Literatuurlijst Arbeidsomstandigheden

De B-, TA-nummers tussen haakjes aan het eind van elke titel verwijzen naar het boek- of artikelnummer in de SER-bibliotheek.
Alle aanwezige literatuur is bij de SER-bibliotheek ter inzage beschikbaar.
Alleen uitgaven van de SER en de Stichting van de Arbeid worden extern uitgeleend. Zie verder SER-bibliotheek

SER-publicaties - Boeken - Tijdschriftartikelen en brochures  - Standaardwerken


  • TNO; Min. SZW; Hooftman, W.; Zwieten, M. van; Venema, A., Evaluatie Arbowet : secundaire analyses en aanvullende analyses monitorbestanden
    Hoofddorp : TNO, 2012. 108 p.
    TNO-rapport
    In het kader van de evaluatie van de per 1 januari 2007 gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet, de wetswijziging arbodienstverlening en de evaluatie in het kader van de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 44 uit de begroting van SZW, heeft TNO twee secundaire analyses uitgevoerd op monitor bestanden. Dit rapport beschrijft de resultaten van deze analyses, en bestaat uit drie delen:
    1. Secundaire analyse van bestaande (monitor) bestanden. Deze analyses vallen binnen het kader van de raamovereenkomst voor de opdrachten met betrekking tot het evalueren van de nieuwe Arbowet en de wetswijziging Arbodienstverlening (referentienummer BV/1/2010/2431). Deze analyses bestaan uit (a) een beschrijving van de meest actuele stand op arboterrein en (b) analyses die de samenhang met de doelstellingen van de wetswijzigingen beschrijven.
    2. Aanvullende secundaire analyses van bestaande monitor bestanden. Naar aanleiding van de analyses in het eerste deel zijn bij het ministerie enkele aanvullende vragen gerezen. Het tweede deel van deze rapportage betreft de beantwoording van deze aanvullende vragen. Deze analyses zijn uitgevoerd in het kader van het Maatschappelijk Programma Arbeidsomstandigheden (MAPA).
    3. Nawoord van het ministerie van SWZ. Bij dit rapport hoort een bijlage met vijf tabellen. Gezien de beperkte omvang van de opdracht was afgesproken dat TNO hier geen duiding bij zou geven. Dit wordt in het nawoord door het ministerie zelf gedaan. (B30863)

  • Min. SZW; Zoelen, A. van, Factsheet medezeggenschap : onderdeel van de Evaluatie Arbowet 2007/ Beleidsdoorlichting artikel 44 SZW-begroting
    Den Haag : Min. SZW, 2011. 11 p.
    In deze factsheet wordt de rol van de medezeggenschap in relatie tot arbeidsomstandigheden beschreven. Aanleiding daartoe is de evaluatie van de per 2007 gewijzigde Arbowet, de evaluatie van wetswijzing arbodienstverlening van juli 2005, en de beleidsdoorlichting van het „arbobegrotingsartikel‟ (artikel 44 van de Rijksbegroting). Die evaluatie wordt in één traject aangepakt. Hiertoe wordt met onderzoek een aantal afzonderlijke rapportages over deelonderwerpen opgesteld. Voorliggend document vormt de deelrapportage over de medezeggenschap. De rapportage is besproken in de klankbordgroep die de evaluatie van de Arbowet begeleidt. In deze klankbordgroep zijn sociale partners en Boaborea vertegenwoordigd. (B30862)

  • Min. SZW; Sluijs, A. van; Staphorst, T.; Toebosch, S., Factsheet administratieve lasten : onderdeel van de Evaluatie Arbowet 2007/ Beleidsdoorlichting artikel 44 SZW-begroting
    Den Haag : Min. SZW, 2011. 8 p.
    Deze factsheet beschrijft de gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven van de herziening van de Arbowet met ingang van 1 januari 2007. Tevens is de wijziging van de Arbowet per 1 juli 2005 meegenomen evenals de overige wijzigingen van de Arboregelgeving lopend tot en met 2011. (B30861)

  • KplusV organisatieadvies; Min. SZW; Rings, L.; Hamstra, G., Deelonderzoek Toezicht door de directie Arbo van de Arbeidsinspectie
    Arnhem : KplusV, 2011. 47 p.
    Dit rapport doet verslag van het deelonderzoek 'Toezicht door de directie Arbo van de arbeidsinspectie' dat is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van de herziene Arbeidsomstandighedenwet 2007 en de wetswijziging Arbodienstverlening van 1 juli 2005, alsmede de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 44 uit de begroting van het Ministerie van SZW. Het deelonderzoek is gewijd aan het toezicht op en de handhaving van de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet zoals dit door de Arbeidsinspectie (AI) wordt uitgevoerd. Het onderzoek heeft als hoofditem het toezicht met arbocatalogi als referentiekader in samenhang met de vernieuwde werkwijze in het toezicht 'het nieuwe inspecteren'. De focus in het onderzoek ligt op het beschrijven van de activiteiten van de AI voor het toezicht op het hoofditem. De centrale vraag voor het onderzoek is: 'Hoe draagt de AI door toezicht bij aan de realisatie van de doelstellingen van de wetswijzigingen?' (B30860)

  • Research voor Beleid; Min. SZW; Kemp, S. van der; Walz, G.; Engelen, M., De herziene Arbowet in bedrijf gesteld : casestudies naar de werking van de wet in bedrijven en in sectoren
    Zoetermeer : Research voor Beleid, 2011. 71 p.
    Dit rapport betreft de resultaten van het vierde deelonderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van de Arbeidsomstandighedenwet 2007 en de beleidsdoorlichting van het arbeidsomstandighedenbeleid. De evaluatie heeft ook betrekking op de wetswijziging Arbodienstverlening 2005. Dit deelonderzoek heeft als onderwerp de werking van de wet in de sectoren en bedrijven in Nederland. In het onderzoek zijn werkgevers en werknemers in bedrijven en op sectoraal niveau bevraagd over hun kennis, gedrag, ervaringen en opvattingen over de Arbowet en de wetswijziging Arbodienstverlening. Daarbij was het doel meer inzicht te krijgen in de wijze waarop de kernelementen van de wet (meer maatwerk, meer ruimte voor invulling en terugdringen van regels en lasten) hebben gewerkt. (B30859)

  • KplusV organisatieadvies; Min. SZW; Ringe, L.; Trommel, R.; Heerink, M.;, Deel 1. Eindrapport deelonderzoek signalering van grenswaarden Deel 2. Eindrapport deelonderzoek bevraging arbodienstverleners wetswijzigingen Arbeidsomstandighedenwet 2005 en 2007
    Arnhem : KplusV, 2011. 35 p.
    Dit rapport doet verslag van het deelonderzoek 'Grenswaarden' dat is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van de herziene Arbeidsomstandighedenwet 2007 en de wetswijziging Arbodienstverlening van 1 juli 2005 alsmede de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 44 uit de begroting van het Ministerie van SZW. Het deelonderzoek is gewijd aan het systematisch en programmatisch signaleren en vaststellen van grenswaarden, in de motie Koopmans /Stuurman1 aan de minister verzocht en zoals dit door het ministerie is uitgewerkt bij de herziene Arbeidsomstandighedenwet. Het onderzoek is bedoeld om (beter) inzicht te krijgen in de uitvoering van de motie Koopmans / Stuurman. Het onderzoek is bedoeld om de feiten op een rij te zetten ten aanzien van deze uitvoering en doet geen uitspraken over grenswaarden.
    Deel 2 van het rapport betreft het eindrapport deelonderzoek bevraging arbodienstverleners wetswijzigingen Arbeidsomstandighedenwet 2005 en 2007. De doelstelling voor het onderzoek naar het deelaspect 'bevraging arbodienstverleners' is: 'Het in kaart brengen in hoeverre de gestelde doelen met de wetswijziging dichterbij zijn gekomen in het perspectief van de arbodienstverleners zelf.' De hoofdvragen van het ministerie voor het onderzoek luiden:
    Hoe omschrijven arbodienstverleners en arbo-deskundigen de actuele stand van zaken op de markt voor arbodienstverlening, mede in vergelijking met eerdere jaren, voor zover mogelijk ook vóór de wetswijziging (de vraag naar output)?; Hoe omschrijven de arbodienstverleners hun eigen bijdrage, c.q. die van anderen aan de ontwikkelingen (de vraag naar het 'proces')?; Welke ontwikkelingen zetten zich naar verwachting door, wat voor nieuwe lijnen zijn er in de toekomst te verwachten? (B30858)

  • Research voor Beleid; Min. SZW; Walz, G.; Ruig, L. de, Arbostelsels en -outcome in Europees perspectief : quickscan naar arbostelsels in vier landen : eindrapport
    Zoetermeer : Research voor Beleid, 2011. 73 p.
    Dit deelonderzoek bevat de resultaten van een quickscan naar arbostelsels in vier Europese landen
    dat is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van de wijzigingen in de Arbeidsomstandighedenwet
    in 2005 en 2007 en de beleidsdoorlichting van het arbeidsomstandighedenbeleid. Deze quickscan heeft als onderwerp de Europese dimensie van de arbowetgeving. Op basis van statistische gegevens en expertinterviews in Nederland, Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk is onderzocht welke overeenkomsten en verschillen er bestaan tussen het Nederlandse arbostelsel en de stelsels in vergelijkbare landen. Hierbij stond de samenhang tussen arbostelsel en arbo-outcome centraal. (B30857)

  • TNO Kwaliteit van Leven; Min. SZW; Vliet, A. van; Venema, A.; Laak, J. ter; Vroome, E. de; Kwantes, J. H., Evaluatie Arbowet : deelproject C arbocatalogi : eindrapportage
    Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2011. 85 p.
    TNO-rapport, nr. 031.20847/01.01
    TNO heeft in het kader van de Evaluatie van de Arbowet het deelonderzoek arbocatalogi uitgevoerd. Het doel van dit deelonderzoek drie was inzicht te krijgen in de feitelijke stand van zaken rondom de arbocatalogus tot nu toe en het proces van toetsing en subsidiëring. Het deelonderzoek bestond uit een beschrijvend onderzoek naar de toetsing van arbocatalogi door de Arbeidsinspectie en de uitvoering van de subsidieregeling ‘Stimulering totstandkoming van arbocatalogi’ en een kwantitatief onderzoek naar de ontwikkelde arbocatalogi in de verschillende sectoren in de periode 1 januari 2007 tot en met 1 oktober 2010. In dit deelonderzoek blijft de besluitvorming van sectorale sociale partners om al dan niet te komen tot een arbocatalogus, en de wijze waarop een catalogus vervolgens tot stand komt, buiten beschouwing. (B30856)

  • Bureau KLB; Min. SZW; Rings, L.; ; Brand, R. van den; Le Blansch, K.; Verhaar, S., Evaluatieonderzoek flankerend beleid : wetswijziging Arbeidsomstandighedenwet 2007
    Arnhem : Bureau KLB, 2011. 64 p.
    Dit rapport doet verslag van het tweede deelonderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van de herziene Arbeidsomstandighedenwet 2007 en de wetswijziging Arbodienstverlening van 1 juli 2005 alsmede de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 44 uit de begroting van het Ministerie van SZW. Het tweede deelonderzoek is gewijd aan het flankerend beleid zoals dit door het ministerie is gevoerd bij de herziene Arbeidsomstandighedenwet. Het onderzoek bestrijkt globaal de periode van 2005 tot en met december 2010. Flankerend beleid is een verzamelnaam voor meerdere instrumenten die het ministerie van SZW inzet om beleidsdoelen te bereiken naast het regulerende instrument, de wetgeving. In de Memorie van Toelichting van de herziene Arbeidsomstandighedenwet is in paragraaf 8 het flankerend beleid globaal benoemd. De uitgevoerde activiteiten of de instrumenten binnen het flankerend beleid van de hernieuwde Arbeidsomstandighedenwet zijn:
    1. de voorlichtingscampagne;
    2. het project Arboportaal;
    3. de monitoring;
    4. het project Arbocatalogus van de Stichting van de Arbeid (STvdA);
    5. het project Veilig werken met chemische stoffen.
    De hoofdvragen van het ministerie van SZW voor het onderzoek van ieder van deze instrumenten luidden:
    Wat was de opzet van het beleidsinstrument?;
    Wat waren de doelstellingen? Vanuit welke overwegingen is dit voorbereid, voor welke doelgroepen? Hoe is het instrument uitgevoerd? Welke middelen en budgetten zijn ingezet?;
    Wat is het resultaat? Is het instrument geëvalueerd? Wat is er bekend over bereik, over effect? (B30855)

  • Research voor Beleid; Min. SZW; Coenen, L.; Ruig, L. de; Engelen, M., Reconstructie beleidstheorie Arbeidsomstandighedenwet : eindrapport
    Zoetermeer : Research voor Beleid, 2010. 53 p.
    Dit rapport betreft het eerste deelonderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van de Arbeidsomstandighedenwet 2007 en de beleidsdoorlichting van het arbeidsomstandighedenbeleid. De evaluatie heeft ook betrekking op de wetswijziging Arbodienstverlening 2005. De volgende vraag staat centraal: Welke uitgangspunten en veronderstellingen liggen ten grondslag aan het arbeidsomstandighedenbeleid in het algemeen en de wetswijzigingen die hebben geleid tot de huidige Arbeidsomstandighedenwet in het bijzonder? het rapport bespreekt de ontwikkeling van de beleidstheorie die ten grondslag ligt aan de wijziging Arbodienstverlening in chronologische volgorde. Na een korte beschrijving van de geschiedenis van de regeling Arbodienstverlening, start de reconstructie
    van de beleidstheorie met het beschrijven van de probleemanalyse die men destijds heeft gemaakt. Vervolgens bespreekt het rapport achtereenvolgens de adviesaanvraag aan de SER over Arbodienstverlening, het SER advies, de reactie van het kabinet op het SER advies en de reactie van de Raad van State en de Staten Generaal op het voorstel van het kabinet. Een volgend hoofdstuk behandelt op dezelfde wijze de wijziging Arbeidsomstandighedenwet 1998 (2007). (B30854)

  • Research voor Beleid; Min. SZW; Walz, G. P.; Engelen, M.; Trommel, W., Verantwoordelijk werken : evaluatie Arbowet en beleidsdoorlichting arbobegrotingsartikel
    Zoetermeer : Research voor Beleid, 2012. 65 p.
    De arbeidsomstandighedenwet- en regelgeving is gewijzigd in 2005 en 2007. De gewijzigde Arbowet schrijft een evaluatie voor die uiterlijk eind 2011 aan het parlement wordt aangeboden. Conform een toezegging aan de Kamer wordt daarbij ook de wetswijziging van 2005 betrokken, en wordt meteen ook een zogenaamde beleidsdoorlichting van het arbo-begrotingsartikel 44 uitgevoerd.
    Het rapport loopt in grote lijnen de verschillende fases van de beleidsdoorlichting langs. Zo wordt gereconstrueerd op welke wijze de wetswijzigingen en het huidige stelsel tot stand zijn gekomen. Vervolgens worden de implementatie en uitvoering van de wetswijzigingen beschreven. Voorts richt het rapport zich op de doorwerking van centrale en sectorale inspanningen op het arbobeleid van arbeidsorganisaties en – vervolgens – op de werkvloer. Hoe gaan werkgevers en werknemers om met de vernieuwde situatie op het gebied van arbeidsomstandigheden en wat voor arbeidsomstandigheden levert dit op voor werknemers? De bestuurlijke en de beleidsinhoudelijke aspecten worden hierbij uit elkaar getrokken. Het laatste hoofdstuk beschrijft de overkoepelende betekenis van de resultaten van de evaluatie voor de huidige inrichting en inhoud van het arbobeleid. De aspecten beleid en bestuur worden bij elkaar gebracht om te kijken in welke mate zij in elkaar grijpen. (B30809)

  • Regioplan; Min. SZW; Kruis, G. E.; Rij, C. van; Saalbrink, S., Veranderende arbeidstijden? : evaluatie van de Arbeidstijdenwet 2007 : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan, 2011. 122 p.
    Regioplan publicatienr. 2118
    In opdracht van en in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Regioplan onderzoek gedaan naar de wijziging van de Arbeidstijdenwet (ATW) van 2007. De volgende onderzoeksvraag stond daarbij centraal: Wat zijn de veranderingen als gevolg van de gewijzigde ATW:
    (1) op het gebied van afspraken over arbeids- en rusttijden op cao-, bedrijfs- en individueel niveau en
    (2) op het gebied van arbeidspatronen en
    (3) waar dat toe heeft geleid?
    Het onderzoek is opgedeeld in een cao-onderzoek en een bedrijvenonderzoek. (B30807)

  • Saleh, F. M. A., Arbo in bedrijf 2010 : een onderzoek naar de naleving van arbo-verplichtingen, blootstelling aan arbeidsrisico's en genomen maatregelen in 2010
    Den Haag : Min. SZW, 2011. 218 p.
    Arbo in bedrijf is een monitoronderzoek dat sinds 1998 jaarlijks door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt gepubliceerd. In Arbo in bedrijf 2010 staan de nationale kerncijfers over de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet) door bedrijven en een overzicht van de arbeidsomstandigheden die betrekking hebben op veilig en gezond werken. Het rapport gaat in op het algemene arbobeleid bij bedrijven. Hieronder vallen wettelijke verplichtingen waaraan alle bedrijven met ten minste één werknemer zich moeten houden. Deze verplichtingen gelden als vertrekpunt voor goed arbobeleid. Dit gedeelte fungeert daarom als indicator voor de mate van naleving van de Arbowet door de bedrijven. Vervolgens worden acht specifieke arbeidsrisico’s besproken. Tot slot wordt aandacht besteed aan het beleid voor twee specifieke groepen werknemers, te weten zwangere werknemers en werknemers die 55 jaar en ouder zijn. (B30699)
     
  • TNO; Min. SZW; Hooftman, W. [et al.], Arbobalans 2011 : kwaliteit van de arbeid, effecten en maatregelen in Nederland
    [Hoofddorp] : TNO, 2012. 191 p.
    De Arbobalans 2011 beschrijft de verschillende aspecten van arbeidsomstandigheden, de gevolgen hiervan en het beleid dat bedrijven hierop voeren. De Arbobalans 2011 bestaat uit een kerncijfer hoofdstuk waarin de kwaliteit van de arbeid, de effecten en maatregelen worden beschreven en een aantal thema hoofdstukken: Arbeidsongevallen, Gevaarlijke stoffen, Duurzame inzetbaarheid, en het Europese perspectief. (B30720)
     
  • Tien organisatieadvies; Min. SZW, Onderzoek naar Zelfregulering op het terrein van arbeidsomstandigheden
    Oosterbeek : Tien organisatieadvies, 2011. 122 p.
    Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Tien organisatieadvies verzocht om een onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor zelfregulering op het terrein van arbeidsomstandigheden. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verschaffen in de mogelijkheden voor zelfregulering op dit terrein die bijdragen aan: De verantwoordelijkheid die werkgevers en werknemers zelf nemen voor het creëren van verantwoorde arbeidsomstandigheden; Vermindering van de administratieve lasten voor bedrijven en burgers veroorzaakt door de overheid; Een toezichtvermindering door de overheid. (B30721)
     
  • Saleh, F. M. A., Arbo in bedrijf 2010 : een onderzoek naar de naleving van arbo-verplichtingen, blootstelling aan arbeidsrisico's en genomen maatregelen in 2010
    Den Haag : Min. SZW, 2011. 218 p.
    Arbo in bedrijf is een monitoronderzoek dat sinds 1998 jaarlijks door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt gepubliceerd. In Arbo in bedrijf 2010 staan de nationale kerncijfers over de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet (de Arbowet) door bedrijven en een overzicht van de arbeidsomstandigheden die betrekking hebben op veilig en gezond werken. Het rapport gaat in op het algemene arbobeleid bij bedrijven. Hieronder vallen wettelijke verplichtingen waaraan alle bedrijven met ten minste één werknemer zich moeten houden. Deze verplichtingen gelden als vertrekpunt voor goed arbobeleid. Dit gedeelte fungeert daarom als indicator voor de mate van naleving van de Arbowet door de bedrijven. Vervolgens worden acht specifieke arbeidsrisico’s besproken. Tot slot wordt aandacht besteed aan het beleid voor twee specifieke groepen werknemers, te weten zwangere werknemers en werknemers die 55 jaar en ouder zijn. (B30699)
     
  • Ned. Centrum voor Beroepsziekten; Lenderink, A., Het melden van beroepsziekten: weten, willen, kunnen en mogen
    Amsterdam : NCvB, 2012. 26 p.
    Om inzicht te krijgen in de factoren die het melden van beroepsziekten beïnvloeden in een sterk veranderende omgeving zijn de meldingsgegevens van de afgelopen tien jaar geanalyseerd. Ook is met een vragenlijstonderzoek onder bedrijfsartsen onderzocht hoe veranderingen in de omgeving het melden beïnvloeden. Tussen 2000 en 2010 is het aantal gemelde beroepsziekten min of meer stabiel dankzij het sterk toegenomen aantal meldingen vanuit de bouw. Daarbuiten neemt het aantal meldingen en het aantal meldende bedrijfsartsen gestaag af. De online vragenlijst is geheel of gedeeltelijk ingevuld door 562 van 1773 (32%) aangeschreven bedrijfsartsen. De uitkomsten doen vermoeden dat er nu meer barrières zijn dan tien jaar geleden voor een werkende om een mogelijk werkgerelateerd gezondheidsprobleem voor te leggen aan een bedrijfsarts. (B30656)
     
  • Health and Safety Executive, EH40/2005 Workplace exposure limits : containing the list of workplace exposure limits for use with the control of substances hazardous to health regulations (as amended)
    [Bootle] : HSE, 2011. 74 p.
    Inhoud:
    Foreword; Introduction; List of workplace exposure limits (WELs); Table 1: List of approved workplace exposure limits (as consolidated with amendments, December 2011); Supplementary information for Table 1; Applying occupational exposure limits; Calculation methods; Monitoring exposure; Mixed exposures; Table 2: Biological monitoring guidance values (BMGVs); List of synonyms; References; Further information.
    2nd ed. (B30615)
     
  • Inspectie SZW; Min. SZW; Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; Min. EL&I; Inspectie Leefomgeving en Transport; Min. I&M, Handreiking REACH en Arbo : REACH-informatie ten behoeve van het Arbobeleid in bedrijven
    Den Haag : Inspectie SZW, 2011. 27 p.
    Deze handreiking is opgesteld om werkgevers te helpen bij het bepalen van hun arbobeleid met betrekking tot stoffen die onder REACH vallen. Een overzicht van vragen en antwoorden behandelt de relatie tussen REACH en arbeidsomstandigheden. De handreiking is gebaseerd op het document "Bekanntmachung 409: Nutzung der REACH-Informationen für den Arbeitsschutz" dat in januari 2010 door de Duitse ‘Bundesanstalt für Arbeitsschutz und Arbeitsmedizin’ (BAuA) naar buiten is gebracht. Dat document is door de Inspectie SZW en de afdeling Gezond en Veilig Werken van het Ministerie van SZW vertaald en aangepast aan de Nederlandse situatie. (B30586)
     
  • ESVLA; Sweeney, B.; Curtarelli, M.; Broughton, A.; Aumayr, Ch.; Vargas, O.; Cabrita, J., Industrial relations and working conditions developments in Europe 2010
    Luxemburg : EU, 2011. 81 p.
    Met een bijzondere aandacht voor de crisis en de reacties daarop, belicht dit jaaroverzicht de ontwikkelingen in de arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen in de EU-lidstaten en Noorwegen in 2010, zowel op nationaal als EU-niveau. Op nationaal niveau wordt in het verslag ingegaan op collectieve arbeidsovereenkomsten (loon en arbeidstijden) en wordt gekeken naar activiteiten van sociale partners en vakbondsacties. Ook wordt ingegaan op bedrijfshervormingen, de impact van de crisis en de benadering van pensioenhervormingen in het licht van de demografische veranderingen. Op Europees niveau is een overzicht opgenomen van de voornaamste gebeurtenissen en ontwikkelingen in werkgelegenheid, wetgeving en beleid (op gebieden als vaderschapsverlof / zwangerschapsverlof en arbeidstijden), alsmede in de Europese sociale dialoog op intersectoraal, sectoraal en bedrijfsniveau. Het laatste hoofdstuk richt zich op opleidingsinitiatieven geleverd of ondersteund door bedrijven voor hun werknemers tijdens de recessie. (B30557)
     
  • Hulst, D., Het betere werken! : de basis voor plezierig, slim en resultaatgericht werken, ook voor nieuwe werkers
    Houten : Spectrum, 2011. 160 p.
    Wil je orde aanbrengen in je werk? Stress, chaos, te veel informatie en e-mail? Worstel je met je tijd, taken en deadlines? Ga je ook clean desk-werken of de overstap maken naar een vorm van Het Nieuwe Werken? Ga nu aan de slag met Het Betere Werken! Want het kan: werken vanuit rust en overzicht en resultaat boeken! (B30536)
     
  • TNO; Bakhuys Roozeboom, M. [et al.], Monitor arbeidsongevallen in Nederland 2009
    Hoofddorp : TNO, 2011. 101 p.
    De monitor bevat gegevens over arbeidsongevallen in Nederland in 2009. Het gaat hierbij om arbeidsongevallen die leiden tot letsel en verzuim, tot behandeling op de spoedeisende hulp (SEH) van een ziekenhuis, tot ziekenhuisopname na behandeling op een SEH en arbeidsongevallen met een dodelijke afloop. De cijfers betreffen een schatting op basis van gegevens uit verschillende bronnen. In Nederland hadden in 2009 naar schatting 218.000 werknemers te maken met een arbeidsongeval met lichamelijk en/of geestelijk letsel met minimaal één dag verzuim. (B30506)
     
  • Bruinsma, G. [et al.], Duurzaam inzetbaar en gezond werken
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2011. 84 p.
    OR strategie en beleid, optiek 15
    Bevat de volgende bijdragen:
    Duurzame inzetbaarheid en gezondheidsmanagement, een terreinverkenning; Werken aan fysiek en mentaal vermogen en de rol van de OR; Werkvermogen en de Work Ability Index; Duurzame inzetbaarheid en HR-instrumenten; Goede gezondheid en werkvermogen belangrijk voor duurzame inzetbaarheid; Van ontziebeleid naar duurzame inzetbaarheid; Duurzame inzetbaarheid en voorstellen voor aangepaste ploegenarbeid. (B30509)
     
  • Europese Cie, Occupational health and safety risks in the healthcare sector
    Luxemburg : EU, 2011. 275 p.
    Deze gids presenteert technische en wetenschappelijke kennis over de preventie van de belangrijkste risico's in de gezondheidszorg, in het bijzonder biologische, spier-, psychosociale en chemische risico's, en ondersteunt de uitvoering van de relevante EU-richtlijnen die van kracht zijn. Praktische instrumenten om werkgevers te ondersteunen bij het identificeren van de risico's voor de gezondheid en veiligheid van hun werknemers en de uitvoering van preventieve maatregelen in hun gezondheidszorg faciliteiten worden beschreven en verduidelijkt. (B30309)
     
  • TNO; Klein Hesselink, J.; Kraan, K.; Oeij, P.; Vroome, E. de; Zwieten, M. van; Goudswaard, A., Arbeidsbeleid in Nederlandse bedrijven en instellingen : WEA 2010
    Hoofddorp : TNO, 2011. 36 p.
    De Werkgevers Enquête Arbeid (WEA) volgt het arbeidsbeleid van Nederlandse bedrijven en instellingen. Deze brochure belicht tien thema's uit het gehele onderzoek. Daarnaast wordt ingegaan op het onderzoek zelf, op de responsverdeling naar bedrijfstak en worden de antwoorden op alle vragen uit de enquête gepresenteerd in tabelvorm, uitgesplitst naar grootteklasse, profit/non-profit en 12 bedrijfstakken. De tien highlights uit de WEA: 1. Arbeidsrisico's; 2. Nieuwe arbo- en verzuimmaatregelen;
    3. Arbo- en verzuimbeleid; 4. Institutionele arbeidsverhoudingen; 5. Doorwerken tot 65 jaar en daarna; 6. Participatiemaatregelen voor ouderen en arbeidsongeschikten; 7. Maatwerk in de arbeidsrelatie; 8. Competent personeel; 9. Aannemen van personeel uit kwetsbare groepen; 10. Sociale innovatie en organisatieprestatie. (B30271
     
  • ESVLA; Giaccone, M., Annual review of working conditions 2009-2010
    Luxemburg : EU, 2011. 53 p.
    Zevende jaarlijks overzicht met de voornaamste wettelijke en politieke ontwikkelingen op EU-niveau op het gebied van arbeidsomstandigheden en de kwaliteit van de arbeid en werkgelegenheid in de periode 2009-2010. Aandacht voor arbeidsmarktontwikkelingen, demografische veranderingen, sociale zekerheid, flexibiliteit, arbeidsomstandigheden en gelijke behandeling. (B30264)
     
  • Arbeidsinspectie; Min. SZW, Vakantiewerk en bijbanen in 2010 : resultaten 2010 programma kinderen en jeugdigen
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2011. 2 p.
    Werkgevers gaan vaak slordig om met de regels voor werk- en rusttijden bij vakantiewerk door kinderen en jongeren. Wel zijn de werkomstandigheden voor deze groep tijdens hun vakantie- en bijbaantjes meestal in orde. Dat blijkt uit ruim 700 controles vorig jaar van de Arbeidsinspectie in onder meer de horeca, supermarkten en de land- en tuinbouw. Factsheet met de tussenstand van het programma. (B30027)
     
  • Zwetsloot, G.I.J.M.; Dijkman, A.J., Werken aan veiligheids- en gezondheidscultuur
    Den Haag : Sdu, 2010. 67 p.
    Arbo-Informatieblad, nr. 56
    Centraal staat de veiligheids- of de gezondheidscultuur in organisaties centraal. Daarnaast komen aan de orde: verzuimcultuur, het nut van een verzuimbeleid, ongewenst gedrag (zoals pesten, agressie, intimidatie, etc.), algemene organisatiecultuur en mogelijke cultuurverandering in relatie tot veilig en gezond werken. Ook zijn er praktische richtlijnen en tips om in de eigen organisatie toe te passen en te bekijken óf en op welke manier men aandacht kan en wil besteden aan de organisatiecultuur in relatie tot veilig en gezond werken. (B29711)
     
  • Structurele Evaluatie Milieuwetgeving; ; Min. VROM; Min. SZW; Min. VWS; Vogelezang-Stoute, E. M. [et al.]
    Regulering van onzekere risico's van nanomaterialen : mogelijkheden en knelpunten in de regelgeving op het gebied van milieu, consumentenbescherming en arbeidsomstandigheden
    Arnhem : STEM, 2010. 362 p.
    STEM publicatie 2010/5
    Dit rapport bevat de resultaten van een onderzoek naar het reguleren van nanomaterialen. Onderzocht is welke mogelijkheden en beperkingen zich hiertoe voordoen in de regelgeving op het gebied van milieu, consumentenbescherming en arbeidsomstandigheden, gezien de onzekere risico’s die verbonden zijn aan het omgaan met nanomaterialen. Centraal staat de vraag welke bevoegdheden overheden hebben om productie, verwerking, gebruik en afvalfase van (producten met) nanomaterialen met onzekere risico’s te reguleren en welke verplichtingen bedrijven in verband hiermee hebben, teneinde de veiligheid van mens en milieu te waarborgen. De onderzoeksvragen zijn gericht op de onzekere risico’s van nanomaterialen en bestrijken de volgende onderwerpen: bevoegdheden om (risico-)informatie aan bedrijven op te vragen; bevoegdheden om voorschriften te stellen, bijvoorbeeld in het kader van vergunningen of algemene regels; bevoegdheden om maatregelen te nemen om producten van de markt te weren bij vermoedens van grote risico’s en de rol van het voorzorgsbeginsel hierbij; verplichtingen voor de werkgever om binnen het arbobeleid rekening te houden met onzekere risico’s van nanomaterialen; mogelijkheden in het kader van de Arbowet om bepalingen inzake het werken met nanomaterialen op te nemen; de aansprakelijkheid van werkgevers voor gezondheidsschade door het werken met nanomaterialen. (B29575)
     
  • Werkgroep Het Nieuwe Werken; Castel Communicatie, Handreiking Het Nieuwe Werken: hoe blijf je er gezond bij? : aandachtspunten bij een verantwoorde introductie
    Z.P. : Werkgroep Het Nieuwe Werken, 2010.
    Arbeidsomstandigheden zijn een verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. De nieuwe handreiking geeft concrete tips om deze verantwoordelijkheid in te vullen, waarbij het accent niet ligt op controle, maar vooral op ’n gedegen voorbereiding, voorlichting, preventie en overleg met werknemers. Inhoud: Inleiding Het Nieuwe Werken; Hoe zit het met Arbo?; Wat zijn mogelijke vraagstukken?; Hoe kunt u Het Nieuwe Werken introduceren? De bijlage bevat een Voorbeeld Arbochecklist Thuiswerkplek.
    De handreiking is gemaakt door de werkgroep Het Nieuwe Werken en Arbeidsomstandigheden, een initiatief van de Taskforce Mobiliteitsmanagement en het Kenniscentrum Werk & Vervoer. Aan de werkgroep namen deel: vertegenwoordigers van de Ministeries van SZW, V&W en BZK, Microsoft, KPN, Rabobank, SNS Reaal, TNT, ING, FNV en Telewerkforum. (B29479)

  • FNV; Ver. VNO-NCW; CNV; Cornelissen, R.; Jongeneelen, F.; Broekhuizen, P. van, Handleiding veilig werken met nanomaterialen en -producten
    Amsterdam : FNV, 2010. 17 p.
    Deze handleiding richt zich op veilig werken met door de mens gemaakte nanomaterialen. Het is gemaakt door de social partners, als uitvloeisel van een eerder SER-advies over veilig omgaan met nanodeeltjes. (B29392)
     
  • Ned. Centrum voor Beroepsziekten; Coronel Inst. voor Arbeid en Gezondheid; Academisch Medisch Centrum; UVA; Molen, H. van der [et al.], Beroepsziekten in cijfers 2010
    Amsterdam : NCvB, 2010. 168 p.
    Beroepsziekten in Cijfers geeft een overzicht van het vóórkomen en de verspreiding van beroepsziekten binnen sectoren en beroepen in Nederland. Naast statistische gegevens worden wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen rond de verschillende categorieën beroepsziekten beschreven. De informatie is gericht op de overheid, werkgevers en werknemers, en instellingen voor arbodienstverlening en gezondheidszorg. Uit het rapport blijkt dat het aantal meldingen van beroepsziekten in 2009 fors is gegroeid ten opzichte van voorgaande jaren. Vooral het aantal meldingen van beroepsziekten in de bouw nam flink toe. Meer én intensiever melden zorgt voor beter inzicht in het vóórkomen van beroepsziekten. (B29274)
     
  • ESVLA, Veranderingen door de tijd : eerste resultaten van de vijfde Europese enquête over arbeidsomstandigheden : samenvatting
    Dublin : ESVLA, 2010. 8 p.
    Een onderzoek naar veranderingen (of continuïteit) in de arbeidsomstandigheden kan licht werpen op de mate waarin vooruitgang wordt geboekt ten aanzien van Europese beleidsdoelstellingen. Het kan ook aangeven hoe kernfactoren die deze veranderingen in de hand werken - zoals globalisering, technologische vooruitgang, meer flexibele vormen van werkorganisatie, de vergrijzing van de Europese bevolking, en de toename van het aantal huishoudens met tweeverdieners - van invloed zijn op arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Deze eerste bevindingen van de vijfde Europese Enquête over Arbeidsomstandigheden (European Working Conditions Survey (EWCS)) geven een eerste blik op een aantal belangrijke veranderingen van de Europese arbeidsomstandigheden door de tijd. Achtereenvolgens zijn hoofdstukken opgenomen over: toenemende arbeidsmarktdeelname; werktijden en de balans tussen werk en privé; ontplooiing op de werkvloer; gezondheid beschermen en welzijn bevorderen; doorwerken op latere leeftijd. (B29272)
      
  • Drongelen, J. van; Veendam, N. H.; Hofsteenge, J. A.; Drongelen, L. van, Arbeidsomstandighedenrecht : deel 1 : een introductie
    Zutphen : Paris, 2010. 384 p.
    Dit boek is het ‘startboek’ voor een nieuwe reeks Arbeidsomstandighedenrecht. In het eerste hoofdstuk wordt naast een begripsbepaling en de inhoud van dit rechtsgebied op nationaal niveau, ook aandacht besteed aan internationaalrechtelijke aspecten. Daarna wordt een beeld geschetst van de ontstaansgeschiedenis van de twee kernwetten van dit rechtsgebied, namelijk de Arbeidstijdenwet en de Arbeidsomstandighedenwet, die in de vervolghoofdstukken worden behandeld. Daarna zijn de medezeggenschapsaspecten van beide wetten in samenhang met de Wet op de ondernemingsraden aan de orde. vervolgens wordt aangegeven wie voor de naleving van deze beide wetten verantwoordelijk is en hoe de handhavingsnormering is vormgegeven. Het laatste hoofdstuk is gewijd aan de handhaving van overheidswege. (B29258)
     
  • FNV; Steenbergen, R. van; Veelen, W. van, Fit naar de finish : FNV-aanvalsplan om vroegtijdige slijtage van werknemers te beperken
    Amsterdam : FNV, 2010.
    ‘De wijze waarop we in Nederland omgaan met bedrijfsgezondheidszorg is kaal en armoedig.’ Het is de meest vernietigende conclusie in ‘Fit naar de Finish’. In dit plan pleit de FNV niet alleen voor een grondige herstructurering van de bedrijfsgezondheidszorg. Zij doet ook een groot aantal andere concrete voorstellen om de vroegtijdige slijtage van werknemers en uitval voor het pensioen tegen te gaan. Een van de meest in het oog lopende voorstellen is elke twee of drie jaar een gezondheidscheck voor werknemers van 45 jaar en ouder door een echt onafhankelijke arbeidsgeneeskundige. Verder doet de FNV ook het voorstel om het aantal inspecteurs van de Arbeidsinspectie drastisch op te voeren. De Arbowet zelf wil de FNV flink afstoffen en er tegelijkertijd ook meer een ‘preventiewet’ van maken. Zzp’ers moeten voortaan ook onder de Arbowet vallen. (B28836)

  • Min. SZW, Arbeid in beeld : 120 jaar arbeidsinspectie 1890-2010
    Den Haag : Min. SZW, 2010.
    Het fotoboek schetst een tijdsbeeld van de stand van de arbeidsomstandigheden anno 2010. Het is ook een historisch boek omdat op een aantal plaatsen in beeldvorm de vergelijking wordt gemaakt met arbeidssituaties uit de twintiger jaren van de vorige eeuw. Fotografische impressie van mensen aan het werk. (B28593)

  • Daems, A.; Kunen, J., Werkdruk, stress en werkplezier
    Alphen a/d Rijn : Kluwer, 2010.
    OR in bedrijf thema
    Organisaties zijn aantrekkelijk als ze aandacht hebben voor werkdruk, stress en werkplezier. Deze onderwerpen worden meestal afgekocht met goede arbeidsvoorwaarden. Wil een organisatie de productiviteit van medewerkers verhogen, dan zal hij samen met de medewerkers moeten kijken hoe zij het werkplezier in de organisatie kunnen bevorderen. Het is een verantwoordelijkheid van werkgever én werknemer. De OR vertegenwoordigt de werknemers en heeft hierin een belangrijke taak. (B28570)

  • TNO Kwaliteit van Leven; Klein Hesselink, J.; [et al.]., Arbeidsbeleid in Nederlandse bedrijven en instellingen : WEA 2008
    [Hoofddorp] : TNO Kwaliteit van Leven, 2009.
    De Werkgevers Enquête Arbeid (WEA) volgt het arbeidsbeleid van Nederlandse bedrijven en instellingen. Deze brochure belicht tien thema's uit het gehele onderzoek. Daarnaast wordt ingegaan op het onderzoek zelf, op de responsverdeling naar bedrijfstak en worden de antwoorden op alle vragen uit de enquête gepresenteerd in tabelvorm, uitgesplitst naar grootteklasse, profit/non-profit en 12 bedrijfstakken. De tien highlights uit de WEA: 1. Arbeidsrisico's; 2. Nieuwe arbo- en verzuimmaatregelen;
    3. Arbo- en verzuimbeleid; 4. Institutionele arbeidsverhoudingen; 5. Doorwerken tot 65 jaar en daarna; 6. Participatiemaatregelen voor ouderen en arbeidsongeschikten; 7. Maatwerk in de arbeidsrelatie; 8. Competent personeel; 9. Aannemen van personeel uit kwetsbare groepen; 10. Sociale innovatie en organisatieprestatie. (B28140)

  • SEO; Niessen, N.; Kok, L.; Verbeek, J., Beter door de werkgever : de invloed van werkgeversbeleid op gezondheid en verzuim van werknemers
    Amsterdam : SEO, 2009.
    SEO-rapport, nr. 2008-44
    Dit onderzoek inventariseert wat er wel en niet bekend is over de effecten van werkgeversbeleid op gezondheid, ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en productiviteit van werknemers en maatschappelijk rendement. Er is literatuuronderzoek gedaan naar de volgende typen werkgeversbeleid: Arbobeleid; Gezondheidsbeleid; Verzuimbeleid; Werksfeerbeleid. (B27838)

  • Stichting van de Arbeid, Handreiking arbeidsrisico's in de arbocatalogus
    Den Haag : Stichting van de Arbeid, 2009.
    Deze brochure gaat over de manier waarop arbeidsrisico's in de arbocatalogus kunnen worden behandeld. De publicatie is gebaseerd op een werkconferentie die eind september 2008 is georganiseerd door de Commissie Begeleiding Arbocatalogi (CBA). De volgende arbeidsrisico's komen aan de orde: fysieke belasting, werkdruk en werkstress, agressie en geweld, en gevaarlijke stoffen. (B27753)

  • Halem, A. van; Hooiveld, J.; Mierlo, M. van; Timmermans, H. ;Siegert, H. ; Houten, R. van, Arbocatalogus
    Alphen a/d Rijn : Kluwer, 2008.
    OR strategie en beleid, optiek 6
    Per 1 januari 2007 is de Arbowet ingevoerd. In ongeveer 100 sectoren wordt door sociale partners overlegd over de arbocatalogus. Inmiddels is al een (groeiend) aantal arbocatalogi afgesproken en getoetst door de Arbeidsinspectie. Een aantal auteurs die direct of indirect betrokken zijn bij het ontwikkelen van arbocatalogi geeft hun kijk op het nieuwe arbo-instrumentarium. (B27472)

  • Zonneveld, K.; Jong, B. de; Pennock, H.; Kuiper, A.; Smid, A.; Engbers, L. E.; Veelen, W. van; Warning, J.; Wildenberg, J. van den, Gezond werken
    Alphen a/d Rijn : Kluwer, 2008.
    OR strategie en beleid, thema 6
    Gezond werken is in toenemende mate een bedrijfsbelang. En ondernemingsraden hebben meer kans om gezond werken in het bedrijf te bevorderen. Toch is er nog een wereld te winnen. Overzicht van mogelijkheden in de wetgeving, met tips en voorbeelden uit de praktijk. Gezond en prettig werken heeft de toekomst. (B27471)

  • Diehl, P. J.; Koenders, H., De preventiemedewerker aan het werk
    Deventer : Kluwer, 2008. 74 p.
    Arbobeleid in de praktijk
    In het boek staat de beleidsvoering centraal. Het boek laat de preventiemedewerker stap voor stap zien wat er moet gebeuren om tot concrete plannen voor verbetering te komen. Achtereenvolgens komen de inventarisatie van knelpunten, het vaststellen van de risico's, het benoemen van de prioriteiten, het ontwikkelen van ideeën om tekortkomingen aan te pakken en het maken van concrete plannen aan de orde. (B27308)
     
     
  • Azimi, A., Open norm als maatwerk? : de communicatieve benadering toegepast op de Arbeidsomstandighedenwet 1998 : proefschrift Universiteit van Tilburg
    Nijmegen : Wolf Legal Publishers, 2007.
    De Arbeidsomstandighedenwet 1998 bevat tal van open normen die door werkgevers en werknemers nader moeten worden ingevuld. Door middel van een case study in de transport en vervoersector heeft de promovendus onderzocht hoe dat gebeurt. Ze concludeert onder meer dat de invulling niet goed verloopt als de betrokken partijen verschillende belangen hebben, verschillende terminologie gebruiken en minder affiniteit met de open normen hebben. (B27272)

  • RIVM; Zijverden, M. van; Sips, A.; [et al.], Nanotechnologie in perspectief : risico's voor mens en milieu
    Billthoven : RIVM, 2008.
    RIVM Rapport, nr. 601785002
    Het Kennis- en Informatiepunt Risico's van Nanotechnologie (KIR-nano) van het RIVM heeft de potentiele risico's van blootstelling van gefabriceerde, vrije, onafbreekbare en onoplosbare nanodeeltjes in kaart gebracht. In dit rapport worden de risico's voor de mens als werknemer, patient en consument behandeld, evenals risico's voor het milieu. Drie toepassingsgebieden zijn daarbij relevant: geneesmiddelen en medische technologie, voedselproductie en consumentenproducten. De huidige stand van zaken van de wetenschap laat zien dat risico's niet uit te sluiten zijn. Er ontbreekt echter nog veel kennis om de risico's even goed in te kunnen schatten als voor 'chemische stoffen niet in nanovorm'. Toch zijn er al vele honderden producten waarin nanomaterialen zijn verwerkt op de markt. Dit vereist op korte termijn veel onderzoek naar de blootstelling en toxiciteit van deze materialen. Helaas is het aantal onderzoeksvragen dusdanig groot en fundamenteel van aard dat het nog jaren zal duren voordat alle informatie is vergaard. KIR-nano adviseert daarom het onderzoek vooral te richten op die vragen die cruciale informatie voor de risicobeoordeling voor mens en milieu bieden. Afhankelijk van het perspectief van werknemer, consument, patiënt of milieu zijn oplossingsrichtingen gedefinieerd voor het beheersen van de risico's. Kernbegrippen voor de komende jaren zijn samen te vatten onder KOKOS: Kennis vergroten en uitwisselen om dubbeling van onderzoek te voorkomen, Oplossingsrichtingen en risicomanagement, Keuzes maken in bijdragen vanuit Nederland aan dit onderzoeksveld, Onderzoek & Ontwikkeling, en Samenwerking bevorderen tussen wet- en regelgevende kaders, wetenschap en bedrijfsleven. (B27199)

  • TNO Kwaliteit van Leven, Nieuwe arbeidsgebonden chemische gezondheidsrisico's van nanodeeltjes : een inventarisatie van de arbeidssituatie in Nederland
    Zeist : TNO Kwaliteit van Leven, 2007.
    TNO rapport, nr. V6908
    Doel van het onderzoek is een eerste inventarisatie uit te voeren hoeveel mensen in Nederland worden blootgesteld aan nanodeeltjes tijdens hun werkzaamheden. Tevens wordt hiervoor in kaart gebracht wat de werkomstandigheden zijn bij werkzaamheden met nanodeeltjes en gehanteerde beschermingsmaatregelen. Het tweede deel van deze studie is het vinden van meetlocaties voor de blootstellingstudie van het NANOSH project. NANOSH is een Europees project binnen het 6e kaderprogramma, waarvan als onderdeel metingen van blootstelling aan nanodeeltjes in werkomstandigheden worden uitgevoerd. (B27192)

  • ESVLA, Annual review of working conditions in the EU 2007-2008
    Dublin : EFILWC, 2008.
    De kwaliteit van de arbeid en werkgelegenheid is een belangrijke prioriteit in de Europese Unie. Vijfde jaarlijks overzicht. Onderzoek naar kwesties en uitdagingen met betrekking tot arbeid en de arbeidsplaats. En in het bijzonder naar carrièreontwikkeling, werkzekerheid, gezondheid, ervaring en de balans tussen arbeid en leven. (B27128)

  • Stichting van de Arbeid, Handreiking arbomaatregelen zwangerschap en arbeid
    Den Haag : StvdA, 2008.
    In deze landelijke handreiking wordt beschreven hoe branches aanvullende arbomaatregelen kunnen vaststellen die hun organisaties, bedrijven en instellingen kunnen nemen ter bescherming van de zwangerschap, het ongeboren kind, de zuigeling en de werkneemster zelf in de zwangerschap en periode van borstvoeding. Deel 1 van de handreiking beschrijft de algemene aanpak in de zwangerschap en periode van borstvoeding. Daarnaast biedt de handreiking in deel 2, vijf risicospecifieke modules. Deze modules gaan over: Lichamelijk zwaar werk; De blootstelling aan gevaarlijke stoffen; De blootstelling aan biologische agentia (infectierisico’s); Werkstress, door agressie, geweld en werkdruk; Ploegendienst en nachtarbeid. (B27103)

  • EPN; Attema, J.; Noord, D. de; Kist, H., Werk in balans : studie naar de vermenging van werk en privé in de informatiesamenleving
    Den Haag : EPN, 2008. 13 p.
    Door ICT zijn er steeds meer mogelijkheden om ook buiten reguliere werktijden te werken en buiten werktijd gebeld te worden over werk. Werk en privé raken daardoor vermengd. Het onderwerp van dit onderzoek van EPN, Platform voor de informatiesamenleving is wat deze vermenging van werk en privé doet met mensen: draagt het bij aan het plezier aan werk, draagt het bij aan stress en overbelasting, dwingt het mensen tot het nemen van maatregelen om privé en werk gescheiden te houden. (B26884)
     
  • ESVLA; Hooftman, W.; Houtman, I., Working conditions remain stable in the Netherlands
    Dublin : ESVLA, 2008.
    Het rapport beschrijft de volgende ontwikkelingen in arbeidsomstandigheden en gezondheid in Nederland: de blootstelling aan psychosociale risicofactoren, zoals een hoog werktempo, emotioneel zwaar werk en geweld op het werk; de blootstelling aan fysieke risico-factoren, zoals geluid, fysiek gevaarlijk werk en gevaarlijke stoffen; blootstelling aan ergonomische risicofactoren, zoals fysiek zwaar werk, oncomfortabele houdingen, repeterende bewegingen en het werken met beeldschermapparatuur; werktijden, met inbegrip van flexibele werktijden, het werken op niet-standaard-tijden, en het combineren van werk en gezin; zelf-gerapporteerde gezondheid en werk-gerelateerde gezondheidsresultaten, met inbegrip van uitval wegens verzuim en arbeidsongeschiktheid. Geconcludeerd wordt dat de kwaliteit van de arbeid evenals het aantal klachten over de gezondheid in Nederland redelijk stabiel blijven. (B26808)

  • Kunen, J., De nieuwe Arbowet in praktijk
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2008.
    OR in bedrijf thema
    Met het invoeren van de nieuwe arbowet doet de overheid een stap terug, en wordt meer verantwoordelijkheid gelegd bij de werkgevers en werknemers voor het bewaken van goede arbeidsomstandigheden binnen een bedrijf of instelling. Deze publicatie is bedoeld als leidraad voor ondernemingsraden om het onderwerp 'arbo' op een verantwoorde manier op te pakken. In dit boek wordt daarbij nu eens niet de nadruk gelegd op gevaren en ongezonde situaties, maar op plezier in het werk. De verschillende wijzigingen in de wetgeving worden stuk voor stuk behandeld, en aan de hand van voorbeelden uit de praktijk wordt geïllustreerd welke oplossingen ondernemingen en medewerkers hebben gevonden. Bij elk thema wordt steeds aangegeven wat de medezeggenschap op dit gebied kan doen. Achtereenvolgens komen aan de orde: de wet in hoofdlijnen; de arbocatalogus; de rol van de Arbeidsinspectie; de preventietaken; psychosociale arbeidsbelasting (psa). Tot slot bevat het boek checklists om de aanpak van arbeidsomstandigheden te vergemakkelijken. (B26764)

  • Mohren, D.; Jansen, N.; Amelsvoort, L.; Kant, IJ.;[et al.], An epidemiological approach of fatique and work : experiences from the Maastricht cohort study
    [Maastricht] : Programma Epidemiologie van Arbeid en Gezondheid, 2007.
    In 1996 is in Nederland een grootschalig, door NWO gefinancierd, Prioriteit-Programma Psychische Vermoeidheid in de Arbeidssituatie gestart. De Universiteit Maastricht heeft aan dit programma een bijdrage geleverd in de vorm van een grote prospectieve cohort studie met meer dan 12.000 werknemers afkomstig van 45 verschillende bedrijven en instellingen; de Maastrichtse Cohort Studie (MCS) naar vermoeidheid in de arbeidssituatie. Dit boek beschrijft de waarde van een epidemiologische benadering bij de bestudering van de relatie tussen psychische vermoeidheid en de (psychosociale) werkomgeving. Het boek verschaft inzicht in de verschillende aspecten van deze multidisciplinaire prospectieve cohort studie met betrekking tot het design van de studie, de logistiek en het management. Daarnaast worden ook de belangrijkste bevindingen van het uitgevoerde onderzoek weergegeven. (B26691)

  • Bureau Bartels; Min. SZW, Opbrengstanalyse VASt-programma : eindrapport
    Amersfoort : Bureau Bartels, 2008.
    In opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Bureau Bartels tussen juni en december 2007 een opbrengstenanalyse uitgevoerd van het programma Versterking Arbeidsomstandigheden Stoffen (VASt). Van de uitkomsten van deze analyse wordt in dit rapport verslag gedaan. Achtereenvolgens wordt ingegaan op de inhoud en uitvoering van het VAST-programma; het bereik van het programma onder branches; de ervaringen met het ontwikkelen en uitvoeren van de actieplannen. Bij dit laatste wordt ook inzicht gegeven in het aantal branches dat heeft geparticipeerd. Vervolgens komen aan bod de opbrengsten en resultaten van het VASt-programma en worden de uitkomsten van de raadpleging van niet-deelnemende branches gepresenteerd. Het gaat daarbij niet alleen om de achtergronden van niet-deelname, maar ook om eventuele uitstralingseffecten van het VASt-programma die bij deze branches zijn opgetreden. Voorts staat de borging van het VASt-programma centraal. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen borging op verschillende niveaus. Tenslotte worden de conclusies en aanbevelingen voor de toekomst gepresenteerd. (B26681)

  • TNO Kwaliteit van Leven; Min. SZW; [et al.], Eindmeting VASt
    Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2007.
    In het najaar van 2003 is op initiatief van het Ministerie van SZW het programma versterking Arbobeleid Gevaarlijke Stoffen (VASt) van start gegaan. Belangrijke drijfveer is de versterking van het bewustzijn van de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen. In 2007 is het VASt-programma afgerond en geëvalueerd. In dit onderzoek wordt verslag gedaan van een eindmeting onder circa 2250 bedrijven. Hierbij is de vragenlijst gebruikt die ook tijdens de nulmeting in 2004 bij 1700 bedrijven gebruikt is. Met de vragenlijst is de ontwikkeling van een aantal indicatoren over het stoffenbeleid nagevraagd, waarbij het de vraag is of de ontwikkeling is beïnvloed door de activiteiten binnen het VASt-programma. (B26682)


  • Min. SZW, Een fundament voor de toekomst : resultaten VASt-project per branche
    Den Haag : Min. SZW, 2008.
    Het rapport bevat de resultaten van het stimuleringsprogramma Versterking Arbeidsomstandigheden Stoffen (VASt) voor de volgende branches: Algemene ziekenhuizen; Apotheekbranche; Asbest; Bedrijventerrein Coevorden; Bedrijventerrein Oss; Defensie; Handelaren in chemische producten; Industriële reinigingsbranche; Keten van metaalbewerkingsvloeistoffen; Keten van tandheelkundige producten; Keten van scheeps- en jachtbouw; Keten van verf; Kunstenaarsbranche; Metalektro; Natuursteenbranche; Oppervlaktebehandelende industrie; Productschappen; Rubber- en kunststofbranche; Schoenherstelsector & orthopedische schoentechniekbranche; Schoonmaakbranch; Stukadoorsbranche; Tegelzettersbranche; Textiel- en tapijtindustrie; Thuiszorg; Werknemersactieplan (bouw/industrie); Wonen. (B26683)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Bescherming bepaald : certificering in het werkveld ‘Persoonlijke beschermingsmiddelen’
    Den Haag : IWI, 2007.
    R07/22
    Bij het uitvoeren van werkzaamheden kunnen risico's optreden voor de veiligheid of gezondheid van werknemers. Om risico's te beheersen en de kans op letsel of gezondheidsschade te beperken, kan of moet een werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen inzetten, zoals veiligheidshelmen, handschoenen of persluchtmaskers. Bepaalde typen van persoonlijke beschermingsmiddelen dienen wettelijk te worden gekeurd en gecertificeerd door een externe onafhankelijke instelling. IWI onderzocht of de certificatie-instellingen in het werkveld persoonlijke beschermingsmiddelen zodanig functioneren dat Nederlandse werkgevers persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen aanschaffen die aan de eisen voldoen van de EG-richtlijn. (B26672)

  • ESVLA; Burchell, B.; Fagan, C.; O'Brien, C.; Smith, M., Working conditions in the European Union : the gender perspective
    Luxemburg : EG, 2008.
    Het rapport onderzoekt de omvang van de seksesegregatie op de arbeidsmarkt en hoe het invloed heeft op de kwaliteit van het arbeidsleven van vrouwen en mannen. De analyse is gebaseerd op de resultaten van de vierde Europese arbeidsomstandigheden enquête uitgevoerd in 31 landen, waaronder de 27 EU-lidstaten. Het rapport wijst op de verschillen tussen mannen en vrouwen in de belangrijkste aspecten van de kwaliteit van het werk, zoals arbeidstijden, baantevredenheid, de balans werk-privéleven, en werk-gerelateerde gezondheidseffecten. (B26560)

  • Min. SZW, Convenanten: maatwerk in arbeidsomstandigheden : evaluatie van het beleidsprogramma Arboconvenanten Nieuwe Stijl 1999-2007 : eindrapport van de Tripartiete Werkgroep Arboconvenanten
    Den Haag : Min. SZW, 2007.
    In 2007 loopt het beleidsprogramma Arboconvenanten Nieuwe Stijl af. Sinds de start in 1999 hebben werkgevers- en werknemersorganisaties en de overheid op sectorniveau intensief samengewerkt om de belangrijkste arbeidsrisico’s, het ziekteverzuim en de WAO-instroom te verminderen. In acht jaar zijn er 67 convenanten gesloten en uitgevoerd in 55 sectoren die gezamenlijk 52% van de werkzame beroepsbevolking vertegenwoordigen. In dit evaluatierapport zijn de belangrijkste resultaten van het beleidsprogramma bijeengebracht. Achtereenvolgens wordt in het rapport ingegaan op de resultaten op sectorniveau, de effecten van arboconvenanten in termen van ziekteverzuim en arbeidsrisico's, de doorwerking van afspraken op sectorniveau naar de werkvloer, en de mate waarin de opbrengsten zijn veiliggesteld. Vervolgens worden de convenanten in hun context beschreven, met aandacht voor de wisselwerking tussen de convenanten en de sectoren waarin ze zijn uitgevoerd. Dit leidt tot inzichten over het tot stand brengen van samenwerking in sectoren op het terrein van arbeidsomstandigheden. Het rapport sluit af met een slotbeschouwing die ingaat op de waarde van de convenanten als beleidsinstrument en een blik op de toekomst werpt. (B26215)

  • Halem, A. van; [et al.], Arbowet en REACH, nieuwe kansen? : verkenning van nieuwe arboregelgeving
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2007.
    OR strategie en beleid, optiek 1
    Vanuit verschillende achtergronden (vakbond, werkgeversorganisatie, arboadviseurs) wordt de nieuwe Arbowet kritisch belicht. Bevat de volgende bijdragen: Arbowet 2007 en REACH, nieuwe kansen? Verkenning van nieuwe arboregelgeving; De rookwolken trekken op ... Wat blijft er over van het SER-advies voor een nieuwe arbostructuur? Herziene Arbowet bekeken vanuit vakbondsperspectief; Aan de slag met de arbocatalogus; Betekenis van de wetswijziging voor de rol van de ondernemingsraad; Interne arbodienstverlening na de wetswijzigingen van 2005 en 2007; REACH: eindelijk nieuwe Europese regels voor chemische stoffen, maar pas op met "REACH-proof"! (B26020)

  • Stichting van de Arbeid, Wat is een arbocatalogus?
    Den Haag : StvdA, 2007.
    Deze brochure handelt over de Arbocatalogus. Met het begrip Arbocatalogus is een nieuw fenomeen geïntroduceerd in de aanpak van arbeidsomstandigheden. Met deze brochure wil de Stichting van de Arbeid twee doelen bereiken. In de eerste plaats wil ze helderheid creëren over het begrip ‘Arbocatalogus’. En in de tweede plaats wil ze vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers op sectorniveau een handreiking bieden bij het maken van een Arbocatalogus. (B26022)

  • Inst. Asbestslachtoffers, Informatie, werkwijze, voorbeelden
    Den Haag : IAS, 2007.
    Het IAS adviseert de SVB over het recht om over een tegemoetkoming voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom. Daarnaast bemiddelt het IAS tussen (ex)werkgevers en (ex)werknemers over het betalen van een schadevergoeding. Brochure met informatie, werkwijzen en voorbeelden. (B26376)

  • Min. SZW; Kops, J. A. M. M.; Kicken, P. J. H.; Bossus, D. A. W., Eindrapport van: "Onderzoek vermindering rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen ioniserende straling” : SZW verplichtingennummer 5140-24
    Den Haag : Min. SZW, 2007.
    Het uitgevoerde onderzoek is een vervolg op een eerder onderzoek naar de mogelijkheden voor vereenvoudiging van de vergunningverlening in het kader van het Besluit stralingsbescherming. Een opmerkelijke conclusie van dat onderzoek was dat het werkveld redelijk tevreden is over het vergunningstelsel. Wel werden diverse pijnpunten op het gebied van administratieve verplichtingen gesignaleerd. Om hierin meer inzicht te krijgen en om mogelijke verbeteringen te kunnen realiseren is in opdracht van het Ministerie van SZW het onderhavige onderzoek uitgevoerd. In het kader van dit onderzoek zijn de registratieverplichtingen en administratieve verplichtingen, volgens de relevante wet- en regelgeving en modelvergunningen, geïnventariseerd en met betrekking tot hun bijdrage aan de stralingsbescherming kwalitatief beoordeeld. (B26348)

  • Razenberg, J. A. S. J.; Wielen, A. W. van der, Wettenpocket REACH : editie 2007
    Den Haag : SDU, 2007.
    Vanaf 1 juni 2007 is in heel Europa de REACH-verordening van kracht. REACH vervangt ruim zestig bestaande richtlijnen en verordeningen, waaronder de Gevaarlijke Stoffen Richtlijn, de Verbodsrichtlijn en alle onderliggende richtlijnen en verordeningen. REACH staat voor één enkel geïntegreerd systeem voor de Registratie, de Evaluatie, beperkende maatregelen en de Autorisatie (verlening van vergunningen) van CHemische stoffen. REACH verplicht ondernemingen die chemische stoffen produceren, importeren en gebruiken op het verzamelen van informatie te over de eigenschappen van een stof. (B26335)

  • Min. SZW, Programma's arboconvenanten, Versterking arbeidsomstandighedenbeleid stoffen en Versterking arbeidsveiligheid : voortgangsrapportage 2006-2007
    Den Haag : Min. SZW, 2007. 9 p.
    De programma’s Arboconvenanten, Versterking Arbeidsomstandighedenbeleid Stoffen (VAS) en Versterking Arbeidsveiligheid dragen bij aan betere arbeidsomstandigheden. Drie programma’s over het voorkomen van ongevallen, veilig werken met gevaarlijke stoffen en het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsrisico’s in bepaalde sectoren. Deze rapportage beschrijft de voortgang van de programma’s. Beschreven wordt wat de doelstellingen van de programma’s zijn en welke aanpak daar bij gehanteerd wordt. Vervolgens wordt ingegaan op de resultaten die de drie programma's in het afgelopen jaar behaald hebben en op welke wijze de uit de programma's vrijgekomen informatie breed verspreid wordt. Ook wordt aandacht besteed aan goede praktijken. Tot slot wordt naar de toekomst gekeken door in te gaan op de eindevaluaties van de drie programma's en de verbinding tussen de programma's en de herziene Arbowet. (B25793)

  • Min. SZW; Nicolas, P.; Laar, K. van; Wal, A. van der, Niet kopiëren s.v.p.! : goede praktijken: geen standaardrecept maar maatwerk : Arboconvenanten, Versterking arbeidsveiligheid, Versterking arbeidsomstandighedenbeleid stoffen
    Den Haag : Min. SZW, 2007.
    De uitkomsten van het onderzoek geven inzicht in de factoren die doorslaggevend zijn in het succes van twaalf goede praktijken van de programma's Versterking Arbeidsveiligheid, Versterking arbeidsomstandighedenbeleid stoffen en Arboconvenanten. (B25794)

  • Min. SZW; AStri; Lötters, F. J. B.; Veerman, T. J., Maatwerk in de vangnetregeling : onderzoek ten behoeve van de tussenevaluatie wetswijziging Arbodienstverlening per 1 juli 2005
    Leiden : Bureau AStri, 2007.
    Per 1 juli 2005 is de wetswijziging arbodienstverlening van kracht. Deze wetswijziging beoogt bedrijven meer mogelijkheden te bieden om de arbodienstverlening zelf 'op maat' in te richten en preventieactiviteiten binnen dan wel dichterbij het bedrijf te organiseren. Deze wetswijziging loopt vooruit op de algemene herziening van de arbowet die per 1 januari 2007 zijn beslag heeft gekregen. De reguliere evaluatie van deze nieuwe arbowet als geheel zal uiteindelijk pas na 2010 plaatsvinden. Deze rapportage bevat een tussentijdse evaluatie. Achtereenvolgens wordt ingegaan op: de stand van zaken rond de instelling van de preventiemedewerker; de verandering van de RI&E toetsing; de veranderingen die de wetswijziging heeft gegeven bij werkgevers op het gebied van contractering van arbodienstverleners. Vervolgens wordt de aanbodkant belicht. Daarbij wordt onder meer ingegaan op het marktaandeel van de diverse arboaanbieders en het (veranderende) palet van dienstverlening. In het laatste hoofdstuk worden de bouwstenen besproken die kunnen worden meegenomen in de eigenlijke evaluatie die wordt uitgevoerd door het ministerie van SZW. (B25795)

  • TNO; Ybema, J. F.; Sanders, J.; Vroome, E. de, Cohortstudie arbeid, verzuim en gezondheid (AVG) : methodologie en eerste resultaten 2004-2006
    Hoofddorp : TNO, 2007.
    TNO kwaliteit van leven
    De AVG bevat een groot aantal onderwerpen, die relevant zijn om inzicht te krijgen in de relatie tussen arbeid en gezondheid. Onderzoek naar hoe gedrag van invloed is op de gezondheid en het ziekteverzuim van werknemers. Vooral de effecten van werkgeversbeleid staan centraal. (B25765)

  • Min. SZW; Research voor Beleid; Bos, C.; Engelen, M., De werkgeversmonitor arbeidsomstandigheden : tweede meting : eindrapport
    Leiden : Research voor Beleid, 2007.
    Het ministerie van SZW heeft Research voor Beleid verzocht een tweede meting te houden onder werkgevers naar de omgang met arbeidsomstandigheden in ondernemingen. Net als bij de eerste meting, geeft het onderzoek inzicht geven in de kennis, houding en het gedrag (en de effectiviteit van het gedrag) van arbeidsorganisaties ten aanzien van de veiligheid en gezondheid van hun werknemers. Daarnaast is er een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar alternatieve arbodienstverlening. Uit de WEA blijkt dat werkgevers in vergelijking met 2004 positiever staan tegenover arbeidsomstandighedenbeleid. Bijna tweederde van de organisaties is van mening dat de wet- en regelgeving rondom arbobeleid goed uitvoerbaar is. Ongeveer tweederde van de bedrijven vindt de herziening van de arbowet per 1 januari 2007 een goede ontwikkeling. (B25747)

  • Min. SZW; TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], Vinger aan de pols van werkend Nederland
    Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2007.
    Brochure naar aanleiding van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2006 (NEA 2006). Aan de enquête deden 24.000 werknemers mee. De tien highlights uit deze enquête die in deze brochure aan de orde komen zijn: Werktijd en overwerk; Flexibele contractvormen; Afwijkende werktijden; Werkdruk en autonomie in het werk; Intimidatie door klanten en door chefs en collega’s; Lawaai en zwaar werk; Gevaarlijk werk en arbeidsongevallen; Werkgebondenheid van verzuim; Dóór willen werken tot het 65e levensjaar; Te nemen maatregelen tegen werkdruk, werkstress, RSI en zwaar werk. (B25748)

  • Inspectie Werk en Inkomen, De waarde van vasthoudendheid : integriteitszorg bij certificatie- en keuringsinstellingen
    Den Haag : IWI, 2007.
    R07/03
    Certificatie- en keuringsinstellingen (cki's) certificeren en keuren producten, diensten of personen op het gebied van arbeidsgezondheid en productveiligheid. Bij de uitoefening van hun taken moeten cki's aan bepaalde eisen voldoen, onder andere op het terrein van integriteit. Medewerkers van cki's mogen hun oordeel niet laten beïnvloeden door druk van klanten en ze moeten kunnen omgaan met vertrouwelijke informatie. Verder is het van belang dat ze werken volgens de geldende wetten, normen en procedures. De inspectie heeft onderzocht hoe het gesteld is met de integriteitszorg van cki's. Zij is van mening dat de cki's hieraan goede invulling geven. (B25671)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Betrokkenheid bij kwaliteit : borging deskundigheid bij certificatie- en keuringsinstellingen
    Den Haag : IWI, 2007.
    R07/02
    Certificatie- en keuringsinstellingen (cki's) certificeren en keuren producten, diensten of personen op het gebied van arbeidsgezondheid en productveiligheid. Bij de uitoefening van hun taken moeten cki's aan bepaalde eisen voldoen, waaronder de eis om over voldoende deskundigheid te beschikken, zowel kwalitatief als kwantitatief. De inspectie heeft onderzocht of de cki's voldoende doen om hun deskundigheid te waarborgen. Zij beoordeelt de cki's op dit punt positief. (B25670)

  • Drongelen, J. van; Hofsteenge, J. A., De wijziging van de Arbowet
    Deventer : Kluwer, 2007.
    Actualiteiten sociaal recht, deel 24
    In de publicatie komt de wet van 30 november 2006 tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en enige andere wetten in verband met het vergroten van de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers voor het Arbeidsomstandighedenbeleid (Stb. 2006, 673) aan de orde. Deze wet is op 1 januari 2007 in werking getreden (Stb 2006, 673). (B25603)

  • ESVLA; [et al.], Fourth European working conditions survey
    Luxemburg : EG, 2007.
    Vierde Europese enquête naar arbeidsomstandigheden in 31 Europese landen. Het onderzoek dekt een breed scala aan onderwerpen zoals: arbeidstijden; fysieke risico's; geweld, intimidatie en discriminatie op de werkplek; telewerk; scholing en vaardigheden; werkorganisatie; computergebruik; invloed van het werk op de gezondheid; management en communicatiestructuren; evenwicht tussen werk en privéleven; arbeidsvoldoening; inkomens. (B25585)

  • Klosse, S.; [et al.], Arbeid en gezondheid : schipperen tussen verantwoordelijkheid en bescherming. Had Geers het geweten!
    Deventer : Kluwer, 2006.
    Analyses van recente ontwikkelingen op het terrein van arbeid en gezondheid onthullen in dit boek hoe er de laatste jaren wordt geschipperd tussen de noodzaak om meer eigen verantwoordelijkheid te nemen en de mate van bescherming die daarbij moet worden gewaarborgd. De spanning tussen deze twee uitgangspunten roept vele vragen op. In dit boek worden diverse heikele kwesties die daarbij spelen aangesneden. Drie thema's staan daarbij centraal, namelijk de sterkere nadruk die tegenwoordig op de eigen verantwoordelijkheid van de werknemer en de werkgever wordt gelegd, de voortgaande deregulering van de wettelijke bescherming op het terrein van de arbeidsomstandigheden en de arbeidstijden en de groeiende neiging tot privatisering van sociale arrangementen die de tendens om meer verantwoordelijkheid te leggen op ondernemingsniveau verder versterkt. Deze bundel, die aanvankelijk zou verschijnen als liber amicorum ter gelegenheid van het afscheid van prof.mr. A.J.C.M. Geers als hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Maastricht, is nu verschenen te zijner nagedachtenis. (B25560)

  • Poort, R.O.B.; Speentjes, D., De nieuwe Arbeidsomstandighedenwet in 100 vragen
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2007.
    De wet- en regelgeving is op het gebied van arbeidsomstandigheden in beweging. Per 1 januari 2007 zijn er minder arboregels vanuit de overheid en is er meer eigen verantwoordelijkheid voor werkgevers en werknemers. In deze uitgave staan de belangrijkste ontwikkelingen rondom de Arbeidsomstandighedenwet in de vorm van veelgestelde vragen. (B25478)

  • Koenders, H.; Diehl, P. J., Arbowet 2007 : uitleg en gevolgen voor de arboadviseur
    Deventer : Kluwer, 2006.
    De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) van 1998 is na een evaluatie van de wet gewijzigd. De belangrijkste wijziging is wel het verder vergroten van de verantwoordelijkheden van werknemers en werkgevers. In deze publicatie wordt achtereenvolgens ingegaan op het: nieuwe wettelijke stelsel; Arbowet 2007; Arbeidsinspectie in het nieuwe wettelijke stelsel; Arboadviseur en Arbowet 2007 (plaats en rol preventiemedewerker, taken van de preventiemedewerker, certificering en opleiding, arbocoördinator of preventiemedewerker). (B25389)

  • Voskamp, P., Handleiding arbocatalogus : leidraad voor het maken van een eigen arbocatalogus
    Deventer : Kluwer, 2006.
    Door wijzingen in de Arbowet en arboregelgeving krijgen de sociale partners meer betrokkenheid bij de invulling van de regelgeving. Als de sociale partners vorm geven aan deze mogelijkheid zal de Arbeidsinspectie haar beleidsregels intrekken en daarmee meer ruimte geven aan deze afspraken van de werkgevers en werknemers hoe zij inhoud geven aan de doelbepalingen uit de arboregelgeving. De vorm waarin de sociale partners invulling aan de doelbepalingen uit de arboregelgeving geven is de arbocatalogus. De arbocatalogus is veelzijdig: zij kan afspraken tussen de partners bevatten, maar ook keuzemogelijkheden bieden uit oplossingen of handleidingen, ontwerprichtlijnen en allerhande ‘’tools’’. Arbocatalogi kunnen per sector gemaakt worden, maar ook grote ondernemingen kunnen een eigen bedrijfsarbocatalogus maken. In deze handleiding wordt aangegeven wat de juridische achtergrond en omstandigheden zijn van de arbocatalogus, wat de inhoud van een catalogus kan zijn en hoe de arbocatalogus gemaakt kan worden. Omdat het een nieuw fenomeen betreft zijn er veel voorbeelden toegevoegd. (B25282)

  • Korff de Gidts, J. ; Dolmans, W., Preventietaken, preventiemedewerkers en arbodeskundigen
    Alphen a/d Rijn : Kluwer, 2006.
    OR in bedrijf, thema
    Informatie over de essentie van de wijzigingen van de Arbowet, inzicht in taken en verantwoordelijkheden van de diverse partijen die een rol spelen in preventie en bescherming, handvatten om preventie en bescherming een nieuwe impuls te geven. (B26080)

  • Min. SZW; Bureau Bartels, Borging van arboconvenanten : eindrapport
    Amersfoort : Bureau Bartels, 2006.
    Onderzoek naar de borging van de afspraken uit de eerste 18 afgeronde arboconvenanten. In arboconvenanten maken werkgevers en werknemers in risicovolle sectoren samen met de overheid concrete afspraken over hoe ze de arbeidsomstandigheden kunnen verbeteren en ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid kunnen verminderen. Het onderzoek moest uitwijzen wat er na afloop van de convenanten met de afspraken gebeurt. In twaalf van de afgeronde 18 convenanten zetten werkgevers (een deel van) de afspraken voort op sectorniveau. In 17 sectoren zijn organisaties aangewezen die ervoor zorgen dat de afspraken kunnen worden voortgezet. Deze organisaties stimuleren bijvoorbeeld de samenwerking tussen betrokken partijen. Verder hebben werkgevers en werknemers in alle 18 sectoren geregeld dat instrumenten en producten die tijdens de looptijd van het convenant zijn ontwikkeld, beschikbaar blijven. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om informatie in folders en op websites. (B25276)

  • EIB; Blomsma, G., Eindevaluatie Arboconvenant funderingsbranche
    Amsterdam : EIB, 2006.
    Op 4 april 2006 is het "Arboconvenant Funderingsbranche inzake geluid en begaanbaarheid" afgerond. Het convenant had een looptijd van vier jaar en had als doel het aantal mensen dat gehoorschade oploopt te verminderen. Het tweede doel was de begaanbaarheid van bouwterreinen te verbeteren. Het EIB heeft onderzocht welke resultaten gedurende de looptijd van het convenant zijn behaald. Daarnaast is geëvalueerd hoe het convenantsproces is verlopen. (B24691)

  • Min. SZW; TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], Gezondheidsschade en kosten als gevolg van RSI en psychosociale arbeidsbelasting in Nederland
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    Stress en RSI door het werk zijn grote veroorzakers van gezondheidsklachten. Jaarlijks meldt twee tot vier procent van de werknemers zich ziek vanwege stress op het werk. Vijftien procent krijgt door het werk klachten aan arm, nek of schouder, die tot beperkingen leiden. De jaarlijkse kosten worden in totaal op zes miljard euro geschat. Aldus het TNO-onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. TNO geeft aan in welke sectoren de meeste gezondheidswinst geboekt kan worden en het meeste geld bespaard kan worden door het doelmatiger aanpakken van risicovolle arbeidsomstandigheden. Als het gaat om het bestrijden van de kosten door stress, dan is de top-5: industrie, gezondheidszorg, handel, overheid, vervoer en communicatie. En als het gaat om RSI, dan is de top-5: gezondheidszorg, industrie, onderwijs, bouw, handel. (B24509)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Werken aan samenwerking : een onderzoek naar de invulling van de overlegverplichting van certificatie- en keuringsinstellingen
    Den Haag : IWI, 2005.
    R05/16
    In Nederland verstrekken verschillende organisaties certificaten en keuringen die ervoor moeten zorgen dat werknemers veilig kunnen werken. Bijvoorbeeld keuringen van hijskranen en certificaten voor toezichthouders op de verwijdering van asbest. De inspectie houdt voor de minister toezicht op deze organisaties: de certificatie- en keuringsinstellingen. Het zijn private instellingen die ook een publieke taak uitvoeren. In de wet is vastgesteld aan welke normen iemand moet voldoen om succesvol door een keuring of certificatieprocedure heen te komen. De certificatie- en keuringsinstellingen moeten met elkaar overleggen over de wijze waarop zij die normen in de praktijk toepassen, omdat de normen soms ruimte bieden voor verschillende interpretaties. Dat overleg verloopt over het algemeen goed, maar op een aantal punten kan het overleg nog verbeterd worden. (B24524)

  • RIVM; [et al.], Gezondheidseffecten en ziektelast door blootstelling aan stoffen op de werkplek : een verkennend onderzoek
    Bilthoven : RIVM, 2005.
    Het RIVM heeft onderzocht wat het aandeel zou kunnen zijn van blootstelling aan chemische stoffen op de werkplek op het ontstaan van een tiental ziekten. Dit verkennende onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en geeft voor het eerst een integrale schatting van de ziektelast door blootstelling aan stoffen in de arbeidssituatie. De uitkomst van het onderzoek is dat voor negen onderzochte ziekten de blootstelling aan stoffen in de arbeidssituatie een geschatte ziektelast oplevert van ongeveer 47.000 DALY's per jaar, inclusief naar schatting circa 1.900 sterfgevallen. DALY staat voor 'Disability Adjusted Life Years', waarin vroegtijdige sterfte en jaren doorgebracht met ziekte op gewogen wijze bij elkaar worden opgeteld. (B24479)

  • Min. SZW, Rapportage 2005/2006 : arboconvenanten, versterking arbeidsveiligheid en arbeidsomstandighedenbeleid stoffen (VASt)
    Den Haag : Min SZW, 2006.
    Beschrijving van de stand van zaken van drie projecten die bijdragen aan betere arbeidsomstandigheden. Drie heel verschillende projecten over het voorkomen van ongevallen, veilig werken met gevaarlijke stoffen en het terugdringen van ziekteverzuim in een aantal specifieke sectoren. Er zijn op vrijwillige basis afspraken gemaakt door werknemers en werkgevers over betere arbeidsomstandigheden, waarbij de overheid een kader biedt en helpt met subsidies. (B25077)

  • TNO Kwaliteit van Leven; [et al.], Nieuwe vormen van arbodienstverlening
    Z. P. : TNO Kwaliteit van Leven, 2005.
    De veranderende wetgeving per 1 juli 2005 biedt bedrijven en branches de mogelijkheid om meer eigen keuzes te maken in de wijze waarop zij arbodienstverlening willen invullen. Deze wetswijziging biedt niet alleen meer keuzevrijheid, maar zal voor bedrijven en branches ook een gelegenheid zijn om zich kritisch te bezinnen op de wijze waarop arbodienstverlening tot dusver binnen het bedrijf of de branche gestalte krijgt. Deze uitgave is het resultaat van een kennisinvesteringsproject binnen TNO, dat als doel had antwoord te vinden op de vraag: Welke nieuwe vormen van arbodienstverlening ontstaan wanneer de Arbowet de mogelijkheden voor meer vrije keuze in arbodienstverlening toestaat? Met deze kennis wil TNO enerzijds bedrijven en branches ondersteunen die kiezen voor de maatwerkregeling dan wel de vangnetregeling in hun keuzeproces voor arbodienstverlening. Anderzijds is het streven om bij organisaties aan te geven op welke punten het huidige beleid kan worden aangescherpt of verbeterd. TNO wil hiermee voor alle betrokkenen op het gebied van arbozorg en arbodienstverlening een helder beeld schetsen van de wijze waarop bedrijven en de daarin opererende actoren hun rol kunnen invullen. In hoofdstuk 1 worden de historische en actuele achtergronden in arbowetgeving beschreven die hebben geleid tot de wetswijziging per 1 juli 2005. In hoofdstuk 2 worden enkele cases behandeld. In hoofdstuk 3 worden een aantal ontwikkelingen geschetst die van belang zijn voor het bepalen van de koers van arbodienstverlening. In hoofdstuk 4 worden er conclusies en aanbevelingen gedaan. (B25041)

  • Inst. Asbestslachtoffers; [et al.], Expertmeeting asbest en longkanker
    Den Haag : IAS, 2006.
    IAS publicatie, nr. 2006/2
    Verslag van de op 6 april 2006 in het SER-gebouw gehouden expertmeeting. (B25010)

  • Popma, J. R.; [et al.], Arbeidstijden en arbeidsomstandigheden
    Den Haag : SDU, 2006.
    Arbeid Integraal, nr. 2006/2
    Special over arbeidstijden en arbeidsomstandigheden met de volgende bijdragen: Decentralisering van arbeidsomstandigheden; Seksuele intimidatie. Bewijs het maar!; Seksueel misbruik door kerkelijk personeel. Enkele juridische beschouwingen; Stelplicht en bewijslast bij werkgeversaansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW; Loondoorbetaling bij gedeeltelijke hervatting in bedongen arbeid of passende arbeid; Werknemersinspraak als dienstmaagd van het grondrecht op veilige en gezonde arbeidsomstandigheden - een internationaal en Europeesrechtelijke benadering; Een nieuwe arbeids- en rusttijdenregeling in internationaal perspectief; Wet- en regelgeving kinderarbeid: toch wel een afgewogen keuze. (B24806)

  • RWI, Tussenrapportage reïntegratiemarkt
    Den Haag : RWI, 2005.
    De tussenrapportage bevat een analyse van de ontwikkelingen op de arbomarkt na de liberalisering van de arbodienstverlening. Beschreven worden de veranderingen op het terrein van de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E), de komst van de preventiemedewerker en de gevolgen voor zowel aanbod- als vraagzijde van de markt van de liberalisering. Uit de analyse blijkt dat de liberalisering nog niet tot grote verschuivingen op de markt heeft geleid. Er zijn weinig werkgevers die hun contract met de arbodienst hebben opgezegd. Voorts wordt in de tussenrapportage de ontwikkelingen rond de Individuele Reïntegratieovereenkomst (IRO-regeling) nader beschouwd. Werkzoekenden maken in toenemende mate gebruik van een IRO. Met een IRO geeft UWV de uitkeringsgerechtigde meer vrijheid om zelf een reïntegratiebedrijf te kiezen en om de inhoud van het reïntegratietraject te bepalen. In 2004 werd nog nauwelijks gebruik gemaakt van IRO’s. In 2005 worden naar verwachting meer dan 20.000 IRO’s ingezet. De eerste voorlopige resultaten van plaatsing naar werk zijn gunstig. Bovendien zijn cliënten meer tevreden over de IRO-trajecten dan over de reguliere trajecten. (B24395)

  • TNO Kwaliteit van Leven; Houtman, I.; Berg, R. van den, Zogenaamde lage risico's in Nederland: welke regels vinden werknemers belangrijk om in de Arbowet te handhaven, en wat zijn de gevolgen van het schrappen van deze regels?
    Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2005.
    TNO-rapport, 20352/11292
    TNO bekeek de mate waarin werknemers te maken hebben met ‘lage risico’s’ waarvoor staatssecretaris Van Hoof de regels in de Arbowet wil schrappen. Het gaat om zaken als werken in extreme hitte of koude, werken in een onprettig binnenklimaat, of twee uur achtereen staand werk verrichten. Het kabinet beschouwt deze risico’s als lage risico’s, waartegen de overheid werknemers niet hoeft te beschermen. Uit het onderzoek blijkt dat de overgrote meerderheid van de werknemers in Nederland (bijna 72%) publieke regelgeving ter bescherming tegen deze risico’s belangrijk vindt. (B24299)

  • TNO Kwaliteit van Leven; Ybema, J. F.; Evers, M., Profiel arbeid en gezondheid 2005
    Hoofddorp : TNO Kwaliteit van Leven, 2005.
    TNO-rapport
    In deze publicatie presenteert TNO cijfers en trends over de gezondheid van werkenden en niet-werkenden in Nederland. Ook komen gezondheidsverschillen tussen werkenden en niet-werkenden, de arbeidsomstandigheden van werkenden met een aandoening, de effecten van (bedrijfs)fitness en de effecten van gezondheidsbeleid van werkgevers aan de orde. Centraal staat de manier waarop arbeid en gezondheid elkaar beïnvloeden. Enkele conclusies uit het rapport zijn dat; werkenden in de afgelopen jaren meer RSI-klachten hebben gekregen; de gezondheid van werkenden met een aandoening extra kwetsbaar is, terwijl zij relatief slechte arbeidsomstandigheden hebben; goed gezondheidsbeleid van werkgevers samenhangt met een lager verzuim. (B24264)

  • Min. SZW, Rapportage 2004/2005 : Versterking arbeidsveiligheid en versterking. Versterking arbeidsomstandighedenbeleid stoffen
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    Het programma's Versterking Arbeidsveiligheid en het programma Versterking Arbeidsomstandighedenbeleid Stoffen (VASt) hebben tot doel dat bedrijven onderling kennis uitwisselen over de arbeidsveiligheid en het werken met gevaarlijke stoffen. Op die manier kunnen ze van elkaars fouten leren en ongevallen voorkomen. Deze tussenrapportage meldt dat het beoogde doel het aantal arbeidsongevallen met minimaal tien procent te verminderen voor 2005 al is bereikt. Ook het beoogde aantal actieplannen om veiliger te werken met gevaarlijke stoffen, is ruimschoots gehaald. Doel was dat 18 bedrijfstakken in 2004 met een actieplan zouden starten; het werden er 24. Daarbij zijn meer dan 150.000 bedrijven en ruim 600.000 werknemers betrokken. Deze actieplannen zijn er vooral op gericht om goede informatie over het gebruik van giftige stoffen voor iedereen in de bedrijfstak beschikbaar te stellen. (B24099)

  • Min. SZW; [et al.], Naar herziening van het stelsel van grenswaardenstelling : rapport aan het Ministerie van SZW
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Werkdocumenten, nr. 330
    Dit rapport doet verslag van een verkenning van de verschillende mogelijkheden voor herziening van het Nederlandse stelsel voor grenswaardenstelling voor blootstelling aan stoffen op de arbeidsplaats. In het kader hiervan zijn voor- en nadelen van verschillende alternatieve ontwikkelrichtingen in kaart gebracht, alsook het Nederlandse en Europese krachtenveld waarbinnen alternatieven meer of minder goed te realiseren zijn. (B23977)

  • SBI training & advies; Dolmans, W.; Mulder, H.; Boer, H. de, Arbeidsomstandigheden : bouwen aan een gezonde organisatie
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2004.
    OR in bedrijf thema, nr. 4
    Arbeidsomstandigheden is een terugkerend onderwerp op de OR-agenda. Begrijpelijk omdat het hier gaat om de arbeidsomstandigheden van werknemers. Toch is het niet altijd gemakkelijk om het belang van een goed arbobeleid voor het voetlicht te krijgen. Veelal krijgen onderwerpen die te maken hebben met de financieel-economische gezondheid van de organisatie immers voorrang. Dit boek geeft informatie en handvaten om in eigen bedrijf of organisatie werk te maken van een goed arbobeleid, met als doel een gezonde organisatie. (B26050)

  • Min. SZW, Standaardisatie van persoonsdosimetrie bij beroepsmatige blootstelling aan ioniserende straling
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Werkdocumenten, nr. 329
    In opdracht van het Ministerie van SZW heeft het RIVM een onderzoek gedaan naar de standaardisatie van persoonsdosimetrie bij beroepsmatige blootstelling aan ioniserende straling. Wettelijk is voorgeschreven dat de effectieve of equivalente doses van blootgestelde werkers moet worden bepaald. Overeenkomstig de doelstelling van het onderzoek is een overzicht gegeven van mogelijkheden om het meetresultaat van de persoonsdosismeter te vertalen naar een effectieve dosis en vast te leggen in het Nationaal Dosisregistratie en Informatiesysteem (NDRIS). Daarmee is de mogelijkheid gecreëerd de in NDRIS geregistreerde dosis een zo juist mogelijke weergave te laten zijn van de werkelijk ontvangen (effectieve) dosis. Op basis van beschikbare literatuur en door het voorleggen van vragen aan experts op het gebied van stralingsbescherming en werkprotocollen is een viertal beleidsopties voor het eventueel toepassen van een correctiefactor voorgesteld.(B23978)

  • Diehl, P.J.; Koenders, H.; Suijkerbuijk, A.C.M., Preventiemedewerker in 100 vragen
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2005.
    Per 1 juli 2005 is de Arbeidsomstandighedenwet ingegaan. Iedere organisatie met meer dan 15 medewerkers moet dan verplicht een preventiemedewerker in huis hebben. In deze publicatie wordt op een groot aantal vragen waarmee de preventiemedewerker in de praktijk zal worden geconfronteerd een antwoord gegeven. Het gaat daarbij om vragen m.b.t. zijn rol en positie, zijn taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en inhoudelijke vragen op het gebied van arbeidsomstandigheden. (B23991)

  • Diehl, P. J.; Koenders, H.; Suijkerbuijk, A. C. M., Preventiemedewerker : een praktische handleiding
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2005.
    Per 1 juli 2005 wijzigt de Arbowet ingrijpend. Iedere organisatie met meer dan 15 medewerkers moet dan verplicht een preventiemedewerker in huis hebben. Deze publicatie bevat informatie over de wetswijziging en de nieuwe functie. De inhoud van deze publicatie is opgebouwd rond een aantal thema's: de functie van de preventiemedewerker; wet- en regelgeving; aansprakelijkheid; arbomanagement; werkplekken; verzuimbeleid; sociale vaardigheden. (B23932)

  • TNO Arbeid; Smulders, P. G. W., Jongere en oudere werknemers : hun werk, werktijden, ongevallen en verzuim : deelresultaten Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2003
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 2005.
    In deze rapportage worden de gegevens over arbeid en gezondheid van oudere en jongere werknemers gepresenteerd. Belangrijkste conclusies: Jongeren werken vaak op flexibele contracten, ouderen zijn meestal in vaste dienst; Mannen maken de langste werkweken als ze 30-54 jaar oud zijn, vrouwen werken het meest rond hun 20-34ste jaar; De werkdruk en de emotionele werkbelasting lopen op met het ouder worden en blijven bij ouderen op constant hoog niveau; Zwaar werk en beeldschermwerk komt het meest bij jongeren voor; Gezondheidsklachten, RSI-klachten, chronische ziekten en arbeidshandicap nemen toe met het ouder worden. Hoewel de verzuimfrequentie licht daalt met het ouder worden, neemt het totaal aantal dagen verzuim per jaar substantieel toe met de leeftijd; In het algemeen vinden oudere werknemers meer dat er in hun bedrijf arbomaatregelen genomen dienen te worden dan jongere werknemers. (B23771)

  • COT Inst. voor Veiligheids- en Crisismanagement; [et al.], Trend of incident : een verkennend onderzoek naar de relatie tussen organisatie, onderhoud en veiligheid in de procesindustrie
    Z.P. : COT Inst. voor veiligheids- en Crisismanagement, 2004.
    Naar aanleiding van een relatief groot aantal incidenten met gevaarlijke stoffen in de procesindustrie in de periode 2002-2004 heeft het ministerie van SZW het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en DHV Milieu en Infrastructuur opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de invloed van twintig jaar maatschappelijke, beleidsmatige en bedrijfsmatige trends op de veiligheid in de procesindustrie. Het COT heeft daartoe dominante trends in kaart gebracht en deze vervolgens op basis van de literatuur, (incident)onderzoek en expertoordelen, in verband gebracht met de waargenomen toename van incidenten in de procesindustrie. per trend is aangegeven wat de invloed is geweest op de veiligheid. (B23765)

  • ESVLA, Working conditions and gender in an enlarged Europe
    Dublin : ESVLA, 2005.
    Rapport over de arbeidsomstandigheden van vrouwen in Midden- en Oost-Europa (Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slowakije, Slovenië, Bulgarije en Roemenië). Het rapport bevat de gebundelde resultaten van nationale rapporten over arbeidsomstandigheden, en vergelijkt de onderzoeksresultaten met de uitkomsten van vergelijkbare onderzoeken uit 2000 en 2001. (B23745)

  • AStri; [et al.], Kennisinfrastructuur nieuwe arbeidsrisico's (KINA) : voorstel voor een verbeterde signalering en verspreiding van kennis over nieuwe arbeidsrisico's
    Leiden : AStri, 2005.
    Dit rapport bevat een overzicht van de wijze waarop momenteel de signalering en verspreiding van kennis over nieuwe arbeidsrisico’s in Nederland is georganiseerd en functioneert. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan aan de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over verbeteringsmogelijkheden hierin. (B23723)

  • Inspectie Werk en Inkomen, De certificatie van deskundig toezichthouders verwijdering asbest en crocidoliet
    Den Haag : IWI, 2005.
    R05/01
    Asbestvezels vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Verwijdering van asbest moet dan ook met strenge veiligheidsmaatregelen zijn omgeven. Zo moet er altijd een gecertificeerde toezichthouder bij aanwezig zijn: de deskundig toezichthouder asbestverwijdering (DTA-er). De wettelijke DTA-certificaten worden verstrekt door instellingen die daarvoor door de minister van SZW zijn aangewezen. IWI heeft onderzocht hoe deze certificatie-instellingen hun werk doen. Ook bekeek de inspectie welke risico's zich eventueel voordoen in de praktijk van de DTA-er. (B23738)

  • TNO Milieu, Energie en Procesinnovatie; [et al.], Risicogerichte classificatie van werkzaamheden met asbest : onderzoek en onderbouwing van de mogelijkheden tot het risicogerichte indelen van werkzaamheden met asbest en asbesthoudende materialen : eindrapport
    Apeldoorn : TNO, MEP, 2004.
    TNO-rapport, nr. R 2004/523
    TNO-onderzoeksrapport wat in opdracht van het ministerie van SZW is opgesteld met het oog op de implementatie van een Europese wijzigingsrichtlijn over asbest (2003/18/EG). Deze richtlijn schrijft een risicogerichte benadering voor. Uit het TNO-onderzoek blijkt dat de regels voor het werken met asbest meer kunnen worden toegesneden op de risico’s die optreden. Dat blijkt uit onderzoek van TNO. Volgens het onderzoeksinstituut is het mogelijk werkzaamheden met asbest in drie categorieën in te delen, met bijbehorende veiligheidsmaatregelen. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor eenvoudige werkzaamheden met asbest niet langer strenge veiligheidsvoorschriften gelden. Voor het werken met bijvoorbeeld het zeer gevaarlijke spuitasbest kunnen juist aanvullende maatregelen gaan gelden. (B23716)

  • Hugo Sinzheimer Inst.; FNV, Werkgerelateerde sterfte in Nederland : een verkenning : rapport in het kader van Workers Memorial Day, 28 april 2005
    Amsterdam ; HSI, 2005.
    Jaarlijks sterven er in Nederland meer dan 2,5 duizend werknemers als gevolg van gevaarlijk werk of slechte arbeidsomstandigheden. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de FNV door het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal bedrijfsongevallen waardoor werknemers onmiddellijk komen te overlijden maar een fractie (110) is van het totaal aantal slachtoffers (2635). Voornaamste oorzaken zijn schadelijke stoffen en dampen die vooral kanker en aandoeningen aan de long- en luchtwegen en het zenuwstelsel veroorzaken. Stress door de al maar toenemende werkdruk is debet aan hart- en vaatziekten. Aanleiding voor het onderzoek is Workers Memorial Day: op 28 april herdenkt de internationale vakbeweging dat wereldwijd zo’n 2 miljoen werknemers per jaar door hun werk overlijden. (B23686)

  • Min. SZW; [et al.], De werkgeversmonitor arbeidsomstandigheden : eerste meting : eindrapport
    Leiden : Research voor Beleid, 2005.
    Het doel van deze monitor is het meten van de kennis, houding en het gedrag van bedrijven en organisaties ten aanzien van de veiligheid en gezondheid van hun werknemers. Het betreft de eerste meting waarbij het voornemen is om deze tweejaarlijks te herhalen zodat het mogelijk is om ook de effecten van maatregelen te beoordelen. In het onderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: 1. Welk (algemeen) arbobeleid voert de onderneming en welke maatregelen nam de werkgever (in de afgelopen twee jaar) om de voor die arbeidsorganisatie risicovolle arbeidsomstandigheden te verbeteren?; 2. Wat zijn de motieven van werkgevers om aan arbobeleid te doen en welk imago heeft arbobeleid onder werkgevers?; 3. Hoe bekend zijn werkgevers met informatie over arbobeleid en heeft men behoefte aan aanvullende informatie?/ Wat zijn de opvattingen van werkgevers over de wet- en regelgeving rondom arbobeleid en welke verbeteringen zijn wenselijk?; 4. Welke effect(en) ervaren werkgevers van de genomen maatregelen op de gezondheidssituatie van de werknemers, neemt het verzuim af? Uit het onderzoek blijkt dat kwaliteit een doorslaggevende factor is bij de invulling van de arbodienstverlening door bedrijven. Dat een arbodienst maatwerk levert vinden werkgevers belangrijker dan wat de dienstverlening kost. Verder blijkt de markt van arbodienstverlening zich langzaam uit te breiden: met name grote bedrijven en organisaties kopen steeds vaker aanvullende diensten buiten de arbodienst om. (B23575)

  • Franken, H.; Min. SZW, Arbo Platform Nederland : een tussentijdse evaluatie
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    Het Arbo Platform Nederland (AP-NL) is een door de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestelde netwerkorganisatie voor afstemming, overleg en informatievoorziening op het terrein van arbeidsomstandigheden. Het AP-NL is per 1 maart 2003 ingesteld voor een periode van vier jaar. Dit rapport bevat de weerslag van de bevindingen van het in de zomermaanden van 2004 gehouden evaluatieonderzoek. (B23576)

  • Min. SZW, Jaarrapportage arboconvenanten 2004
    Den Haag : Min. SZW, 2005.
    De jaarrapportage bestaat uit twee delen. Deel 1 is gewijd aan de belangrijkste resultaten en uitkomsten die er over 2004 zijn te melden: de activiteiten in de lopende trajecten, de uitkomsten van de evaluatie-onderzoeken in de afgeronde trajecten, de doorwerking van convenantafspraken naar CAO-niveau, de ontwikkeling in het verzuim en de WAO-instroom in convenantsectoren enerzijds en niet-convenantsectoren anderzijds en een herberekening van de inverdieneffecten. Het tweede deel bevat voornamelijk feiten en cijfers: het beschrijft de stand van zaken per ultimo 2004 voor wat betreft de convenanttrajecten en biedt eveneens informatie over de looptijden – en dan met name de wijzigingen daarin -, over financiën, over de onderwerpen waarop de convenantafspraken zich richten en over het bereik van de afspraken. (B23577)

  • AWVN; [et al.], Gezondheidsbeleid in de onderneming
    Haarlem : AWVN, 2005.
    Brochure en CD ROM ontwikkeld door de CNV BedrijvenBond, FNV Bondgenoten en de werkgeversorganisatie AWVN in het kader van het project 'Gezondheidsbeleid in de onderneming'. Een literatuurverkenning vormde de eerste pijler van het project. Doel ervan was het benoemen van factoren die succes bevorderen, en het blootleggen van belemmerende factoren. De nadruk lag op het bestuderen van goede voorbeelden. Bedrijfsbezoeken vormden de volgende stap. Bezoeken aan negen organisaties die actief bezig zijn met gezondheidsbeleid. Sommige bedrijven waren al vrij ver met het implementeren van gezondheidsbeleid, andere bedrijven hadden net enkele eerste, maar wezenlijke stappen gezet. In deze brochure wordt verslag gedaan van de bevindingen. De eerste hoofdstukken geven een omschrijving van gezondheidsbeleid en de verschillende vormen daarvan. vervolgens wordt dieper ingegaan op de bevindingen van het literatuuronderzoek en de bedrijfsbezoeken: wat kunnen andere organisaties daar van opsteken? In de laatste hoofdstukken staat de vraag centraal hoe gezondheidsbeleid kan worden geïntegreerd in het algehele beleid van de organisatie, en de rol die het arbeidsvoorwaardenbeleid daarbij speelt. (B23568)

  • Min. SZW; [et al.], Arbo-informatiebehoeften van werknemers - en de wijze waarop deze effectief ingevuld kunnen worden - opbouw van een (persuasief) arbocommunicatiemodel : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan Beleidsonderzoek, 2004.
    Regioplan publicatienr. 1195
    Centrale doelstelling van het onderzoek is: Het in kaart brengen van de arbo-informatiebehoeften van werknemers en de wijze waarop het meest effectief en efficiënt in die behoefte kan worden voorzien. In het rapport doet Regioplan verslag van de belangrijkste onderzoeksbevindingen: Waar hebben werknemers behoefte aan en wat is wel of niet effectief? Via welk kanaal wenst men geïnformeerd te worden? Vervolgens worden deze bevindingen gekoppeld aan persuasieve communicatie-inzichten en modellen. Het gebruik wordt toegelicht aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden. (B23507)

  • Arbeidsinspectie, Jaarplan 2005 : handhaven voor resultaat
    Den Haag ; Arbeidsinspectie, 2005.
    Jaarplan Arbeidsinspectie (AI) 2005. Het jaarplan gaat allereerst in op de handhavingsstrategie, taken en organisatie van de AI. Vervolgens worden de prioriteiten behandeld die de AI voor 2005 heeft geformuleerd. In het daarop volgende hoofdstuk wordt ingegaan op producten en prestaties van de AI zowel op het gebied van arbeidsomstandigheden en Major Hazard Control als op het gebied van Arbeidsmarktfraude. In de bijlage 1 en 2 is opgenomen hoe de beschikbare inspectiecapaciteit Arbeidsomstandigheden en Arbeidsmarktfraude in 2005 zal worden verdeeld over verschillende producten en projecten en welke productie daarbij wordt geleverd. (B23443)

  • Min. SZW; [et al.], Arbobeleid of preventiecultuur? : een onderzoek naar de aard en omvang van het arbo-preventiebeleid in grote ondernemingen : eindrapport
    Leiden : Research voor Beleid, 2004.
    Het rapport verschaft inzicht in de wijze waarop grote ondernemingen omgaan met arbobeleid. Doel van het onderzoek was de aard, omvang en achtergronden van het arbogerelateerde preventiebeleid van grote ondernemingen (meer dan 200 werknemers) in beeld te krijgen. Om hier inzicht in te krijgen is gebruikgemaakt van een telefonische enquête en casestudies. Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven met meer dan 200 werknemers over het algemeen vrij actief zijn in het nemen van maatregelen op het gebied van arbeidsomstandigheden. Een aanzienlijk deel van de bedrijven lijkt meer te doen dan wettelijk wordt vereist. Bij een beperkter aantal bedrijven kan zelfs gezegd worden dat er sprake is van een preventiecultuur. Dat wil zeggen dat men in die bedrijven meer doet dan op basis van wettelijke vereisten noodzakelijk is en dat de implementatie van een goed arbo-preventiebeleid breed in de organisatie wordt gedragen. Het ontstaan van een preventiecultuur lijkt vooral samen te hangen met de persoonlijke inbreng van de directie en het management en positieve ervaringen met eerder gevoerd beleid. Verder wil ik de volgende hoofdpunten uit het onderzoek onder uw aandacht. (B23380)

  • Min. SZW; [et al.], Evaluatie van de Arbowet inzake ongewenste intimiteiten
    Leiden : Research voor Beleid.
    Werknemers kunnen op de werkvloer te maken krijgen met ongewenste omgangsvormen. Op grond van de Arbowet en de Algemene Wet Gelijke Behandeling zijn werkgevers verplicht ongewenste omgangsvormen op het werk tegen te gaan. In 19951 en 20002 is onderzoek gedaan naar de wijze waarop werkgevers omgaan met de bepalingen uit de Arbowet op het gebied van ongewenste omgangsvormen. In 2004 is dit onderzoek herhaald met het doel de gegevens te actualiseren en aanknopingspunten te bieden voor een beoordeling van de doeltreffendheid van de Arbowet op het gebied van ongewenste omgangsvormen. Dit rapport geeft de resultaten van het onderzoek van 2004 en vergelijkt de uitkomsten met die van eerdere onderzoeken. In het onderzoek worden niet alleen agressie en geweld, seksuele intimidatie en pesten meegenomen, maar ook discriminatie en conflicten. Het onderzoek bestond uit een telefonische enquête onder bijna 700 werkgevers, een drietal groepsgesprekken en literatuurstudie en werd uitgevoerd in mei en juni 2004. (B23324)

  • Arbeidsinspectie; Min. SZW, Metaal 2004 : blootstelling aan lasrook, vluchtige organische stoffen en het manueel hanteren van lasten in de metaalindustrie, uitvoeringsperiode : februari t/m april 2004
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2004.
    Inspectierapport, nr. A624
    De Arbeidsinspectie heeft tussen februari en april 2004 732 bedrijven in de metaalindustrie bezocht. De inspecties waren gericht op de blootstelling van werknemers aan lasrook en oplosmiddelen, en de lichamelijke belasting. In dit project werd een hoog percentage overtredingen geconstateerd. Vastgesteld werd dat de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet ver beneden de maat is. (B23230)

  • Min. EZ; KPMG; TNO; [et al.], Gevolgen en administratieve lasten van REACH voor het Nederlandse bedrijfsleven : hoofdrapport. : geïntegreerd rapport gebaseerd op de volgende twee deelrapporten: Gevolgen van REACH voor het Nederlandse bedrijfsleven (KPMG/TNO); Effectmeting administratieve lasten REACH (SIRA Consulting)
    Den Haag : Min. EZ, 2004.
    Onderzoeksreeks
    REACH staat voor Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals. Met REACH wordt het voorstel van de Europese Commissie d.d. 29 oktober 2003 voor nieuwe regelgeving op het gebied van chemische stoffen bedoeld. Het doel van het voorstel is zowel de volksgezondheid en het milieu beter te beschermen voor blootstelling aan chemicaliën, als het vermogen tot concurreren en innoveren van het Europese bedrijfsleven te verbeteren. REACH moet volgens de Commissie leiden tot een systeem van registratie van bestaande en nieuwe stoffen waarbij bedrijven verantwoordelijk worden voor het leveren van gegevens over de eigenschappen en risico’s (voor mens en milieu) van de betrokken stoffen. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken heeft KPMG/TNO een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van REACH voor het Nederlandse bedrijfsleven. SIRA Consulting heeft een onderzoek uitgevoerd naar de administratieve lasten van REACH en deze vergeleken met de administratieve lasten van de huidige regelgeving. In dit hoofdrapport zijn de resultaten van beide deelrapporten geïntegreerd. Het gaat hierbij om een samenvatting van de economische gevolgen en administratieve lasten van REACH.
    Zie ook B23200 Gevolgen van REACH voor het Nederlandse bedrijfsleven : deelrapport en B23201 Effectmeting administratieve lasten REACH : deelrapport (B23199)

  • Min. SZW; [et al.], Maatschappelijke kosten van arbeidsomstandigheden 2001
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Werkdocumenten, nr. 324
    In de begroting van de Rijksoverheid worden sinds 2002 de beleidsvoornemens in verband gebracht met de te realiseren effecten. Ook voor het arbeidsomstandighedenbeleid zijn doelstellingen verbonden met kwantificeerbare doelstellingen, activiteiten en kosten. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een instrument laten ontwikkelen (in de vorm van een gecomputeriseerd rekenmodel) dat inzicht geeft in de kosten en opbrengsten van arbomaatregelen. In het hier beschreven project is een berekening over 2001 gemaakt, rekening houdend met nieuwe wet- en regelgeving en nieuwe vormen van arbobeleid. In de berekening van de arbokosten zijn opgenomen: de kosten van arbeidsuitval; de kosten van de gezondheidszorg voor klachten en aandoeningen die hun oorzaak in het werk of de arbeidsomstandigheden vinden; de kosten van arbozorg, wetgeving en handhaving. (B23172)

  • Min. SZW; [et al.], De meerwaarde van het arboconvenanten-aanpak : een eerste evaluatie op basis van beschikbare databronnen
    Den Haag : Min. SZW, 2004.
    Werkdocumenten, nr. 304
    Binnen het arbobeleid van het ministerie van SZW nemen de branchegewijze arboconvenanten een belangrijke plaats in. Arboconvenanten zijn schriftelijke, concrete afspraken tussen sociale partners binnen een branche en het ministerie van SZW, bedoeld om arbeidsrisico's, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid terug te dringen. In dit rapport staat de vraag centraal of de meerwaarde van de convenantenaanpak als zodanig reeds zichtbaar is in bestaand cijfermateriaal? In het rapport wordt allereerst ingegaan op de convenantenaanpak. Wat werd ermee beoogd, welke veronderstelde keten van gedragsreacties binnen branches lag daaraan ten grondslag? Daarna wordt kort de opzet van analyses en de gehanteerde bronnen geschetst. In de daarop volgende hoofdstukken komen de verschillende inhoudelijke aspecten van de convenanten aan de orde: De ontwikkeling van gezondheid, ziekteverzuim en WAO-instroom in de "convenantbranches" wordt vergeleken met de overige, "niet-convenant"-branches. Daarna wordt het thema werkdruk, één van de onderwerpen die in een meerderheid van de convenanten aan de orde is, besproken. Tenslotte worden de fysieke belasting (eveneens een onderwerp dat in de meeste convenanten aan de orde is) en de RSI-problematiek belicht. (B23160)

  • Min. SZW; Min VWS; TNO Arbeid; [et al.], RSI-maatregelen : preventie, behandeling en reïntegratie : programmeringsstudie in opdracht van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
    Doetinchem : Reed Business Information, 2004.
    Om RSI te voorkomen of aan te pakken dienen werkgevers, werknemers en behandelaars te weten welke aanpak effectief is. Het belangrijkste doel van deze studie was prioriteiten te stellen in toekomstig onderzoek naar de effectiviteit van preventieve, curatieve en reïntegratiemaatregelen voor RSI, zodat de onderzoeksmiddelen zo efficiënt mogelijk kunnen worden ingezet. Voordat de projectgroep deze prioriteiten kon stellen, was het van belang te weten van welke preventieve maatregelen, behandelingen en reïntegratiemethoden al wel bewezen was dat deze effectief zijn. In aanvulling daarop is de stand van zaken over ontstaansmechanismen weergegeven en beknopt de stand van zaken voor risicofactoren voor RSI samengevat. (B23122)

  • Min. SZW; NRG; Dijk, J. W. E. van, Statistische analyse van de dosis als gevolg van beroepsmatige blootstelling aan ioniserende straling 1993-2002
    Doetinchem : Reed Business Information, 2004.
    Met ingang van 1989 is door het Min. SZW het Nationaal Dosis Registratie- en Informatie Systeem (NDRIS) ingesteld. Een van de doelstellingen van dit systeem was om vanuit een centraal systeem analyses te kunnen maken van de beroepsmatige blootstelling aan ioniserende straling. Dit naast de hoofddoelstellingen: het garanderen van de wettelijke bewaartermijn voor dosisgegevens conform de Europese richtlijn van 1996 en het door het bij elkaar brengen van alle dossiergegevens van alle radiologische werkers in Nederland, te komen tot een optimale bewaking van beroepshalve ontvangen stralingsdoses conform de Europese richtlijn van 1994]. De publicatie geeft allereerst voor de totale groep en voor verschillende categorieën een samenvattend overzicht gegeven van de beroepsmatige blootstelling voor de jaren 1993 tot en met 2002. In de vervolghoofdstukken staan voor de verschillende categorieën werkgevers meer gedetailleerde overzichten. Ook worden er enkele gegevens uit landen van de Europese Unie getoond en er worden enige algemene observaties genoemd. Tenslotte worden in meer gedetailleerde vorm een groot aantal gegevens betreffende de beroepsmatige blootstelling in Nederland getoond namelijk over de gezondheidszorg, nucleaire technieken, industrie en bedrijfsleven en de luchtvaart. (B23125)

  • TNO Arbeid; [et al.], Onderzoek toepassing Farboregeling
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 2004.
    TNO rapport, R0315485/01830363
    De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën hebben sinds 1 januari 1998 de 'Regeling willekeurige afschrijving arbo-investeringen'(de Farboregeling) ingesteld. Met deze regeling stimuleert de overheid ondernemers om te investeren in arbo-vriendelijke bedrijfsmiddelen. Per 1 januari 2001 is een soortgelijke regeling van kracht voor de non-profitsector. Organisaties in deze sector kunnen gebruik maken van een afdrachtvermindering loonheffing, die is vastgesteld op 3,5% van het investeringsbedrag. Eind 2003 is het functioneren van de Farbo-regeling nader onderzocht. Daarvoor is gebruik gemaakt van de VBTB-methodiek (van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording). In dit rapport wordt een antwoord op de drie onderzoeksvragen van deze methodiek gegeven. Dit gebeurt voor de profit- en de non-profitregeling afzonderlijk. Tevens wordt ingegaan op de mogelijkheden van verbetering van beide regelingen. (B23113)

  • OECD, OECD guidance on safety performance indicators : guidance for industry, public authorities and communities for developing SPI programmes related to chemical accident prevention, preparedness and response
    Parijs : OECD, 2004.
    Series on chemical accidents, nr. 11
    Gids gebaseerd op de OECD richtlijnen preventie van zware ongevallen waarbij chemische stoffen zijn betrokken. De publicatie richt zich op drie doelgroepen: industrie, autoriteiten, en publiek. (B22962)

  • MKB-Nederland, Deregulering Arbowet en –regelgeving
    Delft : MKB-Nederland, 2004.
    MKB-Nederland wil dat het aantal arboregels in ons land drastisch wordt teruggebracht, tot de norm van de Europese Unie. Het aantal regels is te omvangrijk. In de nota wordt zwaar ingezet op terugdringing van het aantal regels en vermindering van administratieve lastendruk. Dit betreft zowel de formele wetgeving (Arbowet, Arbobesluit en Arboregeling) als de informele regelgeving (arbobeleidsregels, normen en Arbo-Informatiebladen). MKB-Nederland pleit er ook voor om bij de introductie van nieuwe regels rekening te houden met de noodzakelijke tijd om wijzigingen in te voeren in een bedrijf: hier moet minstens zes maanden tussen zitten. Ook moet worden voorkomen dat recente investeringen waardeloos worden omdat regels elkaar (te) snel opvolgen. Tot slot wil MKB-Nederland af van de verplichte wettelijke aansluiting bij een arbodienst. De uitleg van normen die bedrijven nu verplicht moeten afnemen kunnen ook middels ict kosteloos ter beschikking worden gesteld (een besparing van duizenden euro’s). Tot slot kan de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) voor kleine bedrijven een stuk eenvoudiger. (B22856)

  • ITS; Min. SZW, Arbowet in beeld : onderzoek ten behoeve van de evaluatie van de Arbowet 1998
    Nijmegen : ITS, 2004.
    Dit rapport bevat het verslag van een onderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van de evaluatie van de Arbowet 1998. Kern van het onderzoek is een procesevaluatie van de implementatie van een drietal vernieuwingen in wet- en regelgeving: wijzigingen in het kerninstrumentarium voor stimulering van systematisch arbobeleid in ondernemingen; invoering van het instrument van de bestuurlijke boete in de handhavingspraktijk van de Arbeidsinspectie; en verruiming van de mogelijkheden voor maatwerk bij de ontwikkeling van arbobeleid in ondernemingen, via o.a. vereenvoudiging van regelgeving, doelvoorschriften, normalisatie en certificatie en zelfwerkzaamheid van sociale partners op brancheniveau. (B22821)

  • FNV, Bureau Beroepsziekten, Ziek van je werk : een boekje open over beroepsziekten
    Amsterdam : Bureau Beroepsziekten FNV, 2004.
    In het boekje Ziek van je werk, een boekje open over beroepsziekten wordt tussentijds de balans opgemaakt. Dit gebeurt aan de hand van de persoonlijke verhalen van zeven cliënten, die gezamenlijk min of meer representatief zijn voor het cliëntenbestand van het bureau. Zes beroepsziekten komen aan bod: burn out, lawaaidoofheid, RSI, contacteczeem, OPS, rugklachten. Uitgaande van de zeven verhalen wordt stilgestaan bij de oorzaken van beroepsziekten, de manier waarop medici en andere professionals met slachtoffers omgaan, de kwaliteit van reïntegratie, de claimbeoordeling door de verzekeraars en - bovenal - wat we kunnen doen om beroepsziekten te voorkomen. (B22733)

  • European Agency for Safety and Health at Work, Gender issues in safety and health at work : a review
    Luxemburg : EG, 2003.
    Er bestaan substantiële verschillen in het arbeidsleven van mannen en vrouwen die hun veiligheid en gezondheid op het werk beïnvloeden. Een van de doelstellingen van de communautaire gezondheids- en veiligheidsstrategie is de integratie van de genderdimensie in activiteiten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk. Ter ondersteuning hiervan heeft het Agentschap een rapport vervaardigd waarin verschillen tussen mannen en vrouwen zijn onderzocht bij arbeidsgebonden ongevallen en ziekten, lacunes in kennis en de implicaties voor verbetering van risicopreventie. (B22577)

  • Min. SZW; [et al.], Application of risk-based strategies to workers' health and safety protection : UK experience
    Doetinchem : Reed Business Information, 2003.
    Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft een project opgestart voor de introductie van risicocriteria voor werknemers en het ontwikkelen van een risicomodel voor werknemers in Nederland. Het doel van onderhavige studie is de situatie in het Verenigd Koninkrijk te beschrijven, vanaf de introductie van een doelstellingsaanpak in veiligheidsregelgeving tot en met het aantonen van aanvaardbare veiligheid door het bedrijfsleven. Een kritisch onderzoek wordt gepresenteerd van de uitvoering van veiligheidsregelgeving in het VK in verschillende bedrijfstakken, met een aantal voorbeelden van problemen die zich hebben voorgedaan of die hadden kunnen ontstaan, gevolgd door een vergelijking met het voorgestelde Nederlandse risicomodel. (B22417)

  • Min. SZW; TNO Arbeid; [et al.], De praktijk van sociaal-medische begeleiding en voorspellers van werkhervatting bij RSI
    Doetinchem : Reed Business Information, 2003.
    Het onderzoek dat in dit rapport gepresenteerd wordt, is een longitudinaal onderzoek naar de sociaal medische praktijk en determinanten van langdurig verzuim door pijn in nek of arm. Gegevens zijn op twee meetmomenten verzameld, zowel bij de werknemer als bij de bedrijfsarts van de werknemer. Informatie werd verzameld over de ernst van de klachten en beperkingen, de persoon (omgaan met pijn, nauwgezetheid), het werk, de behandelingen en werkaanpassingen, en de tevredenheid over de bedrijfsarts. De vraagstellingen van het onderzoek luiden: 1. Wat is de huidige praktijk van sociaal medische begeleiding en reïntegratie van werknemers die verzuimen door RSI-klachten? 2. Welke factoren, zoals ziektekenmerken, werkkenmerken, privé-omstandigheden, persoonskenmerken, medische gegevens en aspecten van sociaal medische begeleiding, voorspellen langdurig verzuim door RSI-klachten? (B22415)

  • Inst. Asbestslachtoffers, Instituut Asbestslachtoffers : evaluatie 2000-2002
    Den Haag : IAS, 2003.
    In dit boekje zijn enkele documenten samengebracht die een inzicht verschaffen in en waardering geven over het functioneren van het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) in de periode januari 2000 - december 2002. Centraal hierbij staat de evaluatie van het IAS, zoals die is uitgevoerd door de Raad van Toezicht en Advies en het Bestuur van het IAS. (B22379)

  • MKB-Nederland; Interpolis; Commit, Glashelder : over mens en werk
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2003.
    Publicatie over arbo- en verzuimbeleid gericht op het MKB. Dit boek behandelt de problematiek van verzuimbegeleiding en de risico's die daarmee samenhangen op een andere manier. Op een creatieve, misschien wat onorthodoxe wijze wordt in dit boekje met de materie omgegaan. Drie thema's staan centraal: Hoe voorkomt een bedrijf dat een medewerker uitvalt?; Verzuimbegeleiding en reïntegratie (eerste verzuimjaar); Het tweede verzuimjaar en daarna. (B22380)

  • Ver. VNO-NCW, Deregulering en vereenvoudiging van arboregeling : voorstellen van VNO-NCW
    Den Haag : Ver. VNO-NCW, 2003.
    2004 moet het jaar worden waarin de Nederlandse wetgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden ingrijpend wordt vereenvoudigd. De Nederlandse regelgeving moet aansluiten bij wat op grond van Europese richtlijnen is voorgeschreven en niet aanmerkelijk verder gaan, zoals nu vaak het geval is. VNO-NCW vindt dat de Nederlandse Arbowet, die ruim twintig jaar geleden werd ingevoerd, veel te sterk is uitgebreid. Er zijn zoveel regels dat ze voor werkgevers niet meer uitvoerbaar en voor de Arbeidsinspectie niet meer controleerbaar zijn. Daardoor schiet de Arbowet zijn doel voorbij. In de VNO-NCW-nota wordt gewezen op een groot aantal punten waarin de bestaande Nederlandse wetgeving afwijkt van wat elders in de Europese Unie gebruikelijk is. Daarbij gaat het om zaken als geluidshinder, het gebruik van toxische stoffen, maatregelen op steigers, tilnormen en dergelijke. 22-11-2003: VNO-NCW: ‘Arbowetgeving aanpassen aan Europese maat’ (persbericht) 22-11-2003: Deregulering en vereenvoudiging van arboregelgeving. (B22229)

  • TNO Arbeid; BMVS Management Consultants; [et al.], Kleine bedrijven en 'arbo' : ik wil geen antwoord, maar een oplossing
    Hoofddorp : TNO Arbeid, 2003.
    Het Nederlandse bedrijfsleven klaagt over hoge administratieve lasten, óók op het gebied van arbeidsomstandigheden ('arbolasten'). SZW heeft laten onderzoeken hoe het midden- en kleinbedrijf het arbeidsomstandighedenbeleid ervaart. Uit het rapport blijkt dat het arbeidsomstandighedenbeleid veel weerstand oproept bij kleine werkgevers. Zij vinden informatie hierover onoverzichtelijk en ontoegankelijk. Ook vinden ze dat er te veel regelgeving is. De werkgevers zien hierbij vaak geen verschil tussen verplichtingen van de overheid en adviezen van bijvoorbeeld brancheorganisaties of arbodiensten. Ook zien kleine werkgevers vaak niet de relatie tussen betere arbeidsomstandigheden en het terugdringen van ziekteverzuim. Het rapport komt tot de volgende aanbevelingen: Aanbeveling 1: Pas arbocommunicatie aan op de behoefte van kleine bedrijven; Aanbeveling 2: Verbeter (bestaande) infokanalen naar kleine bedrijven; Aanbeveling 3: Versterk arbo-adviesfunctie naar kleine bedrijven ('infrastructuur'); Aanbeveling 4: Verbeter registratie en levering van bedrijfsinformatie; begin bij RIE; Aanbeveling 5: Ontwikkel het arbobeleid met elkaar. (B22211)

  • Inspectie Werk en Inkomen, Certificatie- en keuringsinstellingen op het gebied van arbeidsomstandigheden in 2002
    Zoetermeer : IWI, 2003.
    R03/17
    De inspectie heeft beoordeeld of de jaarverantwoordingen over 2002 van de Certificatie- en keuringsinstellingen op het gebied van arbeidsomstandigheden (CKI's) voldoende kwaliteit hadden, aan de wettelijke normen voldeden en tijdig opgestuurd waren. In Nederland waren er in 2002, 24 CKI's die samen een omzet van 19,5 miljoen euro hadden op het werkterrein dat de inspectie aangaat. De CKI's gaven ruim zestigduizend certificaten af, waarvan ruim 56.000 op het gebied van productcertificatie- en keuring. De inspectie vindt dat er verbetering nodig is in de kwaliteit en in de tijdige aanlevering van de jaarverantwoordingen van de certificatie- en keuringsinstellingen (CKI's). Bij 14 van de 24 CKI's, waaronder keuringsinstellingen voor liften en certificerende instellingen voor Arbodiensten, voldeed de verantwoording direct aan de wettelijke kwaliteitseisen. Waar de kwaliteit tekortschoot, heeft de inspectie de CKI's daarop gewezen en zijn de jaarverantwoordingen aangepast. (B22176)

  • ESVLA; [et al.], Working conditions in the acceding and candidate countries
    Dublin : ESVLA, 2003.
    Vergelijking van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden in de toetredende en kandidaat-lidstaten. Onderzocht zijn onder meer aard van het werk, de fysieke werkomgeving, de organisatie van het werk, arbeidstijden, medezeggenschap, geweld en discriminatie, werk en gezondheid, inkomens en beloningssystemen, werk en gezinsleven. (B22162)

  • Min. SZW; IVA-Tilburg; FORUM;[et al.], Arbozorg voor allochtone werknemers : onderzoek naar de toerusting van de Nederlandse arboinfrastructuur voor de multi-etnische samenleving
    Den Haag : Min. SZW, 2003.
    Werkdocumenten, nr. 295
    Het doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de huidige stand van zaken omtrent de werking van de arbo-infrastructuur voor allochtone werknemers en het opsporen van lacunes en tekortkomingen in de werking van die infrastructuur. Met arbo-infrastructuur wordt naast de netwerkstructuur van de organisaties en hun relaties ook bedoeld het kennismanagement en de kennisoutput daarvan binnen deze structuur. Het accent ligt daarbij op de eerstelijns arbo-infrastructuur. Daar vindt het directe contact plaats tussen allochtone werknemers en arboprofessionals. Door het onderzoek dient globaal inzicht te ontstaan in de werking van de totale arbo-infrastructuur voor allochtone werknemers, de communicatie tussen nulde en eerste lijn en de aanwezigheid, aard en omvang van eventuele lacunes en tekortkomingen. (B22147)

  • Popma, J., Het arbo-effect van medezeggenschap : over de bijdrage van ondernemingsraden aan het arbeidsomstandighedenbeleid : proefschrift Universiteit Maastricht
    Alphen aan den Rijn : Kluwer, 2003.
    HR Management
    Onderzocht wordt of betrokkenheid van de ondernemingsraad leidt tot een kwalitatief beter arbeidsomstandighedenbeleid. Uit het onderzoek blijkt dat in bedrijven waarin regelmatig arbo-overleg wordt gevoerd met de ondernemingsraad, de kwaliteit van de risico-inventarisatie rondom arbeidsomstandigheden en het plan van aanpak om de arbeidsomstandigheden te verbeteren iets beter is. Ook treffen die ondernemingen vaker maatregelen om risico's onder controle te brengen, en zijn de maatregelen beter verankerd in het bedrijf. Een deel van die resultaten is toe te schrijven aan het feit dat werkgevers die overleggen met de ondernemingsraad hoe dan ook vaak al socialere werkgevers zijn. Maar er is ook sprake van een positieve invloed van de ondernemingsraden: als belangrijkste bijdrage mag gelden dat ondernemingsraden kennis van de werkvloer inbrengen in het overleg én de voortgang van het arbobeleid bewaken. Een nevengeschikt thema dat voorts wordt aangesneden is de vraag of ondernemingsraden überhaupt wel voldoende toegerust zijn om die rol naar behoren te vervullen. Dit levert een minder rooskleurig beeld op. Juridisch bezien hebben de ondernemingsraden alle speelruimte die ze nodig hebben. In de praktijk echter stuit arbo-medezeggenschap duidelijk op zijn grenzen. Ondernemingsraden worden vaak gepasseerd, en het gebrek aan tijd en deskundigheid van de leden vormt een belangrijke hinderpaal in hun functioneren. Als alternatief bepleit Popma daarom de introductie van goed opgeleide arbo-coördinatoren in bedrijven met meer dan twintig werknemers. Mits goed opgeleid hebben arbo-coördinatoren meer deskundigheid en tijd om de arbozorg in hun bedrijf te organiseren. Het voorstel voor verplichte arbo-coördinatoren op de werkplek sluit aan bij de discussie binnen de Sociaal Economische Raad (SER) over de vernieuwing van de arbodienstverlening in Nederland. (B22151)

  • Werkgroep collectieve compensatie voor OPS slachtoffers; Ver. OPS; FNV, Rapport van de Werkgroep "collectieve compensatie voor OPS slachtoffers"
    Amsterdam : FNV, 2003.
    Er moet een schadebemiddelingsinstituut komen voor werknemers die lijden aan de gevreesde schildersziekte (OPS). Dat is de kern van een rapport dat de vakcentrale FNV en de Vereniging OPS hebben aangeboden aan Tweede Kamerleden. OPS is een aandoening aan het centrale zenuwstelsel. Oorzaak is langdurige blootstelling aan oplosmiddelen. In hun rapport pleiten FNV en OPS-vereniging (900 leden) ervoor dat het ministerie het voortouw neemt en zorgt dat alle partijen om tafel gaan zitten: werkgevers, vakbeweging en verzekeraars en patiëntenorganisaties. (B22136)

  • Arbeidsinspectie; Min. SZW, Eindverslag inspectieproject OPS 2001 A491
    Den Haag : Arbeidsinspectie, 2002.
    Eindrapport aan van het inspectieproject 'OPS 2001' van de Arbeidsinspectie. Voor dit project is bij 843 ondernemingen gecontroleerd of zij zich houden aan de bepalingen van de arbeidsomstandighedenwetgeving inzake het gebruik van vluchtige organische stoffen (VOS) die kunnen leiden tot het organisch psychosyndroom (OPS). Bij alle 843 inspecties is nagegaan of door de ondernemingen is voldaan aan de wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Risico Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) en de aansluiting bij een gecertificeerde Arbodienst. (B21678)

  • Min. SZW; [et al.], Brancheorganisaties maken werk gezonder : stimulering arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim-, en reïntegratiebeleid binnen MKB branches
    Den Haag : Min. SZW, 2003.
    Werkdocumenten, nr. 274
    Centraal staat hoe het arbeidsomstandighedenbeleid in het MKB gestimuleerd kan worden. Deze vraag is toegespitst naar de rol van brancheorganisaties en vertaald in de volgende specifieke onderzoeksvragen: Wat zijn de belangrijkste arbo- en verzuimproblemen in het MKB?; Over welke arbo- en verzuimproblemen krijgen sleutelfiguren van MKB branches de meeste vragen van middelgrote resp. kleine ondernemingen in de branche?; Welke arbo- en verzuimproblemen verdienen volgens deze sleutelpersonen meer dan gemiddelde aandacht met het oog op onder meer toekomstige ontwikkelingen in en van de branche en werving en behoud van personeel?; Welke verbeteringsmogelijkheden kunnen, volgens de sleutelfiguren en volgens de onderzoekers, bijdragen leveren aan het oplossen van geconstateerde arbo- en verzuimproblemen? Deze vragen zijn beantwoord aan de hand van een telefonische enquête onder sleutelfiguren van brancheorganisaties van MKB bedrijven. De antwoorden op de enquête waren input voor een werkconferentie 'MKB en arbo'. Het rapport bevat een verslag van de enquête alsmede van de werkconferentie. Voorts gaat het in op 'verzuimloketten' als een van de meest specifieke voorbeelden van verbeteringsmogelijkheden die door MKB zijn ontwikkeld om het arbo-, verzuim en reïntegratiebeleid te stimuleren. (B21407)

  • ESVLA, Gender, jobs and working conditions in the European Union
    Dublin : ESVLA, 2002.
    Rapport waarin wordt ingegaan op de verschillen in arbeidsomstandigheden van mannen en vrouwen. Aan de orde komen o.a. baantevredenheid, lonen, arbeidstijden, alsmede de invloed van arbeidsomstandigheden op gezondheid, de combinatie van arbeid en zorg, en de tevredenheid over arbeidsomstandigheden. (B21072)

  • Min. SZW; SEO; [et al.], Van TAS tot vangnet voor asbestslachtoffers
    Doetinchem : Elsevier bedrijfsinformatie, 2002.
    Op 26 januari 2000 is de regeling Tegemoetkoming Asbestslachtoffers (TAS) in werking getreden. Binnen twee jaar is er een evaluatieonderzoek naar de doeltreffendheid van deze regeling in de praktijk uitgevoerd. In deze rapportage verslag van dit onderzoek. De belangrijkste onderzoeksvragen zijn: Zijn er knelpunten in de uitvoering van de TAS?; Is de regeling voldoende toegankelijk: krijgt iedereen waarvoor de regeling bedoeld is ook een uitkering? Hoe zijn de gesignaleerde knelpunten op te lossen? (B20987)

  • Min. SZW; Kemp, S. van der; Engelen, M.; Research voor Beleid, Het instrument bestuurlijke boete in de Arbowet : aanknopingspunten voor effectiviteitsbevordering
    Leiden : Research voor Beleid, 2002. 91 p.
    Per november 1999 is de Arbeidsomstandighedenwet 1998 van kracht. Belangrijke punten hierin zijn de invoering van het instrument bestuurlijke boete en een stringenter handhavingsbeleid door de Arbeidsinspectie. Om aan de informatiebehoefte over het functioneren van de bestuurlijke boete tegemoet te komen, is eerder een tussenevaluatie van het bestuurlijke boetesysteem uitgevoerd op basis van gegevens van de Arbeidsinspectie (B20528). Het voorliggende rapport is bedoeld om aanvullende informatie te verschaffen over de gedragsreacties van werkgevers ten aanzien van de bestuurlijke boete en daaruit volgende aanknopingspunten voor effectiviteitsbevordering. Na een beschrijving van de bedrijven die hebben meegewerkt aan het onderzoek, gaat het rapport achtereenvolgens in op de kennis, de houding en het gedrag ten aanzien van de Arbowet en de daarin opgenomen verplichtingen. Daarbij wordt uitgebreid ingegaan op de rol die de bestuurlijke boete hierbij speelt. Het laatste hoofdstuk gaat in op de ervaringen die met de bestuurlijke boete zijn opgedaan. Bovendien geeft het rapport aanknopingspunten voor effectiviteitsbevordering. Zie ook B20528 en B20861 (B20971)

  • SCP; Breedveld, K.; Broek, A. van den, De veeleisende samenleving : psychische vermoeidheid in een veranderde sociaal-culturele context
    Den Haag : SCP, 2002. 42 p.
    Speciale uitgave, nr. 15
    Tijdsdruk, stress en burn-out staan volop in de aandacht. Veelal gaat de belangstelling daarbij uit naar de werksituatie en de individuele spankracht. In deze publicatie wordt ter aanvulling aandacht gevraagd voor twee culturele trends die bijdragen aan het ontstaan van een veeleisende samenleving. Steeds meer mensen combineren betaald werk met zorgtaken thuis. Voor steeds meer vrijetijdsactiviteiten is steeds minder vrije tijd beschikbaar. Algemener gesteld: er valt voor meer mensen meer te kiezen. Opties worden ambities, ambities kunnen stressoren worden, vooral onvervulde ambities. Ook de keus zelf kan als een verplichting tot kiezen ervaren worden. Omdat de veeleisende samenleving de onbedoelde optelsom is van een persoonlijk en een maatschappelijk wensenlijstje (ontplooiing, consumptie, emancipatie), dienen zich geen eenvoudige remedies aan. In dit essay besteedt het SCP aandacht aan de privésituatie en de sociaal-culturele context. Doel van de publicatie is te identificeren welke factoren in de privé-situatie en in de sociaal-culturele context mede van invloed kunnen zijn op de mate van tijdgebrek en drukte met – voor sommigen, maar niet allen – gevoelens van burn-out of psychische vermoeidheid tot gevolg. (B20968)

  • CPB; Kok, M.; Nahuis, R.; Vaal, A. de, On labour standards and free trade
    Den Haag : CPB, 2002.
    CPB discussion paper, nr. 11
    De studie belicht enkele aspecten van de relatie tussen vrijhandel, arbeidsomstandigheden en economische ontwikkeling. Ook evalueert het rapport potentiële oplossingen in het licht van de zorgen die in de westerse landen leven over arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden. Het begrip arbeidsomstandigheden betreft uiteenlopende zaken als werktijden, hygiëne en veiligheid op het werk. De auteurs laten in hun studie zien dat het beperken van de vrijhandel geen goed middel is om een verbetering van arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden te bereiken. De arbeidsomstandigheden verbeteren wel maar dit veroorzaakt een achteruitgang van de welvaart in de brede zin: inkomen en arbeidsomstandigheden. Als mogelijke oplossing om een verbetering van arbeidsomstandigheden in de derde wereld te bevorderen komt naar voren hier een coördinerende rol te geven aan een internationale organisatie die het beste van twee werelden gaat verenigen: vrijhandel en een ondergrens voor de arbeidsomstandigheden. Te denken valt aan ILO of WTO. (B20867)

  • Arbeidsinspectie; Min. SZW; Peters, A.; Faas, A., De bestuurlijke boete in de Arbowet: evaluatie 2001
    Doetinchem : Elsevier bedrijfsinformatie, 2002.
    Met ingang van 1 november 1999 is de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet van kracht geworden. Dit vervolgonderzoek op het evaluatierapport op de toepassing van de bestuurlijke boete brengt de inzet van het boeteinstrument voor het kalenderjaar 2001 in kaart. De conclusie is dat er sprake is van een significante toename van het percentage zaken waarin de inspecteurs van de AI het boete-instrument toepassen. Het totaal aantal boeterapporten dat in 2001 is opgemaakt, inclusief rapporten opgemaakt bij zaken waarbij het interventietraject voor 1 januari 2001 is gestart, bedraagt 2949. Uit het onderzoek blijkt tevens dat 37% van alle werkgevers in Nederland bekend is met het feit dat de Arbeidsinspectie beschikt over de bestuurlijke boete als handhavingsinstrument. (B20861)

  • Vorle-Houben, E. J. J. van de, Middelen voor eerste hulp op het werk
    Den Haag : SDU, 2002.
    De huidige arbowet- en regelgeving bieden de werkgever en werknemer meer mogelijkheden om veiligheid, gezondheid en welzijn zelf vorm te geven. Europese richtlijnen en nieuwe maatschappelijke en wetenschappelijke inzichten bevatten niet alleen dwingende voorschriften. Maar de overheid heeft zich niet teruggetrokken. Zij geeft meer en meer een kader aan. Hoe steekt de wetgeving nu precies in elkaar? Overzicht van wet- en regelgeving, beleidsregels, informatiebladen, eerste-hulpbeleid, management, systematische uitvoering en nood- en oogdouches en relevante normen. (B20814)

  • RMO, Werken aan balans : remedies tegen burn-out
    Den Haag : RMO, 2002.
    Advies, nr. 22
    Het terugdringen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vormt een belangrijk aandachtspunt voor de komende regeerperiode. De RMO wil met dit advies een bijdrage leveren aan de preventie van burn-out en vergelijkbare psychische klachten. Burn-out komt voort uit een samenspel van oorzaken. De persoon zelf, zijn privé-situatie en zijn arbeidssituatie dragen bij aan het ontstaan van burn-out. Disbalans tussen deze drie leefsferen is een belangrijke oorzaak van burn-out. De RMO meent dat er voor de snijvlakken tussen deze oorzaken te weinig aandacht bestaat. Hij zoekt de mogelijkheden om burn-out en vergelijkbare psychische klachten te voorkomen daarom in de afstemming tussen persoon, privé- en werksituatie. Daarbij kiest hij voor de arbeidsorganisaties in het publieke domein als een van de aangrijpingspunten. De RMO pleit voor investeringen in een gezond arbeidsklimaat. Burn-out voorkomen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Zij hebben hierbij gedeelde belangen. (B20744)

    '
  • Stronks, K. ; [et al.], Sociaal-economische gezondheidsverschillen : van verklaren naar verkleinen
    Den Haag : ZonMw, 2001.
    Sociaal-economische gezondheidsverschillen II, deel 5
    Vijfde en laatste deel in de serie bundels met onderzoeksverslagen. Verslag van een aantal interventiestudies, die betrekking hebben op verbeteringen in de sfeer van arbeidsomstandigheden van lagere sociaal-economische groepen zoals metselaars, vuilnismannen en relatief autonome teams. Tenslotte is ervaring opgedaan met ziekteverzuimbegeleiding onder leerlingen van middelbare scholen. (B20278)

  • Min. SZW; [et al.], Het bereiken van kleine bedrijven over arbeidsomstandigheden : onderzoek naar de mogelijke rol van intermediaire organisaties
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 244
    Ondernemingen zonder personeel en ZZP'ers hebben geen arboverplichtingen, enkele bijzondere gevaren daargelaten. Deze ondernemingen zijn veelal niet aangesloten bij een arbodienst, en ondersteuning door arbodiensten ontbreekt dan ook grotendeels voor deze bedrijven. Dergelijke kleine ondernemingen maken veelal gebruik van de diensten van een 'relatienetwerk' of verzorgingscultuur die bestaat uit financiële dienstverleners, bedrijfschappen, Kamers van Koophandel, brancheorganisaties en dergelijke. Het onderzoek brengt in kaart in hoeverre die organisaties en dienstverleners de bereidheid en de mogelijkheden hebben om als 'actief kanaal' voor het stimuleren van goed arbobeleid in de kleinste bedrijven te functioneren. (B20631)

  • Arbeidsinspectie; [et al.], Repetitive strain injuries reviewed : rapportage naar het voorkomen van RSI-gerelateerde klachten als gevolg van het verrichten van beeldschermwerk
    Doetinchem : Elsevier bedrijfsinformatie, 2002. div. p.
    Een onderzoek onder beeldschermwerkers uit 1997 toonde aan dat veel werknemers klachten hebben die duiden op RSI: klachten aan nek, schouders, armen, polsen of vingers. Van alle beeldschermwerkers blijkt 56% RSI-gerelateerde klachten te hebben. Van deze groep werknemers geeft 82%aan van mening te zijn dat deze klachten veroorzaakt worden door het werk achter het beeldscherm. Dit herhalingsonderzoek schetst de actuele stand van zaken. Doelstelling van het onderzoek is het vaststellen van het percentage beeldschermwerkers met RSI-gerelateerde klachten. Daarnaast wordt nagegaan welke factoren kunnen bijdragen aan het ontstaan van RSI-klachten. De resultaten van dit onderzoek worden, vergeleken met de resultaten van het onderzoek uit 1997. Uit het onderzoek blijkt dat sinds het in 1997 gehouden onderzoek het aantal beeldschermwerkers met RSI-gerelateerde klachten gestegen is tot 65%(B20523)

  • Min. SZW; Zwetsloot, G.; Brouwers, A.; Rijnders, P.; Venema, A.; TNO Arbeid, Hulpstructuren voor de bevordering van arbozorg in kleine bedrijven : succesvolle voorbeelden van arbokennis-transfer op branche niveau
    Doetinchem : Elsevier bedrijfsorganisatie, 2001. 124 p.
    Het rapport boek geeft inzicht in activiteiten waarmee brancheorganisaties op succesvolle wijze de implementatie van arbokennis in kleine bedrijven kunnen stimuleren en ondersteunen. In eerste instantie is een literatuuronderzoek uitgevoerd naar de praktijk van arbozorg in kleine bedrijven en naar de ondersteuning daarvan. Dit leverde betrekkelijk weinig zicht op die praktijk en die ondersteuning. Daarna is het onderzoek gericht op het bundelen, systematiseren en toegankelijk maken van kennis en analyseren van het praktisch functioneren van een aantal bestaande Nederlandse hulpstructuren voor de bevordering van arbozorg in kleine bedrijven. Er zijn acht cases bestudeerd. In ieder van deze cases is de verspreiding van een arbo-instrument (bijvoorbeeld een RI&E-instrument) genomen als centrale activiteit. Het betreft de volgende case-studies: Branchespecifieke Arbochecks; STOOV: Arbo Management Systeem voor de vlakglasbranche; Case HBA branchecodes voor ambachtelijk vakwerk; KVGO: risico's per thema voor de grafische branche; HBD: brede arbo-informatie voor de detailhandel; VACO: arbo-jaarboek voor de banden en wielenbranche; OSB: op weg naar KAM-zorg voor de schoonmaaksector; Relan Arbo: plan van aanpak voor de agrarische sector. Op basis van een analyse van de acht cases als totaal zijn overkoepelende 'conclusies en aanbevelingen' geformuleerd. (B20521)

  • Min. SZW; [et al.], Een methode voor de beoordeling van het interne risico van inrichtingen met gevaarlijke stoffen
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Werkdocumenten, nr. 233
    In dit rapport wordt een methode beschreven voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid van het risico voor werknemers ten gevolge van zware ongevallen zoals beschreven in het veiligheidsrapport. Het uitgangspunt van de beoordelingsmethode is een inrichting met een goed veiligheidbeheerssysteem. Met behulp van de beoordelingsmethode wordt nagegaan of de juiste informatie wordt verstrekt. Daarbij worden het risico en de risicocriteria van de inrichting vergeleken met een aantal normatieve risicocriteria. Tevens wordt gecontroleerd of de kans van optreden van een scenario correct is berekend en worden de consequenties geverifieerd aan de hand van een steekproef. De methode vormt een eerste stap in de ontwikkeling van een complete methode voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid van de risico's voor werknemers. (B20502)

  • Min. SZW; Pieters, I. M. J., Arbobeleid en behoud van werk : kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt en arbeidsomstandighedenbeleid in de Nederlandse bedrijven
    Den Haag : Min. SZW, 2001.
    Werkdocumenten, nr. 209
    Onderzocht wordt of er in de Nederlandse bedrijven kwetsbare groepen (55-plussers en arbeidsgehandicapten) aanwezig zijn en of er sprake is van een preventief arbeidsomstandighedenbeleid, gericht op het voorkomen van arbeidsongeschiktheid bij werknemers die tot de aanwezige kwetsbare beroepen behoren. Uit het onderzoek blijkt dat de genoemde kwetsbare groepen volgens de opgaven van werkgevers voorkomen in de personeelsbestanden van 30% van alle bedrijven in Nederland. Bij bedrijven waar werknemers uit de kwetsbare groepen voorkomen, is relatief weinig aandacht aan deze groepen besteed in de Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) en het daarop gebaseerde Plan van Aanpak. In 37% van de bedrijven met kwetsbare groepen in loondienst worden aanpassingsmaatregelen getroffen. Ruim 8% van de bedrijven met kwetsbare groepen biedt de gelegenheid om te telewerken. (B20416)

  • Stichting van de Arbeid; Brancheorganisatie Arbodiensten, 'En morgen gezond weer op': over gezondheidsbeleid in ondernemingen en de relatie tussen onderneming en arbodienst
    Den Haag : StvdA, 2002.
    Publicatie van de De Stichting van de Arbeid en de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA)over gezondheidsbeleid in ondernemingen en instellingen. De brochure wil een handreiking bieden wat betreft de wijze waarop vorm kan worden gegeven aan een gezondheidsbeleid en maakt tevens duidelijk welke rol arbodiensten daarbij kunnen vervullen. (B20357)

  • Min. SZW; [ et al.], Arbeidsomstandigheden in het vrijwilligerswerk : stand van zaken twee jaren na de invoering van de vrijstellingsregeling
    Doetinchem : Elsevier bedrijfsinformatie, 2001
    Onderzoek onder vrijwilligersorganisaties naar arbo in het vrijwilligerswerk. Aan de orde komen arborisico's in het vrijwilligerswerk, het arbobeleid in vrijwilligersorganisaties, informatie en arbodeskundigheid, risico-inventarisatie en evaluatie, voorlichting en onderricht, de kosten van arbobeleid. Tevens wordt ingegaan op de werkzaamheden die arbodiensten uitvoeren voor vrijwilligersorganisaties. (B20352)

  • Min. SZW, Waarborg voor beter werk : praktijkvoorbeelden rondom arboconvenanten
    Den Haag : Min. SZW, 2002.
    Praktijkvoorbeelden van projecten en initiatieven waarin werkgevers, werknemers en het ministerie van SZW in het kader van arboconvenanten de handen ineen hebben geslagen om arboproblemen aan te pakken. Thema's die aan de orde komen zijn: fysieke belasting (tillen), werkdruk, RSI, geluid, gevaarlijke stoffen, reïntegratie en communicatie. (B20325)