‘De voedselvoorziening moet duurzamer’
Jonge boeren zien toekomst in duurzame landbouw. Maar het ontbreekt hen vaak aan kapitaal en grond. Wilco de Jong, voorzitter Nederlands Agrarisch Jongerenkontakt (NAJK), en Albert Jan Maat, voorzitter LTO Nederland, over de lusten en lasten van het agrarisch ondernemerschap.
Loek Kusiak
‘Het leuke van boer zijn? Voor mij is dat de omgang met dieren, het wonen op het platteland, de vrijheid om zelf je productieresultaat te bepalen.’ Wilco de Jong (28) heeft met zijn ouders een melkveebedrijf met 250 koeien in het Friese Nijeholtwolde. Daarnaast is hij voorzitter van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), belangenbehartiger van 9000 jonge boeren en tuinders. ‘Via onze 160 afdelingen brengen we maandelijks enkele duizenden boeren bij elkaar. We wisselen best practices uit en praten over problemen waar we als ondernemer tegenaan lopen. Die spelen we door naar LTO en de politiek.’
De NAJK -voorzitter vindt dat de land- en tuinbouw meer waardering verdient. ‘Wij produceren veilig voedsel en verzorgen de groene ruimte.’ Maar boeren hebben het volgens hem ook wel wat aan zichzelf te wijten dat ze niet zoveel waardering krijgen. ‘Het enthousiasme waarmee wij jonge boeren ons werk doen, schreeuwen we niet echt van de daken. Daarom willen wij meer naar buiten treden, ons ook stevig mengen in het maatschappelijk debat over duurzame ontwikkeling van de agrarische sector. Vooral varkenshouders willen tonen dat het dierenwelzijn sterk is verbeterd.’
Voorzitter Albert Jan Maat van LTO Nederland knikt bevestigend. ‘Boeren leggen nog te vaak de technische kant van het vak uit.
Er mag wel wat meer emotie over mensenwerk en ondernemerschap in. Nederland staat in agrarische exportcijfers wereldwijd in de top-3. We zijn een kraamkamer van vele zaden en producten. We spelen in de voorhoede als het gaat om duurzame voedselvoorziening. Niet omdat duurzaamheid mooi klinkt, maar omdat anders over tien jaar voedselschaarste dreigt. De fosfaatvoorraad, die voor de bodemvruchtbaarheid van belang is, is eindig. We moeten concurrerend blijven, maar ook vergroenen; met minder energie en minder grondstoffen producten maken. Jonge boeren denken daar bewust over na.’
Open blik
Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2013 en bedrijfsopvolging zijn thema’s waarover LTO en NAJK geregeld de koppen bij elkaar steken en die voor onderlinge binding zorgen. Wilco de Jong: ‘De erfgerichte benadering die LTO vroeger had, is verschoven naar een breder perspectief. Er wordt nu veel sterker naar zaken als milieu, landschap en dierenwelzijn gekeken. Daar schuiven jonge boeren makkelijk bij aan.’ Met de hervorming van het EU-landbouwbeleid komen er bovendien nieuwe, maatschappelijke wensen bij. NAJK heeft de politiek voorgesteld om het cultuurlandschap dat boeren leveren, en waarvoor de markt niet betaalt, te koppelen aan vergroeningsmaatregelen en een vergoeding via een hectarepremie. Jonge agrariërs willen bovendien graag gebruikmaken van stimuleringsregelingen voor duurzaamheid en innovatie. ‘Ik vind het waardevol dat de jongeren in het LTO -debat over het GLB de deur hebben opengegooid’, reageert Maat. ‘Er zijn boeren die zeggen: ‘Europees geld is inkomen en dat moet maar zo blijven.’ Maar dat geld kun je in een overgangsperiode tot 2020 ook inzetten voor bedrijfsversterking, voor marktgerichter produceren en extra aandacht voor plattelandsbeheer en behoud van biodiversiteit. Jonge melkveehouders in het veenweidegebied hebben een visie neergelegd voor een klimaatneutrale veehouderij, voor mestverwerking in combinatie met groene energieproductie.’
Bedrijfsopvolging
Jonge boeren zetten niet meer automatisch de werkwijze voort van hun vader, zegt De Jong. Als ze het familiebedrijf al willen overnemen. Bedrijfsopvolgers worden zeldzaam. In de landbouw is vergrijzing een stevig probleem. Slechts 4 procent van de bedrijfshoofden in agrarisch Nederland was in 2010 jonger dan 35 jaar.
De Jong begrijpt dat wel: ‘Ik werk zeven dagen per week, terwijl mijn vrienden met 38 uur ook aardig kunnen verdienen. Je volgt je vader op vanwege een boerengevoel, niet om financiële winst. Inkomens van boeren en tuinders fluctueren per jaar: van redelijk goed tot ronduit slecht, terwijl de verwerkers van hun producten steeds beter renderen. Wat mijn vader mij heeft geleerd, is rust bewaren in het ondernemen. Niet snel in paniek raken als prijzen zakken of er een ziekte uitbreekt. Pieken en dalen in de landbouwprijzen en de inkomens zijn onvermijdelijk. Een stabiele markt in landbouwtermen is zelfs ongunstig. Dan zit je vaak net onder de kostprijs te werken. De landbouw moet natuurlijk geen georganiseerde armoede worden.’
‘Wil je het als bedrijfsopvolger over een andere boeg gooien, dan kom je op een zeker moment voor belangrijke investeringskeuzes te staan. Ben je 20 of 25, dan neem je zakelijk zo min mogelijk risico. Maar rond je veertigste, als je echt los bent van je ouders, dienen de echte keuzes zich aan om het bedrijf anders in te richten.’
‘Klopt’, beaamt Maat. ‘Maar banken zijn nu veel minder happig met het verstrekken van geld. Er wordt kritisch gevraagd: Wie zijn jouw afnemers? Ben jij een tuinder die zich op bulkproductie richt?’ De markt voor massaproducten slinkt en is daarom voor banken niet aantrekkelijk om in te investeren. Naast financiering is ook de grond een probleem. Want grond wordt steeds schaarser en duurder. De Jong: ‘Jonge boeren voelen zich door de hoge prijs en hun beperkte financiële mogelijkheden buitengesloten van de grondmarkt. Je kunt niet uitbreiden, wat wel noodzakelijk is als je nieuwe technieken wilt inzetten.’
Maat: ‘We moeten nagaan of we met LTO -Vastgoed, onze agrarische makelaardijen, op het platteland niet een krachtiger regisseursrol kunnen vervullen. We moeten oudere boeren bewegen hun grond eerst aan te bieden aan jonge collega’s die het echt nodig hebben. Nu verkopen ze hun grond liever voor een goede prijs voor wegenaanleg, woningbouw of recreatie. Voor de jonge koper moet een aantrekkelijke financieringsvorm worden bedacht, zodat hij kan blijven investeren. Dat zou een goede vorm van solidariteit zijn.’
Oud versus jong Werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigen de belangen van al hun leden. Maar de belangen van jongeren worden vooral behartigd door de jongerenorganisaties. Een serie over de overeenkomsten en verschillen tussen de generatie en hoe jong en oud elkaar inspireren. Deel 3: LTO Nederland en Nederlands Agrarisch Jongerenkontakt (NAJK). |