Home | Secretariaat | Vragen over de SER | Vragen over de overlegeconomie

Veelgestelde vragen - Over de overlegeconomie


Wat is de betekenis van overleg voor de Nederlandse economie?

Het is erg belangrijk om overeenstemming te bereiken over doelen en middelen van het sociaal-economisch beleid. In Nederland doen we dat via overleg op verschillende niveaus: 

  • In de bedrijven overlegt de ondernemingsraad met de bedrijfsleiding. 
  • Op brancheniveau onderhandelen vakbonden met werkgeversorganisaties over de collectieve arbeidsvoorwaarden in de bedrijfstak. 
  • Op nationaal niveau fungeren de SER en de Stichting van de Arbeid.

Door dat overleg kent Nederland relatief weinig arbeidsconflicten. Het aantal stakingsdagen is laag in vergelijking met het buitenland.


Wat is het verschil tussen de SER en de Stichting van de Arbeid? 

SER Stichting van de Arbeid
In 1950 opgericht bij wet (publiekrechtelijk) In 1945 opgericht door de centrale organisaties van ondernemers en werknemers (privaatrechtelijk)
Drie groeperingen: ondernemers, werknemers en kroonleden Twee partijen: ondernemers en werknemers
Taken: Adviseren van regering en parlement; toezicht houden op product- en bedrijfschappen; medebewindstaken en bevorderen bedrijfsleven Taken: Platform voor dagelijks overleg tussen ondernemers en werknemers; aanbevelingen geven aan het bedrijfsleven; twee keer per jaar overleg met het kabinet (voor- en najaarsoverleg)


Hoe groot is de organisatiegraad in Nederland van werknemers en werkgevers?

De organisatiegraad van de ondernemers is hoog, zo’n 90 procent. Dit komt doordat ondernemers zelf duidelijk baat hebben bij het lidmaatschap van een ondernemersorganisatie.
De organisatiegraad van werknemers is lager. Ongeveer 25 procent van de werknemers (1,8 miljoen mensen) is lid van een vakbond. Het persoonlijke voordeel van het vakbondslidmaatschap voor werknemers is minder duidelijk. Ook niet-georganiseerden profiteren immers van het werk van de vakbeweging, zoals het afsluiten van een cao.
Toch genieten de vakbonden in Nederland ruime steun. Zo blijkt uit onderzoek dat een meerderheid van alle werknemers er positief tegenover staat.


Wat is een cao? 

In een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) maken werkgevers en vakbonden bindende afspraken over de arbeidsvoorwaarden van de werknemers in een bepaalde sector of onderneming. De cao bevat gezamenlijke regelingen over salarissen, reiskostenvergoeding, vakantiedagen, werktijden, werkomstandigheden en dergelijke.
Een cao geldt maximaal twee jaar.
In eerste instantie geldt een cao alleen voor de werkgevers die lid zijn van de organisaties die haar hebben afgesloten. Deze werkgevers zijn verplicht de cao toe te passen op al hun werknemers, ook als ze geen vakbondslid zijn.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan een cao algemeen verbindend verklaren (avv-verklaring). Dan geldt die cao voor álle werkgevers en werknemers in een bedrijfstak, dus ook voor de werkgevers (en hun werknemers) die niet betrokken waren bij de totstandkoming ervan. Het algemeen verbindend verklaren voorkomt ongewenste concurrentie op het gebied van arbeidsvoorwaarden. Ruim 84 procent van de werknemers valt onder een cao. 


Is de overlegeconomie typisch Nederlands?

Nee, ook in andere landen ziet men het belang van goede samenwerking tussen sociale partners en de overheid. Zo worden in veel landen ook cao’s afgesloten. Ook zijn er vergelijkbare instituten als de SER te vinden, zowel binnen als buiten de Europese Unie. Wel zijn hun samenstelling en taken vaak anders dan in Nederland. Zo maakt in sommige landen de overheid zelf deel uit van de sociaal-economische raad.

De Nederlandse SER is medeoprichter van een vereniging van SER’en en soortgelijke instituten over de hele wereld, de AICESIS. Doel van die vereniging is onderling ervaringen uitwisselen en bevorderen dat er ook in andere landen sociaal-economische raden of soortgelijke instanties komen.
De vereniging telt ruim veertig leden uit Europa, Afrika, Azië en Latijns-Amerika.
Op EU-niveau functioneert bovendien het Economisch-Sociaal Comité (ESC).