De publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO) bestaat uit de SER en de product- en bedrijfschappen. Voor de schappen en de SER vormt de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo) de juridische basis. De bestuurlijke taken van de SER vinden hun oorsprong voornamelijk in de Wbo, maar ook in andere wetgeving zoals de Wet op de Kamers van Koophandel en de Wet op de ondernemingsraden.
Bij de Wet op de bedrijfsorganisatie gaat het, naast de algemene adviestaak en de taken op het gebied van zelfregulering van de SER, om een:
- toezichthoudende taak: goedkeuren van verordeningen en besluiten van schappen en het stellen van regels voor hun financiële huishouding. Als toezichthouder let de SER daarbij o.a. op de bestuurssamenstelling, de financiën en de bevoegdheden van de schappen;
- institutionele bestuurstaak: onder meer advisering over instelling en opheffing schappen; periodiek samenstellen van besturen van schappen;
- coördinerende taak: al dan niet op verzoek van de minister van SZW entameren en coördineren van PBO-brede operaties; stimuleren en bevorderen van het goed functioneren van schappen. In het kader van deze taak wordt de SER ook wel omschreven als ‘het toporgaan van de PBO’;
- algemene richtinggevende taak: stimuleren dat het bedrijfsleven op maatschappelijk verantwoorde wijze functioneert; behartiging van de gezamenlijke belangen van het bedrijfsleven;
- algemene medebewindstaak: uitvoering van wetgeving inclusief het stellen van nadere regels.
De uitvoering van wetgeving door de SER in het kader van de algemene medebewindstaak betreft, naast de Wet op de bedrijfsorganisatie, de Wet op de Kamers van Koophandel en de Wet op de ondernemingsraden.
Wet op de Kamers van Koophandel (Wet KvK)
Deze wet regelt de instelling van de kamers van koophandel en fabrieken. De taken die de SER daarbij verricht zijn:
- het voor iedere kamer en voor iedere zittingsperiode bepalen van de takken van handel, industrie, ambacht en dienstverlening waarvoor leden zitting hebben in de kamer en het aantal leden dat voor elk van de aangewezen takken in de kamer zitting heeft.
- het per zittingsperiode van de kamer en per tak van handel, industrie, ambacht en dienstverlening vaststellen van de organisaties die gerechtigd zijn leden te benoemen in de kamer en het aantal leden dat die organisaties mogen benoemen.
Wet op de ondernemingsraden (WOR)
De WOR regelt wanneer een onderneming verplicht is een ondernemingsraad (or) in te stellen. De SER verricht hierbij de volgende taken:
- het bepalen hoeveel elke or-plichtige onderneming moet betalen via een heffing voor de scholing en vorming van or-leden.
- het beslissen over aanvragen van ondernemingen die vinden dat de or-plicht voor hen niet moet gelden.
- het instellen van bedrijfscommissies. Die adviseren en bemiddelen per sector als een werkgever en zijn ondernemingsraad het oneens zijn over het toepassen van de WOR.
De meeste bestuurstaken van de SER zijn gedelegeerd aan de Bestuurskamer (BK) en de Toezichtkamer (TZK). De taken van de Toezichtkamer zijn afgebakend ten opzichte van die van de Bestuurskamer. Zo blijkt uit de Instellingsverordening dat de Toezichtkamer onder andere toezicht houdt op de onderzoeken naar representativiteit en te zijner tijd op de onderzoeken naar het draagvlak. Zodra de Toezichtkamer een eindrapportage heeft opgesteld en een oordeel heeft gegeven over de mate van representativiteit binnen een bedrijfslichaam, kan dit oordeel aanleiding geven voor de Bestuurskamer om bestuurlijk advies aan de minister uit te brengen over de gevolgen van het onderzoek voor het bedrijfslichaam.
Kies voor meer informatie over de medebewindstaak van de SER ten aanzien van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) de rubriek OR en medezeggenschap links in beeld. Kies voor meer informatie over met name de toezichthoudende en de institutionele bestuurstaak van de SER de rubriek Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie links in beeld.