De biobased economy staat in Nederland hoog op de agenda. Dit rapport concludeert dat er al een grote bestaande biobased-markt is, maar dat er daarnaast een grote groeipotentie is voor Nederland op het gebied van de productie van hoogwaardige producten uit bouwstenen van biomassa. In deze studie is een inventarisatie gemaakt van de huidige en potentiële marktomvang van biobased-producten. De basis voor de inventarisatie zijn de tat data van geproduceerde goederen. Deze data bevatten op productniveau de waarde van zo'n 4.000 geproduceerde goederen voor de EU-25, ook uitgesplitst naar land. Een nadeel van de tat-data bleek te zijn dat sommige data er niet in staan omdat ze vertrouwelijk zijn. De schattingen zijn dus altijd aan de conservatieve kant. Bij de inventarisatie zijn alleen non-foodproducten geselecteerd; voeding en veevoer zijn buiten beschouwing gelaten en ook biomassa voor energieproductie is niet meegenomen. Wel zijn de transportbrandstoffen biodiesel en bioethanol meegenomen. (B26702)
- Milieu- en Natuurplanbureau; Aalbers, Th.; [et al.], Sustainable production and consumption : an assessment for the Netherlands
Bilthoven : MNP, 2007.
MNP report, nr. 771404006/2007
Armoede, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit zijn cruciale factoren voor mondiale duurzame ontwikkeling. Nederland is stevig ingebed in een mondiaal netwerk van economische relaties en van milieueffecten: binnenlandse consumptie- en productiepatronen beïnvloeden de milieudruk in Nederland, maar ook daarbuiten. Dit rapport verkent de aard en de omvang van de mondiale inbedding van Nederland in termen van zowel economie als milieu. In combinatie met resultaten van enquêtes worden vervolgens enkele beleidsmogelijkheden ten aanzien van duurzaamheid verkend. De conclusie is dat duurzaamheidsproblemen in toenemende mate een mondiaal karakter hebben, maar dat complementair daaraan ook lokale oplossingsgerichte activiteiten een gunstig effect kunnen hebben op milieu en duurzaamheid in andere delen van de wereld. (B26695)
- Ver. VNO-NCW, Rondje Europa : uit de impasse : actuele onderwerpen in het kader van het Sloveens voorzitterschap van de Europese Unie (1 januari 2008 -1 juli 2008)
Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2008.
Halfjaarlijks rapport dit maal ter gelegenheid van het Sloveens voorzitterschap. In het inleidende hoofdstuk wordt – onder de titel: De Europese Unie uit de impasse? – ingegaan op de visie van VNO-NCW op een Europa dat werkt; de visie van kabinet Balkenende IV; het verdrag van Lissabon van 13 december 2007; de lobbysuccessen 2007; prioriteiten EU-voorzitterschap Slovenië; VNO-NCW prioriteiten 2008 inzake een duurzame Lissabon-agenda. Het deel De uitdaging van globalisering, gaat in op: de vooruitzichten wereldeconomie 2008-2009; Lissabon-strategie; onderzoek, ontwikkeling en onderwijs; handelspolitiek: de externe dimensie van de Lissabon-agenda. Het deel Versterking interne markt, gaat onder meer in op: de dienstenrichtlijn, vrij verkeer, en mededinging. Het deel Een sterke economie, gaat over: belastingen, douane en accijnzen, corporate governance, infrastructuur, en telecom; Het deel Duurzame economie, bespreekt de onderwerpen: energie en klimaatbeleid; milieu, arbeidsomstandigheden en gezondheid; en consumentenbeleid. Het deel Arbeidsverhoudingen, gaat in op arbeidsrecht en de sociale dialoog; pensioenen en de vergrijzingspolitiek. Tot slot zijn bijlagen opgenomen over het lidmaatschap en toetredingsbeleid van de EU, en over de werking van instituties van de EU. (B26646)
- Milieu- en Natuurplanbureau; [et al.], Duurzame ontwikkeling van de landbouw in cijfers en ambities : veranderingen tussen 2001 en 2006
Bilthoven : MNP, 2007.
MNP-publicatienummer, nr. 500139002
De doelstelling van dit onderzoek is inzicht te geven in de vorderingen op weg naar een duurzame landbouw die in de periode 2001-2006 zijn gemaakt, zowel voor wat betreft feitelijke resultaten als geformuleerde ambities. Ook de betekenis hiervan voor de transitie naar een duurzame landbouw in de toekomst komt aan de orde. Allereerst geeft het rapport de feitelijke ontwikkelingen weer in cijfers voor de thema’s die voor een duurzame landbouw van belang zijn. Daarna wordt ingegaan op de ambities voor de toekomst. Hier komt de vraag aan de orde welke veranderingen er hebben plaatsgevonden in de ambities van de verschillende landbouwsectoren op hun weg naar duurzaamheid. Gezocht wordt naar verklaringen voor deze veranderingen. Vervolgens wordt ingegaan op de rollen die de overheid heeft gespeeld in het veranderingsproces naar een duurzame landbouw, sinds de introductie van het transitiebeleid in het NMP4. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag wat cijfers en ambities betekenen voor ontwikkeling van duurzame landbouw in de toekomst. In het rapport wordt geconcludeerd dat de landbouw duurzamer is gaan produceren en meer open staat voor de wensen van de samenleving. Toch worden de milieudoelen voor de lange termijn niet gehaald. Dit komt omdat het bestaande beleid boeren onvoldoende stimuleert deze doelen te halen. (B26246)
- Milieu- en Natuur Planbureau; [et al.], Local and global consequences of the EU renewable directive for biofuels : testing the sustainability criteria
Bilthoven : MNP, 2008.
MNP Report, nr. 500143001 / 2008
Het rapport analyseert de effecten van het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe richtlijn voor hernieuwbare energie. Hierbij wordt alleen ingegaan op het doel voor de transportsector, wat neerkomt op 10% hernieuwbare energie in 2020 ten opzichte van de totale energievraag. Zoals het doel is geformuleerd, zal dit bijna volledig moeten worden gehaald door biobrandstoffen. Het rapport gaat in op de door de Europese Commissie voorgestelde duurzaamheidscriteria waaraan de biobrandstoffen moeten voldoen als ze willen meetellen bij het 10%-doel, de mondiale effecten van het streefcijfer van 10%, op de veronderstelde vermindering van het broeikaseffect, het tegengaan van ongewenste veranderingen in landgebruik en verlies van biodiversiteit. Tot slot komt de voedselzekerheid aan de orde. Uit de studie blijkt dat de huidige biobrandstoffen niet bijdragen aan duurzaam transport. Er is meer klimaatwinst te halen door biomassa in stroom om te zetten dan als directe vervanging van benzine of diesel. Daarom is een voorstel om transportbrandstoffen om te zetten in biobrandstoffen niet de beste investering in duurzaamheid. (B26626)
- Inter Academy Council, Lighting the way : toward a sustainable energy future
Amsterdam : IAC, 2007.
Er wordt aandacht gevraagd voor drie belangrijke berichten: wetenschap en industrie moeten kritische principes opstellen om een duurzame energie-toekomst te bewerkstelligen, twee: om een en ander te bereiken moet er intensief geprobeerd worden capaciteit op te bouwen en drie: het bouwen van een goede toekomst vraagt lange-termijnbenaderingen. (B26618)
- Ver. VNO-NCW, Duurzame globalisering : over het kwetsbare evenwicht van Profit, Prosperity, People en Planet
Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2007.
Discussienota Bilderbergconferentie 2008. Met deze nota wil VNO-NCW bijdragen aan de discussie over de grote vragen waarmee wij te maken hebben: hoe om te gaan met globalisering en duurzaamheid.
Onder meer komen aan de orde: de inhoud van globalisering, de plaats van Europa in de wereld, de globalisering van het Nederlandse bedrijfsleven, winst en welvaart, de betekenis van de internationale handelspolitiek, de internationale welvaartsverdeling, effectieve ontwikkelingssamenwerking, de demografische explosie, migratiedruk en kennismigranten, klimaatveranderingen, dé levensvoorwaarden: landbouwgrond en zoet water; de strijd om energiebronnen en grondstoffen; klimaat- en energiebeleid; de Shell-toekomstscenario's: balanceren tussen de markt, sociale rechtvaardigheid en veiligheid, de inrichting van de internationale publieke ruimte, MVO - maatschappelijk vernieuwend ondernemen, naar een globaal en ecologisch bewustzijn, de ultieme uitdaging van globalisering en de 'vierde P'. (B26310)
- Milieu- en Natuur Planbureau, Nederland en een duurzame wereld : armoede, klimaat en biodiversiteit : tweede duurzaamheidsverkenning
Bilthoven : MNP, 2007.
MNP-publicatienummer 500084001/2007
Tweede deel van de Tweede Duurzaamheidsverkenning. Hierin staan drie duurzaamheidsvraagstukken centraal: het ontwikkelingsvraagstuk, de klimaatverandering en het biodiversiteitsverlies. Deze verkenning beschrijft de trends en de beleidsopties om de internationaal afgesproken doelen voor deze vraagstukken dichterbij te brengen. Er is voor gekozen om te werken met een Trendscenario van de OESO dat loopt tot 2040. In een Trendscenario wordt geen aanvullend beleid verondersteld, zoals het recent afgesproken EU-klimaatbeleid. Vervolgens zijn additionele beleidsopties geïnventariseerd, gericht op het dichterbij brengen van de doelen. Vanuit verschillende visies op de wereld (wereldbeelden) zijn daarna de geïdentificeerde beleidsopties geanalyseerd. In het rapport wordt geconcludeerd dat de aarde overbelast raakt. De sociaal-economische ontwikkeling van de afgelopen 100 jaar is betaald met een ecologische prijs. Door de groei van de wereldbevolking en de toenemende consumptie is de mondiale biodiversiteit inmiddels afgenomen met zo’n 30 tot 50 % en is het klimaat hoogstwaarschijnlijk veranderd. Ondanks de inzet van technologie neemt het energiegebruik, CO2-emissies, ruimtegebruik en biodiversiteitsverlies nog steeds toe. (B26279)
- Milieu- en Natuur Planbureau, Bijdrage aan een duurzaamheidsagenda
Bilthoven : MNP, 2007.
De Bijdrage aan een Duurzaamheidsagenda is een beknopt rapport dat is verschenen om de verbinding tussen de beide delen van de Tweede Duurzaamheidsverkenning nader toe te lichten. (B26326)
- LEI; Boone, K.; Bont, K. de; [et al.], Duurzame landbouw in beeld : resultaten van de Nederlandse land- en tuinbouw op het gebied van people, planet en profit
Den Haag : LEI, 2007.
Duurzame landbouw in beeld 2007 geeft de resultaten weer van de Nederlandse land- en tuinbouw op alle relevante duurzaamheidsaspecten. Zowel de meest recente cijfers als de langetermijnontwikkelingen worden gepresenteerd. Naast de resultaten voor de sector als geheel worden de bedrijfstypen glastuinbouw, melkveehouderij en varkenshouderij afzonderlijk behandeld. (B26328)
- Borgstein, M. H.; Leneman, H.; Bos-Gorter, L.; [et al.], Dialogen over verduurzaming van de Nederlandse landbouw : ambities en aanbevelingen vanuit de sector
Wageningen : Wageningen UR, 2007.
WOt-rapport, nr. 44
Als onderdeel van de monitoring van de ontwikkeling naar een meer duurzame landbouw, zijn in 2006 zeven dialogen gehouden. Deelnemers aan deze dialogen zijn op zoek gegaan naar de ambities voor een duurzame landbouw. Het maatschappelijk draagvlak bleek een vaak genoemde ambitie, net zoals het beperken van de belasting voor het milieu. Ook ambities over continuïteit, innovatie en kwaliteit van het landschap zijn naar voren gekomen. De deelnemers hebben voor de verschillende ambities aangegeven in hoeverre deze al zijn gerealiseerd. Men blijkt het minst tevreden te zijn over de profitkant. De planet-kant scoort beter en de vorderingen op het gebied van people-ambities zijn met een voldoende tot goed beoordeeld. De dialogen hebben een aantal aanbevelingen opgeleverd om de ambities te realiseren. Het onderwijs zou een rol kunnen vervullen in innovatie en het verbeteren van het imago van de landbouwsector. Het Ministerie van LNV zou ondernemerschap en werkgeverschap moeten stimuleren en zorgen voor bedrijfseconomisch gunstige randvoorwaarden. De landbouwsector zelf moet samenwerking opzoeken en de productieprocessen waar mogelijk aanpassen aan de duurzaamheidprincipes. (B26329)
- Groot, A. M. E.; Borgstein, M. H.; Leneman, H.; [et al.], Dialogen over verduurzaming van de Nederlandse landbouw : gestructureerde sectordialogen als onderdeel van een monitoringsmethodiek
Wageningen : Wageningen UR, 2007.
WOt-rapport, nr 45
Dit rapport beschrijft en analyseert een serie gestructureerde sectordialogen als onderdeel van een monitoringsmethodiek voor de verduurzaming van de landbouw. Deze dialogen zijn in 2006 in opdracht van het Ministerie van LNV georganiseerd met de volgende doelen: 1) Welke ambities hebben de verschillende sectoren op het gebied van het verduurzamen van de landbouw en 2) hoe vindt de sector dat zij er op dit moment voorstaat in haar ontwikkeling naar een duurzame landbouw? In een kritische reflectie wordt de kwaliteit en effectiviteit van de uitgevoerde sectordialogen behandeld. In een vergelijking met een kwantitatieve monitoringsmethodiek wordt de toegevoegde waarde van de dialogen als (aanvullend) onderdeel van een meer omvattende methodiek voor de monitoring van verduurzaming van de landbouw bediscussieerd. (B26330)
- Min. EZ; Min. BUZA; Min. van Financiën; Min. SZW, Voortgangsrapport 2007 van het Nationaal Hervormingsprogramma Nederland 2005 - 2008 : in het kader van de Lissabonstrategie
Den Haag : Min. EZ, 2007.
Het Voortgangsrapport 2007 bericht over de stand van zaken van hervormingen aangekondigd in het Nationaal Hervormingsprogramma 2005-2008 en de ambities van het nieuwe kabinet ten aanzien van het bevorderen van groei en werkgelegenheid. Het Voortgangsrapport sluit nauw aan bij het beleidsprogramma en de Miljoenennota 2008. Aan de orde komen ambities en initiatieven op het terrein van o.a. arbeidsparticipatie, ondernemingsklimaat, kennis en innovatie en energie en duurzaamheid. (B26299)
- Fortanier, F. N., Multinational enterprises, institutions and sustainable development : proefschrift Universiteit van Amsterdam
Z.P. : F. Fortanier, 2008. 311 p.
Academici en beleidsmakers debatteren al decennia over de implicaties van economische globalisering. Het blijft echter onduidelijk wat de gevolgen zijn van de toenemende samenhang van landen en economieën voor diverse indicatoren van duurzame ontwikkeling, zoals productiviteitsgroei, het milieu, werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden. Deze ambiguïteit wordt deels veroorzaakt door definitieproblemen en een gebrek aan gegevens. Maar een belangrijker reden is het gebrek aan aandacht voor de diversiteit in de karakteristieken van de belangrijkste aanjagers van globalisering: multinationale ondernemingen. Fabienne Fortanier neemt deze verschillen expliciet mee in haar analyse van de manier waarop multinationale ondernemingen en hun internationale investeringen duurzame ontwikkeling beïnvloeden. Hierbij houdt zij tevens rekening met de nationale en internationale institutionele context die de grensoverschrijdende activiteiten van deze ondernemingen vormgeeft. Fortanier toont aan dat de mate waarin economieën en individuen profiteren van economische globalisering sterk afhangt van onder andere het land van herkomst van een multinationale onderneming. Daarnaast blijkt ook dat de positieve effecten van economische globalisering vooral geconcentreerd zijn in die landen die al een bepaald niveau van ontwikkeling hebben bereikt, en dat binnen die landen vooral de hoger opgeleiden het meeste baat hebben bij globalisering. (B26592)
- Geldof, D., We consumeren ons kapot
Antwerpen : Houtekiet, 2007.
We consumeren ons kapot verkent de paradoxen van onze overconsumptie. Dirk Geldof onderzoekt waarom we nooit genoeg hebben en wijst op de grenzen van onze keuzevrijheid. Hij schetst de spanning tussen burger en consument en kiest voor meer levenskwaliteit met meer duurzame consumptie, zelfs met minder consumptie. (B26366)
- Ryngaert, C., Anders globaliseren : mensenrechten, milieu en internationale handel
Leuven : Acco, 2007.
Wereldvisie, nr. 4
Globalisering is een proces waarbij de wereld steeds meer met elkaar verbonden raakt. Globalisering heeft grote voordelen. Maar er zijn ook gevaren aan verbonden. Zo dreigen arbeid, mensenrechten en milieu het slachtoffer te worden van een ongebreidelde economische expansiedrang. Dit boek gaat op zoek naar hoe een ‘andere’ globalisering zich kan voltrekken. Het gaat in een eerste deel na hoe multinationals ertoe gebracht kunnen worden zich maatschappelijk verantwoord te gedragen, met name in ontwikkelingslanden. Een tweede deel gaat na hoe de vrijhandelsregels afgesproken in de Wereldhandelsorganisatie verzoend kunnen worden met duurzame ontwikkeling. (B26440)
- Rakhorst, A. M., Duurzaam ontwikkelen... een wereldkans
[Schiedam] : Scriptum, 2007.
In ‘Duurzaam ontwikkelen… een wereldkans’ vertelt zakenvrouw Anne-Marie Rakhorst vanuit haar dagelijkse praktijk hoe we op een goede, leuke en slimme manier kunnen omgaan met onze omgeving.
Aan de hand van aansprekende visies, producten en technieken laat zij zien welke kentering zich afspeelt in de industrie, de energievoorziening, het consumentengedrag en de politieke arena. Zij maakt duidelijk dat inzetten op duurzame ontwikkeling een wereldkans is, die we moeten aangrijpen om Planet, People en Profit weer in balans te brengen. De auteur schetst een duurzame wereld, waarin consuminderen en doemdenken niet thuishoren. Haar boek is een bewust optimistisch pleidooi om duurzaam vorm te geven aan een nieuwe wereld vol kansen en een goede, leefbare toekomst voor iedereen. (B26154)
- Hamsvoort, C. van der, The allocation of scarce resources in miscellaneous cases : proefschrift Wageningen Universiteit
Wageningen : Universiteit Wageningen, 2006.
Het proefschrift presenteert een verscheidenheid aan allocatieproblemen. Besproken worden de allocatie van kapitaalvoorraden op aarde; de allocatie van omgevingsgoederen en -diensten in het landelijk gebied; grondallocatie in Nederland; en de allocatie van handelsverstoringen. Bevat de volgende hoofdstukken: Introduction; Sustainability - a review of the debate and an extension; Auctioning conservation contracts - a theoretical analysis and an application; Auctions as a means of creating a market for public goods from agriculture; The pivotal role of the agricultural land market in the Netherlands; The AMS in agricultural trade negotations - a review; Conclusions and directions for further research. (B26141)
- Sennett, R., De cultuur van het nieuwe kapitalisme
Amsterdam : Meulenhoff, 2007.
Er wordt niet alleen een genadeloos beeld geschetst van hoe de nieuwe economie ingrijpt in ons dagelijks leven, ook een pleidooi voor een duurzamere vorm van werken en ondernemen. Veranderingen in het werkende leven hebben een grote invloed op de identiteit. Slechts een bepaald soort persoonlijkheid floreert in een fragmentarische, onstabiele werkomgeving. De vrije-markteconomie beloont mensen die op zichzelf zijn gericht en vooral denken aan de korte termijn. (B26054)
- Verkenningscie energieconversieonderzoek; KNAW, Duurzaamheid duurt het langst : onderzoeksuitdagingen voor een duurzame energievoorziening
Amsterdam : KNAW, 2007.
Verkenningen Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, deel 11
In dit verkenningsadvies maakt de KNAW keuzes voor toekomstig natuurwetenschappelijk energieonderzoek. Nederland speelt internationaal weliswaar een vooraanstaande rol op het terrein van energieonderzoek, maar deze rol kan nog aanzienlijk versterkt worden door het doen van gerichte keuzes voor toekomstig onderzoek. Keuzes die gericht zijn op een duurzaam energiegebruik in de toekomst. In dit advies bespreekt de KNAW Verkenningscommissie energieconversieonderzoek van alle opties (van biomassa tot kernenergie) hoe goed gericht wetenschappelijk onderzoek een duurzame energietoekomst dichterbij kan brengen en maakt ze heldere keuzes voor Nederlands onderzoek in een internationale context. (B25960)
- Milieu- en Natuuplanbureau, Nederland later : tweede duurzaamheidsverkenning : deel Fysieke leefomgeving Nederland
Bilthoven : MNP, 2007.
Eerste deel van de tweede Duurzaamheidsverkenning die het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) uitbrengt. Hierin wordt een eerste voorstel gedaan voor de zo gunstig mogelijke benutting van de beschikbare ruimte voor de komende decennia, om daarmee een duurzaam Nederland op de kaart te zetten. De berekeningen zijn gemaakt voor zowel een lagere (17,2 miljoen inwoners) als voor hogere groei (19,8 miljoen inwoners). Uit de studie blijkt dat ruimtelijke ordening van wonen en werken een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bereikbaarheid over de weg en via OV en op langere termijn minder investeringen in infrastructuur nodig maakt. Ook blijkt dat internationale verplichtingen met betrekking tot natuur goed gecombineerd kunnen worden met de problematiek van het opkomende water. Bij hogere bevolkingsgroei tekent zich een grotere Randstadring af als de meest gunstige ruimtelijke inrichting gegeven de vele functies die op de kaart gezet moeten worden. De (bestuurlijke) keuzes moeten gemaakt worden op het schaalniveau waarop de problemen fysiek spelen. Voor de meest gunstige combinatie van wonen, en werken (bedrijfsterreinen) natuur en landschap is dit het provinciale of het rijksniveau. (B25963)
- Groot, H. de; Tang, P.; Bergeijk, P.; Nahuis, R.; [et al.], Struisvogels en dwarskoppen : economen zoeken het publieke debat
Z.P. : H. de Groot, 2007. 192 p.
Publicatie waarin drogredenaties in het publieke debat worden ontzenuwd. De publicatie omvat vier thema's: het proces van globalisering; ongelijkheid en verzorgingsstaat; marktwerking; duurzame economische groei. Met de volgende bijdragen: Over struisvogels en dwarskoppen; Nederland en de opkomst van Azië; De wereld is (gelukkig) niet plat; De interne markt in Europa: best wel belangrijk!; Onbegrijpelijk Europa; De onderkant van de arbeidsmarkt in een veranderende wereld; Divergerende lonen, technologische ontwikkeling en consumentengedrag; Hoe wordt Nederland Miss Europe?; Menselijk kapitaal, gelijkheid en de welvaartsstaat; Rondpompen van geld; Verwarring over marktwerking en privatisering; De holistische markteconoom; Waarom het CPB beter zou kunnen voorspellen maar dat niet hoeft; Kanttekeningen bij het nieuwe zorgstelsel; Over-regulering van notaris en advocaat?; Hoe fijn is klein?; Concurrentie en innovatie: lessen voor beleid; Waarom deden we het ook alweer?; Kan nieuwe schone technologie het klimaat redden?; De keuze om niet te kiezen: biografie van Richard Nahuis.
Het boek is verschenen ter nagedachtenis aan econoom Richard Nahuis. (B25792)
- Milieu- en Natuurplanbureau, Milieu en duurzaamheid in regeerakkoord 2007
Bilthoven : MNP, 2007.
MNP Rapport, nr. 500085003/2007
Milieu- en duurzaamheidsanalyse van het regeerakkoord. Het kabinet kiest in het regeerakkoord voor duurzame ontwikkeling als een speerpunt van beleid en onderkent dat dit moet worden bereikt door de samenhang op alle (beleids-) terreinen te vergroten. Om het uitgangspunt van een economische groei van 2% te combineren met een forse duurzaamheidsambitie, is een beleidsmatige en maatschappelijke trendbreuk nodig. (B25549)
- Cramer, J., Duurzaam ondernemen : van defensief naar innovatief : rede
Utrecht : Universiteit Utrecht, 2006.
Inaugurele rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Duurzaam Ondernemen aan de Universiteit van Utrecht. Er wordt een overzicht geschetst van de stand van zaken op het gebied van duurzaam ondernemen in theorie en praktijk. De uitdaging waarvoor bedrijven nu staan, is om duurzaam ondernemen dusdanig te verankeren, dat het leidt tot brede betrokkenheid binnen de organisatie en tot verdergaande vernieuwing op het gebied van duurzame ontwikkeling. (B25459)
- Milieu en Natuur Planbureau, Methoderapport duurzaamheidsverkenning
Hilversum : MNP, 2006.
Rapport 550031001/2006
Aandacht voor de methodologische onderbouwing van de in oktober 2004 door het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) gepubliceerde Duurzaamheidsverkenning (DV). De methode wordt beschreven en bediscussieerd. Met signalering van verbeterpunten en identificatie van gebieden waarop vervolgonderzoek wenselijk is. (B25079)
- Blaze Corcoran, P.; [et al.], Het earth charter in actie : naar een duurzame wereld
Amsterdam ; KIT Publishers, 2005.
Het Earth Charter in actie is een bundel met ruim 60 thematische en beschrijvende essays, geïnspireerd en opgebouwd volgens de structuur van het Earth Charter (het Handvest van de Aarde). De tekst van het Handvest is integraal in het boek opgenomen. Het boek beschrijft de rijke diversiteit aan toepassingsmogelijkheden, onafhankelijk van religies, landen, generaties, geïndustrialiseerde of derde wereldlanden. Na de Preambule zijn de bijdragen opgenomen in vier delen: Respect en zorg voor alle levensvormen; Ecologische integriteit; Sociale en economische rechtvaardigheid; Democratie, geweldloosheid en vrede. Van Herman Wijffels is de volgende bijdrage opgenomen: De weg naar voren: samenwerkingsverbanden tussen werknemers en bedrijven voor duurzaamheid. : over het aanmoedigen van solidariteit. (B24821)
- Milieu- en Natuurplanbureau; Berk, M. M. [et al.], Sustainable energy : trade-offs and synergies between energy security, competitiveness, and environment
Bilthoven : MNP, 2006. 10 p.
MNP report, nr. 500116001/2006
Voor vermindering van de luchtverontreiniging en de uitstoot van broeikasgassen in Europa is een duurzaam energiebeleid nodig. Het EU-beleid richt zich op verbetering van de energievoorzieningszekerheid en de concurrentiepositie van Europa door middel van innovatie en beheersing van de energiekosten (o.m. vastgelegd in de Lissabon Strategie). Een eerste, snelle verkenning door het MNP laat zien dat klimaatbeleid ook de luchtvervuiling kan tegengaan, de voorzieningszekerheid verbetert en kansen biedt voor innovatie. Daardoor kan de milieueffectiviteit van het Europese energiebeleid worden vergroot, zonder Europa's concurrentievermogen aan te tasten. (B24782)
- Milieu en Natuur Planbureau; [et al.], EU SDS : ingredients for the 2006 revision
Bilthoven : RIVM, 2006.
Het Europese duurzaamheidbeleid wordt momenteel gedomineerd door de Lissabon Strategie voor meer groei en banen. Hierdoor komen andere duurzaamheiddoelen onder druk te staan. De geplande herziening van de Europese duurzaamheidstrategie zou gelegenheid kunnen bieden om in te gaan op de vraag hoe Lissabon te combineren is met andere Europese duurzaamheiddoelen. (B24631)
- World Bank; Intern. Bank for Reconstruction and Development, Where is the wealth of nations? : measuring capital for the 21st century
Washington : World Bank, 2006. 188 p.
De publicatie geeft een beoordeling van de welvaart in 120 landen, onderverdeeld in de componenten geproduceerd kapitaal, natuurlijke hulpbronnen en human resources. De vraag hoe rijk of arm een land is, kan volgens de Wereldbank niet alleen worden beantwoord op grond van economische indicatoren. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen moet worden meegerekend om een compleet beeld te krijgen van de welvaart in een land. De nieuwe meetmethode moet zichtbaar maken wat de sociale- en milieukosten zijn van een bepaald ontwikkelingsbeleid. Dit moet duurzame ontwikkeling stimuleren. De publicatie bestaat uit vier delen. Het eerste deel geeft een introductie op de cijfers en de samenstelling hiervan. Het tweede deel analyseert de veranderingen in de welvaart en in welke mate deze veranderingen van belang zijn voor het economische beleid. Het derde deel handelt over het niveau van de welvaart, de samenstelling en de relatie met groei en ongelijkheid. Het vierde en laatste deel bespreekt de bestaande toepassingen van het gebruik van milieu-indicatoren om welvaart te meten. (B24581)
- Cramer, J., Duurzaam ondernemen uit en thuis : internationaal duurzaam ondernemen : praktijkervaringen
Assen : Van Gorcum, 2005.
Duurzaam ondernemen houdt niet op bij de landsgrenzen. Bedrijven die wereldwijd opereren worden steeds vaker aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Van hen wordt verwacht dat zij, naast het behalen van financieel rendement, ook zorgvuldig omgaan met het milieu, de werknemers en de mensen in de lokale omgeving. Bedrijven die zich hiervoor inzetten, komen echter voor allerlei vragen te staan. Hoe kunnen zij bijvoorbeeld het beste omgaan met het spanningsveld tussen de naleving van internationale gedragsregels en specifieke lokale omstandigheden? Hoe kunnen zij maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen voor de internationale productketen(s) waarin zij werken? En hoe kunnen zij bijdragen aan de lokale economie van ontwikkelingslanden? De publicatie geeft antwoord op bovenstaande vragen. (B24326)
- CDA, Om een gezond, veilig en leefbaar bestaan : investeren in duurzame ontwikkeling : Manifest vastgesteld op het CDA-Congres van 5 november 2005
Den Haag : CDA, 2005. 33 p.
Vier deelterreinen komen in het manifest aan bod: 1. duurzame energie, 2. duurzame mobiliteit, 3. duurzame woon- en leefomgeving, 4. duurzame internationale samenwerking. (B24317)
- OECD, Sustainable development OECD countries : getting the policies right
Parijs : OECD, 2005.
De publicatie gaat in op de lessen die zijn geleerd op het gebied van duurzame ontwikkeling in de afgelopen 3 jaar. Deze lessen zijn gebaseerd op de informatie in de verschenen OECD economic surveys. Ook wordt gekeken naar de concrete acties die landen hebben ondernomen om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Hierbij staan twee vragen centraal. Zijn de beoogde beleidsdoelen behaald en zijn deze doelen op een efficiënte manier bereikt. De publicatie richt zich op de belangrijkste beleidsgebieden als de verbetering van het milieubeleid, daling van het broeikaseffect, vermindering van de lichtvervuiling, tegengaan van verspilling, het verhogen van de levensstandaard in ontwikkelingslanden en het zorgen voor een duurzaam pensioeninkomen. (B23808)
- RMNO; [et al.], Hoe groen en duurzaam is de nieuwste economie? : op weg naar een duurzame ontwikkeling van de economie : wat is de rol van Nederland in Europa en (hoe) kunnen we sturen?
Den Haag : RMNO, 2005.
Essaybundel geïnspireerd op de RMNO Onderzoeksdag van 14 november 2003 in Utrecht. Bevat de volgende essays: Hoe wordt Nederland marktleider in de groene mondiale economie? / Roel in ’t Veld; Wat is de rol van Nederland in Europa? / Magda Aelvoet; Minder materie, meer hersens en creativiteit / Bas de Leeuw; Een groene kenniseconomie is een utopie / Rein Willems; De nieuwste economie is groen: Ecotopia moet en kan / Rudy Rabbinge; Hoe groen is de nieuwste economie? / Mario Willems en Jaap van de Vlies; Conclusies naar aanleiding van de discussies in de workshops / Gerard Bartels (B23776)