20 februari 2004
Vanochtend heeft de SER drie adviezen vastgesteld: over de verdere uitwerking van het WAO-beleid, de toetredingsvoorwaarden tot de WW en over arbodienstverlening. In een besloten bijeenkomst, voorafgaand aan de openbare vergadering, stemde de raad unaniem in met een advies aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de voordracht tot herbenoeming voor twee jaar van SER-voorzitter Herman Wijffels.
Raad wil dat kabinet volledig WAO-voorstel overneemt
Ondernemers, werknemers en kroonleden drongen erop aan dat het kabinet de WAO-plannen van de SER helemaal overneemt. Uitvoering van het advies dat de raad al in 2002 vaststelde en de aanvulling daarop waarover de raad vanochtend een unaniem akkoord bereikte, zal er voor zorgen dat de instroom in de WAO in 2006 naar verwachting tot onder de 25.000 daalt.
VNO-NCW-bestuurder
S. Geenemans deed namens de hele ondernemersgeleding een dringend beroep op het kabinet om niet voorbij te gaan aan het brede draagvlak binnen de SER om te komen tot ingrijpende wijzigingen in de arbeidsongeschiktheidsregelingen. “Er is geen enkele reden om andere maatregelen dan die voorgesteld door de SER in te voeren.” Hij benadrukte ook de onderlinge samenhang in de SER-adviezen. Mocht er in 2006 geen nieuwe WAO zijn ingevoerd volgens de hoofdlijnen van het SER-akkoord, dan wil hij dat de verplichting voor werkgevers om het loon van zieke werknemers ook in het tweede jaar door te betalen, wordt teruggedraaid.
FNV-voorzitter
L. de Waal herhaalde nog maar eens dat in het Najaarsakkoord was afgesproken dat het kabinet het WAO-advies volledig zou overnemen als aangetoond kon worden dat de instroom tot 25.000 zou verminderen. “Daar wil ik de premier graag aan houden. Als het kabinet zich niet aan onze afspraken houdt, breekt het meer af dan de WAO alleen. Dat betekent dan het einde van de overlegeconomie zoals wij die de laatste jaren hebben gekend.”
CNV-voorzitter
D. Terpstra wees erop dat de beide WAO-adviezen een ondeelbaar geheel vormen dat omvalt op het moment dat er onderdelen uitgehaald worden. “Het is geen supermarkt waar met een wagentje doorheen geshopt kan worden.” Mocht het kabinet toch gaan ‘winkelen’ in het WAO-advies dan vervalt ook de aanbeveling van de Stichting van de Arbeid uit 2002 om geen bovenwettelijke loonaanvullingen te geven in het tweede ziektejaar, zo waarschuwde hij.
Voorzitter
A. Verhoeven van MHP bekritiseerde het voornemen van het kabinet om ook de mensen die nu al in de WAO zitten te laten herkeuren op basis van de nieuwe criteria. De SER wil dat niet. Verhoeven omschreef de kabinetsplannen als het veranderen van de polisvoorwaarden terwijl het huis brandt. “Rechters zouden overuren draaien als deze handelwijze door verzekeraars gepraktiseerd zou worden. En terecht!”
Ook de drie kroonleden die kanttekeningen plaatsten bij het WAO-advies van twee jaar geleden, konden zich in dit advies vinden.
Prof. A. Bakker van de Nederlandse Bank en
prof. C. van Ewijk van het Centraal Planbureau wezen er nog wel op dat uitvoering ervan op voorhand geen garantie kan geven dat de instroom onder de 25.000 blijft. Maar het perspectief is er wel, zei Van Ewijk. “We moeten dan ook zeker niet overdreven pessimistisch zijn. En als het niet lukt dan hebben we altijd nog maatregelen achter de hand. Dan kunnen we de Pemba handhaven of de toegang tot de verzekering verder inperken.”
De manier waarop in het nieuwe advies het arbeidsongeschiktheidscriterium wordt vastgesteld, stemde kroonlid
R. Linschoten hoopvol. Hij verwacht dat objectieve criteria steeds beter bruikbaar worden om te bepalen of iemand duurzaam arbeidsongeschikt is. “Ik vind dan ook dat De Geus er goed aan doet om dit advies integraal over te nemen.”
WW
De raadsleden stelden zich ook unaniem achter het tweede advies dat vanochtend in de SER besproken werd en dat eveneens een uitvloeisel was van het Najaarsakkoord. Dit advies gaat over een aantal concrete vragen van minister De Geus met betrekking tot de Werkloosheidswet. Kroonlid
prof. K. Goudswaard wees erop dat de door de minister gestelde vragen in feite worden doorgeschoven naar een veel breder advies over de toekomst van de WW waar de SER in juni mee komt. “Dat gaat veel verder dan de korte termijnvragen die de minister ons nu gesteld heeft. Dit advies bevat al wel vast een waardevolle analyse.”
Arbodienstverlening Ondernemingen moeten meer vrijheid krijgen bij het inschakelen van deskundigheid op het gebied van arbeidsomstandigheden, aldus het SER-advies. Dat kan op ondernemingsniveau leiden tot meer maatwerk. De huidige regeling van verplichte inschakeling van een arbodienst (1994) houdt onvoldoende rekening met de toegenomen verantwoordelijkheid van werkgever en werknemers ten aanzien van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Aanpassing van de regeling is bovendien noodzakelijk om Europeesrechtelijke redenen. De drie raadsleden namens MKB-Nederland onderschrijven dit advies niet; zij kiezen op hoofdlijnen voor het voorstel van de staatssecretaris voor invoering van deelcertificaten voor preventie en verzuimbegeleiding.
Het CNV was teleurgesteld over de opstelling van MKB-Nederland. “Wie het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het lid op de neus,” vond CNV-bestuurster
mevrouw J. Westerbeek-Huitink . Iedereen in de commissie was bereid water bij de wijn te doen om tot unanimiteit te komen, maar toch bleek MKB-Nederland in de laatste fase helaas niet in te willen stemmen met het compromis. Voor de vakcentrales is het belangrijk dat alleen kan worden afgeweken van de wettelijk verplichte aansluiting bij een arbodienst als daarover overeenstemming is tussen de werkgever en zijn werknemers. Dat kan via overleg met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of na overleg met de personeelsvergadering. Ook kan worden afgeweken op basis van overleg tussen vakbonden en brancheorganisaties. Bij gebrek aan medezeggenschapsorganen mag alleen van de wet worden afgeweken via brancheafspraken. Zo wordt ook voor kleine bedrijven alternatieve arbodienstverlening mogelijk.
Het kroonlid
R. Linschoten was van mening dat het SER-advies de mogelijkheid opent om op het niveau van ondernemingen – zowel groot als klein – oplossingen voor arbodienstverlening op maat te bedenken en de kosten ervan te beperken. Hij zag het SER-advies als een stap in de goede richting en riep het kabinet op het advies zo snel mogelijk te accepteren.
LTO-Nederland-voorzitter
G. Doornbos sloot zich hierbij aan. Hij benadrukte, ter geruststelling van MKB-Nederland, dat ondernemingen die niet verplicht zijn een ondernemingsraad in te stellen, met het SER-advies niet alsnog worden gedwongen een personeelsvertegenwoordiging in het leven te roepen om te overleggen over de arbodienstverlening als de meerderheid van het personeel er niet om vraagt. Doornbos zei te hechten aan afspraken op brancheniveau over alternatieve arbodienstverlening. Volgens het advies zijn afspraken op branche- en ondernemingsniveau nevengeschikt aan elkaar, dat wil zeggen dat de overheid de afspraak in de onderneming erkent ook als er een brancheafspraak is. Zaak is dan wel dat branches in hun afspraken die ruimte laten voor hun leden, zei hij.
MKB-Nederland-voorzitter
L. Hermans deelde de analyse van de problematiek rond de arbodienstverlening, maar niet de voorgestelde oplossing. Hij wil af van de gedwongen winkelnering waarbij werkgevers verplicht blijven integrale producten in te kopen bij arbodiensten en hier pas van af kunnen wijken als werkgever en werknemers hierover overeenstemming bereiken. Als de staatssecretaris voorstelt waar we uiteindelijk naar toe moeten gaan en het SER-advies slechts een stap in de goede richting is, waarom zouden we dan niet meteen voor het voorstel van de staatssecretaris kiezen. “We hechten aan unanimiteit, maar in dit geval is de opvatting van de staatssecretaris om marktwerking toe te laten de beste,” aldus Hermans. “Het probleem zit hem niet in het onvoldoende overleg tussen werkgever en werknemers, maar in het punt dat er meer partijen op de markt moeten komen.”
VNO-NCW-bestuurder
J. Rijnierse was juist blij met het advies. “De wettelijk verplichte aansluiting bij een gecertificeerde arbodienst en de verplichte afname van bepaalde diensten heeft in veel gevallen averechts gewerkt. Werkgevers zijn uitermate kritisch en soms afwerend tegen arbodiensten. Zozeer zelfs dat ze voor werkgevers symbool zijn geworden voor de zeer gedetailleerde regelgeving op sociaal terrein.” Het SER-advies wil dat werkgever en werknemers afspraken kunnen maken over alternatieve arbodienstverlening, waardoor meer maatwerk mogelijk wordt. Hij vond het jammer dat het advies niet geheel unaniem was. “Juist voor bedrijven met minder dan tien werknemers is in het SER-advies al sprake van een volledig loslaten van de wettelijke aansluitingsplicht, zonder enigerlei formeel instemmingsvereiste van wie dan ook.”
Noot voor de redactie
Voor nadere informatie: Mariek de Valk, tel. 070-3499648.