Zo lang mogelijk praten, dan pas de straat op
Harmonisatie van regelgeving in Europa is mooi, maar niet ten koste van sociale modellen en opgebouwde werknemersrechten. Leon Meijer, CNV-lobbyist bij de Europese Unie, gaat er desnoods de straat voor op. En dat is heel wat voor een bond die meer gelooft in praten dan in demonstreren.
Loek Kusiak
‘Als christelijke bond zijn we een vreemde eend in de bijt’, zegt Leon Meijer, belangenbehartiger van het CNV in Brussel, over de positie van zijn bond in de Europese vakbondskoepel EVV. Meijer kan zich niet altijd vinden in de strategie waarmee het EVV de Europese Commissie wil beïnvloeden. ‘Vergaderingen bij het EVV beginnen vaak met de vraag: waar gaan we demonstreren? En hoeveel mensen en bussen kan iedere bond leveren? Dat stoort me. Waarom steeds het conflictmodel najagen en met spandoeken de straat op gaan? Daarmee versterk je vooroordelen als zou de vakbeweging onredelijke eisen stellen. Het CNV zit er anders in. Oké, wij zijn het ook vaak oneens met de plannen van Brusselse beleidsmakers. Te weinig sociaal. Maar we volgen wel het harmoniemodel, dus éérst praten. Tot we door onze stoel zakken.’ Dat was klaarblijkelijk het geval in het najaar van 2010. Een CNV-afvaardiging deed toen met honderdduizend andere vakbondsleden uit alle EU-landen mee aan een mega-betoging tegen bezuinigingen van regeringen in Europa, die de bankencrisis wilden bezweren. ‘Deze bezuinigingen gingen ten koste van inkomens en pensioenen van werknemers’, vindt Leon Meijer, ‘ten koste van de sociale werkvoorziening die op slot gaat, van jonggehandicapte werknemers die hun uitkering dreigen te verliezen. Terwijl in de financiële wereld weer bonussen betaald worden, mag de onderkant van de arbeidsmarkt de crisis betalen. Met die kritiek van het EVV was het CNV het helemaal eens. Daarvoor zijn we de straat opgegaan.’
Bureaula
Meijer bezet namens het CNV een zetel in het Europees Sociaal Comité (ESC), gevestigd in een pand aan de Rue Belliard, in het hart van de Europese wijk in Brussel. Het ESC adviseert de Europese Commissie en het Parlement over wetgeving. ‘Het ESC heeft meer dan driehonderd leden en fungeert als brug tussen de Europese instellingen en het maatschappelijk middenveld. Maar haar invloed is uiterst gering. Het gros van de adviezen van het ESC verdwijnt bij de Europese Commissie in een bureaula’.
Meijer weet precies hoe de hazen in Brussel lopen. In 2006 vroeg het CNV hem als adviseur voor Europese aangelegenheden, daarvoor werkte hij er al zes jaar als assistent van de CU/SGP-Europarlementariërs. Meijer: ‘Voor mij is het ESC een bron voor informatie en contacten. We zitten hier met twaalf Nederlanders, ook van FNV en MHP. Het heeft veel meer effect om gezamenlijk met een goed advies de boer op te gaan bij ambtenaren en Europarlementariërs dan in je eentje. Zij wachten op constructieve ideeën, op dingen waar ze zelf nog niet aan gedacht hadden.’
Zeven bussen
In 2009 waren er verkiezingen voor het Europees Parlement. Om CNV-leden te laten kennismaken met het werk van de Europese instellingen, besloot Meijer een bus te charteren. ‘Ik wilde de vakbondsleden een praatje laten maken met Nederlandse Europarlementariërs in Brussel. Er was enige twijfel of die ene bus wel vol zou komen. Tot onze grote verbazing kregen we zoveel aanmeldingen, van jong tot gepensioneerd, dat ik zeven bussen moest laten rijden, uit alle delen van het land. En voor shoppen in Brussel was echt geen tijd.’ Waarmee Meijer maar zeggen wil dat ‘Europa’ in zijn achterban leeft. ‘De leden weten goed dat Brussels beleid hun belangen raakt, en niet altijd positief. Want geven we in de open interne markt niet via de achterdeur zekerheden van werknemers weg die nationaal zijn opgebouwd? De liberalisering van de postmarkt is in Brussel bedacht. We zien de gevolgen nu bij TNT Post. Harde concurrentie op loon- en arbeidsvoorwaarden ten koste van vaste banen. Het aantal werknemers met een tijdelijk contract, de zogeheten flexibele schil, groeit in Nederland ieder jaar. Nu wil de EU, in een poging om de euro te redden, ook iets te zeggen krijgen over de loonruimte in een lidstaat. Daar zijn we mordicus op tegen, omdat het ingrijpt in de vakbondsvrijheid.’
Dilemma’s
Het CNV ziet met zorg hoe het werk van rijke West-Europese welvaartsstaten verschuift naar de lagelonenlanden in Oost-Europa. ‘En daarnaast komen de Oost-Europeanen ook nog naar het Westen om werk te zoeken. Dat zijn de dilemma’s van het vrije dienstenverkeer. Maar de Nederlandse vakbeweging kan niet accepteren dat de EU naar zo veel mogelijk harmonisatie streeft, terwijl goede sociale modellen en pensioenstelsels daardoor worden uitgehold.’ Hij erkent dat het soms lastig laveren is tussen het eigenbelang van Nederlandse werknemers en de belangen van andere EU-werknemers met een zwakkere rechtspositie. Meijer: ‘Soms kan het zinvoller zijn om rechtstreeks met bonden in Oost-Europa voor verbeteringen aan de slag te gaan. In Hongarije steunt de internationale afdeling van het CNV de vakcentrale MSZOSZ met advies en training. Ik heb er een seminar gegeven over duurzaamheid, ketenbeheer en controle op producten uit kinderarbeid. En in Roemenië steunen we een campagne voor betere werkomstandigheden van schoonmakers.’
In Europa Steeds meer sociaal-economisch beleid is Europees beleid. Dat voert de Nederlandse vakbonden en werkgeversorganisaties geregeld naar Brussel. Wat doen ze daar precies? SERmagazine op bezoek bij sociale partners in Brussel. Deel 4: vakcentrale CNV. |