13 september 2012
De SER vindt het positief dat het kabinet rekening wil houden met de kritiek uit de samenleving op het wetsvoorstel versterking bestuur pensioenfondsen. Wel wil hij enkele kanttekeningen plaatsen bij de door het kabinet voorgestelde aanpassingen. Met het wetsvoorstel wil het kabinet de deskundigheid en het interne toezicht versterken, een adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers binnen het fonds regelen en de taken en organen van pensioenfondsen stroomlijnen. Vanuit de Tweede Kamer, de Stichting van de Arbeid en de Pensioenfederatie is kritisch gereageerd op onderdelen van het wetsvoorstel. In reactie hierop heeft het kabinet een nota van wijziging voorgesteld.
In de nota van wijziging past het kabinet het wetsvoorstel versterking bestuur pensioenfondsen aan op drie onderdelen:
- Het one tier-bestuursmodel ,
- Het aantal goedkeuringsrechten van de raad van toezicht ,
- De positie van de werkgever in het bestuur van het pensioenfonds.
Toevoeging one tier-bestuursmodel
Het kabinet stelt voor om voor pensioenfondsen drie varianten van het one tier-model mogelijk te maken. De SER is op zich positief over het one tier-model. Hij stelt echter vast dat de wens uit de praktijk om een one-tier model te kunnen hanteren, zich toespitst op het model waarin de niet-uitvoerende (toezichthoudende) bestuurders bestaan uit vertegenwoordigers van de belanghebbenden. Dit biedt belanghebbenden de mogelijkheid invloed uit te oefenen binnen het bestuur zonder zelf daadwerkelijk het dagelijkse, uitvoerende bestuur te hoeven voeren. Gezien het grote aantal bestuurs- en toezichtsfuncties waarin zal moeten worden voorzien, is dit een efficiënte en effectieve oplossing. De SER meent dat met dit ene one tier-model kan worden volstaan en dat de twee andere varianten overbodig zijn.
Vermindering goedkeuringsrechten raad van toezicht
De SER ziet het schrappen van twee goedkeuringsrechten van de raad van toezicht (de actuariële en bedrijfstechnische nota en de vaststelling van een herstelplan) als een verbetering. Het zorgt voor een scherpere afbakening in de taakverdeling tussen bestuur en raad van toezicht. Daarom ook bepleit de SER in de wet expliciet op te nemen dat de raad van toezicht beoordeelt of er een evenwichtige belangenafweging is geweest en dat de raad van toezicht niet treedt in de vraag op welke wijze dat is gebeurd.
Positie werkgever in het bestuur
Volgens het oorspronkelijke wetsvoorstel moet het bestuur het aantal werkgeverszetels verminderen als er sprake is van premiemaximalisatie. Het kabinet stelt nu in de nota van wijziging voor dat het bestuur bij premiemaximalisatie kan besluiten de zetelvermindering niet door te voeren. De SER vindt premiemaximalisatie niet het goede aangrijpingspunt voor een verandering van de wettelijke zetelverdeling. De SER is er wel voorstander van dat sociale partners afspraken maken over een verdeling van de bestuurszetels van werkgevers en werknemers die past bij het pensioencontract.
Overige opmerkingen
Naast het commentaar op de wijzigingen die het kabinet voorstelt, bepleit de SER nog de volgende aanvullingen. De wet of de toelichting zou moeten vastleggen dat de sociale partners (die het pensioencontract overeenkomen) een beslissende stem hebben in de keuze van het bestuursmodel van het pensioenfonds (dat het contract uitvoert).
Ook stelt de SER voor om de mogelijkheid voor een pensioenfonds om te kiezen tussen een raad van toezicht en een visitatiecommissie af te laten hangen van de omvang van het fonds en niet van de vraag of het gaat om een ondernemings- of bedrijfstakpensioenfonds.