Home | Publicaties | SERmagazine | 2017 | Februari 2017 | SCP-rapport blikt vooruit naar 2050

SCP-rapport blikt vooruit naar 2050

De vraagstukken van de toekomst

De toekomst is niet te voorspellen, maar volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) komen er zeker twee grote uitdagingen op ons af: duurzaamheid en solidariteit. In het rapport De toekomst tegemoet – leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren in het Nederland van later trekt het SCP de huidige trends door naar 2050. Het rapport werd 21 december overhandigd aan het SER Jongerenplatform.

Corien Lambregtse

Aan wie kun je een rapport over de toekomst beter aanbieden dan aan de generatie die de toekomst voor een groot deel bepaalt? Daarom koos het SCP ervoor het rapport aan te bieden aan het SER-Jongerenplatform: een vertegenwoordiging van de jongerenorganisaties in Nederland.

Ook bij de SER staat de toekomst hoog op de agenda, getuige de onlangs verschenen SER-adviezen Een werkende combinatie, over het combineren van werken, leren en zorgen in de toekomst, en Mens en technologie, over robotisering.

Volgens onderzoeksleider prof.dr. Jos de Haan is het net verschenen rapport anders dan de rapporten die het SCP normaliter uitbrengt. ‘We komen deze keer niet met cijfers en doorrekeningen. We zijn uitgegaan van vier drijvende krachten in de samenleving: demografie, economie, technologie en ecologie en hebben gekeken naar de trends die door deze krachten worden veroorzaakt in de domeinen leren, werken, zorgen, samenleven en consumeren. Ons rapport laat dus zien welke richting we uitgaan en welke vraagstukken daarbij ontstaan. Die vraagstukken willen wij bij de overheid, beleidsmakers, maatschappelijke organisaties en iedereen die hierbij betrokken is, agenderen. Daarom is het woord ‘agenderen’ expres het laatste woord in dit rapport. Er zit urgentie achter.’

Is er werkelijk al iets zinnigs te zeggen over 2050?

‘Het beeld dat wij presenteren van de toekomst is natuurlijk zoveel mogelijk gefundeerd op wetenschappelijke kennis, in de lijn van de trends die we nu zien. Dat beeld toont meer dynamiek, meer maatwerk en meer eigen regie. Het individu krijgt meer (keuze-)vrijheid. Aan de ene kant is dit goed nieuws voor veel mensen. Aan de andere kant geeft dat ook meer onzekerheid, stress, kwetsbaarheid, ongelijkheid, en dat kan niet iedereen aan. Er komen dus nieuwe achterblijvers. Voor de mensen die wel mee kunnen komen, wordt het overigens ook niet makkelijk, want zij krijgen het drukker doordat ze nog meer dan nu werken, leren en zorgen moeten combineren.

Daarnaast moeten we er met z’n allen voor zorgen dat we de opwarming van de aarde tegengaan, wat betekent dat we afscheid moeten nemen van fossiele energie en dat heeft gevolgen voor alle domeinen van onze samenleving.

Het woord ‘agenderen’ is expres
het laatste woord in dit rapport
 

De grote collectieve uitdagingen die wij hierbij voorzien, zijn solidariteit en duurzaamheid. Hoe gaan we om met de nieuwe achterblijvers en hoe schakelen we over naar een fossielvrije economie en samenleving?’

Het rapport schetst dus best een somber beeld.

‘Misschien wel, maar dat komt ook omdat we dit rapport in eerste instantie voor de overheid en beleidsmakers schrijven. Aan alles wat goed gaat, hoeft niet veel te gebeuren. Vraagstukken waaraan wel wat moet gebeuren, zetten we met dit rapport op de agenda. We hopen dat we naast de overheid ook alle andere partijen en organisaties bereiken die aan de oplossingen kunnen bijdragen. De trend die we zien is namelijk dat de overheid minder regelt via collectieve arrangementen. Er zal steeds meer maatwerk nodig zijn. Dat vraagt de inzet van de hele samenleving.’

Uit eerder onderzoek blijkt dat twee op de drie mensen bang zijn dat toekomstige generaties het slechter krijgen dan wij.

‘Wij hebben voor dit rapport mensen niet om hun mening gevraagd, maar hebben louter gekeken naar het effect van de drijvende krachten. We gaan bijvoorbeeld uit van een voorzichtig economisch scenario van 1 procent groei op de lange termijn. Zouden we voor 2 procent groei kiezen, dan wordt het beeld een stuk optimistischer, omdat we meer geld hebben om te investeren in bijvoorbeeld zorg en leren, en ook in duurzaamheid. Maar 1 procent vonden we uitdagender vanwege de beperktere middelen.’

Waar maakt u zich het meest zorgen over?

‘Over de nieuwe achterblijvers. De mensen die slechts in beperkte mate beschikking hebben over hulpbronnen, die minder sociale vaardigheden hebben, kleinere netwerken hebben en moeite hebben om met de overvloed aan informatie om te gaan. De belangrijkste scheidslijn loopt in 2050 misschien niet tussen de haves en de havenots, maar tussen de cans en de cannots, degenen die wel en niet genoeg vaardigheden hebben om mee te komen. Solidariteit tussen die maatschappelijke groepen is straks waarschijnlijk minder vanzelfsprekend dan nu.’

Zijn er al oplossingen bedacht?

‘Wij noemen dit rapport een verkenning van verkenningen. We weten wat we de komende jaren te onderzoeken hebben in de verschillende domeinen die in het rapport zijn benoemd. Dan hebben we het bijvoorbeeld over het organiseren van de nodige mantelzorg, ook in krimpgebieden. Over een economie waarin veel vaste banen verdwijnen en werkenden steeds meer op afroep beschikbaar moeten zijn. Over arbeid die door robotisering en automatisering verdwijnt en de nieuwe werkgelegenheid die daarvoor in de plaats komt. Wij blijven de beleidsmakers dus van informatie voorzien om strategische beslissingen te kunnen nemen.’ 

Reacties SER-Jongerenplatform

AWVN Young HR, Lineke Oosterwechel: samenwerking
‘Vanuit het werkgeversperspectief zien wij verdere automatisering en flexibilisering van arbeid als een belangrijke, niet te onderschatten trend, mede vanwege de snelheid en impact van sociale innovaties. Burgers zullen hierdoor in de toekomst vaker wisselen van baan en beroep. Dit stelt uiteraard eisen aan het vermogen van werkenden, maar ook aan bedrijven. Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen politiek, bedrijfsleven en burger om te voorkomen dat een deel van de bevolking straks niet meer mee kan komen en dat initiatieven voor een betere toekomst straks puur aan markt en burgers wordt overgelaten.’

VCP Young Professionals, Elwin Wolters: toenemende druk
‘Onder jonge, net startende werknemers zijn de ‘opafroepeconomie’ en de toenemende combinatiedruk al duidelijk zichtbaar. Veel jonge werknemers hebben flexibele contracten waardoor het moeilijk is om een leven op te bouwen. Daarbovenop komt de toenemende druk om te werken, te zorgen voor kinderen en/of ouders en te blijven leren. Veel dertigers verdwijnen hierdoor tijdelijk uit de roulatie. En dit zal alleen maar toenemen. Wij willen dit rapport gebruiken om te kijken of we tot een gemeenschappelijke jongerenvisie kunnen komen en dit ook op de agenda van de SER kunnen zetten.’

CNV Jongeren, Semih Eski: onzekerheid
‘Jongeren zijn in de toekomst steeds meer de dupe van de ‘op-afroepeconomie’. De continuïteit in het werk daalt en er zijn minder mogelijkheden om een loopbaan te plannen. Het SCP-rapport bevestigt onze zorgen over de verder toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt. Onzekerheid lijkt de enige zekerheid te worden op de arbeidsmarkt van de toekomst. Dit betekent dat jongeren steeds vaker van werk moeten switchen en minder ruimte hebben om hun carrière te plannen. De druk op de jongeren zal daardoor ook veel hoger worden. Wij vinden dat alle jongeren een eerlijke plek verdienen op de arbeidsmarkt.’

FNV Jong, Kristina van der Molen: solidariteit
‘Het SCP-rapport raakt veel punten waar wij ons dagelijks mee bezig houden bij het SER Jongerenplatform en bij FNV Jong. De belangrijkste boodschap is het nadenken over nieuwe vormen van solidariteit. Dit slaat op alle onderwerpen die worden behandeld, zoals de zorg en de groeiende onzekerheid over de toekomst van ons werk. We moeten laten zien dat solidariteit iedereen ten goede komt en dat solidariteit beide kanten op werkt. Ik zou zeggen: toewerken naar beleid waar de gewone man of vrouw baat bij heeft in het dagelijks leven, bijvoorbeeld door beleid dat de financiële zelfstandigheid van mensen bevordert.’

Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs, Jasper Schöbel: minder diversiteit
‘Eén van de trends is dat groepen van gelijkgestemden elkaar meer opzoeken. Dit vermindert de diversiteit in meningen en opvattingen op sociaal en cultureel gebied. Samen met de trend op het gebied van een leven lang leren en nieuwe onderwijsvormen zien wij dit als de twee belangrijkste trends uit het rapport. De overheid, bedrijfsleven en sociale partners moeten samenwerken om ervoor te zorgen dat de negatieve punten van deze trends nú worden opgelost in plaats van in 2050.’

Voorzitter Nationale Jeugdraad, Caesar Bast: stabiele liefde
‘In 2050 is zelfredzaamheid een absolute voorwaarde om je weg te kunnen vinden. Overleven hangt af van talenten en vaardigheden. De huidige sociaaleconomische scheidslijn tussen haves en havenots, zal veranderen in een scheidslijn tussen cans en cannots. Mogelijk komt de huidige volksrevolte voort uit een voorgevoel van wat ons te wachten staat. Na decennia van extreem vooruitgangsdenken, kiezen we nu voor radicaal populisme met een focus op het vertrouwde verleden. Daarna zullen we waarschijnlijk weer terugkaatsen naar extreem vooruitgangsdenken. Maar er is ook zoiets als een stabiele liefde waarvoor we kunnen kiezen, met drie belangrijke eigenschappen: trouw aan onze basiswaarden, geïnspireerd door ons verleden en nieuwsgierig naar onze toekomst. Alleen daarmee kunnen we ons lot in eigen hand nemen en zorgen dat er straks geen achterblijvers zijn.’

Jong Management, Julius Kousbroek: meer flexibiliteit
‘Als vereniging van jonge werkgevers herkennen wij de trend dat de toekomst van de arbeidsmarkt steeds flexibeler wordt met relatief kortere klussen. We merken dat werkgevers huiverig zijn om vaste contracten te geven. Dit is niet omdat ze het hun werknemers niet gunnen, maar omdat de risico’s soms niet meer te calculeren zijn. Wij vinden het belangrijk om op zoek te gaan naar nieuwe vormen van arbeidscontracten die aansluiten bij de veranderende arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld contracten voor een periode van vijf of zeven jaar of een soepeler ontslagrecht. Een andere trend is dat burgers steeds zelfredzamer (moeten) worden. Wij willen graag meedenken over mogelijkheden om werknemers flexibeler en zelfstandiger om te laten gaan met opleidingsbudget. Kortgezegd: op naar een toekomst met meer flexibiliteit voor werkgever en werknemer, zonder onze normen en waarden te verliezen.’

SERmagazine nr. 2 - februari 2017

SERmagazine in PDF


Open online publicatie

Inhoudsopgave