Home | Actueel | Congressen | 2010 | Jonge sociale partners te gast bij de SER

Jonge sociale partners te gast bij de SER

De SER van de toekomst

Jongeren van sociale partners bezochten op 21 april de SER. Zij waren uitgenodigd door SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, algemeen secretaris/directeur Véronique Timmerhuis en de jongeren van het SER-secretariaat. Zij zijn immers de sociale partners van de toekomst. Hoogste tijd dus voor een werkbezoek aan de SER,en een vooruitblik op de toekomst van de overlegeconomie.

Eerlijk is eerlijk: in de SER zitten voornamelijk vijftigplussers . Maar zelfs in de Raad hebben steeds vaker jongeren een zetel. Zo nam in 2006 Judith Ploegman namens FNV zitting in de SER, in april 2008 werd zij opgevolgd door Jeroen de Glas. Daarnaast trad in december 2009 Jesse Klaver namens CNV Jongeren tot de Raad toe. Achter de coulissen van de overlegeconomie zijn echter veel meer jongeren betrokken. En met deze jongeren maakt de SER graag kennis.

Vertegenwoordigers van Jong Management, FNV Jong, CNV Jongeren en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en jonge medewerkers van de vakcentrales en bonden van CNV, FNV en VNO-NCW, MKB Nederland en het Platform Zelfstandige Ondernemers (PZO) werden eerst welkom geheten door de algemeen secretaris/directeur van de SER, Véronique Timmerhuis. Zij sprak in vogelvlucht over de verschillen tussen de SER en de Stichting van de Arbeid, het takenpakket van de SER, en de zetelverdeling in de raad (en daarmee de ‘representativiteit’ van de SER).

Het advieswerk vormt de kern van het SER-werk. Maar hoe loopt een adviestraject in de praktijk? Hoe start zo’n adviestraject? Worden er ook partijen buiten werkgevers en vakbonden betrokken? Waarvoor is het secretariaat precies verantwoordelijk? Wat is de betekenis van achterbanraadplegingen? Anita van den Bosch, een van de jonge secretariaatsmedewerkers lichtte het allemaal toe. Vooral voor vertegenwoordigers van bonden en werkgeversorganisaties die niet veel direct met de Sociaal-Economische Raad te maken hebben, was dit veelal nieuwe informatie. Maar ook voor de degenen die bekender zijn met de SER, was er veel nieuws.

Vraag en antwoord
Vervolgens stond een vragensessie met de voorzitter en algemeen secretaris op de agenda. De jongeren van sociale partners grepen hun kans. Wordt een adviesvraag wel eens niet behandeld? Kan de SER een rol spelen in de aanstaande discussies over bezuinigingen? Hoe zit dat met die Europese SER? Heeft een overtuigd democraat geen moeite met de invloed die de SER heeft op de parlementaire politiek? Wat betekent de polarisering in politiek en samenleving voor het overleg in de SER? Rinnooy Kan: “De polarisering die we zien in de politiek heeft zeker zijn weerslag op de verhoudingen in de polder. Het gaat er soms harder aan toe. Dat merken we ook hier.” Véronique Timerhuis vult aan “Onze organisatie gedijt het beste bij de nodige overlegbereidheid. Die bereidheid staat soms wat meer onder druk”.

De SER in 2020
Is de overlegeconomie in 2020 nog overeind? Deze vraag stond centraal in de discussie die het werkbezoek aan de SER afsloot. SER-voorzitter Rinnooy Kan beet de spits af en verdedigde de stelling met verve. “De overlegeconomie staat voor uitdagingen, maar dat is niets nieuws. Ook onze raad heeft veel stormen doorstaan, maar het belang van overleg bewijst zich keer op keer weer. De organisatie van werknemers en werkgevers - en nu ook steeds meer zzp’ers - zal blijven. En er zal een belang blijven om samen te werken. Zolang sociale partners en de overheid baat zien in deze samenwerking is de waarde van de SER onomstreden”.

De jonge sociale partners wezen ook op de uitdagingen waarvoor hun eigen organisaties staan. Enerzijds weet de SER voor het advieswerk in contact te komen met mensen uit de samenleving, maar andersom is dat nog onvoldoende het geval, opperde er een. De vakbonden vergrijzen en jongeren organiseren zich moeilijker, opperde een ander. “We doen hard ons best om lidmaatschap voor jongeren aantrekkelijk te maken, met kortingen en met aantrekkelijke diensten. Maar tegelijkertijd wordt ons dan verweten op te gaan in een soort ‘sociale ANWB’s’“, aldus een jonge bondsmedewerker.

Rinnooy Kan: “Toegegeven, jullie organisaties staan voor de fikse uitdaging om in een periode van toenemende individualisering mensen te organiseren en je relevantie aan het jonger publiek uit te leggen. Maar ik ben zeer optimistisch over het slagen hiervan. Vooral als ik jullie enthousiasme zo zie hier, denk ik, dat komt goed”.

Elkaar vinden
De tijd was te kort om de discussie af te ronden, en om het helemaal met elkaar eens te worden. Maar dat mag voor een eerste kennismaking geen verrassing zijn. Bij de afsluiting werd de wens uitgesproken dat de jongeren na deze bijeenkomst de SER beter kennen, maar ook elkaar beter weten te vinden. Letterlijk, maar hopelijk ook figuurlijk, in constructief gezamenlijk sociaaleconomisch overleg.