Overheid en sociale partners hebben elk een eigen taak. Maar zij hebben ook de mogelijkheid elkaar over en weer aan te spreken over de manier waarop ze die eigen taak vervullen. Dat is het wezen van de overlegeconomie.
De SER vormt daarin een vooraanstaand platform voor afstemming en overleg over belangrijke sociaal-economische kwesties. Dit overleg mondt uit in openbare adviezen aan de overheid met beargumenteerde standpunten en aanbevelingen.
Overlegeconomie op drie niveaus
Behalve in de SER treden ondernemers en werknemers op meer plekken in de samenleving met elkaar in overleg.
- Op bedrijfsniveau overlegt de ondernemingsraad met de werkgever over arbeidsvoorwaardelijke zaken die niet in de cao zijn geregeld.
- Op brancheniveau onderhandelen vakbonden en brancheorganisaties over cao’s. Daarin worden afspraken gemaakt over de lonen en andere arbeidsvoorwaarden.
- Op nationaal niveau bestaan er naast de SER nog twee andere instituten van de overlegeconomie: de Stichting van de Arbeid en de Raad voor Werk en Inkomen (RWI).
Stichting van de Arbeid
De Stichting van de Arbeid is in 1945, daags na de bevrijding, opgericht door de centrale organisaties van ondernemers en werknemers. Het is dus een privaatrechtelijke instelling. In de Stichting zitten – in tegenstelling tot de SER – geen onafhankelijke leden, maar alleen de sociale partners. De Stichting van de Arbeid kan voor de sociale partners een coördinerende rol vervullen door aanbevelingen te doen aan onderhandelende partijen in bedrijven en bedrijfstakken. Twee keer per jaar overlegt de Stichting met het kabinet over het te voeren beleid, het zogeheten voorjaars- en najaarsoverleg.
Raad voor Werk en Inkomen
De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) is ingesteld door de regering en bestaat sinds 1 januari 2002.
Anders dan bij de SER en de Stichting van de Arbeid hebben in dit overlegorgaan ook vertegenwoordigers van de gemeenten zitting. Onder leiding van een onafhankelijke voorzitter overleggen zij met werkgevers en werknemers. Dit RWI-overleg gaat over de aanpak van allerlei praktische problemen op de arbeids- en re-integratiemarkt, die relatief snel op te lossen zijn.
De RWI bedient met zijn producten in de eerste plaats de minister en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar daarnaast ook andere partijen (departementen, Tweede Kamer en decentrale spelers op de arbeidsmarkt zelf).
De Raad komt gemiddeld zeven keer per jaar bij elkaar.