Toezicht en bestuur
Toezichtkamer
Bestuurskamer
Ministeries
Toezicht en bestuur
Waarom heeft de SER een toezichthoudende taak?
In de Wet op de bedrijfsorganisatie zijn de toezichthoudende taken van de SER vastgelegd. De SER heeft de taak om toezicht te houden op de product- en de bedrijfschappen in Nederland.
Wat houdt de toezichthoudende taak in? Het toezicht door de SER valt uiteen in een aantal onderdelen. Zo heeft de SER een goedkeurende taak bij de verordeningen zoals de jaarlijkse begrotingen, de heffingsverordeningen, autonome verordeningen en vergoedingsverordeningen die de product- en bedrijfschappen opstellen. Voor de jaarrekening (geen verordening maar een besluit) is instemming van de SER nodig (zie ook de volgende vraag).
Daarnaast heeft de SER de taak toe te zien op de naleving van de principes van goed schapbestuur. De schappen hebben gezamenlijk in 2007 een Code Goed Bestuur product- en bedrijfschappen (Code) vastgesteld. De principes van de Code zijn in de Wet op de bedrijfsorganisatie verankerd.
Verder ziet de SER toe op het draagvlakonderzoek dat elk schap één keer per vier jaar moet uitvoeren. Het onderzoek is gericht op het verkrijgen van informatie om het draagvlak voor het schap bij ondernemers te kunnen beoordelen.
Wat houdt het goedkeuren van verordeningen in? Het bestuur van een schap kan zelfstandig besluiten (verordeningen of bestuursbesluiten) nemen die de hele branche of sector raken waarvoor het schap is ingesteld. Op welk terrein het bestuur zulke besluiten mag nemen, is vastgelegd in de Wet op de bedrijfsorganisatie en in het Instellingsbesluit van het schap.
De SER beoordeelt die besluiten op twee belangrijke punten: een besluit mag niet in strijd zijn met het recht en het mag de belangen van het bedrijfsleven en de daartoe behorende personen in het algemeen niet schaden. Wat een schap regelt mag een gezonde mededinging in de branche niet belemmeren. Het toezicht van de SER is randvoorwaardelijk; de SER gaat niet op de stoel van het bestuur zitten.
Wat houdt de Code Goed Bestuur product- en bedrijfschappen in? De Code beoogt iedere bestuurder van een product- of bedrijfschap te stimuleren zich op een maatschappelijk verantwoorde wijze te gedragen en daar publiekelijk verantwoording over af te leggen. De Code bevat principes van goed bestuur. Deze hebben onder andere betrekking op integriteit, transparantie, besluitvorming en benoemingen. De principes zijn door de schappen gezamenlijk vastgesteld en kennen inmiddels een wettelijke verankering in de Wet op de bedrijfsorganisatie. De SER heeft de wettelijke taak om toe te zien op de naleving ervan.
Wat houdt een draagvlakonderzoek in? Elk schap moet elke vier jaar met een representatieve steekproef een draagvlakonderzoek onder de ondernemers binnen de eigen werkingssfeer uitvoeren. Daarmee wordt beoordeeld of er voldoende draagvlak voor het schap is onder de ondernemers in de betrokken branche of sector. Deze enquêtes worden steekproefsgewijs onder de betreffende ondernemingen afgenomen. Het draagvlakonderzoek is een onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van het schap zelf wordt uitgevoerd. De SER ziet toe op de uitvoering van het onderzoek door het schap.
Wat houdt een representativiteitsonderzoek in? De SER voert periodiek onderzoek uit naar het organisatorisch draagvlak (de representativiteit) van de dragende organisaties van product- en bedrijfschappen. De SER voert de representativiteitsonderzoeken uit op basis van gegevens die de dragende organisaties van de schappen aanleveren. De betreffende gegevens dienen overigens geverifieerd te worden door een accountant of een onafhankelijk onderzoeksbureau. Vervolgens stelt de SER een eindrapportage op met een oordeel over de mate van representativiteit binnen een schap. Een dergelijk onderzoek geschiedt in elk geval voorafgaand aan de instelling van een schap, en vervolgens om de vier jaar. Bovendien vindt een representativiteitsonderzoek plaats als de werkingssfeer van een schap wordt gewijzigd of schappen worden samengevoegd.
Hoe wordt bekend gemaakt waar specifiek toezicht op wordt gehouden? Sinds 2009 bepaalt de Wet op de bedrijfsorganisatie onder andere dat de SER jaarlijks vóór 1 oktober een toezichtplan moet vaststellen. Het toezichtplan behoeft de instemming van de betrokken ministers (van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit en Economische Zaken). In het toezichtplan staat concreet wat de speerpunten in het toezicht van de SER op de schappen voor het komend jaar zijn. Doordat het plan openbaar wordt gemaakt, zal er ook een preventieve werking van uitgaan. Het eerste toezichtplan dat wordt vastgesteld heeft betrekking op het jaar 2010.
Toezichtkamer
Wat is de Toezichtkamer?
Om het toezicht op onafhankelijke wijze uit te kunnen voeren heeft de SER op 1 juli 2008 de Toezichtkamer, een subcommissie van de Bestuurskamer, ingesteld.
De toezichttaken van de SER die in eerste instantie bij de raad zijn neergelegd, worden op basis van delegatie door de Toezichtkamer uitgeoefend.
Wat zijn de taken van de Toezichtkamer? De Toezichtkamer voert de in de Wet op de bedrijfsorganisatie opgenomen toezichthoudende taken op de product- en bedrijfschappen uit. Deze taken houden onder meer in:
- het beoordelen en goedkeuren van verordeningen van de schappen;
- het beoordelen en instemmen met de jaarrekening van de schappen;
- het toezien op de uitvoering van het draagvlakonderzoek;
- het toezien op de naleving door de schappen van de principes van goed bestuur;
- de uitvoering van het onderzoek naar de representativiteit.
Hoe is de Toezichtkamer samengesteld? De Toezichtkamer bestaat uit drie kroonleden en oefent de toezichttaken op eigen gezag uit, op basis van delegatie door de Raad.
Hoe vaak komt de Toezichtkamer bijeen? De Toezichtkamer komt circa vier keer per jaar bijeen.
Bestuurskamer
Wat is de Bestuurskamer?
De SER heeft zijn bestuurlijke taken (met uitzondering van de toezichthoudende taken) gedelegeerd aan een commissie uit zijn midden: de Bestuurskamer. De Bestuurskamer oefent de taken en bevoegdheden uit die de SER als bestuursorgaan heeft. Deze taken vloeien voort uit de Wet op de bedrijfsorganisatie, de Wet op de ondernemingsraden en de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997.
Wat zijn de taken van de Bestuurskamer? De Bestuurskamer voert bestuurlijke taken uit die de SER heeft op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo), de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997.
Op grond van de Wbo adviseert de Bestuurskamer onder meer over de instelling en opheffing van schappen en over een wijziging van hun werkingssfeer. Periodiek wijst de Bestuurskamer de benoemingsgerechtigde organisaties aan voor de besturen van de schappen.
De taken die de Bestuurskamer uitvoert in het kader van de WOR, betreffen onder meer ontheffingsverzoeken, instellingsbesluiten en aanwijzing bedrijfscommissies, de aanwijzing van benoemingsgerechtigde organisaties en het opleggen van de WOR-heffing.
De taken die in het kader van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 worden verricht, zijn het per zittingsperiode van een kamer bepalen van:
- de takken van handel, industrie, ambacht en dienstverlening waarvoor leden zitting hebben in de kamer;
- het ledenaantal dat voor elk van de aangewezen takken in de kamer zitting heeft.
Daarnaast wordt vastgesteld welke organisaties gerechtigd zijn leden te benoemen in de kamer en het aantal leden dat die organisaties mogen benoemen.
Verder adviseert de Bestuurskamer namens de SER over algemeen bestuurlijk-juridische aangelegenheden.
Hoe is de Bestuurskamer samengesteld? De Bestuurskamer bestaat uit leden van de SER en heeft drie geledingen: ondernemers, werknemers en kroonleden. De voorzitter van de SER is ook voorzitter van de Bestuurskamer.
Hoe vaak komt de Bestuurskamer bijeen? De Bestuurskamer komt circa vier keer per jaar bijeen.
Hoe zijn de taken verdeeld tussen de Bestuurskamer en de Toezichtkamer? De Toezichtkamer is een subcommissie van de Bestuurskamer. Om onafhankelijk toezicht zo goed mogelijk te waarborgen zijn sinds 1 juli 2008 de toezichthoudende taken in de Wet op de bedrijfsorganisatie die tot de taken van de Bestuurskamer behoorden, ondergebracht bij de Toezichtkamer.
De taken van de Toezichtkamer zijn afgebakend ten opzichte van die van de Bestuurskamer. De taken bestaan onder meer uit :
- het beoordelen en goedkeuren van verordeningen van de schappen;
- het beoordelen en instemmen met de jaarrekening van de schappen;
- het toezien op de uitvoering van het draagvlakonderzoek;
- het toezien op de naleving door de schappen van de principes van goed bestuur, en
- de uitvoering van het onderzoek naar de representativiteit.
De taken van de Bestuurskamer betreffen de bestuurlijke activiteiten, zoals de samenstelling van besturen. Zodra de Toezichtkamer een eindrapportage heeft opgesteld en een oordeel heeft gegeven over de resultaten van het draagvlak- en representativiteitsonderzoek, kan dit aanleiding geven voor de Bestuurskamer om bestuurlijk advies aan de minister uit te brengen over de gevolgen van het onderzoek voor het schap.
Ministeries
Hoe zijn de ministeries betrokken bij het toezicht op de schappen?
Met enige regelmaat vindt er overleg plaats tussen de SER en vertegenwoordigers van de drie betrokken ministeries - Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit en Economische Zaken. De vertegenwoordigers van deze ministeries zijn bevoegd de vergaderingen van de Bestuurskamer en de Toezichtkamer als waarnemer bij te wonen. De ministeries kunnen zich laten vertegenwoordigen in de bestuursvergaderingen van de schappen; de vertegenwoordigers hebben een raadgevende stem.
Daarnaast hebben de ministers tot taak heffingsverordeningen waarvan de opbrengst voor een specifiek doel bestemd is, goed te keuren. Ook verordeningen waarvan het ontwerp niet op tijd bekendgemaakt is, hebben ministeriële goedkeuring nodig.
Houden de ministeries toezicht op de SER? De drie betrokken ministeries - Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit en Economische Zaken - zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de SER. Deze ministeries hebben in de ‘Nota Toezichtkader Rijk-SER 2009’ de toezichtrelatie tussen de betrokken ministeries en de SER beschreven. In de Nota is beschreven dat het toezicht van de Inspectie Werk en Inkomen op de SER zal worden vervangen door een visitatiecommissie. Deze onafhankelijke visitatiecommissie zal tweejaarlijks verslag doen van het toezicht door de SER op de schappen. De samenstelling van de visitatiecommissie kan wisselen al naargelang de speerpunten die door de ministers aan de commissie voor onderzoek worden voorgedragen. De commissie brengt rapport uit aan de ministers. De minister van SZW leidt het rapport met eigen bevindingen via het kabinet door naar de Tweede Kamer.