15 april 2005
De Sociaal-Economische Raad steunde vanochtend unaniem het advies Ondernemerschap voor de publieke zaak. In dit advies pleit de SER voor meer ondernemerschap in sectoren als zorg, onderwijs en sociale huisvesting. Dit zal de kwaliteit van de dienstverlening moeten verbeteren.
Raadslid
H. Ouwerkerk (VNO-NCW) zag het advies vooral als een werkopdracht. Voor de overheid is het een aansporing om meer ruimte te scheppen, voor politici om zich niet tot in detail met de dienstverlening te bemoeien. Ondernemingen die publieke dienstverlening verzorgen, moeten zich herbezinnen op hun positie en zorgen voor een goede inbedding in de samenleving en een goed bestuur. Burgers moeten door hun keuzes de betere dienstverlening stimuleren.
“De overheid heeft primair een systeemverantwoordelijkheid voor de publieke belangen”, stelde kroonlid A. Boot . “Zij moet de randvoorwaarden stellen en het toezicht organiseren.” Volgens hem kan de aansturing van publieke organisaties nog een stuk beter. Ook schiet de verantwoording nogal eens te kort. Verder stelt de overheid zich ook lang niet altijd consequent op. Het SER-advies lost volgens hem deze problemen niet op maar is wel een stap in de goede richting.
Voorzitter
L. Hermans van MKB-Nederland ging vooral in op het toezicht op de maatschappelijke organisaties. Volgens hem is er nu een woud van toezichthoudende instanties waarin nodig eens gekapt moet worden. Ook pleitte hij voor minder extern toezicht en meer intern toezicht, dat beter moet en onafhankelijker.
Voorzitter
D. Terpstra van het CNV wees erop dat de publieke dienstverlening voor een groot deel voorkomt vanuit betrokken burgers, die zich organiseerden om een bepaald probleem aan te pakken. “Het gevoel van de bevolking eigenaar te zijn van organisaties die doen aan dienstverlening is inmiddels wel verdwenen. In plaats daarvan zijn er grote bureaucratieën ontstaan die klanten vaak als lastig ervaren.” Volgens hem moet het direct contact tussen professionals en klanten hersteld worden.
Abvakabo-voorzitter
E. Snoey (die namens de drie vakcentrales sprak) wees op het belang van de werknemers die de diensten in de publieke dienstverlening moeten leveren. Hun arbeidsvoorwaarden worden op dit moment door het kabinet verslechterd, zo betoogde ze. “De concurrentiepositie van de publieke sector als werkgever dreigt hierdoor ernstig in het geding te komen met alle gevolgen van dien voor de kwaliteit van de dienstverlening.” Snoey benadrukte dat in het advies gesteld wordt dat de overheid er op toe moet zien dat de publieke dienstverlening alleen wordt uitbesteed aan ondernemers met een public spirit . “Waar dit advies spreekt over ondernemerschap wordt dan ook nadrukkelijk gedoeld op ondernemerschap onder strikte maatschappelijke randvoorwaarden.”
SER-voorzitter
H. Wijffels , die de commissie van voorbereiding leidde, constateerde een brede steun voor het advies. “Dat is een doorbreking van de dichotomie markt en overheid.”
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Jan Buevink: 070-3499649