Home | Publicaties | SERmagazine | 2012 | juni 2012 | Jetta Klijnsma over de inrichting van de nieuwe vakbeweging

Jetta Klijnsma over de inrichting van de nieuwe vakbeweging

Een vakbeweging voor de 21ste eeuw

Jetta Klijnsma presenteerde op 1 mei een schets voor de nieuwe vakbeweging. De komende weken worden adviezen ingewonnen, op 23 juni moet de interimvakbeweging aan de slag. ‘Ik ben ervan overtuigd dat we een vakbeweging nodig hebben om de arbeidsmarkt ordentelijk in te richten, voor álle mensen – ook de onderkant, ontslagen werknemers, flexwerkers.’

Michèle de Waard

De eerste schets van Jetta Klijnsma voor de inrichting van een nieuwe vakbeweging in Nederland stuit bij grote bonden op scepsis. ‘Wij doen niet mee als in het bestuur van De Nieuwe Vakbeweging geen zzp’er zit’, zegt Charles Verhoef van FNV Zelfstandigen Bouw. Henk van der Kolk, van FNV Bondgenoten: ‘Wij zetten niet onze handtekening onder een van bovenaf opgelegde indeling.’ Voorzitter Rendert Algra van de Unie stapte op omdat hij zijn bestuur niet kon enthousiasmeren voor deelname aan de vakbeweging-nieuwe-stijl. CNV-voorzitter Jaap Smit reageerde zuinig: ‘Alles staat of valt met het verhaal dat de vakbeweging gaat vertellen.’ Juist op het verhaal heeft Klijnsma met haar vier kwartiermakers de afgelopen maanden intensief gebroed. Het resultaat daarvan is op 1 mei in het Haagse Nutshuis gepresenteerd. Nadat oud-SER-voorzitter Herman Wijffels en Eerste Kamerlid Han Noten eind vorig jaar een reddingsactie ondernamen om een eind te maken aan de interne verdeeldheid bij de FNV, toverden ze een konijn uit de hoed: Jetta Klijnsma, Tweede Kamerlid. Ze geldt als het sociale geweten van de PvdA.
Met haar onstuitbare enthousiasme en opgewekte humeur weet ze mensen snel voor zich in te nemen. Maar onderschat de steenhouwersdochter uit Hoogeveen niet. Klijnsma weet wat ze wil. Een ‘iron lady in cadeauverpakking’ typeerde een Haags politicus haar eens toen ze nog wethouder in Den Haag was. Zo ijvert ze voor hervormingen die in haar partij omstreden zijn, zoals een werktraject voor jongeren met een handicap. Ook haalde Klijnsma haar aarzelende partijgenoten over om in te stemmen met verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar, maar mét een goed vangnet voor de zwakke groepen op de arbeidsmarkt. Als het Klijnsma en haar kwartiermakers niet lukt om het huis van de vakbeweging te verbouwen en ook voor nieuwkomers aantrekkelijk te maken, wie dan wel? Het voorstel dat sinds 1 mei druk bediscussieerd wordt, is weliswaar een eerste schets van een vakbewegingnieuwe-stijl. Maar de richting die Klijnsma en haar kwartiermakers hebben uitgestippeld, is duidelijk. ‘De nieuwe vakbeweging is er voor iedereen: vaste krachten, zzp’ers en ook voor mensen die met pensioen zijn. Ze helpt niet alleen werkenden aan hoger loon. Ze steunt ook mensen die ontslagen worden bij de zoektocht naar ander werk. En de leden hebben het voor het zeggen.’

U wilt de missie van de nieuwe vakbeweging breder maken?
‘Nou en of. De vakbeweging moet er voor allerlei mensen zijn. De arbeidsmarkt verandert sneller dan de vakbeweging. Door mondialisering en flexibilisering ontstaat een nieuwe arbeidswereld. Het is essentieel dat iedereen zich daarin thuis voelt: mensen met een vaste baan, maar ook jongeren die een klein baantje hebben, mensen met een tijdelijk contract, mensen die ontslagen zijn en gepensioneerden die maatschappelijk nog actief willen zijn. ‘Er is in de samenleving behoefte aan allerlei soorten werk, maar de huidige vakbeweging springt niet in dat gat. De nieuwe vakbeweging moet iets bieden voor de hele levensloop van mensen.’

De vakbeweging sluit nu niet aan bij de behoeften van mensen?
‘Niet altijd. Je moet weten wat mensen in elke levensfase nodig hebben. Toen we in januari met ons werk begonnen, zijn we bewust eerst gaan praten met leden van de bonden, met niet-leden, met mensen die op de arbeidsmarkt actief zijn en willen worden. Toen ik bij een grote zorginstelling in Apeldoorn kwam waar veel jonge vrouwen werken en vroeg wie van hen lid is van de vakbond, keken ze me aan alsof ik uit de vorige eeuw kwam. ‘De vakbond is iets van mijn vader, wat moet ik daarmee’, zei de een. En een ander: ‘Ik heb toch een rechtsbijstandsverzekering?’ ‘Ze hadden geen idee wat een vakbond voor ze doet. Want die verzekering is wel gebaseerd op de cao waarover de vakbeweging jaarlijks voor ze onderhandelt. Zodra deze vrouwen, allemaal middelbaar opgeleid, kinderen krijgen en parttime willen gaan werken of moeten ophouden met hun werken, zijn hun behoeften heel anders. Daarop moet de vakbeweging een antwoord op hebben. ‘Ook zijn er allerlei mensen – jongeren, moeders, ouderen – die dolgraag willen werken, maar niet aan boord komen. En er zijn mensen die hun baan verliezen en met de beste wil van de wereld niet meer aan de bak komen. De vakbeweging moet er ook voor hen zijn.’

Ze moet mensen helpen aantrekkelijk te blijven voor de arbeidsmarkt?
‘Het kan toch niet zo zijn dat mensen die al jaren lid zijn, de bond opbellen als hun werkgever hen op hun 53ste ontslaat, en dat er dan alleen wordt verwezen naar een sociaal plan en naar een WW-uitkering? Deze mensen zitten niet alleen financieel aan de grond. Hun hele wereld stort in. Ze willen werken en niet thuis blijven zitten.
‘Bevordering van de zelfredzaamheid van mensen wordt steeds belangrijker. Banen duren korter, functies veranderen sneller, ouderen zullen langer doorwerken. Veel mensen hebben diepe angst hun baan te verliezen. Investeer in hun werkzekerheid, in begeleiding van werk naar werk. De behoefte daaraan zal toenemen. Toen ik als staatssecretaris weer eens een werkplein opende, was ik telkens verbaasd dat de vakbeweging ontbrak.’

Hoezo?
‘Op een werkplein wemelt het van de loketten: werkgevers, uitzendbureaus, gemeenten, een jongerenloket, de UWV. Maar de vakbeweging zie je niet. Dat is vreemd. Op een werkplein moet je lid van een bond kunnen worden. Een moderne vakbeweging moet in dat gat kunnen springen. Er moet wel boter bij de vis, want die begeleiding naar werk kan niet met de contributie van de leden worden betaald. Overheid en werkgevers zullen moeten bijspringen.’

Hoe voorkomt u dat in de nieuwe vakbeweging dezelfde mensen opnieuw de dienst uitmaken?
‘De nieuwe vakbeweging moet voor nieuwe groepen aantrekkelijk worden. De leden maken direct de dienst uit in een ledenparlement. Ze bepalen ook zelf hoe ze zich organiseren – via de beroepsgroep, via hun religie, hun leeftijd of generatie. Autonome groepen kunnen ook lid worden.

‘Door het ledenparlement is het niet meer mogelijk dat twee grote partijen de meerderheid van de leden vertegenwoordigen en de zaak op slot zetten zoals bij het pensioenakkoord het geval was. Een bond mag niet meer dan 16 procent zeggenschap hebben, anders moet ze zich opsplitsen. De leiding van Bondgenoten en AbvaKabo wees na een ledenraadpleging achteraf het pensioenakkoord uiteindelijk af. Maar wij merkten bij onze rondgang dat de achterban wel degelijk begrip heeft voor het feit dat er langer gewerkt moet worden. In de toekomst moet vooraf duidelijk zijn hoe leden over een onderwerp denken.’

Verwacht u werkelijk dat de grote FNV-bonden met uw voorstel zullen instemmen?
‘Kijk, wij hebben een visie opgeschreven en een daarbij horende structuur. Maar het is een werkdocument waarop bonden en buitenstaanders deze weken kunnen adviseren. Half juni willen we wel helderheid hebben zodat op 23 juni een interim-vakbeweging kan beginnen aan de omvorming.
‘Eén ding moet heel duidelijk zijn: als de vakbeweging van de 21ste eeuw wil worden, kan ze zich niet meer permitteren om flexwerkers en zzp’ers buiten te sluiten. De arbeidswereld is ingrijpend veranderd. Ook de werkgever. Anonieme aandeelhouders in het buitenland zetten veel eerder het mes in een organisatie of sluiten een bedrijf. De nieuwe vakbeweging speelt flexibel in op die veranderingen. ‘Ze kan niet alleen blanke mannen boven de vijftig jaar met een vaste baan bedienen, hoe gemotiveerd de oude getrouwen die we gesproken hebben ook zijn. Velen van hen hebben ons geholpen met goede ideeën.’

Bij een nieuwe vakbeweging hoort ook een nieuwe naam en een nieuw gezicht. Bent u dat?
‘Nee, daar heb ik goed over nagedacht. Ik ben meer van het openbaar bestuur, ik moet geen voorzitter worden, want ik kom niet uit de vakbeweging voort. Ik ben ervan overtuigd dat we een vakbeweging nodig hebben om de arbeidsmarkt ordentelijk in te richten, voor álle mensen – ook de onderkant, ontslagen werknemers, flexwerkers. En een nieuwe vakbeweging krijgt het meest voor elkaar met één, direct gekozen voorzitter.
‘Zit je aan de overlegtafel met een versplinterde vakbeweging met bijvoorbeeld straks zeven personen, dan krijg je niets klaar. Terwijl die zeven onderling proberen de zaak kort te sluiten, is de arbeidsmarkt alweer drie stappen verder. Met één voorman of voorvrouw is de vakbeweging veel sterker en krijgt ze veel meer gedaan. Eendracht maakt macht. Daar gaat het toch om.’

Wie is Jetta Klijnsma?
Jetta Klijnsma (1957, Hoogeveen) is Tweede Kamerlid voor de PvdA. Met vier kwartiermakers maakte ze een model voor een nieuwe vakbeweging waarin ‘iedereen zich thuis zou kunnen gaan voelen’. Een eerste ontwerp is op 1 mei gepresenteerd. Klijnsma studeerde sociaal-economische geschiedenis in Groningen. Ze was wethouder in Den Haag en staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet Balkenende-IV.
SERmagazine juni 2012

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave