Literatuurlijst Arbeidsparticipatie etnische minderheden


SER-publicaties Boeken
- Tijdschriftartikelen en brochures 


  • SCP;Gijsberts, M.; Huijnk, W.; Dagevos, J., Jaarrapport integratie 2011
    Den Haag : SCP, 2012. 247 p.
    SCP-publicatie, nr. 2012-3
    Het Jaarrapport integratie geeft een beeld van de positie van de grootste niet-westerse groepen in Nederland. Speciale aandacht gaat uit naar de vraag of migrantengroepen inmiddels een evenredige positie innemen. In dat verband wordt onderzocht of migranten bij gelijke kenmerken als bijvoorbeeld het opleidingsniveau dezelfde positie hebben als autochtone Nederlanders. (B30666)
     
  • CPB; Kok, S.; Bosch, N.; Deelen, A.; Euwals, R., Migrant women on the labour market: on the role of home-and host-country participation
    Den Haag : CPB, 2011. 28 p.
    CPB Discussion Paper, nr. 180
    Vele factoren beïnvloeden het arbeidsmarktgedrag van allochtone vrouwen. Culturele verschillen spelen hierbij een belangrijke rol. Voorgaande studies onderzoeken vooral het effect van de cultuur van het herkomstland. Deze studie breidt de literatuur uit door tevens het effect van de cultuur van gastland te onderzoeken aan de hand van de participatie van autochtone vrouwen. Participatie wordt in het empirische model verklaard vanuit demografische en opleidingskenmerken en de participatie van vrouwen in het herkomst- en gastland. De resultaten op basis van de Enquête Beroeps Bevolking (1996-2007) suggereren dat participatie in het herkomstland invloed heeft op de participatie in Nederland voor eerste generatie allochtone vrouwen, maar niet voor de tweede generatie. De trend in de participatie over de geboortecohorten van autochtone vrouwen heeft tevens een invloed op de participatie van allochtone vrouwen. De resultaten van de studie suggereren dat de participatie in het gastland minstens zo belangrijk is voor het arbeidsmarktgedrag van allochtone vrouwen als de participatie in het herkomstland. (B29951)
     
  • AIAS; Zorlu, A.; Hartog, J.; Beentjes, M., Uitkeringsgebruik van migranten
    Amsterdam : AIAS, 2010.
    Working paper, nr. 10-101
    Het onderzoek naar uitkeringsgebruik van niet-westerse allochtonen toont een divers beeld. Autochtonen en allochtonen hadden tussen 1999 en 2006 even vaak een werkloosheidsuitkering. Niet-westerse immigranten ontvingen vaker een arbeidsongeschiktheidsuitkering in deze periode. De kans op arbeidsongeschiktheidsuitkering (AO) is vooral hoog bij eerste generatie Turkse en Marokkaanse mannen en bij Turkse en Surinaamse vrouwen. De tweede generatie lijkt in eerste instantie een lagere kans te hebben op een AO dan de eerste generatie. Het gebruik van bijstand door ‘oudkomers’ (immigranten die voor 1999 arriveerden) is relatief hoog en bleef in de periode 1999-2006 nagenoeg constant, voor elke herkomstgroep. Onder recente immigranten (vanaf 1999) daalt de kans om een bijstandsuitkering te ontvangen, voor een gegeven verblijfsduur in Nederland, voor migranten die later arriveerden. De kans op werk onder deze immigranten fluctueert het sterkst met de conjunctuur. (B29171)
     
  • Fransen, E. J. A., Wet arbeid vreemdelingen
    Deventer : Kluwer, 2010. 135 p.
    Monografieën sociaal recht, nr. 52
    De wet arbeid vreemdelingen (WAV) staat vooral sinds 2004 in hernieuwde belangstelling. Dat komt omdat toen de nieuwe Midden- en Oost-Europese lidstaten toetraden tot de EU. Voor de werknemers van die nieuwe lidstaten gold echter nog niet het vrije verkeer van werknemers, terwijl arbeidskrachten uit deze landen zich wel in redelijk groten getale op de Nederlandse arbeidsmarkt kwamen oriënteren. Dit heeft geleid tot een overvloedige reeks jurisprudentie waardoor het, meer dan voorheen, mogelijk is gebleken om een beter beeld te krijgen van de inhoud van de WAV. Het boek is bedoeld voor juristen die veel met de WAV te maken hebben. De insteek is praktisch, maar het boek geeft daarnaast ook aanleiding tot discussie over de vraag of de wetgever op sommige punten met de WAV niet te ver is doorgeschoten. Naast de jurisprudentie is gebruikgemaakt van de nodige literatuur die met betrekking tot dit onderwerp is verschenen. (B29105)


  • SCP; Nievers, E.; Andriessen, I., Discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt 2010
    Den Haag : SCP, 2010.
    SCP-publicatie, nr. 2010/20
    Discriminatie op de arbeidsmarkt komt voor. Waarom neemt een werkgever liever Mark aan als werknemer dan Mohammed? Voor deze studie ondervroegen we 106 selecteurs op de arbeidsmarkt over hun selectiegedrag. Vinden zij niet-westerse migranten even geschikt als autochtone Nederlanders? Welke beelden van en ervaringen met niet-westerse migranten hebben zij? Welke redenen hebben personeelsselecteurs om bij gelijke opleiding en werkervaring te kiezen voor een autochtoon Nederlandse kandidaat? Daarnaast is nagegaan of er een ontwikkeling in discriminatie waarneembaar is en zo ja, hoe deze ontwikkeling moet worden geduid. Als terugkerend onderdeel van de monitor is een inventarisatie gedaan van klachten en oordelen over arbeidsmarktdiscriminatie. (B29082)

  • Forum, Allochtonen op de arbeidsmarkt : 5e monitor: Effecten van de economische crisis
    [Utrecht] : Forum, 2010. div. p.
    Het aantal werkloze allochtonen is in één jaar tijd gestegen met 26.000 (+34%). Ook onder jongeren steeg de werkloosheid van 19% naar 25% en daarmee zijn zij gemiddelde tweemaal zo vaak werkloos als autochtone jongeren. Uit de FORUM Monitor blijkt dat de werkloosheid van niet-westerse allochtonen in één jaar steeg van 10 naar 14%. De stijging van de werkloosheid leidt ertoe dat de allochtone beroepsbevolking in het eerste kwartaal van 2010 uit minder werkzame en meer werkloze personen bestaat. Het aantal werkzame allochtonen is gedaald van 677 tot 633 duizend (-6%). (B28967)

     
  • Research voor Beleid; Europese Cie, Migrants to work : innovative approaches towards successful integration of third country
    migrants into the labour market : final report
    Zoetermeer : Europese Cie, 2010.
    Research voor Beleid onderzocht in opdracht van de Europese Commissie tegen welke barrières migranten aanlopen bij het zoeken, vinden en behouden van een baan en met name wat innovatieve en praktische methoden zijn om de arbeidsmarktintegratie van migranten te verbeteren. Een belangrijke uitkomst van de studie bestaat uit de vaststelling van de effectieve mechanismen die zijn te gebruiken in het ontwikkelen en uitvoeren van een sluitende en effectieve aanpak voor arbeidsmarktintegratie van migranten: Een geïntegreerde aanpak bestaande uit verschillende instrumenten en elementen; Een op maat gesneden aanpak, die rekening houdt met verschillen tussen groepen en de behoeften van werkgevers en migranten betrekt bij de aanpak; Samenwerking tussen en betrokkenheid van relevante actoren op verschillende niveaus (EU, nationale en lokale overheden, sociale partners, onderwijs, migrantenorganisaties, etc.); Betrokkenheid van werkgevers; Een professionele en gemotiveerde ‘staff’ in de uitvoering van projecten; Een goede strategie voor het bereiken van de doelgroep (‘outreach’). (B28753)

  • Forum; Jungbluth, P., Onverzilverd talent 2 : marktkansen van hoogopgeleiden die starten vanuit achterstand
    Utrecht : Forum, 2010.
    Onverzilverd Talent II maakt inzichtelijk dat allochtone hoogopgeleiden veel vaker uit lagere sociale milieus komen en dat ze vaker ouderwetse zoekstrategieën hanteren die hen bovendien ‘ambtelijk’ zichtbaar maken als werkloos. Van deze hoogopgeleiden is hun etniciteit wél zichtbaar, hun sociale afkomst niét. Veel hoogopgeleide allochtonen hebben gemeen dat ze tegelijkertijd kansrijk en kansarm zijn: ze sprinten in één generatie over de volle lengte langs de maatschappelijke ladder omhoog. Het lonkende perspectief dat een bul op zak toegang verleent tot de privileges van de hogere sociale milieus, komt niet altijd uit. Er is méér nodig om die opleiding snel en succesvol te kunnen omzetten in een passende baan. Overaccentuering van etnische afkomst als verklaringsgrond laat buiten beeld dat (kans)arme autochtone jongeren vergelijkbare problemen en fricties ondervinden in hun ontwikkelingskansen als veel jongeren van migranten. (B28746)

  • SCP; Andriessen, I.; Nievers, E.; Faulk, L.; Dagevos, J., Liever Mark dan Mohammed? : onderzoek naar arbeidsmarktdiscriminatie van niet-westerse migranten via praktijktests
    Den Haag : SCP, 2010.
    SCP-publicatie, nr. 2010/1
    Maakt Mohammed minder kans op de arbeidsmarkt dan Mark, ook al hebben zij dezelfde opleiding en werkervaring? En zijn werkgevers ten opzichte van Sonaya onvriendelijker dan Marloes? Deze studie neemt het selectiegedrag van werkgevers onder de loep. Er is gebruik gemaakt van zogenoemde praktijktests: twee vergelijkbare - maar fictieve - kandidaten solliciteren per brief of telefonisch op bestaande vacatures. Op basis van ruim 1300 tests wordt vastgesteld of kandidaten met een niet-westerse achtergrond minder kans hebben om een uitnodiging te krijgen en of zij anders bejegend worden. Omdat alleen de etnische herkomst van de beide kandidaten verschillend is, kan goed worden vastgesteld of etniciteit een rol speelt in selectiegedrag van werkgevers. Uit het onderzoek blijkt o.a. dat autochtoon Nederlandse sollicitanten gemiddeld 44% kans hebben een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek te ontvangen. Vergelijkbare niet-westerse migranten hebben echter gemiddeld 37% kans op een sollicitatiegesprek. (B28555)

  • RWI, ‘Diversiteit in de zorg vraagt om doorpakken’ : voorstellen voor een structurele investering in de participatie van allochtone vrouwen in de zorg
    Den Haag ; RWI, 2008.
    Met het oog op de vergrijzing en de toch al krappe arbeidsmarkt in de zorgsector stijgt de noodzaak om te investeren in een multicultureel personeelsbeleid. De participatie van allochtone vrouwen in de zorg is te laag, met name van Turkse en Marokkaanse vrouwen. Het gericht werven van deze groep vrouwen biedt veel kansen en mogelijkheden om personeelstekorten terug te dringen en om de kwaliteit van de zorg aan allochtone patiënten te verbeteren. In dit advies wijst de RWI op de noodzaak van een diversiteitbeleid in de zorg en worden concrete aanknopingspunten geboden om de instroom van Turkse en Marokkaanse vrouwen in de zorg te vergroten. De RWI roept sectorale organisaties op een gemeenschappelijk actieplan te ontwikkelen. In het advies worden concrete suggesties voor de inhoud van zo’n actieplan geformuleerd. Focus van het advies ligt op het vergroten van instroom vanuit het initiële onderwijs. Dit kan op termijn de grootste effecten bewerkstelligen. De RWI adviseert dan ook om bij de studie- en beroepskeuzebegeleiding aan leerlingen op het vmbo betere voorlichting te geven over de arbeidsmarktperspectieven, meer aandacht te besteden aan de culturele aspecten en gebruik te maken van aansprekende rolmodellen. Daarnaast kunnen gerichte acties onder de allochtone gemeenschap effect sorteren. Zie ook bijbehorend onderzoek B 27260 Allochtone vrouwen in de zorg : motivaties, preferenties en belemmeringen voor het werken in de zorg bij Turkse en Marokkaanse meisjes en vrouwen (B27259)

  • RWI; Bloemendaal, I.; Kroon, S. de; Velde, F. van der; Prismant, Allochtone vrouwen in de zorg : motivaties, preferenties en belemmeringen voor het werken in de zorg bij Turkse en Marokkaanse meisjes en vrouwen
    Den Haag : RWI, 2008.
    De arbeidsmarkt in de zorgsector wordt steeds krapper. Turkse en Marokkaanse vrouwen werken tot op heden relatief weinig in de zorg. Vooral op niveau 3 en 4 zijn zij ondervertegenwoordigd. Zij vormen een interessant arbeidsmarktpotentieel voor de zorgsector. Tegelijkertijd biedt de sector hen goede arbeidsmarktperspectieven. Dit onderzoek onder Turkse en Marokkaanse meisjes en vrouwen richt zich op motieven en drijfveren om al dan niet voor de zorg te kiezen én op factoren die bepalen of ze er blijven werken en doorstromen naar een hoger niveau. Zie ook bijbehorend advies: B 27259 ‘Diversiteit in de zorg vraagt om doorpakken’ : voorstellen voor een structurele investering in de participatie van allochtone vrouwen in de zorg (B27260)

  • SEOR; Koning, J. de; Gravesteijn-Ligthelm, J.; Tanis, O., Wat bepaalt het succes van allochtonen op de arbeidsmarkt?
    Rotterdam : SEOR, 2008.
    In de rapportage worden verschillende succesfactoren voor allochtonen op de arbeidsmarkt onder de loep genomen. Uit het onderzoek blijkt dat persoonlijk menselijk kapitaal (opleiding, werkervaring) een grote rol speelt bij het al dan niet succesvol zijn van allochtonen op de arbeidsmarkt. Maar ook sociaal- en cultureel kapitaal spelen een rol. Zo zijn allochtonen met opvattingen die dichter liggen bij die van de mainstream (autochtone) cultuur succesvoller dan allochtonen met meer traditionele opvattingen. Psychologische factoren als doorzettingsvermogen zijn waarschijnlijk ook van belang. Het gezin lijkt een cruciale rol te spelen: een groot deel van de respondenten noemt de stimulerende rol van de ouders. Het opleidingsniveau van de ouders lijkt hierbij niet doorslaggevend te zijn. Succesvolle allochtonen hebben veelal te maken gehad met bedrijven die hen kansen boden, wat ook als succesfactor te zien is. De school speelt in slechts een beperkt aantal gevallen een stimulerende rol en werkt soms contraproductief door de capaciteiten van allochtone leerlingen te onderschatten. (B27257)

  • NTN Integratie en Arbeidsrecht; EQUAL; [et al.], Integratie door arbeidsparticipatie : good practices uit de tweede tranche EQUAL-projecten : eindrapport EQUAL Nationaal Thematisch Netwerk Integratie & Arbeidsmarkt
    Den Haag : Agentschap SZW, 2007.
    Dit document presenteert de goede praktijkvoorbeelden en leerpunten uit de EQUAL-projecten gericht op arbeidsmarktintegratie van etnische minderheden in Nederland en de EQUAL-projecten gericht op de succesvolle terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers. De rapportage rondt af met de presentatie van de beleidsaanbevelingen van het Nationaal Thematisch Netwerk (NTN) Integratie en Arbeidsmarkt. (B26822)

  • Div, Landelijk Netwerk Diversiteitsmanagement; Broeder, S. den; [et al.], Diverse zaken : de winst van diversiteit in het midden- en kleinbedrijf
    Amstelveen : Div, 2007.
    Boek met goede praktijkvoorbeelden van diversiteitsmanagement door werkgevers. Hierin vertellen acht werkgevers van kleine en middelgrote bedrijven waarom zij bewust allochtone medewerkers in dienst nemen. Hun praktijkverhalen laten zien dat het loont om diversiteit toe te passen in het personeels- en bedrijfsbeleid. (B26789)

  • SCP; Andriessen, I.; [et al.], Discriminatiemonitor niet-westerse allochtonen op de arbeidsmarkt
    Den Haag : SCP, 2007.
    SCP-publicatie, nr. 2007/28
    Rapport over de aard en omvang van arbeidsdiscriminatie in Nederland. Niet-westerse allochtonen nemen ten opzichte van autochtonen een ongunstige positie in op de arbeidsmarkt. Zij hebben een grotere kans op werkloosheid en zijn vaker afhankelijk van tijdelijk werk. In hoeverre speelt discriminatie hierbij een rol? Wordt allochtone groepen structureel vaker een (vaste) baan geweigerd? In hoeverre ervaren niet-westerse allochtonen dat zij worden gediscrimineerd bij sollicitaties of in contacten met collega's en welke gevolgen heeft dit voor het arbeidsmarktgedrag? Op basis van literatuuronderzoek, informatie uit bevolkingsenquêtes en surveys, oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling, inventarisatie van klachten bij Anti-discriminatiebureaus en gesprekken met verschillende groepen niet-westerse allochtonen zelf is getracht de aard en omvang van arbeidsdiscriminatie in Nederland in kaart te brengen. De discriminatiemonitor is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het rapport is gezamenlijk geschreven door het Sociaal en Cultureel Planbureau en Art.1. (B26292)

  • SCP; Dagevos, J.; Gijsberts, M.; Garssen, J.; [et al.], Jaarrapport integratie 2007
    Den Haag : SCP, 2007.
    SCP-publicatie, nr. 2007/07
    In het rapport wordt een beeld gegeven van de positie van allochtonen op tien verschillende terreinen, waaronder onderwijs en opleidingsniveau, arbeid en inkomen, wonen, beeldvorming, integratie en inburgering. De aandacht richt zich in het bijzonder op de allochtone groepen die al langer in Nederland verblijven (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen). Het beeld van de integratie van niet-westerse allochtonen is divers: sommige groepen kenmerken zich door een forse sociaal-economische achterstand en een aanzienlijke sociaal-culturele afstand. Tegelijkertijd blijkt dat de diversiteit tussen en binnen groepen zeer groot is en dat in het onderwijs en op de arbeids- en woningmarkt duidelijk positieve ontwikkelingen gaande zijn. (B26280)

  • Cain, A. C., Social mobility of ethnic minorities in the Netherlands : the peculiarities of social class and ethnicity : proefschrift
    Delft : Eburon, 2007.
    Artwell Cain onderzocht hoe leden van etnische minderheidsgroepen managementfuncties bereiken in de sectoren onderwijs, welzijn, gezondheidszorg en overheid. Hij verrichtte 55 case studies van zowel allochtone als autochtone werknemers in managementposities. Een van de opvallendste bevindingen is dat managers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst ondanks verschillende uitgangsposities uiteindelijk dezelfde positie bereiken. Turken en Marokkanen zijn doorgaans afkomstig uit een lage sociale klasse en Surinamers en Antillianen uit de middenklasse. Maar allen worden door hun ouders gestimuleerd om te gaan studeren. Bovendien delen ze de krachtige motivatie om meer te willen bereiken dan hun ouders of 'peer group'. Opleiding, talent, motivatie en hard werken staan echter niet garant voor een gemakkelijke doorstroming naar managementposities. Hoewel de ondervraagden discriminatie niet noemen als belemmerende factor, erkennen zij het bestaan daarvan wel. Volgens Cain is een van de belangrijkste belemmerende factoren dat allochtonen hun sociale netwerk vooral binnen de eigen etnische groep hebben, terwijl hun werkomgeving voornamelijk autochtoon is. Het netwerk sluit hen uit. Cain bepleit een personeelsbeleid op basis van kennis uit onderzoek en praktijk, dat meer gericht is op diversiteit, training en het excelleren van talenten van allochtone werknemers. Het delen van ervaringen door succesvolle allochtonen zou ook effect sorteren. Nu er steeds meer rolmodellen komen in hogere functies, kunnen zij anderen stimuleren en daarmee ook het negatieve imago van minderheden verbeteren. Tevens zouden leidinggevenden zich moeten realiseren dat het stimuleren van allochtone werknemers ten goede komt aan de resultaten van de organisatie. (B26252)

  • Jungbluth, P.; Forum, Onverzilverd talent : hoogopgeleide allochtonen op zoek naar werk
    Utrecht : Forum, 2007.
    Hoe vergaat het allochtonen die in 2006 zijn afgestudeerd aan hogeschool of universiteit, maar halverwege 2007 nog geen passende baan hebben? Hoe schatten zij hun kansen in op een passende baan? Hoe beleven zij het uitblijven van succes? Velen geven de moed niet op. Wel wijten velen hun teleurstellende sollicitatie-ervaringen aan hun etnische afkomst. (B26378)

  • Min. SZW; Meijaard, J.; Bruins, A.; Folkeringa, M.; Jansen, B. H. G., Allochtoon ondernemerschap vanuit een uitkeringssituatie : meer ruimte voor ondernemerschap door een beter reïntegratieproces
    Den Haag : Min. SZW, 2007.
    Werkdocumenten, nr. 389
    Verslag van een kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar redenen dat allochtone uitkeringsgerechtigden minder vaak een eigen bedrijf beginnen. Het onderzoek is uitgevoerd in vier stappen. In de eerste stap lag de focus op stimuli en belemmeringen voor ondernemerschap. In de tweede stap stond centraal of bepaalde stimuli en belemmeringen speciaal of extra gelden voor (allochtone) uitkeringsstarters. Ten derde is onder deze groepen zelf nagegaan wat het beeld is van ondernemerschap en hoe actie naar ondernemerschap wordt genomen. Tot slot zijn met beide groepen samen (experts en starters) oplossingen gezocht voor de knelpunten voor allochtone uitkeringsgerechtigden om het starten door te zetten. (B26114)

  • Min. SZW; Gravesteijn, J.; Koning, J. de; Maagdenberg, V. van den; Zandvliet, K.; SEOR, Balanceren tussen twee culturen : een onderzoek naar succesvolle allochtonen op de arbeidsmarkt
    Den Haag : Min. SZW, 2006.
    Werkdocumenten, nr. 383
    Onderzoek naar de succesfactoren bij sociale stijging van mensen uit etnische minderheidsgroepen. In dit onderzoek staan succesvolle allochtonen centraal. Uit het onderzoek blijkt dat het volgen van een opleiding sterk bepalend is voor de mate van succes. In de interviews benadrukken de succesvolle allochtonen hun eigen rol. Zij achten hun succes primair het resultaat van hun eigen bijdrage in de vorm van doorzettingsvermogen, flexibiliteit, ambitie, wilskracht, inzet en discipline. De aanbevelingen van SEOR handelen over het stimuleren van allochtone leerlingen, het betrekken van ouders bij de school, het benadrukken van succesverhalen en het bestrijden van discriminatie. (B25931)

  • Rusinovic, K., Dynamic entrepreneurship : first and second-generation immigrant entrepreneurs in Dutch cities : proefschrift Erasmus Universiteit
    Amsterdam : Amsterdam University Press, 2006.
    IMISCOE dissertations
    Migranten van de tweede generatie in Nederland blijken als ondernemer aanmerkelijk succesvoller dan hun collega’s van de eerste generatie. Dit blijkt uit de studie Dynamic Entrepreneurship van Katja Rusinovic. Rusinovic volgde voor haar promotieonderzoek langdurig eerste en tweede generatie migrantenondernemers in de vier grote steden. De resultaten van Rusinovic' studie laten zien dat de overlevingskansen van de tweede generatie groter zijn dan van eerste generatie migranten. Migranten van de tweede generatie vinden vaker hun weg naar financiële en andere (overheids)instanties waardoor zij minder afhankelijk zijn van steun uit eigen kring dan eerste generatie migranten. Ook richt de tweede generatie zich voornamelijk op klanten buiten de eigen etnische gemeenschap. Zakelijke contacten in het herkomstland blijven voor zowel de eerste als de tweede generatie een rol van betekenis spelen. Met hun keuze voor andere sectoren, zoals internetbedrijven, accountancy kantoren of adviesbureaus, hun oriëntatie op de Nederlandse samenleving, hun dynamiek en kansen op economisch succes maakt de tweede generatie een drastische bijstelling van het traditionele beeld van migrantenondernemers noodzakelijk. (B25865)

  • Veenman, J.; Bevelander, P.; [et al.], Nieuwe ongelijkheden op de transitionele arbeidsmarkt : de kansen en risico's voor allochtone werknemers
    Amsterdam : Aksant, 2006.
    Met behulp van verschillende methoden is door een aantal onderzoekers vanuit diverse disciplines uitgeplozen wat de overgang van de ene naar de andere arbeidssituatie betekent, in het bijzonder voor allochtone werknemers. Zij behoren tot de meer kwetsbare categorieën op de arbeidsmarkt. De centrale vraag is of zij extra risico’s lopen bij transities binnen de sfeer van de arbeid (bijv. van vast naar tijdelijk werk en vice versa), en bij overgangen tussen arbeid en onderwijs, werkloosheid, zorgactiviteiten en langdurige ziekte. Zijn er voor allochtone werknemers bijzondere remmende factoren en zo ja, welke zijn dit dan? Hoe stellen werkgevers, werknemers en arbeidsmarktgerelateerde instanties zich op? En welke beleidsmaatregelen zijn wenselijk om de risico’s van een dynamische arbeidsmarkt te verminderen? Bevat de volgende bijdragen: Migranten op de transitionele arbeidsmarkt - een literatuurstudie; Verschillen in actuele transitiekansen; Etnische verschillen in de transitie van zorg naar werk; Allochtonen en werkhervatting vanuit de WAO; Ziekteverzuim en werkhervatting; Kansen en risico's op de transitionele arbeidsmarkt. (B25846)

  • CPB; [et al.], The labour market position of Turkish immigrants in Germany and the Netherlands : reason for migration, naturalisation and language proficiency
    Den Haag : CPB, 2007. 42 p.
    Deze studie onderzoekt de arbeidsmarktpositie van Turkse immigranten in Duitsland en Nederland. Uit de conclusies blijkt dat immigranten meer profijt hebben van opleiding en taalvaardigheid in Nederland, dat de tweede generatie het op de arbeidsmarkt beter doet dan de eerste generatie van arbeidsmigranten en hun partners. Deze verbetering is grotendeels het gevolg van een hoger opleidingsniveau en een betere taalbeheersing. En ten derde, dat voor Nederland een positieve samenhang bestaat tussen naturalisatie en arbeidsmarktpositie, maar voor Duitsland juist een negatieve samenhang met vaste aanstellingen. De tegengestelde resultaten bi de vaste aanstellingen kunnen deels verklaard worden door verschillen in immigratiebeleid. In Duitsland is het voorzien in eigen levensonderhoud belangrijker dan in Nederland en dat kan tot een sterkere prikkel tot naturalisatie leiden voor werknemers met een tijdelijk contract. (B25640)

  • SCP; CPB; [et al.], Turken in Nederland en Duitsland : de arbeidsmarktpositie vergeleken
    Den Haag : SCP, 2006.
    SCP-publicatie, nr. 2006/23
    De opvatting bestaat dat de integratie van allochtonen in Nederland achterblijft bij die in de ons omringende landen. Is dit echter wel zo? Om hierover meer duidelijkheid te krijgen vergelijkt deze studie de arbeidsmarktpositie van Turken in Nederland en Duitsland. Er wordt gekeken of Turken in Nederland minder vaak (vast) werk hebben dan hun herkomstgenoten in Duitsland en of er verschillen bestaan in beroepshoogte. De gevonden uitkomsten worden in verband gebracht met onder meer de verschillen in samenstelling van de Turkse groep in beide landen en het gevoerde immigratie- en integratiebeleid. In het rapport wordt geconcludeerd dat Turken in Nederland minder vaak aan het werk zijn maar wel betere banen hebben dan Turken in Duitsland. Eén van de redenen voor de geconstateerde verschillen tussen Turken in Nederland en Duitsland ligt in een verschil in de herstructurering van de werkgelegenheid. Die is voor Turken in Nederland ingrijpender geweest dan in Duitsland. Dit geldt met name voor de afname van de werkgelegenheid in de industrie, een sector waarop Turken van oudsher sterk waren georiënteerd. Substantiële verschillen in het gevoerde immigratiebeleid, met inbegrip van het remigratiebeleid, dragen ook bij aan de verklaring van de relatief lage arbeidsdeelname van Turken in Nederland. Het beleid in Duitsland was aanzienlijk restrictiever en selectiever dan in Nederland. Een grotere selectiviteit bij de werving van Turkse gastarbeiders heeft ertoe geleid dat deze in Duitsland gemiddeld hoger zijn opgeleid en ook vaker afkomstig zijn uit de steden. Dit is bevorderlijk geweest voor hun integratie. (B25441)

  • RWI; Regioplan Beleidsonderzoek; [et al.], Hogeropgeleide allochtonen op weg naar werk: successen en belemmeringen : eindrapport
    Den Haag : RWI, 2006.
    Het rapport bevat eerst een analyse van de arbeidsmarktpositie van hogeropgeleide allochtonen. De uitkomsten ervan worden vergeleken met zowel de gehele allochtone populatie als de hogeropgeleide autochtonen. Daarna volgt een beschouwing over de studieperiode van hogeropgeleide allochtonen. Centraal hierin staan diverse prestaties en gedragspatronen die van belang worden geacht in de voorbereiding op een latere loopbaan. Vervolgens wordt ingegaan op de fase van werving en selectie. Zowel het zoekgedrag van allochtonen naar werk als hun eerste kennismaking met werkgevers komen hierbij aan de orde. Tot slot wordt het verblijf op de werkvloer nader toegelicht. Uit het onderzoek komt naar voren dat hoogopgeleide allochtonen een opvallende inhaalslag op de arbeidsmarkt maken. In 2003 was de werkloosheid onder hoogopgeleide allochtonen ruim vier keer zo hoog als onder hoogopgeleide autochtonen. In 2005 was dit gedaald naar een twee keer zo hoge werkloosheid. Hoogopgeleide allochtonen lopen de nog bestaande achterstand op doordat zij zich tijdens hun studie- en sollicitatiefase vaak anders ontplooien en oriënteren dan autochtone hoogopgeleiden. De achterstand lijkt verder in mindere mate veroorzaakt te worden door factoren die samenhangen met huidskleur of afkomst, maar meer door opleiding en motivatie. (B25175)

  • RWI, Hogeropgeleide allochtonen op de arbeidsmarkt
    Den Haag : RWI, 2006.
    Advies van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) over de arbeidsmarktpositie van hogeropgeleide allochtonen. De publicatie bevat een samenvatting van en conclusies m.b.t. het RWI-onderzoek naar hogeropgeleide allochtonen op de arbeidsmarkt. Verder doet de RWI in het advies aanbevelingen die betrekking hebben op de studiefase en de fase van het werk zoeken en solliciteren. (B25176)

  • NIDI; Praag, C. van, Marokkanen in Nederland : een profiel
    Den Haag : NIDI, 2006.
    Rapport, nr. 67
    Profielschets van de Marokkanen in Nederland. Achtereenvolgens worden de volgende onderwerpen behandeld: demografie, opleiding en onderwijs, opleidingsniveau, schoolloopbaan, inburgering, sociaal-economsiche positie, werkzame beroepsbevolking en arbeidsparticipatie, etnisch ondernemerschap, werkloosheid, uitkeringsgerechtigheid, inkomenspositie, sociaal-culturele positie, taalbeheersing, sociale contacten, betrokkenheid bij criminaliteit, gezondheid en vrijetijdsbesteding. (B24869)

  • Min. SZW; Regioplan Beleidsonderzoek; [et al.], De arbeidsmarktpositie van hoger opgeleide vluchtelingen : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan Beleidsonderzoek, 2006
    Regioplan publicatienr. 1362
    Het onderzoek geeft een beeld van de arbeidsintegratie van hoger opgeleiden vluchtelingen. Drie aspecten staan hierbij centraal: vaststelling van het aantal hoger opgeleide vluchtelingen in Nederland; vaststelling van de positie van hoger opgeleide vluchtelingen op de arbeidsmarkt; het in kaart brengen van de belemmeringen om op eigen niveau duurzaam werk te vinden. Het rapport presenteert daartoe eerst een kwantitatieve analyse van de doelgroep. Daarna wordt een overzicht gegeven van de algemene problematiek die verbonden is met de arbeidsmarktpositie van hoger opgeleiden vluchtelingen. Vervolgens wordt in drie sectorstudies ingegaan op de positie van vluchtelingen in de medische, technische en onderwijssector. (B24730)

  • SCP; Keuzenkamp, S., De balans opgemaakt : de slotbeschouwing van de Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden
    Den Haag : SCP, 2006. 63 p.
    SCP-publicatie, nr. 2006/6b
    Een samenvatting van Sociale atlas van vrouwen uit etnische minderheden. De atlas biedt een breed en diepgaand zicht op de maatschappelijke positie en participatie van deze vrouwen. De volgende thema’s komen aan de orde: onderwijs, betaalde arbeid, de combinatie van betaalde arbeid en zorg, inkomens, gezondheid, geweld tegen meisjes en vrouwen, vrijetijdsbesteding, deelname aan de ‘civil society’ en politieke participatie. (B24584)

  • Stichting van de Arbeid, Aanbevelingen ter vergroting van de arbeidsparticipatie van ouder wordende werknemers, etnische minderheden en jeugdige werklozen
    Den Haag : StvdA, 2006.
    Publicatienr. 1-2-3/06
    Bevat de volgende nota's:
    Arbeid & Leeftijd: Aanbevelingen ter bevordering van de arbeidsdeelname van ouder wordende werknemers. (Publicatienr. 1/06;
    Nota Samen werken op de vloer (Publicatienr. 2/06);
    Geactualiseerde aanbeveling ter bestrijding van werkloosheid onder jeugdigen (Publicatienr. 03/06).
    De nota Arbeid & Leeftijd gaat in op de stand van zaken voor wat betreft de arbeidsdeelname van oudere werknemers en op het investeren in werknemers van alle leeftijden. Vervolgens worden aanbevelingen gedaan voor een leeftijdsbewust of generatiebewust personeelsbeleid. De aanbevelingen hebben betrekking op: het in beeld brengen van de leeftijdsopbouw, het arbeidsvoorwaardenbeleid, het arbeidsomstandighedenbeleid, het loopbaanbeleid, het scholings- en opleidingsbeleid, doorwerken na 65 jaar.
    De nota Samenwerken op de vloer, gaat in op de arbeidsmarktsituatie van etnische minderheidsgroepen, op de activiteiten van de afzonderlijke centrale organisaties en organisaties op decentraal niveau. Verder worden in de nota nadere aanbevelingen gedaan ter bevordering van de sociale cohesie en versterking van de arbeidsmarktpositie van etnische minderheden.
    Tot slot bevat de publicatie een geactualiseerde aanbeveling ter bestrijding van werkloosheid onder jeugdigen. (B24577)

  • Min. SZW; [et al.], Naleving van de Wet arbeid vreemdelingen : een eerste onderzoek onder werkgevers
    Den Haag : Min. SZW, 2005. 74 p.
    Werkdocumenten, nr. 352
    Onderzoek naar het huidige nalevingsniveau van de Wav door werkgevers in verschillende sectoren. Het onderzoek behelst een inventarisatie van de omvang en aard van illegale tewerkstelling en gaat in op de verwachte effectiviteit van handhavingsinstrumenten. (B24431)

  • SCP; Dagevos, J., Hoge (jeugd)werkloosheid onder etnische minderheden
    Den Haag : SCP, 2006. 29 p.
    Signalement
    De publicatie presenteert werkloosheidscijfers onder allochtonen. De publicatie laat zien dat de werkloosheid onder Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen zeer hoog is en de laatste jaren fors is opgelopen. Met name de positie van allochtone jongeren is buitengewoon zorgwekkend. Deze bevindingen pleiten voor een intensivering van het op minderheden gerichte scholings- en arbeidsmarktbeleid. In de publicatie worden daartoe verschillende voorstellen gedaan. (B24425)

  • SCP; Dagevos, J.; Gesthuizen, M., Niet-westerse allochtonen met een stabiele arbeidsmarktpositie: aantallen en ontwikkelingen
    Den Haag : SCP, 2006. 37 p.
    Special
    De publicatie geeft een beeld van de arbeidsmarktpositie van niet-westerse allochtonen met een vaste baan of een eigen onderneming. Het blijkt dat 41% van de niet-westerse allochtonen een dergelijke arbeidsmarktpositie bekleedt. In de afgelopen tien jaar is deze categorie bovendien substantieel toegenomen. Het aantal – met name vrouwelijke – werknemers met een vast dienstverband, is sterk gegroeid. Allochtonen bouwen ook steeds vaker een bestaan op via een eigen onderneming. Het aantal allochtone ondernemers steeg van 21.000 in 1994 tot ruim 58.000 in 2004. (B24424)

  • Min. SZW; [et al.], Etnische minderheden op de arbeidsmarkt : beelden en feiten, belemmeringen en oplossingen : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan, 2005.
    Onderzoek rond het thema belemmeringen voor etnische minderheden op de arbeidsmarkt. De rapportage van het door Regioplan uitgevoerde onderzoek bestaat uit drie hoofdonderdelen. Allereerst wordt de arbeidsmarktpositie van etnische minderheden (in vergelijking met die van autochtonen) nader toegelicht. In het bijzonder wordt hierbij ingegaan op de arbeidsmarktparticipatie, de werkloosheid en het beroepsniveau van etnische minderheden in Nederland. Ook wordt ingegaan op het opleidingsniveau van etnische minderheden en wordt speciale aandacht besteed aan de positie van allochtone vrouwen en allochtone jongeren. Vervolgens wordt ingegaan op de belemmeringen met betrekking tot de arbeidsintegratie van etnische minderheden. Deze belemmeringen worden gerubriceerd aan de hand van de driedeling: toerusting, toetreding tot de arbeidsmarkt en het verblijf binnen en de uitstroom uit een arbeidsorganisatie. Tot slot worden de oplossingsrichtingen aan de hand van dezelfde driedeling besproken. Bij deze oplossingen worden, daar waar aanwezig, succesvolle praktijkvoorbeelden genoemd en nader toegelicht. (B23645)

  • Landelijk Bureau Racismebestrijding, Arbeidsmarkt : katern LBR-rapportage Racisme in Nederland
    [Rotterdam] : LBR, 2005.
    Door discriminatie en negatieve beeldvorming van allochtonen gaat er nog teveel fout op arbeidsmarkt. Discriminatie op de arbeidsmarkt veroorzaakt werkloosheid en is een belemmering voor de integratie van minderheden. Dit blijkt uit het Katern Arbeidsmarkt dat deel uitmaakt van de LBR-rapportage Racisme in Nederland. Stand van zaken. Het katern gaat achtereenvolgens in op: de verbeteringen in de arbeidsmarktpositie van etnische minderheden vanaf begin jaren negentig; de kering van deze positieve trend; oorzaken van de zwakke arbeidsmarktpositie; discriminatie; antidiscriminatiebeleid; einde Wet SAMEN; projecten en initiatieven; nieuw overheidsbeleid; allochtoon ondernemerschap; toekomst (B23397)

  • Min. SZW; SEOR; [et al.], Evaluatie raamconvenant grote ondernemingen
    Rotterdam : SEOR, 2004.
    Het Raamconvenant Grote Ondernemingen : multicultureel personeelsbeleid, in- en doorstroom minderheden (RGO) is een direct uitvloeisel van de aanbevelingen van de Taskforce Minderheden en één van de maatregelen in het Plan van Aanpak van het voorjaar 2000, gericht op verbetering van de arbeidsmarktpositie van minderheden. Via het RGO spraken de toenmalige Ministers (van SZW en van Grote Steden en Integratiebeleid) topfunctionarissen van grote ondernemingen persoonlijk aan op hun verantwoordelijkheid voor de positie van etnische minderheden in hun organisatie. Zo werden zij gestimuleerd om stappen te ondernemen om deze positie te verbeteren. Er zijn aansluitend concrete afspraken gemaakt met 110 grote organisaties uit diverse branches, via zogenaamde uitvoeringsconvenanten. In dit evaluatie-onderzoek staan de volgende drie vragen centraal: Op welke wijze is door de betrokken ondernemingen invulling gegeven aan het Raamconvenant Grote Ondernemingen?; Welke resultaten zijn daarmee behaald?; Welke succes- en faalfactoren kunnen daarbij worden geïdentificeerd? (B23184)

  • EIB; FNV Bouw; Blomsma, G., Allochtonen en buitenlanders in de bouw
    Amsterdam : EIB, 2003.
    In 2003 hadden de bouwbedrijven rond 11.700 allochtonen en buitenlanders in dienst. Van deze groep is bijna tweederde werknemer in vaste dienst. De rest is tijdelijk werkzaam als gedetacheerde, uitzendkracht of zelfstandige zonder personeel. Onder de 7.500 werknemers bevinden 5.400 allochtonen en 1.600 buitenlanders uit de EU. Dit komt neer op 2,2 en 0,7 procent van het werknemersbestand in de bouw. Het percentage allochtone werknemers is de laatste tien jaar nauwelijks toegenomen. Naast de vaste werknemers zijn er ongeveer 4.100 allochtonen en buitenlanders tijdelijk werkzaam bij bouwbedrijven. Hiervan zijn ongeveer 2.200 werkzaam als gedetacheerde, 1.000 als uitzendkracht en 900 als zzp-er. Binnen deze groepen treffen we vooral veel Turken en Duitsers aan. (B22184)

  • RWI; Regioplan Beleidsonderzoek; [et al.], De arbeidsintegratie van vluchtelingen : een verkenning van problemen en oplossingen
    Den Haag : RWI, 2003.
    Onderzoek dat in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) is uitgevoerd naar de mogelijkheden om de integratie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het rapport geeft allereerst enkele statistische gegevens over vluchtelingen in Nederland. Vervolgens beschrijft het het (algemene en specifieke) beleid dat ingezet wordt ter verbetering van de arbeidsmarktpositie van vluchtelingen. Te weten de beleidsinspanningen gericht op de fase van asiel en statusverlening, op de fase van inburgering, en op de fase van opleiding, toeleiding en instroom. Voorts worden verbetervoorstellen voor het bestaande beleid gepresenteerd, alsmede enkele zogenaamde good practices waarvan het positieve effect voor de arbeidsintegratie van vluchtelingen gebleken is. De RWI concludeert in het onderzoek dat ondanks de specifieke problemen van vluchtelingen er voor hen geen afzonderlijk arbeidsmarktbeleid moet worden ontwikkeld. Daarvoor is hun samenstelling te divers en vertoont hun problematiek te veel overlap met die van andere etnische minderheden. Voor verbetering van hun situatie is wel een aanscherping en een betere uitvoering van het bestaande beleid noodzakelijk. (B22111)

  • Min. SZW; [et al.], ‘De partners aan het woord’ : evaluatie Wet SAMEN : feiten, ervaringen en visies
    Den Haag : Min. SZW, 2003.
    Op 1 januari 1998 is de Wet SAMEN (Stimulering Arbeidsdeelname Minderheden) in werking getreden als ondersteunend instrument voor individuele ondernemingen bij het voeren van multicultureel personeelsbeleid. KPMG heeft in opdracht van SZW onderzoek verricht naar de ervaringen, meningen en visies van diverse betrokken partners (ondernemingen, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, CWI’s, ministeries, provincies, gemeenten, universiteiten en overige maatschappelijke organisaties) met betrekking tot de resultaten van de Wet SAMEN. In dit rapport wordt ingegaan op de resultaten van de Wet SAMEN en de alternatieve arbeidsinstrumenten die ten behoeve van toekomstig beleid ingezet kunnen worden, alsmede op de rollen die de verschillende partijen in het toekomstig beleidskader vervullen. In dit rapport worden zowel feiten, ervaringen als visies besproken. (B22049)

  • ISEO; Centrum voor Onderzoek en Statistiek; Gemeente Rotterdam, Minderhedenmonitor 2002 : etnische minderheden in Rotterdam
    Rotterdam : ISEO, 2003.
    De Minderhedenmonitor biedt inzicht in de maatschappelijke positie van allochtonen in Rotterdam en de ontwikkeling daarvan in de tijd. Hiertoe worden, ten eerste, ieder jaar actuele gegevens gepresenteerd op het gebied van demografie, huisvesting, onderwijs, arbeid en de vertegenwoordiging van allochtonen in het gemeentelijke personeelsbestand. Ten tweede worden iedere jaargang van de Minderhedenmonitor afwisselende onderwerpen uitgediept door aanvullend onderzoek. Voor de Minderhedenmonitor 2002 is onderzoek verricht naar de arbeidsdeelname van allochtonen bij de Rotterdamse Bestuursdienst en het bereik van zorginstellingen onder allochtone ouderen. (B21977)

  • SCP; [et al.], Rapportage minderheden 2003 : onderwijs, arbeid en sociaal-culturele integratie
    Den Haag : SCP, 2003.
    SCP-publicatie, nr. 2003/13
    In het rapport wordt een beeld gegeven van de positie van de minderheden in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Verder wordt ditmaal aandacht besteed aan de opvattingen van allochtonen en autochtonen over verschillende aspecten van de multiculturele samenleving. Enkele conclusies uit het rapport: Demografie: In 2000 kwamen 45.000 niet-westerse allochtonen méér ons land binnen dan er vertrokken. In 2002 was dit vestigingsoverschot gedaald tot 35.000. Ondanks deze daling blijft het aandeel van de etnische minderheden in onze bevolking nog toenemen; Onderwijs: In de periode 1988-2002 steeg onder Turken het aandeel gediplomeerden op minimaal mbo-niveau van 7 naar 26% en onder Marokkanen van 3 naar 29%. Het aandeel Turkse en Marokkaanse jongeren zonder startkwalificatie is echter nog steeds aanzienlijk (resp. 55% en 65%). De schooluitval onder Turkse en Marokkaanse jongvolwassenen neemt af. De meeste allochtone jongeren kiezen voor een vervolgopleiding in het mbo; Arbeidsmarkt: De arbeidsparticipatie van de verschillende etnische groepen is in de periode 1994-2002 sterk gestegen. In de periode 1994-2002 daalde de werkloosheid onder minderheden van 20 a 30% naar minder dan 10%. In 2003 is de werkloosheid echter weer opgelopen; Beeldvorming: Van de verschillende etnische minderheden zegt 70 à 80% het fijn om in Nederland te wonen. Een meerderheid van de autochtonen vindt dat Nederland te veel allochtonen telt, bijna de helft van de allochtonen is diezelfde mening toegedaan. (B22125)

  • FNV, Perspectief op werk : werk met perspectief allochtonen en de arbeidsmarkt praktijkvoorbeelden en een checklist
    Amsterdam : FNV Pers, 2003.
    Praktische handleiding hoe je als bedrijf allochtone werknemers aantrekt en ze ook binnen houdt. Achtereenvolgens wordt ingegaan op: de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt; de instroom van project tot implementatie; structureel beleid op behoud en doorstroom. (B21545)

  • Kruisbergen, E. W.; Veld, Th.; ISEO; Erasmus Universiteit, Een gekleurd beeld : over beelden, beoordeling en selectie van jonge allochtone werknemers
    Assen : Van Gorcum, 2002.
    Dit boek behandelt de beelden die werkgevers hebben over de kwaliteiten van jonge allochtonen en autochtonen. Wat vinden werkgevers van de Marokkanen of de Surinamers? Maar ook: wat voor concrete ervaringen hebben werkgevers met individuele jonge allochtonen die zij recentelijk hebben aangenomen? De concrete ervaringen met individuele allochtonen blijken een stuk positiever te zijn dan het algemene beeld dat er onder werkgevers over hen bestaat. Toch zegt een deel van de werkgevers liever geen allochtonen aan te nemen. De publicatie bespreekt achtereenvolgens: Het belang van werknemerskwaliteiten; Arbeidsprestatiebeelden; Oordelen over individuele werknemers; Etnische herkomst en selectie van werknemers. (B21391)

  • OSA; Warmerdam, J.; Tillaart, H. van den; ITS, Arbeidspotentieel en arbeidsmarktloopbanen van vluchtelingen en asielgerechtigden ; een verkennend onderzoek naar ervaringen van nieuwkomers op de Nederlandse arbeidsmarkt
    Tilburg : OSA, 2002.
    OSA-publicatie, nr. A189
    Verslag van een verkennend onderzoek naar het arbeidspotentieel en de arbeidsmarktloopbanen van vluchtelingen en asielgerechtigden. Door middel van diepte-interviews is de arbeidsloopbaan van vijftig toegelaten vluchtelingen uit vijf verschillende landen gereconstrueerd. Aan de hand hiervan is nagegaan of zij er in zijn geslaagd in Nederland hun competenties te benutten en eventueel verder te ontwikkelen. Uit deze interviews komt een grote diversiteit en dynamiek naar voren wat betreft de toetreding tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Een gemeenschappelijk element hierin is de vlucht als loopbaanonderbreking. Mede hierdoor is er bij veel vluchtelingen sprake van aanvankelijke onderbenutting van hun capaciteiten, in vergelijking met hun positie in het land van herkomst. Of blijvende achterstand het gevolg is, hangt sterk af van de inspanningen van de nieuwkomers zelf, maar ook van het functioneren van de betrokken instanties en de houding van werkgevers. (B20738)

  • Zorlu, A., Absorption of immigrants in European labour markets : the Netherlands, United Kingdom and Norway : proefschrift Universiteit van Amsterdam
    Amsterdam : Thela Thesis, 2002.
    Tinberen Institute Research Series, nr. 279
    Leidt immigratie tot lagere lonen onder autochtone werknemers? In dit proefschrift toont Zorlu aan dat het effect van immigratie op lonen in Nederland, het Verenigde Koninkrijk en Noorwegen zeer klein is in vergelijking met eerdere bevindingen in andere landen. Specifieker gaat de promovendus in op de positie van etnische minderheden op de Nederlandse arbeidsmarkt, en in het bijzonder op de Amsterdamse arbeidsmarkt. Op de Nederlandse arbeidsmarkt worden Marokkanen geconfronteerd met loon- en baandiscriminatie, terwijl Turken nauwelijks discriminatie ondervinden en mogelijkerwijs concurreren met autochtonen. De promovendus concludeert dat dit verschil niet te verklaren is uit arbeidsmarktrelevante karakteristieken. De verklaring ligt waarschijnlijk in het verslechterde imago van Marokkanen. Werknemers afkomstig uit landen van de Europese Unie en Indonesië en vrouwen uit Suriname en de Nederlandse Antillen hebben betere arbeidsmarktkwalificaties dan autochtone werknemers. Surinaamse en Antilliaanse werknemers ondervinden echter loondiscriminatie. (B20755)

  • Min. SZW; [et al.], Minderheden aan het werk : onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van de in het kader van het MKB-minderhedenconvenant geplaatste kandidaten : eindrapport
    Amsterdam : Regioplan, 2002.
    Regioplan publicatienr. 471
    Verslag van een onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van de in het kader van het MKB-minderhedenconvenant geplaatste kandidaten. Dit convenant is een afspraak uit april 2000 tussen het kabinet, MKB-Nederland, tien brancheorganisaties en het CWI om aan de ene kant de werkloosheid onder etnische minderheden te verkleinen en aan de andere kant vacatures in het midden- en kleinbedrijf sneller te vervullen. Nagegaan is in hoeverre de geplaatste kandidaten zes en twaalf maanden na plaatsing nog werken en in hoeverre dit bij dezelfde werkgever is. (B20722)

  • Suntum, U. van; Schlotböller, D.; Bertelsmann Stiftung, Arbeitsmarktintegration von Zuwanderen : einflussfaktoren, internationale Erfahrungen und Handlungsempfehlungen
    Gütersloh : Bertelsmann Stiftung, 2002.
    Buitenlandse werknemers zijn met name de dupe van de werkloosheidsproblematiek. Hun werkloosheidscijfer ligt in bijna alle landen van de Europese Unie hoger dat van de autochtone bevolking. Desondanks is het enkele landen gelukt om met een aanzet voor een oplossing voor deze problematiek te komen. Aan de hand van een vergelijking tussen Groot-Brittannië, Nederland, Zweden en Duitsland wordt gekeken naar succesfactoren voor een verbeterde integratie van buitenlandse werknemers. Daarbij worden strategieën als een kwalificeringsprogramma, het verminderen van de toegangsbeperkingen of een sterkere loondifferentiatie onderzocht. (B20560)

  • Veenman, J.; ISEO; Erasmus Universiteit [et al.] De toekomst in meervoud : perspectief op multicultureel Nederland
    Assen : Van Gorcum, 2002. 190 p.
    Nederland is een immigratieland geworden. Dit heeft nieuwe ongelijkheden veroorzaakt en bevolkingsgroepen soms tegenover elkaar gesteld, maar het heeft ook gezorgd voor nieuw talent en culturele verandering. Hoe zal dit verder gaan? ISEO-onderzoekers proberen in dit boek een antwoord te geven op deze vraag. Na een beschrijving van de belangrijkste maatschappelijke veranderingen schetsen zij een beeld van de Nederlandse multi-etnische samenleving in 2015 en in 2030. Onder meer wordt ingegaan op de onderwijspositie, en de arbeidsmarkt- en inkomenspositie van allochtonen. Deze scenario’s kunnen de grondslag vormen van het beleid in de komende jaren. In het boek wordt tevens aandacht geschonken aan de vraag hoe Nederland zich kan ontwikkelen tot een multiculturele samenleving. (B20543)

  • Uunk, W. , Concentratie en achterstand : over samenhang tussen etnische concentratie en de sociaal-economische positie onder allochtonen en autochtonen
    Assen : Van Gorcum, 2002. 112 p.
    Ten opzichte van de autochtone Nederlandse bevolking verkeren de vier grote migrantengroepen in Nederland (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen) in een sociaal-economische achterstandspositie. Centraal staat de vraag of allochtonen uit de genoemde groepen een minder gunstige sociaal-economische positie innemen doordat ze vaker in zogenoemde concentratiewijken wonen. De veronderstelling hierbij is dat het wonen in dergelijke wijken een negatieve invloed uitoefent op de verworven positie. Dit boek doet verslag van kwantitatieve analyses van de invloed die de etnische concentratie van wijken uitoefent op de onderwijs- en arbeidsmarktpositie van Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen en autochtonen in Nederland. (B20544)

  • Min. SZW; [et al.], Doorstroom van etnische minderheden op de werkvloer
    Rotterdam : SEOR, 2001.
    Onderzocht wordt in hoeverre er verschillen bestaan in (interne en externe) doorstroom en in uitstroom tussen autochtone werknemers en personeel behorend tot etnische minderheden (verder uitgesplitst naar geslacht). En in hoeverre men binnen het door het bedrijf gevoerde personeels- en organisatiebeleid rekening houdt met etnische minderheden en wat de consequenties hiervan zijn voor de arbeidsmarktmobiliteit van deze groep werknemers (eveneens verder uitgesplitst naar geslacht). (B20497)

  • OSA; [et al.], Van ouder op kind : scholing en arbeidsmarktpositie van tweede generatie allochtone jongeren
    Tilburg : OSA, 2002.
    OSA-publicatie, nr. A185
    Onderzocht wordt welke factoren de verschillen in onderwijs- en arbeidsmarktpositie tussen autochtonen en allochtonen jongeren kunnen verklaren. In het onderzoek is vooral gekeken naar de eerste arbeidsmarktervaringen van jonge allochtonen van de tweede generatie en van hun autochtonen leeftijdsgenoten. Het rapport geeft allereerst een beschrijving van de maatschappelijke positie van de tweede-generatie allochtone jongeren in Nederland, inclusief een vergelijking met autochtone leeftijdsgenoten. In de bespreking van de onderwijspositie wordt achtereenvolgens ingegaan op het opleidingsniveau van jongeren die niet meer deelnemen aan het voltijds onderwijs, het opleidingsniveau van scholieren en studenten, en het verloop van de schoolloopbanen. Wat de arbeidsmarktpositie betreft, gaat de aandacht uit naar de mate waarin jongeren werkzaam zijn (netto-arbeidsmarktparticipatie), de omvang en aard van het dienstverband (voltijd versus deeltijd), het hebben van een vaste dan wel tijdelijke aanstelling, en het verdiende netto uurloon. Vervolgens wordt ingegaan op de verschillen met de ouders en de autochtone leeftijdgenoten. De nadruk ligt hier op de factoren die van invloed zijn op de stijgingskansen op de arbeidsmarkt. (B20480)

  • Cie Arbeidsdeelname Vrouwen uit Etnische Minderheidsgroepen, AVEM : aanbevelingen op maat
    Den Haag : Cie AVEM, 2002.
    Met haar aanbevelingen wil de commissie AVEM de kansen van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen versterken, hun capaciteiten en kwaliteiten benutten en belemmeringen wegnemen. Allereerst wordt in het rapport ingegaan op de positie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen op de Nederlandse arbeidsmarkt over de afgelopen jaren. Vervolgens wordt aangegeven hoe het huidige beleid gericht op het bevorderen van de arbeidsmarktpositie van vrouwen uit etnische minderheidsgroepen er uit ziet. Daarbij wordt zowel aandacht besteed aan algemeen arbeidsmarktbeleid als aan specifiek beleid (gericht op etnische minderheidsgroepen). Ook wordt het arbeidsmarkt flankerend beleid beschreven. Daarna wordt uiteengezet welke belemmeringen vrouwen uit etnische minderheidsgroepen ondervinden bij het zoeken naar en het vinden van een baan. Deze belemmeringen worden onderscheiden naar in de persoon gelegen belemmeringen, sociaal-culturele belemmeringen en institutionele belemmeringen.
    Vervolgens wordt aandacht besteed aan de kansen. Inzichten uit positieve ervaringen van vrouwen, alsmede uit positieve beleidselementen en kansrijke, geslaagde projecten worden hier geschetst. Ten slotte wordt uiteengezet welke mogelijkheden voor beleidswijziging en beleidsinitiatie de commissie AVEM ziet. Zie ook beknopte uitgave B20356
    (B20355)