Paulien Bongers (TNO) over arbostelsel
Veranderende arbeidsomstandigheden vragen onvermijdelijk ook andere arboregels. Daarom heeft het kabinet de SER gevraagd zijn visie te geven op gezond en veilig werken, om tot een duurzaam inzetbare, vitale en productieve beroepsbevolking te komen. Paulien Bongers van onderzoeksinstituut TNO denkt mee over het belang van zelfregulering, werkdruk en preventie.
Dorine van Kesteren
Een terughoudende overheid. Zelfregulering. Vertrouwen in burgers en bedrijven. De adviesaanvraag over het arbostelsel (zie kader Arbo 2020) laat er geen twijfel over bestaan dat de verantwoordelijkheid voor gezond en veilig werk primair bij werkgevers en werkenden ligt. Maar prof.dr.ir. Paulien Bongers, directeur Arbeid bij TNO, wil de rol van de overheid niet zomaar uitvlakken. ‘De uitvoering op de werkvloer is inderdaad het domein van de sociale partners, maar bij de handhaving van de arbowet en -regelgeving past juist een proactieve en daadkrachtige overheid.
Bedrijfsartsen komen
weinig aan preventie toe
Uit onze enquêtes blijkt dat bedrijven handhaving zeer belangrijk vinden voor het level playing field. Daarnaast moet de overheid werkgevers en werkenden voldoende toerusten voor hun arbotaak, bijvoorbeeld door informatievoorziening.’
Gelooft u wel in zelfregulering?
‘Zeker wel, maar een goed klimaat voor zelfregulering vraagt om goede ondersteuning van kennis en vaardigheden én eenduidige en effectieve handhaving. Dan is het prachtig als brancheverenigingen of samenwerkingsverbanden van bedrijven eigen initiatieven nemen. Die zijn er al volop, zoals het keurmerk Super Supermarkt dat brancheorganisatie Vakcentrum met advies van ons heeft ontwikkeld. Dit is bedoeld voor zelfstandige supermarktondernemers die duurzaam en maatschappelijk ondernemen, waarbij veiligheid en preventie tot de centrale thema’s behoren.’
Nederland heeft vergeleken met de rest van Europa toch goede arbeidsomstandigheden?
‘De kwaliteit van de arbeid is stabiel en de meeste werknemers zijn tevreden over hun arbeidsomstandigheden. Maar het is niet zo dat er niets te verbeteren valt. Uit onze Arbobalans 2011 blijkt bijvoorbeeld dat 54 procent van de werkgevers het lastig vindt om psychosociale arbeidsrisico’s aan te pakken. Werkenden geven nog regelmatig aan dat er onvoldoende maatregelen tegen werkdruk of werkstress zijn getroffen, terwijl dit vandaag de dag het grootste arbeidsrisico is.’
Werkdruk is subjectief: wat de een als last ervaart, doet de ander fluitend.
‘Dat is een veelgebruikt argument voor de stelling dat werkgevers hierin geen heldere rol hebben, maar daar ben ik het niet mee eens. Het is een gegeven dat psychische belasting in het moderne werk de meeste uitval veroorzaakt. Bovendien neemt door werkdruk de kwaliteit van het werk af en is het niet op tijd klaar. De aanpak van werkdruk is dus altijd nuttig, zowel voor werkgevers als werkenden. Zeker omdat de kosten – voor bedrijven, de mensen zelf en de maatschappij – hoog zijn als het misloopt.’
Wat kunnen werkgevers hieraan doen? Minder eisen stellen?
‘Werkdruk is niet hetzelfde als hoge eisen stellen. Veel en uitdagend werk kan juist positief zijn en mensen ontwikkelmogelijkheden en motivatie bieden. Maar er ontstaat werkdruk als mensen niet of nauwelijks aan de gestelde eisen kunnen voldoen en ook geen invloed op de situatie hebben. Werkgevers kunnen hierop inspelen door het werk slimmer te organiseren en mensen meer ‘regelmogelijkheden’ te geven. TNO werkt al jaren aan instrumenten die hierbij kunnen helpen, zoals de Preventie Leidraad en de digitale Engagement Game voor managers.’
Het huidige zorgsysteem bevat elementen die een
snelle terugkeer naar het werk belemmeren
Volgens demissionair staatssecretaris Paul de Krom komt de rol van de bedrijfsarts bij preventie ‘niet goed uit de verf’.
‘Onze gegevens bevestigen dat bedrijfsartsen weinig aan preventie toekomen. Dat komt door de marktwerking in de arbodienstverlening en de manier van aanbesteden. Als de prijs het belangrijkste criterium is, is er weinig ruimte voor arbodiensten om meer te doen dan verzuimbegeleiding. Bedrijven en overheidsinstellingen die willen dat arbodiensten zich meer bezighouden met preventie, moeten daarbij passende contracten afsluiten.’
Of in conclaaf gaan met de ziektekostenverzekeraar?
‘Werkgevers kunnen ook invloed uitoefenen op preventie en snel herstel door bij de onderhandelingen over het collectieve ziektekostencontract heldere eisen te stellen aan zorgverzekeraars. Het huidige zorgsysteem bevat elementen die een snelle terugkeer naar het werk belemmeren: wachttijden, weinig afstemming of zelfs tegenstrijdige adviezen van zorgverleners en geringe aandacht voor de relatie tussen werk en gezondheid. Het kan naar onze inschatting 2 miljard euro opleveren als werkgevers en ziektekostenverzekeraars in een collectief contract meer kiezen voor preventie, coördinatie van zorg en zorgaanbieders die herstel van functioneren voorop zetten.’
Ook de preventietaak in bedrijven kan beter, zegt De Krom.
‘Hoewel wettelijk verplicht, heeft slechts de helft van de bedrijven een preventiemedewerker aangesteld – een werknemer binnen het bedrijf die de werkgever ondersteunt bij de dagelijkse veiligheid en gezondheid. En als ze er zijn, is hun kennis over arbeidsomstandigheden vaak gering, met name in het midden- en kleinbedrijf. Daarom zijn wij bezig een digitaal en interactief netwerk van preventiemedewerkers op te zetten, met als doel hun zichtbaarheid en vakbekwaamheid te vergroten.’
De arbeidsmarkt verandert. Hoe zit het bijvoorbeeld met de arboregels voor het nieuwe werken?
‘Het nieuwe werken betekent niet alleen tijd- en plaatsonafhankelijk werken, maar brengt ook meer autonomie en regelmogelijkheden voor de medewerker zelf. In dit kader is het dus niet logisch dat een werkgever bepaalt welk type bureaustoel er bij iemand thuis moet staan. Maar uiteraard hebben mensen wel een goede werkplek nodig. Het is dus van belang hen bewust te maken en voldoende kennis en vaardigheden mee te geven, zodat zij zelf kunnen inschatten of hun werksituatie en -gedrag gezond is. De werkgever moet dit faciliteren: een goede dialoog tussen werkgever en werknemer en heldere wettelijke kaders zijn de sleutel tot succes.’
Arbozorg bij hotelketen BilderbergHet arbozorgsysteem van hotelketen Bilderberg is een voorbeeld van een goed arbozorgbeleid. Alle negentien hotels hebben een eigen preventiemedewerker. ‘Zij geven handen en voeten aan het arbozorgsysteem en komen twee tot drie keer per jaar bij elkaar’, vertelt Els van Batum, directeur personeel en organisatie. Naast preventiemedewerkers zijn er vitaalambassadeurs. Zij zijn de motor achter het bewegingsprogramma Bilderberg Vitaal, dat de hotelketen samen met de Gelderse Sportfederatie heeft opgezet. ‘De bedoeling is dat de medewerkers een activiteit kiezen zoals hardlopen, fietsen of nordic walking, en binnen werktijd in beweging komen. Het is een groot succes: Bilderberg Vitaal is inmiddels een begrip.’ Sinds een jaar werkt Bilderberg ook aan de implementatie van het Nationaal Inzetbaarheidsplan, een initiatief van TNO en bedrijvennetwerk Kroon op het Werk. ‘Housekeeping is de eerste afdeling die hieraan meedoet. Deze medewerkers hebben een persoonlijke inzetbaarheid- en loopbaanscan doorlopen. Op basis daarvan heeft iedere medewerker een persoonlijk plan gemaakt. De doelen die daaruit komen, zijn haalbaar en concreet, zoals een paar kilo afvallen of geen e-mails checken in de vakantie.’ |
Arbo 2020Demissionair staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft de SER advies gevraagd over de kabinetsvisie op het stelsel voor gezond en veilig werken (Arbo 2020) en de bijbehorende beleidsagenda. De visie, die moet leiden tot aanpassingen van het huidige wettelijke arbostelsel, heeft hij op 30 maart in een brief aan de Tweede Kamer voorgelegd. De Krom streeft naar een arbostelsel dat rekening houdt met een veranderende arbeidsmarkt en een kleinere rol van de overheid. Het doel is een duurzaam inzetbare, vitale en productieve beroepsbevolking en een concurrerend bedrijfsleven, volgens hem ‘van groot belang voor zowel werkgevers, werkenden en de Nederlandse samenleving’. De vraag aan de SER is hoe overheid en sociale partners kunnen bijdragen aan de uitvoering van de beleidsagenda en welke factoren dit kunnen versterken. Het SER-advies wordt voor 1 november verwacht. |