Literatuurlijst Arbeidsomstandigheden

De B-, TA-nummers tussen haakjes aan het eind van elke titel verwijzen naar het boek- of artikelnummer in de SER-bibliotheek.
Alle aanwezige literatuur is bij de SER-bibliotheek ter inzage beschikbaar.
Alleen uitgaven van de SER en de Stichting van de Arbeid worden extern uitgeleend. Zie verder SER-bibliotheek

SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen en brochures 

  • ESVLA, Working time developments - 2010
    Dublin : ESVLA, 2011. 33 p.
    Dit jaarlijkse rapport gaat in op een aantal aspecten van de duur van de arbeidstijd in de Europese Unie en Noorwegen in 2010. er is aandacht voor de volgende onderwerpen:
    gemiddelde arbeidsduur per week zoals vastgesteld door collectieve overeenkomsten, zowel voor het gehele land als voor drie specifieke sectoren;
    de wettelijke beperkingen op wekelijkse en dagelijkse arbeidstijd; gemiddelde werkelijke arbeidsduur per week; verlofdagen, zoals vastgelegd door de collectieve arbeidsovereenkomsten en de wet schattingen van de gemiddelde jaarlijkse arbeidstijd overeengekomen in de cao. (B30064)
      
  • Hurk, H. van den; Limborgh, C. van; [et al.], OR en arbeidstijden
    Alphen a/d Rijn : Kluwer, 2009.
    OR strategie en beleid, thema 9
    Er wordt onder meer aandacht besteed aan de diverse wet- en regelgeving, de hardnekkigheid van de negen-tot-vijfeconomie, thuiswerken, toeslagsystemen en roostervormen. Verder een historisch overzicht van arbeid en het werkende leven. Tenslotte de verschillende vormen van verlof. (B28409)

  • Chung, H., Flexibility for whom? : working time flexibility practices op European companies : proefschrift Universiteit Tilburg
    Amsterdam : H. Chung, 2009.
    In het proefschrift wordt de praktijk van flexibel werken bij bedrijven in 21 Europese landen onderzocht. Flexibele werktijdregelingen zijn onder te verdelen twee duidelijke groepen, ontdekte Chung, namelijk regelingen die op de werknemer gericht zijn en regelingen die op de werkgever gericht zijn. Bedrijven met werknemersgerichte regelingen hebben minder problemen met hun personeelsbeleid dan bedrijven met werkgeversgerichte regelingen. Bij bedrijven met meer werknemersgerichte flexibele arbeidstijden werken bovendien relatief meer vrouwen. En in landen waar relatief veel vrouwen werken, zijn meer bedrijven met werknemersgerichte flexibele arbeidstijden. Daarnaast is het bestaan van werknemersvertegenwoordiging in het bedrijf (zoals een ondernemingsraad) of een collectieve arbeidsovereenkomst gunstig voor de ontwikkeling van flexibele arbeidstijden, blijkt uit Chungs analyses. Landen met sterke vakbonden en een gedecentraliseerde onderhandelingssysteem hebben bedrijven met meer werknemersgerichte regelingen, terwijl landen met zwakkere vakbonden en een centraal onderhandelingssysteem meer bedrijven herbergen met werkgeversgerichte regelingen. Werknemersgerichte flexibele arbeidstijden lijken dus de meeste voordelen op te leveren, aldus de promovenda. Haar onderzoek laat zien dat zowel op het niveau van nationaal beleid als op het niveau van bedrijfsmanagement nog maatregelen kunnen worden genomen om flexibiliteit te bevorderen. (B28317)

  • CPB; Euwals, R.; Folmer, K., Arbeidsaanbod en gewerkte uren tot 2050 : een beleidsneutraal scenario
    Den Haag : CPB, 2009.
    CPB Memorandum, nr. 225
    Dit memorandum beschrijft een beleidsneutrale projectie voor het arbeidsaanbod en het aantal gewerkte uren per week tot 2050. De projectie ligt mede ten grondslag aan studies van het CPB met betrekking tot vergrijzing en de toekomst van de welvaartsstaat. Volgens de projectie zal de participatie van de leeftijdsgroep 20 tot 65 stijgen van 75% in 2007 naar 77% in 2015 en 78% in 2040. Vrouwen en ouderen leveren een aanzienlijke bijdrage. Het arbeidsaanbod van vrouwen stijgt naar verwachting verder doordat oudere generaties met een lage participatiegraad plaats maken voor jongere generaties met een hoger opleidingsniveau en een hogere participatiegraad. Het arbeidsaanbod van ouderen stijgt naar verwachting ook verder door hervormingen van de regelingen voor vervroegde uittreding. Tot slot leveren ook hervormingen van de regelingen voor arbeidsongeschiktheid een bijdrage aan de toename. Het gemiddelde aantal gewerkte uren per week daalt naar verwachting licht. De reden is dat de participatie van juist de groepen met een minder hoog aantal gewerkte uren per week, vrouwen en ouderen, stijgt. (B27798)

  • Versantvoort, M., Complementariteit in arbeid- en zorgtijd
    Leiden : Universiteit Leiden, Law school, 2009.
    Research memorandum, 2009.01
    Analyse van de tijdbestedingsdata voor Nederland en onderzoek naar de aannemelijkheid van de idee dat een reductie van arbeidstijd leidt tot een verhoging van zorgtijd. Het beslaat de periode 1975-1979 tot en met 2000-04. De bevindingen plaatsen vraagtekens bij de te verwachten effectiviteit van verlofarrangementen als het gaat om het waarborgen van zorgtijd, met name voor mannen, maar in mindere mate ook voor vrouwen. (B27748)

  • Min. SZW, Beleidsverkenning modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden
    Den Haag : Min. SZW, 2008.
    In deze beleidsnotitie stelt het kabinet aan de orde op welke wijze de mogelijkheden kunnen worden verbeterd voor het combineren van arbeid en zorg. Daarbij staat de vraag centraal of en, zo ja, hoe een verdere flexibilisering van de mogelijkheden van aanpassing van arbeidstijden en arbeidsplaats en van het stelsel van verlofregelingen kan bijdragen aan een vergroting van de mogelijkheden van degenen met zorgtaken om hun arbeidspatroon al dan niet tijdelijk aan hun zorgbehoefte aan te passen. Een verbetering in de balans tussen arbeid en zorg kan bijdragen aan de verhoging van de arbeidsparticipatie, de doorstroming van vrouwen naar hogere functies en vergroting van de ruimte van gezinnen om het arbeid-en-zorgpatroon te kiezen dat bij hen past. Deze beleidsnotitie is een verkenning op hoofdlijnen. Op basis van deze notitie wil het kabinet in gesprek met sociale partners en andere betrokkenen om te bezien of het wenselijk is om de in de notitie geschetste denkrichtingen nader in te vullen en, zo ja, op welke wijze. (B27341)

  • Vos, P., De vereenvoudigde Arbeidstijdenwet : handleiding voor de praktijk
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2008.
    Actueel recht voor P&O
    Besproken wordt de vereenvoudigde wet en de wijze waarop deze in de praktijk kan worden toegepast. Het organiseren van de werktijd en verschillende soorten werktijdregelingen komen aan bod, waardoor zichtbaar wordt waar de wet ruimte biedt, oftewel wat met roosters onder het regime van de wet allemaal gedaan kan worden. Ten slotte wordt het besluitvormingsproces aan de orde gesteld: hoe kan de besluitvorming over werk- en rusttijden binnen organisaties verlopen: En welke rol kunnen alle partijen daarin spelen. (B26903)

  • TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], Trends in de arbeid in Nederland tussen 2000 en 2004
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 2007.
    TNO Arbeids Survey (TAS). Onderzoek van TNO naar de arbeidssituatie van werkend Nederland. In deze rapportage worden 12 trends in de arbeid besproken in de periode tussen 2000 en 2004. Achtereenvolgens zijn dit: afwijkende werktijden, daadwerkelijk en gewenst aantal uren werk, verantwoordelijkheid voor inkomen en huishouden, belang werk en vrije tijd, 'werk-thuis '- en 'thuis-werk' conflict, telewerk, werkdruk en burnout, werkzekerheid, belangrijke aspecten in het werk, opleidingen, salaristevredenheid, en werktevredenheid. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat hoe ouder men wordt, hoe minder belangrijk vrije tijd wordt voor mensen. Het belang dat mensen hechten aan werk stijgt met het ouder worden. Met de vergrijzing neemt daarom ook het aantal werkenden toe dat veel voldoening haalt uit werk en er veel belang aan hecht. Tegelijkertijd valt op dat de oudste groep werkenden aangeeft minder uren per week te willen werken dan ze daadwerkelijk doen. De jongste groep werkenden geeft aan iets meer te willen werken dan ze nu doen. (B26297)

  • Halem, A. van; Jansen, B ; Mierlo, M. van; [et. al.], De herziening van de Arbeidstijdenwet, maatwerk of deregulering : verkenning van het nieuwe speelveld
    Alphen a/d Rijn : Kluwer, 2007.
    OR strategie en beleid, optiek 3
    In de nieuwe Arbeidstijdenwet zijn niet alleen andere normen opgenomen voor de arbeids- en rusttijden, door het afschaffen van het zogenaamde dubbele normenstelsel verandert ook de positie van vakbonden, ondernemingsraden en individuele werknemers in het overleg over arbeidstijden. Zeven deskundigen van verschillende achtergrond geven hun mening. Allen zijn het roerend eens: er is werk aan de winkel. (B26523)

  • Eijck, K. van; Poel, H. van der; Knulst, W.; [et. al.], Arbeid, zorg en vrije tijd in Nederland en Vlaanderen
    Leuven : Acco, 2007.
    Het boek brengt de meest vooraanstaande onderzoekers uit Nederland en Vlaanderen op het gebied van arbeid en vrije tijd bij elkaar. Ontwikkelingen in de tijdsbesteding op beide terreinen worden in onderlinge samenhang geanalyseerd. Dat levert antwoorden op als vragen als: Zijn we inderdaad op weg naar een 24-uurseconomie? Waarom besteden jongeren hun vrije tijd anders dan ouderen? Beleven allochtonen en autochtonen het fenomeen 'tijd' echt zo anders als we soms denken? En zijn loopbaanambities wel bestand tegen de praktijk van het combineren van betaald werk en zorg voor het gezin? Bevat de volgende hoofdstukken: Alles had zijn tijd; Los en vast in de vrije tijd; Werken op afwijkende tijden: trends in Vlaanderen 1988, 1999 en 2004; Dimmende flexibiliteit: loopbaanperspectieven van Belgische jongvolwassenen; Nieuwe tijdsordening als taboe: pleidooi voor innovatief arbeidstijdmanagement; Tijd + Etniciteit=Etnicitijd?; De Nederlandse tijdsordening onderzocht (o.a. over arbeidstijden); Over verandering van gewoonten. (B26442)

  • ESVLA; Chung, H.; Kerkhofs, M.; Ester, P., Working time flexibility in European companies : establisment survey on working time 2004-2005
    Luxemburg : EG, 2007.
    Het rapport verschaft inzicht in de diverse regelingen voor flexibele arbeidstijden bij bedrijven in de verschillende Europese landen. Het rapport is gebaseerd op onderzoek gehouden onder bedrijven met 10 of meer werknemers in 21 Europese landen. Het rapport bekijkt hoe landen verschillen in de toepassing van systemen van flexibele arbeidstijden. Het analyseert het waargenomen effect van dergelijke regelingen op bedrijfprestaties in termen van economische succes, werkgelegenheidsstabiliteit en groei. (B26134)

  • ILO; [et al.], Decent working time : new trends, new issues
    Geneve : ILO, 2006.
    Het concept ‘werktijd’ ondergaat een snelle evolutie in de geïndustrialiseerde landen. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor: dat de bezoldiging van managers steeds vaker afhankelijk wordt van de resultaten van het bedrijf; er rekening moet worden gehouden met de wensen van werknemers voor wat betreft werktijden en deeltijdarbeid; bedrijven zich qua openingstijden en productie-uren zich moeten aanpassen aan de 24-uurs economie. De publicatie analyseert hoe deze evolutie leidt tot een toenemende diversificatie, decentralisatie en individualisering in de werktijd. Er wordt ook aandacht besteed aan de spanningen die deze evolutie met zich meebrengt tussen de bedrijven en de wensen van de werknemers, met name voor wat betreft hun sociale leven en hun gezinsleven. De publicatie bevat verder bijdragen over: de Nederlandse arbeidsmarkt (arbeidsmarkt in internationaal perspectief, voorkeuren wat betreft het aantal arbeidsuren, veranderingen in arbeidstijden); de 35-urige werkweek in Frankrijk; krapte op de arbeidsmarkt in de VS; de ontwikkeling van deeltijdarbeid in Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië; De arbeidsomstandigheden van handarbeiders en kantoorpersoneel in Frankrijk; Arbeidstijden van managers in Finland; de regulering van arbeidstijden in Duitsland; Time-management in de diensteneconomie van Japan; Arbeidstijden van verplegend personeel en bankmanagers in Frankrijk, België en Spanje; Regulier in het weekend werken in Canada. (B25672)

  • NIDI; [et al.], Social situation observatory : demography monitor 2005 : demographic trends, socio-economic impacts and policy implications in the European Union
    Den Haag : NIDI, 2006
    Report, nr. 72
    De demografische monitor 2005. De monitor schetst allereerst de demografische ontwikkelingen in de Europese Unie. Daarna wordt ingegaan op onderwijs, werkgelegenheid tijdens de levensloop. Hierbij o.a. aandacht voor ontwikkelingen in arbeidsparticipatie, ontwikkelingen in vroegpensioen; arbeidsparticipatie van vrouwen van middelbare leeftijd, arbeid en zorg voor kinderen, vergrijzing van de beroepsbevolking, arbeidstijden. Voorts is een hoofdstuk gewijd aan sociale zekerheid. met hierbij aandacht voor pensioensystemen in Europa, ontwikkelingen in de pensioenleeftijd, pensioenhervormingen en de gevolgen van de vergrijzing op de gezondheidszorg. Verder wordt aandacht besteed aan patronen van tijdsbesteding gedurende de levensloop. Het slothoofdstuk is gewijd aan demografisch beleid en aan demografisch gerelateerd beleid in een aantal EU-landen. (B25278)

  • TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], Worklife in the Netherlands
    Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2006. 182 p.
    Publicatie over verschillende aspecten van arbeid. Bevat de volgende bijdragen: Employment and productivity in the Netherlands; Essentials of labour law and social security legislation; Trends and risk groups in working conditions; Work in the Netherlands and the EU compared; Gender and age differences in work and health; Working hours and overtime; VDU-work and working at home and working from home; Health, chronic disease, absenteeism and work disability; Occupational accidents. (B25089)

  • ESVLA; [et al.], Working time and work–life balance in European companies : establishment survey on working time 2004–2005
    Luxemburg : EG, 2006.
    Het rapport brengt de verscheidenheid van arbeidstijdregelingen in ondernemingen in kaart. Het rapport concentreert zich op flexibele arbeidstijden, overwerk, deeltijdarbeid, niet-standaard werktijden, ouderschapsverlof, kinderopvang, gefaseerde en vroegpensioen en het ondernemingsbeleid om te zorgen voor een balans tussen werk en privéleven. (B24988)

  • Popma, J. R.; [et al.], Arbeidstijden en arbeidsomstandigheden
    Den Haag : SDU, 2006.
    Arbeid Integraal, nr. 2006/2
    Special over arbeidstijden en arbeidsomstandigheden met de volgende bijdragen: Decentralisering van arbeidsomstandigheden; Seksuele intimidatie. Bewijs het maar!; Seksueel misbruik door kerkelijk personeel. Enkele juridische beschouwingen; Stelplicht en bewijslast bij werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW; Loondoorbetaling bij gedeeltelijke hervatting in bedongen arbeid of passende arbeid; Werknemersinspraak als dienstmaagd van het grondrecht op veilige en gezonde arbeidsomstandigheden - een internationaal en Europeesrechtelijke benadering; Een nieuwe arbeids- en rusttijdenregeling in internationaal perspectief; Wet- en regelgeving kinderarbeid: toch wel een afgewogen keuze. (B24806)

  • OSA; [et al.], De toekomst van de arbeidstijden
    Amsterdam : Dutch University Press, 2005.
    OSA-themarapport 2005 waarin diepgaande aandacht wordt besteed aan een groot aantal aspecten van arbeidstijden. Nieuwe arbeidstijdpatronen vormen een weerslag van veranderende ideeën en behoeften van werknemers, consumenten, werkgevers en van de overheid. Ze roepen ook vele vragen op. Wat zijn de voor- en nadelen van meer flexibele arbeidstijden, wat zijn de grenzen voor werknemers en werkgevers van nieuwe arbeidstijden, hoe reageren arbeidsorganisaties op minder rigide arbeidstijden, wie zijn de winnaars, wie de verliezers, kan de overheid de zorg voor arbeidstijden aan werkgevers en werknemers overlaten? Het boek probeert een antwoord probeert te geven op deze vragen. Een keur van experts laten hun licht schijnen over de toekomst van de arbeidstijden in Nederland, elk vanuit hun eigen discipline en achtergrond. Bevat de volgende bijdragen: Een geordend bestaan: tijdsordening in de 20ste en de 21ste eeuw; Over de slinger van de klok: de regulering van arbeidstijden in historisch perspectief; Arbeidsduur: wensen en realisaties; Flexibilisering van arbeidstijd en arbeidsduur: dilema's van sturing en regulering; De gevolgen van langere werkdagen voor werknemers; Arbeidstijden vanuit huishoudperspectief; Arbeidstijden: Nederland in Europees perspectief; Arbeidstijden van de Toekomst: resultaten van het OSA Toekomst van de Arbeid Survey; Arbeidstijden: werk voor de toekomst. (B24742)

  • ESVLA; [et al.], Working time options over the life course : changing social security structures
    Dublin : ESVLA, 2005.
    Onderzoek naar de keuze die werknemers moeten maken gedurende hun levensloop met betrekking tot tijdsbesteding aan arbeid, het maken van een carrière, gezinsleven, zorg, scholing in relatie tot de beschikbare sociale zekerheidsvoorzieningen. De studie richt zich op zes Europese landen - Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. (B24643)

  • Rijswijk, K. van, It's about time. Part-time, flextime, and a healthy work-home balance : proefschrift Universiteit van Tilburg
    Maastricht : Datawyse, 2005. 185 p.
    Onderzocht wordt of parttime werk en flexibele werktijden bijdragen aan een gezonde werk-thuisbalans Uit het onderzoek blijkt dat parttime werkende vrouwen hun werk minder 'mee naar huis nemen' dan fulltime werkende vrouwen. Echter, deze parttimers zijn op hun werk weer meer bezig met thuis wat tot spanningen leidt. Ook flexibele arbeidstijden dragen bij aan een juiste balans maar houden tegelijkertijd het gevaar in dat de grens tussen privé en werk vervaagt. Van Rijswijk stelt dat parttime werk en flexibele werktijden waarschijnlijk alleen effectief zijn als de werktijden aansluiten bij de wensen en behoeften van de betreffende werknemers. (B24603)

  • ILO; McCann, D., Working time laws : a global perspective : findings from the ILO's conditions of work and employment database
    Geneve : ILO, 2005.
    Internationale vergelijking van de arbeidstijden in meer dan 100 landen. Met onder meer gegevens over de gebruikelijke en de maximale arbeidsduur per week en per dag, het maximum aantal uren overwerk, compensatie voor overwerk, minimale rustperiode per dag, minimum aan pauze, aantal vakantiedagen en aantal vrije dagen vanwege feestdagen. De gegevens zijn afkomstig uit de ILO Conditions of Work and Employment Database. (B24562)

  • Baaijens, Ch, Arbeidstijden : tussen wens en werkelijkheid : proefschrift Universiteit Utrecht
    Z.P. : Ch. Baaijens, 2005.
    De groeiende diversiteit in leefstijlen en levenslopen brengt met zich mee dat werknemers steeds behendiger moeten zijn om in de verschillende levensfasen betaalde arbeid en andere belangrijke activiteiten te combineren. Arbeidstijden spelen hierbij een sleutelrol. Het aantal uren dat men werkt is lang niet altijd gelijk aan het aantal uren dat men zou willen werken: ongeveer een kwart van de werknemers in Nederland wil de wekelijkse arbeidsduur aanpassen. Werknemers willen vooral minder uren gaan werken. Het percentage dat de wens om meer of minder uren te werken daadwerkelijk omzet in een aanpassing van de arbeidsduur is echter laag en verschilt bovendien sterk tussen mannen en vrouwen. Vrouwen lijken hun arbeidsduur sneller aan te passen aan de levensfase - het hebben of krijgen van een partner en/of kinderen - waarin zij zich bevinden, terwijl urenpatroon van mannen veel stabieler is. Aanvullend onderzoek laat zien dat bij mannen de kans op een deeltijdaanstelling vooral groot is onder hoger opgeleiden, werknemers met jonge kinderen en werknemers die werken binnen 'deeltijdvriendelijke' organisaties. In het onderzoek is ook gekeken naar de overeengekomen en de gewenste spreiding van de arbeidsuren over de week. Hieruit blijkt dat de meeste werknemers (nog steeds) een duidelijke voorkeur hebben voor het doordeweekse dagvenster, waarbij de vrijdag en, zij het in mindere mate, de woensdag een aparte positie innemen. Verder komt naar voren dat deeltijders - voor zover zij een kortere werkdag hebben - liever op 'traditionele' tijden willen beginnen en eerder willen eindigen dan omgekeerd. Daaruit concludeert Baaijens dat de groei van de 24-uurseconomie niet op initiatief van werknemers tot stand zal komen. (B24471)

  • CPB; SCP; [et al.], Europese tijden : de publieke opinie over Europa en arbeidstijden, vergeleken en verklaard
    [Den Haag] : [SDU], 2005.
    Europese verkenning, nr. 3
    Hoe denkt men over de Europese integratie en hoe zien de arbeidstijden in Europa er uit. In deel A over de publieke opinie over Europa wordt dit jaar vooral aandacht besteed aan de referenda over de grondwet en de opvattingen van Nederlanders over Europa in de eerste maanden van 2005. In deel B wordt uitgebreid ingegaan op de tijdsbesteding van Europeanen en Amerikanen gedurende hun arbeidzame leven en op de wenselijkheid en mogelijkheden om de arbeidstijd te verlengen. Verder wordt geanalyseerd wat de invloed is van belastingen en ouderschapsverlof op het aantal gewerkte uren. Een verandering van het aantal gewerkte uren heeft ook effecten op bijvoorbeeld werkgelegenheid en productiviteit. Het laatste hoofdstuk schetst dit perspectief en gaat in op de mogelijkheden van een gemeenschappelijk Europees beleid op dit gebied. (B24106)

  • SEO; Berkhout, P.; [et al], Terug naar meer? : langere werkweek in de collectieve sector
    Amsterdam : SEO, 2005.
    SEO-rapport, nr. 790
    Door de vergrijzing in Nederland ontstaat in de toekomst mogelijk een tekort aan personeel, naar verwachting met name in het onderwijs en de zorg. Verlenging van de werkweek kan een middel zijn om bestaande en te verwachten arbeidsmarktknelpunten te beperken. In hoeverre een verlenging effect sorteert hangt mede af van individuele verschillen in de afweging van werk versus vrije tijd. Met behulp van een vignettenanalyse is dit onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat bij verlenging van de werkweek een aantal voltijd-werknemers in de collectieve sector bereid is meer uren te gaan werken, maar dat aantal is niet groter dan één op de drie voltijders. Een flankerende maatregel zoals verhoging van het bruto uurloon of verlaging van de belastingpercentages sorteert daarbij nauwelijks of een relatief klein extra effect. Invoering van een vlaktaks is als flankerende maatregel het meest effectief. (B23836)

  • Drongelen, J. van, Teksten Arbeidstijdenwet : editie 2005
    Den Haag : Koninklijke Vermande, 2004.
    De publicatie Teksten Arbeidstijdenwet bevat de Arbeidstijdenwet, het Arbeidstijdenbesluit en het Arbeidstijdenbesluit vervoer. (B23400)

  • ILO; [et al.], Working time and worker's preferences in industrialized countries : finding the balance
    Abingdon : Routledge, 2004.
    Routledge studies in the modern world economy, nr. 50
    De publicatie bespreekt de leemtes die er bestaan tussen het aantal uren dat mensen werken en het aantal uren dat mensen daadwerkelijk willen werken. Bepaalde groepen werken veel uren, maar geven er de voorkeur aan minder uren te werken. Aan de andere kant is er een omvangrijke groep, die veel minder uren werkt dan ze eigenlijk zou willen. De publicatie bevat studies over Arbeidstijden in Australië, de Europese Unie (EU), Japan, Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten (VS). (B23253)

  • Min. SZW; Hugo Sinzheimer Inst.; UVA; [et al.], Regels voor arbeids- en rusttijden in negen Europese landen
    Doetinchem : Reed Business Information, 2004.
    Op verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft het Hugo Sinzheimer Instituut de normering van arbeids- en rusttijden in negen Europese landen geïnventariseerd. In dit rapport wordt de systematiek van de normering en van de handhaving in die landen beknopt beschreven en worden de inhoudelijke normen vergeleken. Mede aan de hand van rapporten van internationale experts zijn de stelsels onderzocht van België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Oostenrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. (B23123)

  • Drongelen, H. van; Vos, P., Arbeidstijden info 2004
    Doetinchem : Reed business Information, 2004.
    Jaarlijkse uitgave met de belangrijkste feiten, cijfers en veranderingen in wetgeving m.b.t. arbeidstijden. (B22824)

  • Min. SZW; [et al.], Zeggenschap en gezag : een onderzoek naar de balans in arbeidsverhoudingen rond arbeidstijden
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Werkdocumenten, nr. 313
    Doel van dit onderzoek is de elementen in kaart te brengen die de balans tussen de zeggenschap van werknemers en het gezag van werkgevers bepalen, met name op het gebied van beslissingen over arbeidstijd. In het onderzoek worden drie aspecten van arbeidstijd meegenomen: arbeidsduur, verlof / vakantie, en werktijden. Het rapport start met een analyse van de afwegingen van werknemers bij een eventuele aanpassing van arbeidstijden en van de afwegingen van werkgevers om de gevraagde aanpassing al dan niet toe te staan. Vervolgens worden de elementen die de zeggenschapbalans tussen de werkgever en werknemer bepalen in kaart gebracht. Tevens worden de ontwikkelingen geïnventariseerd die invloed hebben op de elementen in de balans. (B22758)

  • Arbeidsinspectie; [et al.], Wet aanpassing arbeidsduur : een onderzoek naar in CAO’s vastgelegde afspraken om de arbeidsduur te verminderen of te vermeerderen
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2003.
    Op 1 juli 2000 is de Wet aanpassing arbeidsduur (Waa) in werking getreden. In de Waa is vastgelegd dat werknemers, onder bepaalde voorwaarden, het recht hebben om de arbeidsduur te verminderen of te vermeerderen. De werknemer dient hiervoor een verzoek in bij de werkgever. De werkgever kan slechts onder verwijzing naar zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van het verzoek afwijken. Ten aanzien van vermeerdering van de arbeidsduur biedt de wet de mogelijkheid om afwijkende bepalingen in de CAO op te nemen. Dit onderzoek gaat na of en hoe CAO-partijen gebruik maken van deze mogelijkheid om in CAO’s zelf een nadere invulling aan deze wet te geven. (B22610)

  • Zondag, W. A., Wet Bussemaker/Van Dijke: zeggenschap over arbeidstijden
    Deventer : Kluwer, 2003.
    Actualiteiten sociaal recht, nr. 15
    Met deze wet wordt de zeggenschap over arbeidstijden voor de individuele werknemer vergroot. Deze wet voorziet enerzijds in een bepaling op grond waarvan de individuele werknemer een sterkere rechtspositie krijgt ten aanzien van het weigeren van zondagsarbeid en anderzijds in een bepaling die de zeggenschap van de werknemer over arbeidstijden in relatie tot zorgtaken en andere maatschappelijke verantwoordelijkheden moet vergroten. Dit boek gaat na welke gevolgen deze wet heeft voor de rechtspositie van de werknemer die zijn werktijden c.q. werkdagen (voor wat betreft de zondag) beter wil laten aansluiten op maatschappelijke of sociale activiteiten. (B22028)

  • Min. SZW; [et al.], Arbeidstijdenwet, Arbeidstijdenbesluit, Arbeidstijdenbesluit vervoer, Overige regelgeving
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 268
    Dit werkdocument bevat naast de integrale teksten van de Arbeidstijdenwet, het Arbeidstijdenbesluit en het Arbeidstijdenbesluit vervoer, de teksten van de verschillende lagere regelingen en beleidsregels. (B21488)

  • Min. SZW, Europese richtlijnen en de Arbeidstijdenwet : deel I : tekstuitgave
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 253
    Deel 1 bevat de teksten van de Europese richtlijnen die van betekenis zijn voor de Arbeidstijdenwet. Als een richtlijn is gewijzigd dan is niet alleen de wijzigingsrichtlijn opgenomen maar ook een integrale tekst van de gewijzigde richtlijn. 2e herz. dr. (B21274)

  • Bos, A. E.; [et al.], Decentralisatie en de waarborgfunctie van het arbeidsrecht
    Den Haag : SDU, 2002.
    Sinzheimer cahiers, nr. 18
    Het onderwerp van deze studie vormt de spanning tussen enerzijds decentralisatie en anderzijds de 'klassieke' waarborgfunctie van het arbeidsrecht aan de hand van de casus arbeidstijden. Met behulp van een scan van het CAO-bestand van het Ministerie van SZW en bestaand onderzoek van onder meer de Arbeidsinspectie, is de omvang van de decentralisatie nader onderzocht. De waarborgfunctie van het arbeidsrecht is geoperationaliseerd door de ontwikkeling van een juridische toets. In drie sectoren (bouw, grootwinkelbedrijven en IT) zijn de ervaringen en behoeften van betrokken partijen nader geanalyseerd. In het slothoofdstuk wordt geanalyseerd in hoeverre de decentralisatie zich verhoudt tot de juridische toets. Een van de uitkomsten van het onderzoek is dat vraagtekens gezet kunnen worden bij de 'countervailing power' van medezeggenschapsorganen. (B21080)

  • Josten, E. J. C., The effects of extended workdays
    Assen : Van Gorcum, 2002. 177 p.
    In veel landen, waaronder ook Nederland wordt een werkdag van 8 uur als de norm beschouwd. Naast de 5-daagse werkweek van 8 uur per dag komen echter ook nog andere arbeidstijdregelingen voor. Eén van deze andere arbeidstijdregelingen is de gecomprimeerde werkweek. Bij deze gecomprimeerde werkweek worden minder dagen per dagen per week gewerkt, maar meer uren per dag, 4x9, of 4x10. In dit onderzoek staat de vraag centraal wat de gevolgen zijn van een gecomprimeerde werkweek voor de werknemer. Het onderzoek beperkt zich tot gecomprimeerde werkweken bij kantoorwerk, werk in de verpleging en verzorging, en industriële arbeid. Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie en een empirisch gedeelte. In de literatuurstudie worden eerder studies naar de gecomprimeerde werkweek besproken. In het empirische gedeelte van het onderzoek komen de volgende vragen aan de orde: Wat zijn de gevolgen van 9-urige werkdagen voor de vermoeidheid, gezondheid en prestaties van werknemers en voor hun tevredenheid met de werktijden en de vrije tijd?; Welke factoren beïnvloeden wat de gevolgen van 9-urige werkdagen zijn?; Gebruiken werknemers andere werkstrategieën indien ze 9-urige werkdagen hebben. (B20556)