Home | Publicaties | SERmagazine | 2017 | Februari 2017 | Marc Calon, nieuwe voorzitter LTO Nederland

Marc Calon, nieuwe voorzitter LTO Nederland

‘De luiken gaan open’

Marc Calon, ervaren PvdA-politicus, bestuurder én akkerbouwer in Groningen, is in januari aangetreden als nieuwe voorzitter van LTO Nederland. De belangenorganisatie voor boeren en tuinders zit in een stevig vernieuwingsproces. ‘In het sollicitatiegesprek zei ik: ik kom alleen als er iets verandert.’

Elke van Riel

‘Waar was je ook alweer van?’, vraagt Marc Calon (58). Zijn behoedzaamheid is niet verwonderlijk. Als gedeputeerde voor de PvdA in Groningen en als voorzitter van de koepel van woningbouwcorporaties Aedes lag hij enkele keren flink onder vuur in de pers.

Hij staat bekend als iemand die geen blad voor de mond neemt. Directer en meer uitgesproken dan zijn voorganger Albert Jan Maat, die ruim negen jaar voorzitter van LTO Nederland was.In het afgelopen halfjaar werden bij LTO de contouren bepaald voor een intensief moderniseringsproces. Aan Calon de taak om die modernisering door te voeren.

De begroting gaat van 1,6 naar 5,6 miljoen euro. Hiervan heeft 2,8 miljoen te maken met een verschuiving van taken naar centraal niveau en is 1,25 miljoen een extra investering vanuit de reserves. Er komt een centraal apparaat met specialisten voor sectorale belangenbehartiging. LTO gaat werken rond thema’s als klimaatverandering, duurzaamheid, integriteit van voedsel en gezondheid. Naast ‘plantaardig’ en ‘dierlijk’ komt er een derde poot: multifunctionele landbouw, zoals zorgboerderijen en natuurontwikkeling door boeren. Bovendien verhuist LTO richting het Haagse centrum. Qua locatie niet alleen beter bereikbaar met het openbaar vervoer, maar ook op loopafstand van de Tweede Kamer, de ministeries, VNO-NCW en de SER.

Hebt u lang getwijfeld over het voorzitterschap van LTO?

‘Ja, want het was toch terug naar mijn oude metier, terwijl de wereld veranderd is. Ik vond dat de landbouwbelangenbehartiging professioneler moet en minder met de rug naar de toekomst. In mijn sollicitatiegesprek heb ik gezegd: ‘Als jullie willen consolideren, moet je mij niet vragen, want ik ben geen beheerder. Ik functioneer het best in situaties waarin dingen moeten worden veranderd. En ik moet draagvlak hebben, want ik kan niks alleen’.’

Blijkbaar zijn jullie eruit gekomen.

‘Ja, de luiken gaan open. Dat is niet mijn verdienste, maar van mijn collega’s en voorganger.’

Welke plannen hebt u voor LTO de komende jaren?

‘Ik wil de vernieuwing die in de steigers staat, verder doorzetten. Daarnaast wil ik meer bondgenootschappen met organisaties zoals Natuur & Milieu, Landschappen en de Consumentenbond. Ook ga ik directere vormen van democratie en communicatie invoeren. De communicatie met onze leden is nu nog traditioneel, met bijeenkomsten en vergaderingen. Ik wil meer communities op internet en WhatsApp-groepen.’

Wat wordt de grootste uitdaging?

‘Iedereen denkt dan meteen aan het mestdossier, maar een veel groter probleem dat op ons afkomt is het afzakken van de middenklasse in de westerse wereld.

Ik functioneer het best in situaties waarin dingen moeten worden veranderd

 

Doordat mensen minder zekerheden hebben over hun pensioen, hun baan en de toekomstkansen van hun kinderen, stemmen ze voor een Brexit en tiert het populisme welig. Dat kan leiden tot protectionistische tendensen. Nederland exporteerde in 2016 voor 85 miljard euro aan landbouwproducten, dus dat kan ons veel geld kosten.

Het is beter voor de koeien en het milieu als koeien op
stal staan, maar de consument wil een koe in de wei

 

Een ander probleem is dat de Nederlandse boeren technisch de beste ter wereld zijn, maar dat het ook gaat om beleving. Zo is het milieutechnisch en voor de gezondheid van koeien beter om op stal te staan, maar de consument wil een koe in de wei. Dat bepaalt dan je license to operate.’

Duurzame veehouderij

In de veeteelt bestaan grote problemen met dierziektes en voedselschandalen. De SER-commissie Duurzame veehouderij, onder leiding van Ed Nijpels, pleitte afgelopen november voor een strakke centrale regie en uitsluitend overheidssteun voor duurzame voorlopers.

Wat vindt u daarvan?

‘Ik ben het daar 100 procent mee eens. Vroeger hadden wij de productschappen, dat waren onze eigen instellingen met overheidstaken. Het afschaffen ervan is heel onverstandig geweest, want als er nu een crisis uitbreekt, een veeziekte of antibioticumcrisis, hebben wij veel moeite om die te beheersen. Er is dus behoefte aan een regisseur: een entiteit die dingen kan regelen in de sector, die doorzettingsmacht heeft, maar ook draagvlak.

Nederland is polderland: we doen het samen, dat zit in onze cultuur
 

De productschappen zijn afgeschaft met het argument dat instellingen markt óf overheid moeten zijn. Maar dan moet je ook geen SER willen hebben. Ik ben juist voorstander van zo’n entiteit, want Nederland is polderland: we doen het samen, dat zit in onze cultuur.’

Wat voor een soort voorzitter wordt u?

‘Ik communiceer wat korter en directer dan de meeste bestuurders. Ik praat niet met meel in de mond. Daar kunnen wel eens ongelukken van komen, want ik schiet soms uit de heup. Ik moet uitkijken dat ik mensen niet beledig. Mijn taalgebruik kan wat gepolijster. Maar ik ben wel iemand die dingen in beweging krijgt. Dat past bij de opgave die ik nu heb. Een aantal mensen bij de LTO kent mij ook al twintig jaar. Die weten wie ze in huis hebben gehaald en zeggen: zo’n type als jij hebben we nu nodig.’

Na uw benoeming bij LTO zei u dat u een boer in hart en nieren bent en blijft.

‘Toen mijn vader in 1984 overleed, nam ik het bedrijf noodgedwongen over. Ik studeerde in de winter en deed in de zomer de boerderij. Mijn ouders hebben het bedrijf met bloed, zweet en tranen van nul af opgebouwd, dus daar zit veel emotie in bij mij.

Omdat ik er ben opgegroeid, vind ik het fantastisch om op dat land te werken, te ploegen, de grond te ruiken, de gewassen te zien groeien en hoge opbrengsten te halen. Ik wil zelf op de trekker zitten, zelf ploegen en zaaien, zelf oogsten. In augustus maak ik weken van 100 uur. Als ik het door het jaar heen te druk heb, regel ik hulp.’

Is het belangrijk dat u als LTO-voorzitter zelf met de voeten in de klei staat?

‘Heel belangrijk! Doordat ik er middenin zit, hoor ik veel. Bovendien weet ik wat het is om voor eigen rekening en risico te werken. Ik heb ook wel eens wakker gelegen of ik de rekeningen kon betalen. Als ik andere boeren vertel dat mijn ouders begonnen zijn op een pachtbedrijf, keihard hebben gewerkt en dat mijn vader koeien is gaan melken omdat de akkerbouw weinig opbracht, weten ze: hij is één van ons. En dat is ook zo. Ik ben geen huurling die met zijn koffertje binnenkomt, een trucje doet en dan weer weg is.’

Wat wilt u over vijf jaar bereikt hebben als LTO-voorzitter?

‘Dat boeren weer trots zijn op hun boer-zijn. Veel boeren hebben nu het gevoel dat ze in de verdediging zitten en dat ze een slecht imago hebben. Terwijl het een fantastisch vak is.’

Wie is Marc Calon?

Marc Calon (1959) groeide op in het Groningse gehucht Zuurdijk en heeft daar een akkerbouwbedrijf (58 hectare). Hij studeerde landbouwwerktuigkunde en -plantenteelt in Wageningen. Hij gaf les aan een landbouwschool in Groningen en werd voorzitter van de Groninger Maatschappij van Landbouw en vicevoorzitter van de Noordelijke Land- en Tuinbouworganisatie. Vanaf 1999 was hij tien jaar PvdA-gedeputeerde van de provincie Groningen. Van 2009 tot 2017 was hij voorzitter van de koepel van woningbouwcorporaties Aedes. Hij is getrouwd en heeft drie studerende kinderen.

SERmagazine nr. 2 - februari 2017

SERmagazine in PDF


Open online publicatie

Inhoudsopgave