De overstap naar de politiek
Bij de komende verkiezingen hopen minstens drie mensen na jarenlange, intensieve deelname aan het sociaal overleg de overstap te maken naar Den Haag: John Kerstens (FNV), Michel Rog (CNV) en Jaco Geurts (varkenshouder en bestuurder vakbond varkenshouders). Vanuit hun nieuwe functie willen ze zich sterk maken voor werkend en ondernemend Nederland.
Berber Bijma
Het aantal mensen dat bij de verkiezingen dit najaar de overstap hoopt te maken van het sociaal overleg naar de Tweede Kamer, is niet groot. Twee vakbondsbestuurders hebben een prominente plaats op een kandidatenlijst gekregen. Nieuwe Kamerleden met een ondernemersachtergrond zijn er nauwelijks. Bij de verkiezingen van 2010 was dat anders. Toen telde de VVD alleen al vijf nieuwe Kamerleden met een ondernemersachtergrond, die ook met de komende verkiezingen weer op de lijst staan. Vier van hen hadden een eigen adviesbureau, de vijfde was eigenaar van een groothandel. Ook bij D66, PvdA en CDA traden bij die verkiezingen nieuwe Kamerleden aan met een achtergrond in werkgevers- of ondernemerskringen, zij het minder dan bij de VVD. Zij staan vrijwel allemaal ook nu weer op verkiesbare plaatsen.
Een van de nieuwkomers bij de verkiezingen van dit najaar is Jaco Geurts, tot voor kort eigenaar van een varkenshouderij in Barneveld, lid van het dagelijks bestuur van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders én CDA-raadslid in zijn woonplaats. Naar alle waarschijnlijkheid zal hij na de verkiezingen als Kamerlid worden geïnstalleerd. Hij staat achtste op de kieslijst. Bij de verkiezingen van 2010 stond hij overigens ook al op de lijst, op plaats 40.
Voor het Kamerlidmaatschap geeft hij zijn bedrijf en vrijwel al zijn andere functies op. Dat besluit nam hij niet over één nacht ijs. ‘Het betekent nogal iets. We hebben een jong gezin en een bedrijf. Samen met mijn echtgenote heb ik besloten ervoor te gaan. Mijn ambitie om Kamerlid te worden, kwam uiteindelijk voort uit de combinatie van een met de paplepel ingegoten belangstelling voor politiek, zorg over de toekomst van het platteland en zorg over de positie van boeren en andere ondernemers in Nederland.’
Ik ga voor de werkende mensen naar Den Haag
Verschil maken
De overweging dat er in de Haagse politiek veel werk kan en moet worden gedaan, speelde ook voor John Kerstens een rol. Hij geeft het voorzitterschap van FNV Bouw op in ruil voor het Kamerlidmaatschap. ‘Ik heb het idee dat ik vanuit Den Haag meer verschil kan maken.’ Kerstens’naam werd eerder genoemd als voorzitter van De Nieuwe Vakbeweging, maar hij voelde daar zelf niet voor. ‘Ik had nog langer binnen de vakbond hetzelfde werk kunnen doen, een brugfunctie tussen de verschillende bonden kunnen vervullen. Dat is heel belangrijk werk, maar ook intern gericht. Ik heb gekozen voor een overstap naar de PvdA. De slogan van de partij, sterker en socialer, ligt in het verlengde van wat ik bij de FNV deed.’
Bovendien, vindt Kerstens, is het tijd voor een expliciete werknemersinbreng in de PvdA. ‘De partij mag zich wel weer wat meer gelegen laten liggen aan de A. De laatste jaren is het contact met werkend Nederland wat minder geweest. Daarin zou ik graag een brugfunctie vervullen. Ik ga voor de werkende mensen naar Den Haag.’
Vertrouwensbreuk
Michel Rog, tot de zomer voorzitter van CNV Onderwijs, is de hoogste nieuwkomer bij het CDA: hij staat op nummer vijf. Zijn missie is vooral om een brug tussen politiek en onderwijs te slaan. Zoals Kerstens een lijn ziet tussen FNV en PvdA, ziet Rog die tussen CNV en CDA: ‘Beide zijn gericht op dialoog: niet met de hakken in het zand, maar verantwoordelijkheid nemen. Net als in mijn vorige baan hoop ik als Kamerlid een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het onderwijs. Het onderwijs heeft de afgelopen jaren veel regels voor de kiezen gekregen, waardoor een vertrouwensbreuk tussen politiek en onderwijs is ontstaan. Ik wil meewerken aan het herstel van verhoudingen.’
Ook Rog heeft een jong gezin en is zich ervan bewust dat het Kamerlidmaatschap geen baan is tussen 9 en 5 uur. ‘Maar dat gold ook voor het voorzitterschap van CNV Onderwijs, en daar zijn we thuis altijd goed mee omgegaan. Ik weet dat ik alleen al bij het CDA in het gezelschap ben van diverse lotgenoten: Kamerleden met jonge kinderen.’
Afknappen
Lastiger misschien nog dan de werkdruk is de politieke cultuur waaraan de nieuwe Kamerleden moeten wennen. ‘Bij de FNV zat ik dicht bij het vuur’, zegt John Kerstens. ‘FNV Bouw heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de vernieuwing en de eenheid van de FNV. Het standpunt van FNV Bouw is in verschillende situaties doorslaggevend geweest, bijvoorbeeld toen het over pensioenen en AOW ging. Ik realiseer me dat ik straks een van de 150 Kamerleden ben en heb daar geen overspannen verwachtingen van. Ik heb nagedacht over het risico om af te knappen op de stroperigheid van de politiek, maar dat heeft niet tot een ander besluit geleid. Het scheelt natuurlijk dat ik niet voor het eerst in Den Haag kom.’ Dat laatste geldt ook voor Geurts en Rog. Hun redenen om wél naar de Kamer te gaan, wogen zwaarder dan de bezwaren die er volgens hen ook zijn. Geurts: ‘Ik wil me richten op de belangen van het platteland en van mkb-ondernemers. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving, het mkb is de hoeksteen van de economie. Land- en tuinbouw leveren bijvoorbeeld een forse bijdrage aan de export, die erg belangrijk is voor de Nederlandse economie. Ik zie het als een uitdaging om ondernemers erkenning te blijven geven voor wat zij doen. Zij verdienen geld voor Nederland. Vanuit het CDA wil ik eraan bijdragen dat de economische groei innovatief en duurzaam is. Duurzaam in alle opzichten: ecologisch, economisch en sociaal verantwoord.’
Meters maken
Rog wil zich behalve met de relatie tussen politiek en onderwijs ook bezighouden met bredere thema’s als arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Verbetering van de positie van flexwerkers staat op zijn prioriteitenlijst. Juist door de economische crisis is Rog hoopvol over de meters die de Tweede Kamer de komende jaren kan maken. ‘We móéten er uitkomen, we kunnen de schulden niet vooruitschuiven. Kleine pasjes volstaan niet. Ik hoop dat we komende jaren grote stappen zullen zetten, met besluiten voor de lange termijn. De eerste tekenen zijn er, zoals de heroriëntering van de vakbeweging. Dat vind ik hoopvol.’