Home | Publicaties | SERmagazine | 2011 | juli/augustus 2011 | Op zoek naar nieuwe solidariteit

Op zoek naar nieuwe solidariteit

Jaap Smit (CNV) en IJmert van Muilwijk (CNV Jongeren)

Jongeren willen best solidair zijn met ouderen, maar niet het kind van de rekening worden. In het zoeken naar een goede balans moeten jonge en oudere generaties samen de vakbond opnieuw uitvinden. De CNV-voorzitters Jaap Smit (vakcentrale) en IJ mert Muilwijk (CNV Jongeren) zijn eensgezind op zoektocht. ‘Het is balanceren.’

Loek Kusiak

‘Geen moment spijt. Je praat mee over grote maatschappelijke thema’s zoals verdeling van de welvaart, de arbeidsmarkt en de toekomst van het sociale stelsel.’ Toen Jaap Smit (54) ruim een jaar geleden het directeurschap van Slachtofferhulp Nederland verruilde voor het voorzitterschap van vakcentrale CNV (360.000 leden), nam hij zich voor de bond te moderniseren. Hij was nooit eerder vakbondslid, maar voelt zich nu als een vis in het water.
Ongeveer gelijktijdig werd IJmert Muilwijk (27) voor vier jaar gekozen tot voorzitter van CNV Jongeren, dat precies 55 jaar geleden werd opgericht. Muilwijk: ‘Er zijn 107.000 jeugdwerklozen. Sommige plannen van dit kabinet raken jongeren hard. Daarin kunnen we niet berusten.’ Het CNV wil meer jongeren aantrekken en tegelijk aandacht houden voor de belangen en verworvenheden van oudere leden. Smit: ‘Die beide doelen met elkaar verenigen, is balanceren. Een vakbond die al meer dan een eeuw oud is, is toe aan revitalisering. Die urgentie voel ik sterk in de interne discussies die we voeren. Voor een deel moeten we onszelf als bond opnieuw uitvinden. Ouderen hechten aan verworven rechten, jongeren aan individuele keuzevrijheid. Dat moeten we verbinden. We moeten attractiever worden voor de ‘gewone’ werknemers – ik noem dat de ‘voorban’ – die nog geen lid zijn. Daarnaast zijn wij een club die akkoorden sluit over pensioenen en cao’s voor miljoenen werkenden én die in de SER zit.’

Vernieuwing
De tandem Muilwijk-Smit trekt bij veel onderwerpen eensgezind op om de vernieuwing van het CNV vorm te geven. ‘Met een oud instituut is niks mis’, zegt IJmert Muilwijk. ‘Daaruit zijn mooie dingen voor werknemers voortgekomen. Maar de realiteit dwingt ons ertoe om ook jongeren aan ons te binden. Je kunt kiezen voor fancy campagnes, maar ik ga voor de inhoud. Dan moet je het dus over pensioenbewustzijn hebben of over de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. Veel jongeren kiezen voor opleidingen die geen baan opleveren. Er is een mismatch. Tegelijk zien we dat veel vacatures niet opgevuld worden. We willen met het onderwijsveld, de politiek en andere jongerenorganisaties actief werken aan oplossingen.’ Een speerpunt van CNV Jongeren is de arbeidsparticipatie van jonggehandicapten. In 2010 is de bond gestart met het project ‘Wajong werkt’, met onder meer voorlichting over regelingen. Muilwijk: ‘Het kan niet zo zijn dat het voor de Wajongers onder dit kabinet moeilijker wordt om werk te vinden of een baan te behouden. Dit is een punt dat generaties overstijgt en waarin we samen optrekken met de vakcentrale.’
Jaap Smit knikt. ‘Vanuit onze christelijk-sociale grondslag is het onze plicht om op te komen voor een groep die het kind van de rekening dreigt te worden.’

Flexcontracten
Jongeren op de arbeidsmarkt krijgen steeds vaker flexibele contracten. ‘Deze generatie jongeren kiest niet voor een baan voor het leven’, zegt IJmert Muilwijk, ‘maar mist wel de rechtszekerheid die ouderen genieten. Met een baan voor één jaar kunnen jongeren moeilijk een lening krijgen. We wachten niet af totdat hun positie helemaal is uitgehold. We willen samen met de vakcentrale invulling geven aan het begrip solidariteit. Jongeren moeten zien dat solidariteit geen kreet is uit een ver vakbondsverleden.’ Solidariteit gaat niet over ‘hulp aan nooddruftigen’, zegt Smit. ‘Het gaat over collectiviteit, maar wel met ruimte voor keuzevrijheid, naast persoonlijke verantwoordelijkheid. Ik heb laatst getwitterd: ‘vast is te vast en flex is te flex.’ Het verschil tussen mensen met een vast contract en nieuwe toetreders op de arbeidsmarkt is uit balans. We moeten daarover met werkgevers en ook binnen de SER stevig in discussie. Niet door flexibiliteit categorisch af te wijzen, maar door na te gaan hoe we op de arbeidsmarkt meer veiligheid kunnen creëren.’ Muilwijk: ‘Iemand die vroeg in zijn leven een verkeerde keus heeft gemaakt, in werk of opleiding, moet je niet met een ontslagvergoeding op de bank laat zitten. Die vergoeding moet je aan de voorkant inzetten voor opleiding en bemiddeling naar ander werk.’

Pensioenen
De actuele discussie over de zekerheid van pensioenen is voor CNV Jongeren een van de belangrijkste thema’s voor 2011. Muilwijk: ‘Het getuigt van fatsoen tegenover jongeren als het stelsel toekomstbestendig wordt, dus aangepast aan schokken op de financiële markt. De rekening van tekorten moet je niet naar toekomstige generaties doorschuiven.’
Toen in 2009 de verhoging van de AOW-leeftijd aan de orde was, die van het CNV op 65 jaar mocht blijven, overwoog CNV Jongeren een motie in te dienen. ‘CNV Jongeren wilde het algemeen bestuur dwingen tot een uitspraak over doorwerken tot 67 jaar. Dat gaf wel wat commotie.’ De motie werd ingetrokken na toezegging van de vakcentrale om nog eens naar de AOW-leeftijd te kijken.
Jaap Smit: ‘In een vergrijzende samenleving met een hogere levensverwachting is dit pensioenstelsel niet houdbaar. Mijn motto is: staar je niet blind op verworven rechten. Het gaat om de waarden die erachter zitten. Die moeten wij, in een zoektocht, zodanig tot uiting brengen dat ook jongeren zich aangesproken voelen.’

Oud versus jong
Werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigen de belangen van al hun leden. Maar de belangen van jongeren worden vooral behartigd door de jongerenorganisaties. Een serie over de overeenkomsten en verschillen tussen de generaties en hoe jong en oud elkaar inspireren.
SERmagazine juli/augustus 2011

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave