Kankerverwekkende stoffen
Voor zover mogelijk worden ook voor kankerverwekkende stoffen grenswaarden vastgesteld.
Voor de kankerverwekkende stoffen met een veilige drempelwaarde zal de grenswaarde op het niveau van de veilige drempelwaarde worden vastgesteld
Echter er zijn ook kankerverwekkende stoffen waarvoor geen veilige drempelwaarde kan worden vastgesteld. Daarbij is sprake van zogenoemde genotoxisch kankerverwekkende stoffen, dat wil zeggen stoffen die een directe verandering in de DNA-structuur veroorzaken waardoor kanker kan ontstaan. Op basis van de huidige wetenschappelijke inzichten is voor deze groep van stoffen geen veilige grenswaarde aan te geven waaronder geen kankervorming meer optreedt. Om elk risico uit te sluiten zou een absoluut verbod moeten gelden. Zolang bedoelde stoffen onmisbaar zijn, althans de maatschappij om toepassing van dergelijke stoffen vraagt (bijvoorbeeld cytostatica), is kans op blootstelling en dus een risico op kanker niet uit te sluiten.
Bij de vaststelling van grenswaarden voor deze stoffen wordt een systematiek van risiconiveaus gehanteerd, zoals vastgelegd in het advies van de Arboraad van 1992 over de normstelling bij genotoxisch kankerverwekkende stoffen. De Arboraad adviseerde daarbij een zogenaamd verbodsrisiconiveau (per stof geen hoger extra risico op kanker dan 10-4 per jaar te accepteren) en een streefrisiconiveau (10-6 per jaar per stof) te hanteren.
Voor de niet-genotoxisch kankerverwekkende stoffen is in principe wel een veilige grenswaarde vast te stellen. Deze grenswaarden verschillen niet van de grenswaarden voor de ‘gewone’ gezondheidsschadelijke stoffen.