Fusiegedragsregels - Werkwijze

Indien bij de (voorgenomen) fusie ten minste één in Nederland gevestigde onderneming betrokken is waarin in de regel 50 of meer werknemers werkzaam zijn, dienen alle bij de fusie betrokken ondernemingen vóórdat zij overeenstemming over de fusie bereiken de betrokken vereniging(en) van werknemers van de fusie in kennis te stellen. Dit dient te geschieden op een zodanig tijdstip, dat het oordeel van de vereniging(en) van werknemers van wezenlijke invloed kan zijn op het al dan niet tot stand komen van de fusie en op de modaliteiten daarvan. Dit is geregeld in artikel 4 van de Fusiegedragsregels 2000, de kernbepaling van de Fusiegedragsregels. Zo dienen de verenigingen van werknemers op de hoogte te zijn gesteld van de fusieonderhandelingen vóórdat daarover openbare mededelingen worden gedaan door (een van) de betrokken ondernemingen.

Tegelijkertijd met de melding van de voorgenomen fusie aan de werknemersverenigingen, dient de voorgenomen fusie door de betrokken ondernemingen te worden gemeld bij het secretariaat van de SER. Voor de melding van de ophanden zijnde fusie dient gebruik gemaakt te worden van het zogenoemde ‘B Formulier’.
Het secretariaat van de SER heeft behalve een administratieve functie met betrekking tot de voorgenomen fusiemeldingen tevens een signaleringsfunctie: indien, bijvoorbeeld uit persberichten, blijkt van een ophanden zijnde fusie danwel een reeds plaatsgevonden fusie, dan verzoekt het secretariaat van de SER om nadere informatie bij de betrokken ondernemingen en indien nodig informeert zij de vereniging(en) van werknemers.

In reactie op een melding van de (ophanden zijnde) fusie zendt het secretariaat van de SER een meldingsbevestiging. Een afschrift van de meldingsbevestiging zendt het secretariaat aan de betrokken vereniging(en) van werknemers. Voorts wijst het secretariaat van de SER de onderneming die de melding heeft gedaan, alsmede de betrokken vereniging(en) van werknemers, op de mogelijkheden van het aanhangig maken van een geschil bij de Geschillencommissie Fusiegedragsregels indien de Fusiegedragsregels 2000 niet of niet behoorlijk worden c.q. zijn nageleefd. Het aanhangig maken van geschillen is voorbehouden aan de vereniging(en) van werknemers en aan de bij de totstandkoming van de fusie betrokken partijen (ondernemingen).

Het geschil dient aanhangig te worden gemaakt middels een verzoekschrift, binnen een maand nadat de niet- of niet behoorlijke naleving van de fusiegedragsregels aan de verzoekende partij is gebleken of redelijkerwijs had kunnen blijken. In Fusiegedragsregels 2000 is in de artikelen 17 e.v. de geschillenprocedure bij de Geschillencommissie opgenomen. Voordat de inhoudelijke procedure aanvangt, beslist de voorzitter van de Geschillencommissie over de ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Bij zijn beslissing omtrent de ontvankelijkheid toetst de voorzitter of het verzoekschrift tijdig bij de Geschillencommissie is ingediend en of de door de verzoekende partij opgeworpen stellingen als overtredingen van de Fusiegedragsregels 2000 kunnen worden aangemerkt. Indien de voorzitter beslist dat de verzoekende partij niet ontvankelijk is, kan de verzoekende partij daartegen binnen veertien dagen in verzet komen. Over het verzet beslist - omwille van de onafhankelijkheid - niet de voorzitter van de Geschillencommissie alleen, doch de gehele Geschillencommissie. In het geval de voorzitter de verzoekende partij wel ontvankelijk heeft verklaard in zijn verzoek, zendt het secretariaat van de Geschillencommissie het verzoekschrift aan de verwerende partij en vangt de inhoudelijke procedure aan.

De verwerende partij heeft een maand de tijd om een verweerschrift bij de Geschillencommissie in te dienen. Kort nadien vindt een openbare hoorzitting plaats, waarin de verzoekende en verwerende partijen respectievelijk het verzoek en het verweerschrift mondeling nader kunnen toelichten. De Geschillencommissie, op haar beurt, heeft tijdens de hoorzitting de gelegenheid mondeling nog nadere vragen te stellen.

De Geschillencommissie beslist bij meerderheid van stemmen of sprake is van niet of niet behoorlijke naleving van de fusiegedragsregels. Een sanctionerend element is gelegen in de openbaarheid van de uitspraak. De uitspraken worden op de website van de SER gepubliceerd alsmede in het PBO-blad, dat digitaal te raadplegen is op de website van de SER. In het geval de Geschillencommissie van oordeel is dat een partij een ernstig verwijt treft, dan kan de Geschillencommissie een persbericht doen uitgaan met betrekking tot haar beslissing. 
  
Secretariaat Geschillencommissie Fusiegedragsregels
mw. mr. E.C.M. Dik (secretaris)
Tel. 070 – 3 499 552
mw. mr. J. Jonkman
Tel.: 070 - 3 499 642
mw. O. Baars
Tel.: 070- 3 499 559

Fax: 070 - 3 832 535
Fax: 070 - 3 499 697