Home | Actueel | Persberichten | 2000-2009 | 2004 | SER bespreekt deskundigenrapport over Europa

SER bespreekt deskundigenrapport over Europa

28 mei 2004

Vanochtend heeft de SER in zijn openbare vergadering het rapport van de Commissie Sociaal-Economische Deskundigen Met Europa meer groei besproken

VNO-NCW-voorzitter Jacques Schraven was tevreden met rapport. Hij ondersteunde de hoofdboodschap van het rapport – Europa moet zich concentreren op haar core business: het vervolmaken van de interne markt – van harte. Het lot van Nederland is meer dan ooit verbonden met Europa, vond hij en daarom baart de opkomende euroscepsis hem zorgen.

Alleen op het punt van de vennootschapsbelasting was hij het niet helemaal eens met het rapport. Hij vond harmonisatie van de grondslag een prima voorstel om fiscale belemmeringen voor ondernemingen weg te nemen, maar een Europees minimumtarief wees hij van de hand. De commissie wil een minimumtarief om te voorkomen dat internationaal opererende ondernemingen van twee walletjes kunnen eten: hier genieten van voorzieningen en met hun winst elders genieten van weinig belasting. Schraven: “Er zijn scherpe OECD-regels die verhinderen dat internationaal opererende ondernemingen vrij kunnen kiezen in welk land ze hun belastbare winst laten neerslaan. Iets anders is dat ondernemingen natuurlijk wel naar het totale vestigingsklimaat van een land kijken. Het fiscale aspect is daar een onderdeel van. Met de instelling van een minimumtarief neem je landen een instrument voor onderlinge beleidsconcurrentie uit handen.” Volgens Schraven riekt het voorstel voor een minimumtarief naar protectionisme. Hij noemde het een soort kartelafspraak die de concurrentie voor het beste vestigingsklimaat ondermijnt. Nederland moet het tarief voor de vennootschapsbelasting effectief verlagen, vond hij. Dat is nodig om een open economie als Nederland internationaal een concurrerende plek te laten zijn voor ondernemingen en ondernemerschap.
CSED-voorzitter Ad Kolnaar was niet onder de indruk van de door Schraven genoemde OECD-regels. Deze zijn niet zo scherp, stelde hij. Kolnaar benadrukte dat de CSED niet tegen vestigingsplaatsconcurrentie op zich is, maar wel tegen papieren winstverschuivingen en een race to the bottom . In verband met dit laatste stelde hij dat de vennootschapsbelasting in ons belastingstelsel een onmisbare ondersteunende rol vervult bij de financiering van overheidsuitgaven.

FNV-vice-voorzitter Kitty Roozemond had ook veel waardering voor het rapport. Kritiek had zij vooral op de passages over het Europese sociale beleid. Zo is het voor haar geen uitgemaakte zaak dat toetreding van nieuwe lidstaten niet tot sociale dumping zal leiden. Zij vond dat hier de afgelopen twintig jaar al sprake van is door de verscherpte onderlinge beleidsconcurrentie tussen de lidstaten. Met de voorstellen voor harmonisatie en instelling van een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting was zij het eens. In Ierland, het land dat door werkgevers als navolgenswaardig voorbeeld wordt genoemd, is volgens haar sprake van fiscale dumping door verlaging van de vennootschapsbelasting.
Ook was ze niet blij met het voorstel tot versoepeling van de op het werklandbeginsel gebaseerde regels voor detachering van werknemers. Zij zag hierbij al het schrikbeeld opdoemen van brievenbusarbeidsmarkten en sociale dumping. De sociale bescherming zou zo volgens haar om zeep worden geholpen. In plaats van een nationale minimumnorm zouden we zo ‘doorzakken’ naar de Europese normen. “Europa wordt met dit soort voorstellen geen dienst bewezen. Integendeel, het draagvlak voor Europa wordt zo juist sterk ondermijnd. Dit zal niet alleen leiden tot ontwrichting van nationale arbeidsmarkten, maar ook van de flankerende sociale beschermingsstelsels,”waarschuwde Roozemond.

CNV-voorzitter Doekle Terpstra sprak mede namens de MHP. Ook hij was in grote lijnen positief over het rapport. Hij onderschreef het uitgangspunt dat onze toekomst onlosmakelijk is verbonden met Europa. Jammer vond hij het dat het rapport de noodzaak van meer economische groei in het licht van de vergrijzingsproblematiek niet verder had uitgewerkt. Volgens hem hebben politieke partijen op dit moment veel behoefte aan een goede onderbouwing van deze stelling. Evenals Roozemond was hij het niet eens met de versoepeling van het werklandbeginsel voor gedetacheerde werknemers. “Dat leidt tot loonconcurrentie en tot verstoring van de Nederlandse arbeidsverhoudingen,” vond Terpstra. Ook waarschuwde hij ervoor de Verenigde Staten ongenuanceerd als economisch voorbeeld te zien. De groei van de VS is volgens hem voor een groot deel te danken aan een tekort op de betalingsbalans.
CSED-voorzitter Ad Kolnaar gaf aan dat de detacheringsrichtlijn een “ongelofelijk moeilijk” onderwerp was voor de commissie. Zij heeft getracht een compromis te vinden tussen twee tegenstrijdige uitgangspunten: het werkland- en het oorsprongsbeginsel. Tussen beide moet een nieuw evenwicht worden gevonden.

MKB-Nederland-bestuurder Benne van Popta bepleitte een brede verspreiding van het rapport, want “met meer kennis krijg je meer kiezers en minder boekhouders”. Met dat laatste doelde hij op de discussie over de nettobetalersdiscussie (Nederland zou meer betalen aan de EU dan het ervoor terugkrijgt). In de discussie over Europa wordt het langetermijnperspectief weleens uit het oog verloren, constateerde hij. Er wordt vaak slechts geredeneerd vanuit praktische bezwaren, nationale eigenaardigheden en achterdocht. Daartegen legt het ideaal van de Europese integratie het nogal eens af. Probleem is ook dat het hart van de burger niet sneller zal slaan van onderwerpen als een detacheringsrichtlijn of het vrij verkeer van werknemers.

Het kersverse kroonlid Arnoud Boot (hoogleraar ondernemingsfinanciering en financiële markten aan de Universiteit van Amsterdam) loofde het rapport vanwege “de hoge mate van uitputtendheid” waarin de aspecten het Europese integratieproces worden behandeld en de veelheid van beleidsinstrumenten die worden beschreven. Europa is enorm belangrijk geworden, vond hij: “Hoe beter het met andere landen gaat, hoe beter het met jou gaat. Hun succes is jouw succes.” Hij vond het dan ook een zegen dat er nieuwe lidstaten zijn toegetreden. Die kunnen misschien helpen ons los te weken van vastgeroeste meningen en instituties.



Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648.