Home | Publicaties | SERmagazine | 2011 | februari 2011 | LTO-lobby in Brussel

LTO-lobby in Brussel

‘We moeten het doen met een staatssecretaris’

Wat boeren verdienen en op hun land mogen doen, wordt grotendeels door Brussel bepaald. De inkomenssteun van boeren wordt steeds meer gekoppeld aan groene diensten als natuur en landschapsbeheer. Maar kunnen boeren op die manier wel concurrerend blijven? Luc Groot, lobbyist in Brussel, behartigt de belangen van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO).

Loek Kusiak

De boterbergen en melkplassen in Europa zijn verleden tijd. Boeren ontvangen al enige jaren geen productiesubsidie meer, maar krijgen directe inkomenssteun uit Brussel. In ruil daarvoor moeten ze dan wel milieu- en diervriendelijker produceren. Bij de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), na 2013, wordt die lijn doorgezet. Bovendien is de kans groot dat de uitgaven voor landbouw, nu 53 miljard euro op de totale EU -begroting, door de economische crisis gaan dalen. Daar maakt de LTO zich zorgen over. Ze heeft onlangs met topambtenaren van de Europese Commissie gesproken over het landbouwbeleid na 2013.
Luc Groot is sinds een jaar de permanente LTO-lobbyist in Brussel. ‘Agrariërs verdienen gemiddeld al de helft minder dan ondernemers in andere sectoren. Nederlandse boeren zijn bovendien in het nadeel tegenover concurrenten uit Oost-Europa, die de EU -richtlijnen voor milieu, waterkwaliteit en dierenwelzijn niet of gebrekkig naleven. En we hebben ook last van import uit Zuid-Amerika, Azië en de VS, waar lagere productie-eisen gelden.’

Vangnet
Groot houdt kantoor in het gebouw van de agrarische koepelorganisatie COPA-COGECA aan de Rue Trèves, om de hoek van de Europese instellingen. ‘We zijn huiverig voor meer overheveling van EU-steun naar groene diensten zoals natuur- en landschapsbeheer. Sommige beheerstaken die nu nog vrijwillig zijn, worden straks verplicht. De boer krijgt pas inkomenssteun als hij die taken uitvoert. Uiteraard wil de boer bijdragen aan biodiversiteit en duurzaamheid, maar de vergoeding moet zodanig zijn dat hij kan innoveren en concurreren met de rest van de wereld.’
Aan zijn bedrijfskosten kan een boer weinig doen; die liggen tamelijk vast. Daarbij loopt hij het risico op slechte oogsten. Groot: ‘Zonder vangnet bij vrijwel structureel lage prijzen kan de boer niet investeren in technologie en maatschappelijke diensten als landschapsbeheer.’
Nederland is de tweede grote exporteur ter wereld van agrarische producten. ‘Onze ontvangsten vanuit Brussel voor de landbouw’, rekent Groot voor, ‘zijn minder dan 0,2 procent van ons nationaal inkomen. Dus waar praten we over? Melkveehouders en akkerbouwers worden ten onrechte vaak weggezet als subsidievangers.’

Melkquotum
LTO lobbyt in Brussel voor verruiming van het melkquotum, dat wil zeggen verhandelbare productierechten, voor de Nederlandse melkveehouders. ‘Meer quotum is voorwaarde voor de groei van bedrijven. Nu krijgen melkveehouders een superheffing als ze het quotum overschrijden. Terwijl juist deze sector innovatieve boeren heeft die zo veel mogelijk op eigen benen willen staan.’
Groot, een 29-jarige Twentenaar, studeerde internationale betrekkingen. In Brussel voelt hij zich in zijn element. ‘Geen dynamischer beleid dan landbouwbeleid. Op ieder landbouwdossier in Brussel zitten hooguit twee ambtenaren. Zij willen graag kennis met ons uitwisselen. Als lobbyist moet je focussen op langdurige relaties. Het gaat om informatievoordeel. Dat voordeel gebruik ik om met de experts bij LTO een lobbyplan voor een specifiek dossier uit te werken.’

Van grote waarde zijn voor hem ook de contacten met de Nederlandse landbouwspecialisten in het Europees Parlement. ‘Het parlement wil wat doen aan de macht van de supermarkten. Zij dicteren boeren vaak hoe ze moeten produceren, maar laten hen onvoldoende delen in de prijs die de consument voor voedsel betaalt. De coöperaties van boeren, ofwel de producentenorganisaties, kunnen hier weinig tegen doen. Door Europese mededingingsregels mogen ze slechts beperkt fusies aangaan en geen prijsafspraken maken. Het Europees Parlement vindt mét LTO en de belangenbehartigers uit andere lidstaten dat boeren die investeren in duurzaamheid en dierenwelzijn meer steun moeten krijgen uit de rest van de keten.’ De Europese Commissie zou de mededingingsregels kunnen versoepelen. ‘Dan kan FrieslandCampina bijvoorbeeld een blok vormen met een Deense producent. Door het grotere marktaandeel kunnen ze dan een vuist maken tegenover de supermarkten. De supermarkten zijn medeverantwoordelijk voor een duurzame productie en moeten daar ook aan meebetalen. De Nederlandse boeren zijn daar al heel goed mee bezig. We organiseren samen met de Dierenbescherming een sessie voor leden van het Europees Parlement om te laten zien welke stappen Nederland heeft gemaakt op gebied van dierenwelzijn, zoals groepshuisvesting van zeugen en betere stalsystemen voor kippen.’

Octrooirecht
In alliantie met de Europese zusterorganisaties voert LTO ook een lobby tegen het machtsblok van multinationals als Monsanto en Syngenta. Ze willen met steun van het Europarlement voorkomen dat de zaadbedrijven zich meester maken van patenten op conventionele planten- en dierenrassen en daardoor de controle krijgen over de voedselproductie, over complete oogsten van rundvlees, brood of melk. Groot: ‘Zij gaan dan bepalen welke soorten op de markt komen. Daarom pleiten wij voor behoud van de zogeheten kwekersvrijstelling. Die zegt dat het veredelen van bestaande planten en boerderijdieren niet onder het octrooirecht valt. Je hoeft er dus niet voor te betalen. Dat bevordert innovatie in de landbouw en is goed voor de biodiversiteit. Voorlopig is de kwekersvrijstelling dankzij een amendement van het Europarlement veiliggesteld, maar de strijd is nog niet gestreden.’
De Nederlandse land- en tuinbouw is goed voor 10 procent van het Nederlandse nationaal inkomen. ‘Maar onder het kabinet-Rutte’, constateert Groot, ‘moeten we het voortaan doen met een staatssecretaris. Die heeft minder statuur dan een minister. We moeten nog maar zien of Nederland zich qua landbouw in Brussel stevig op de kaart kan zetten.’

In Europa
Steeds meer sociaal-economisch beleid is Europees beleid. Dat voert de Nederlandse vakbonden en werkgeversorganisaties geregeld naar Brussel. Wat doen ze daar precies? SER magazine op bezoek bij sociale partners in Brussel. Deel 3: de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO).

SERmagazine februari 2011

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave