Home | Publicaties | SERmagazine | 2012 | april 2012 | SER-commissie Gezondheidszorg laat deskundigen aan het woord

SER-commissie Gezondheidszorg laat deskundigen aan het woord

‘Lang niet alle kosten zijn te rechtvaardigen’

De SER werkt aan een advies over de toekomst van de zorg en laat zich daarbij adviseren door externe deskundigen. Tijdens een hoorzitting begin maart kwamen twaalf experts op het terrein van de zorg aan het woord. Hun advies: meer integrale zorg, meer regionale samenwerking, een grotere rol voor de huisarts en een selectievere inzet van marktwerking.

Elke van Riel

Het huidige zorgstelsel heeft ‘perverse’ prikkels die leiden tot ongewenst gedrag, zoals overbehandelen. Dat moet anders, vinden twaalf deskundigen die op verzoek van de Commissie Sociale Zekerheid en Gezondheidszorg van de SER deelnamen aan een hoorzitting over de toekomstbestendigheid van de zorg in Nederland.
De SER-commissie bereidt hierover een advies voor en laat zich daarbij van alle kanten informeren.
De twaalf deskundigen, onder wie hoogleraren verplegingswetenschappen, oncologie en huisartsgeneeskunde, ziekenhuisbestuurders en zorgmanagers en -adviseurs, waren het opvallend eens over de zaken die anders moeten. Zo moet er volgens hen resultaatfinanciering komen, in plaats van de huidige aanbodfinanciering. Beloning op basis van output dus in plaats van op input. En er moeten grenzen worden gesteld aan het recht op zorg door het zorgaanbod af te bakenen. Dankzij de stormachtige ontwikkelingen in de genetica en techniek gaan de zorgkosten enorm omhoog. Op dat punt is volgens de deskundigen meer sturing nodig.
Artsen hebben vaak de neiging om alles wat mogelijk is uit de kast te halen. Dat komt aan de ene kant doordat in de opleidingen sterk het accent ligt op ziektebestrijding, en aan de andere kant doordat mondige patiënten dankzij ‘googleritis’ steeds vaker extra diagnostiek en verwijzingen afdwingen.
Veel patiënten zien gezondheid als een recht; het geloof in maakbaarheid is groot. Patiënten willen liever ‘vechten’ tegen hun ziekte, dan accepteren dat het leven eindig is. Volgens de experts op de hoorzitting wordt er niet of nauwelijks gekeken welke zorg effectief is en hoeveel gezondheidswinst er wordt geboekt tegen welke kosten.

Prikkels
Vooral de laatste levensfase is duur. Maar lang niet alle kosten zijn redelijk. Er wordt vaak te lang doorbehandeld. Chemotherapiebehandelingen bij kankerpatiënten bijvoorbeeld, staan soms op gespannen voet met de gewonnen levensduur en vooral met de kwaliteit van leven. Artsen moeten leren hun patiënten hierover reëler voor te lichten. Wel dienen daarbij de belangen van de patiënt voorop te staan, en niet de kosten. Volgens de experts zijn er ‘incentives’ nodig, prikkels om gewenst gedrag te stimuleren, waardoor artsen minder geneigd zullen zijn om eindeloos door te behandelen.
Nieuwe technologieën zijn alleen een aanwinst als ze de kwaliteit van de zorg daadwerkelijk verhogen. Dat is nu niet altijd zo, bijvoorbeeld omdat de mogelijkheden onvoldoende aansluiten bij de dagelijkse praktijk. Uit onderzoek onder verplegenden blijkt dat slechts 50 procent van hen tevreden is over de introductie van nieuwe technieken, aldus Anneke Francke, hoogleraar verpleging en verzorging in de laatste levensfase.
Nieuwe technologieën bieden overigens ook besparingsmogelijkheden, bijvoorbeeld in de vorm van e-health. Met name in de geestelijke gezondheidszorg zijn er veel mogelijkheden voor toepassing van virtuele vormen van preventie en nazorg. Zo zijn er cursussen ontwikkeld voor mensen met depressieve klachten. Een voordeel van e-health is dat de betrokkenheid van de patiënt bij de zorg en het zelfmanagement worden vergroot.

Samenwerken
Steeds meer mensen hebben meervoudige gezondheidsproblemen, ofwel ‘multimorbiditeit’. Dat heeft alles te maken met de vergrijzing. In 2040 is 25 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar. Op die leeftijd heeft twee derde van de mensen ten minste een of meer chronische aandoeningen. Het probleem is dat behandelingen die succesvol zijn bij mensen met één medisch probleem, lang niet altijd helpen bij oudere mensen met meerdere kwalen, zegt Rudi Westendorp, hoogleraar veroudering en multimorbiditeit bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Voor hen is een integrale, disciplineoverstijgende zorgaanpak nodig.
Om gezondheidswinst te behalen, moeten de verschillende medische disciplines, verplegenden en artsen volgens de deskundigen meer samenwerken. Dat kan bijvoorbeeld door verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten in de huisartspraktijk op te nemen, maar ook door een nieuw soort generalistische artsen in het ziekenhuis aan te stellen. Er is ook meer samenwerking nodig tussen de eerste lijn (huisartsen) en de tweede lijn (specialisten, ziekenhuis). In Nederland behandelen 9000 huisartsen 95 procent van de gezondheidsproblemen, voor 5 procent van het budget. Dat geeft wel aan hoe belangrijk hun rol is, met name ook op het gebied van preventie en vroegsignalering. Doel moet zijn patiënten zo veel mogelijk in de eerste lijn te helpen. Om dat te bereiken, moeten huisartsen een grotere regiefunctie en meer diagnostische mogelijkheden krijgen. Daarnaast is het belangrijk dat de huisarts weer, net als vroeger, een team vormt met wijkverpleegkundigen. Dit team moet worden aangevuld met een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige en een maatschappelijk werker.
De deskundigen zien geen heil in marktwerking tussen ziekenhuizen. De daarbij behorende concurrentie is volgens hen ongewenst. Ziekenhuizen moeten bij elkaar in de keuken kunnen kijken. Er is juist behoefte aan meer regionale samenwerking.
Als voorbeeld van succesvolle samenwerking wordt op de hoorzitting Hovon genoemd, een landelijk samenwerkingsverband op het gebied van de hematologische oncologie. Daarbij valt per regio een groep ziekenhuizen onder een consultation hospital waar alle expertise gebundeld is.

Personeelstekort
Een van de grote problemen in de zorg is het dreigende personeelstekort. Dat kan in 2025 oplopen tot 450.000 personen. Veel verzorgenden, verpleegkundigen en (huis)artsen werken in deeltijd, en daarnaast is er een hoge uitval door de zwaarte van het werk en door demotivatie. Wie voor werken in de zorg kiest, doet dat vanwege betrokkenheid bij mensen, maar loopt nu vaak stuk op de (steeds grotere) bureaucratie. Verzorgenden werken bijvoorbeeld wel graag bij kleinschalige woonprojecten voor ouderen. Het ziekteverzuim onder het personeel is hier zeer laag. En bovendien is er in zulke woonvormen voor eenzelfde budget meer aandacht voor de bewoners.
Voor verzorgenden en verplegenden blijkt een bepaalde mate van zelfstandigheid in het werk belangrijk. Niet voor niets is Buurtzorg, een vernieuwend concept voor thuiszorg waarbij zelfstandigheid een belangrijke pijler is, vorig jaar uitgeroepen tot beste werkgever voor organisaties met meer dan 1000 werknemers. Volgens de deskundigen kan het probleem van het personeelstekort dan ook voor een belangrijk deel worden opgelost door de inhoud van de zorg weer centraal te stellen. Óók in het komende SER-advies.

Traject SER-advies toekomstbestendigheid zorg

De SER-commissie Sociale Zekerheid en Gezondheidszorg komt volgend jaar met een advies over de betaalbaarheid van de zorg. De commissie organiseert daarvoor verschillende hoorzittingen. Eind januari was er een hoorzitting met vertegenwoordigers van cliënten-, patiënten- en consumentenorganisaties. Begin maart kwamen vertegenwoordigers van medische beroepsgroepen aan het woord, en er komen ook nog bijeenkomsten over medische technologie en zorgsparen. Verder organiseerde de SER in februari een internetconsulatie. Deze heeft 390 reacties opgeleverd