Literatuurlijst Arbeidsmigratie
SER-publicaties
- Boeken - Tijdschriftartikelen en brochures
- Erasmus Universiteit; Engbersen, G.; Ilies, M.; Leerkes, A.; Snel, E.; Meij, R. van der, Arbeidsmigratie in vieren : Bulgaren en Roemenen vergeleken met Polen
Rotterdam : EUR, 2011. 143 p.
Deze studie schetst een beeld van de maatschappelijke positie van Bulgaren, Roemenen en Polen, evenals van patronen van arbeidsmigratie en arbeidsintegratie. Het is gebaseerd op onderzoek in de gemeenten Rotterdam, Den Haag, Breda, Dordrecht, Zundert, Moerdijk, Westland, Hillegom, Katwijk en Oostland. De belangrijkste uitkomst van het onderzoek is de grote diversiteit in patronen van arbeidsmigratie. Veel arbeidsmigranten verblijven tijdelijk in Nederland en pendelen op en neer, anderen verblijven hier een middellange periode en weer anderen willen zich definitief vestigen. Ook zijn er arbeidsmigranten die vooral actief zijn in de informele economie.
Bevat de volgende hoofdstukken: Arbeidsmigranten uit Bulgarije en Roemenie; Beschrijving van het onderzoek en de kenmerken van de onderzoekspopulatie; Positie op de arbeidsmarkt; Huisvesting: woonomstandigheden en woonkosten; Integratie in de Nederlandse samenleving en banden met het herkomstland; Hoogopgeleide arbeidsmigranten; Dakloze Roemenen en Bulgaren?; Migratiepatronen en integratie. Een pleidooi voor gedifferentieerd beleid. (B30336)
- SEO; Berkhout, E.; Heyma, A.; Werff, S. van der, De economische impact van arbeidsmigratie: verdringingseffecten 1999-2008
Amsterdam : SEO, 2011. 44 p.
SEO-rapport, nr. 2011-47
In dit rapport worden onder andere de looneffecten, verdelingseffecten en verdringingseffecten geanalyseerd die ontstaan door arbeidsmigratie uit de MOE-landen in de periode 1999-2005. Behalve het verdelingseffect blijken de overige effecten minimaal of afwezig te zijn. Naar aanleiding van deze toelichting door dhr. Heyma zijn door de commissie vragen gesteld over het verdringingseffect: kan het zijn dat na 2005 de arbeidsmarktsituatie veranderd is? En dat er bijvoorbeeld na de afschaffing van de twv-verplichting in mei 2007 wel banen van Nederlandse werknemers verdrongen zijn door banen van MOE-landers? Om deze vragen te kunnen beantwoorden is aanvullend onderzoek nodig, op recentere gegevens dan die ten tijde van het vorige rapport beschikbaar waren. Door de tijdelijke commissie is aan SEO Economisch Onderzoek gevraagd om op korte termijn zo’n onderzoeksupdate uit te voeren. Deze rapportage is daarvan het resultaat. (B30251)
- Willem Drees St. voor Openbare Financiën; Donders, J. H. M.; Kam, C. A. de [et al.], Jaarboek overheidsfinanciën 2011
Den Haag : SDU, 2011. 198 p.
Deze negende aflevering van het door de Wim Drees Stichting voor Openbare Financiën gepubliceerde Jaarboek Overheidsfinanciën houdt het financieel-economische beleid van de overheid kritisch tegen het licht. Traditiegetrouw gaan de eerste zes hoofdstukken over de wisselwerking tussen economie en overheidsfinanciën, de sociale zekerheid, de collectief gefinancierde gezondheidszorg, de financiën van gemeenten en provincies en Europa, met dit keer aandacht voor de eurocrisis. Verder besteedt deze editie in alle hoofdstukken aandacht aan elf van de zeventien hervormingsvoorstellen van het in oktober 2010 aangetreden kabinet-Rutte, waaronder beleidsvoornemens inzake de woningmarkt en het huurbeleid, arbeidsimmigratie en de reorganisatie van de politie. (B30221)
- World Bank; Gibson, J.; McKenzie, D., Eight questions about brain drain
Washington : World Bank, 2011.
Policy Research Working Paper, nr. 5668
Emigratie van hoogopgeleide werknemers wordt vaak aangeduid als "brain drain", wat een negatieve invloed op de ontwikkelingslanden suggereert. Anderen hebben gepleit voor het tegenovergestelde, met woorden zoals "brain gain." In dit werkdocument werpen John Gibson en David McKenzie licht op acht gemeenschappelijke zorgen over de brain drain. De cijfers voor brain drain, zeggen ze, zijn niet torenhoog. In feite, zijn ze in het afgelopen decennium gedaald. Niet Afrika is de meest getroffen regio door brain drain; dit zijn de kleine eilandstaten. De meeste kennismigranten zijn geen artsen, maar ze zijn ook geen taxichauffeur. Hoogopgeleide migranten gebruiken hun vaardigheden en genieten van de enorme stijging van hun levensstandaard als gevolg van migratie. Bovendien is het niet zo dat de stijging van de migratie van hoger opgeleiden de migratiemogelijkheden voor ongeschoolde migranten verdringt. De geschoolde en ongeschoolde migratie gaat samen. Kennismigranten sturen ongeveer even veel geld naar hun thuisland als de fiscale kosten van hun afwezigheid bedragen. Bestaande schattingen van de productie overloop spillovers naar andere werknemers van brain drain zijn vrij klein. Als gevolg hiervan, is het moeilijk om het hard te maken dat brain drain een groot aantal landen kwetst. (B30053)
- Forschungsinst. zur Zukunft der Arbeit; Gibson, J.; McKenzie, D., The economic consequences of “Brain Drain” of the best and brightest : microeconomic evidence from five countries
Bonn : IZA, 2010. 43 p.
IZA discussion paper, nr. 5124
Brain drain is al lang een gemeenschappelijke zorg voor migranten zendende landen, met name voor kleine landen waar de emigratiecijfers van hoog opgeleiden het hoogst zijn. Echter, terwijl de economische theorie naast de kosten van emigratie van geschoolde werknemers, een aantal mogelijke voordelen suggereert, is het bewijs hiervoor beperkt. Deze paper presenteert de resultaten van innovatieve onderzoeken over het emigratiegedrag van hoger opgeleiden uit vijf landen. De resultaten laten zien dat er zeer grote stromen van emigratie en van terugkeermigratie onder hoogopgeleiden zijn; de inkomensvoordelen groot zijn. Er zijn grote voordelen van migratie in termen van postdoctoraal onderwijs, de meeste hoger opgeleide migranten uit armere landen sturen geld naar het thuisland, maar de betrokkenheid bij handel en buitenlandse directe investeringen is zeldzaam. Er is een duidelijke kennisstroom van de huidige en de terugkerende migranten over baan- en studiemogelijkheden in het buitenland, maar de huidige migranten delen weinig kennis met overheden of bedrijven in het land van herkomst. Ten slotte variëren de fiscale kosten tussen de landen aanzienlijk, en zijn afhankelijk van de mate waarin overheden rekenen op progressieve inkomstenbelasting. (B29128)
- Europese Cie, Demography report 2010
[Luxemburg] : EU, 2011.
Het eerste deel van het rapport gaat in op de belangrijkste demografische ontwikkelingen: vruchtbaarheid, sterfte, levensverwachting, migratie, veranderingen in de bevolking door bevolkingsgroei en vergrijzing, huishoudens. Het tweede deel is geheel gewijd aan migratie: oa. migratie en de verschillende generaties, migratie naar en tussen Europese landen. In de bijlage wordt besproken hoe de recessie de migratie heeft beïnvloed. Tot slot zijn landenoverzichten opgenomen met demografische cijfers per EU-land. (B29688)
- ILO , International labour migration : a rights-based approach
Geneve : ILO, 2010. 303 p.
Het boek biedt een overzicht van internationale arbeidsmigratie en de ILO-inspanningen om de migrerende werknemers te beschermen door middel van een op rechten gebaseerde aanpak. Het geeft nieuwe inzichten in de factoren die mensen motiveren om werk te zoeken buiten hun land van oorsprong en de ontwikkelingseffecten op zowel de landen van herkomst als de bestemmingslanden. Met een uiteenzetting van de vaak beperkte toegang van migrerende werknemers tot hun fundamentele rechten op het werk, beschrijft het rapport in detail de internationale normen die zijn ontwikkeld om migrerende werknemers te beschermen en fatsoenlijk werk voor iedereen te garanderen. Het overweegt de bestaande en potentiële internationale governance structuren, met aandacht voor de relatie tussen migratie en ontwikkeling, en bespreekt de rol van het ILO multilateraal kader inzake arbeidsmigratie bij de verbetering van de beleidsvorming en de internationale samenwerking op het gebied van arbeidsmigratie. (B29061)
- Essers, G., De sociale zekerheid van grensoverschrijdende, gedetacheerde en migrerende werknemers : verordening 883/2004
Eindhoven : Fiscaal up to date, 2010.
In deze publicatie wordt beschreven welke Europese regels er vanaf 1 mei 2010 gaan gelden voor personen, die gebruik maken van hun fundamenteel recht op vrij verkeer personen c.q. werknemers. Het vrij verkeer van personen en werknemers zou onmogelijk zijn zonder de Europese coördinatieverordening Vo 883/2004, een coördinatie van de 27 verschillende socialezekerheidsstelsels.
Bevat de volgende hoofdstukken: Historische achtergrond: harmonisatie & coördinatie; Definities, materiële werkingssfeer, coördinatietechnieken; Toepasselijke wetgeving & aanwijsregels; Ziekteverzekeringen (Zvw, AWBZ, Wulbz) actieve personen en hun gezinsleden; Ziekteverzekeringen (Zvw, AWBZ) pensioengerechtigden en hun gezinsleden; Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (WIA, Wajong); Werkloosheidsverzekering (WW); Gezinsuitkeringen (AKW, TOG, KGB, KOT); Ouderdoms- en nabestaandenverzekering (AOW, Anw). (B28666)
- Lange, T. de, Staat, markt en migrant : de regulering van arbeidsmigratie naar Nederland 1945-2006 : proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen
Den Haag : Boom Juridische Uitgevers, 2007.
Tesseltje de Lange gaat in haar proefschrift in op zestig jaar (1945-2006) politieke, ambtelijke en maatschappelijke debatten over de vraag hoe de komst van arbeidsmigranten in Nederland moest worden geregeld. Op basis van onder meer archiefonderzoek en interviews wordt duidelijk hoe de verhoudingen zijn veranderd tussen de staat, werkgeversorganisaties, vakbonden en migranten. Dit onderzoek laat zien dat er binnen de overheid een ambtelijke strijd gaande is geweest tussen de ministeries van Sociale Zaken en Justitie over de toelating van arbeidsmigranten. Wel veranderden de debatten over de regelgeving omdat de vakbonden zich begin jaren zeventig tegen nieuwe arbeidsmigratie keerden en de bescherming van de nationale arbeidsmarkt de mantra van Sociale Zaken en de vakbonden werd. Maar op dat uitgangspunt werden, ter bevordering van de Nederlandse concurrentiepositie of bij gebrek aan nationaal arbeidsaanbod, in overleg met werkgevers zoveel uitzonderingen gemaakt dat die vervolgens regel werden. Aan de hand van case studies over de IT-sector en de zorgsector besteedt De Lange verder aandacht aan de mate waarin de regels onderscheid maken naar nationaliteit, klasse en gender van de arbeidsmigrant. (B28018)
- Adviescie voor Vreemdelingenzaken, Tijdelijke arbeidsmigratie 2015 - 2035
Den Haag : ACVZ, 2009.
Advies, nr. 29
Nederland vergrijst en de verwachting is dat deze ontwikkeling, bij een ongewijzigd beleid, over een aantal jaren - met name in de periode 2015 tot 2035 - zal leiden tot een tekort aan arbeidskrachten op de arbeidsmarkt. De ACVZ gaat in dit middellange termijn advies, in aanvulling op de in het rapport van de Commissie Arbeidsparticipatie (Cie Bakker) voorgestelde maatregelen, in op de mogelijkheden om het tekort aan arbeidskrachten in de niet zo verre toekomst te kunnen aanvullen door middel van tijdelijke arbeidsmigratie. In dit advies richt de ACVZ zich op het vereiste (juridische en organisatorische) raamwerk voor werving, binnenkomst, verblijf en terugkeer van tijdelijke arbeidsmigranten. (B27862)
- OECD, Jobs for Immigrants volume 2 : labour market integration in Belgium, France, the Netherlands and Portugal
Parijs : OECD, 2008.
Wanneer de immigranten in een nieuw land aankomen, worden zij geconfronteerd met nieuwe arbeidsmarktvereisten zoals talenkennis, vertrouwdheid met de procedures bij het zoeken naar een baan en werkwijzen waaraan zij niet altijd in staat zijn te voldoen. Deze belemmeringen gelden niet alleen voor nieuwe immigranten, maar, verrassend, ook voor hun kinderen, zelfs als de kinderen worden geboren en opgevoed in het ontvangende land. De publicatie gaat in op de abeidsmarktintegratie van immigranten en hun kinderen in vier OESO-landen (België, Frankrijk, Nederland en Portugal) en doet land-specifieke aanbevelingen. Overheden hebben een rol te vervullen bij de bevordering van taal en beroepsopleiding, en het stimuleren van diversiteit op de werkplek. Immigranten zelf moeten akkoord gaan met de eisen van de werkgevers in het ontvangende land. De levensvatbaarheid van toekomstig migratiebeleid, met name de groei van immigratie, zal voor een grote mate afhangen van hoe succesvol de OESO-landen en immigranten zijn bij de verwezenlijking van deze doelstellingen. (B27614)
- D'Auria, F.; McMorrow, K.; Pichelmann, K.; Europese Cie, Economic impact of migration flows following the 2004 EU enlargement process : a model based analysis
Brussel : Europese Cie, 2008.
Economic papers, nr. 349
Het plaatsen van arbeidskrachten in de lidstaten als gevolg van de uitbreiding van de Europese Unie heeft aanzienlijke voordelen opgeleverd. Zowel ontvangende als uitzendende landen profiteren. Alleen bij groepen met specifieke scholing gaat dat in ontvangende landen ten koste van inkomens van laaggeschoolden en bij de uitzendende landen ten kosten van hooggeschoolden. (B27477)
- SEO; Heyma, A.; Berkhout, E.; Werff, S. van der; Hof, B.; Min. SZW, De economische impact van arbeidsmigratie uit de MOE-landen, Bulgarije en Roemenië : een studie naar omvang, aard en economische effecten van arbeidsmigratie
Amsterdam : SEO, 2008.
SEO-rapport, nr. 2008-70
Het onderzoek presenteert de economische consequenties van arbeidsmigratie uit de MOE+-landen, d.w.z. uit de Midden- en Oost-Europese landen Estland, Letland, Litouwen, Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië plus Bulgarije en Roemenië. uit het onderzoek komt naar voren dat arbeidsmigratie uit de MOE+-landen een bescheiden impact heeft op de Nederlandse economie. Ondanks de flinke groei van met name Poolse arbeidsmigranten sinds het begin van deze eeuw, is er gemiddeld genomen nauwelijks sprake van verdringing van Nederlandse werknemers op de arbeidsmarkt, is er amper sprake van een drukkend effect op de lonen en blijft het gemiddelde welvaartsniveau gehandhaafd. Voor de collectieve sector is de netto bijdrage van deze generatie arbeidsmigranten zelfs bescheiden positief, omdat deze groep relatief meer bijdraagt aan belastingen en premies dan gebruik maakt van collectieve voorzieningen. (B27388)
- OECD, The looming crisis in the health workforce : how can OECD countries respond?
Parijs : OECD, 2008.
OECD Health Policy Studies
OECD-landen staan voor een uitdaging om in te kunnen spelen op de groeiende vraag naar artsen en verpleegkundigen in de komende 20 jaar. Deze situatie doet zich voor in een wereld die al wordt gekenmerkt door belangrijke internationale migratie van gezondheidswerkers, zowel tussen OECD-landen onderling als tussen sommige ontwikkelingslanden en het OECD-gebied. Welke combinatie van hrm-beleid en migratiebeleid hebben de OECD-landen aangenomen? Hoe is de wisselwerking tussen migratiebeleid en arbeidsmarktbeleid in de gezondheidszorg? Hoe kunnen de landen van bestemming werken aan een duurzaam personeelsbestand in de gezondheidszorg? Wat zijn de gevolgen van emigratie van artsen en verpleegkundigen voor de oorspronglanden? Dit boek bevat nieuwe informatie over elk van deze vragen en geeft mogelijke oplossingen. Het is de belangrijkste uitkomst van een gezamenlijke OESO-WHO-project m.b.t. hrm in de gezondheidszorg en internationale migratie. (B27355)
- OECD, West African mobility and migration policies of OECD countries
Parijs : OECD, 2008.
De publicatie bevat een overzicht van immigratiebeleid van de belangrijkste OECD-landen (België, Canada, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Portugal, Spanje, Groot-Brittannië en de VS) die West-Afrikaanse migranten ontvangen, En het analyseert de recente discussie binnen Europa over migratie. Verder bevat het een overzicht van de gemeenschappelijke benaderingen die in Europa, Afrika en West-Afrika worden ondernomen. (B27353)
- OECD, International migration outlook : annual report : 2008 edition
Parijs : OECD, 2008.
SOPEMI 2008
Deze uitgave concentreert zich op de werkgelegenheidssituatie van immigranten. Voor het eerst, bevat het rapport een 'scorebord' van arbeidsmarktintegratie van immigranten, evenals een analyse van loonverschillen tussen immigranten en autochtonen. De publicatie onderzoekt ook de nieuwe wetgeving waar immigranten mee te maken krijgen voor wat betreft hun binnenkomst, verblijf en toetrede tot de arbeidsmarkt. De selectieve werving van immigranten naar gelang de behoeften van de arbeidsmarkt wordt beschreven, evenals maatregelen voor integratie van immigranten. Verder wordt de internationale samenwerking ter verbetering van de grenscontrole en de bestrijding van illegale migratie geanalyseerd.
Twee themahoofdstukken zijn gewijd aan actuele kwesties. De eerste richt zich op het beheer van migratie van laag opgeleide werknemers en evalueert de verschillende bestaande tijdelijke en permanente programma's. Speciale aandacht is besteed aan het vraagstuk van de illegale tewerkstelling van vreemdelingen en aan regularisatieprogramma's. Het tweede themahoofdstuk bevat een diepgaande studie van remigratie en kijkt naar het effect ervan op de economische ontwikkeling van het land van oorsprong. Het laatste deel van het rapport bevat statistische gegevens per land. (B27273)
- Weizsäcker, J. von; Bruegel, Divisions of labour: rethinking Europe’s migration policy
Brussel : Bruegel, 2008.
Bruegel Blueprint series, Volume VI
Het rapport onderzoekt waarom en hoe de Europese migratie-uitdaging dringend moet worden aangepakt. De auteur noemt drie prioriteitsgebieden voor het EU-beleid (DE migratiestromen vanuit armere landen, de integratie van migranten met een gebrekkige opleiding en werkervaring, en het aantrekken van hoger opgeleide migranten). Verder doet de auteur suggesties voor concrete beleidsmaatregelen die kunnen passen bij de immigratieagenda van het Franse voorzitterschap. (B27271)
- CPB ; Euwals, R. ; Dagevos, J. ; Gijsberts, M. ; Roodenburg, H., Immigration, integration and the labour market : Turkish immigrants in Germany and the Netherlands
Den Haag : CPB, 2006.
Discussion paper, nr. 75
Onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van Turkse immigranten in Duitsland en Nederland op basis van drie onderzoeksbestanden, te weten het Duitse sociaal-economische Panel 2002, het Nederlandse sociale positie en voorzieningengebruik Allochtonen 2002 en de Enquête beroepsbevolking 2002. Turkse immigranten vinden minder vaak een baan, minder vaak een vaste aanstelling en hebben een lagere beroepsstatus dan autochtonen. Verschillen in gevoerd immigratiebeleid spelen een belangrijke rol in het verklaren van achterstandsverschillen in beide landen. (B27133)
- Boom, J. de; Weltevrede, A.; Rezai, S.; Engbersen, G.; RISBO Contractresearch, Oost-Europeanen in Nederland : een verkenning van de maatschappelijke positie van migranten uit Oost-Europa en migranten uit voormalig Joegoslavië
Rotterdam : Erasmus Universiteit, 2008. 251 p.
In dit rapport staat de maatschappelijke positie van allochtonen afkomstig uit Oost-Europa en voormalig Joegoslavië centraal. Het eerste deel van de studie gaat in op de omvang van verschillende Oost-Europese groepen in Nederland. In het tweede deel wordt er aandacht besteed aan de maatschappelijke positie van deze groepen en de knelpunten die worden gesignaleerd met betrekking tot de integratie. Het derde deel van de probleemstelling gaat in op de betrokkenheid bij (jeugd) criminaliteit en de vraag welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen. (B26977)
- Min. SZW; Regioplan; Berg, N. van den; Brukman, M; Rij, C. van, De Europese grenzen verlegd : evaluatie flankerend beleid vrij verkeer van werknemers MOE-landen : eindrapport
Amsterdam ; regioplan, 2008. 96 p.
Regioplan publicatienr. 1626
Onderzoek naar vrij verkeer van werknemers uit de MOE-landen (Slovenië, Hongarije, Tsjechië, Estland, Letland, Slowakije, Litouwen en Polen) en arbeidsmigratie uit Bulgarije en Roemenië. De centrale onderzoeksvragen van het rapport richten zich op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt: Wat zijn de gevolgen van het vrije verkeer van werknemers uit de MOE-landen voor de Nederlandse arbeidsmarkt en voor de aard en omvang van de (illegale) tewerkstelling?; Wat zijn de (te verwachten) effecten van de arbeidsmigratie uit Bulgarije en Roemenië op de Nederlandse arbeidsmarkt en op de illegale tewerkstelling? Daarnaast wordt de stand van zaken van het (flankerend) beleid in kaart gebracht. In het onderzoek zijn drie kernonderdelen van het flankerend beleid opgenomen die zich richten op de bescherming van nieuwe medewerkers: de bestuursrechtelijke handhaving van de Wet minimumloon (WML), het handhaven van ‘arbeidswetgeving’ door de Arbeidsinspectie en het waarborgen van fatsoenlijke huisvesting voor arbeidsmigranten. (B26976)
- Bruegel; Weizsaecker, J. von, Strait is the gate : Europe's immigration priorities
Brussel : Bruegel, 2008.
Bruegel Policybrief, nr. 2008/05
De publicatie stelt prioriteiten voor een gemeenschappelijk Europees immigratiebeleid. De migratiedruk op de EU stijgt. Een aantal lidstaten, met een aanzienlijk aantal immigranten worden geconfronteerd met grote uitdagingen op het gebied van integratie. Verder heeft de EU te kampen met het aantrekken en behouden van toptalent in de mondiale concurrentie voor hoogopgeleide werknemers. In de publicatie worden drie prioritaire gebieden voor Europese politiek actie uiteengezet: hoogopgeleide migratie, illegale migratie en asiel. Concrete aanbevelingen voor beleid voor deze drie gebieden worden besproken. (B26984)
- OECD, A profile of immigrant populations in the 21st century : data from OECD countries
Parijs : OECD, 2008.
Deze publicatie presenteert en bespreekt een aantal van de belangrijkste informatie die beschikbaar is in de nieuwe databank over immigranten in de OECD-landen (DIOC). Het rapport bevat gegevens over: de demografie van immigranten met inbegrip van leeftijd, geslacht en de duur van het verblijf en hun arbeidsmarktprestaties met inbegrip van hun positie op de de arbeidsmarkt, hun beroep en de sector waarin ze actief zijn. Het boek bestaat uit negen thematische hoofdstukken, elk met inbegrip van een korte beschrijving van de bronnen, en een bespreking van de cross-country verschillen. De hoofdstukken bevatten ook een korte analyse van een aantal specifieke kwesties zoals de gender dimensie van de "brain drain", de internationale migratie van gezondheidswerkers, en de rol van laagopgeleide, in het buitenland geboren, werknemers in de dienstensector. Een inleidend hoofdstuk geeft een overzicht van de beschikbare gegevens en schetst een beeld van de internationale migratie naar OESO-landen uit vier regio's: Afrika, Azië en Latijns-Amerika en vanuit het OESO-gebied zelf. Verder wordt ingegaan op de feminisering van migratie de rol van de migratie van hoger opgeleiden en de mobiliteit tussen OESO-landen van human resources. (B26700)
- CEPS; Guild, E., EU policy on labour migration : a first look at the Commission’s blue card initiative
Brussel : CEPS, 2007.
Publicatie n.a.v. het voorstel voor een richtlijn over de toelating van hoogopgeleide migranten in de EU (het zogenaamde blauwe kaart initiatief). Deze policy brief gaat in op de hoofdthema's uit de voorgestelde richtlijn. Tot dusver heeft het voorstel geleid tot positieve reacties van het bedrijfsleven. Of het aanvankelijke enthousiasme voor de mogelijkheid om een gemeenschappelijk systeem van arbeidsmigratie op te zetten, gerechtvaardigd is, is nog twijfelachtig. (B26294)
- OECD; Dayton-Johnson, J.; [et al.], Gaining from migration : towards a new mobility system
Parijs : OECD, 2007.
Samenvatting van aanbevelingen op het terrein van migratie. Hoe moet een globaal systeem van arbeidsmobiliteit georganiseerd worden om beter te kunnen omgaan met de problemen van migrantzendende landen en migrantontvangende landen en de migranten zelf? (B26220)
- CPB; Chorny, V.; Euwals, R.; Folmer, K., Immigration policy and welfare state design: a qualitative approach to explore the interaction
Den Haag : CPB, 2007.
CPB document, nr. 153
De mate van inkomensherverdeling binnen een welvaartsstaat is belangrijk bij de vormgeving van het beleid voor arbeidsmigratie. Deze studie confronteert drie mogelijke vormen van beleid, een tijdelijk, een open en een selectief arbeidsmigratiebeleid, met twee prototypen welvaartsstaat: één met veel en één met weinig herverdeling. Door de waarschijnlijke uitkomsten van de verschillende mogelijke combinaties van beleid voor arbeidsmigratie en de welvaartsstaat met elkaar te vergelijken, en daarbij de effecten op de zelfselectie van de migranten mee te nemen, komt de studie tot de volgende conclusies. Ten eerste, zowel het migratiebeleid als de welvaartsstaat heeft invloed op de samenstelling naar opleidingsniveau van de arbeidsmigranten. Ten tweede, om aantrekkelijk te zijn voor hooggeschoolde arbeidsmigranten dient een welvaartsstaat met veel herverdeling een extra inspanning te leveren. Tot slot is een dergelijke welvaartsstaat aantrekkelijk voor laaggeschoolde arbeidsmigranten. Vanwege de mogelijke kosten voor deze welvaartsstaat, die ontstaan als deze migranten erin slagen permanent in Nederland te blijven, dient voorzichtig te worden omgegaan met tijdelijke arbeidsmigratie van laaggeschoolden. (B26259)
- GDISC; ICMPD, Intra-European workforce flows : qualitative and quantitative findings
Rijswijk : GDISC, 2007.
De GDISC (General Directors' Immigration Services Conference) initieert, coördineert en verbetert praktische coördinatie tussen immigratiediensten van de lidstaten. De EU investeert aanzienlijke moeite om Europese mobiliteit te bevorderen. Overzicht van methodes, beleid, mogelijkheden, problemen en vooruitzichten. (B26266)
- ESVLA, Integration of third-country migrants : background paper
Dublin : ESVLA, 2007.
Deze achtergrondpaper, opgesteld voor de openbare hoorzitting van het Europees Parlement over de integratie van economische arbeidsmigranten, kijkt naar de integratie van migranten afkomstig uit landen van buiten de Europese Unie (EU) als een tweerichtingsproces. Er is een behoefte om de rechten en de verplichtingen van zowel migranten als van het ontvangende land in evenwicht te brengen. Het ontvangende land zou gelijke kansen en non-discriminatie voor migranten in belangrijke levensdomeinen, zoals werkgelegenheid, onderwijs en het huisvesting moeten bevorderen. In ruil daarvoor zouden de inkomende migranten de fundamentele waarden van de Europese Unie moeten eerbiedigen en een basiskennis van de taal, geschiedenis en instellingen van het gastland verwerven. (B26285)
- Adviescie voor Vreemdelingenzaken, Immigratie op maat : advies over een nieuwe opzet voor het regulier immigratiebeleid
Den Haag : ACVZ, 2007.
De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) stelt in haar advies ‘Immigratie op maat’ dat het kabinet meer ruimte moet bieden voor een selectief migratiebeleid dat deels uitnodigend (met name bij kennismigratie) en deels restrictief is (met name bij gezinsmigratie). Om een stevig en effectief handhavingskader te realiseren adviseert de ACVZ om een wettelijk geregeld erkenningsysteem voor bedrijven en instellingen te introduceren zodat een versnelde, vereenvoudigde toelatingsprocedure voor arbeidsmigranten mogelijk wordt. (B26323)
- SVB; Jonge, T. de, Sociale zekerheid over grenzen
[Amstelveen] : SVB, 2007.
Rapport over de gevolgen van migratie voor de sociale zekerheid van migranten en over de kennis die migranten hierover hebben. In een inleidend hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de relatie tussen migratie en sociale zekerheid. Vervolgens laat het rapport zien wat de gevolgen van internationale migratie zijn voor de sociale zekerheid. Die gevolgen worden benaderd vanuit een Europees perspectief: hoe is migratie binnen de EU geregeld en welke maatregelen hebben de EU-landen getroffen voor migranten van buiten de EU? Daarna wordt ingegaan op de enquête die is gehouden onder ruim vijftienhonderd emigranten (uit Nederland) en immigranten (naar Nederland). De enquête ging over de rol die sociale zekerheid heeft gespeeld bij de beslissing om naar een ander land te verhuizen. Verdiepen migranten zich in de gevolgen voor hun sociale zekerheid wanneer zij verhuizen naar een ander land? Als zij dit doen, waar halen zij dan de informatie vandaan? En vinden zij de beschikbare informatie duidelijk en toegankelijk? Welke verwachtingen hebben migranten vooraf en vonden ze achteraf succesvol. Uit het onderzoek blijkt dat veel mensen niet goed weten welke gevolgen een vertrek naar het buitenland heeft voor hun sociale zekerheid. (B26304)
- Sociale Verzekeringsbank, Cijfers bij migratie en sociale zekerheid
[Amstelveen] : SVB, 2007.
De Nederlandse samenleving internationaliseert. De toenemende migratiebeweging heeft ook gevolgen voor de sociale zekerheid. Mensen bouwen rechten op in meerdere landen, verhuizen met hun uitkering naar een ander land of keren juist op latere leeftijd weer terug naar hun geboorteland. Deze trend betekent dat ook de uitvoering van de sociale zekerheid steeds meer een internationaal karakter krijgt.
De bijdrage kwantificeert de internationalisering in de sociale zekerheid. Met allereerst de historische ontwikkelingen in emigratie en immigratie. Vervolgens wordt bezien welke gevolgen dit heeft voor de mate waarin personen van buiten Nederland hier een uitkering ontvangen en uitkeringsgerechtigden dien vanuit Nederland zijn uitgewaaierd naar andere landen. Daarna wordt de focus gericht op de drie belangrijkste wetten die de SVB uitvoert: AOW, Anw en AKW. Aparte aandacht is er voor de Remigratiewet. De bijdrage wordt afgesloten met conclusies. (B26305)
- OECD, Policy coherence for development : migration and developing countries
Parijs : OECD, 2007.
Deze editie van het jaarrapport van het Development Centre richt zich op migratie. Het rapport bespreekt de kosten en baten van migratie voor ontwikkelingslanden en hoe deze stromen beter kunnen worden georganiseerd om zo grotere voordelen te behalen voor alle betrokken partijen - migranten- uitzendende landen, migranten-ontvangende landen, en de migranten zelf. Het maakt de balans op van wat we weten over de effecten van migratie op ontwikkeling en distilleert uit die kennis een aantal beleidsaanbevelingen voor zowel zendende als ontvangende landen. Het rapport is gebaseerd op een groot aantal door het Development Centre gecoördineerde regionale en landenstudies ter illustratie van de mechanismen die een verband leggen tussen migratie en ontwikkeling: arbeidsmarkteffecten, brain drain, overmakingen naar het thuisland, diaspora netwerken, en de terugkeer van migranten naar hun thuisland. (B26405)
- OSA; Fouarge, D.; Ester, P., Highly skilled and on the move : migration behaviour and intentions of the higher educated in the Netherlands and Europe
Tilburg : OSA, 2007.
OSA-publicatie nr. A227
Rapport over de migratieplannen van hoger opgeleiden. Ingegaan wordt op de migratie-ervaring en emigratie-intenties van vooral hoog gekwalificeerde arbeid in Nederland in vergelijking met de rest van Europa. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer vijf procent van de Europeanen overweegt te migreren naar een ander land in de komende vijf jaar. Ondanks de grote internationale vraag naar gekwalificeerd personeel willen hoger opgeleiden dat niet vaker dan gemiddeld. Ook Nederland scoort gemiddeld als het gaat om migratieoverwegingen. Met de uitbreiding van de EU zijn grote aantallen Oost-Europese werknemers actief op de Nederlandse arbeidsmarkt. De migratieplannen in de nieuwe lidstaten zijn ook flink hoger. Een beter loon speelt een rol bij de beslissing te migreren, maar in Oost-Europa wordt migratie ook gezien als een vorm van investering in kennis en competenties. (B26453)
- OECD, Jobs for immigrants : volume 1 : labour market integration in Australia, Denmark, Germany and Sweden
Parijs : OECD, 2007.
Wat kan er gedaan worden om de arbeidsmarktintegratie te verbeteren van immigranten en hun kinderen. Werkgevers moeten de juiste informatie hebben en regeringen hebben een rol bij de bevordering van taal en onderwijs. Overzicht van de situatie in genoemde landen met aanbevelingen. (B25976)
- ESVLA; Borkert, M.; Bosswick, W.; Heckmann, F.; Lüken-Klassen, D., Local integration policies for migrants in Europe
Dublin : ESVLA, 2007.
Internationale vergelijking over de integratie van migranten. Het rapport bevat landenstudies over het integratie- en inburgeringsbeleid in Oostenrijk, België, Tsjechië, Finland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Polen, Spanje, Zweden en Groot-Brittannië. Tevens analyseert het rapport lokaal integratiebeleid in 14 Europese steden. Het rapport concludeert dat er geen eenduidig Europees integratiemodel is, en adviseert maatregelen, gebaseerd op gezamenlijke ervaring, om zo een doeltreffender en gerichter integratiebeleid te ontwikkelen. (B25743)
- Jandl, M., Innovative concepts for alternative migration policies : the innovative approaches to the challenges of migration in the 21st century
Amsterdam : Amsterdam University Press, 2007.
De publicatie presenteert nieuwe voorstellen voor innovatief migratiebeleid. Bevat de volgende bijdragen: Introduction and overview; Temporary migration programmes - potential, problems and prerequisites; A new European employment migration policy; People flow revisited: constructive management of changing patterns of migration; Towards sustainable migration policies; Co-development: a myth or a workable policy approach?; Imagining policy as a means to innovation: the case for a mobile middle-aged; In-country 'refugee' processing arrangements: a humanitarian alternative?; Open borders, close monitoring; The development Visa Scheme revisited; Pricing entrance fees for migrants. (B25676)
- CEPS; Carrera, S., Building a common policy on labour immigration : towards a comprehensive and global approach in the EU?
Brussel : CEPS, 2007.
CEPS Working Document, nr. 256
Dit werkdocument richt zich op de totstandkoming van een gemeenschappelijk EU-beleid op het gebied van arbeidsmigratie. Besproken worden de recente beleidsontwikkelingen m.b.t. de regels voor toelating en vestiging van arbeiders uit landen van buiten de EU. Tevens wordt ingegaan op nationale ontwikkelingen in de EU-lidstaten m.b.t. arbeidsmigratie, o.a. de criteria die een land hanteert voor toelating. (B25683)
- Adviescie voor Vreemdelingenzaken, Profijt van studiemigratiebeleid : een advies over de arbeidsmarktpositie van buitenlandse afgestudeerden
Den Haag : ACVZ, 2007.
Advies, Nr. 22
Advies over de arbeidsmarktpositie van migranten die zijn afgestudeerd aan een Nederlandse instelling voor hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs. De regering heeft de wens geuit om voor een goede ontwikkeling van de kenniseconomie zoveel mogelijk hoog opgeleiden studiemigranten na hun studie als kennismigrant voor de Nederlandse arbeidsmarkt te behouden. Het advies bespreekt in hoofdstuk allereerst enkele relevante trends en ontwikkelingen rond kennis- en studiemigratie en geeft daarna op grond van beschikbaar cijfermateriaal een beeld van de karakteristieken van de populatie. Vervolgens wordt ingegaan op de bij het advies behorende achtergrondstudies van ICMPD en van het SEO. De economische aspecten van kennismigratie en de effecten voor de sociale zekerheid komen daarna aan de orde. Ten slotte formuleert de ACVZ aanbevelingen over de zoekperiode en nadere toelatingscriteria van afgestudeerde vreemdelingen. Zo stelt de ACVZ voor deze afgestudeerden toe te staan maximaal één jaar naar werk te zoeken in plaats van drie maanden. Bovendien moet vervolgens een lagere salariseis worden gesteld dan nu het geval is. (B25566)
- Intern. Centre for Migration Policy; Adviescie voor Vreemdelingenzaken, Comparative study on policies towards foreign graduates : study on admission and retention policies towards foreign students in industrialised countries
Wenen : ICMPD, 2006.
Voorstudie, nr. 15
Vergelijkend onderzoek naar het beleid inzake de toelating van buitenlandse studenten en het beleid om deze studenten na hun studie te behouden voor de arbeidsmarkt in onder meer Australië, Canada, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Zweden en Zwitserland. (B25567)
- SEO; Adviescie voor Vreemdelingenzaken; [et al.], De arbeidsmarktpositie van studenten met buitenlandse achtergrond
Amsterdam : SEO, 2006.
SEO-rapport nr. 955. Voorstudie, nr. 16
Niet-westerse buitenlanders die in Nederland komen studeren, mogen zich hier na afstuderen blijvend vestigen als ‘kennismigrant’. Wel moeten ze dan binnen drie maanden een baan vinden en ten minste €33.000 bruto per jaar verdienen. SEO Economisch Onderzoek onderzocht in opdracht van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) hoe streng deze eisen zijn als ze zouden worden opgelegd aan de autochtone pas afgestudeerde hoogopgeleide. Uit het onderzoek blijkt dat zelfs van de autochtone afgestudeerden minder dan helft binnen drie maanden een baan vindt op niveau en slechts 17% van hen verdient in die baan meer dan de vereiste €33.000 bruto per jaar. De lat wordt dus erg hoog gelegd voor de potentiële kennismigranten. (B25568)
- SEO; [et al.], ‘Mind the gap’ : international database on employment & adaptable labour (IDEAL)
Amsterdam : SEO, 2007.
SEO-report nr. 968
Onderzoek naar de effecten van vergrijzing en migratie op de toekomstige arbeidsmarkt in de Europese Unie. SEO concludeert dat de vergrijzing in 2050 zorgt voor werknemerstekort van ruim 30 miljoen personen. Vergrijzing is de belangrijkste oorzaak voor de toekomstige tekorten aan werknemers. Een tweede oorzaak zijn de relatief lage geboortecijfers; in bijna alle landen wordt een daling van de omvang van de eigen bevolking verwacht. Het zogenoemde ‘werkgelegenheidsgat’ dat door deze beide effecten ontstaat, kan echter voor een groot deel opgevuld worden met behulp van werknemers uit andere landen. Zonder migratie van arbeid zou het werknemerstekort bijna 55 miljoen personen bedragen. (B25552)
- Koser, K, International migration : a very short introduction
Oxford : Oxford University Press, 2007.
Beknopte introductie in het onderwerp migratie. Aan de orde komen achtereenvolgens: het belang van migratie; wie is een migrant?; migratie en globalisering; migratie en ontwikkeling; irreguliere migratie; vluchtelingen en asielzoekers; migranten in de samenleving; de toekomst van internationale migratie. (B25520)
- OECD; [et bal.], Local economic and employment development : from immigration to integration : local solutions to a global challenge
Parijs : OECD, 2006.
In de huidige economie is de slag om talent net zo belangrijk als de slag om kapitaal. In de kenniseconomie kunnen geschoolde migranten een significant concurrerend voordeel bieden aan de lokale economieën. Er is ook vraag naar ongeschoolde migranten, in het bijzonder daar waar demografische veranderingen de onafhankelijkheid van lokale arbeidsmarkten vermindert. Om gebruik te maken van de potentiële voordelen van migratie is het noodzakelijk dat immigratie vergezeld gaat van integratie, of van effectieve mechanismen die ervoor zorgen dat immigranten in arbeidsmarkten, de economie en de maatschappij worden opgenomen. Een paradox is dat terwijl het belang van migratie toeneemt het tegelijkertijd zo is dat de integratieresultaten niet zo gunstig zijn als in het verleden. De integratie van immigranten is een beleidsgebied waar een lokale benadering cruciaal is. Terwijl het immigratiebeleid op nationaal niveau wordt bepaald, ontworpen en gefinancierd, wordt zijn effect op migranten en de maatschappij sterker gevoeld op het lokale niveau waar ander beleid op elkaar inwerkt. Deze publicatie benadrukt principes en factoren die in het steunen van integratie op lokaal niveau belangrijk zijn. Het rapport bevat een vergelijking van lokale initiatieven die in vijf landen van OESO worden uitgevoerd: Canada, Groot-Brittannië (Londen), Spanje, Italië, en Zwitserland. De publicatie verstrekt een reeks concrete beleidsaanbevelingen voor implementatie op zowel lokale als nationale niveaus. (B25462)
- World Bank; Mansoor, A.; Quillin, B., Migration and remittances : Eastern Europe and the former Soviet Union
Washington : World Bank, 2007.
Onderzoek naar migratie en geldoverschrijvingen door migranten afkomstig uit Oost-Europa en de voormalige Sovjet Unie naar hun thuisland. Het rapport geeft allereerst een overzicht van de migratiestromen in Europa en centraal Azië. Vervolgens wordt ingegaan op de omvang van geldstromen naar het land van herkomst en de invloed die deze geldoverschrijvingen hebben op de economie van het land van herkomst. Voorts komen de motieven voor migratie aan de orde. Tot slot wordt een internationaal kader geschetst voor afspraken over arbeidsmigratie. (B25457)
- Papademetriou, D. G.; [et al.], Europe and its immigrants in the 21ste century : a new deal or a continuing dialogue of the deaf?
Washington : Migration Policy Institute, 2006.
Uitgave van het Migration Policy Institute (MPI). De publicatie bevat bijdragen van wetenschappers met adviezen over, en waar mogelijk oplossingen voor het immigratievraagstuk. De diverse bijdragen proberen de puzzelstukken van een goed geleid, immigratieregime in elkaar te passen, en behandelen onderwerpen als de economische kosten en de economische voordelen van immigratie, efficiënte selectiesystemen, burgerschap, de welvaartsstaat, en integratiebeleid dat werkt. De 'Introductie' bevat de volgende bijdrage: Managing international migration better: principles and perspectives for gaining more from migration; Het deel 'Integration' bevat de volgende bijdragen: The challenge of integration in Europe; Integration processes of migrants - research findings and policy lessons; Citizenship; Building successful urban policy in the new era of migration; Practices and policies for immigrant integration in the United States. Het deel 'Economics and labor migration' bevat de volgende bijdragen; Migrants and the European labour market; Is immigration an enemy of the welfare state?; The new role of migrants in the rural economies of southern Europe; Future demographic change in Europe - the contribution of migration; Selecting economic migrants. (B25422)
- ESVLA; [et al.], Mobility in Europe : analysis of the 2005 Eurobarometer survey on geographical and labour market mobility
Dublin : ESVLA, 2006.
In het rapport staan twee onderwerpen centraal: geografische mobiliteit en baanmobiliteit. Aan de orde komt het beleid van de Europese Unie. Voor wat betreft geografische mobiliteit komen aan de orde de omvang van geografische mobiliteit. Afstanden waarover geografische mobiliteit in het verleden heeft plaatsgevonden, redenen voor geografische mobiliteit, toekomstplannen m.b.t. geografische mobiliteit. In het hoofdstuk over mobiliteit op de arbeidsmarkt wordt ingegaan op de transitionele arbeidsmarkt, omvang van baanmobiliteit, gemiddelde baanduur, de baanmobiliteit per land, de verwachtingen m.b.t. mobiliteit op de arbeidsmarkt. Tot slot wordt ingegaan op de houding ten aanzien van baanmobiliteit. Uit het rapport blijkt dat mobiliteit niet altijd een individuele keuze is. Met name baanmobiliteit is vaak kenmerkend voor de meer kwetsbare groepen in de samenleving. (B25372)
- Regioplan; [et al.], Arbeidsmigratie naar Nederland : nieuwe visies op veranderende condities
Amsterdam : Regioplan, 2002.
De publicatie bevat een weergave van verschillende opvattingen over het al of niet openstellen van de Nederlandse arbeidsmarkt voor buitenlandse werknemers. De verhandelingen maken deel uit van een discussiemiddag die in september 2001 door Regioplan Beleidsonderzoek is georganiseerd. Doel van de bijeenkomst vormde de verkenning van een mogelijke verschuiving in het denken over arbeidsmigratie naar Nederland. (B25296)
- Council of Europe; Salt, J.; Clarke, J.; International labour migration
Strasbourg : Council of Europe, 2004.
Population studies, nr. 44
Deel 1 van het rapport gaat in op de kenmerken van en de ontwikkelingen in de migratiestromen op de Europese arbeidmarkten. De nadruk ligt op de buitenlandse werknemers die zich in het migratieproces bevinden en niet zo zeer op de groepen migranten die reeds in een land gevestigd zijn. Aan de orde komen concepten en definities van arbeidsmigratie, statistische bronnen m.b.t. arbeidsmigratie. Verder wordt ingegaan op de geografische-, demografische- en beroepskenmerken (o.a. opleidingsniveau) van de migranten. Ook komt de aan de orde de niet reguliere immigratie, en de kenmerken van niet reguliere migranten in Portugal, Spanje, Italië en Griekenland. Het eerste deel besluit met een samenvatting van hoe de stromen van de arbeidsmigratie door overheden en andere instellingen worden beheerd (o.a. beleid t.a.v. hoger opgeleiden, quota's, bilaterale afspraken, amnestie, seizoenswerkers, lager opgeleiden). Deel 2 van het rapport is gewijd aan migranten binnen de beroepsbevolking. Ingegaan wordt op ontwikkelingen in de buitenlandse beroepsbevolking sinds 1945, sociale- en beroepskenmerken van buitenlandse werknemers, de invloed van migratie op de arbeidsmarkt, en factoren van integratie op de arbeidsmarkt. (B25297)
- Diez Guarda, N.; Pichelmann, K.; Europese Cie, Labour migration patterns in Europe : recent trends, future challenges
Brussel : EG, 2006.
European economy, economic papers, nr. 256
Rapport over de ontwikkelingen in migratie in de Europese Unie (EU). Achtereenvolgens komen aan de orde: ontwikkelingen in migratie, migratiestromen, land van bestemming en land van oorsprong, de verschillende vormen van migratie, de uitbreiding van de EU, de economische invloed van migratie, de voor- en nadelen van migratie, invloed op lonen en werkgelegenheid, fiscale aspecten van migratie, de arbeidsmarktsituatie van immigranten in de EU, de gevolgen van emigratie voor het oorsprongland (o.a. brain drain). (B25253)
- Inspectie Werk en Inkomen, Vreemdelingen aan het werk : onderzoek naar de afgifte van tewerkstellingsvergunningen
Den Haag : IWI, 2006.
R06/17
De Wet arbeid vreemdelingen (Wav) is ingesteld om tewerkstelling van vreemdelingen in Nederland op beperkte schaal en onder bepaalde voorwaarden mogelijk te maken. Hiervoor beoordeelt CWI aanvragen voor een tewerkstellingsvergunning. Het beleid voor de tewerkstelling van vreemdelingen is de afgelopen jaren versoepeld. De meeste mensen uit de Europese Unie kunnen bijvoorbeeld zonder vergunning aan het werk in Nederland. Het blijft bij de overige vreemdelingen echter van groot belang dat de betrokken instanties investeren in een kwalitatief goede uitvoering en in de preventieve en repressieve aanpak van fraude(risico's). Daarom heeft de inspectie dit onderzoek uitgevoerd naar de afgifte van tewerkstellingsvergunningen en de samenwerking tussen betrokken organisaties. Uit het rapport blijkt dat CWI zijn wettelijke taak adequaat vervult, maar dat de uitvoering van de regeling onvoldoende doeltreffend is. (B25246)
- Bauder, H., Labor movement : how migration regulates labor markets
Oxford : Oxford University Press, 2006.
In de publicatie wordt gesteld dat de internationale migratie van arbeiders noodzakelijk is voor de overleving van geïndustrialiseerde economieën. Het boek draait hiermee de conventionele mening van internationale migratie om: het onderzoekt hoe migratie de arbeidsmarkten regelt, in plaats van hoe arbeidsmarkten, migratiestromen gestalte geven. De publicatie illustreert hoe de verschillende wettelijke, sociale en culturele strategieën naar internationale migranten worden ingezet en gecoördineerd. Voortbordurend op de sociale theorieën verbonden aan Pierre Bourdieu en andere prominente denkers, stelt de publicatie dat migratie arbeidsmarkten reguleert door processen van sociaal onderscheid, cultureel oordeel en de strategische inzet van burgerschap. Europese en Noordamerikaanse case-studies illustreren hoe de arbeid van internationale migranten systematisch wordt gedevalueerd. Gericht op de diverse immigrantengroepen in verschillende steden, met inbegrip van Zuid-Aziatische immigranten in Vancouver, vreemdelingen en immigranten uit Oost-Europa in Berlijn, Mexicaanse en Caraïbische off-shore arbeiders in landelijk Ontaria, hebben de studies tot doel om het complexe web van regulerende arbeidsmarktprocessen m.b.t. internationale migratie te ontrafelen. Het erkennen van en het begrijpen van deze processen zijn een belangrijke stap in het vormen van efficiënte strategieën en nieuwe rollen voor migranten. (B25250)
- Bureau of European Policy Advisers; [et al.], Migration and public perception
[Brussel] : BEPA, 2006.
Rapport van het Bureau van Europese beleidsadviseurs (BEPA), een denktank van de Europese Commissie. Het rapport gaat in op de vraag hoe de EU met migratie kan omgaan. Aan de orde komen achtereenvolgens: de publieke houding ten opzichte van migratie, integratie, illegale migratie, asielzoekers, migratie en veiligheid, en vrouwelijke migranten. Het rapport stelt onder meer dat de Europese arbeidsmarkten migranten in de toekomst nodig zal hebben. Daarbij dient de negatieve spiraal in de vijandige houding die leidt tot restrictief beleid ten aanzien van legale migratie te worden doorbroken. (B25188)
- Min. EZ; PricewaterhouseCoopers Advisory; Internationaal vergelijkend onderzoek naar systemen voor arbeidsmigratie : resultaten van een internationaal vergelijkend onderzoek naar Canadese, Australische en Britse systemen : deel I: hoofdrapport
Z.P. : PricewaterhouseCoopers Advisory, 2006.
Onderzoek naar de verschillen en overeenkomsten in werking en effectiviteit van aanbodgestuurde (dan wel een combinatie van vraag- en aanbodgestuurde) systemen van arbeidsmigratie in Canada, Australië en het Verenigd Koninkrijk. In dit hoofdrapport komen achtereenvolgens aan de orde: Belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de systemen; Cijfers en kenmerken (hoger opgeleide) arbeidsmigranten; Succes migrant en effect op economie per land; Migrantenprofielen; Toepassingsmogelijkheden en bouwstenen voor Nederland. Zie ook B25157 voor de achtergrondstudie. (B25156)
- Min. EZ; PricewaterhouseCoopers Advisory; [et al.], Internationaal vergelijkend onderzoek naar systemen voor arbeidsmigratie : resultaten van een internationaal vergelijkend onderzoek naar Canadese, Australische en Britse systemen : deel II: achtergrondrapportage
Z.P. : PricewaterhouseCoopers Advisory, 2006.
Onderzoek naar de verschillen en overeenkomsten in werking en effectiviteit van aanbodgestuurde (dan wel een combinatie van vraag- en aanbodgestuurde) systemen van arbeidsmigratie in Canada, Australië en het Verenigd Koninkrijk. De achtergrondrapportage geeft een beschrijving en analyse van de verschillende systemen. Vervolgens wordt ingegaan op arbeidsmigratie in de praktijk, migranten en het succes; Migrantenprofielen als praktijktoets en op mogelijke bouwstenen voor Nederlands beleid en de verwachte effecten. Zie ook B25156 voor hoofdrapport. (B25157)
- ILO; [et al.], Merchants of labour
Geneve : ILO, 2006.
Steeds meer arbeidskrachten zoeken werk in het buitenland. Veel migranten maken hierbij gebruik van agenten of intermediairs. Het rapport beschrijft de verschillende soorten intermediairs, en geeft van verschillende landen voorbeelden van 'best practices' van het werk van deze bemiddelaars. Verder wordt ingegaan op de ILO-verdragen die op werving van toepassing zijn. Tot slot komen innovatieve strategieën ter bescherming van migranten aan de orde. (B24457)
- Min. SZW; ECORYS; [et al.], Evaluatie werknemersverkeer MOE-landen
Rotterdam : ECORYS, 2006.
Onderzoek verricht ter voorbereiding van een besluit om al dan niet over te gaan tot vrij verkeer van werknemers uit alle landen van de Europese Unie. Nu bestaat er nog een beperkende overgangsmaatregel voor Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië. Inwoners uit deze landen mogen hier niet zonder tewerkstellingsvergunning als werknemer aan de slag. Vóór 1 mei 2006 moet Nederland beslissen de overgangsmaatregel te verlengen of over te gaan tot vrij verkeer van werknemers. Uit het onderzoek komt naar voren dat het moeilijk is in te schatten hoeveel migranten er naar Nederland trekken als er vrij verkeer van werknemers komt deze Midden- en Oost-Europese landen die sinds 1 mei 2004 lid zijn van de Europese Unie. Het zouden er tussen de 53.000 en 63.000 kunnen zijn. Dat zijn er zo’n 23.000 tot 33.000 meer dan er nu jaarlijks met een tewerkstellingsvergunning werken. Als Nederland besluit de overgangsmaatregel te verlengen, dan verwachten de onderzoekers van Ecorys “geen drastische verandering” van het aantal migranten dat hier met een tewerkstellingsvergunning komt werken. Wel wordt een verdere groei verwacht van het aantal zelfstandigen zonder personeel (ZZP'ers). (B24513)
- Commander, S.; Heitmueller, A.; [et al.], Migrating workers and jobs: a challenge to the European social model?
Bonn : IZA, 2006.
IZA Discussion Paper, nr. 1933
Deze discussiepaper gaat uit van twee veronderstellingen. De eerste is dat Europese landen te maken zullen krijgen met een toenemende immigratie van individuen. De tweede is dat emigratie van werk vanuit Europa naar andere regio's door middel van offshoring ook zal toenemen. Beide factoren zorgen voor een grote onzekerheid van Europese werknemers. De paper heeft twee doelstellingen: als eerste het plaatsen van de brede discussie over het verplaatsen van werkgelegenheid en loonwijzingen als gevolg van immigratie en offshoring op een stevigere empirische basis. En als tweede, het onderzoeken van de veranderingen in het Europese sociaal model, die de Europese economieën in staat stellen om zich aan te passen aan de uitdagingen en de mogelijkheden die zijn ontstaan door de toenemende globalisering van de opkomende markten. (B24535)
- Martin, P.; Abella, M.; Kuptsch, C., Managing labor migration in the twenty-first century
London : Yale Un. Press, 2006.
Wat kan er gedaan worden om er zeker van te zijn dat internationale arbeidsmigratie een kracht kan zijn voor wereldwijde verbetering? Analyse van oorzaak en effect van arbeidsmigratie. Aanbevelingen voor duurzaam migratiebeleid, dat eerlijk is voor migranten en voor landen die hun grenzen open stellen. (B24676)
- CPB, Vrij verkeer werknemers nieuwe EU-lidstaten
Den Haag : CPB, 2006.
CPB Notitie
Vrij verkeer van werknemers binnen de EU leidt tot een hogere welvaart van de EU. Ook voor Nederland zijn er op de korte termijn voordelen van vrij verkeer, zoals het verminderen van knelpunten op de arbeidsmarkt, lagere prijzen voor de consumenten en het versterken van de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse bedrijven. Daarnaast zijn er echter ook nadelen zoals lagere lonen en mogelijkerwijs enige verdringing in de sectoren waarin de arbeidsmigranten gaan werken, en op de lange termijn het mogelijke beroep van migranten op de publieke voorzieningen. (B24695)
- Min. SZW, Beleidverkennende notitie arbeidsmigratie
Den Haag : Min. SZW, 2006.
Deze notitie gaat in op de sociaal-economische gevolgen van de naoorlogse migratie in Nederland. Allereerst bespreekt de notitie de belangrijkste trends en ontwikkelingen van arbeidsmigratie sinds de Tweede Wereldoorlog binnen het totaal aan migratie en de veranderende rol van het arbeidsmigratiebeleid. Dit historisch overzicht is ingedeeld in drie perioden: 1945 - 1973 de werving van gastarbeiders; 1973 - 1995 daling aandeel arbeidsmigratie, toename asiel- en volgmigranten; 1995 tot heden, restrictiever beleid en ruimer toelatingsbeleid kennismigranten. Vervolgens wordt ingegaan op de de sociaal-economische gevolgen van arbeidsmigratie. Hier komen achtereenvolgens aan de orde: Arbeidsmigratie en de arbeidsmarkt; arbeidsmigratie en de verzorgingsstaat; de invloed op integratie en de bevolkingsopbouw. Tot slot worden uit het verleden lessen voor de toekomst getrokken. (B24708)
- RWI, Arbeidsmarktanalyse 2006
Den Haag : RWI, 2006.
Met deze jaarlijkse analyse brengt de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) de recente en toekomstige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in kaart. Aan de orde komen: kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkelingen in de werkgelegenheid, flexibele arbeidsmarkt, de vacaturemarkt, internationale arbeidsmobiliteit, kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkelingen van het arbeidsaanbod, arbeidsmigratie, instroom op de arbeidsmarkt naar opleiding, levenslang leren, allochtonen op de arbeidsmarkt, de arbeidsreserve, de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, knelpunten in vacaturevervulling, vacatures voor laagopgeleiden, de regionale arbeidsmarkt, de overgang naar een andere arbeidsmarkt. Nederland staat op de drempel van een nieuwe arbeidsmarkt. De kentering komt tot uitdrukking door een toenemende vraag naar arbeid en een afnemende werkloosheid. Groot risico is alleen dat langdurig openstaande en moeilijk vervulbare vacatures de economische groei gaan belemmeren. De RWI pleit daarom voor een offensief arbeidsmarktbeleid. Dit houdt een intensieve en gelijktijdige aanpak in langs meerdere sporen, met als doel een snelle vacaturevervulling. (B24710)
- ILO, Changing patterns in the world of work
Geneve : ILO, 2006.
International Labour Conference, 95th session 2006, report 1 (C)
Rapport over veranderende arbeidspatronen als gevolg van de globalisering. Het rapport noemt allereerst een aantal oorzaken voor de veranderingen. Vervolgens worden ontwikkelingen op de arbeidsmarkt beschreven. Hierbij komen o.a. aan de orde de veranderingen in de beroepsbevolking wereldwijd, de tekorten aan gekwalificeerde arbeidskrachten, de toename van internationale arbeidsmigratie, armoede en lonen. Verder worden de uitdagingen voor de toekomst van de sociale zekerheid beschreven en wordt ingegaan op de modernisering van de arbeidsmarkt. Bij dit laatste wordt onder meer aandacht geschonken aan de invloed van technologische veranderingen, de ontwikkelingen in arbeidsrecht, arbeidsvoorwaardenoverleg en sociale dialoog, de invloed van het systeem van internationale arbeidsnormen. Het laatste deel van het rapport bevat een vooruitblik en prognoses over de omvang van de beroepsbevolking, de invloed van technologie, de structuur van de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid. (B25037)
- Beer, P. de, Perspectief op de arbeidsmarkt
Houten : Bohn Stafleu van Loghum, 2005.
Het beeld van de arbeidsmarkt wordt vaak bepaald door de waan van de dag. Dit boek biedt echter een perspectief op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt op langere termijn. Welke factoren zijn van invloed op de vraag naar arbeid (de werkgelegenheid), op het aanbod van arbeid (de beroepsbevolking) en op de aansluiting tussen vraag en aanbod (werkloosheid en vacatures)? Beknopte theoretische beschouwingen worden geïllustreerd met beschrijvingen van ontwikkelingen in de praktijk. Naast algemene thema’s behandelt het boek uiteenlopende actuele onderwerpen, waaronder: Wat zijn de gevolgen van de vergrijzing voor de arbeidsmarkt?; Welke voor- en nadelen heeft het poldermodel?; Wie wint de race tussen technologie en opleiding?; De instituties op de arbeidsmarkt; Welke factoren verklaren de arbeidsmarktpositie van allochtonen?; Sociale zekerheid en uitkeringsafhankelijkheid; Verstoort de sociale zekerheid de werking van de arbeidsmarkt?; De beleidsopties in de sociale zekerheid: activeringsmodel; cappuccinomodel; basisinkomenmodel; doe-het-zelfmodel; spaarmodel; Werkt het arbeidsmarktbeleid? (B24104)
- Teldersstichting; [et al.], De grenzen van de open samenleving : migratie- en integratiebeleid in liberaal perspectief
Den Haag : Teldersstichting, 2005.
Geschrift, nr. 99
In het rapport worden migratie en integratie en de verschijnselen en problemen die zich daarbij voordoen bestudeerd, met de liberale beginselen en de doelstelling deze te beschermen als uitgangspunt. Vragen die in het rapport aan de orde komen zijn o.a.: Zijn meer economische migranten een oplossing voor de vergrijzing in Nederland?; Hoe liberaal is bijzonder onderwijs?; Hoe belangrijk is naturalisatie?; Wat is de rol van Europa in het Nederlandse migratiebeleid?; Moet een immigrant zijn eigen identiteit opgeven bij immigratie naar Nederland? Het rapport samengesteld door een werkgroep onder leiding van mr. J.G.C. Wiebenga. (B24132)
- CPB, Arbeidsmigratie uit de Midden- en Oost-Europese toetredingslanden
Den Haag : CPB, 2004.
Raming van de arbeidsmigratiestroom naar Nederland uit de Midden- en Oost- Europese landen die per 1 mei 2004 toetreden tot de Europese Unie. Tevens is gekeken naar de effecten daarvan voor de Nederlandse economie en -arbeidsmarkt. Dit naar aanleiding van het debat over de wijze en de termijn waarop Nederland het vrij verkeer van werknemers zal implementeren ten aanzien van de nieuwe EU-lidstaten. De verschillende overgangstermijnen die andere EU-lidstaten zullen hanteren, kunnen invloed hebben op deze migratie. Deze notitie bevat een analyse die enerzijds is gebaseerd op recent onderzoek naar de migratie-effecten van de komende uitbreiding van de EU, en anderzijds op eigen analyses naar de economische effecten van immigratie. De notitie concentreert zich op de toetreding van 8 lidstaten uit Midden- en Oost-Europa (MOE 8 = Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen). (B22351)
- Adviescie voor Vreemdelingenzaken, Regulering en facilitering van arbeidsmigratie : advies
Den Haag : ACVZ, 2004.
Advies van de ACVZ over arbeidsmigratie waarin allereerst enkele elementen uit de discussie over arbeidsmigratie worden geschetst en enkele cijfers over de aard en omvang van arbeidsmigratie worden weergegeven. Vervolgens zijn er hoofdstukken gewijd aan de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsmigratie in Nederland en vijf andere westerse landen, te weten Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen, Spanje en Canada. Voorts wordt ingegaan op de werking van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en wordt bezien of het huidige arbeidsmigratiebeleid voldoet voor sectoren waarvoor in de regel een lagere of middelhoge opleiding volstaat. Het advies bevat verder een analyse van het huidige beleid ten aanzien van hooggekwalificeerde arbeidsmigranten, waarna aanbevelingen voor aanvullingen op het huidig beleid worden gedaan. Verder wordt bezien in hoeverre nadere differentiatie in rechten op gezinshereniging en sociale zekerheid voor arbeidsmigranten raadzaam is, en bevat het advies een uiteenzetting over de relatie tussen arbeidsmigratie en brain drain, uitmondend in een aantal aanbevelingen. Tot slot staat de tijdelijkheid van arbeidsmigratie ter discussie. Daarbij wordt zowel bezien in hoeverre het streven naar tijdelijkheid wenselijk is als de wijze waarop de tijdelijkheid beter gehandhaafd zou kunnen worden. Het advies heeft zes bijlagen, waarvan de belangrijkste zijn: een verslag van de expertmeeting over het arbeidsmigratiebeleid georganiseerd door de ACVZ op 4 juli 2003 (Bijlage II) en een notitie van prof.dr. G.J. Vonk over ‘Arbeidsmigratie en sociale zekerheid’ (Bijlage III). De ACVZ adviseert het kabinet om een speciaal programma in te richten voor hooggekwalificeerde arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie. De commissie beveelt aan het beleid voor lager opgeleiden, die pas naar Nederland kunnen komen indien er een concreet werkaanbod bestaat, te handhaven. (B22420)
- Adviescie voor Vreemdelingenzaken; [et al.], Arbeidsmigratie naar Nederland : regulering en demografische en economische aspecten in internationaal vergelijk : voorstudie
Den Haag : ACVZ, 2004.
In deze Voorstudie worden wet- en regelgeving in Nederland vergeleken met vijf westerse landen (Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen, Spanje en Canada). Daarnaast wordt de stand van zaken in de discussie over economische en demografische effecten van (arbeids)migratie en het debat over brain drain weergegeven. (B22421)
- Innovatieplatform, Grenzeloze mobiliteit kennismigranten : hoe krijgen we het talent naar Nederland toe
Den Haag : Innovatieplatform, 2004.
Definitieve advies van het Innovatieplatform over internationale kenniswerkers. Het voorstel van het innovatieplatform behelst: verbetering van de toegankelijkheid van Nederland voor internationale kenniswerkers door: de invoering van een kenniswerkersvisum, de kosten van de leges te verlagen, de aanvraagtijd drastisch in te korten en de overzichtelijkheid voor de aanvrager sterk te verbeteren door alle verschillende overheidsloketten terug te brengen tot één loket en één formulier. (B22628)
- Europese Cie, European employment observatory : review : autumn 2003
Luxemburg : EG, 2004.
Employment & social affairs
Rapport over het arbeidsmarktbeleid in de landen van de Europese Unie. Het eerste deel van het rapport gaat in op algemene ontwikkelingen in het arbeidsmarktbeleid, het scheppen van werkgelegenheid, scholing, en op speciale groepen van arbeiders (immigranten, ouderen, jongeren, vrouwen en gehandicapten). Het tweede deel van de publicatie bevat thematische rapporten waarin per land wordt ingegaan op immigranten op de arbeidsmarkt. (B22661)
- OECD, Trade and migration : building bridges for global labour mobility
Parijs : OECD, 2004.
Rapport over de internationale mobiliteit van arbeidskrachten. Er wordt onder meer ingegaan op de verruimde mogelijkheden voor tijdelijke aanwezigheid van dienstverleners in een ander land (in GATS-jargon 'mode 4' genoemd). (B23095)
- United Nations, World economic and social survey 2004 : international migration
New York : UN, 2004.
In het tweede deel staat de internationale migratie centraal. In het rapport concludeert de VN dat migratie van hooggeschoold personeel van arme naar rijke landen, voor rijke landen voornamelijk voordelen heeft en voor arme landen voornamelijk nadelen. Ziekenhuizen en universiteiten in arme landen raken veel van hun beste mensen kwijt. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van de gezondheidszorg en het onderwijs. Bij elke hoogopgeleide die naar het buitenland vertrekt gaat de investering in diens studie voor het arme land verloren. Migratie van geschoold personeel remt de productiviteitsgroei in arme landen. Daar tegenover staat dat migranten een deel van hun inkomsten overmaken naar familie in hun vaderland. Maar dat voordeel weegt in de meeste arme landen niet op tegen de nadelen. Rijke landen varen wel bij de instroom van buitenlanders. Migranten dragen bij aan economische groei en ze leveren de staat meer op dan ze kosten, aldus het VN-rapport. Anders dan vaak gedacht wordt, leidt de komst van migranten niet tot lagere lonen en grotere werkloosheid. (B23360)
- OECD; [et al.], Migration for employment: bilateral agreements at a crossroads
Parijs : OECD, 2004.
Het rapport bevat een overzicht van bilaterale afspraken en andere vormen van werving van buitenlandse arbeiders in verschillende OECD-landen (Tsjechië, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië, Polen, Zwitserland, Verenigd Koninkrijk en de VS). Het rapport beschrijft de uitvoering van deze praktijken en analyseert de invloed van de afspraken op de arbeidsmarkt, op de economische ontwikkelingen en op het migratiebeleid van zowel de landen van herkomst van de arbeiders als de landen van bestemming. Voorts wordt gekeken naar de vooruitzichten voor arbeidsmigratie. De bijlage bevat een overzicht van de belangrijkste afspraken op het gebied van werving van buitenlandse werknemers naar contractstype (o.a. seizoensarbeid, contractarbeid, stages en gastarbeiders). (B23417)
- Belot, M. V. K., Labour market institutions in OECD countries : origins and consequences : proefschrift Universiteit van Tilburg
Tilburg : CentER, 2003.
CentER dissertation series
Onderzoek naar de invloed van arbeidsinstituties zoals ontslagbescherming, vakbonden en sociale uitkeringen op de werkloosheid en economische prestaties van een land. Een belangrijke conclusie is dat instituties op zichzelf niet slecht zijn; hun effect is afhankelijk van het gehele, complexe raamwerk aan regelingen. Belot concludeert dat identieke hervormingen in verschillende landen tot andere resultaten kunnen leiden. 'Kopiëren van de buren' is dus geenszins een garantie voor succes. Toch toonde ze ook aan dat sommige institutionele hervormingen ongeacht het raamwerk tot betere arbeidsmarktprestaties leiden. De meeste OESO landen zouden een lagere werkeloosheid hebben wanneer ze dezelfde hervormingen zouden hebben doorgevoerd als Nederland of het Verenigd Koninkrijk. Ontslagbescherming is in meer detail onderzocht. Ontslagbescherming vermindert zowel de creatie als het verdwijnen van banen. Migratie en ontslagbescherming blijken te concurreren. In een land met lage migratiekosten, zoals Amerika, kiest de bevolking voor een lage bescherming. In Europese landen zijn de migratiemogelijkheden kleiner waardoor er grote politieke steun is voor bescherming. Enige ontslagbescherming in Europa is zelfs goed voor de arbeidsmarkt. Het verhoogt de productiviteit omdat werknemers er zekerder van zijn dat zij de vruchten van hun inspanningen kunnen plukken. Ook stimuleert ontslagbescherming investeringen in menselijk kapitaal, al voorafgaand aan de betreding van de arbeidsmarkt. Vooral ontslagbescherming voor hoogopgeleiden stimuleert daardoor de arbeidsmarkt. (B21225)
- ESVLA, Industrial relations developments in Europe 2002
Dublin : ESVLA, 2003.
De publicatie bespreekt allereerst de belangrijkste ontwikkelingen in 2002 op Europees niveau in de sociale dialoog tussen vakbeweging en werkgeversorganisaties en schetst de belangrijkste Europese wetgeving en andere relevante activiteiten in 2002 op het gebied van arbeidsverhoudingen. Het tweede gedeelte van de publicatie geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in arbeidsverhoudingen in 2002 in de landen van de Europese Unie, Noorwegen, Hongarije, Polen en Slowakije. Aan de orde komen onder meer ontwikkelingen in arbeidsvoorwaardenoverleg, beloning, arbeidstijden, baanzekerheid en gelijke behandeling. Ook wordt ingegaan op de ontwikkelingen in wetgeving, de organisatie en rol van de sociale partners, stakingen, medezeggenschap, nieuwe werkvormen (met name telewerken) en beroepsonderwijs. Het laatste deel van de publicatie gaat in op migratie, bekeken vanuit het perspectief van de arbeidsverhoudingen. Aan de orde komen aantallen migranten binnen Europa, de werkgelegenheidssituatie van migranten, alsmede de belangrijkste elementen van het overheidsbeleid en de wetgeving op dit gebied. (B21770)
- Mei, A. P. van der, Vrij verkeer van werknemers
Den Haag : SDU, 2003.
Europees Sociaal Recht, nr. 4
Het vrij verkeer van werknemers is een bijzonder dynamisch deelterrein van het Europees (sociaal) recht, waarop steeds weer nieuwe vragen rijzen. In de loop der jaren zijn zowel het personele als het materiële toepassingsgebied van de relevante bepalingen van het EG- recht sterk uitgebreid en heeft het vrij verkeer van werknemers aan de basis gestaan aan de ontwikkeling van een Europees burgerschap. aan de hand van met name de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, brengt dit deel de juridische vraagstukken betreffende het vrij werknemers- en personenverkeer structureel in kaart en verschaft het inzicht in recente en toekomstige ontwikkelingen. (B22324)
- CPB; Nahuis, R.; Parikh, A., Factor mobility and regional disparities : east, west, home's best?
Den Haag : CPB, 2002.
CPB discussion paper, nr. 004
Werkloosheids- en inkomenscijfers verschillen per EU-land. Arbeidsmobiliteit kan een rol spelen om de regionale ongelijkheid op te lossen. Dit rapport gaat in op vragen als waarom de arbeidsmobiliteit in de EU laag is en hoe het mogelijk is dat het ook laag blijft. Onderzocht wordt of veranderingen in arbeidsparticipatie van invloed zijn op de arbeidsmobiliteit. (B20197)
- CPB; Fidrmuc, J., Migration and regional adjustment to asymmetric shocks in transition economies
Den Haag : CPB, 2002.
CPB Discussion Paper, nr. 007
Onderzoek naar de economische gevolgen in voormalig communistische landen van migratie van werknemers van gebieden met hoge werkloosheid naar regionen met betere arbeidskansen en hogere lonen. (B20825)
- ILO; Ghose, A. K., Trade and international labour mobility
Geneve : ILO, 2002
Employment paper, nr. 2002/33
Onderzoek naar de relatie tussen de groei van de internationale handel en grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit. Onderzocht wordt of de handelsgroei er voor zorgt dat de internationale migratie toeneemt, en of vrijhandel aanzet tot migratie van geschoolde werknemers vanuit ontwikkelingslanden naar geïndustrialiseerde landen (B21375)
- United Nations; Economic Commission for Europe; [et bal.], Economic survey of Europe 2002, no. 2
Geneve : United Nations, 2002.
Rapport over de economische situatie in Europa en Oost-Europa. Het tweede deel van de publicatie gaat in op de arbeidsmarkt en werkloosheid, op de invloed van migratie op de Europese arbeidsmarkt, en op de vraag of migratie de problemen van vergrijzing op de Europese arbeidsmarkt kan oplossen. Deel drie tot slot bevat statistische gegevens. (B21627)