‘Als ik één dag premier was van dit land,
zou ik Halbe Zijlstra overplaatsen naar Siberië en vervolgens proberen om alles wat deze man in de afgelopen anderhalf jaar heeft wegbezuinigd, terug te draaien. Ik stel daartoe een nieuwe minister van Cultuur aan, iemand die kennis van zaken heeft en óók gevoelsmatig al lang en breed bij het onderwerp betrokken is. Iemand zoals Femke Halsema.
Ik zou haar vragen een gesprek te voeren met het Nederlands Letterenfonds en erop aandringen om het subsidieplafond van 210.000 euro voor internationale literatuurfestivals af te breken. Dan kan het ondernemerschap in die sector weer beloond worden. Daarna zal ik een bezoek brengen aan de commissie die gaat over de toekenning van de P.C. Hooft-prijs en de leden dwingend adviseren om die prijs de eerstvolgende keer aan Remco Campert toe te kennen.
In het kader van de culturele opvoeding zou ik leraren op lagere scholen verplichten iedere week een paar uur voor te lezen uit een mooi en spannend boek. Of ze voor deze tijd nog erg geschikt zijn weet ik niet, maar ik luisterde zelf het laatste uur op vrijdagmiddag graag naar De avonturen van Pieter Marits. Er was ook een schoolmuseum waar we, bijvoorbeeld, les kregen over de eskimo’s, met een opgezette ijsbeer en een ouwe kano in het klaslokaal. Dat zijn de dingen die ik nu wel eens mis: betrokkenheid, bevlogenheid. We moeten kinderen meeslepen in onze verhalen. Grootbrengen met cultuur. Een samenleving zonder cultuur is koud en leeg.’