Home | Actueel | Congressen | 2012 | De nieuwe generatie ondernemers en werkenden

De nieuwe generatie ondernemers en werkenden

De stille arbeidsrevolutie

1 februari 2012, SER-gebouw Den Haag
op initiatief van Linde Gonggrijp, Mirjam van PraagEsther Raats-Coster 

Op 1 februari debatteerden ondernemers, (nieuwe) werkenden en hun vertegenwoordigers binnen de SER met elkaar over de veranderingen op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan. Initiatiefnemers van dit symposium waren SER-kroonleden prof. Mirjam van Praag, Esther Raats-Coster (PZO) en Linde Gonggrijp (FNV Zelfstandigen).

De manier waarop mensen en organisaties economisch actief of bedrijvig zijn, is volop in ontwikkeling. Dat uit zich in forse veranderingen in de afgelopen decennia op de arbeidsmarkt, in arbeidsorganisaties, arbeidsvormen en arbeidsverhoudingen, en in het toetreden van nieuwe actoren naast de klassieke werknemer en werkgever/ondernemer. Deze veranderingen voltrekken zich in relatieve stilte, maar de consequenties vormen een ware revolutie op de arbeidsmarkt.
Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de toekomstige arbeidsmarkt? Hoe kunnen ondernemers en managers op deze ontwikkelingen inspelen? Wat wordt van werkenden verwacht en wat verwachten ze zelf? Hoe kunnen talenten optimaal benut worden en blijven mensen duurzaam inzetbaar? En welke rol gaan vertegenwoordigers van ondernemers en werkenden hierin spelen?

Een impressie van een levendige bijeenkomst…

De nieuwe werkenden, nieuwe ondernemers en een nieuwe arbeidsmarkt
“Hoeveel mensen in de zaal voelen zich géén klassieke werkgever of werknemer?”, vraagt dagvoorzitter Rens de Jong. Ruim een derde van de gasten in de zaal steekt de hand op. Dit illustreert het al: de arbeidsmarkt verandert in rap tempo. Er komen nu al meer en meer zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) ofwel – een positievere term – “zelfstandig ondernemende professionals” (zop’ers). Ook de ‘grenzeloze generatie’ jongeren komt eraan, vergroeid met sociale media en vol wensen voor zichzelf.
Het aantal zzp’ers (nu ruim 8% van de beroepsbevolking) zal de komende vijftien jaar misschien wel verdubbelen. Kennis verandert snel, steeds meer gaat het om maatwerk, eigen initiatief, individuele kwaliteiten in werk en diensten. Ook de ‘gewone’ werknemer neemt een meer ondernemende instelling aan, zeker de jonge generatie. Bovendien geeft deze zelf aan meer behoefte te hebben aan flexibiliteit en autonomie.
Deze evolutie/revolutie is allereerst te merken in de dienstensector (financiën, diensten, ICT) maar zal ook zijn weg vinden in de andere sectoren van de Nederlandse economie.

Output, vertrouwen, creativiteit
Deze ontwikkelingen op arbeidsmarkt en in arbeidsrelaties zullen werkgevers, aldus inleidster Mirjam van Praag, ertoe brengen meer te sturen op output (controle op resultaat, prestatiebeloning) en minder op input (inzet, beschikbaarheid). Verder lijkt een andere managementstijl nodig, het zgn. ‘participatief leiderschap’, d.w.z. met minder hiërarchie, meer vertrouwen geven en meer samenwerken. Voor zowel zzp’ers als werknemers signaleert zij trends als meer autonoom en flexibel werken, zelf meedenken met de productie (of zelfs als werknemer een nieuwe toepassing bedenken, zoals bij de post-it-briefjes) en zelf beslissen over eigen scholingsbehoeften.

Tafelgesprek over de nieuwe generatie werkenden, m.m.v. Agnes Jongerius (FNV), Linde Gonggrijp (FNV Zelfstandigen), Bob Kronenburg (Alliander) en Remco Beek (Bijlesinstituut)
Kronenburg gaat in op de wenselijkheid van werknemer als “ondernemer binnen de organisatie”, iemand die zelf nadenkt over een beter product. Beek wijst op de mentaliteit onder jongeren van “investeren in mezelf”. Volgens Jongerius gaat het werkenden meer om zelf investeren in werk en vakmanschap, en (zeker jongeren) om zo direct mogelijk contact met een ‘baas’. De vakbond moet zich op die behoeften instellen . Linde Gonggrijp geeft aan dat het voor nieuwe werkenden, naast bescherming, nodig is om vanuit hun kracht oplossingen te zoeken.

Tafelgesprek over de nieuwe generatie ondernemers, m.m.v. Bernard Wientjes (VNO-NCW), Esther Raats-Coster (PZO), Theo Rinsema (general manager Microsoft) en Chantal Evers (De Communicatiewinkel)
Wientjes herinnert eraan dat vooral industrie belangrijk is voor Nederland: van de negen topsectoren zijn er zes maaksectoren. Die hebben een productielijn en lenen zich minder voor flexibel werken dan dienstverlening en ICT. Wel is het voor elke ondernemer handig om zelfstandigheid en creativiteit in werk te stimuleren. Hij noemt het opvallend dat twee derde van de werkenden in de creatieve industrie zzp’er is. Organisaties worden platter en er vindt een ‘gevecht om talent’ plaats. Microsoft, vertelt Rinsema, heeft een leiderschapsstijl van meer vertrouwen doorgedacht en kritisch bekeken welke controlestappen kunnen vervallen. “De mens wordt het centrum van de onderneming.” Raats-Coster vindt het ‘common sense’ om het werk leuk, interessant in te richten, gericht op ‘waarde toevoegen’. De zaal denkt mee over maatregelen die werkgevers als stimulans kunnen gebruiken, zoals variabele beloning en een ‘flexibele schil’ van ingehuurde werkkrachten.

Belangenorganisaties en nieuwe arbeidsverhoudingen
De vakbond, aldus Jongerius, moet aansluiten op een grotere pluriformiteit onder werkenden en meer sectorgewijs gaan werken en maatwerk bieden. De Nieuwe Vakbeweging kan bijvoorbeeld helpen met informeren, belangenbehartiging, competenties ontwikkelen, en arrangementen voor ondernemende werkenden aanbieden. Organisaties van zzp’ers/ nieuwe werkenden lobbyen voor betere wet- en regelgeving. Wientjes beschouwt qua risico dragen en regelgeving zzp’ers als ondernemers. Zelf zijn zzp’ers verantwoordelijk voor hun verzekeringen en bestedingen in hun bruto-nettotraject. “Er zijn nieuwe arbeidsverhoudingen nodig”, concludeert hij, verhoudingen die het talent centraal stellen.

Afsluiting door Alexander Rinnooy Kan
In zijn slotwoord dankt de SER-voorzitter de deelnemers voor de mooie start en de creatieve ideeën die zijn aangereikt. De ontwikkelingen gaan vragen eigenlijk om een blijvende sociale innovatie, met veel uitdagingen t.a.v. duurzame inzetbaarheid, arbeidsaanbod van vakmensen, (onbenut) potentieel op de arbeidsmarkt, behoefte aan ondernemende jongeren en jonge ondernemers, wijzigingen in arbeidsrelaties, activerende sociale zekerheid, een vervolg op arbeidsovereenkomst/flexwet, en meer gelijkwaardigheid voor de diverse arrangementen. Kunnen we, als een mooi vervolg, de arbeidsmarktinstituties kritisch doordenken en in 2020 zodanig inrichten dat deze blijvend bijdragen aan (zie het gelijknamige SER-advies uit 2006) ‘welvaartsgroei voor en door iedereen’?