Home | Publicaties | SERmagazine | 2012 | september 2012 | 'Inspirerende leraren spelen een sleutelrol’

'Inspirerende leraren spelen een sleutelrol’

Geert ten Dam, voorzitter Onderwijsraad

Goed en boeiend onderwijs staat of valt met de bezieling van leraren. Maar er is een tekort aan leraren en voor bezieling is lang niet altijd ruimte. Geert ten Dam, hoogleraar onderwijskunde en voorzitter van de Onderwijsraad, waakt over de kwaliteit van het onderwijs.

Loek Kusiak

Wat betekent de raad voor de samenleving?
‘Onderwijs is zowel voor elk kind afzonderlijk als voor de vitaliteit en de innovatiekracht van een samenleving van onschatbare waarde. Via onderwijs dragen we kennis over aan een nieuwe generatie. Inspirerende leraren spelen daarin een sleutelrol. Het onderwijs is sectoraal ingedeeld, maar de Onderwijsraad is sectoroverstijgend, met leden uit of gelieerd aan diverse geledingen van onderwijs en wetenschap. De raad adviseert over alle aspecten en vormen van onderwijs, van basisonderwijs en speciaal onderwijs voor zorgleerlingen tot universiteit en volwasseneneducatie. De Onderwijsraad houdt de discussies over onderwijs en onderwijsbeleid levendig met seminars, presentaties van onze adviezen op scholen en verkenningen voor de langere termijn. Na de Gezondheidsraad zijn wij, opgericht in 1919, de oudste adviesraad van de regering.’

Namens wie spreekt u eigenlijk?
‘De kracht van de raad is zijn onafhankelijkheid en de mix van wetenschappelijke expertise en praktijkkennis. Het onderwijs is te vergelijken met een tanker. Ligt die eenmaal uit koers, dan krijg je hem moeilijk bijgestuurd. Wij waken over verwachte en onverwachte effecten. De laatste jaren bijvoorbeeld ligt het accent sterk op het verbeteren van taal en rekenen en nascholing van leraren. Maar onderwijs is óók creatief denken, burgerschap, muziek, lichamelijke oefening en wereldoriëntatie. Jongeren breed opleiden bevordert hun kansen op de arbeidsmarkt. Dus als de onderwijstanker afdrijft naar enkel taal en rekenen, dan geven we een duwtje terug.’

Wat waren opvallende adviezen van de laatste jaren?
‘Het advies Geregelde ruimte geeft aanbevelingen om docenten meer ruimte te geven om pedagogische doelen in de praktijk te brengen en de lesstof daarbij te laten aansluiten. Meer armslag dus om het onderwijs aan te passen aan de leerlingen. Je hoeft in Zierikzee niet op dezelfde wijze voor de klas te staan als in Amsterdam. Een gebrek aan professionele ruimte is een bron van frustratie voor veel goed gekwalificeerde en creatieve docenten. Zij houden het dan ook na een paar jaar voor gezien. Ze zeggen: ‘Ik heb er geen zin meer in om uitsluitend koffie te serveren die elders is bereid.’ Dat is een punt van zorg, naast de geringe kwantitatieve instroom van nieuwe docenten. Goed en boeiend onderwijs staat of valt met de bezieling van leraren. Maar ik zie ook dat scholen minder ruimte nemen voor een eigen aanpak dan de regels van het ministerie toestaan.

Een aanmerkelijk deel van onze
adviezen komt terug in beleid
 

Een ander advies van de Onderwijsraad, op verzoek van de Tweede Kamer, gaat over een eigentijdse interpretatie van artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs regelt. Het advies is om de oprichting en overheidsfinanciering van scholen – vooropgesteld dat deugdelijk onderwijs is gegarandeerd – ook mogelijk te maken op basis van pedagogische of nieuwe levensbeschouwelijke overtuigingen. Nu kan dit niet, omdat scholen moeten aansluiten bij een erkende richting zoals een katholieke, protestants-christelijke, islamitische of algemeen bijzondere levensbeschouwing. Alleen dan krijgen zij evenveel geld als het openbaar onderwijs. Een onderwijsstelsel op basis van een verzuilde samenleving van geloofsachtergronden is niet meer van deze tijd. Ouders die nieuwe scholen willen oprichten, ervaren daardoor veel drempels. Je moet een honderd jaar oud Grondwetsartikel periodiek zo oppoetsen dat het bij de tijd blijft.’

Welke adviezen zijn dit jaar nog te verwachten?
‘Er komt een advies over de onderwijsarbeidsmarkt en over het aantrekkelijker maken van de school als werkomgeving. In voorbereiding is ook een advies over burgerschap in het basis- en voortgezet onderwijs. Kinderen moeten inzicht krijgen in de beginselen en contouren van de democratische rechtsstaat en de omgang met minderheden. Burgerschap is meer dan een eigenschap van individuen, het gaat over relaties en participatie van mensen in de samenleving. Sociale uitsluiting is voor de betrokkenen zelf, maar ook voor de arbeidsmarkt een ramp. Ons advies gaat in op vragen als: wat heb je als docent nodig aan vaardigheden om burgerschap te onderwijzen en hoe weef je burgerschap in de rekenles in of in de leerlingenraad?’

Heeft de Onderwijsraad voldoende gezag?
‘Beslist. Veel discussies in de Kamer gaan over de vrijheid en de kwaliteit van het onderwijs. Het is veelzeggend dat de Kamer ons vaak om advies vraagt. Een aanmerkelijk deel van onze adviezen komt terug in beleid, zoals de verplichte bij- en nascholing van leraren en de noodzaak van masteropleidingen voor mensen die werken in het onderwijs. Werkgevers- en werknemersorganisaties in het onderwijs kijken ook heel goed naar onze adviezen.’

Bestaat uw raad over tien jaar nog?
‘Daar ga ik blind van uit. Belangrijk is wel dat het gezag van de raad als onafhankelijk adviescollege gehandhaafd blijft. De raad mag geen politieke factor worden waarvan men zegt: dat is ook een invalshoek. We moeten boven de sectorale belangen uitstijgen.’

Goede raad

Nederland telt 21 raden die de regering van advies dienen, van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid tot en met de Raad voor de Wadden. Een serie over de eigenheid en het belang van (een selectie van) die raden. Deel 6 in een serie van 10: Geert ten Dam, voorzitter Onderwijsraad.

SERmagazine september 2012

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave

Website
Alles over het thema