Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2004 | Ontwerpadvies bepleit nationaal actieplan: Lidstaten moeten zélf probleemeigenaar worden van Lissabon-strategie

Ontwerpadvies bepleit nationaal actieplan: Lidstaten moeten zélf probleemeigenaar worden van Lissabon-strategie

8 juni 2004

De Lissabon-strategie moet via twee sporen nieuw leven worden ingeblazen: via het niveau van de EU en via dat van de lidstaten zelf. De EU moet zich concentreren op de voltooiing van de interne markt en op de verwezenlijking van één Europese Kennisruimte. De lidstaten zelf moeten zich minder vrijblijvend opstellen en inzetten op een nationale beleidsagenda, gericht op economische groei en sociale innovatie. Daartoe moet Nederland een overkoepelend nationaal actieplan opstellen, dat aangeeft hoe de Lissabon-doelstellingen moeten worden verwezenlijkt en wie wat en wanneer gaat doen. Dat staat in een ontwerpadvies waarin de SER de Lissabon-strategie evalueert. Het ontwerpadvies zal worden vastgesteld in de openbare raadsvergadering van vrijdag 18 juni.

Volgens het ontwerpadvies is het doel van de Top van Lissabon van 2000 nog steeds actueel. Toen werd afgesproken dat de Europese Unie in 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld zou worden die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. Volgend jaar, halverwege de tien jaar die de EU zich had gegeven om dit doel te verwezenlijken, wordt de Lissabon-strategie geëvalueerd. Op verzoek van het kabinet geeft de SER met het oog hierop alvast zijn visie.

Vooralsnog is er weinig resultaat geboekt, aldus het ontwerpadvies. Er is sprake van een tekortschietende dynamiek op de interne markt. De EU-lidstaten slagen er niet in de huidige knelpunten weg te nemen op het gebied van arbeidsmobiliteit, grensoverschrijdende diensten, ondernemen in andere landen, Gemeenschapsoctrooi, alsmede implementatie en handhaving van regelgeving ten aanzien van de interne markt. Ook komt het Europese kennis- en innovatiebeleid nauwelijks van de grond. De mogelijkheden van het Europese schaalniveau om de totstandkoming, verspreiding en toepassing van kennis efficiënt te laten verlopen, blijven goeddeels onbenut. Mede hierdoor blijft de groei van de arbeidsproductiviteit achter.
Bovendien is te weinig vooruitgang geboekt met de zogeheten opencoördinatie-methode. De lidstaten zijn te vrijblijvend met de aan hen gerichte Lissabon-doelstellingen omgesprongen. Ook blijkt het binnen de opencoördinatiemethode lastig parlementen en sociale partners goed bij het proces te betrekken.

Het ontwerpadvies bepleit een tweesporenbeleid om de Lissabon-strategie te versterken. Het eerste spoor loopt via de Europese Unie. De EU moet optimaal kunnen presteren op die beleidsterreinen waar het aantoonbare meerwaarde heeft. Het gaat hierbij primair om het versterken van het concurrentievermogen via de disciplinerende werking van de markt en om de creatie van één Europese Kennisruimte. Onder de noemer van marktwerking vallen de voltooiing van de interne markt, de liberalisering van productmarkten, de modernisering van de mededingingswetgeving en handelsliberalisatie in het kader van de World Trade Organisation (WTO). De EU moet meer beslissingsmacht krijgen om de blokkades weg te nemen die de voltooiing van de interne markt in de weg staan. Het gaat hierbij onder meer om onderdelen van belastingen (zoals grensoverschrijdende bedrijfsintegratie), afstemming van sociale zekerheid (pensioenopbouw van migrerende werknemers), gemeenschappelijke handelspolitiek en bescherming van intellectueel eigendom (Gemeenschapsoctrooi). Op deze gebieden zou de besluitvorming niet langer bij unanimiteit, maar bij gekwalificeerde meerderheid moeten plaatsvinden.

Verder bepleit het ontwerpadvies de verwezenlijking van één Europese Kennisruimte (als onderdeel van de interne markt) met vrij verkeer van studenten, onderzoekers en ideeën. Het ontwerpadvies steunt het kabinetsvoornemen een onafhankelijke Europese onderzoeksraad met een substantieel budget op te zetten. Het ontwerpadvies is bovendien voorstander van een aanzienlijke verbetering van de kaderprogramma’s, het belangrijkste instrument van het communautaire kennis- en innovatiebeleid. Er moet vooral wat gedaan worden aan de geringe betrokkenheid van het bedrijfsleven, de bureaucratische werkwijze en de veelheid aan doelstellingen. Ook moet er op Europees niveau meer geld beschikbaar worden gesteld voor de Europese Kennisruimte.

Het tweede spoor loopt via de lidstaten zelf. De nationale beleidsmakers moeten de Lissabon-doelstellingen centraal stellen in een op groei en sociale innovatie gerichte nationale beleidsagenda. Een hogere economische groei moet verwezenlijkt worden door het verhogen van de arbeidsparticipatie en de groei van de arbeidsproductiviteit. Dit vereist beleidsaanpassingen, waaronder sociale innovaties, op terreinen als de werking van de arbeidsmarkt, de mogelijkheden voor leven lang leren, investeringen in onderzoek en ontwikkeling en de modernisering van de stelsels van sociale zekerheid, belastingen en van pensioenen. Deze beleidsagenda vraagt om een grotere betrokken-heid van het parlement.
Ook binnen de arbeidsorganisaties zijn aanpassingen gewenst om een hogere arbeidsparticipatie en arbeidsproductiviteit mogelijk te maken. Mede om die reden moet de regering de sociale partners bij de tot hun domein behorende onderdelen van de nationale beleidsagenda betrekken. Verder dient de Europese Commissie zich actiever op te stellen bij het monitoren van de voortgang in de afzonderlijke lidstaten.

Het ontwerpadvies is opgesteld door de Commissie Sociaal-Economisch Beleid van de SER, onder voorzitterschap van SER-voorzitter dr. H.H.F. Wijffels. Het is een reactie op een adviesaanvraag van 10 februari 2004 van staatssecretaris Nicolaï van Europese Zaken, namens het kabinet.


Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648.