Fusie (in de zin van artikel 1, lid 1, sub d, van de Fusiegedragsregels 2000):
Van een fusie is sprake indien op duurzame wijze de zeggenschap over een onderneming of een gedeelte van (de activiteiten van) de onderneming wordt verkregen of overgedragen.
Ook in het geval twee ondernemingen een overeenkomst aangaan betreffende de verhuur van aan een van de ondernemingen behorende ondernemingen, kan onder omstandigheden sprake zijn van een fusie in de zin van de fusiegedragsregels.
Naar vaste jurisprudentie kan sprake zijn van een fusie in de zin van de fusiegedragsregels indien aandelen in een NV of een BV door meerdere natuurlijke en/of rechtspersonen worden verworven krachtens ‘een onderlinge regeling tot samenwerking’ (een zogenoemde joint venture). Een dergelijk geval doet zich onder andere voor indien de aandelen in een NV of BV voor ten minste 50% worden onderworpen aan een joint-venture-regeling. Er is dan sprake van een ‘gezamenlijke’ verkrijging van zeggenschap met betrekking tot de betrokken onderneming, door de joint-venture-partners tezamen, óók in die gevallen waarin ieder van de joint-venture-partners afzonderlijk minder dan 50 procent van de aandelen in de betrokken onderneming gaat houden. Van belang is nog dat met de inbrenging van de (lopende) ondernemingsactiviteiten in een joint-venture-onderneming in beginsel een fusie in de zin van de fusiegedragsregels tot stand komt. Voor zover echter door een of meer joint-venture-partners in een op te richten joint-venture-onderneming geen lopende ondernemingsactiviteiten worden ingebracht doch uitsluitend bepaalde goederen met behulp waarvan de joint-venture-onderneming nieuwe ondernemingsactiviteiten moet gaan opstarten, dan is die inbreng niet een fusie in de zin van de fusiegedragsregels. De rechtsvorm van de joint-venture-onderneming doet niet terzake. In het geval de joint-venture-regeling slechts een tijdelijke karakter heeft waardoor de zeggenschap niet duurzaam wordt overgedragen, zijn de fusiegedragsregels in beginsel niet van toepassing.
Bovenvermelde omstandigheden zijn slechts voorbeelden van fusies in de zin van de fusiegedragsregels en niet een limitatieve opsomming.
Betrokken ondernemingen
Onder de bij de fusie betrokken ondernemingen wordt verstaan alle bij de fusie betrokken partijen: de overdragende onderneming (de verkoper) van de zeggenschap, de verkrijgende onderneming (de koper) van de zeggenschap en de onderneming waarvan de zeggenschap wordt overgedragen c.q. verkregen (de target).
Zeggenschap Zeggenschap kan op verschillende manieren worden verkregen of overgedragen:
- door middel van een bedrijfsfusie en in geval van een juridische fusie (waaronder ook (af)splitsing);
- in geval van verkrijging of overdracht – direct of indirect – van een aandelenpakket in een NV of een BV. Er dient sprake te zijn van een verwerving of overdracht van een belang van meer dan 50% (meerderheidsbelang) ofwel een uitbreiding van een minderheidsbelang of een 50%-belang tot een meerderheidsbelang. Zeggenschap als bedoeld in de fusiegedragsregels omvat mede potentiële zeggenschap, zoals bijvoorbeeld een onherroepelijke optie op de aandelen en/of op de activa en passiva – dan wel een gedeelte daarvan – van een onderneming;
- door middel van verkrijging of overdracht van zeggenschap uitsluitend via statutaire bevoegdheden en/of conctractuele regelingen van structurele aard;
- in geval van vorming van een personenvennootschap en bij het samengaan van twee of meer personenvennootschappen indien daarbij een (deel van een) onderneming wordt ingebracht dan wel overgaat.
(Betrokken) vereniging(en) van werknemers
Uit de definitie van het begrip ‘vakorganisatie’ van artikel 1, lid 1, sub e, van de Fusiegedragsregels 2000 blijkt dat de vakcentrales FNV, CNV en MHP géén vakorganisaties zijn als in de fusiegedragsregels bedoeld. Een vakcentrale is niet een vereniging van werknemers. Een andere omschrijving voor vakorganisatie is vakvereniging of vakbond. Dit zijn vooral die vakorganisaties die als leden bij de koepelorganisaties FNV, CNV en MHP zijn aangesloten.
Aanknopingspunten voor het aan het secretariaat opgeven van de juiste betrokken werknemersorganisatie(s) zijn te vinden in de CAO waaraan de betrokken onderneming/werkgever mogelijk gebonden is. De in de CAO als partij(en) bij de totstandkoming van de CAO vermelde werknemersvereniging(en) is (zijn) dan in ieder geval betrokken.
Betrokken verenigingen van werknemers zijn voorts die vakbonden waarmee de onderneming/ werkgever dan wel de werkgeversvereniging waarvan de onderneming/werkgever lid is, regelmatig overleg voert over onder andere arbeidsvoorwaarden.
Ieder van de voor de betrokken ondernemingen optredende verantwoordelijke personen is gehouden tot naleving van de fusiegedragsregels jegens alle betrokken vakorganisaties. Zowel de verkrijgende partij als de overdragende partij als de doelonderneming zijn betrokken ondernemingen die zich aan het voorgaande dienen te houden jegens de betrokken verenigingen van werknemers.
Indien echter wordt geconcludeerd dat in een fusiezaak geen op de voet van artikel 1, lid 1, sub e, Fusiegedragsregels 2000 bevoegde vereniging van werknemers betrokken is, wordt aan de fuserende partijen daarvan bericht gezonden door het secretariaat.